Hans Tröbst krijgt zijn kalpak

Hans Tröbst is aangekomen in Constantinopel om verder te reizen naar Anatolië en zich daar aan te sluiten bij het leger van Mustafa Kemal. Maar in de stad moet hij voorzichtig zijn omdat het er wemelt van Britse en Franse militairen. Hij vindt nergens een luisterend oor op de contactadressen die hem zijn doorgegeven. Maar heel toevallig ontmoet hij een voormalige Turkse kapitein die ook naar Anatolië wil. Ze spreken af om daags erna terug samen te komen om hun reis voor te bereiden. We laten Hans Tröbst aan het woord…

’s Anderendaags was ik stipt op de afgesproken plaats. Kapitein Ishan wachtte me al op en we gingen naar een koffiehuis in de buurt van het ministerie van Oorlog waar een bonte mengeling van mannen in burger en uniformen samenzaten en de tijd verdreven met spelletjes en roken. “Dit zijn allemaal officieren die uit krijgsgevangenschap zijn teruggekeerd,” wist Ishan me te zeggen, “Die willen allemaal naar Anatolië.”. We namen plaats, bestelden een koffie en na enige ogenblikken zette een man zich bij ons en groette ons. We legden hem de situatie uit, ik gaf hem mijn militaire documenten mee en hij verdween met Ishan. Na twee uren wachten was Ishan terug, maar de man durfde me niet verder helpen uit schrik dat ik een spion was.

“Blijf hier nog even wachten,”vroeg Ishan. “Hierover is het ministerie van oorlog, daar is een majoor en hij zal ons verder kunnen helpen.”. Ishan verdween opnieuw en na een half uur was hij terug met de melding dat we over 2 dagen om 2 uur met majoor Halid een afspraak hebben.

Twee dagen later is Hans Tröbst bij majoor Halid die hem in goed Duits te woord staat. Hij verwijst Hans door naar majoor Rimsey. Die is wel heel hartelijk , heeft het over zijn diensttijd onder de Duitse generaal Liman von Sanders, maar zegt ook dat hij niets kan doen en verwijst hem door naar majoor Essad. Als die derde majoor hem vraagt om maandag terug te komen, besluit Hans Tröbst om klare wijn te schenken.

Neem me niet kwalijk, majoor, maar ik ben sinds een week in Constantinopel. Iedereen die ik gesproken heb over mijn reisdoel, laat me daags erna terugkomen, om me dan te zeggen dat hij niets voor me kan doen en dan krijg ik een nieuw adres. Ik ben sinds oktober onderweg, mijn geldmiddelen zijn karig geworden. Op dit moment heb ik nog voldoende geld om zowel naar Anatolië als naar Duitsland te kunnen reizen. Daarom moet ik nu duidelijk weten : is het mogelijk om naar Anatolië te gaan, ja of neen ? Anders word ik van dag tot dag aan het lijntje gehouden om dan als mijn geld op is, te moeten vaststellen dat ik helemaal niet meer naar Anatolië kan. Dat is mijn situatie”.

De majoor begint zenuwachtig heen en weer te schuifelen, overlegt lang met een andere Turkse militair en zegt me dan :”Komt u morgen om 4 uur terug en mogelijk kan u dan maandag al afvaren.”.

Daags erna biedt Hans Tröbst zich weer aan. Hij krijgt thee en sigaretten aangeboden. En na een kwartier over allerlei zaken gesproken te hebben , heeft de majoor het verlossende bericht :”Wat ik ook nog zeggen wou, u kunt morgen meevaren. Dan vaart een Italiaans schip naar Trabzon. Kapitein en bemanning zijn Italianen, de secretaris en de tweede kapiteitn zijn Turken. ZIj zullen u in een kabine verstoppen. Kom morgen om 2 uur naar hier en dan zorgen we voor het nodig”.

De dag van vertrek is Tröbst weer in het ministerie van Oorlog waar hij door een adjudant wordt opgevangen. Na een uur wachten stopt een Turkse luitenant hem een reisbiljet in de handen. En dan krijgt hij een duidelijk teken dat het de Turken ernst is.

Weer ging een half uur voorbij. Opnieuw verscheen de luitenant, dit keer met een zwart voorwerp in zijn hand die hij mij zonder iets te zeggen overhandigde. Een kalpak ! De officierenmuts van de Kemalisten ! Alle respect ! Dat ziet er schitterend uit.

Daarna wordt Hans Tröbst door een Turk in burger naar zijn hotel begeleid waar hij zijn koffer neemt. Dan gaat het naar de Galatabrug. Daar ziet hij kapitein Ishan terug die met hem in een roeiboot instapt om naar het schip te roeien. Hans Tröbst is onderweg naar Anatolië.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

op zoek naar de juiste contactpersoon

Hans Tröbst is in Constantinopel aangekomen. Het is zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Turkse leger dat tegen de Grieken vecht in Anatolië. Maar Constantinopel is bezet door de geallieerden en het wemelt er van de Franse en Engelse soldaten. Een Duitser op weg naar het Grieks-Turkse front zou zeker gearresteerd worden. Het komt er dus op aan om discreet naar de juiste contactpersoon te zoeken die hem kan helpen om in Anatolië te geraken.

Hij vindt eerst een onderkomen in een hotel waarvan de uitbater Duits spreekt. Hij merkt al snel dat de Turken hun oude Duitse bondgenoten nog zeer genegen zijn. Daarna trekt hij voor hulp bij zijn ondernemen naar het consultaat. Omdat het Duitse consultaat door de geallieerden gesloten is, wordt het noodgedwongen het Zweedse consultaat dat de Duitse belangen behartigt. Maar daar wacht hem een teleurstelling. De Zweedse consul is ziek en de dame die hem vervangt, is niet echt gelukkig als Hans Tröbst haar vertelt dat hij een Duitse officier is die dienst wil nemen bij de Kemalisten. Ze antwoordt het volgende :

U brengt ons in een netelig parket. Als iemand gezien heeft dat u hier binnen gestapt bent ! Het wemelt hier van spionnen en agenten ! Ik verzeker u dat we ons hier niet met politiek bezig houden. Dat hebben de Engelsen ons uitdrukkelijk verboden. Ik geef u daarom de goede raad zo snel als mogelijk naar Duitsland terug te keren. Hier in de gevangenis zitten al twee Duitse officieren die de Engelsen opgepakt hebben op hun reis naar Anatolië. Reis daarom zo snel mogelijk terug. We kunnen u echt niet helpen. Eigenlijk is het onze plicht u te laten arresteren.

Tröbst maakt zich nog kwaad op de dame maar begrijpt dat het vergeefse moeite is. Hij rondt het gesprek af en trekt terug de stad in. Hij besluit dan maar zich even als toerist te gedragen en de bezienswaardigheden te gaan opzoeken. En het eerste waar hij aan denkt, is de Hagia Sophia. Daar aangekomen ziet hij een Turk staan die met een droevig gezicht naar de zee staart. Hij spreekt hem aan in het Frans of hij hem wat over de omgeving kan vertellen. Zijn nieuwe metgezel leidt hem bereidwillig rond en aan het einde neemt het gesprek een andere wending. De Turk wijst in de verte en zegt :
– Ginder heb ik in de oorlog gevochten.
– Ach, u was soldaat.
– Soldaat ? Capitaine de l’infanterie !
– En wat doet u nu ?
– Ik ben afgezwaaid maar krijg geen pensioen. Drie dagen per week werk ik bij de post maar dat stelt natuurlijk niet veel voor. Ik heb nog een postzegelverzameling en die wil ik verkopen. En daarna vertrek ik.
– En waar gaat u dan heen ?
– Naar Anatolië, naar Mustafa Kemal.
– Sta me toe dat ik me voorstel : kapitein Tröbst, ik ben een Duitse officier en ik heb hetzelfde reisdoel als u. Kunt u me raad geven hoe ik dat het beste aanpak.

De Turkse oud-kapitein Ishan bekijkt Tröbst even argwanend maar wordt dan toch overtuigd als Tröbst hem zijn militaire papieren toont. Jazeker is het mogelijk om naar Anatolië te reizen. Maar Mustafa Kemal heeft ook tegenstanders in de stad en eigenlijk kan je niemand vertrouwen. De Britten hebben zelfs wervingsbureau’s opgesteld om argeloze vrijwilligers gemakkelijker te kunnen arresteren. Ishan en Tröbst spreken af daags erna mekaar te ontmoeten en dan naar de juiste persoon te zoeken,.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

de overtocht naar Constantinopel

We vinden Hans Tröbst terug in Varna, Bulgarije, aan de Zwarte Zee. Het was zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Witte leger van generaal Wrangel. Maar door de verovering van de Krim door het Rode leger kan daar geen sprake meer van zijn. Door geldgebrek zit Hans Tröbst nu vast in Varna waar hij in een cementfabriek werkt om geld te sparen. Met dat geld wil hij een ticket kopen om aan boord van een schip de Zwarte Zee over te steken om zich aan te sluiten bij het Ottomaanse leger. Er is echter één groot probleem : Bulgarije is bezet door de geallieerden en een Duitse officier zal zeker worden gearresteerd, ook als hij zich in burger wil aansluiten bij de legers van Kemal Atatürk. In het boek “Band 8 : vom Baltikum zu Kemal Pascha” lezen we het volgende.

Zo waren we aan de 12e januari 1921 aangekomen. Als om me uit de dagen brachten de kranten dagelijks lange artikels over Kemal Pasja en zijn getrouwen. Aan de overkant in Anatolië werd wereldgeschiedenis gemaakt en ik zat hier in Varna om zand te zeven ! Morgen is het Russisch nieuwjaar en dan wordt er zowiezo niet gewerkt en dan zal ik de gelegenheid hebben om met Astadsjov erop uit te trekken. Maar dan zei een stemmetje in mij :”Laat dat uitgaan maar even wachten, ga liever deze avond naar Serafimov. Er hangt iets in de lucht.”. Ik had zijn huis snel terug gevonden en werd ontvangen door een dame die zich voorstelde als de stiefmoeder van kapitein Serafimov. om half 9 kwam de kapiteit eindelijk thuis en ik vroeg hem opnieuw om me op zijn zeilschip mee te nemen naar Constantinopel. Maar het was tevergeefs. Hij legde in het lang en het breed uit waarom hij me niet kon meenemen en beëindigde zijn uiteenzetting met de woorden :”En zelfs als ik het zou willen doen, dan zou het nog te laat zijn voor u want ik vertrek al deze avond om 10 uur.”.

Ik hoorde eigenlijk alleen maar dat hij diezelfde avond om 10 uur zou vertrekken. Daarmee wist ik voldoende. Het was dus nu of nooit. Ik nam snel afscheid van de kapitein, spurtte door de stad, kocht nog twee broden en wat spek en thuis schrijf ik snel een afscheidsbrief voor mijn werkgever. Ik stopte snel wat spullen in mijn koffer en vertrok weer. Omdat ik wist dat het kantoor van politie en douane continu bezet was, ging ik tot aan de marinekazerne om dan via het strand langs de vissersboten te wandelen tot ik aan de ankerplaats van de “Triton” was geraakt. Daar zag ik drie Bulgaarse agenten bij de loopplank van de Triton staan. Ze waren aan het praten met de bemanning. Ik wachtte tot de agenten weg waren, ging dan naar de kaai en riep met luide stem :”Hallo , Triton ! Hallo, bagage van kapitein Serafimov.”. Er verschenen twee matrozen die me aan boord lieten. Ik had dus juist gegokt : de kapitein was nog niet aan boord en de matrozen hielden me voor een knecht die nog bagage nabracht. Ik legde de koffer in de kabine die me werd aangewezen. Tijdens een van mijn boemelpartijen in de haven had ik gehoord dat er een Rus aan boord was die Duits kon praten en die in de machinekamer werkte. Die zou me verder kunnen helpen.

In de machinekamer stelde ik direct de vraag :”Goeienavond, heren. Spreekt iemand van jullie misschien Duits ?”. Waarop snel het antwoord kwam :”Ja, ik spreek Duits. Dat heb ik in Sint-Petersburg geleerd. Wat wenst u ?”. – “Luister even. Ik ben een Duitser en wil naar Constantinopel varen. Omdat de Fransen me de toestemming niet geven, heeft kapitein Serafimov me toegestaan zonder de juiste papieren mee te varen. Maar voor alle zekerheid heeft de kapitein gezegd dat ik me bij jullie verstop tot we de haven uit zijn.”

“Maar natuurlijk”, antwoordde de Rus. “Hier ! Kruipt u maar in mijn kooi. Daar zoekt u geen mens.”. Het volgende half uur bracht ik in spanning door. Op dek was het een drukke bedrijvigheid. Als we een tijdje aan het varen waren, ging ik aan dek. We waren al lang de haven uit, de lichten van Varna glinsterden als glimwormen in de bergen. Aan het roer stond kapitein Serafimov. Ik vond het raadzaam hem het snelste voor het voldongen feit te stellen. “Goedenavond, kapitein !” – “Wat ? bent u aan boord ? En daar weet ik niets van ?”. – “Zoals u ziet, kapitein. En zo ongezien als ik aan boord ben gekomen, zo ongezien zal ik uw schip verlaten.”.

Het schip maakt nog een tussenstop in de Bulgaarse havenstad Mesembrija en vaart dan verder naar Constantinopel. De dag is zonnig en warm en het is heerlijk lenteweer, ook al is het nog maar half januari. Hans Tröbst maakt zich zorgen over de geallieerden paspoortcontrole want de stad is bezet door Engelse en Franse soldaten. Kapitein Serafimov zegt hem dan ook :”Morgen om negen uur komen er Fransen aan boord. U moet tegen dan het schip verlaten hebben.”.

Hans Trönst trekt een blauwe machinistenkiel aan, wikkelt zich een sjaal om de hals, zet een geruite sportpet op waarin hij zijn militaire papieren verstopt. Hij bedankt kapitein Serafimov en neemt afscheid. Heel discreet verlaat hij dan het zeilschip en zet voet aan wal in Constantinopel.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Maak kennis met Hans Troebst

Tussen 2014 en 2018 heb ik bijna dagelijks een bericht gezet op deze blog die de oorlogsjaren van mijn grootvader Martinus Evers moest gedenken. Dankzij de oorlogskalender van het Davidsfonds had ik bijna iedere dag wel een bericht te vermelden. En anders waren er wel de geschiedenisboeken die ik in huis heb gehaald tijdens deze herdenkingsperiode.

Het jaar 1919 leverde ook nog vele momenten al was het maar door de verdragen die ondertekend werden en de veldslagen tussen de nieuwe staten onderling of de burgeroorlogen in de oude staten. Ook 1920 gaf de nodige inspiratie.

Het jaar 1921 belooft moeilijker te worden. En toch is ook dit een boeiend jaar. De Sovjetunie begint zijn vaste grenzen te krijgen. Het fascisme steekt zijn kop op in Italië en zoekt het conflict met het communisme. En de Grieks-Turkse oorlog is nog volop bezig. Daar is jammer genoeg niet veel over te vinden tenzij je vlot Turks kan lezen.

Misschien kunnen de dagboeken van Hanst Troebst (ook wel Tröbst geschreven) een uitweg bieden. de dagboeken van Hans Troebst zijn enkel in Kindle-editie beschikbaar op amazon. Maar ze beslaan wel een zeer lange periode gaande van 1910 tot 1923) . Hans Troebst is een van die soldaten die het moeilijk hebben het burgerleven weer op te nemen na het einde van de Groote Oorlog. Ze zijn teveel avonturier en zoeken dan maar nieuwe fronten op. Naast de boeken op amazon is er ook een facebook pagina en een twitter account. Er zijn niet veel recente berichten over Hans Troebst. En sterker nog, de meest recente berichten over Hans Troebst zijn geschreven in het Turks. Ze zijn daar blijkbaar nog niet vergeten dat een Duitse officier het uniform heeft gedragen van het leger van Kemal Atatürk. Dat geeft me de indruk dat Hans Troebst wel eens een goede gids zou kunnen zijn doorheen de twintiger jaren.

staatsgreep in Armenië

Na de Groote Oorlog is Armenië een van de nieuwe naties die ontstaan na de teloorgang van het tsaristische Rusland, de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije of het Ottomaanse rijk. De republiek Armenië kent na zijn onafhankelijkheidsverklaring op 28 mei 1918 al snel problemen. Duizenden Armeense vluchtelingen zoeken er onderdak na de Armeense genocide door het Ottomaanse rijk. In 1918 is er ook een kort militair conflict met buurland Georgië. Het militair conflict met Azerbaijan duurt langer, met name vanaf 1918 tot 1920. Beide landen komen uit voormalige Russische gebieden, maar Azerbaijan wil omwille van zijn taalkundige en religieuze banden met de Turken toenadering zoeken tot Turkije. Eind april 1920 valt het Rode leger Azerbaijan binnen en met de oprichting van de Sovjetrepubliek Azerbaijan is dit conflict ten einde.

Maar de Turken starten in de herst van 1920 een oorlog met Armenië en palmen heel wat gebied in. Mustafa Kemal is wel zo slim geweest een overeenkomst met de machthebbers in Moskou te regelen om zo de handen vrij te hebben. Op 29 november 1920 grijpen de bolsjewieken in Armenië de macht. Op 2 december 1920 wordt de Armeense Socialistische Sovjetrepubliek uitgeroepen. Op 6 december 1920 trekt het Rode leger Armenië binnen om de nieuwe regering te steunen.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/First_Republic_of_Armenia
https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_Armeni%C3%AB_(1918-1920)

eerste zitting van het Turks parlement

Terwijl de geallieerden in San Remo bijeen zitten om het Ottomaanse rijk onderling te verdelen (lees meer op deze pagina) , zitten de Turken niet stil. Op 23 april 1920 komt het parlement voor de eerste keer in Ankara samen. Dit parlement krijgt de naam “Grote Nationale Assemblee van Turkije” (in het Turks : Türkiye Büyük Millet Meclisi) . De Assemblee verklaart zich de vertegenwoordiger van de Turkse natie en kent bijzondere machten toe aan Kemal Atatürk. De sultan blijft passief. De Britten, die aanwezig zijn in Constantinopel, arresteren ministers en notabelen. Hierdoor wordt de facto de parlementaire kamer in Constantinopel opgeheven. De Turkse vrijheidsoorlog gaat een nieuwe fase in.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Avril_1920
https://en.wikipedia.org/wiki/Grand_National_Assembly_of_Turkey


Slag om Marash

Na de overgave van het Ottomaanse rijk aan de geallieerden in oktober 1918, komt de stad Marash onder gezamelijk Brits-Frans bestuur.  De Fransen sturen soldaten waaronder soldaten van het Armeense legioen die onder Franse vlag marcheren. De Fransen zorgen voor de repatriëring van Armeniërs die gedeporteerd zijn tijdens de oorlog. Na een aantal maanden zijn 150.000 Armeniërs terug in de streek van Cilicië , waaronder 20.000 voormalige inwoners van Marash.

Vanaf 4 november 1919 nemen de Fransen het volledige bestuur van Cilicië over. Kemal Atatürk is ondertussen bezig met het verzamelen van soldaten, al dan niet regulier, om het de Fransen heel lastig te maken in CIlicië. Vanaf januari 1920 komen Franse konvooien geregeld onder vuur tijdens plotse hinderlagen. Het Franse garnizoen van Marash, waaronder heel wat soldaten van het Armeense legioen, vraagt om versterking maar die versterking geraakt niet zonder moeite tot bij hen. De versterkingen onder leiding van luitenant-kolonel Robert Normand, baant zich al vechtend een weg tot Marash dat ze bereiken op 7 februari 1920. De artillerie meegebracht door de soldaten van Normand nemen de Turkse posities onder vuur. Op 8 februari maken de soldaten van Normand contact met de gevechtsposities van het Franse garnizoen van Marash. Normand brengt generaal Quérette het nieuws dat hij gekomen is om de evacuatie van Marash te begeleiden.

Op 11 februari wordt de laatste munitie in de depots onklaar gemaakt en de Fransen onder leiding van generaal Quérette wachten op de nacht om de stad te verlaten. Zo hopen ze niet gehinderd te worden door de Armeniërs die bij het zien van een evacuatie de stad ook zouden willen verlaten. Het gevolg is wel dat de Armeniërs, in de steek gelaten door de Fransen, de wraak van de Turken moeten ondergaan. De inname van Marash door de troepen van Kemal Atatürk gaat gepaard met een slachtpartij die volgens sommigen 5.000 tot 12.000 Armeniërs het leven zou kosten.

De Franse nederlaag in Marash wordt druk besproken in de Europese pers en in het Brits parlement. Ook de rol van luitenant-kolonel Normand en de vraag wie nu het bevel tot evacuatie heeft gegeven, maken onderwerp uit van een onderzoek. De grootste verrassing voor de Britten is wel dat ze niet op de hoogte waren van de sterkte van het leger van Kemal Atatürk. Voor de Turken was deze slag een overwinning en de eerste grote slag in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog.

Bron https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Marash

de omzendbrief van Amasya

Op 15 mei 1919 landen Griekse soldaten in Smyrna aan de kust van Anatolië. Daarmee is de Grieks-Turkse oorlog van start gegaan. Op 22 juni 1919 wordt in Amasya een omzendbrief geschreven die beschouwd wordt als het eerste geschreven Turkse antwoord op de Griekse landing. Onder de schrijvers van deze omzendbrief zijn majoor-generaal Mustafa Kemal Atatürk (gekend als krachtdadig officier die het verzet organiseert in Galipoli in 1915), Rauf Orbay (voormalig minister van de marine), kolonel Refet Bele, commandant Ali Fuat Cebesoy. Tijdens de bijeenkomst houden ze ook telegrafisch overleg met luitenant-generaal Cemal Mersinli en generaal Kasim Karabekir. De inhoud van de omzendbrief stelt het volgende.

  • De eenheid en onafhankelijkheid van de natie is in groot gevaar.
  • De regretting in Istanbul kan de verantwoordelijkheid niet opnemen en het lijkt of de natie niet meer bestaat.
  • De onafhankelijkheid van de natie kan enkel met vastberadenheid en geloof gevrijwaard worden.
  • Om de doelstellingen van de natie en de rechten van het volk te verdedigen moeten we een nationaal comité hebben dat vrij is van enige inmenging.
  • Iedere provincie zal drie afgevaardigden sturen naar het congres.
  • De afgevaardigden mogen hun echte identiteit niet gebruiken en deze omzendbrief moet bewaard worden als een nationaal geheim.
  • Het eerste congres gaat door op 10 juli 1919 in Erzurum. Daarna is er in september nog een congres in Sivas.

Deze omzendbrief brengt de Grieks-Turkse oorlog in een versnelling. Het zal nog tot 24 juli 1923 duren voor de Turkse onafhankelijkheidsoorlog ten einde is.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Amasya_Circular


Grieks-Turkse oorlog start

Iedereen beschouwt 11 november 1918 als het einde van de Groote Oorlog. In feite start dan de wapenstilstand. Het duurt nog tot juni 1919 voor er echt een vredesakkoord wordt ondertekend. In de tussentijd is er dan wel vrede teruggekeerd bij de westelijke geallieerden en wordt er niet meer gevochten aan het westelijk front.

Bij de overwonnen staten ligt dat heel anders. In Rusland is er nog steeds een burgeroorlog. In Duitsland zijn er nog geregeld schermutselingen met communisten. Oostenrijk-Hongarije is uiteen gevallen in verschillende staten die mekaar ook onderling bekampen vooraleer het vredesverdrag dat in Versailles onderhandelt, de grenzen zal vastleggen.

Alsof er nog niet voldoende gevechten bezig zijn, komt er op 15 mei 1919 nog een oorlog bij. Dan landen de eerste Griekse troepen in Smyrna, een havenstad aan de kust van Anatolië, waar de meerderheid van de bevolking Grieks spreekt. Dit is het begin van een Grieks-Turkse oorlog die zal duren tot 1922.

In 1920 wordt de toestand in het Verdrag van Sèvres geformaliseerd: het Ottomaanse rijk wordt in zessen geknipt:
– een Turkse rompstaat in Centraal- en Noord-Anatolië;
– de onafhankelijke Republiek Armenië.
– een Frans mandaatgebied;
– een Brits mandaatgebied;
– een Italiaans mandaatgebied;
– een Griekse bezettingszone.

De Grieken breiden gedurende de zomer van 1920 hun bezettingszone gestadig uit, hoewel ze hierbij op steeds heviger Turkse weerstand stuiten. Het doel van deze operaties is de consolidatie van het Anatolische bruggenhoofd en het opzetten van een bufferzone rondom Smyrna (Izmir).

Mustafa Kemal Atatürk weigert het verdrag van Sèvres te erkennen. Armenië wordt als eerste heroverd en verdeeld met de Sovjet-Unie. De Grieken behalen nog successen maar uiteindelijk halen de Turken in 1922 de overhand.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Grieks-Turkse_Oorlog

dood van Mehmet V

De 35e sultan van het Ottomaanse rijk, Mehmet V, overlijdt op 3 juli 1918. Niet dat zijn dood grote politieke gevolgen heeft want de echte macht ligt bij de dictatoriale drie Pasja’s, de leiders van de Jonge Turken.

Zijn enige zwaarwichtige politieke daad was het uitroepen van de jihad tegen de geallieerden op 11 november 1914. En die actie kwam er slechts nadat de echte machthebbers  enige tijd voordien toezegden om te strijden aan de zijde van de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije). Verder mocht hij de Duitse keizer Willem II eenmaal ontvangen in Constantinopel en kreeg hij later van hem de titel veldmaarschalk.

Gelukkig voor hem maakt de poëtisch ingestelde Mehmet V de nederlaag in de wereldoorlog niet mee, en evenmin het einde van het Ottomaanse rijk in 1922.

bron : oorlogsdagboek 2°14-2018, Davidsfonds

Mehmet_V