Smyrna gaat deels in vlammen op

Smyrna gaat deels in vlammen op

Op 9 september 1922 is de stad Smyrna overspoeld door de hartstochten die in een decennium van oorlog voeren zijn gewekt. Als de Turkse cavalerie deze ooit welvarendste en meest kosmopolitische stad van het Ottomaanse rijk binnenrijdt, kijkt de christelijke meerderheid van de bevolking in nerveuze afwachting toe. Smyrna is een stad waarin moslims, jode, Armeniërs en Grieks-orthodoxe christenen eeuwenlang min of meer vreedzaam hebben samengeleefd. Maar na bijna tien jaar oorlog zijn de onderlingen etnische verhoudingen in de stad verstoord. Het Ottomaanse rijk is tijdens de Balkanoorlogen van 1912 en 1913 Europese gebieden kwijt geraakt. En nadat het aan de kant van Duitsland heeft gevochten, zijn ook de Arabische gebieden ontnomen door Britten en Fransen. Na de Groote Oorlog is er een drie jaar durend conflict uitgevochten tussen Grieken en Turken, dat gekenmerkt is door talrijke wreedheden jegens moslims en christenen.

In september worden een aantal rekeningen vereffend nu duidelijk is wie de oorlog gewonnen heeft. Vlak nadat het Turkse leger Smyrna heeft veroverd, arresteren soldaten de orthodoxe aartsbisschop Chrysostomos, een uitgesproken voorstander van de Griekse invasie, en dragen hem over aan hun commandant, generaal-majoor Sakalli Nuredin Pasja. De generaal levert Chrysostomos uit aan een Turkse mensenmassa. Een waarnemer, een Franse matroos vertelt :

De massa stortte zich met rauwe kreten op Chrysostomos en sleepte hem door de straat tot bij een kapperszaak, waar Ismael, de Joodse eigenaar, zenuwachtig in de deuropening toekeek. Iemand duwde de kapper opzij, greep een wit laken en knoopte dat om Chrysostomos’ nek. Hij riep :”We gaan hem scheren.”. Ze rukten de prelaat zijn baard uit, staken zijn ogen uit met hun mes, sneden zijn oren , zijn neus en zijn handen af. Niemand kwam tussenbeide. Ze sleepten vervolgens het verminkte lichaam van Chrysostomos naar een nabijgelegen straatje, waar ze hem in een hoek gooiden en lieten creperen. (Volgens andere bronnen eindigde het nog gruwelijker met het vierendelen van Chrysostomos).

De gewelddadige dood van de orthodoxe metropolie van Smyrna is slechts de ouverturen van een golf van geweldsorgieën. In de loop van de volgende twee weken worden naar schatting 30.000 Grieken en Armeniërs afgeslacht. Nog veel meer worden er beroofd, in elkaar geslagen of verkracht door Turkse soldaten, paramilitaire troepen en plaatselijke tienerbendes.

In de namiddag van 13 september 1922 gaan in de Armeense wijk van de stad de eerste huizen in vlammen op. De volgende ochtend staan ook de meeste christelijke wijken van Smyrna in brand. Binnen enkele uren hebben duizenden mannen, vrouwen en kinderen hun toevlucht gezocht aan de kade. Terwijl Turkse troepen de kade afsluiten, proberen veel wanhopige vluchtelingen de geallieerde schepen in de haven te bereiken. ALs het steeds duidelijker wordt dat de geallieerden niet zullen ingrijpen, plegen enkele angstige Grieken zelfmoord door het water in te springen en zicht te verdrinken. Anderen willen zich zwemmend in veiligheid brengen, terwijl ze als een razende een van de geallieerde schepen proberen te bereiken. Kinderen en bejaarden worden onder de voet gelopen door een massa die wanhopig tracht te ontsnappen aan de ondraaglijke hitte van de brandende gebouwen om hen heen. Vee en paarden, die onmogelijk te evacueren zijn, breken hun voorpoten voordat ze in het water worden geduwd om te verdrinken – een tafereel dat wordt vereeuwigd in het korte verhaal “on the Quai at Smyrna”, geschreven door de dan nog onbekende buitenland correspondent van the Toronto Star, Ernest Hemingway.

bron : Robert Gerwarth, de verslagenen, Balans

Bang afwachten temidden van chaos

In september 1922 wachten de christelijke en Armeense burgers van Smyrna bang af op wat komen gaat. De chaos die ze in hun stad zien is een gevolg van de aanval van het opgefriste leger van Mustafa Kemal die op 26 augustus 1922 begonnen is. Vier dagen later stort de Griekse verdediging rond Afyon in. Doordat de Grieken geen nieuwe defensieve positie kunnen innemen, neemt de chaos toe. Angst maakt zich meester van de Griekse soldaten in Centraal-Anatolië. Velen van hen negeren hun orders en trekken zich in paniek terug. De ineenstorting van de militaire discipline tijdens de lange terugtocht naar de kust van westelijk Anatolië manifesteert zich in wilde daden van vergelding tegen de Turkse burgerbevolking. Griekse soldaten maken hele dorpen met de grond gelijk waaronder Uşak, Alaşehir en Manisa. Een katholieke missionaris in de regio merkt daarover op :”De Grieken hebben nu elk recht verspeeld om over Turkse barbarij te spreken.”.

Haastig in elkaar geflanste evacuatieplannen worden in werking gezet als tienduizenden Griekse soldaten zich in ijltempo terugtrekken naar de kust, waar de schepen liggen. De verliezen van het Griekse leger tijdens de campagne in Klein-Azië zijn opgelopen tot 23.000 doden en 50.000 gewonden, naast de 18.000 krijgsgevangenen. Het is de grootste militaire nederlaag in de moderne Griekse geschiedenis.

De soldaten worden weliswaar geëvacueerd, maar dat geldt niet voor de christelijke burgers in Anatolië. In het kielzog van het terugtrekkende Griekse leger komen tienduizenden vluchtelingen uit dorpen in heel West-Anatolië naar Smyrna. Begin september 1922 lijkt de stad op een enorm vluchtelingenkamp, waar duizenden etnische Grieken op straten en in parken kamperen. Hun hoop dat ze tegen Turkse wraakacties zullen worden beschermd, is gebaseerd op de aanwezigheid van geallieerde schepen en soldaten voor de kusten van de stad. Wat ze niet weten, is dat de geallieerden geen enkele intentie hebben militair in te grijpen in het Grieks-Turkse conflict.

De Griekse autoriteiten voelen er ook weinig voor een massale uittocht van christelijke burgers uit West-Anatolië mogelijk te maken. Terwijl de Hoge Commissaris in Smyrna, Aristeidis Stergiadis, op 1 september in een vertrouwelijke verordening alle Griekse bestuurders van de stad verzoekt hun boeltje te pakken en zich voor te bereiden op een evacuatie, verzekert hij de christenen van Smyrna in het openbaar dat ze niets te vrezen hebben. Een van de redenen om zelfs niet een deel van de bevolking van Smyrna te evacueren, is de angst dat de massale komst van verarmde vluchtelingen naar Athene tot een revolutie zou kunnen leiden.

In de ochtend van 8 september 1922 vertrekt Stergiadis op een Brits schip. Smyrna is in de steek gelaten; Zijn christelijke inwoners en vluchtelingen zijn achtergelaten in de hoop dat het oprukkende Turkse leger en de partizanen met hen genade zullen hebben.

bron : Robert Gerwarth, de verslagenen, Balans, 2016

intocht van de Turken in Smyrna (nu Izmir).
het groot offensief

het groot offensief

Mustafa Kemal heeft het moment afgewacht waarop hij met de Grieken kan afrekenen. Sinds de zomer van 1921 zijn er geen grote veldslagen meer geweest. Die tussentijd heeft Kemal nuttig gebruikt om zijn leger verder uit te breiden en via diplomatieke wegen weet hij de sympathie van Fransen en Italianen voor de Turkse zaak te winnen. De pro-Griekse Britten houden zich eerder gedeisd. Van de Sovjet-Unie krijgt Kemal de nodige wapens en financiële middelen.

Op 26 augustus 1922 begint het groot offensief met een actie van de Turkse cavalerie. In de vroege uurtjes doorbreken zij de Griekse linies om de telegraaflijnen en de spoorlijn te saboteren. Daarmee is de communicatie tussen het Griekse hoofdkwartier en de eerste linies al verstoord. Bovendien kunnen versterkingen minder snel aangevoerd worden.

In de ochtend van 26 augustus neemt de Turkse artillerie de Griekse linies onder vuur. De Griekse artillerie is veel zwakker en weet zich nauwelijks te verweren. Daarna onderneemt de Turkse infanterie een stormaanval. Tegen de middag zijn de eerste linies van de Grieken onder de voet gelopen.

Het Griekse hoofdkwartier in Smyrna heeft geen duidelijk beeld van de gebeurtenissen maar bereidt wel een tegenaanval voor. Die zal uitgevoerd worden op 28 augustus. Maar aan het front worden er andere orders uitgevaardigd door commandanten die wel een zicht hebben op de gebeurtenissen.

Op 27 augustus volgt een nieuwe aanval van de Turkse artillerie. De Grieken beginnen zich tegen de avond terug te trekken in de richting van Dumlupinar. Die terugtocht wordt niet goed gecommuniceerd wardoor bepaalde Griekse korpsen ter plaatse blijven. Hierdoor ontstaat er een gat in de Griekse linies. Als op 28 augustus de laatste Griekse soldaten zich dan ook terugtrekken, worden ze in de flank aangevallen door de Turken .

Er zijn nu twee grote Griekse legerkorpsen op de terugtocht, het ene korps onder leiding van generaal-majoor Frangou en het andere onder leiding van generaal-majoor Trikoupis. De Turken voorkomen dat beide legerkorpsen met mekaar contact kunnen maken tijdens de terugtocht. Op 29 augustus wordt het korps van Trikoupis omsingeld. De Grieken verzetten zich en dit leidt tot de slag bij Hamurköy-İlbulak Dağ. Beide zijden lijden hevige verliezen. Aan het einde van de dag trekken de Grieken van Trikoupis zich terug naar Çalköy. Ondertussen bezet het korps van Frangou-groep die dag een front van 20 km rond Dumlupınar. Hun positie wordt aangevallen en de rechterflank wordt met weinig strijd gebroken. Om een ​​raam van hoop open te laten voor de soldaten van Trikoupis om zich terug te trekken naar Dumlupınar, beveelt Frangou zijn linkerflank om tegen elke prijs posities in te nemen.

In de ochtend van 30 augustus komen de soldaten van Trikoupis aan in Çalköy. Tijd om een stand van zaken op te maken : de voedselvoorraden zijn volledig uitgeput en de munitievoorraden zijn er niet veel beter aan toe. Bovendien is het moraal van de mannen ondermaats. In plaats van een stellingname beslist Trikoupis verder terug te trekken naar Alıören . Maar hij heeft kostbare tijd verloren en de Turken versperren de weg en de Turkse artillerie neemt de Grieken onder vuur. Door de slag bij Alıören breekt het korps van Trikoupis in drie colonnes. Aan het einde van de dag hervatten die drie colonnes hun terugtocht naar het westen. Twee colonnes, waaronder Trikoupis zelf, geven zich over aan de Turken op 1 september. Een derde colonne weet te ontsnappen maar heeft elke gevechtswaarde verloren.

Diezelfde dag vallen de Turken het korps van Frangou aan. De Grieken verweren zich heftit maar om 23u30 besluit Frangou het gevecht af te breken en zich terug te trekken naar Banaz. Het groot offensief is definitief van karakter veranderd. Het is geen reeks van veldslagen meer, het is een hopeloze vlucht van de Grieken opgejaagd door de Turken.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Offensief

https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Dumlup%C4%B1nar


geruchten van de Turkse voorposten

Sinds de zomer van 1921, waarbij de Turken het Griekse leger voor Ankara tot staan brachten, zijn er geen grote veldslagen meer geweest. De Griekse en Turkse posities blijven grotendeels ongewijzigd. Grieken proberen tevergeefs steun te krijgen van de Britten en Fransen. Ondertussen versterkt Mustafa Kemal zijn leger verder in afwachting van het grote moment. En dan komen er hoopvolle berichten van de Turkse voorposten. Die berichten sijpelen door tot in de achterhoede waar de Duitse officier in Turkse dienst Hans Tröbst die ook opvangt. We laten hem hieronder in zijn dagboek aan het woord. Op 2 augustus 1922 noteert Tröbst het volgende :

Bij de Turkse voorposten zijn er burgers uit Afyonkarahisar verschenen met de melding :”De Grieken zijn weg, ze hebben de ganse spoorweg naar Smyrna bij hun terugtocht vernield. Wij hebben geen overheid meer, komt alstublieft. “. Aangenomen dat dit waar is en dat Eskişehir ontruimd is, dan beoordeel ik dit op een andere manier als de triomferende Turken. Deze veldtocht is niet op een militaire manier maar een politieke manier gevoerd. Sinds weken is het een publiek geheim dat de Grieken ijverig evacueren en ontruimen. Als men een gedemoraliseerd leger aanvalt, en dat is het Griekse leger zeker, dan mag je met 75% waarschijnlijkheid aannemen dat die kerels het op een lopen zetten. Ali Ishan Pasha had om die reden willen aanvallen, maar het parlement heeft hiervoor geen toestemming gegeven. En daarom heeft hij zijn ontslag ingediend.

En terwijl de evacuering volop bezig is, verschijnt de Britse generaal Townshend. Daar zie ik verbanden tussen. Volgens mij hebben de Engelsen de Grieken gedwongen om te ontruimen, en Townshend is met dit bericht en Engelse voorstellen of moet ik zeggen voorwaarden naar Ankara gekomen. Misschien moeten de Grieken terug naar de Sèvres-linie, die hun oorspronkelijk op basis van het vredesverdrag door de Entente is gegarandeerd. Griekenland heeft zich door de oorlog financieel geruïneerd en het heeft de ENgelse leveringen contant moeten betalen. Nu moppert men dat de Engelsen Saloniki van de Grieken als betaling willen. Dat zou nog eens een leuk Engels geschenk zijn. Engeland heeft zich al alle bgrote bronnen van inkomsten laten verpandenen nu dwingt het ook nog Saloniki af en laat Griekenland als een uitgeperste citroen achter.

Nu ben ik toch zeer benieuwd hoe het theaterstuk verder loopt. Gaan de Grieken weglopen tot Smyrna of zelfs Athene ? In ieder geval ligt de weg naar Konstantinopel open en is de woede tegen Engeland groot. Wat nu ?

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Hans Tröbst uiterst links op de foto in gezelschap van 3 andere Duitsers – Ankara 1921

Operatie Nemesis slaat weer toe in Berlijn

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. In 1922 beraamt men opnieuw een aanslag in Berlijn, na de moord op Talaat Pasha in Berlijn in 1921.

De Armeniërs sturen weer verkenners uit naar Berlijn om hun volgende slachtoffers te schaduwen. Eén van deze verkenners, Hrap Papazian, sluit vriendschap met Kemal, de zoon van Djemal Azmi, en met de weduwe van Talaat Pasha. Papazian doet zich natuurlijk voor als oud landgenoot maar verraadt zijn Armeense afkomst niet. Aan tafel hoort bij vaak verhalen over de vervolging van de Armeniërs tijdens de oorlogsjaren. Een andere verkenner, Arshavir Shiragian, sluit op zijn beurt vriendschap met de familie van een Duitse politieagent, herr Sack. Deze agent brengt het nodige papierwerk in orde voor Shiragian zodat hij legaal in Duitsland kan blijven.

Op de avond van 17 april 1922 besluit de groep tot de aanval over te gaan. Shiragian en Yerganian gaan na het eten een wandeling maken in de buurt waarvan ze denken dat ze hun doelwitten kunnen ontmoeten. Rond 10 uur ’s avonds zien ze hun doelwitten : Djemal Azmi, voormalig gouverneur van Trebizonde, en dokter Shakir wandelen met hun vertrouwde gezelschap langs de drukke straat. De Armeniërs vermoeden dat er ook gewapende lijfwachten in het gezelschap zijn en volgen hen daarom op een discrete afstand. Hun wandeling brengt hen langs de Uhlandstrasse, niet ver van de Kurfürstendamm. Eén van de cinema’s in de buurt speelt de film “Dr. Mabuse, der Spieler”. Er heerst een gezellige drukte. Yerganian fluistert Shiragian toe dat ze de operatie moeten afbreken wegens de aanwezigheid van twee lijfwachten en de mensenmassa’s op straat.

Shiragian maakt een kruisteken en antwoordt Yeragian dat hij zelf moet bepalen of hij meekomt of niet maar dat de aanval wat hem betreft doorgaat. Shiragian trekt zijn wapen en Yerganian volgt. De weduwe van Talaat Pasha ziet de wapens en begint te gillen. Shiragian duwt haar opzij, mikt en schiet Azmi onder zijn linkeroog. Die valt dood neer. Daarna richt Shiragian zijn wapen op dokter Shakir, vuurt en verwondt hem. Yerganian vuurt op zijn beurt op Shakir en geeft hem zo het genadeschot. Ze zetten het op een lopen, tot hun verbazing achterna gezeten door de massa toeschouwers in de straten.

Ze slagen erin om te ontsnappen en gaan later in de buurt kijken naar het resultaat van hun moordaanslag. De twee Armeniërs begrijpen dat er snel een politiecordon is opgezet. Shiragian geraakt aan de praat met een Duitse familie tussen de omstaanders en met deze Duitse familie slagen ze erin om door het cordon te wandelen zonder verder verontrust te worden.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books, p.254

Operatie Nemesis slaat toe in Rome

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. Op 5 december 1921 slaat Nemesis toe in Rome. Uitvoerder van de aanslag is Arshavir Shiragian. De jongeman is 21 jaar oud en geboren in Constantinopel. Hij is een tiener als de Groote Oorlog uitbreekt in 1914 maar hij wordt al snel een lid van het ondergrondse verzet. Hij smokkelt vluchtelingen en wapens doorheen verschillende locaties in de stad. De meeste Armeniërs proberen te overleven door hun hoofd zo veel mogelijk te buigen, letterlijk en figuurlijk, maar Shiragian is iemand die het conflict met de politie niet uit de weg gaat, en soms ook wel opzoekt. Hij is robuust, vertrouwd met wapens, een goed schutter en trefzeker. Als hij naar Rome wordt gestuurd, heeft hij al eerder Turkse vijanden van de Armeniërs uit de weg geruimd.

Zijn doel is Said Halim Pasja die in een villa niet ver van de Spaanse trappen in Rome zijn toevlucht heeft gezocht. Said Halim Pasja was groot-vizier van het Ottomaanse rijk tijdens de Groote Oorlog en hij heeft zijn handtekening gezet onder het bevel van de deportatie van de Armeniërs. Said Halim is niet alleen in Rome. Er zijn nog andere Turkse ballingen die samen met hem wachten op de overwinning van Mustafa Kemal om dan naar Turkije te kunnen terugkeren.

Als Shiragian in Rome toekomt, sluit hij al snel vriendschap met een jonge oorlogsweduwe Maria die hem uitnodigt om bij haar in te trekken. Korte tijd later weet Shiragian de woonplaats van Said Halim Pasja te vinden in de Via Bartolomeo Eustachio nummer 18. De voormalige grootvizier heeft zich het leven aangemeten van een Italiaanse gentleman met entourage, een Zwitserse dienstmeid, een lijfwacht en secretaris. Om niet op te vallen, besluit Shiragian Helena, een Griekse jongedame in de buurt, het hof te maken. En hij koopt nieuwe kleren die zo opvallend zijn, dat ze de aandacht van hemzelf moeten afleiden. Een grote zwarte hoed en een lange zwarte overjas moeten het theatrale benadrukken.

Op 5 december 1921 gaat Shiragian tot de actie over. Hij neemt de trein en stapt uit in de buurt van de Via Bartolomeo. Hij komt ongewild zijn Grieks liefje Helena tegen en begint een gesprek, terwijl hij de buurt nauwlettend in de gaten houdt. Als hij de koets van Said Halim Pasja ziet, slaat hij zonder twijfelen toe. Hij plaatst zich in het midden van de straat, brengt het paard tot stilstand, gaat langszij de koets en met één welgemikte kogel in het hoofd doodt hij de voormalige groot-vizier. Dan houdt Shiragian de lijfwacht onder vuur en dwingt hem zijn wapen te laten vallen. Vervolgens laat hij het verschrikte paard met de koets erachter vertrekken. De koetsier kan de koets tot staan brengen, maar het is al te laat. Door de drukte van het Romeinse verkeer is Shiragian kunnen ontkomen. Ooggetuigen zien dat hij zijn zwarte hoed en jas weggooit en dat iemand anders die hoed en jas oppakt en een andere richting uitvlucht.

Shiragian komt terug thuis bij de Italiaanse weduwe Maria. Die heeft het nieuws van de moord al opgevangen en waarschijnlijk kan ze de link met haar minnaar leggen. Ze stelt hem voor dat ze beiden zich terugtrekken in haar verblijf op het platteland. Op deze manier kan Shiragian aan de Italiaanse politie ontsnappen.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, pp. 244-253

diplomatieke successen voor Mustafa Kemal

Na de slag aan de Sakarya zijn de Grieken op de terugtocht. Hun droom om de Turken onder leiding van Mustafa Kemal te verslaan voor Ankara is voorbij en de enige weg is terug. Door dit militaire succes slaagt Kemal erin om verdragen te sluiten.

Het eerste verdrag is het verdrag van Kars, ondertekend door Turkije en de Sovjet-Unie op 13 oktober 1921. De ondertekenaars van het verdrag zijn Kâzım Karabekir voor Turkije en Yakov Ganetsky voor de Sovjet-Unie. Door dit verdrag worden de grenzen tussen beide landen vastgelegd, meer bepaald de grenzen met de sovjet-republieken Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Doordat Turkije terrein wint door dit verdrag, wordt de grens met Iran langer, wat later nog zal leiden tot grensconflicten rond de kleine Ararat.

Een week later volgt het verdrag van Ankara, ondertekend op 20 oktober 1921. De ondertekenaars zijn Henri Franklin-Bouillon voor Frankrijk en Yusuf Kemal Bey voor Turkije. Hiermee eindigt de Franks-Turkse oorlog in Cilicië en wordt Cilicië definitief overgedragen aan Turkije. In ruil erkent Turkije het Franse mandaat over Syrië. Er komt een speciaal statuut voor de sanjak van Alexandretta. Het gebied is Syrisch, maar het Turks wordt er erkend als officiële taal. Bovendien wordt het graf van Suleyman Shah, de stichter van het Ottomaanse rijk, erkend als Turks grondgebied. Tijdens de Syrische burgeroorlog zal dit graf nog zorgen voor de nodige spanningen tussen Turkije en Islamitische Staat.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Kars
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Ankara_(1921)
https://en.wikipedia.org/wiki/Tomb_of_Suleyman_Shah

Waar is Hans Tröbst ?

Het laatste bericht van Hans Tröbst, Duitse officier in Turkse dienst, dateert alweer van 9 juli. Na een tactische terugtocht tot aan de Sakarya rivier, zijn de Turken erin geslaagd om de Grieken een halt toe te roepen. Van 23 augustus tot 13 september 1921 woedt de slag tussen Turken en Grieken aan de Sakarya rivier. Daarna is het Griekse leger op de terugtocht. Maar waar is Hans Tröbst gebleven ? We volgen hem aan de hand van enkele uittreksels uit zijn dagboek. Op 15 augustus 1921 heeft het bataljon van Hans Tröbst bevel gekregen om naar Ankara te marcheren. Daar vinden we Tröbst terug.

De Grieken waren weer in opmars vanuit Eskişehir. Rijkelijk vier weken had de Griek laten voorbijgaan voor hij terug besloot een nieuwe aanval te wagen. Een onschatbare tijdswinst voor de Turken die in deze periode soldaten mobiliseerde. Ik had de indruk dat de Griek weer op een gedisciplineerde en strijdlustige troepenmacht zou stoten. Toch zag men de komende gebeurtenissen met zorgen tegemoet. De officiersfamilies kregen het bevel de stad te verlaten en terzelfdertiojd werden voorbereidingen getroffen om het oorlogsministerie en de regering naar Kayseri in Cappadocië te verhuizen. Wij bleven tot 24 augustus in de stad tot we op 25 augustus het bevel kregen om naar Jokshahan aan de rivier Kizil Irmak te marcheren. We rekenden op drie dagen tot Jokshahan. Vanaf de tweede dag kreeg het landschap weer een bergachtig karakter. Jokshahan was met Akara verbonden door een weg die tijdens de Groote Oorlog geouwd werd en tot Erzurum had moeten leiden tot de gebeurtenissen de bouw stopzette. Hier had men alle materialen uit Kutachia, Eskişehir en Ankara verzameld om ze in karavanen naar Josgad en Kayzeri te transporteren. Ware bergen van munitie, machineonderdelen en levensmiddelen waren in een bonte verzameling opgestapeld. In de vroege namiddag braken we onder een tropische hitte weer op aan de vijftig meter brede, visrijke rivier Kisil Irmak. s’ Avonds kwam weer het bevel dat het bataljon terug naar Ankara zou moeten keren. Omdat we haast moesten maken, keerden we per trein terug en na dertien uren sporen waren we weer in Ankara.

Wat voor mij bijzonder onaangenaam was, was dat men me niet aan het front liet en als Etappist beschouwde ik mezelf als soldaat tweede klasse. (De Duitsers gebruikten de term Etappengebiet voor de streek onder militair bevel achter de frontlinies en het landsgedeelte onder burgerlijke overheid. Tijdens de Groote Oorlog was Gent hoofdstad van het Etappengebiet in België). Ik besloot een laatste poging te wagen en me tot generaal Refet Pasha te wenden. Alsof het lot mijn gedachten kon lezen, kreeg ik bij aankomst in Ankara het bevel om ’s anderendaags om twee uur bij het kabinet van de oorlogsminister te verschijnen. ’s Anderendaags zag ik mijn bataljon vertrekken om stellingen te bowuen op zeventig kilometer ten zuidwesten van Ankara. Enkel één compagnie bleef achter in de stad. Om 2 uur stapte ik in de werkkamer van de generaal. Met bijzondere vriendelijkheid beloofde hij me van alles en hij smeekte me om nog enkele dagen in Ankara te blijven.

De slag aan de Sakarya duurde al twaalf dagen en ik had weinig hoop om daar nog iets van te beleven. De Turk vocht tegen een driemaal talrijkere vijand die de modernste militaire materialen had die hij van zijn Engelse vrienden had gekregen. Het was stil in de stad. De meeste families hadden Ankara al verlaten. Ikzelf lag met een zware malaria-aanval in bed. Zodra ik weer op de been was, kreeg ik de melding dat ik zo snel mogelijk naar mijn bataljon moest gaan om een commando over te nemen. Op 12 september 1921 vertrokken we. Het bataljon zou in het dorp Karagedik nieuwe stellingen moeten bouwen. Want de vijand had zijn omsingelingspogingen nog niet opgegeven, en de nieuwe linie zou de Griekse opmars tot staan moeten brengen.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

slag aan de Sakarya

Tijdens de slag rond Kütahya-Eskisehir (lees meer daarover in dit bericht) zijn de Grieken in juli 1921 erin geslaagd om de Turkse defensielijnen te doorbreken. De Turken hebben zich teruggetrokken tot aan de rivier Sakarya. Daar hebben ze nieuwe defensies opgericht. Voor beide partijen is de volgende veldslag cruciaal. Verliezen de Turken, dan ligt hun hoofdstad Ankara binnen Grieks handbereik. Maar winnen de Turken, dan ziet het er voor de Grieken zeer benard uit. Ze staan dan als verliezer in vijandig gebied aan het einde van zeer uitgerekte bevoorradingslijnen. Na de inname van Eskisehir zijn de Grieken dan ook niet zeker wat ze het beste doen : hun posities consolideren, of een laatste poging wagen om de vijand definitief uit te schakelen ?

Op 10 augustus 1921 zet het Griekese leger zich in beweging. Ze rukken op richting Ankara en naderen de Sakarya waarachter de Turken zich hebben ingegraven. Ze marcheren negen dagen vooraleer ze contact maken met de Turkse soldaten. Op 23 augustus 1921 zijn er de eerste gevechten aan de rivier Gök met de Turkse voorposten. Op 26 augustus vallen de Grieken over de ganse lijn aan en ze steken de Gök over. Op 2 september veroveren de Grieken de strategische berg Chal. Hun poging om de linkerflank van de Turken op te rollen mislukt en daarna is het een inbeuken op de Turkse defensie. Door deze krachtsinspanning geraken sommige Griekse eenheden tot op 50 kilometer van Ankara. Maar verder geraken ze niet.

Dagenlang krijgen de Grieken geen versterking noch munitie. De Turkse cavalerie bestookt de Griekse aanvoerlijnen zeer deskundig. De Turken van hun kant kunnen wel voortdurend munitie en verse soldaten aanvoeren naar de meest bedreigde posities. Enkele dagen lijkt de strijd te luwen. Beide legers zijn stilaan uitgeput. In die rustige dagen slaagt een Turkse patrouille er bijna in om de Griekse koning Constantijn I gevangen te nemen.

Mustafa Kemal neemt op 8 september 1921 de leiding van een aanval op de berg Chal. De Grieken houden stand maar de Turken behalen toch een kleine militaire overwinning. De morele overwinning is echter vele malen groter. De Grieken vrezen dat dit de voorbode kan zijn van een definitieve doorbraak en met de herfst voor de deur verkiezen ze zich terug te trekken tot hun uitgangsposities in Eskisehir. Op 14 september 1921 beginnen ze aan hun terugtocht.

De Turkse overwinning aan de Sakarya zal de beslissende overwinning blijken in de maanden die komen. Mustafa Kemal wordt in Ankara gehuldigd als volksheld en krijgt de titel van veldmaarschalk. In oktober 1921 volgt er nog een verdrag met de Russen (verdrag van Kars) en een verdrag met de Fransen (verdrag van Ankara). Zo versterkt Mustafa Kemal de posities van de Turken door vrede te sluiten met een aantal voormalige vijanden.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_the_Sakarya

slag om Kütahya-Eskişehir

Tussen 10 en 24 juli 1921 leveren Grieken en Turken slag in de regio tussen Kütahya en Eskişehir. Beide steden liggen aan een spoorlijn die hen onderling en met Ankara verbindt. Ze zijn dan ook cruciaal voor het Turkse troepentransport. Na de 2e slag om Inönü (lees hierover in dit bericht ) hebben de Grieken gewacht op een tweede gelegenheid om alsnog beide steden in te nemen. De Griekse koning Constantijn komt aan in Anatolië om zijn troepen moed in te spreken.

De Grieken slagen erin om door de Turkse verdedigingslinies te breken en ze nemen zowel Kütahya als Eskişehir in. De Turken trekken zich ordelijk terug ten oosten van de Sakarya rivier. Dit is een gemiste kans voor de Grieken om definitief de Turkse legers te vernietigen. Ze nemen een maand de tijd om hun aanvalsplannen op te stellen en trekken dan verder richting Sakarya voor het ultiem treffen. Maar ook de Turken bereiden zich voor. Generaal Izmet Pasha wordt opzij geschoven en Mustafa Kemal wordt benoemd tot opperbevelhebber van het leger voor een termijn van zes maanden.

bronnen
Battle of Kütahya–Eskişehir – Wikipedia
Greek occupation of Asia Minor (levantineheritage.com)
Greco-Turkish War (1919–1922) – Wikiwand

Een Grieks Schneider-Canet kanon met bemanning in actie tijdens de slag om Eskişehir, Juli 1921.