verkiezingen in België

Op 20 november 1921 zijn er verkiezingen in België. De kiezers stemmen voor een nieuwe kamer van volksvertegenwoordiging en een nieuwe senaat. Door de grondwetswijziging wordt het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd voor alle mannen vanaf 21 jaar. De vrouwen hebben op dat moment nog enkel stemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen. Door de aangepaste kieswetgeving beschikt geen enkele partij over de meerderheid van de parlementaire zetels. Men moet dus steeds een coalitie tussen verschillende partijen op de been brengen. Nu de Groote Oorlog gedaan is, wordt er niet meer gestreefd naar een coalitie van nationale eenheid. Deze verkiezingen leiden tot de regering Theunis I, die bestaat uit katholieken en liberalen (respectievelijk 80 en 33 zetels in de Kamer op een totaal van 186).

De regering onder leiding van Georges Theunis voert een conservatief beleid. Ze beperkt de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. De regering wilt aanvankelijk de strikte achturige werkdag versoepelen, maar stuit op tegenstand van de vakbonden. De stijging van de levensduurte wordt echter niet aangepakt. In januari 1923 zal deze regering, samen met de Franse regering het Ruhrgebied bezetten om Duitsland onder druk te zetten werk te maken van achterstallige oorlogsherstelbetalingen. De bezetting leidt tot een verlenging van de dienstplicht en is daardoor niet populair bij de Belgische bevolking. Bovendien neemt hierdoor ook de inflatie toe. Onenigheid rond de aanpak van de vernederlandsing van de universiteit van Gent verhoogt nog eens de onenigheid binnen de regering. Daarom zal de regering Theunis I in juni 1923 zal ontslag indienen, maar koning Albert I weigert en de regering voert een herschikking door en gaat verder als Theunis II.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_verkiezingen_1921

https://nl.wikipedia.org/wiki/Regering-Theunis_I

Georges Theunis

nieuwe politieke partijen zien het licht

Van 7 tot 10 november 1921 houden de Fasci Italiani di combattimento hun jaarlijks congres. Op 9 november 1921 acht Mussolini het moment daar om de paramilitaire groepen om te vormen tot een nieuwe politieke partij, de Partito Nazionale Fascista (PNF). Het symbool van deze partij zijn de bijlen met roedenbundel (fasces cum securi) , symbool van de rechterlijke macht uit de Romeinse oudheid. Binnen het jaar zullen de leden van deze nieuwe partij een mars op Rome houden en zo de macht voor hun leider (duce) afdwingen.

Enkele dagen later, op 14 november 1921, wordt de Partido Comunista de España (PCE) opgericht. Die nieuwe partij is een samengaan van 2 communistische partijen die hun krachten willen bundelen om zo meer politiek gewicht in de weegschaal te kunnen leggen. In 1936 zullen de Italiaanse fascisten en de Spaanse communisten met elkaar slaags raken tijdens de Spaanse burgeroorlog. En nog enkele jaren later, in 1941, zullen Italiaanse soldaten zij aan zij met de Duitse soldaten oprukken tegen de Sovjet-Unie als Hitler het land is binnengevallen om af te rekenen met de communistische aartsvijand. We zijn dan 20 jaar na de oprichting van de PNF, die de tweede wereldoorlog niet zal overleven.

bron

https://en.wikipedia.org/wiki/November_1921

Staatsgreep in Hongarije

De laatste keizer van Oostenrijk-Hongarije, Karl I, probeert zijn koningstroon in Hongarije te heroveren. Vanaf de zomer van 1920 heeft hij zijn terugkeer voorbereid. Hij is overtuigd dat hij de steun van Frankrijk zal krijgen omdat hij voor stabiliteit in de regio kan zorgen. Maar de kleine Entente, het samenwerkingsverband tussen de staten Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië , wil zijn terugkeer ten allen prijze verhinderen.

Een eerste staatsgreep vindt plaats op 24 maart 1921 wanneer Karl I onverwacht opduikt in Hongarije om de troon op te eisen. Op 25 maart probeert hij graaf Erdödy te overhalen zich bij hem aan te sluiten. De graaf weet hoe riskant het is, probeert Karl I te overtuigen van het gevaar maar zal hem dan toch begeleiden naar Boedapest. Daar heeft Karl op 27 maart een onderhoud met de huidige machthebber, admiraal Horthy. Horthy ziet de oorlogsdreiging met de kleine Entente al hangen als Karl I daadwerkelijk op de troon zou komen en hij weigert hem alle steun. De protesten uit binnen- en buitenland worden groter en op 5 april 1921 wordt Karl I uitgewezen en keert hij noodgedwongen naar zijn ballingsoord in Zwitserland terug.

Op 20 oktober 1921 volgt een tweede staatsgreep als Karl I en zijn echtgenote Zita van Zwitserland naar Hongarije reizen. Maar de verwachte koningsgezinde troepen zijn niet talrijk aanwezig want het telegram met de oproep tot mobilisatie is onderweg verloren gegaan. e doorreis naar Budapest wordt daardoor 24 uur uitgesteld. Op 21 oktober in de avond komt het koningspaar an in Boedapest. In allerijl wordt een noodregering samengesteld. De militaire steun blijft beperkt tot tweeduizend soldaten. Maar er wordt verder gewerkt aan de eedafname van trouw aan de koning bij allerlei regimenten. Op 23 oktober is er dan een triomfmars voorzien in Boedapest. admiraal Horthy, die niet meer zeker is van de trouw van de reguliere soldaten, heeft een paramilitaire groep van 300 studenten ingezet. Aan deze studenten is gezegd dat er een groep van Tsjechoslowaakse soldaten de grens is overgestoken om Boedapest in te nemen. In Kelenföld komt het tot een vuurgevecht tussen beide groepen waarbij er 19 doden vallen. Wat daarop volgt, is een reeks bevelen die mekaar tegenspreken waardoor de chaos nog toeneemt. In deze chaotische situatie beslist Karl I de staatsgreep te stoppen om verder bloedvergieten te vermijden. Karl en Zita worden gearresteerd en daarna het land uitgezet.

Op 19 november 1921 start de laatste ballingschap van Karl I op het Portugese eiland Madeira. In maart 1922 wordt hij verkouden en die verkoudheid leidt tot een longontsteking. Op 1 april 1922 sterft hij dan op de leeftijd van 34 jaar.

bronnen
https://ww1.habsburger.net/de/kapitel/putschversuche-ungarn
https://en.wikipedia.org/wiki/Charles_I_of_Austria#Attempts_to_reclaim_throne_of_Hungary

Karl I op 21 oktober 1921 in het station van Ödenburg

bloedige nacht in Lissabon

In de vroege ochtend van 19 oktober 1921, vanaf 5 uur, verzamelen leden van de Republikeinse wacht en matrozen in de Terreiro do Paço, het grote plein van Lissabon nabij de zee. Daarna trekken ze naar de Avenida da Liberdade, een centrale boulevard in het centrum. Ze nemen posities in en stellen artillerie op in nhet Eduardo VII park. Als de zon opkomt, begint de artillerie te schieten, gesteund door schepen aan de monding van de Taag.

De regering van Antonio Granjo, aan de macht sinds 10 juli 1921, wordt gedwongen af te treden. De eerste minister Granjo geeft de macht van de regering terug aan president António José de Almeida. Maar als de nacht valt, is er nog geen nieuwe regering aangetreden. Een vrachtwagen met soldaten onder leiding van Abel Olímpio rijdt rond op zoek naar notabelen die ze uit de weg willen ruimen om de machtsoverdracht te vereenvoudigen. Het eerste slachtoffer is de eerste minister Granjo die pas is afgetreden. Hij wordt in zijn schuilplaats ontdekt en neergeschoten. Buiten Granjo zullen er nog vijf anderen sterven tijdens de bloedige nacht of noite sangrenta, zoals de Portugezen die later zullen noemen.

De staatsgreep levert geen stabiele regering op. Op 20 oktober wordt Manuel Maria Coelho eerste minister maar hij dient zijn ontslag al in op 3 november. De volgende regering houdt het vol tot 16 december. Daarna volgt een periode van politiek geweld en onrust tot de verkiezingen van 29 januari 1922.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Night_(Lisbon,_1921)

aanval op Otto Ballerstedt

Nu Hitler de nieuwe voorzitter is geworden van de NSDAP (lees meer daarover in dit bericht) , zet hij zijn propaganda op dezelfde manier voort als voorheen. De aanhoudende spanningen tussen Beieren en het Reich komen hem daarbij goed van pas. Nadat minister Matthias Erzberger van Financiën op 26 augustus 1921 is vermoord (meer info in dit bericht) , roept president Friedrich Ebert de noodtoestand uit. In strijd met de grondwet weigert Gustav von Kahr, minister-president van Beieren, te erkennen dat die ook in Beieren van kracht is. Zo blijft de sfeer onverminderd explosief. Materiële onvrede draagt het nodige aan de stemming bij. Met de devaluatie van de mark stijgen de prijzen. Voedselproducten zijn in 1921 bijna acht keer zo duur als vlak na de oorlog.

Om publicitaire redenen voert Hitler de provocaties aan het adres van zijn politieke vijanden en de autoriteiten verder op. Op 14 september 1921 verstoort hij de orde op een bijeenkomst in de Löwenbräukeller, waar één van zijn aartsvijanden, de voorzitter van de separatistische Bayernbund, Otto Ballerstedt, het woord zal voeren. Een groepje volgelingen van Hitler is vroeg gekomen om de zitplaatsen rond het podium te bezetten. Hitlers aankomst in de stampvolle zaal is het signaal om onder de kreet “Hitler, Hitler” het podium te bestormen. Iemand doet het licht uit in de hoop dat er dan niet gevochten zal worden. Maar dat maakt de chaos alleen maar erger. Als de lichten weer aangaan, blijken Ballerstedt en een partijgenoot gemolesteerd en gewond te zijn. De inmiddels gewaarschuwde politie moet naar het schijnt Hitlers hulp inroepen om zijn mannen tot bedaren te brengen. Dat doet hij graag. Hij heeft zijn doel bereikt. “Ballerstedt zal vandaag niet meer spreken.”, zo verklaart hij.

De zaak is daarmee niet afgefdaan. Ballerstedt dient een klacht tegen Hitler in. De rechter veroordeelt hem wegens verstoring van de openbare orde tot drie maanden cel, waarvan twee maanden voorwaardelijk, afhankelijk van goed gedrag. Zelfs zijn machtige vrienden kunnen niet voorkomen dat Hitler die ene maand moiet zitten. Tussen 24 juni en 27 juli 1922 zit hij in de Stadelheim-gevangenis in München. Hitler rekent later nog met Otto Ballerstedt af. Tijdens de nacht van de lange messen eind juni begin juli 1934 is Ballerstedt één van de duizenden slachtoffers van deze dagenlange moordpartijen.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/September_1921

Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, p. 242

Otto Ballerstedt

politieke moord in het Zwarte Woud

Het lagere aan de Rijn gelegen deel van het Renchdal wordt omzoomd door hellingen met wijngaarden en boomgaarden. Verderop in het dal gaan ze over in dichte bossen, afgelegen zijdalen en de bergketens van het middendeel van het Zwarte Woud. Vanuit het kuuroord Bad Griesbach loopt een wandelweg met nauwe bochten door een dicht woud naar de Alexanderschans op de Kniebis, een langgerekte bergrug.

Op 26 augustus 1921, na de vroegmis, maakt Matthias Erzberger zich op voor een wandeltocht met zijn partijgenoot Carl Diez, waarbij hij zijn vrouw en dochter niet meeneemt. Het is de laatste dag van de vakantie. Na het zomerreces van het parlement wil hij uit zijn politieke ballingschap terugkeren naar de bedrijvigheid van de hoofdstad van het rijk. Enkele dagen daarvoor heeft hij in Berlijn persoonlijk te horen gekregen dat de rechtszaak tegen hem wegens belastingontduiking is geseponeerd.

Met Diez, zijn vriend uit de partij, is er een en ander te bespreken voor de komende dagen. Diep in gesprek verwikkeld laten de wandelaars op de oplopende Kniebisstrasse de huizen van Bad Griesbach achter zich. Die nacht heeft het hard geregend en het druppelt nog altijd waardoor ze onderweg bijna niemand tegenkomen. Na de derde haarspeldbocht, die tussen hoge dennenbomen ligt, worden ze ingehaald door twee jonge mannen, van wie er één een landkaart bij zich heeft. Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen hebben zich voorgenomen deze keer un opdracht wel uit te voeren en de omstandigheden lijken gunstig. Toch missen ze ook deze kans om in actie te komen. Erzberger en Diez, die achterop zijn geraakt, lopen nog maar een bocht verder tot een boswachtershut en gaan dan terug naar Griesbach. Dat is tegen elf uur ’s ochtends.

Opeens begrijpen Tillessen en Schulz dat de tijd hun door de vingers glipt. Haastig gaan ze de anderen achterna tot ze hen in de tweede haarspeldbocht inhalen. Als ze even blijven staan, verdwijnen de remmingen bij Heinrich Tillesen. “Omdat ik het gevoel had dat het de hoogste tijd was dat we iets deden, trok ik mijn pistool en sprong naar voren”, zal hij later verklaren. Erzberger staat een meter of twee, drie voor Tillessen als die meerdere schoten achter elkaar rechtstreeks van ooghoogte op hem afvuurt. “Schiet, schiet dan toch,” hoort Schulz zijn kameraad roepen, “anders zou het allemaal voor niets zijn.”. En dan richt hij op Carl Diez, die door de druk van het schot omver valt. Erzberger sleept zich ondertussen naar het struikgewas aan de rand van de weg en glijdt op zijn buik van de helling omlaag naar het dal. Ze blijven schoten op hem afvuren. Schulz springt van het talud, daarbeneden ligt Erzberger, neergevallen aan de voet van een den. Schulz buigt zich over hem en schiet twee keer op zijn hoofd. Daarna klimt hij het talud weer op. Tillessen staat daar nog. Diez ligt gewond op de weg.

Ze hebben een vluchtplan nodig. Ze willen zich dwars door de velden een weg banen naar Oppenau. Hun revolver verstoppen ze ergens in een bosje. Enkele uren later komen ze aan in het pension, doornat en doodop. ’s Middags bij de koffie horen ze van de waardin dat enkele uren eerder, maar één dorp verderop, de bekende politicus Matthias Erzberger is vermoord.

Schulz en Tillessen gaan terug naar München waar ze verslag uitbrengen bij hun meerdere Manfred von Killinger. Als in de pers de eerste uitkomsten van het onderzoek verschijnen, beveelt hij hun de wijk te nemen naar Oostenrijk, en later naar Hongarije. Het netwerk van Organisation Consul dat connecties heeft met bevriende rechtsten en nationalisten werkt soepel. Ze krijgen telkens op het juiste moment aanwijzingen en financiële middelen. De Münchense hoofdcommissaris van politie Pöhner zorgt voor de reispapieren.

Hun opdrachtgevers in München hadden de politieke moord op de volksverrader vanuit de schaduw van de anonimiteit willen uitvoeren, zonder sporen na te laten. Maar anders dan de bedoeling is, zal Organisation Consul door de moord op Matthias Erzberger in het hele Duitse Rijk bekend worden. Twee weken na Erzbergers dood vaardigt het Openbaar Ministerie van Offenburg een arrestatiebevel uit tegen Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

een nieuwe voorzitter voor de NSDAP

In juni 1921 is de NSDAP (NationalSozialistische Deutsche Arbeiterpartei) op zoek naar geldschieters voor de zieltogende Völkische Beobachter. Tevens zijn er al enige tijd gesprekken gaande om een fusie voor te bereiden tussen de NSDAP en de DSP (Deutsch Soziale Partei). Ondanks enige accentverschillen in hun programma’s hebben beide partijen meer gemeen dan dat ze zich onderscheiden. Bovendien is de DSP een landelijke organisatie met aanhang in Noord-Duitsland, terwijl de NSDAP enkel een lokale aanhang heeft.Als de fusie door zou gaan, dan zou het nieuwe hoofdkwartier in Berlijn gevestigd worden, iets waar Adolf Hitler mordicus tegen is. In de kleine, hechte NSDAP is Hitler immers de grote man, een positie die hij bij een fusie kwijt zou kunnen raken.

En dan doemt er nog een groter gevaar voor hem op. In maart 1921 is er in Augsburg met de Deutsche Werkgemeinschaft een zoveelste völkische organisatie in het leven geroepen. De oprichter, dr. Otto Dickel, heeft tevens een boek geschreven, Die Auferstehung des Abendlandes, en heeft daarmee heel wat opzien gebaard in völkische milieus. Politiek gesproken staat Otto Dickel dicht bij de NSDAP en de DSP. Ook hij propageert de klassenloze maatschappij via nationale vernieuwing en de strijd tegen de “joodse overheersing” door maatregelen tegen de renteslavernij. Dickel wordt uitgenodigd en in afwezigheid van Hitler spreekt hij in München met groot succes de bomvolle feestzaal in het Hofbräuhaus toe, dezelfde zaal dus waar Hitler altijd optreedt. Er worden meer redevoeringen van Dickel gepland. De NSDAP-leiders zijn blij in hem een tweede populaire en uitstekende spreker gevonden te hebben.

Op 10 juli 1921 is er een bijeenkomst van de NSDAP en de Deutsche Werkgemeinschaft van Otto DIckel om samenwerkingsakkoorden te bespreken. Op die vergadering laat Hitler geregeld zijn kwaadheid blijken alvorens voortijdig de vergadering te verlaten. Op 11 juli laat hij weten dat hij zich uit de partij terugtrekt met als reden dat de delegatie in Augsburg de partijstatuten geschonden heeft. Hitler heeft al eens in 1920 gedreigd op te stappen als aan zijn eisen niet voldaan werd en toen heeft hij zijn zin gekregen. Op 13 juli deelt Anton Drexler, voorzitter van de NSDAP aan de rest van het bestuur mee wat de eisen van Hitler zijn : hij wil de post van voorzitter met dictatoriale macht krijgen, de hoofdzetel van de partij moet in München blijven, het partijprogramma wordt als onveranderlijk beschouwd en alle fusiepogingen worden gestaakt. De volgende dag al verklaart het partijbestuur zich bereid om Hitler die dictatoriale bevoegdheden te geven. Meer zelfs , het partijbestuur is verheugd dat Hitler het partijvoorzitterschap op zich wil nemen nadat hij Drexlers aanbod eerder heeft afgewezen. Op 26 juli 1921 schrijft Hitler zich opnieuw in als lid van de partij. Op de buitengewone ledenvergadering van 29 juli 1921 in de feestzaal van het Hofbräuhaus verdedigt Hitler zich tegen zijn opponenten in de partij. Hij wijst er trots op nimmer een partijfunctie te hebben nagestreefd en het voorzitterschap meermaals te hebben afgewezen. Ditmaal is hij echter bereid die post te aanvaarden. De nieuwe partijstatuten die Hitler in allerijl heeft opgesteld, bepalen in drie afzonderlijke punten dat de eerste voorzitter de volledige verantwoordelijkheid draagt voor alle activiteiten van de partij en dat hij slechts verantwoording verschuldigd is aan de ledenvergadering. Met slechts 1 stem tegen geven 554 betalende partijleden Hitler de dictatoriale macht.En daarmee is Hitler tot de nieuwe voorzitter van de NSDAP gekozen.

bron : Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, pp. 222 en verder

Sacco en Vanzetti ter dood veroordeeld

De affaire Sacco en Vanzetti verwijst naar een bewogen rechtszaak die als schoolvoorbeeld dient van een gerechtelijke dwaling in de Verenigde Staten. Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti zijn twee Italianen die in 1908 naar de Verenigde Staten emigreren. Ze leren mekaar kennen in 1917 tijdens een staking. Beiden worden verondersteld sympathieën te hebben voor de anarchisten en aanhangers te zijn van de Italiaanse anarchist Galleani. Die predikt een gewelddadige vorm van anarchisme en is voorstander van geweld en aanslagen om zijn politieke doelen te bereiken.

In 1920 hebben de aanhangers van Galleani al een reeks aanslagen gepleegd en staan deze anarchisten bij de FBI gekend als een gevaarlijke groepering. Op 15 april 1920 wordt een overval gepleegd op twee geldlopers, die de lonen komen brengen van de Slater-Morrill Shoe Company in Braine, Massachussets. De twee geldopers worden daarbij gedood n de autoriteiten verdenken al snel de anarchisten van Galleani. Deze overval en de overval op een andere schoenenwinkel leidt de politie naar een Italiaan die in beide winkels heeft gewerkt, Mario Buda. Via hem komen ze uit bij Sacco en Vanzetti. Buda slaagt er nog in te ontsnappen naar het Italiaanse moederland, maar Sacco en Vanzetti worden gearresteerd. Op het moment van hun arrestatie zijn beiden in het bezit van een wapen klaar voor gebruik.

Op 31 mei 1921 , meer dan een jaar na de dodelijke overval op de twee geldlopers, start het proces tegen Sacco en Vanzetti. Ze hebben jammer genoeg hun reputatie van anarchisten en aanhangers van Galleani tegen zich. Daarenboven is alles wat geassocieerd kan worden met bolsjewisme of aanverwante strekkingen zeer verdacht in de Verenigde Staten. Ondanks de niet overtuigende bewijzen worden beiden op 14 juli 1921 ter dood veroordeeld.

Daarna start een jarenlang juridisch steekspel. Even lijkt het er op dat ze de dans gaan ontspringen als een zekere Celestino Medeiros , opgepakt wegens een bankoverval, zijn betrokkenheid bij de overval en de moorden bekent en eraan toevoegt dat noch Sacco noch Vanzetti betrokken zijn. De schuldbekentenis wordt als ongeloofwaardig afgedaan en zonder gevolg geklasseerd. Voor zijn aandeel in de bankoverval met dodelijke afloop krijgt Medeiros wel de doodstraf. Maar men blijft protesteren tegen het doodvonnis van Sacco en Vanzetti op basis van een te magere bewijsvoering. Het proces wordt ook uitvoerig becommentarieerd in de media en in verscheidene steden worden protestbetogingen gehouden ten gunste van Sacco en Vanzetti. Ook paus Pius XI sluit zich aan bij de pleitbezorgers van Sacco en Vanzetti. Het is echter allemaal tevergeefs. Door een vreemde samenloop van omstandigheden wordt de executie van de drie veroordeelden, Sacco, Vanzetti en Medeiros op dezelfde dag gepland. Op 23 augustus 1927 eindigen ze alledrie op de elektrische stoel.

Het proces van Sacco en Vanzetti wordt tot vandaag beschouwd als het voorbeeld van juridische dwaling in de Verenigde Staten.

bronnen
Sacco and Vanzetti – Wikipedia

Sacco and Vanzetti, 1921 | Gilder Lehrman Institute of American History

De zaak Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti | Historiek

https://www.newbedfordguide.com/celestino-medeiros-in-the-shadow/2013/09/03

wapenstilstand in Ierland

Op 11 juli 1921 om 12 uur start een wapenstilstand tussen de Irish Republican Army en de Britse overheid in Ierland. Een vredesvoorstel om een einde te maken aan de bloedige aanslagen over en weer lag er al van december 1920 op tafel. De Ieren krijgen eigen zeggenschap in het grondgebied van zuid-Ierland wettelijk voorzien in de Fourth Home Rule Bill die in november 1920 door het Brits parlement aanvaard werd. In de praktijk zijn er dan 2 parlementen op Ierse bodem : een in noord-Ierland in Belfast en één in zuid-Ierland in Dublin.

Maar de Britse premier Lloyd George is in eerste instantie niet gehaast om de wapenstilstand te ondertekenen. Het gevolg is dat het conflict weer maanden verder gaat met vele doden tot gevolg. Maar er is hoe langer hoe meer twijfel bij de Britten over de haalbaarheid van een louter militaire oplossing. Ook koning George V laat zijn ontevredenheid blijken over het uitblijven van een oplossing. Hij vraagt generaal Jan Smuts om een voorstel . Dit voorstel van Smuts wordt gedeeld met de premier Llloyd George en zijn kabinet. Op 24 juni 1921 schrijft Lloyd George naar Eamon de Valera, als de leider van meerderheid in zuid-Ierland om onderhandelingsgesprekken te beginnen. Gesprekken tussen de Valera en Lord Middleton vinden plaats tussen 4 en 8 juli. Op 8 juli 1921 wordt er dan formeel een wapenstilstand getekend door leden van het Ierse Dail cabinet, Robert Barton en Eamon Duggan en de Britse militaire bevelhebber generaal Neville Macready.

Het duurt nog even voor alle leiders van het Irish Republican Army op de hoogte zijn van de wapenstilstand. Niet iedereen is overtuigd en enthousiast over de wapenstilstand en het einde van de vijandelijkheden. Sommige IRA cellen vallen nog Britse eenheden aan. Dat leidt dan weer tot tegengeweld : op 10 juli 1921 nemen loyalisten wraak in Belfast voor de IRA aanslag van de dag ervoor. Er vallen 16 doden en 161 huizen gaan in vlammen op. Die gebeurtenissen staan bekend als Belfast’s Bloody Sunday.

Maar uiteindelijk zwijgen de wapens dan toch. De overgrote meerderheid van de mesen in Ierland is opluchting dat de nachtmerrie die 131 weken heeft geduurd, voorbij is. Sommigen komen dan ook samen om te bidden dat de wapenstilstand tot een definitief akkoord leidt (zie foto hieronder).

bronnen

Today in Irish History, The Truce, 11 July 1921 – The Irish Story

Irish War of Independence – Truce | The Irish War

File:Not an Irish Civil War Prayer Vigil after all! (7485579104).jpg – Wikimedia Commons

Organisation Consul

De Kapp-putsch van maart 1920 heeft de top van de Duitse rijksregering duidelijk gemaakt hoezeer de controle over de vrijkorpsen uit hun vingers is geglipt. De troepenvermindering die in het verdrag van Versailles is vastgelegd, laat de regering dan ook geen andere keus dan deze eenheden te ontbinden, wat niet overal even goed lukt zoals bij de marinebrigade van Hermann Ehrhardt.

Hermann Ehrhardt kiest om ondergronds te gaan na de mislukte staatsgreep en zoekt een onderkomen in Beieren. De keuze voor Beieren is niet toevallig omdat hij er een jaar eerder met zijn marinebrigade is opgetrokken tegen de radenrepubliek. Het antibolsjewistische deel van de Beierse bevolking heeft hem daarbij toegejuicht. Hij wisselt in München herhaaldelijk van verblijfplaats. Zijn schuilnamen zijn Hugo von Eschwege, Hugo Eisele of consul Hans Eichmann.

In de late herfst van 1920 betrekt een groep Ehrhardt-officieren een hoekgebouw met een jugenstilgevel in het stadsdeel München-Schwabing. In de onopvallende huurwoning in de Trautenwolfstrasse is een houtverwerkingsbedrijf gevestigd die in werkelijkheid nooit zaken doet in de verwerking van hout. Achter deze dekmantel gaat de centrale van Hermann Ehrhardts nieuwe geheime genootschap schuil. Al gauw komen in de kleine wijk Schwabing een groep mannen weer bijeen die elkaar kennen uit hun gemeenschappelijke tijd aan het front en in het vrijkorps en die worden verenigd door dezelfde gevoelens. Ze hebben het nooit kunnen verkroppen dat ze ontzet zijn uit hun leidersrolals officier in het Duitse keizerrijk. In een nieuw verbond willen ze hun lot als verliezers in het tegendeel doen omslaan.

Deze groep krijgt in 1921 versterking van nieuwe aanhangers. Als bij een referendum in Silezië vereist door het verdrag van Versailles , in maart 1921 een onverwacht duidelijke meerderheid ervoor kiest om bij het Duitse rijk te blijven, negeren Poolse opstandelingen deze uitslag en bezetten grote delen van Opper-Silezië om die gebieden in te lijven bij de republiek Polen. Honderden mannen uit de vroegere vrijkorpsen mobiliseren zich uit eigen beweging en steken de grens met Opper-Silezië over om zich aan de sluiten bij Zelfverdediging Opper-Silezië.

Enkele weken later maakt een wapenstilstand een einde aan het avontuur voordat de gevechten zouden uitlopen in een Duitse burgeroorlog. De Münchense organisatie van Hermann Ehrhardt krijgt hierdoor een nieuwe dynamiek. De inzet heeft niet alleen oude kameraden bijeengebracht maar ook vele nieuwe aanhangers opgeleverd. Vanwege de toestroom worden de structuren van de centrale in Schwabing uitgebreid. In de loop van de zomer 1921 is in München de veteranengroep van iemand die gezocht wordt wegens hoogverraad veranderd in een slagvaardige, landelijk opererende geheime organisatie die zich sindsdien Organisation Consul noemt. De nieuwe schuilnaam is afgeleid van een pseudoniem van Ehrhardt die zich tijdens zijn ballingschap in Beieren uitgeeft als “de heer consul”.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands diep.