sergeant Stubby

Op 5 februari 1918 ging hij de loopgraven van de Chemin des Dames in, ten noorden van Soissons. Hij lag meer dan een maand dag en nacht onder vuur. De herrie en stress die een aanslag vormden op de zenuwen van vele van zijn kameraden, tastten Stubby’s stemming niet aan. Zeker was hij zich bewust van het gevaar. Zijn boze gehuil als de slag voortduurde en zijn razende geblaf terwijl hij van de ene kant van de loopgraven naar de andere rende, toonden dat wel aan. Maar hij scheen te weten dat de grootste verdienste die hij kon leveren, het brengen van troost en vrolijkheid was.

Zo begint in 1926 het in memoriam voor sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond van de eerste wereldoorlog. Stubby (Stompje), zo genoemd vanwege zijn staartje, is uit de VS meegemsokkeld door korporaal Robert Conroy. Stubby verblijft de rest van de oorlog bij zijn baasje, hoewel de hond meerdere malen gewond raakt door granaatscherven en bij gasaanvallen. Hij is zo geliefd dat hij in het ziekenhuis van het Rode Kruis bijna als een mens behandeld wordt. Stubby treedt op als verzorgingshond die het slagveld afzoekt naar gewonde soldaten om hun troost te bieden, dan wel om de hospikken te waarschuwen. Na de bevrijding van Château-Thierry maken de vrouwen van de stad speciaal voor hem een geitenleren dekje, waar zijn medailles en lintjes aanhingen.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

SergeantStubby_1918

gasalarm in Diksmuide

Op 29 januari 1918 laat het hoofdkwartier weten dat een grootschalig gasbombardement werd uitgevoerd op de Belgen ten zuiden van Diksmuide. Ze horen overal gasalarm weerklinken, maar hebben geen idee van de resultaten. Verpleger Hilarion Thans weet het wel. Het is in zijn hospitaal een tragische dag omdat een loopgracht met slapende soldaten verrast werden door het Duitse gas. Velen zijn al dood als ze aankomen, anderen zieltogen en het schuim staat op hun lippen als rode sneeuw. Hij helpt met het toedienen van zuurstof. Dan treedt er even verbetering op, maar daarna begint hun adem te jagen. Het gezicht verraadt plotse benauwdheid. Dan volgt de dood. “Ze strekten de benen uit en stierven” noteert hij in zijn dagboek. Na 24 uur telt Hilarion veertien doden.

Dat de Belgen uit zijn op wraak, valt te begrijpen. De volgende dag (30 jan 1918) schieten hun kanonnen voor de zoveelste maal naar Diksmuide. De stad is altijd een geschikt doelwit geweest als ze de Duitsers willen doen bloeden. Op het kerkhof bij Adinkerke speelt zich een ander drama af. Het wordt een plechtige begrafenis van de gasdoden. Er zijn wat toespraken, maar er vloeien geen tranen. De erewacht van frontsoldaten presenteert het geweer. Even later ziet onze verpleger “de gehelmde frontmannen” zich verdringen voor de deur van de kantine. Ze roepen om pinten bier.

bron : Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

loopgraven_diksmuide

 

mosterdgas nabij Ieper

Voor de allereerste maal in de geschiedenis voeren Duitse troepen op 12 juli 1917 beschietingen uit met mosterdga, in de regio van Wieltje en Hooge, bij Ieper. In de loop van de volgende dagen zetten ze ook elders aan het front in de Westhoek mosterdgas in. De geallieerden zullen mosterdgas gebruiken naar het einde van de oorlog, vanaf september 1918.

Eerder gebruikte gassen, zoals chloor en fosgeen, stroomden uit gascilinders. Mosterdgas verstuift wanneer de granaat waarin het vervat zit, uit elkaar spat. De werking van mosterdgas is anders : het verstikt niet, maar trekt blaren in de huid en tast op termijn ook de longen en de ogen aan. Een andere naam voor mosterdgas is yperiet, naar Ieper, de plaats waar het gas voor het eerst in een oorlog werd aangewend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, Elsie en Mairi – engelen van Flanders Fields

mosterdgas_19170712

Gasmasker verplicht !

Lut Ureels haar grootvader, dorpsonderwijzer,moet ook met een gasmasker leren omgaan.

Weer alarm voor gas. Iedereen moet een gasmasker hebben. Wie op straat komt zonder, kan een beginboete krijgen van 5 frank. De schoolkinderen moeten nu ook een gasmasker dragen van een bijzondere soort, een cagoule.

Geregeld zullen we oefeningen houden om de kinderen en onszelf eraan te gewennen om met het masker op te schrijven en te luisteren. Het is zeer onaangenaam om met zo’n masker voor te ademen. Het gezicht van een klas vol maskers is akelig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande afbeelding is een schilderij van Thérèse Bisch.
http://centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/peinture/objets/la-grande-guerre-dans-les-toiles-de-therese-bisch

ThereseBisch_Masques_a_Gaz

 

Gasaanval in Hulluch

In het plaatsje Hulluch, niet ver van Loos-en-Gohelle (departement Pas-de-Calais) voert het Duitse leger op 27 april 1916 een gasaanval uit op de geallieerden, meer bepaald op de 16e Ierse Divisie van het Britse leger. Naar verluidt is de concentratie van het hier gebruikte chloorgas hoger dan eerder elders toegepast.

Over een frontlijn van zowat 3 kilometer staan 7400 gascilinders klaar. Eerst zorgen de Duitsers voor een rookgordijn, pas dan volgt er gas uit de helft van de flessen. Aan geallieerde zijde vallen bijna 600 slachtoffers, onder wie 140 doden.

Twee dagen later (29 april 1916) doen de Duitsers de gasaanval nog eens over, maar na een poos blaast de wind het gas weer in hun richting. Nu vallen er nog meer doden, weliswaar aan beide zijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsSoldaat_Chloorgas.jpg

Eerste fosgeengasaanval nabij Ieper

De datum van 19 december 1915 zal in de geschiedenis van de chemische oorlogvoering met rood aangestipt worden als de dag waarop voor het eerst fosgeen wordt gebruikt. Friedrich Haber had al in de begindagen aan het gebruik van fosgeen als wapen gedacht. Een dergelijke aanval voorbereiden vergt echter veel meer tijd dan een met chloorgas. De grote giftigheid van fosgeen dwingt de Duitse troepen eerst te beschikken over een degelijk gasmasker voor iedereen. Tegen het einde van 1915 staat het Duitse leger echter klaar. Opnieuw wordt de zone van Ieper uitgekozen en meer bepaald een sector tegenover de Britse troepen.

Het Duitse leger voert een tweevoudige aanval uit in het gebied tussen Mesen en Sint-Elooi. Om 5 uur in de ochtend openen Duitse manschappen de cilinders met chloorgas die opgesteld staan aan de frontlinie.

BelgischeSoldaat_BritseCagoule

Belgische soldaat met een Britse cagoule

Die eerste gasaanval was enigszins verwacht. De geallieerden wisten van gevangenen dat het een kwestie van tijd was van wachten op de juiste windrichting. De Britse troepen zijn dan ook voorbereid. Zodra het gas waargenomen wordt, gaat elk beschikbaar alarm af : claxons, klokken, sirenes… Meteen openen de Britten het vuur om een mogelijke Duitse aanval tegen te gaan.

Om 6u15 volgt een tweede, onverwachte en totaal verschillende gasaanval : de Duitsers schieten granaten af gevuld met fosgeen (carbonyl-dichloride). Gelukkig voor de Britten veegt een stevige wind het gas binnen een half uur weg, want hun gasmaskers waren niet voorzien op dergelijke concentraties fosgeen. Van de duizend door het gas bevangen militairen sterven er kort nadien ongeveer 120.

Uit rapporten blijkt dat de gebruikte gassen een vertraagde uitwerking hebben. Dat is ook het geval bij mannen die tijdens de aanval goed beschermd lijken te zijn. Maar acht tot veertien uur later blijkt de aantasting. Ze klagen over extreme vermoeidheid en die wordt snel erger wanneer ze enige lichamelijke inspanning moeten doen. Er sterven zelfs soldaten tijdens oefeningen, twaalf uur na de aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

de slag bij Loos

De slag bij Loos was onderdeel van het tweede Franse Artois-offensief in de herfst van 1915. De reden om aan te vallen werd geleverd door Joseph Joffre, die erop wees dat de geallieerden op een enorme suprematie konden rekenen in de verhouding van 3 tegen 1.

De aanval op Loos begon met een vierdaags bombardement vanaf 25 september 1915 waarbij 25.000 granaten werd afgevuurd. Onder bevel van Douglas Haig – die vraagtekens zette bij de, in zijn ogen, kleine hoeveelheid gebruikte granaten, zetten de Britten 6 divisies in. Een groot voordeel was de numerieke overmacht aan dit stuk front : 7 tegen 1. Voor het eerst gebruikten ook de Britten chloorgas – 5.100 bussen. helaas blies de wind de verkeerde kant uit, zodat er aan Britse kant 2.632 slachtoffers vielen (van wie ‘slechts’ 7 dodelijke).

Tot Haigs eigen verrassing bleek de aanval succesvol; de eerste dag veroverden zijn troepen Loos en trokken verder richting Lens. Haig vroeg om het IXe korps beschikbaar te stellen, maar sir John French maakte daar geen haast mee. Deze troepen arriveerden pas de volgende avond. Dit gaf de Duitsers de tijd om reservetroepen aan te voeren. Zonder voorafgaande beschietingen konden de Britten niet aanvallen, zo bleek de volgende dag. De Duitsers waren verwonderd dat de Engelsen zonder echte dekking richting hun machinegeweren liepen. Een herhaling van dit evenement, op 13 oktober 1915, liep vast door slecht weer en door nog meer verliezen. Alles bij elkaar vielen er 50.000 slachtoffers aan Britse kant, bij de Duitsers minder dan de helft hiervan.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Loos1915