gemeenteraadsverkiezingen in België

Op 24 april 1921 worden er voor het eerst sinds de Groote Oorlog gemeenteraadsverkiezingen gehouden in België. Voor het eerst mogen ook vrouwen gaan stemmen. Ze zijn met meer dan twee miljoen en dat heeft ook vrouwelijke burgemeesters tot gevolg. Strikt genomen is het niet de allereerste keer dat er vrouwen naar de stembus mogen. Bij de parlementsverkiezingen van 1919 is er al een zeer beperkt aantal vrouwelijke kiezers: vrouwen die tijdens de oorlog wegens patriottische daden door de Duitse bezetter zijn gevangen gezet, maar ook weduwen – echtgenotes of moeders van gesneuvelde militairen of burgers die door de bezetter zijn gedood.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen worden vrouwen bijna gelijkgesteld aan mannen. De wet sluit wel prostituees en overspelige vrouwen van stemrecht uit. Het is hoe dan ook een grote vooruitgang. Tot aan de Groote Oorlog hebben Belgische vrouwen helemaal geen stemrecht. 

Het feit dat vrouwen wel mogen stemmen voor de gemeenteraad maar niet voor het parlement is een gevolg van een compromis tussen socialisten, liberalen en katholieken. De anticlericale socialisten en liberalen achten de invloed van meneer pastoor op de vrouwen te hoog en dat zorgt ervoor dat de stap naar stemrecht voor vrouwen voor het parlement een stap te ver is. De katholieken volgen die redenering eveneens en zijn dan ook fervente voorvechters van het vrouwenstemrecht.

Door de oorlog zijn er meer vrouwelijke dan mannelijke kiezers zijn maar toch leiden die gemeenteraadsverkiezingen niet meteen tot een vervrouwelijking van de gemeentebesturen. Slechts in 146 gemeenteraden – op een totaal van meer dan 2.600 – worden één of meerdere vrouwen verkozen. Samen zijn er amper 196 vrouwelijke gemeenteraadsleden, minder dan één procent van het totaal. Het aantal vrouwelijke burgemeesters en schepenen is uiteraard nog veel kleiner. Als gevolg van de verkiezingen van 1921 worden 6 vrouwen burgemeester en 13 schepen.

Als oud-inwoner van Ranst vermeld ik graag Amelia Brocken, die bijna uit het niets burgemeester wordt van de Antwerpse gemeente Emblem (nu een deel van Ranst). Ze is de vrouw van een sluismeester op de Kleine Nete maar heeft middelbaar onderwijs genoten – eerder uitzonderlijk voor die tijd – en is erg sociaal geëngageerd. Bij de verkiezingen in Emblem komt Amelia Brocken op met een lijst met haarzelf als enige kandidate. 

Toch wordt ze verkozen. Geen enkele lijst haalt een meerderheid en er kan geen kandidaat-burgemeester worden voorgedragen. Amelia Brocken wordt eerst gekozen tot eerste schepen en daarmee waarnemend burgemeester. Als er na een jaar nog geen burgemeester is, stelt de arrondissementscommissaris voor haar te benoemen. Ze heeft ook de meeste voorkeurstemmen behaald. 

Als burgemeester zorgt ze ervoor dat Emblem een behoorlijk schoolgebouw krijgt. Bij de volgende verkiezingen wordt ze opnieuw verkozen op een “éénvrouwslijst”. Ze haalt zoveel stemmen dat de lijst meerdere zetels had kunnen halen als er meerdere kandidaten waren geweest! Maar ditmaal sluiten de andere lijsten een coalitie die haar beletten om burgemeester te blijven.  

bron : https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/04/07/100-jaar-geleden-belgische-vrouwen-gaan-voor-het-eerst-stemmen/

hinderlaag in Renzino

In Italië nemen de politieke spanningen toe, voornamelijk door de agitatie van de nieuwe fascistische beweging van Mussolini. In de provincie Arezzo, in Toscane, hebben de fascisten al heel wat macht verworven. Maar er is één deel van deze provincie dat nog altijd rood is : de Valdichiana en in het bijzonder Foiano, met de communistische burgemeester en raadsleden. In de ochtend van 12 april 1921, nadat de burgemeester en de raad van Foiano della Chiana de dreigende en onwettige verzoeken om ontslag hebben afgewezen , vallen 150 fascisten, geëscorteerd door het leger, de straten van Foiano binnen.

Het hoofdkwartier van de socialistische afdeling en coöperatie, de Arbeidskamer en het stadhuis worden verwoest . Onfortuinlijke voorbijgangers worden geslagen en geslagen, de ouders van de burgemeester en die van de communistische voorman Gervasi worden bedreigd. Tijdens de inval houdt de politie zich afzijdig en grijpt niet in tegen de squadristi. Zo nemen burgemeester en gemeenteraad op vrijdag 15 en zaterdag 16 april, na het geweld en de vernieling een paar dagen eerder, ontslag om de veiligheid van de burgers te beschermen.

Op zondag 17 april 1921 , om vijf uur ’s ochtends, vertrekken twee vrachtwagens met fascisten met 22 gewapende zwarte hemden naar Foiano. De geweren zijn uitgeleend uit de wapenarsenalen van het leger. Het stadhuis wordt weer op zijn kop gezet, ze breken de huizen binnen en dreigen socialisten en communisten gevangen te nemen. Hetzelfde lot treft opnieuw de bejaarde ouders van de communistische voorman Gervasi.

In de namiddag wordt een van de twee fascistische vrachtwagens op de terugkeer in een hinderlaag gelokt door een groep aangevoerd door Bernardo Melacci, de anarchistische leider, en Galliano Gervasi. Overrompeld worden drie zwarte overhemden gedood en raken er nog veel meer gewond.

De zwarte reactie liet niet lang op zich wachten. Ploegen van fascisten komen uit Toscane en zelfs uit Rome. Op de avond van 17 april staan er heel wat huizen en boerderijen in Renzino in brand. Wie zich verzet, wordt gedood. De volgende dag wordt op het centrale plein van Foiano een “fascistische rechtbank” opgericht en wordt een onbepaald aantal inwoners van het gebied geëxecuteerd met een jachtgeweer op het hoofd. In de daaropvolgende weken volgen nog heel wat schijnprocessen.

bron : https://www.lavaldichiana.it/renzino-resistenza-foiano/

Black Friday in Engeland

Begin April 1921 heeft de Britse overheid de Defense Force opgericht (lees meer op deze pagina) . Daarmee wil de overheid problemen voorkomen nu de mijnen na de oorlogsjaren weer in private handen zijn en er een staking dreigt. De mijnwerkers zijn er immers niet mee opgezet dat de eigenaren van de mijnen hen zware looninleveringen willen opdringen.

Op vrijdag 15 april 1921 krijgen de stakende mijnwerkers een zware klap te verwerken. Ze hoopten op steun van de Triple Alliance, het verbond van de drie grote vakbonden van mijnwerkers, transport en spoorwegen, om het land lam te leggen en zo de loonsverlagingen van de mijnwerkers af te wenden. Maar die dag krijgen ze te horen dat de vakbonden van transport en spoorwegen niet oproepen tot staking. Daarmee is de kans van de mijnwerkers verkeken om hun loon te behouden. Vrijdag 15 april 1921 staat daarom bekend als Black Friday.

De mijnwerkers kunnen hun staking twee maanden volhouden. Daarna moeten ze de eisen van de mijneigenaren aanvaarden en de loonsverlagingen slikken of hun ontslag en elders werk zoeken.

bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Black_Friday_(1921)

https://pasttenseblog.wordpress.com/2016/04/15/today-in-trade-union-history-black-friday-1921-leaders-of-rail-and-transport-unions-shaft-striking-miners/

Britse Defence Force wordt opgericht

Op 4 april 1921 wordt de Britse Defence Force opgericht. Daarmee wil de Britse overheid een antwoord geven op de crisis in de Britse mijnen. Tijdens de Groote Oorlog waren die mijnen onder staatstoezicht geplaatst omdat ze fundamenteel waren voor de oorlogvoering. Einde maart 1921 zijn de mijnen terug aan de privé-eigenaren overhandigd. En wat men kon verwachten, is ook gebeurd : de eigenaren dwingen de mijnwerkers tot inleveringen. Die inleveringen kunnen tot bijna de helft van het loon bedragen. De Britse mijnwerkers zoeken al snel steun bij de Triple Alliance, de alliantie van de vakbonden van mijnwerkers, spoorwegpersoneel en de National Transport Workers federation (alle personeel uit transportsector zoals dokwerkers, zeemannen, personeel van openbaar vervoer en chauffeursuit privésector).

De overheid wil met de Defence Force onder meer oud-soldaten terug oproepen voor een korte periode en ze inzetten om de stakingen onder controle te houden. Vrijwilligers moeten tussen 18 en 40 jaar zijn. De recruten dienen tijdens een periode van 90 dagen en worden betaald volgens de barema’s van het leger.

bron : https://www.longlongtrail.co.uk/army/other-aspects-of-order-of-battle/defence-force-1921/

de Caïro conferentie

De Britten houden een conferentie van 12 maart tot 30 maart 1921 over het Midden-Oosten. De meeste bijeenkomsten worden gehouden in Caïro al zijn er ook belangrijke ontmoetingen in Jeruzalem. Doel van deze conferentie, bij de Britten gekend als “the Cairo Conference“, is de voormalige Arabische provincies van het Ottomaanse rijk een nieuwe indeling en plaats te geven in het Britse gemenebest.

De startpunten van deze conferentie waren het Sykes-Picot verdrag en de Balfour verklaring. Met het Sykes-Picot verdrag hebben Britten en Fransen in 1916 al afspraken gemaakt over de verdeling van het Ottomaanse rijk nadat ze de oorlog zouden winnen. De Balfour verklaring van 1917 verwijst naar de belofte van Arthur Balfour, staatssecretaris van Buitenlandse zaken, aan de Joden om voor hen een thuisland te stichten in het Midden-Oosten.

De hoofdpersonages van deze conferentie zijn Winston Churchill en de Britse officier Thomas Edward Lawrence, beter bekend als “Lawrence of Arabia”. Op de foto hieronder zijn ze samen te zien tijdens de Caïro conferentie. Beide mannen hebben mekaar al eerder ontmoet in 1919, maar dat had toen geen grote indruk gemaakt op Churchill. Maar tussen het verdrag van Versailles en de Caïro conferentie wijzigt Churchill van gedachten. Hij heeft het Colonial Office onder zijn hoede gekregen en heeft zo een onpopulaire oorlog in Mesopotamië (Irak) gekregen waar Britse en Indische soldaten het dagelijks aan de stok krijgen met Arabische rebellen. Om daaruit te geraken, benoemt hij T.E. Lawrence als zijn assistent. Beide mannen stellen een plan op om de voormalige Ottomaanse provincies te verdelen. Palestina wordt in tweeën verdeeld. Het westelijk deel krijgt de naam Palestina en het oostelijk deel wordt Transjordanië. Palestina blijft onder Brits mandaat en Transjordanië en Mesopotamië (het latere Jordanië en Irak) worden toevertrouwd aan de Hasjemieten, koning Hoessein en zijn zonen Faisal en Abdoellah. Faisal wordt koning van Mesopotamië en Abdoellah krijgt Transjordanië toevertrouwd.

We zijn nu honderd jaar verder en het mag duidelijk zijn dat de Britse regeling niet heeft geleid tot stabiliteit in de regio.

Bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Cairo_Conference_(1921)
https://www.cliohistory.org/thomas-lawrence/cairo/
https://www.loc.gov/exhibits/churchill/interactive/_html/wc0079.html


Verkiezingen in Opper-Silezië

Op 20 maart 1921 gaan de inwoners van Opper-Silezië naar de stembus. Daarmee bepalen ze of hun regio bij Duitsland blijft dan wel kiest voor Polen. Die verkiezingen zijn een gevolg van het verdrag van Versailles dat delen van Duitsland aan de nieuw opgerichte buurstaten heeft gegeven. In bepaalde regio’s, waar er een gemengde bevolking woont, heeft die bevolking inspraak via een referendum. In het geval van Opper-Silezië gaat het om een industriële regio en dus heeft deze verkiezing een economische impact. Het eerste idee in 1919 om de ganse regio aan Polen toe te wijzen, wordt op vraag van Groot-Brittannië opnieuw in vraag gesteld. Indien Duitsland deze economisch belangrijke regio verliest, zal het moeilijker worden de herstelbetalingen aan Frankrijk en België te voldoen. Met het referendum hoopt men zo tot een aanvaardbare opdeling te komen.

Het gebied is bezet door het Britse, Franse en Italiaanse leger. Zowel de Polen als de Duitsers mogen campagne voeren om stemmen te ronselen. Die campagneperiode wordt ontsierd door gewelddadige incidenten langs beide kanten. De uitslag stemt grosso modo overeen met de verdeling van de bevolking : overwegend Duits in de steden en Pools in het omringende platteland. In cijfers uitgedrukt komt het erop neer dat ongeveer 60% voor Duitsland stemt en 40% voor Polen.

De volkenbond krijgt het laatste woord. Polen krijgt ongeveer de helft van de bevolking, maar slechts een derde van het grondgebied. Niet onbelangrijk : met dit derde deel krijgt Polen wel 80% van de zware industrie in de regio. De Duitse en Poolse regeringen komen overeen om de belangen van de minderheden in de landen op zijn minste 15 jaar te waarborgen. 

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Referendum_in_Opper-Silezi%C3%AB
https://fr.wikipedia.org/wiki/Pl%C3%A9biscite_de_Haute-Sil%C3%A9sie

Verdrag van Sèvres in de prullenbak

Het verdrag van Sèvres, ondertekend op 10 augustus 1920, heeft de grenzen van het Ottomaanse rijk hertekend.
In het noordoosten van het huidige Turkije is er ruimte voor een onafhankelijk Armenië, een autonoom Koerdistan en de Grieken krijgen een deel van Thracië en de streek rond Smyrna waar er een gemengde bevolking van Turken en Grieken woont. Het Ottomaanse leger wordt ontbonden en wat er nog rest van het Ottomaanse rijk, komt onder controle van Britten, Fransen en Italianen.
De sultan aanvaard het verdrag van Sèvres, maar generaal Kemal en zijn nationale beweging verwerpen dit verdrag. Het wordt door geen enkel parlement geratificeerd, op het Griekse parlement na. Generaal Mustafa Kemal, later bekend als Kemal Atatürk, verzamelt getrouwen om zich heen en gaat in de tegenaanval.

In de herfst van 1920 verklaart de Franse politicus Georges Leygues op een conferentie in Londen dat Frankrijk dit verdrag niet zal ratificeren en dat het herzien moet worden. Mustafa Kemal voert op dat moment oorlog tegen de troepen die de sultan trouw zijn gebleven, tegen de Grieken en Armeniërs en tegen de bezettingstroepen van de geallieerden. Op 2 december 1920 dwingt Kemal de Armeniërs het verdrag van Kars te ondertekenen en lijft hij de regio rond Kars bij Turkije in. De oorspronkelijke bevolking van Lazaren, Mescheten, Georgiërs en Armeniërs
worden verjaagd en vervangen door Turken en Koerden.

In februari en maart 1921 is er een conferentie in Londen over de herziening van het verdrag van Sèvres. Op 9 maart 1921 ondertekenen de Franse een akkoord waarmee ze afzien van hun rechten op Cilicië.
Op 12 maart 1921 volgen de Italianen die afspreken om de regio rond Antalya te verlaten vanaf juni.

In Duitsland is er een aankomend politicus die het hele gebeuren aandachtig volgt en ziet hoe generaal Kemal met standvastigheid en wapengeweld verdragen met de geallieerden herschrijft : Adolf Hitler.

bronnen
http://www.memoiresdeguerre.com/article-traite-de-lausanne-1923-107400884.html
https://fr.wikipedia.org/wiki/1921

De republiek Labin

Op 2 maart 1921 wordt de republiek Labin uitgeroepen in Istrië (tegenwoordig deel van Kroatië). De republiek wordt bestuurd door mijnwerkers en boeren. De actie is een antwoord op de italianisering van de streek nadat Italië Istrië heeft toegewezen gekregen door het verdrag van Saint-Germain. Niet alleen de Italiaanse overheid maar ook fascistische groeperingen zetten de plaatselijke bevolking onder druk. Meer bepaald de mijnwerkers van de streek rond Labin meten zich in wekenlange confrontaties met de Italiaanse mijneigenaren tegen de uitbuiting. Op 1 maart 1921 escaleert het conflict, als fascistische paramilitairen de leider van de mijnwerkers, Giovanni Pippan aanvallen en zwaar verwonden. Vanaf 2 maart protesteren meer dan 2000 arbeiders tegen de fascistische terreur. Boeren en andere inwoners van Labin sluiten zich bij hen aan. Een mijnwerkerscomité roept op tot staking en bezet de steenkoolmijnen. De leuze van de nieuwe republiek wordt dan ook “Kova je nasa” (“De mijn is van ons”).

Op 8 april 1921 stuurt de Italiaanse overheid een duizendtal soldaten om een einde te stellen aan de republiek. Na de urenlange gevechten worden de mijnwerkers overmeesterd en 52 onder hen verschijnen voor de rechtbank. Het is daarmee ook gedaan met de republiek van Labin. Maar deze republiek wordt wel beschouwd als de allereerste daad van verzet tegen het groeiende fascisme.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_Labin

Staatsgreep in Perzië

In de nacht van 20 op 21 februari 1921 vindt er een statsgreep plaats in Perzië (het huidige Iran). De leider van de staatsgreep is Seyyed Zia al-Din Tabatabai, een Perzische politicus die zeer goede contacten met de Britten heeft opgebouwd. Hij wordt gesteund door generaal Reza Khan en zijn Perzische kozakkenbrigade (zo genoemd omdat ze tot 1917 getraind zijn door Russsische officieren). Er zijn enkele schermutselingen tussen de militairen en agenten in Teheran maarvanaf 21 februari hebben de putschisten de macht stevig in handen. Tabatabai wordt eerste minister en Reza Khan opperbevelhebber van het leger.

Bedoeling van de staatsgreep is meer stabiliteit te brengen in Perzië, dat tot dan toe pover geregeerd wordt door sjah Ahmad van de Qadjar dynastie. In één provincie is er zelfs een Perzisch Sovjetleger dat hoopt te kunnen aansluiten bij de Sovjet-Unie. De Britse steun aan de staatsgreep is niet bewezen maar meer dan waarschijnlijk. De Britten hopen zo Perzië binnen de Britse invloedsfeer te houden.

Op 22 februari 1921 is er een kabinet samengesteld. Op 26 februari wordt een verdrag afgesloten met de Sovjet-Unie. Daarmee zijn de grenzen veilig gesteld. Ook op binnenlands vlak wordt er grote kuis gehouden. Heel wat grootgrondbezitters en andere invloedrijke politiekers worden gearresteerd. Daarmee hoopt men de macht van enkelingen te breken en na het uitschakelen van deze oligarchie meer stabiliteit te brengen en de welvaart in het land beter te verdelen.

Voor eerste minister Tabatabai zal de macht niet lang blijven duren. In april 1921 heeft hij een eerste conflict met Reza Khan, snel gevolgd door een tweede. In mei 1921 krijgt Tabatabai te horen dat hij beter het land kan verlaten in ruil voor een ruime financiële tegemoetkoming. Reza Khan daarentegen kan zijn macht wel bestendigen. Hij wordt later sjah en is stichter van de Pahlavi dynastie. Die dynastie zal het macht behouden tot ayatollah Khomeini in 1979 daar een einde aan maakt.

Putschisten in Teheran. Premier Tabatabai staat in het centrum. Rezak Khan staat uiterst links.

Duits verzet tegen de herstelbetalingen

Eind januari 1921 stellen de geallieerden op de conferentie van Parijs de oorlogsschuld van Duitsland vast op 226 miljard goudmark. De golf van woede die na het bekend worden van dit bedrag door Duitsland gaat, schept een ideaal klimaat voor agitatie. Op aandringen van Hitler neemt de NSDAP het risico om binnen één dag, dus zonder de gebruikelijke propaganda vooraf, een massabijeenkomst te organiseren. Het enorme circus Krone wordt geboekt en er worden twee vrachtwagens gehuurd om in de stad München pamfletten uit te strooien. Ook deze methode is van de marxisten afgekeken en wordt nu voor het eerst door de nazi’s gebruikt.

Vrees voor een halflege zaal houdt Hitler en zijn kameraden tot de laatste minuut in spanning. Die blijkt niet terecht : met ruim zesduizend mensen wordt dit de grootste NSDAP-bijeenkomst tot dusver. Hitler houdt een toespraak onder de titel “toekomst of ondergang”. Duitsland, zo betoogt hij, wordt door de herstelbetalingen tot slavernij gebracht. De regering had er nooit mee mogen instemmen.

bron : Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed (1889-1936)

Hitler spricht! Zirkus Krone