diplomatieke successen voor Mustafa Kemal

Na de slag aan de Sakarya zijn de Grieken op de terugtocht. Hun droom om de Turken onder leiding van Mustafa Kemal te verslaan voor Ankara is voorbij en de enige weg is terug. Door dit militaire succes slaagt Kemal erin om verdragen te sluiten.

Het eerste verdrag is het verdrag van Kars, ondertekend door Turkije en de Sovjet-Unie op 13 oktober 1921. De ondertekenaars van het verdrag zijn Kâzım Karabekir voor Turkije en Yakov Ganetsky voor de Sovjet-Unie. Door dit verdrag worden de grenzen tussen beide landen vastgelegd, meer bepaald de grenzen met de sovjet-republieken Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Doordat Turkije terrein wint door dit verdrag, wordt de grens met Iran langer, wat later nog zal leiden tot grensconflicten rond de kleine Ararat.

Een week later volgt het verdrag van Ankara, ondertekend op 20 oktober 1921. De ondertekenaars zijn Henri Franklin-Bouillon voor Frankrijk en Yusuf Kemal Bey voor Turkije. Hiermee eindigt de Franks-Turkse oorlog in Cilicië en wordt Cilicië definitief overgedragen aan Turkije. In ruil erkent Turkije het Franse mandaat over Syrië. Er komt een speciaal statuut voor de sanjak van Alexandretta. Het gebied is Syrisch, maar het Turks wordt er erkend als officiële taal. Bovendien wordt het graf van Suleyman Shah, de stichter van het Ottomaanse rijk, erkend als Turks grondgebied. Tijdens de Syrische burgeroorlog zal dit graf nog zorgen voor de nodige spanningen tussen Turkije en Islamitische Staat.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Kars
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Ankara_(1921)
https://en.wikipedia.org/wiki/Tomb_of_Suleyman_Shah

Waar is Hans Tröbst ?

Het laatste bericht van Hans Tröbst, Duitse officier in Turkse dienst, dateert alweer van 9 juli. Na een tactische terugtocht tot aan de Sakarya rivier, zijn de Turken erin geslaagd om de Grieken een halt toe te roepen. Van 23 augustus tot 13 september 1921 woedt de slag tussen Turken en Grieken aan de Sakarya rivier. Daarna is het Griekse leger op de terugtocht. Maar waar is Hans Tröbst gebleven ? We volgen hem aan de hand van enkele uittreksels uit zijn dagboek. Op 15 augustus 1921 heeft het bataljon van Hans Tröbst bevel gekregen om naar Ankara te marcheren. Daar vinden we Tröbst terug.

De Grieken waren weer in opmars vanuit Eskişehir. Rijkelijk vier weken had de Griek laten voorbijgaan voor hij terug besloot een nieuwe aanval te wagen. Een onschatbare tijdswinst voor de Turken die in deze periode soldaten mobiliseerde. Ik had de indruk dat de Griek weer op een gedisciplineerde en strijdlustige troepenmacht zou stoten. Toch zag men de komende gebeurtenissen met zorgen tegemoet. De officiersfamilies kregen het bevel de stad te verlaten en terzelfdertiojd werden voorbereidingen getroffen om het oorlogsministerie en de regering naar Kayseri in Cappadocië te verhuizen. Wij bleven tot 24 augustus in de stad tot we op 25 augustus het bevel kregen om naar Jokshahan aan de rivier Kizil Irmak te marcheren. We rekenden op drie dagen tot Jokshahan. Vanaf de tweede dag kreeg het landschap weer een bergachtig karakter. Jokshahan was met Akara verbonden door een weg die tijdens de Groote Oorlog geouwd werd en tot Erzurum had moeten leiden tot de gebeurtenissen de bouw stopzette. Hier had men alle materialen uit Kutachia, Eskişehir en Ankara verzameld om ze in karavanen naar Josgad en Kayzeri te transporteren. Ware bergen van munitie, machineonderdelen en levensmiddelen waren in een bonte verzameling opgestapeld. In de vroege namiddag braken we onder een tropische hitte weer op aan de vijftig meter brede, visrijke rivier Kisil Irmak. s’ Avonds kwam weer het bevel dat het bataljon terug naar Ankara zou moeten keren. Omdat we haast moesten maken, keerden we per trein terug en na dertien uren sporen waren we weer in Ankara.

Wat voor mij bijzonder onaangenaam was, was dat men me niet aan het front liet en als Etappist beschouwde ik mezelf als soldaat tweede klasse. (De Duitsers gebruikten de term Etappengebiet voor de streek onder militair bevel achter de frontlinies en het landsgedeelte onder burgerlijke overheid. Tijdens de Groote Oorlog was Gent hoofdstad van het Etappengebiet in België). Ik besloot een laatste poging te wagen en me tot generaal Refet Pasha te wenden. Alsof het lot mijn gedachten kon lezen, kreeg ik bij aankomst in Ankara het bevel om ’s anderendaags om twee uur bij het kabinet van de oorlogsminister te verschijnen. ’s Anderendaags zag ik mijn bataljon vertrekken om stellingen te bowuen op zeventig kilometer ten zuidwesten van Ankara. Enkel één compagnie bleef achter in de stad. Om 2 uur stapte ik in de werkkamer van de generaal. Met bijzondere vriendelijkheid beloofde hij me van alles en hij smeekte me om nog enkele dagen in Ankara te blijven.

De slag aan de Sakarya duurde al twaalf dagen en ik had weinig hoop om daar nog iets van te beleven. De Turk vocht tegen een driemaal talrijkere vijand die de modernste militaire materialen had die hij van zijn Engelse vrienden had gekregen. Het was stil in de stad. De meeste families hadden Ankara al verlaten. Ikzelf lag met een zware malaria-aanval in bed. Zodra ik weer op de been was, kreeg ik de melding dat ik zo snel mogelijk naar mijn bataljon moest gaan om een commando over te nemen. Op 12 september 1921 vertrokken we. Het bataljon zou in het dorp Karagedik nieuwe stellingen moeten bouwen. Want de vijand had zijn omsingelingspogingen nog niet opgegeven, en de nieuwe linie zou de Griekse opmars tot staan moeten brengen.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

slag aan de Sakarya

Tijdens de slag rond Kütahya-Eskisehir (lees meer daarover in dit bericht) zijn de Grieken in juli 1921 erin geslaagd om de Turkse defensielijnen te doorbreken. De Turken hebben zich teruggetrokken tot aan de rivier Sakarya. Daar hebben ze nieuwe defensies opgericht. Voor beide partijen is de volgende veldslag cruciaal. Verliezen de Turken, dan ligt hun hoofdstad Ankara binnen Grieks handbereik. Maar winnen de Turken, dan ziet het er voor de Grieken zeer benard uit. Ze staan dan als verliezer in vijandig gebied aan het einde van zeer uitgerekte bevoorradingslijnen. Na de inname van Eskisehir zijn de Grieken dan ook niet zeker wat ze het beste doen : hun posities consolideren, of een laatste poging wagen om de vijand definitief uit te schakelen ?

Op 10 augustus 1921 zet het Griekese leger zich in beweging. Ze rukken op richting Ankara en naderen de Sakarya waarachter de Turken zich hebben ingegraven. Ze marcheren negen dagen vooraleer ze contact maken met de Turkse soldaten. Op 23 augustus 1921 zijn er de eerste gevechten aan de rivier Gök met de Turkse voorposten. Op 26 augustus vallen de Grieken over de ganse lijn aan en ze steken de Gök over. Op 2 september veroveren de Grieken de strategische berg Chal. Hun poging om de linkerflank van de Turken op te rollen mislukt en daarna is het een inbeuken op de Turkse defensie. Door deze krachtsinspanning geraken sommige Griekse eenheden tot op 50 kilometer van Ankara. Maar verder geraken ze niet.

Dagenlang krijgen de Grieken geen versterking noch munitie. De Turkse cavalerie bestookt de Griekse aanvoerlijnen zeer deskundig. De Turken van hun kant kunnen wel voortdurend munitie en verse soldaten aanvoeren naar de meest bedreigde posities. Enkele dagen lijkt de strijd te luwen. Beide legers zijn stilaan uitgeput. In die rustige dagen slaagt een Turkse patrouille er bijna in om de Griekse koning Constantijn I gevangen te nemen.

Mustafa Kemal neemt op 8 september 1921 de leiding van een aanval op de berg Chal. De Grieken houden stand maar de Turken behalen toch een kleine militaire overwinning. De morele overwinning is echter vele malen groter. De Grieken vrezen dat dit de voorbode kan zijn van een definitieve doorbraak en met de herfst voor de deur verkiezen ze zich terug te trekken tot hun uitgangsposities in Eskisehir. Op 14 september 1921 beginnen ze aan hun terugtocht.

De Turkse overwinning aan de Sakarya zal de beslissende overwinning blijken in de maanden die komen. Mustafa Kemal wordt in Ankara gehuldigd als volksheld en krijgt de titel van veldmaarschalk. In oktober 1921 volgt er nog een verdrag met de Russen (verdrag van Kars) en een verdrag met de Fransen (verdrag van Ankara). Zo versterkt Mustafa Kemal de posities van de Turken door vrede te sluiten met een aantal voormalige vijanden.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_the_Sakarya

slag om Kütahya-Eskişehir

Tussen 10 en 24 juli 1921 leveren Grieken en Turken slag in de regio tussen Kütahya en Eskişehir. Beide steden liggen aan een spoorlijn die hen onderling en met Ankara verbindt. Ze zijn dan ook cruciaal voor het Turkse troepentransport. Na de 2e slag om Inönü (lees hierover in dit bericht ) hebben de Grieken gewacht op een tweede gelegenheid om alsnog beide steden in te nemen. De Griekse koning Constantijn komt aan in Anatolië om zijn troepen moed in te spreken.

De Grieken slagen erin om door de Turkse verdedigingslinies te breken en ze nemen zowel Kütahya als Eskişehir in. De Turken trekken zich ordelijk terug ten oosten van de Sakarya rivier. Dit is een gemiste kans voor de Grieken om definitief de Turkse legers te vernietigen. Ze nemen een maand de tijd om hun aanvalsplannen op te stellen en trekken dan verder richting Sakarya voor het ultiem treffen. Maar ook de Turken bereiden zich voor. Generaal Izmet Pasha wordt opzij geschoven en Mustafa Kemal wordt benoemd tot opperbevelhebber van het leger voor een termijn van zes maanden.

bronnen
Battle of Kütahya–Eskişehir – Wikipedia
Greek occupation of Asia Minor (levantineheritage.com)
Greco-Turkish War (1919–1922) – Wikiwand

Een Grieks Schneider-Canet kanon met bemanning in actie tijdens de slag om Eskişehir, Juli 1921.



de Grieken komen !

Hans Tröbst, voormalig Duits officier, heeft zich na de oorlog bij de Kemalisten in Anatolië aangesloten. Daar wacht hij op de verwachte veldslag met de Grieken begin juli 1921.

Het was al laat als we weer in ons dorp Güwem aankwamen. Daags erna kwam overste Shükri Bey aan met het nieuws dat piloot verkenners gemeld hadden dat onze tegenstanders in twee kolonnes vanuit Uşak en Gedis onze richting uitkwamen. De sectie bij Güwem was twintig tot vijfentwintig kilometer lang. De stellingen lagen op zacht glooiende hellingen die kaal waren en een mooi uitzicht boden op het schootsveld. Ongeveer in het midden van de stellingen was een drie kilometer breed woud, voorzien van de nodige ravijnen en dat schrijlings op onze stellingen aansloot. Maar men had niets gedaan om zich hier tegen verrassingsaanvallen te verdedigen. Ik deelde mijn bedenkingen met mijn overste maar hij verklaarde rotsvast overtuigd van het eigen gelijk :”De Griek vermijdt de bossen bij de aanval en wij vermijden ze bij de verdediging en dus moeten we hier geen versterkingen voorzien.”.

Omdat ook andere Turkse officieren van het pioniersbataljon mijn bedenkingen deelden, reed ik met luitenant-kolonel Heireddin langs onze verdediging om toch minstens één linie te voorzien. Voor meer verdedigingswerken hadden we niet voldoende manschappen.

Als de eerste berichten over de naderende vijand binnenkwamen, was er maar een klein deel van de stellingen klaar. Gelukkig kwam er op dat ogenblik een konvooi ossenwagens aan met het nodige gereedschap, zodat we niet alleen de pioniers maar ook de infanteristen zelf aan het werk konden zetten. Maar om het rampzalige woud bekommerde zich niemand.

Tegen de avond was de Griekse kolonne die vanuit Gedis kwam (een infanteriedivisie met sterke cavalerie) nog maar twintig kilometer verwijderd. Onze divisiecommandant was de linies langsgereden en zag tot zijn ontzetting dat er voor de verdediging van het woud nog niet het minste was gedaan. Als de vijand daags erna zou aanvallen, dan zaten onze soldaten op een stenige bodem in kniediepe loopgraven zonder verdere hindernissen en met officieren die geen voorkennis hebben van het niemandsland voor de linies. Het gebrek aan communicatieapparatuur, de moeilijke bevelvoering, de weinig geschikte inrichting van de loopgraven, een zwakke artillerie, al dat en nog duizend andere zaken stemden me zeer zorgelijk.

De dag erna was even zonnig als alle andere voorgaande. Maar er hing iets onbestemd in de lucht. De artillerie schoot zich verder in en de granaatinslagen riepen in de bergen een veelvoudige echo op. De soldaten verzamelden zich, stafmedewerkers en boodschappers galoppeerden over en weer. Maar voor de rest heerste er in de drukkende hitte de rust van een kerkhof.

Enkel in het dorp weerklonk gehuil en geweeklaag. Het bevel tot evacueren was aangekomen. Maar ook zonder dat bevel zou het resultaat hetzelfde geweest zijn. De melding “De Grieken komen eraan !” was voldoende om een volksverhuizing in gang te zetten in richting van de achterste linies.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Griekse cavalerie in opmars – Klein Azië – 1921

vrijspraak voor Tehlirian

De Armeniër Soghomon Tehlirian verschijnt op 2 juni 1921 voor de Duitse rechtbank in Berlijn. Daar moet hij zich verantwoorden voor de moord die hij heeft gepleegd op Talaat Pasha. De moord kadert in operatie Nemesis, waarbij een kleine groep Armeniërs de Turken die zij verantwoordelijk achten voor de Armeense genocide, op te sporen en te vermoorden. De dag van de moord op Talaat Pasha wordt in dit bericht beschreven. Maar Tehlirian vermeldt voor de rechtbank geen enkel detail van operatie Nemesis

Tehlirian wordt ook door dokters onderzocht om het motief van de moord te verklaren. In 1921 zet de psychoanalyse grote stappen vooruit. Eén jaar eerder is het Berliner Psychonalalytisches Institut door medewerkers van Freud opgericht. Na de Groote Oorlog is de psychoanalyse ook een woord rijker om het trauma van bepaalde veteranen te omschrijven : shell shock. Daarom wordt Tehlirian ook medisch onderzocht omdat hij een trauma heeft opgelopen door zeer gewelddadige gebeurtenissen en hij een moord heeft begaan vijf jaar na de feiten omwille van dit trauma. Ook de dromen waarin zijn vermoorde moeder hem beveelt te doden uit wraak, worden aangehaald. Vijf dokters verschjnen als getuige om hun inzicht te geven over het geval Tehlirian. Het debat in de rechtszaal draait om de vraag in welke mate hij nog beschikte over een vrije wil op het moment dat hij de moord pleegde. De dokters gebruiken hiervoor de term “dwangmatig gebod”. Ze zijn het erover eens dat Tehlirian getraumatiseerd was door de gebeurtenissen die hij beweerde te hebben meegemaakt in Anatolië. Hij had zijn familie zien vermoord worden (wat in feite niet was gebeurd). Het verdict vanuit een medisch perspectief was duidelijk : de Turken hadden Tehlirian vreselijke dingen aangedaan, hij was psychologisch beschadigd en zijn algemene toestand droeg bij aan zijn neiging tot moorden. Daarmee geven de dokters net dat wat de verdeiging van Tehlirian zocht.

Zelf verklaart Tehlirian over de moord :”Ik beschouw mezelf niet schuldig want ik heb een zuiver geweten. Ik heb een man gedood maar ik ben geen moordenaar.”. Zonder enige kennis van operatie Nemesis en de voorbereidingen om Talaat Pasha op te sporen moet de jury nu beraadslagen. Op minder dan 2 uur is de uitspraak er : “onschuldig”. Tehlirian moet nog aan zijn vertaler vragen wat het betekent. Die antwoordt :”Je bent vrij.”.

Tehlirian wordt door andere leden van het commando in een wagen gezet om te vermijden dat er foto’s worden gemaakt. Men was er zich van bewust dat vanaf die dag Tehlirian nu zelf een doelwit zou zijn. De New York Times bloklettert de vrijsparaak als volgt :”They Simply Had To Let Him Go.”.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books

op zoek naar frontdienst

Hans Tröbst is op basis van zijn pionierservaring in het Duitse leger toegewezen aan een Turkse divisie die verdedigingsstellingen graaft in afwachting van de volgende Griekse aanval. Maar hij hoopt nog altijd naar het front te kunnen gaan. En dus besluit hij op 6 mei 1921 de trein naar Eskişehir te nemen om nogmaals te vragen naar het front te mogen.

De komende veldslag was het brandpunt van al onze gesprekken. Ze werd beschouwd als de laatste beslissende veldslag. Als de Griek opnieuw slaag zouden krijgen, dan zou hij ononderbroken tot Smyrna en verder weglopen. (…) Om zeker te zijn dat ik deze veldslag niet zou missen, besloot ik naar Eskişehir naar de generale staf te gaan om mijn overplaatsing aan te vragen naar een divisie aan het front en om tenminste bevel te kunnen voeren aan het front voor de duur van de veldslag.

En dus spoorde ik per trein naar Eskişehir om opnieuw de grootstadlucht in te ademen en vooral mijn aanbeden Adèle weer zien. Al aan het eerstvolgende station hadden we een langer oponthoud omdat hier een goederenwagon moest uitgeladen worden. Ook hier zoals overal een voorbeeldige orde. De uniformen waren natuurlijk een zeer bonte samenstelling. Engelse en Franse uniformstukken vielen het meest op. Maar hieraan ziet men dat men ook zonder reglementaire uniformen oorlog kan voeren zolang de wil er maar is.

Tegen de middag kwam ik in de stad aan, haalde Erturgrul op en we besloten om de rest van de dag te vieren en ons grondig te bezuipen. Want Ertugrul had bij de Duitse keierlijke marine gediend. We bezochten samen Adèle Georgiades, Käthe Leontides en daar leerder ik nog andere Griekse godinnen kennen. Nadat we ongelooflijk veel ijs en sorbet gegeten hadden, Shira en ander spul hadden gedronken, begaven we ons naar de woning van Ertugrul die hij van een Duitse, Frau Kleinert, gehuurd had.

De dag erna ging ik met een zure snuit en een zware kop naar majoor Tefik Bey die net van de frontlinies was teruggekomen. Mijn uitdrukkelijke aandringen om me toch eindelijk naar het front te sturen, had tot gevolg dat hij me beloofde mijn vraag te bepleiten. Nu, dan was het alweer wachten.

In de namiddag ging ik op de uitnodiging van een oudere heer in, die zich als Oostenrijkse Rittmeister van de reserve voorstelde en die al 20 jaar dienst bij de spoorwegen had. Hij bewoonde met zijn Armeense vrouw een verrukkelijk huisje dat midden in een reuze fruitplantage lag. Ik beleefde bij varkensgebraad en wijn een zeer interessante namiddag bij hen. Jammer genoeg vertelde hij weinig vrolijks. Hij had de wereldoorlog aan alle fronten meegemaakt en vertelde me als oude soldaat met diepe droefheid over de toestanden in het Oostenrijkse leger.

Zo toonde hij me een omvangrijke verzameling springstoffen, waarop een datum en een kilometergetal gegraveerd stonden. Bijvoorbeeld 15.7.1915, km 495,5. Deze explosieven waren afkomstig van de kanonnen van Engelse en Italiaanse onderzeeërs die in de golf van Ismid binnengedrongen waren en negen maal geprobeerd hadden de spoorlijn naar Bagdad te verwoesten.

De spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad waarvan hier sprake is, is een spoorlijn die door het Duitse keizerrijk gefinancierd werd. De spoorlijn werd door de Britten als een bijzonder risico ervaren omdat het de Duitsers dichter bij India bracht en ook controle gaf over de olievelden nabij Basra. Volgens sommige historici is deze spoorlijn een van de redenen waarom Groot-Brittannië tegen Duitsland ten oorlog trok.

Bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Berlin%E2%80%93Baghdad_railway

Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

De foto hieronder toont een zicht op Eskişehir in de jaren 1920.


per trein naar pionierswerk voor Troebst

In Ankara wacht Hans Tröbst ongeduldig op verdere marsbevelen. Na enige dagen krijgt hij nog het voorstel om les te geven aan aspirant officieren, maar dat voorstel wijst hij af. Hij wil terug aan het front zijn. Nog enkele dagen later krijgt hij zijn marsbevel en een treinticket naar Eskişehir. Daar moet hij zich bij het hoofdkwartier van generaal Ismet Pasha melden. Daar aangekomen, krijgt hij een nieuwe functie en doel toegewezen. De Turken bouwen stellingen in Sabunje-Punar om een nieuwe Griekse aanval te kunnen afslaan. Het is van het uiterste belang dat ze de spoorlijn tussen Eskişehir en Afyonkarahisar behouden. Alleen dan kunnen ze met de nodige snelheid hun reserves naar bedreigde plaatsen sturen. Omdat de slag bij Inönü heel wat Turkse officieren het leven heeft gekost, rekenen de Turken op de ervaring van Tröbst om hen bij te staan bij de bouw van de stellingen.

De officier Tefik Bey wist me te vertellen dat ze een nieuw Grieks offensief over vier weken verwachten. Daarom waren ze nu bezig met de bouw van stellingen die commandant Shükri Bey als pionierinspekteur leidde. Ik zou onder zijn commando werken en zou vandaag nog met de trein naar Sabunje-Punar afreizen. Ik aanvaardde de opdracht maar was diep ontgoocheld. Nog altijd geen frontlucht !

Het landschap was redelijk eenvormig, een breed, zeer vruchtbaar dal , aan beide zijden door ergen begrensd, waarin de trein zich over vele bruggen en door enkele tunnels heen kronkelde. Al na twee uren kwam ik op mijn eindbestemming aan en stapte uit de trein. Mijn nieuwe chef was natuurlijk uitgerekend die morgen naar Eskişehir vertrokken en ik meldde me dan maar bij zijn vervanger, majoor Hasim Bey.

Tussen de Griekse en de Turkse linies zat een niemandsland van ongeveer honderdvijftig kilometer. Men verwachtte dat de Grieken bij het volgende offensief opnieuw naar Eskişehir zouden oprukken. Daarom moesten er stellingen worden aangelegd ter bescherming van de stad. Als we aankwamen, was het bataljon al aan het werk. Het bestond bijna uitsluitend uit geïnterneerde Griekse burgers, die in Klein-Azië woonden maar Ottomaanse onderdanen waren. Omdat men hen tijdens de oorlog niet vertrouwde, waren ze niet naar het front gestuurd, maar had men hen enkel voor arbeidsdienst ingezet. Veel lust om te werken hadden ze niet, en dus werd er door de korporaals af en toe met een knuppel wat extra ijver aangemaakt.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

2e slag om Inönü

Na de eerste slag om Inönü wachten de Grieken op een volgende gelegenheid om terug op te rukken naar Eskişehir en Afyonkarahisar om de controle te krijgen over de spoorlijnen die beide steden verbinden. Op 23 maart 1921 rukken de Grieken op en op 24 maart bezetten ze Afyonkarahisar. Op 27 maart bereiken ze Inönü en ze nemen de heuvel Metristepe in. Op 31 maart krijgt Ismet Pasha de nodige Turkse versterkingen en hij zet onverwijld de aanval in. Metristepe valt diezelfde dag in Turkse handen. De Turken zetten de gevechten verder en begin april is ook Afyonkarahisar weer Turks.

De Grieken trekken zich ordelijk terug. Na deze veldslag is er een rustpauze waarbij geen van beide partijen voorlopig in staat zijn om verdere aanvallen te ondernemen. Aan de ene kant hebben de Turken hun kans verkeken om het Griekse leger te omsingelen en te vernietigen. Maar anderzijds is dit wel de overwinning waar Mustafa Kemal zo om verlegen zat. Dit is de eerste keer dat het reguliere leger onder kemalistische leiding stand houdt tegen de Grieken. De Turkse tegenstanders van Kemal in Constantinopel hadden gehoopt op zijn nederlaag. En de geallieerden zien in dat ze met Kemal en zijn regering in ANkara moeten onderhandelen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Battle_of_%C4%B0n%C3%B6n%C3%BC

Bloedwraak in Berlijn

De Armeniër Soghomon Tehlirian heeft een kamer gehuurd tegenover de Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Daar houdt de Turkse grootvizier Talaat Pasha zich schuil. De Armeniërs houden hem verantwoordelijk voor de genocide die honderdduizenden volksgenoten het leven heeft gekost. Ze kennen zijn dagelijkse routine, maar op 13 maart 1921 wijkt hun doelwit ineens van deze gewoontes af. Zijn ze nu te laat om de aanslag te plegen ?

Op 15 maart 1921 verschijnt Talaat Pasha op het balkon. Even later verdwijnt hij weer in het appartement. Aangezien het iets na tien uur ’s ochtends is, weet Tehlirian dat Talaat dadelijk het gebouw zal verlaten en naar de Uhlandstrasse zal wandelen. En inderdaad, daar verschijnt Talaat in een gestreept hemd, kostumm en overjas en hij begint aan zijn wandeling. Tehlirian neemt zijn pistool, steekt het op zak en haast zich de trappen af. In de straat ziet hij Talaat naar het zuidoosten gaan, zoals gewoonlijk. Het moment van de waarheid is aangebroken. Voor Tehlirian de trekker mag overhalen, is het van belang dat hij Talaat oog in oog bekijkt om hem zeker te identificeren. Het is ook belangrijk dat hij de argwaan van zijn doelwit niet wekt. Hij volgt hem aan de andere kant van de straat. Omdat hij de gewoontes van Talaat kent, weet hij dat Talaat de straat zal oversteken zo’n 100 meter verder, waarschijnlijk iets voorbij de Berliner Kunst Hochschule. Tehlirian is nu vijftig stappen voor op Talaat. Hij jogt de boulevard af, draait zich om en gaat nu zijn doelwit tegemoet. Talaat wandelt rustig met zijn wandelstok de straat af en lijkt zich van geen kwaad bewust. De mannen zijn zes meter van mekaar verwijderd, daarna drie. En dan kijken ze mekaar in de ogen. Enkele momenten later ligt Talaat Pasha door op de grond.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books