Nobelprijs voor het Rode Kruis

Tijdens de voorbije drie oorlogsjaren werden er geen Nobelprijzen voor de Vrede toegekend. De achterliggende redenering is dat er geen waardige kandidaten zijn.

In 1917 is er ondanks de oorlog toch een Nobelprijs voor de Vrede : die wordt op 10 december 1917 toegekend aan het Internationale Rode Kruis. Het Nobelprijscomité waardeert de inspanningen die de organisatie doet voor de krijgsgevangenen en voor de communicatie tussen de krijgsgevangenen en hun familie. Ook prijst het comité het werkt dat het Rode Kruis levert om gewonde militairen via Zwitserland naar hun thuisland te transporteren.

In 1918 is er evenmin een Nobelprijs voor de Vrede terwijl die van 1919 naar de Amerikaanse president Woodrow Wilson gaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CroixRouge

 

John Shiwak sneuvelt in Masnières

Mensen uit de hele wereld sterven op de Europese slagvelden. Dat wordt nog maar eens geïllustreerd door de dood op 20 november 1917 in Masnières van de 28-jarige John Shiwak, die de reputatie had de beste scherpschutter te zijn van het Newfoundland regiment.

John Shiwak is een van de minstens vijftien Inuit die deel uitmaken van het Newfoundland regiment. Een van de weinige andere Inuit die opduiken in de oorlogsannalen is John Blake die eveneens in dit regiment dient.  In september 1918 raakt hij gewond in de buurt van Ledegem en hij overlijdt enige tijd later aan zijn verwondingen.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnShiwak_1917

 

Passendale in Canadese handen

De 1e en 2e Canadese divisie veroveren op 6 november 1917 het dorp Passendale, waarmee er feitelijk een einde komt aan de slag om Passendale. Toch duren de gevechten nog voort tot 10 november 1917, want de geallieerden willen ook de resterende hooggelegen gronden bij het dorp in handen krijgen, met name die in de omgeving van Hill 52.

Al snel komen de geallieerden tot de vaststelling dat de saillant van Passendale moeilijk te verdedigen zal zijn. De Canadezen weten het terrein nog te behouden tijdens de winter, maar in het voorjaar van 1918 is het dorp weer in Duitse handen, tijdens de vierde slag om Ieper.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

De foto toont Canadese soldaten en Duitse krijgsgevangenen na de inname van Passendale.

Passendale_1917November

Unternehmen Albion gaat van start

Het Duitse opperbevel wil in oktober 1917 de Russen onder druk zetten met een groot offensief richting Petrograd. Strategisch doel hierbij is een voor de Duitsers gunstige wapenstilstand met de Russen, zodat Duitse troepen vrijgemaakt kunnen worden voor het voorjaarsoffensief van maart 1918 aan het Westfront. Om de opmars succesvol
te laten verlopen is flankbeveiliging aan de noordflank noodzakelijk. Dit houdt in dat de Duitse marine de Golf van Riga moest beheersen. Derhalve was het beheersen van de
Golf en de inname van de drie eilanden (Ösel, Dagö en Moon) in deze Golf het operationele doel van de operatie. Riga zelf is al in september 1917 door het Duitse leger ingenomen.

Dit is de eerste grote amfibische operatie van de oorlog sinds de Geallieerde landing op Gallipoli in 1915. Voor het eerst worden op grote schaal vliegtuigen ingezet, vooral voor verkenningsvluchten.

De landingen op Ösel verlopen zonder veel hinder. Bataljons wielrijders doorkruisen op korte tijd het eiland. Na drie dagen is de hoofdstad Arensburg in Duitse handen.

Het succes is vooral te danken aan het feit dat de Duitsers voor aanvang duidelijke afspraken wisten te maken ten aanzien van de commandostructuur tussen maritieme en landeenheden.

bronnen
https://www.kvmo.nl/media/k2/attachments/marineblad_dec11.pdf
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2017/10/11/100-jaar-geleden–duitsers-landen-op-baltische-eilanden/

Albion_19171011

 

 

koperverzameling in Mechelen

In april 1917 was er al eens een opeising van koper in Mechelen. Iedereen moest het toen inleveren in de fabriek van Vincke en kreeg betaald per gewicht. Wie geen gevolg gaf aan de opeising, riskeerde een gevangenisstraf of een geldboete.

Op 1 oktober 1917 kleeft de Duitse overheid een nieuw opeisingsbevel voor koper aan de muren. Nu moeten de burgers hun koper inleveren in fabriek Roestenberg op de Raghenoplaats. Alles komt in aanmerking : toppen en krukken van deuren en vensters, lusters en sieraden… Alleen koper dat ijzervast staat, is vrijgesteld. In februari en juli van 1918 zullen er nog twee opeisingen van koper volgen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Image for object V 591 T from Museum Weißenfels - Schloss Neu-Augustusburg

de papegaai van de Spaanse loskaai

Vaak houdt de bemanning van een U-boot een dier aan boord als mascotte, meestal een scheepshond, konijn of vogel. Een kat was uitgesloten omdat die ongeluk kon brengen. Exotische dieren zoals een papegaai of een aap komen ook voor. Doorgaans zijn de dieren afkomstig van gepraaide schepen die exotische havens hebben aangedaan.

Leutnant zur See Friedrich Siegel, tweede in bevel van UC-64, heeft een papegaai aan land gebracht en achtergelaten in zijn woning op de Spaanse loskaai in Brugge. De papegaai is op een van de patrouilles van UC-64 meegenomen van een gezonken schip, mogelijk de Franse bark Ville de Dieppe. Het beestje draagt de naam Roku en zal zijn baasje overleven, nadat Siegel niet meer van een patrouille terugkomt. De UC-64 vergaat op 20 juni 1918.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Siegel_SpaanseLoskaai

 

 

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917