het kanteljaar van Mussolini

1919 wordt het jaar waarin Mussolini zich een weg zoekt in de nieuwe politieke wereld van het naoorlogse Italië. Voor de uitbraak van de oorlog was Benito Mussolini een overtuigd socialist, naar het voorbeeld van zijn vader Alessandro, die militant was in de Italiaanse tak van de Eerste Internationale. En dus volgt Benito in 1914 nog de houding van de socialisten die willen dat Italië zich afzijdig houdt in de oorlog.

Maar links raakt verdeeld en er verschijnt in oktober 1914 al een links groepering die voorstander is van een interventie van Italië in de oorlog. Deze interventionisten lanceren een manifest op 7 oktober 1914. Mussolini schaart zich achter deze ideeën en neemt zijn ontslag in de socialistische partij. Hij start zijn eigen dagblad onder de titel Il Popolo d’Italia.

Na de oorlog zoekt Mussolini zijn plaats in de Italiaanse politiek. Hij verwijt de socialisten een dubbelzinnige en defaitistische houding, wat volgens hem geleid heeft tot de grote nederlaag bij Caporetto. Op 23 maart 1919 sticht hij in Milaan zijn Fasci di Combattimento. In het programma van deze beweging zijn nog heel wat linkse elementen terug te vinden en Mussolini probeert de leider te worden van de linkerzijde in de Italiaanse politiek. Deze rivaliteit met andere linkse partijen leidt tot de brandstichting van de kantoren van het linkse blad Avanti in april 1919, tijdens gevechten op de via dei mercanti. Daarnaast zijn er ook nationalistische punten en Mussolini bezoekt in oktober 1919 D’Annunzio die met een aantal aanhangers gewapenderhand de stad Fiume bezet om zo de annexatie door Italië af te dwingen.

In november 1919 presenteert Mussolini een fascistische lijst die deelneemt aan de verkiezingen van 16 november. Zijn lijst behaalt slechts 4.795 stemmen tegenover 170.000 voor de socialisten en 74.000 voor de katholieken. Terwijl de socialisten hun overwinning vieren, gooien 2 fascisten op 17 november granaten naar de vierende massa waar er 9 gewonden vallen. Mussolini wordt gearresteerd en na 48 uur weer vrijgelaten. In december volgt er terug een gewelddadige confrontatie tussen socialisten en fascisten in de straten van Rome. 1919 wordt gezien als een kanteljaar voor de fascisten die eerst aan de linkerzijde proberen hun leiderschap te veroveren. Als dat niet lukt, kijken ze naar de Italiaanse politieke rechterzijde.

bronnen
https://passapalavra.info/2014/04/92912/
https://fr.wikipedia.org/wiki/Benito_Mussolini#1918_et_1919_:échec_des_alliances_et_du_positionnementà_gauche

België kiest een nieuw parlement

Op 16 november 1919 trekken de Belgen voor de eerste keer terug naar de stembureau’s sinds het einde van de Groote Oorlog. Het zijn tevens de eerste verkiezingen die verlopen onder algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen. De vrouwen hebben nog geen stemrecht al kent men de weduwen van gesneuvelde soldaten wel het voorrecht toe om ook te gaan stemmen. Dit stemrecht is vlak na de wapenstilstand op 15 november 1918 afgesproken tussen de koning en enkele parlementairen op het kasteel van Loppem. Daarmee wil men voorkomen dat een antwoord op de legitieme vraag naar een betere politieke vertegenwoordiging te lang op zich laat wachten en sommigen dan maar het voorbeeld van de Russische revolutie van 1917 zouden verkiezen. Meer informatie over die afspraak is te lezen in dit artikel.

Na de verkiezingen is de absolute meerderheid van de katholieken gebroken. De katholieke en socialistische blokken zijn bijna even groot : 73 tegenover 70 zetels. De katholieken zijn echter verdeeld: de Vlaams- en democratisch-gezinde katholieken vormen een aparte fractie in de Kamer. De liberalen zitten met 34 zetels op de wip tussen de twee grote partijen. De Frontpartij en Daensisten behalen 5 zetels. In de senaat zijn de fiscale voorwaarden om verkozen te worden nog niet aangepast. Daardoor behouden de katholieken daar hun absolute meerderheid. Na de verkiezingen wordt een regering van nationale eenheid Delacroix II gevormd. De katholieken krijgen 5 ministers toegewezen, de socialisten 4 ministers en de liberalen krijgen 3 ministers. De regering zal echter al ontslag nemen op 20 november 1920 na een onenigheid over het leveren van munitie aan Polen dat door het Rode leger bedreigd wordt.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_verkiezingen_1919
https://nl.wikipedia.org/wiki/Regering-Delacroix_II

algemeen stemrecht in België

Bij de bevrijding van Brussel op 22 november 1918 neemt koning Albert I de politieke wereld in snelheid door in zijn troonrede de onmiddellijke invoering van het enkelvoudig stemrecht aan te kondigen: één man, één stem. En dit zonder een wijziging van de Grondwet af te wachten.

De aankondiging in de troonrede moet natuurlijk tot een wetswijziging leiden. Op 27 december 1918 wordt een wetsontwerp ingediend, maar daarna volgt een politieke patstelling. Grondwettelijke scrupules worden opzij geschoven: niemand kan het idee verdragen om in een meervoudig stemrecht frontsoldaten met slechts één stem te zien en oorlogswoekeraars daarentegen met drie stemmen. De katholieke partij, nog steeds met een vooroorlogse absolute meerderheid, vreest deze meerderheid echter te verliezen en eist in ruil ook stemrecht voor vrouwen. Er is nog steeds geen akkoord tijdens de behandeling in de plenaire Kamer. Met de eindstemming in zicht staat de regering van nationale unie op het punt uiteen te vallen.

Op 10 april 1919 bereiken de Kamerfracties eindelijk een akkoord. Het enkelvoudig stemrecht kan er komen, met als symbolische toegift ook stemrecht voor oorlogsweduwen, moeders van gesneuvelde (ongehuwde) soldaten en door de bezetter veroordeelde vrouwen. Volgens het akkoord zal de weg ook worden vrijgemaakt voor het vrouwenstemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen. Voor volledige gelijkheid tussen vrouwen en mannen is het nog wachten tot de parlementsverkiezingen van 1949. Katholiek Kamerlid (en latere eerste minister) Henri Carton de Wiart krijgt de eer het politieke akkoord in de Kamer aan te kondigen. Even later volgt een eenparige stemming van de compromistekst.

bron : https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/pri/1418&language=nl&story=alaune.xml

nieuwe politieke beweging in Italië

Op 23 maart 1919 sticht Benito Mussolini in de zaal Circolo op de piazza San Sepolcro in Milaan een nieuwe beweging onder de naam “fasci Italiani di combattimento”. Het woord fasci betekent “bundel” en verwijst ook naar de Romeinse “fasces cum securi”, de roedenbundel met bijlkop, symbool van autoriteit.

Op de bijeenkomst van 23 maart wordt het programma van Piazza San Sepolcro ondertekend, genoemd naar de plaats waar ze samenkomen. De beweging wil veteranen van de oorlog verenigen rond nationalistische eisen. Zo zal Italië na het verdrag van Versailles een aantal streken van Oostenrijk-Hongarije krijgen, zoals Zuid-Tirol en de havenstad Trieste. Maar de Italiaanse nationalisten willen meer zoals de streek Dalmatië dat naar Joegoslavië zal gaan.

De eerste aanhangers van deze nieuwe beweging zijn de zogenaamde Arditi, Italiaanse commando’s bekend om hun zwarthemden. Het is dan ook zwart dat de kleur van deze nieuwe beweging zal worden.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Fasci_di_Combattimento
https://en.wikipedia.org/wiki/Fasci_Italiani_di_Combattimento



Ieper gaat voor de heropbouw

Op 23 februari 1919 neemt de gemeenteraad van Ieper een belangrijke beslissing : ze gaan voor de wederopbouw van de stad. Die beslissing wordt genomen in een zitting die 10 uur duurt, van 9u ’s morgens tot 19u ’s avonds. Daarmee gaat de gemeenteraad in tegen de wens van Winston Churchill. Die heeft als Britse minister van oorlog verklaard dat hij de Ieperse ruïnes wil bewaren. Berichten daarover zijn ook al in de pers verschenen.

De bijeenkomst zelf is te danken aan de gastvrijheid van het Franse plaatsje Le Touquet. Daar worden 6.000 Belgische vluchtelingen, onder wie veel Ieperlingen, opgevangen, naast de talrijke Britse en Franse oorlogsslachtoffers. Het Ieperse stadsbestuur onder leiding van burgemeester Colaert wordt er gehuisvest in de Villa Domrémy. Op 23 februari 1919 vergadert de Ieperse gemeenteraad in de raadzaal van Le Touquet nadat ze hier van de Fransen en van koning Albert I de goedkeuring hebben gekregen.

bronnen
https://www.ieper.be/100-jaar-geleden-werd-beslist-om-ieper-her-op-te-bouwen
http://www.wo1.be/nl/jewaserbij/7771/tentoonstelling-brengt-band-tussen-ieper-en-le-touquet-in-herinnering

aanslag op Kurt Eisner

Nadat hij de leiding nam van de novemberrevolutie, heeft Kurt Eisner de Beierse vrijstaat uitgeroepen en is hij regeringsleider van Beieren geworden. Politiek gezien is hij socialist, maar gezien de SPD de oorlog in 1917 nog steeds steunt, is hij daarna lid van de USPD (Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands).

Aan de rechterkant wordt Eisner gehaat omdat hij in 1918 de staking in munitiefabrieken steunt. In december 1918 publiceert hij documenten om Duitslands hoofdschuld aan de oorlog te bewijzen, wat hem in nationalistische kringen nog meer onpopulair maakt. Maar ook aan de linkerzijde heeft hij vijanden. Als in januari 1919 in Beieren de Spartakusbeweging de wapens opneemt, laat Eisner kommunisten en anarchisten oppakken. 

Op 21 februari 1919 verlaat Kurt Eisner het ministerie van buitenlandse zaken om zijn ontslagbrief te gaan voorlezen in het parlement. Hij is in het gezelschap van 2 partijleden en 2 lijfwachten. Een voormalige luitenant, graaf  Anton von Arco auf Valley schiet hem 2 kogels in de rug en in het hoofd. Eisner sterft ter plaatse. Von Arco wordt neergeschoten door de lijfwachten van Eisner en geraakt zwaargewond. Hij wordt geopereerd en herstelt van de schotwonden. In eerste instantie wordt hij ter dood veroordeeld maar deze doodstraf wordt later omgezet in gevangenisstraf. In 1925 wordt graaf von Arco vrijgelaten. 

bron : https://de.wikipedia.org/wiki/Kurt_Eisner

KurtEisner_1919

aanslag op Clemenceau

Iedere ochtend rond half negen komt een limousine de Franse premier Georges Clemenceau ophalen in zijn huis in de rue Franklin nummer 8 om hem naar het Ministerie van Oorlog te brengen. Dat is al jaren de gewoonte en dus ook op 19 februari 1919. Alleen is er deze keer een ongenode gast Emile Cottin. Die heeft de voorbije dagen aandachtig gekeken naar het parcours van de wagen en opgelet waar de wagen moet vertragen. Dat is aan het kleine kruispunt van Passy, de huidige Square Costa Rica. Zodra de wagen daar is en vertraagt, rent hij naar voor en hij schiet 10 keer op de premier. Een goed schutter is Cottin niet. Twee kogels schieten het raam van de wagen aan diggelen, één kogel treft een agent en de zeven anderen schiet hij af op de plaats waar Clemenceau zit.

De chauffeur rijdt Clemenceau snel terug naar huis. Een menigte snelt toe en stort zich op de aanvaller. De politie kan met moeite voorkomen dat die ter plekke geluncht wordt. Georges Clemenceau is behoorlijk populair, zeker omdat hij door zijn wilskracht en volharding is blijven streven naar de overwinning. Dokter Laubry stelt vast dat drie kogels Clemenceau geraakt hebben. Eén ervan zit te dicht bij zijn hart en zal nooit verwijderd worden.

Op 14 maart 1919 verschijnt Emile Cottin voor de rechtbank. Hij is een meubelmaker met anarchistische sympathieën. Zijn motief voor de aanslag was een staking uit 1918 in een munitiefabriek, die door de politie zwaar is aangepakt en waarbij agenten op de stakers hebben geschoten. Op de vergaderingen van anarchisten die Cottin bijwoont, wordt Clemenceau als stakingsbreker beschouwd. Emile Cottin betuigt geen spijt en wordt ter dood veroordeeld. De krant Le Libertaire  start een campagne om de doodstraf om te zetten. Ze vergelijken de straf met de recente vrijlating van de moordenaar die Jean Jaures in 1914 heeft vermoord. De campagne slaagt in haar opzet : de uiteindelijke straf is 10 jaar cel, gevolgd door huisarrest.

Georges Clemenceau gaat de dag na de aanslag al weer aan het werk en sterft in 1929 zonder ooit nog last te hebben van die ene kogel dicht bij het hart. Emile Cottin sluit zich in 1936 aan bij een anarchistische brigade die gaat vechten in de Spaanse burgeroorlog en hij sneuvelt aan het front nabij Zaragoza.

bronnen
http://www.histoire-auteuil-passy.org/archives/documents-thematiques-sur-le-xvie-arrondissement/attentat-clemenceau-1919