de laatste brief van Edward Penney

Van aan het front in de Dardanellen schrijft Edward Penney op 29 oktober 1915 een brief naar zijn vader :

Het zou me minstens een week vragen om alles te vertellen wat er gebeurde sinds we hier landden in die vreselijke nacht van 6 augustus. Je hebt wellicht al gehoord van de landing bij Suvla baai en de bijbehorende blunders ? Ik kan je vertellen dat onze jongens hun werk gedaan hebben, maar dat ze er een zware prijs voor betaalden. Onze divisie begon aan de gevechten met vijftienduizend man, maar na de slag die verscheidene dagen duurde, hadden we er nog vierduizend.

We hebben hier te kampen met allerhande ontberingen door gebrek aan water en door de verschrikkelijke hitte. Op een keer lag ik in een bergkloof gedurende dertig uren. Ik durfde me niet te bewegen terwijl het water slechts een tiental meter van me verwijderd was. Maar het zou een zekere dood betekend hebben mocht ik om water geweest zijn.

Nauwelijks drie weken later sneuvelt Edward Penney.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

slag bij Chunuk Bair door majoor Ion George Brown

slag bij Chunuk Bair door majoor Ion George Brown

de badinstallatie van De Panne

Eind oktober 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek.

24 oktober 1915
De koude dagen breken aan. Wie er heeft, trekt zijn wintergoed aan. Mijn handschoenen van vorig jaar heb ik gevoerd met een lap van een oude onderbroek.

25 oktober 1915
Zonder spijt verlaten we de armzalige schuur, waar regen en wind vrije doortocht hadden en waar luizen en vlooien met duizenden woekerden. Het stro was gewoon verstoft. Nu overnachten we in De Linde (gehucht op de grens met Hoogstade en Pollinkhove), wel ver van het dorp maar het is er goed. Een wind- en regendichte zolder vormt de volgende tien dagen ons verblijf.

26 oktober 1915
We trekken naar De Panne voor een bezoek aan de badinstallatie. Ik herleef als gezuiverd en met ontsmette kleren. Ik krijg er ook vers ondergoed, wat ten zeerste welkom is, want bij gebrek aan een hemd droeg ik enige dagen een onderlijf.

De badinstallatie in De Panne bevond zich in de sloepenlaan. Na de oorlog werd het omgebouwd tot cinema Palace. Het plezier van nog eens een bad te kunnen nemen vinden we ook terug in het oorlogsdagboek van Fons Versmissen

bronnen

André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

http://www.depanne.be/product/1410/42-t-bad

http://oorlogsdagboek14-18fonsversmissen.skynetblogs.be/

De Panne - sloepenlaan

De Panne – sloepenlaan

Dokter Lievens trekt naar de eerste linie

In het dagboek van dokter Lievens staat op 25 oktober 1915 het volgende te lezen :

Op weg naar Diksmuide trekken we doorheen Lampernisse. De dorpskerk is totaal vernietigd, alleen een hoop stenen blijft over. Van Lampernisse leidt een houten pad ons door de velden tot aan de Oude Barrière op het kruispunt van de weg naar Pervijze en de weg van Lo naar Diksmuide.

Vanaf dat punt kom je in gangen die je doorheen Kaaskerke tot bij de eerste linie brengen. Hier wordt voortdurend geschoten. De kogels fluiten in alle richtingen, de vuurpijlen verblinden je, je botst tegen alle soorten hindernissen, je komt afgeloste infanteriemannen tegen die beladen zijn als ezels. Het is bijna onmogelijk om in de smalle gang een tegenligger te kruisen. Heb je het ongeluk naast de passerelle te trappen, dan ben je nat en bemodderd tot aan de knieën. Je vloekt en je gromt.

Uiteindelijk beland ik in mijn schuilplaats tegen de Ijzeroever in het midden van de sector. Ik zit van kop tot teen onder het slijk. Tijdens de nacht verzorg ik Louis Silverrams van de 1e eskadron, die door een kogel in de voorarm werd getroffen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts in de loopgraven van WOI, Lannoo

Marc-Henri Meunier - passerelle no 15

Marc-Henri Meunier – passerelle no 15

Britse belofte aan de Arabieren

Henry McMahon, de Britse Hoge Commissaris in Egypte, schrijft op 24 oktober 1915 een brief aan Hoessein ibn Ali, de Sjarief van Mekka, waarin hij meedeelt dat Groot-Brittannië akkoord gaat met de onafhankelijkheid van de Arabieren na de oorlog, in grote delen van het Midden-Oosten.

McMahon, die optreedt namens de Britse regering, vermeldt wel enkele uitzonderingen, onder meer de gebieden die liggen in wat een eeuw later Syrië en Libanon heet. Palestina wordt niet aangehaald als uitzondering, en wordt door de Britten beschouw als een deel van de Arabische gebieden.

Later zal Groot-Brittannië terugkomen op de belofte met betrekking tot Palestina.

HusseinMcMahon1915_16

Met man en muis vergaan

In een klap verliest de Duitse marine op 23 oktober 1915 672 manschappen wanneer torpedo’s afgevuurd door de Britse duikboot E9 exploderen in het munitiemagazijn van de SMS Prinz Adalbert. Slechts drie bemanningsleden overleven de ramp.

De maar net herstelde SMS Prinz Adalbert, een bewapende kruiser, vaart op dat bogenblik ongeveer 30 km ten westen van Libau (Letland) in de Baltische zee, in gezelschap van enkele torpedojagers.

SMS Prinz Adelbert

Fataal bombardement voor foerageurs

Louis Barthas ligt in de eerste linies nabij Neuville-Saint-Vaast en beschijft het volgende in zijn dagboek.

Op de 17e oktober 1915 om negen uur ’s avonds ontplofte een granaat op dertig meter afstand van onze plek midden in de loopgraaf. Twee ongelukkige foerageurs die hun groep van voedsel moesten voorzien, waren op slag dood. Een van hen was de arme kameraad Vieu uit mijn streek die in juli bij ons was gekomen. Hij behoorde tot mijn groep, maar na enige tijd was hij overgeplaatst naar de 18e compagnie waar zijn broer zat die foerageur was van de officieren. Deze laatste werd korte tijd later ook gedood. Het waren goed en eerlijke mensen, actief in de socialistische partij van hun dorp. Oorlog is niet bepaald ongunstig voor de kapitalistische burgerij !

Bij de aflossing werd de 18e compagnie die naast ons lag, zwaar getroffen; er viel een twintigtal doden of gewonden. Onze compagnie telde maar drie gewonden. Dit hadden we te danken aan het feit dat we zo dichtbij de Duitsers lagen dat hun artillerie niet op ons durfde te schieten uit vrees hun eigen loopgraven te raken.

bron : Louis Barthas, dagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuijzen.

tekening van Leroux - cortège des cuistots

tekening van Leroux – cortège des cuistots

John Kipling vermist in Loos

My_Boy_Jack_John_KiplingDe slag van Loos, die op 25 september 1915 begon, eindigt op 18 oktober 1915. Een opvallend gegeven van deze veldslag is dat hier voor het eerst Britse troepen op grootschalige wijze chloorgas gebruiken. Ongeveer 600 Duitse soldaten komen daarbij om het leven, naast zeven Britse (omwille van lokaal draaiende wind).

Na een eerder succesvol begin voor de Britten eindigen de gevechten bij Loos in wat je een gelijkspel zou kunnen noemen. Beide partijen eisen de overwinning op, maar niemand behaalde ze. Een van de tienduizenden slachtoffers is de enige zoon van schrijver Rudyard Kipling (“Jungle Book”, “the Man who would be King”0. De ontroostbare auteur zoekt dagenlang tevergeefs naar enige spoor van zijn zoon.

Naar het einde van deze veldslag daalde het aantal onderlinge confrontaties. Daardoor duiken ook andere einddata dan 18 oktober op : 8 oktober, 19 oktober…

Daniel Radcliffe, de acteur die jarenlang in de Harry Potterfilms heeft gespeeld, vertolkt de rol van John Jack Kipling in de film “My Boy Jack”.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling

https://en.wikipedia.org/wiki/My_Boy_Jack_(film)

My_Boy_Jack_Film