het einde van de Viribus Unitis

De SMS Viribus Unitis (Latijn voor “met vereende krachten”) was een slagschap van de Kaiserliche und Königliche Marine van Oostenrijk-Hongarije. Het schip is gebouwd in 1910-1911 in de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse havenstad Trieste.

Aartshertog Franz Ferdinand vaart aan boord van de Viribus Unitis naar Sarajewo in juni 1914. Op 30 juni 1914, na de aanslag in Sarajewo, worden de lijken van Franz Ferdinand en zijn echtgenote aan boord van de Viribus Unitis terug naar Trieste gebracht.

Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog helpt het slagschip samen met andere schepen van de Oostenrijks-Hongaarse marine om de Duitse schepen SMS Goeben en Breslau toe te laten te vluchten door de straat van Messsina naar Constantinopel. Daar treden de schepen toe tot de Ottomaanse marine, weliswaar met de oorspronkelijke Duitse bemanning aan boord.

Door de Otranto barrage, waarmee de geallieerden de Adriatische zee afsloten, verlaat het schip nauwelijks de haven van Pola. In mei 1915 neemt de Viribus Unitis nog deel aan een bombardement van de Italiaanse stad Ancona.

In juni 1918  neemt de Viribus Unitis deel aan een aanval op de Otranto barrage. Het doel is om meer schepen van de Centralen toe te laten door de straat van Messina te varen. In de nacht van 8 juni op 9 juni 1918 verlaat admiraal Miklós Horthy met een aantal slagschepen, waaronder de Viribus Unitus, de haven van Pola. Op 10 juni wordt de vloot ontdekt door 2 Italiaanse schepen. De Italianen gaan direct over tot de aanval. Ze slagen erin de Szent Istvan de raken met torpdeo’s alvorens ze moeten vluchten. Het schip zinkt en nu de Italianen op de hoogte zijn van hun komst, besluit admiraal Horthy terug te keren. Dat is ook de laatste actie van de Viribus Unitis.

Eind oktober 1918 is het duidelijk dat Oostenrijk-Hongarije de nederlaag niet meer kan afwenden. De Oostenrijks-Hongaarse marine geeft er de voorkeur aan om de Viribus Unitis te geven aan de nieuw gevormde staat van Slovenen, Kroaten en Serviërs. Het schip wordt op 31 oktober 1918 herdoopt in Jugoslavija.
Op 1 november 1918 gaan twee Italianen Raffaele Paolucci en Raffaele Rossetti op een gemotoriseerde torpedo naar de haven van Pola. Om 4u40 plaatsen ze een mijn op de Jugoslavija. Ze worden betrapt en gevangen genomen. Bij hun ondervraging melden ze de kapitein van het schip dat ze een mijn hebben geplaatst zonder te juiste locatie te geven. Admiral Janko Vuković laat de twee gevangenen overbrengen naar de Tegetthoff en beveelt de evacuatie van de Jugoslavija. Omdat de explosie niet plaats vindt om 6u30, neemt Vuković aan dat de Italianen gelogen hebben. De admiraal en heel wat matrozen gaan terug aan boord van het schip als om 6u44 de mijn alsnog ontploft. De Jugoslavija zinkt in 15 minuten. De admiraal en 300 tot 400 matrozen komen om. Paolucci en Rossetti blijven gevangen tot het einde van de oorlog enkele dagen later en krijgen beide een medaille voor hun heldendaad.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/SMS_Viribus_Unitis

SMS-Viribus-Unitis

 

 

 

Ottomanen ondertekenen wapenstilstand

Aan boord van de HMS Agamemnon ondertekenen het Ottomaanse Rijk en Groot-Brittannië (namens de geallieerden) op 30 oktober 1918 de wapenstilstand van Mudros. Het schip ligt voor anker in de haven van Mudros, op het Griekse eiland Limnos. Vandaar de naam van het verdrag.

De voornaamste bepaling van het verdrag is dat het Ottomaanse Rijk zich moet terugtrekken binnen de grenzen van voor de oorlog. Daarnaast krijgen de geallieerden diverse strategische punten in handen, zoals forten, spoorlijnen, de tunnels van het Taurusgebergte… Het Ottomaanse leger wordt gedemobiliseerd. Ook krijgen ze het recht om de zes Armeense provincies te bezetten in geval van wanorde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Agamemnon_at_Mudros

Marinekorps Flandern trekt zich terug

Op 1 oktober 1918 krijgt Kapitänleutnant Max Viebeg het bevel om Zeebrugge met zijn Uboot UB-80 te verlaten en weer richting Duitsland te varen. Een kleine week later komt hij aan in Wilhelmshaven en wordt bij de tweede U-Flottille gevoegd. De oprukkende geallieerden zorgen ervoor dat de Duitsers hun Uboothavens moeten verlaten.

In totaal bereiken negen U-boten op eigen kracht Duitsland. Een aantal overgebleven U-boten en oppervlakteschepen die niet zeewaardig zijn, worden samen met de landfaciliteiten vernietigd. In Oostende worden de meeste staketsels, aanlegsteigers, kaden en bruggen beschadigd of vernield. Het zeestation, de bijgebouwen en de kantoren worden tot ruïnes herleid. In Zeebrugge brengen de Duitsers 2 U-boten en een baggerschip tot zinken. De wrakken van de Britse aanval van 23 april 1918 liggen nog steeds bij de ingang van het kanaal. In de zeewerf in Brugge zinken de Duitsers een aantal droogdokken en ze brengen een U-boot tot ontploffen.

De foto hieronder toont een ontploffing in de Kaiserliche Werft Brugge.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

KaiserlicheWerftBrugge_191810

Bommen en mijnen in Zeeland

Britse en Duitse vliegtuigen raken op 17 september 1918 boven de Oosterschelde in gevecht met elkaar. Waarschijnlijk zijn de Britten onderweg naar de Belgische kust om daar een lading bommen te lossen op vijandige installaties. De Duitse toestellen willen dat natuurlijk beletten.

De bemanning van het Nederlandse schip Verandering, dat op oesters vist bij Zierikzee, bemerkt dat een van de toestellen drie bommen lost, wellicht om beter te kunnen manoeuvreren. De bommen komen in het water terecht en ontploffen maar richten verder geen schade aan.

Zeppelins en vliegtuigen losten regelmatig onontplofte bommen in de Noordzee. Veel ernstiger nog is het gevaar veroorzaakt door de in zee geplaatste mijnen : tijdens de oorlog spoelen er meer dan zesduizen aan op de Nederlandse kust. Menselijke nieuwsgierigheid resulteert daarbij in talloze slachtoffers.
Onderstaande foto toont een zeemijn aangespoeld in Renesse.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/oorlog-op-zee

Renesse_Zeemijn_WO1

 

Een trofee voor de Oostenrijkse U-27

Onderzeeërs brengen hun prooien niet altijd tot zinken. Op 11 september 1918 neemt de SM U-27, een duikboot van de Oostenrijks-Hongaarse marine, het Franse zeilschip Antoinette op sleeptouw. Als een soort trofee wordt de vangst naar de haven van Beiroet gebracht.

In de loop van haar carrière behaalt deze onderzeeër 34 overwinningen en wordt daarmee de succesvolste van de Oostenrijks-Hongaarse marine. Op het einde van de oorlog ligt de SM U-27 in de haven van Pula (inmiddels Kroatië). Bij wijze van vergoeding voor geleden oorlogsschade moet het schip in 1919 afgestaan worden aan de Italianen. Blijkbaar zijn de Italianen niet erg tevreden met dit geschenk want reeds in 1920 wordt de onderzeeër veroordeeld tot de ontmanteling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

KUK_Uboot

De U-boot van Johannes Lohs verdwijnt

Johannes_Lohs_Portrait-218x300Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

Johannes Lohs kwam in actie kort na het begin van de oorlog. In de loop van zijn carrière ontving hij meerdere eretekens en werd hij meermaals gepromoveerd.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://surfaceinterval.uk/oberleutnant-zur-see-johannes-lohs/

lange doodstrijd voor de SS Justicia

Na een strijd van 22 uur tegen 2 U-boten zinkt de SS Justicia op 20 juli 1918 voor de kust van Malin Head (Ierland).

De SS Justicia is een Brits troepentransportschip, gebouw in de scheepswerven van Harland and Wolff (Belfast). Het schip wordt te water gelaten op 9 juli 1914 onder de naam Statendam. In 1915 wordt het schip opgevorderd door de Britse regering voor troepentransport. Het krijgt dan de nieuwe naam Justicia. Onder de bemanning zijn er veel overlevenden van de aanval op de Brittanic, zusterschip van de Titanic. Het schip was voorzien van dazzle camouflage, een strepenpatroon dat de bemanning van de U-boten moet verwarren.

Op 19 juli 1918 vaart de Justicia van Belfast naar New York, geëscorteerd door een aantal destroyers. Op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Skerryvore (Schotland) wordt het schip getroffen door een torpedo van de U-boot UB-64. De torpedo slaat in op de machinekamer en doodt daarbij 9 matrozen. De waterbestendige deuren worden gesloten en stellen zo het zinken uit.

De U-boot vuurt nog twee torpedo’s af maar die missen doel. Een vierde torpedo raakt de Justicia wel maar het schip blijft drijven. De destroyers vallen de U-boot aan en jagen die op de vlucht. Ondertussen verlaat het grootste deel van de bemanning de Justicia. De sleepboot Sonia neemt de Justicia op sleeptouw naar Lough Swilly met de bedoeling het schip daar aan land te brengen.

Ondertussen is een 2e U-boot genaderd. De UB-124 vuurt twee torpedo’s af die het schip de genadeslag geven. De overblijvende bemanningsleden verlaten het schip. De Justicia zinkt op 20 juli 1918 op ongeveer 60 kilometers ten noordwesten van Malin Head (Ierland). Als de U-boot opduikt, beschieten de destroyers de duikboot en brengen die tot zinken.

bron : http://coastmonkey.ie/ss-justicia/

Justicia_19180720