De U-boot van Johannes Lohs verdwijnt

Johannes_Lohs_Portrait-218x300Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

Johannes Lohs kwam in actie kort na het begin van de oorlog. In de loop van zijn carrière ontving hij meerdere eretekens en werd hij meermaals gepromoveerd.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://surfaceinterval.uk/oberleutnant-zur-see-johannes-lohs/

Duits opperbevel in Spa

In Spa, tevens hoofdkwartier van het Duitse leger, verzamelt op 13 en 14 augustus 1918 de “kroonraad” om de militaire toestand op het terrein en de politieke situatie te evalueren. Behalve keizer Wilhelm II en opperbevelhebbers Erich Ludendorff, Paul von Hindenburg en admiraal Reinhard Scheer, zijn ook enkele topministers aanwezig. 

Aan het begin van de lente van 1918 was iedereen nog hoopvol over de overwinning, maar nu beseffen meer en meer aanwezigen dat de nederlaag er zit aan te koen. De militaire adviseur van de Oostenrijkse keizer informeert het gezelschap dat zijn land de oorlog nog slechts kan volhouden tot het einde van het jaar.  

Het gezelschap denkt aan vredesbesprekingen, maar de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Paul von Hintze, wil dat er eerst nog een overwinning op het slagveld is behaald. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Wilhelm_II_Hindenburg_Ludendorff_191808

 

krijgsgevangen na Duitse raid

Rond 4u in de ochtend van 11 augustus 1918 omsingelen een honderdtal dronken Duitse soldaten een bunker aan de Ijzer die functioneert als Belgische voorpost. Voor Jozef Devisch, afkomstig uit Doomkerke, en zijn kameraden zit er niets anders op dan zich over te geven, zo niet gooien de lallende Duitsers granaten in hun schuilplaats.

Via Deinze komt Jozef Devisch uiteindelijk in Duitse kampen terecht, eerst in Dulme, later in Göttingen. Op termijn belandt hij bij een boer die hengsten houdt. Het leven is er alleszins stukken beter dan aan het front. Bij wapenstilstand trekt Jozef naar huis. Wel moet hij nog een tijdje naar het Ruhrgebied als lid van de bezettingsmacht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeKrijgsgevangenen

 

 

Willy Coppens haalt 3 luchtballons neer

Belgiës beste jachtpiloot Willy Coppens haalt op één dag maar liefst drie waarnemingsballonnen neer. De dag van 10 augustus 1918 is nog maar net begonnen wanneer hij in Leffinge een ballon uit de lucht schiet. Dezelfde dag volgen nog successen in Zarren en Waasten. 

Tijdens de oorlog halen Belgische piloten 75 vliegtuigen en 44 waarnemingsballonnen neer. Deze cijfers zeggen alvast iets over het voorkomen van de ballons. Het Belgische leger maakt zelf ook gebruik van dergelijke observatieposten. 

Onder aan waarnemingsballonnen hangt een rieten mandje voor een of twee personen. Vanuit hun hoge positie geven de waarnemers informatie door aan de troepen op de grond. De waarnemers volgen vijandelijke troepenbewegingen en sturen het vuur van hun artillerie. Wanneer een vijandelijk vliegtuig opduikt, is het van belang de ballon zo snel mogelijk naar beneden te halen met de kabel die hem op zijn plaats houdt. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

WillyCoppens_19180810

de vlucht boven Wenen

Op 9 augustus 1918 onderneemt de Italiaanse dichter en nationalist Gabriele D’Annunzio een hachelijke onderneming, die bekend staat als de vlucht naar Wenen.
Samen met 10 andere piloten vertrekt hij vanuit Italië met vliegtuigen die allen de leeuw van San Marco dragen. De 11 piloten vliegen 1200 kilometer vanaf het militaire vliegveld Due Carrare bij San Pelagio naar Wenen en terug. Ze bombarderen de Oostenrijks-Hongaarse hoofdstad niet maar laten duizenden pamfletten neer.

Deze vlucht was al de derde poging : de vlucht van 2 augustus wordt afgelast wegens zware mist, de vlucht van 8 augustus wegens sterke wind. Maar op 9 augustus geraken de Italianen dan toch boven Wenen en laten hun pamfletten naar beneden dwarrelen.
Het zijn twee verschillende pamfletten : het eerste is enkel in het Italiaans en is geschreven door D’Annunzio. Het tweede pamflet is van Ugo Ojetti en is ook vertaald in het Duits.

De vlucht wordt niet door alle piloten tot het einde meegemaakt. Ze stijgen op om 5u50, maar kort daarop draaien twee vliegtuigen terug wegens motorproblemen. Een derde vliegtuig moet een noodlanding maken. De acht overgeblevenen vliegen verder en worden om 6u40 door Ostenrijks-Hongaarse posten waargenomen. Gelukkig voor de Italianen is er heel wat bewolking : dat maakt de navigatie zwaar maar zorgt er ook voor dat ze vanaf de grond moeilijk ontdekt worden.
Onderweg moet er nog een Italiaan een noodlanding maken bij Schwarzau am Steinfeld. De piloot Sarti slaagt erin zijn vliegtuig in brand te steken voor hij de Oostenrijkse gendarmen wordt opgepakt.

Om 9u20 zijn de zeven overgebleven vliegtuigen boven Wenen aangekomen. Aan boord zijn Natale Palli en Gabriele D’Annunzio, Antonio Locatelli, Gino Allegri, Aldo Finzi, Pietro Massoni, Ludovico Censi en Giordano Granzarolo.

De vlucht boven Wenen duurt ongeveer 20 minuten. Nergens hebben de piloten last van luchtafweer. Ook Oostenrijkse vliegvelden krijgen te laat de melding van vijandelijke vliegtuigen binnen om tijdig op te stijgen en aan te vallen. Als Oostenrijkse vliegtuigen om 10u05 boven Wenen aankomen, zijn de Italianen alweer verdwenen.

De Italiaanse formatie is om 9u40 aan de terugvlucht begonnen. Ze gebruiken eerst de Donau als richtpunt en daarna de spoorbaan Graz–Laibach–Triest. Om 12u36 landen alle vliegtuigen weer in San Pelagio.

Annunzio_VluchtWenen_19180809

De weerklank in de Italiaanse en buitenlandse pers is enorm. Dit is de eerste keer dat vliegtuigen van de Entente opduiken boven een hoofdstad van de Centralen. In Oostenrijk is men vooral onthutst omdat men niet weet hoe de Italianen erin geslaagd zijn op te duiken boven Wenen voor er tijdig alarm werd geslagen.

Het pamflet van Ugo Ojetti bevatte de volgende tekst :

WENER!
Leer de Italianen kennen. Als we wilden, konden we bommen op jullie stad afwerpen, maar we brengen jullie een groet van de tricolore van de vrijheid.
Wij Italianen voeren geen oorlog tegen burgers, kinderen, grijsaards en vrouwen. Wij voeren oorlog tegen jullie regering, de vijand van nationale vrijheid, met jullie blinde, koppige en wrede regering, die jullie geen brood of vrede kan geven, maar jullie enkel met haat en bedrieglijke hoop voert.
Wener !
Men zegt van jullie dat jullie intelligent zijn, maar waarom hebben jullie het Pruisische uniform hebben aangetrokken ? Voortaan, dat zien jullie, is de ganse wereld tegen jullie gekeerd.
Willen julie de oorlog verderzetten ? Doe maar, het zal jullie zelfmoord zijn. Wat hopen jullie ? De eindoverwinning beloofd door de Pruisische generalen ? Hun eindoverwinning is zoals het brood van de Oekraïne : je sterft terwijl je erop wacht.
Burgers van Wenen, bedenk aan wat jullie wacht en wordt wakker.
Leve de vrijheid ! Leve Italië ! Leve de Entente !

VluchtWenen_Vlugschrift

bron : https://de.wikipedia.org/wiki/Flug_%C3%BCber_Wien

doorbraak bij Amiens

De British Expeditionary Force van veldmaarschalk sir Douglas Haig voert het Amiens-offensief aan. De aanval moet gedeelten van de spoorweg Amiens-Parijs, sinds Unternehmen Michael in maart 1918 door de Duitsers bezet, weer bevrijden. Het Britse 4e leger van generaal sir Henry Rawlinson voert het offensief aan, een methodische opmars over een front van 24 kilometer, voorafgegaan door een kort bombardement.

Meer dan 400 tanks nemen het voortouw voor de elf Britse divisies die in de eerste fase van het gevecht ingezet worden en gesteund worden door de linkervleugel van generaal Eugène Debeney’s Franse eerste leger. De Duitse verdedigingsposten worden beman door het 2e leger van generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. De twee generaals beschikken over veertien divisies in de frontlinie en negen in reserve. De Brits-Franse aanval blijkt een overweldigend succes en de Duitsers dienen zich 16 km terug te trekken.

Verdere onheilstekens teisteren het Duitse leger : enkele eenheden uit de frontlinie zijn simpelweg gevlucht zonder verzet te bieden. Zo’n 15.000 soldaten hebben meteen gecapituleerd. Na het horen van dat nieuws roept de stafchef, generaal Erich Ludendorff, 8 augustus 1918 uit tot “zwarte dag voor het Duitse leger”. Maar de situatie wordt er niet beter op : een dag later worden er nog meer Duitsers gevangen genomen.

Op 10 augustus 1918 verschuift de aandacht van het Amiens-offensief meer naar de regio ten zuiden van het door de Duitsers bezette gebied. Het Franse 3e leger van generaal Georges Humbert rukt op naar Montdidier, verdrijft de Duitsers uit de stad en zorgtop die manier voor de heropening van de spoorlijn Amiens-Parijs.

Het eerste stadium van het offensief wordt beëindigd op 12 augustus 1918 omwille van het groeiende Duitse verzet. Daardoor verkleint echter de nederlaag van de Duitsers niet. Aan Duitse zijde worden 40.000 soldaten gedood of gewond en ongeveer 33.000 gevangen genomen. De Brits-Franse troepen verliezen ongeveer 46.000 manschappen.

Bron: Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande schilderij is van William Longstaff, getiteld 8th august 1918.

8th_August_1918_Will_Longstaff

 

de zwarte dag van het Duitse leger

Bij Amiens beginnen de geallieerden op 8 augustus 1918 aan de uitstekend voorbereide slag om Amiens die drie dagen zal duren. Een voorbeeld illustreert de prima organisatie : in de mistige ochtenduren vliegen geallieerde vliegtuigen boven het slagveld opdat de tegenstrever de oprukkende tanks niet zou horen.  

Tijdens de voorbereiding van de aanval nemen de geallieerden maximale veiligheidsmaatregelen om et verrassingseffect van de aanval optimaal uit te spelen. De aanval begint om 4u20 en tegen dat de mist optrekt, zijn de geallieerden al voorbij de eerste Duitse stellingen en vallen ze die via de achterkant aan. Op dat ogenblik nemen ook verse manschappen de aanval over. Tegen het einde van de dag hebben de geallieerden 25 kilometer Duitse stellingen in hun bezit en vele duizenden krijgsgevangen genomen. 

De Duitse generaal Erich Ludendorff verklaart later :”Dit was de zwarte dag van het Duitse leger in deze oorlog.”. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

DuitseSoldaten_19180808