een nieuwe voorzitter voor de NSDAP

In juni 1921 is de NSDAP (NationalSozialistische Deutsche Arbeiterpartei) op zoek naar geldschieters voor de zieltogende Völkische Beobachter. Tevens zijn er al enige tijd gesprekken gaande om een fusie voor te bereiden tussen de NSDAP en de DSP (Deutsch Soziale Partei). Ondanks enige accentverschillen in hun programma’s hebben beide partijen meer gemeen dan dat ze zich onderscheiden. Bovendien is de DSP een landelijke organisatie met aanhang in Noord-Duitsland, terwijl de NSDAP enkel een lokale aanhang heeft.Als de fusie door zou gaan, dan zou het nieuwe hoofdkwartier in Berlijn gevestigd worden, iets waar Adolf Hitler mordicus tegen is. In de kleine, hechte NSDAP is Hitler immers de grote man, een positie die hij bij een fusie kwijt zou kunnen raken.

En dan doemt er nog een groter gevaar voor hem op. In maart 1921 is er in Augsburg met de Deutsche Werkgemeinschaft een zoveelste völkische organisatie in het leven geroepen. De oprichter, dr. Otto Dickel, heeft tevens een boek geschreven, Die Auferstehung des Abendlandes, en heeft daarmee heel wat opzien gebaard in völkische milieus. Politiek gesproken staat Otto Dickel dicht bij de NSDAP en de DSP. Ook hij propageert de klassenloze maatschappij via nationale vernieuwing en de strijd tegen de “joodse overheersing” door maatregelen tegen de renteslavernij. Dickel wordt uitgenodigd en in afwezigheid van Hitler spreekt hij in München met groot succes de bomvolle feestzaal in het Hofbräuhaus toe, dezelfde zaal dus waar Hitler altijd optreedt. Er worden meer redevoeringen van Dickel gepland. De NSDAP-leiders zijn blij in hem een tweede populaire en uitstekende spreker gevonden te hebben.

Op 10 juli 1921 is er een bijeenkomst van de NSDAP en de Deutsche Werkgemeinschaft van Otto DIckel om samenwerkingsakkoorden te bespreken. Op die vergadering laat Hitler geregeld zijn kwaadheid blijken alvorens voortijdig de vergadering te verlaten. Op 11 juli laat hij weten dat hij zich uit de partij terugtrekt met als reden dat de delegatie in Augsburg de partijstatuten geschonden heeft. Hitler heeft al eens in 1920 gedreigd op te stappen als aan zijn eisen niet voldaan werd en toen heeft hij zijn zin gekregen. Op 13 juli deelt Anton Drexler, voorzitter van de NSDAP aan de rest van het bestuur mee wat de eisen van Hitler zijn : hij wil de post van voorzitter met dictatoriale macht krijgen, de hoofdzetel van de partij moet in München blijven, het partijprogramma wordt als onveranderlijk beschouwd en alle fusiepogingen worden gestaakt. De volgende dag al verklaart het partijbestuur zich bereid om Hitler die dictatoriale bevoegdheden te geven. Meer zelfs , het partijbestuur is verheugd dat Hitler het partijvoorzitterschap op zich wil nemen nadat hij Drexlers aanbod eerder heeft afgewezen. Op 26 juli 1921 schrijft Hitler zich opnieuw in als lid van de partij. Op de buitengewone ledenvergadering van 29 juli 1921 in de feestzaal van het Hofbräuhaus verdedigt Hitler zich tegen zijn opponenten in de partij. Hij wijst er trots op nimmer een partijfunctie te hebben nagestreefd en het voorzitterschap meermaals te hebben afgewezen. Ditmaal is hij echter bereid die post te aanvaarden. De nieuwe partijstatuten die Hitler in allerijl heeft opgesteld, bepalen in drie afzonderlijke punten dat de eerste voorzitter de volledige verantwoordelijkheid draagt voor alle activiteiten van de partij en dat hij slechts verantwoording verschuldigd is aan de ledenvergadering. Met slechts 1 stem tegen geven 554 betalende partijleden Hitler de dictatoriale macht.En daarmee is Hitler tot de nieuwe voorzitter van de NSDAP gekozen.

bron : Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, pp. 222 en verder

Sacco en Vanzetti ter dood veroordeeld

De affaire Sacco en Vanzetti verwijst naar een bewogen rechtszaak die als schoolvoorbeeld dient van een gerechtelijke dwaling in de Verenigde Staten. Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti zijn twee Italianen die in 1908 naar de Verenigde Staten emigreren. Ze leren mekaar kennen in 1917 tijdens een staking. Beiden worden verondersteld sympathieën te hebben voor de anarchisten en aanhangers te zijn van de Italiaanse anarchist Galleani. Die predikt een gewelddadige vorm van anarchisme en is voorstander van geweld en aanslagen om zijn politieke doelen te bereiken.

In 1920 hebben de aanhangers van Galleani al een reeks aanslagen gepleegd en staan deze anarchisten bij de FBI gekend als een gevaarlijke groepering. Op 15 april 1920 wordt een overval gepleegd op twee geldlopers, die de lonen komen brengen van de Slater-Morrill Shoe Company in Braine, Massachussets. De twee geldopers worden daarbij gedood n de autoriteiten verdenken al snel de anarchisten van Galleani. Deze overval en de overval op een andere schoenenwinkel leidt de politie naar een Italiaan die in beide winkels heeft gewerkt, Mario Buda. Via hem komen ze uit bij Sacco en Vanzetti. Buda slaagt er nog in te ontsnappen naar het Italiaanse moederland, maar Sacco en Vanzetti worden gearresteerd. Op het moment van hun arrestatie zijn beiden in het bezit van een wapen klaar voor gebruik.

Op 31 mei 1921 , meer dan een jaar na de dodelijke overval op de twee geldlopers, start het proces tegen Sacco en Vanzetti. Ze hebben jammer genoeg hun reputatie van anarchisten en aanhangers van Galleani tegen zich. Daarenboven is alles wat geassocieerd kan worden met bolsjewisme of aanverwante strekkingen zeer verdacht in de Verenigde Staten. Ondanks de niet overtuigende bewijzen worden beiden op 14 juli 1921 ter dood veroordeeld.

Daarna start een jarenlang juridisch steekspel. Even lijkt het er op dat ze de dans gaan ontspringen als een zekere Celestino Medeiros , opgepakt wegens een bankoverval, zijn betrokkenheid bij de overval en de moorden bekent en eraan toevoegt dat noch Sacco noch Vanzetti betrokken zijn. De schuldbekentenis wordt als ongeloofwaardig afgedaan en zonder gevolg geklasseerd. Voor zijn aandeel in de bankoverval met dodelijke afloop krijgt Medeiros wel de doodstraf. Maar men blijft protesteren tegen het doodvonnis van Sacco en Vanzetti op basis van een te magere bewijsvoering. Het proces wordt ook uitvoerig becommentarieerd in de media en in verscheidene steden worden protestbetogingen gehouden ten gunste van Sacco en Vanzetti. Ook paus Pius XI sluit zich aan bij de pleitbezorgers van Sacco en Vanzetti. Het is echter allemaal tevergeefs. Door een vreemde samenloop van omstandigheden wordt de executie van de drie veroordeelden, Sacco, Vanzetti en Medeiros op dezelfde dag gepland. Op 23 augustus 1927 eindigen ze alledrie op de elektrische stoel.

Het proces van Sacco en Vanzetti wordt tot vandaag beschouwd als het voorbeeld van juridische dwaling in de Verenigde Staten.

bronnen
Sacco and Vanzetti – Wikipedia

Sacco and Vanzetti, 1921 | Gilder Lehrman Institute of American History

De zaak Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti | Historiek

https://www.newbedfordguide.com/celestino-medeiros-in-the-shadow/2013/09/03

wapenstilstand in Ierland

Op 11 juli 1921 om 12 uur start een wapenstilstand tussen de Irish Republican Army en de Britse overheid in Ierland. Een vredesvoorstel om een einde te maken aan de bloedige aanslagen over en weer lag er al van december 1920 op tafel. De Ieren krijgen eigen zeggenschap in het grondgebied van zuid-Ierland wettelijk voorzien in de Fourth Home Rule Bill die in november 1920 door het Brits parlement aanvaard werd. In de praktijk zijn er dan 2 parlementen op Ierse bodem : een in noord-Ierland in Belfast en één in zuid-Ierland in Dublin.

Maar de Britse premier Lloyd George is in eerste instantie niet gehaast om de wapenstilstand te ondertekenen. Het gevolg is dat het conflict weer maanden verder gaat met vele doden tot gevolg. Maar er is hoe langer hoe meer twijfel bij de Britten over de haalbaarheid van een louter militaire oplossing. Ook koning George V laat zijn ontevredenheid blijken over het uitblijven van een oplossing. Hij vraagt generaal Jan Smuts om een voorstel . Dit voorstel van Smuts wordt gedeeld met de premier Llloyd George en zijn kabinet. Op 24 juni 1921 schrijft Lloyd George naar Eamon de Valera, als de leider van meerderheid in zuid-Ierland om onderhandelingsgesprekken te beginnen. Gesprekken tussen de Valera en Lord Middleton vinden plaats tussen 4 en 8 juli. Op 8 juli 1921 wordt er dan formeel een wapenstilstand getekend door leden van het Ierse Dail cabinet, Robert Barton en Eamon Duggan en de Britse militaire bevelhebber generaal Neville Macready.

Het duurt nog even voor alle leiders van het Irish Republican Army op de hoogte zijn van de wapenstilstand. Niet iedereen is overtuigd en enthousiast over de wapenstilstand en het einde van de vijandelijkheden. Sommige IRA cellen vallen nog Britse eenheden aan. Dat leidt dan weer tot tegengeweld : op 10 juli 1921 nemen loyalisten wraak in Belfast voor de IRA aanslag van de dag ervoor. Er vallen 16 doden en 161 huizen gaan in vlammen op. Die gebeurtenissen staan bekend als Belfast’s Bloody Sunday.

Maar uiteindelijk zwijgen de wapens dan toch. De overgrote meerderheid van de mesen in Ierland is opluchting dat de nachtmerrie die 131 weken heeft geduurd, voorbij is. Sommigen komen dan ook samen om te bidden dat de wapenstilstand tot een definitief akkoord leidt (zie foto hieronder).

bronnen

Today in Irish History, The Truce, 11 July 1921 – The Irish Story

Irish War of Independence – Truce | The Irish War

File:Not an Irish Civil War Prayer Vigil after all! (7485579104).jpg – Wikimedia Commons

Organisation Consul

De Kapp-putsch van maart 1920 heeft de top van de Duitse rijksregering duidelijk gemaakt hoezeer de controle over de vrijkorpsen uit hun vingers is geglipt. De troepenvermindering die in het verdrag van Versailles is vastgelegd, laat de regering dan ook geen andere keus dan deze eenheden te ontbinden, wat niet overal even goed lukt zoals bij de marinebrigade van Hermann Ehrhardt.

Hermann Ehrhardt kiest om ondergronds te gaan na de mislukte staatsgreep en zoekt een onderkomen in Beieren. De keuze voor Beieren is niet toevallig omdat hij er een jaar eerder met zijn marinebrigade is opgetrokken tegen de radenrepubliek. Het antibolsjewistische deel van de Beierse bevolking heeft hem daarbij toegejuicht. Hij wisselt in München herhaaldelijk van verblijfplaats. Zijn schuilnamen zijn Hugo von Eschwege, Hugo Eisele of consul Hans Eichmann.

In de late herfst van 1920 betrekt een groep Ehrhardt-officieren een hoekgebouw met een jugenstilgevel in het stadsdeel München-Schwabing. In de onopvallende huurwoning in de Trautenwolfstrasse is een houtverwerkingsbedrijf gevestigd die in werkelijkheid nooit zaken doet in de verwerking van hout. Achter deze dekmantel gaat de centrale van Hermann Ehrhardts nieuwe geheime genootschap schuil. Al gauw komen in de kleine wijk Schwabing een groep mannen weer bijeen die elkaar kennen uit hun gemeenschappelijke tijd aan het front en in het vrijkorps en die worden verenigd door dezelfde gevoelens. Ze hebben het nooit kunnen verkroppen dat ze ontzet zijn uit hun leidersrolals officier in het Duitse keizerrijk. In een nieuw verbond willen ze hun lot als verliezers in het tegendeel doen omslaan.

Deze groep krijgt in 1921 versterking van nieuwe aanhangers. Als bij een referendum in Silezië vereist door het verdrag van Versailles , in maart 1921 een onverwacht duidelijke meerderheid ervoor kiest om bij het Duitse rijk te blijven, negeren Poolse opstandelingen deze uitslag en bezetten grote delen van Opper-Silezië om die gebieden in te lijven bij de republiek Polen. Honderden mannen uit de vroegere vrijkorpsen mobiliseren zich uit eigen beweging en steken de grens met Opper-Silezië over om zich aan de sluiten bij Zelfverdediging Opper-Silezië.

Enkele weken later maakt een wapenstilstand een einde aan het avontuur voordat de gevechten zouden uitlopen in een Duitse burgeroorlog. De Münchense organisatie van Hermann Ehrhardt krijgt hierdoor een nieuwe dynamiek. De inzet heeft niet alleen oude kameraden bijeengebracht maar ook vele nieuwe aanhangers opgeleverd. Vanwege de toestroom worden de structuren van de centrale in Schwabing uitgebreid. In de loop van de zomer 1921 is in München de veteranengroep van iemand die gezocht wordt wegens hoogverraad veranderd in een slagvaardige, landelijk opererende geheime organisatie die zich sindsdien Organisation Consul noemt. De nieuwe schuilnaam is afgeleid van een pseudoniem van Ehrhardt die zich tijdens zijn ballingschap in Beieren uitgeeft als “de heer consul”.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands diep.

Arditi del Popolo

De term “arditi” (letterlijk : stoutmoedigen) verwijst naar stoottroepen in het Italiaanse leger die in 1917 zijn opgericht. Ze zijn de tegenhanger van de Duitse Sturmtruppe. Beide korpsen worden tijdens de oorlog ingezet om een snelle doorbraak te forceren in de loopgravenoorlog.

Na de oorlog zijn er heel wat voormalige arditi die d’Annunzio volgen in zijn bezetting van Trieste. De republiek van d’Annunzio wordt beschouwd als de eerste fascistische staat. Lees meer daarover in dit bericht. Maar er zijn ook arditi die niet kiezen voor de zwarthemden. ZIj hebben een speficieke voorkeur voor de linkse partijen. Die partijen, waaronder vooral de communisten, hebben hun eisen op tafel gelegd en kracht bijgezet door stakingen en bezettingen van fabrieken in de jaren 1919 en 1920. Deze periode staat bekend als de “biennio rosso“. Maar na de rode tweejaarse volgt er een zwarte tweejaarse, de “biennio nero“. In 1921 neemt het fascistisch geweld tegen politieke medestanders toe.

Op 22 juni 1921 is er in Rome een bijeenkomst van de ANAI, de Associazione Nazionale degli Arditi d’Italia. Daar komt het tot een discussie tussen veteranen die het fascisme aanhangen en hun tegenstanders. De discussie eindigt met een breuk tussen beide groepen. De antifascistische veteranen van de arditi besluiten hun eigen beweging op te richten. Op 29 juni 1921 wordt onder leiding van onder meer de anarchist Argo Secondari de Arditi del Popolo opgericht. Het symbool van deze nieuwe beweging is een bijl die de roedenbundel of fasces cum securi (symbool van de fascisten) in twee breekt.

bronnen

Arditi del Popolo – Wikipedia

Argo Secondari – Wikipedia

verkiezingen in Italië

Op 15 mei 1921 zijn er voor het eerst sinds de oorlog algemene verkiezingen in Italië. Het is ook de eerste keer dat er regio’s deelnemen die tot voor kort nog bij Oostenrijk-Hongarije hoorden, zoals Venezia Tridentina en Venezia Giulia. Om die reden is het aantal zetels in het parlement verhoogd van 508 naar 535. Het stemrecht is voorbehouden voor mannen vanaf 21 jaar.

De verkiezingen vinden plaats in een zeer woelige periode. Vlak na de oorlog zijn er veel stakingen geweest en was er veel invloed van de communistische en socialistische partijen. Die periode wordt aangeduid met Biennio Rosso (of rode tweedaagse 1919-1920). Vanaf 1921 volgt er een Biennio Nero waarin de fascisten hun macht laten gelden. Dat leidt tot zeer veel gewapende confrontaties waarbij er gewonden en soms zelfs doden vallen.

Een goed voorbeeld van die spanningen zijn de “fatti di Citadella” die een week voor de verkiezingen gebeurd zijn. Op de ochtend van 8 mei 1921 valt een groep fascisten de arbeidskamer van Cittadella aan en verwoest deze, als vergelding voor de schotwond van de secretaris van de plaatselijke fascisten. Vijf aanvallers worden gearresteerd door de carabinieri. In de namiddag trekt een groep van 150 fascisten naar de kazerne om de vrijlating te eisen. Bij de aanval op de kazerne streven drie fascisten en een kwart van de aanvallers wordt gewond. Ook de commandant van de carabinieri laat bij de aanval het leven.

Het is in deze woelige periode dat de Italianen hun nieuw parlement gaan kiezen. De liberale partij van Giovanni Giolitti die tot dan in de regering heeft gezeteld, heeft zich met de nationalisten en fascisten verenigd in het Nationaal Blok. Zij behalen zo 19% van de stemmen. Benito Mussolini behaalt zo ook zijn eerste parlementszetel.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/1921_Italian_general_election
https://it.wikipedia.org/wiki/Elezioni_politiche_italiane_del_1921
https://it.wikipedia.org/wiki/Fatti_di_Cittadella

gemeenteraadsverkiezingen in België

Op 24 april 1921 worden er voor het eerst sinds de Groote Oorlog gemeenteraadsverkiezingen gehouden in België. Voor het eerst mogen ook vrouwen gaan stemmen. Ze zijn met meer dan twee miljoen en dat heeft ook vrouwelijke burgemeesters tot gevolg. Strikt genomen is het niet de allereerste keer dat er vrouwen naar de stembus mogen. Bij de parlementsverkiezingen van 1919 is er al een zeer beperkt aantal vrouwelijke kiezers: vrouwen die tijdens de oorlog wegens patriottische daden door de Duitse bezetter zijn gevangen gezet, maar ook weduwen – echtgenotes of moeders van gesneuvelde militairen of burgers die door de bezetter zijn gedood.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen worden vrouwen bijna gelijkgesteld aan mannen. De wet sluit wel prostituees en overspelige vrouwen van stemrecht uit. Het is hoe dan ook een grote vooruitgang. Tot aan de Groote Oorlog hebben Belgische vrouwen helemaal geen stemrecht. 

Het feit dat vrouwen wel mogen stemmen voor de gemeenteraad maar niet voor het parlement is een gevolg van een compromis tussen socialisten, liberalen en katholieken. De anticlericale socialisten en liberalen achten de invloed van meneer pastoor op de vrouwen te hoog en dat zorgt ervoor dat de stap naar stemrecht voor vrouwen voor het parlement een stap te ver is. De katholieken volgen die redenering eveneens en zijn dan ook fervente voorvechters van het vrouwenstemrecht.

Door de oorlog zijn er meer vrouwelijke dan mannelijke kiezers zijn maar toch leiden die gemeenteraadsverkiezingen niet meteen tot een vervrouwelijking van de gemeentebesturen. Slechts in 146 gemeenteraden – op een totaal van meer dan 2.600 – worden één of meerdere vrouwen verkozen. Samen zijn er amper 196 vrouwelijke gemeenteraadsleden, minder dan één procent van het totaal. Het aantal vrouwelijke burgemeesters en schepenen is uiteraard nog veel kleiner. Als gevolg van de verkiezingen van 1921 worden 6 vrouwen burgemeester en 13 schepen.

Als oud-inwoner van Ranst vermeld ik graag Amelia Brocken, die bijna uit het niets burgemeester wordt van de Antwerpse gemeente Emblem (nu een deel van Ranst). Ze is de vrouw van een sluismeester op de Kleine Nete maar heeft middelbaar onderwijs genoten – eerder uitzonderlijk voor die tijd – en is erg sociaal geëngageerd. Bij de verkiezingen in Emblem komt Amelia Brocken op met een lijst met haarzelf als enige kandidate. 

Toch wordt ze verkozen. Geen enkele lijst haalt een meerderheid en er kan geen kandidaat-burgemeester worden voorgedragen. Amelia Brocken wordt eerst gekozen tot eerste schepen en daarmee waarnemend burgemeester. Als er na een jaar nog geen burgemeester is, stelt de arrondissementscommissaris voor haar te benoemen. Ze heeft ook de meeste voorkeurstemmen behaald. 

Als burgemeester zorgt ze ervoor dat Emblem een behoorlijk schoolgebouw krijgt. Bij de volgende verkiezingen wordt ze opnieuw verkozen op een “éénvrouwslijst”. Ze haalt zoveel stemmen dat de lijst meerdere zetels had kunnen halen als er meerdere kandidaten waren geweest! Maar ditmaal sluiten de andere lijsten een coalitie die haar beletten om burgemeester te blijven.  

bron : https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/04/07/100-jaar-geleden-belgische-vrouwen-gaan-voor-het-eerst-stemmen/

hinderlaag in Renzino

In Italië nemen de politieke spanningen toe, voornamelijk door de agitatie van de nieuwe fascistische beweging van Mussolini. In de provincie Arezzo, in Toscane, hebben de fascisten al heel wat macht verworven. Maar er is één deel van deze provincie dat nog altijd rood is : de Valdichiana en in het bijzonder Foiano, met de communistische burgemeester en raadsleden. In de ochtend van 12 april 1921, nadat de burgemeester en de raad van Foiano della Chiana de dreigende en onwettige verzoeken om ontslag hebben afgewezen , vallen 150 fascisten, geëscorteerd door het leger, de straten van Foiano binnen.

Het hoofdkwartier van de socialistische afdeling en coöperatie, de Arbeidskamer en het stadhuis worden verwoest . Onfortuinlijke voorbijgangers worden geslagen en geslagen, de ouders van de burgemeester en die van de communistische voorman Gervasi worden bedreigd. Tijdens de inval houdt de politie zich afzijdig en grijpt niet in tegen de squadristi. Zo nemen burgemeester en gemeenteraad op vrijdag 15 en zaterdag 16 april, na het geweld en de vernieling een paar dagen eerder, ontslag om de veiligheid van de burgers te beschermen.

Op zondag 17 april 1921 , om vijf uur ’s ochtends, vertrekken twee vrachtwagens met fascisten met 22 gewapende zwarte hemden naar Foiano. De geweren zijn uitgeleend uit de wapenarsenalen van het leger. Het stadhuis wordt weer op zijn kop gezet, ze breken de huizen binnen en dreigen socialisten en communisten gevangen te nemen. Hetzelfde lot treft opnieuw de bejaarde ouders van de communistische voorman Gervasi.

In de namiddag wordt een van de twee fascistische vrachtwagens op de terugkeer in een hinderlaag gelokt door een groep aangevoerd door Bernardo Melacci, de anarchistische leider, en Galliano Gervasi. Overrompeld worden drie zwarte overhemden gedood en raken er nog veel meer gewond.

De zwarte reactie liet niet lang op zich wachten. Ploegen van fascisten komen uit Toscane en zelfs uit Rome. Op de avond van 17 april staan er heel wat huizen en boerderijen in Renzino in brand. Wie zich verzet, wordt gedood. De volgende dag wordt op het centrale plein van Foiano een “fascistische rechtbank” opgericht en wordt een onbepaald aantal inwoners van het gebied geëxecuteerd met een jachtgeweer op het hoofd. In de daaropvolgende weken volgen nog heel wat schijnprocessen.

bron : https://www.lavaldichiana.it/renzino-resistenza-foiano/

Black Friday in Engeland

Begin April 1921 heeft de Britse overheid de Defense Force opgericht (lees meer op deze pagina) . Daarmee wil de overheid problemen voorkomen nu de mijnen na de oorlogsjaren weer in private handen zijn en er een staking dreigt. De mijnwerkers zijn er immers niet mee opgezet dat de eigenaren van de mijnen hen zware looninleveringen willen opdringen.

Op vrijdag 15 april 1921 krijgen de stakende mijnwerkers een zware klap te verwerken. Ze hoopten op steun van de Triple Alliance, het verbond van de drie grote vakbonden van mijnwerkers, transport en spoorwegen, om het land lam te leggen en zo de loonsverlagingen van de mijnwerkers af te wenden. Maar die dag krijgen ze te horen dat de vakbonden van transport en spoorwegen niet oproepen tot staking. Daarmee is de kans van de mijnwerkers verkeken om hun loon te behouden. Vrijdag 15 april 1921 staat daarom bekend als Black Friday.

De mijnwerkers kunnen hun staking twee maanden volhouden. Daarna moeten ze de eisen van de mijneigenaren aanvaarden en de loonsverlagingen slikken of hun ontslag en elders werk zoeken.

bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Black_Friday_(1921)

https://pasttenseblog.wordpress.com/2016/04/15/today-in-trade-union-history-black-friday-1921-leaders-of-rail-and-transport-unions-shaft-striking-miners/

Britse Defence Force wordt opgericht

Op 4 april 1921 wordt de Britse Defence Force opgericht. Daarmee wil de Britse overheid een antwoord geven op de crisis in de Britse mijnen. Tijdens de Groote Oorlog waren die mijnen onder staatstoezicht geplaatst omdat ze fundamenteel waren voor de oorlogvoering. Einde maart 1921 zijn de mijnen terug aan de privé-eigenaren overhandigd. En wat men kon verwachten, is ook gebeurd : de eigenaren dwingen de mijnwerkers tot inleveringen. Die inleveringen kunnen tot bijna de helft van het loon bedragen. De Britse mijnwerkers zoeken al snel steun bij de Triple Alliance, de alliantie van de vakbonden van mijnwerkers, spoorwegpersoneel en de National Transport Workers federation (alle personeel uit transportsector zoals dokwerkers, zeemannen, personeel van openbaar vervoer en chauffeursuit privésector).

De overheid wil met de Defence Force onder meer oud-soldaten terug oproepen voor een korte periode en ze inzetten om de stakingen onder controle te houden. Vrijwilligers moeten tussen 18 en 40 jaar zijn. De recruten dienen tijdens een periode van 90 dagen en worden betaald volgens de barema’s van het leger.

bron : https://www.longlongtrail.co.uk/army/other-aspects-of-order-of-battle/defence-force-1921/