op zoek naar frontdienst

Hans Tröbst is op basis van zijn pionierservaring in het Duitse leger toegewezen aan een Turkse divisie die verdedigingsstellingen graaft in afwachting van de volgende Griekse aanval. Maar hij hoopt nog altijd naar het front te kunnen gaan. En dus besluit hij op 6 mei 1921 de trein naar Eskişehir te nemen om nogmaals te vragen naar het front te mogen.

De komende veldslag was het brandpunt van al onze gesprekken. Ze werd beschouwd als de laatste beslissende veldslag. Als de Griek opnieuw slaag zouden krijgen, dan zou hij ononderbroken tot Smyrna en verder weglopen. (…) Om zeker te zijn dat ik deze veldslag niet zou missen, besloot ik naar Eskişehir naar de generale staf te gaan om mijn overplaatsing aan te vragen naar een divisie aan het front en om tenminste bevel te kunnen voeren aan het front voor de duur van de veldslag.

En dus spoorde ik per trein naar Eskişehir om opnieuw de grootstadlucht in te ademen en vooral mijn aanbeden Adèle weer zien. Al aan het eerstvolgende station hadden we een langer oponthoud omdat hier een goederenwagon moest uitgeladen worden. Ook hier zoals overal een voorbeeldige orde. De uniformen waren natuurlijk een zeer bonte samenstelling. Engelse en Franse uniformstukken vielen het meest op. Maar hieraan ziet men dat men ook zonder reglementaire uniformen oorlog kan voeren zolang de wil er maar is.

Tegen de middag kwam ik in de stad aan, haalde Erturgrul op en we besloten om de rest van de dag te vieren en ons grondig te bezuipen. Want Ertugrul had bij de Duitse keierlijke marine gediend. We bezochten samen Adèle Georgiades, Käthe Leontides en daar leerder ik nog andere Griekse godinnen kennen. Nadat we ongelooflijk veel ijs en sorbet gegeten hadden, Shira en ander spul hadden gedronken, begaven we ons naar de woning van Ertugrul die hij van een Duitse, Frau Kleinert, gehuurd had.

De dag erna ging ik met een zure snuit en een zware kop naar majoor Tefik Bey die net van de frontlinies was teruggekomen. Mijn uitdrukkelijke aandringen om me toch eindelijk naar het front te sturen, had tot gevolg dat hij me beloofde mijn vraag te bepleiten. Nu, dan was het alweer wachten.

In de namiddag ging ik op de uitnodiging van een oudere heer in, die zich als Oostenrijkse Rittmeister van de reserve voorstelde en die al 20 jaar dienst bij de spoorwegen had. Hij bewoonde met zijn Armeense vrouw een verrukkelijk huisje dat midden in een reuze fruitplantage lag. Ik beleefde bij varkensgebraad en wijn een zeer interessante namiddag bij hen. Jammer genoeg vertelde hij weinig vrolijks. Hij had de wereldoorlog aan alle fronten meegemaakt en vertelde me als oude soldaat met diepe droefheid over de toestanden in het Oostenrijkse leger.

Zo toonde hij me een omvangrijke verzameling springstoffen, waarop een datum en een kilometergetal gegraveerd stonden. Bijvoorbeeld 15.7.1915, km 495,5. Deze explosieven waren afkomstig van de kanonnen van Engelse en Italiaanse onderzeeërs die in de golf van Ismid binnengedrongen waren en negen maal geprobeerd hadden de spoorlijn naar Bagdad te verwoesten.

De spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad waarvan hier sprake is, is een spoorlijn die door het Duitse keizerrijk gefinancierd werd. De spoorlijn werd door de Britten als een bijzonder risico ervaren omdat het de Duitsers dichter bij India bracht en ook controle gaf over de olievelden nabij Basra. Volgens sommige historici is deze spoorlijn een van de redenen waarom Groot-Brittannië tegen Duitsland ten oorlog trok.

Bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Berlin%E2%80%93Baghdad_railway

Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

De foto hieronder toont een zicht op Eskişehir in de jaren 1920.


per trein naar pionierswerk voor Troebst

In Ankara wacht Hans Tröbst ongeduldig op verdere marsbevelen. Na enige dagen krijgt hij nog het voorstel om les te geven aan aspirant officieren, maar dat voorstel wijst hij af. Hij wil terug aan het front zijn. Nog enkele dagen later krijgt hij zijn marsbevel en een treinticket naar Eskişehir. Daar moet hij zich bij het hoofdkwartier van generaal Ismet Pasha melden. Daar aangekomen, krijgt hij een nieuwe functie en doel toegewezen. De Turken bouwen stellingen in Sabunje-Punar om een nieuwe Griekse aanval te kunnen afslaan. Het is van het uiterste belang dat ze de spoorlijn tussen Eskişehir en Afyonkarahisar behouden. Alleen dan kunnen ze met de nodige snelheid hun reserves naar bedreigde plaatsen sturen. Omdat de slag bij Inönü heel wat Turkse officieren het leven heeft gekost, rekenen de Turken op de ervaring van Tröbst om hen bij te staan bij de bouw van de stellingen.

De officier Tefik Bey wist me te vertellen dat ze een nieuw Grieks offensief over vier weken verwachten. Daarom waren ze nu bezig met de bouw van stellingen die commandant Shükri Bey als pionierinspekteur leidde. Ik zou onder zijn commando werken en zou vandaag nog met de trein naar Sabunje-Punar afreizen. Ik aanvaardde de opdracht maar was diep ontgoocheld. Nog altijd geen frontlucht !

Het landschap was redelijk eenvormig, een breed, zeer vruchtbaar dal , aan beide zijden door ergen begrensd, waarin de trein zich over vele bruggen en door enkele tunnels heen kronkelde. Al na twee uren kwam ik op mijn eindbestemming aan en stapte uit de trein. Mijn nieuwe chef was natuurlijk uitgerekend die morgen naar Eskişehir vertrokken en ik meldde me dan maar bij zijn vervanger, majoor Hasim Bey.

Tussen de Griekse en de Turkse linies zat een niemandsland van ongeveer honderdvijftig kilometer. Men verwachtte dat de Grieken bij het volgende offensief opnieuw naar Eskişehir zouden oprukken. Daarom moesten er stellingen worden aangelegd ter bescherming van de stad. Als we aankwamen, was het bataljon al aan het werk. Het bestond bijna uitsluitend uit geïnterneerde Griekse burgers, die in Klein-Azië woonden maar Ottomaanse onderdanen waren. Omdat men hen tijdens de oorlog niet vertrouwde, waren ze niet naar het front gestuurd, maar had men hen enkel voor arbeidsdienst ingezet. Veel lust om te werken hadden ze niet, en dus werd er door de korporaals af en toe met een knuppel wat extra ijver aangemaakt.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

2e slag om Inönü

Na de eerste slag om Inönü wachten de Grieken op een volgende gelegenheid om terug op te rukken naar Eskişehir en Afyonkarahisar om de controle te krijgen over de spoorlijnen die beide steden verbinden. Op 23 maart 1921 rukken de Grieken op en op 24 maart bezetten ze Afyonkarahisar. Op 27 maart bereiken ze Inönü en ze nemen de heuvel Metristepe in. Op 31 maart krijgt Ismet Pasha de nodige Turkse versterkingen en hij zet onverwijld de aanval in. Metristepe valt diezelfde dag in Turkse handen. De Turken zetten de gevechten verder en begin april is ook Afyonkarahisar weer Turks.

De Grieken trekken zich ordelijk terug. Na deze veldslag is er een rustpauze waarbij geen van beide partijen voorlopig in staat zijn om verdere aanvallen te ondernemen. Aan de ene kant hebben de Turken hun kans verkeken om het Griekse leger te omsingelen en te vernietigen. Maar anderzijds is dit wel de overwinning waar Mustafa Kemal zo om verlegen zat. Dit is de eerste keer dat het reguliere leger onder kemalistische leiding stand houdt tegen de Grieken. De Turkse tegenstanders van Kemal in Constantinopel hadden gehoopt op zijn nederlaag. En de geallieerden zien in dat ze met Kemal en zijn regering in ANkara moeten onderhandelen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Battle_of_%C4%B0n%C3%B6n%C3%BC

Bloedwraak in Berlijn

De Armeniër Soghomon Tehlirian heeft een kamer gehuurd tegenover de Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Daar houdt de Turkse grootvizier Talaat Pasha zich schuil. De Armeniërs houden hem verantwoordelijk voor de genocide die honderdduizenden volksgenoten het leven heeft gekost. Ze kennen zijn dagelijkse routine, maar op 13 maart 1921 wijkt hun doelwit ineens van deze gewoontes af. Zijn ze nu te laat om de aanslag te plegen ?

Op 15 maart 1921 verschijnt Talaat Pasha op het balkon. Even later verdwijnt hij weer in het appartement. Aangezien het iets na tien uur ’s ochtends is, weet Tehlirian dat Talaat dadelijk het gebouw zal verlaten en naar de Uhlandstrasse zal wandelen. En inderdaad, daar verschijnt Talaat in een gestreept hemd, kostumm en overjas en hij begint aan zijn wandeling. Tehlirian neemt zijn pistool, steekt het op zak en haast zich de trappen af. In de straat ziet hij Talaat naar het zuidoosten gaan, zoals gewoonlijk. Het moment van de waarheid is aangebroken. Voor Tehlirian de trekker mag overhalen, is het van belang dat hij Talaat oog in oog bekijkt om hem zeker te identificeren. Het is ook belangrijk dat hij de argwaan van zijn doelwit niet wekt. Hij volgt hem aan de andere kant van de straat. Omdat hij de gewoontes van Talaat kent, weet hij dat Talaat de straat zal oversteken zo’n 100 meter verder, waarschijnlijk iets voorbij de Berliner Kunst Hochschule. Tehlirian is nu vijftig stappen voor op Talaat. Hij jogt de boulevard af, draait zich om en gaat nu zijn doelwit tegemoet. Talaat wandelt rustig met zijn wandelstok de straat af en lijkt zich van geen kwaad bewust. De mannen zijn zes meter van mekaar verwijderd, daarna drie. En dan kijken ze mekaar in de ogen. Enkele momenten later ligt Talaat Pasha door op de grond.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books

Verdrag van Sèvres in de prullenbak

Het verdrag van Sèvres, ondertekend op 10 augustus 1920, heeft de grenzen van het Ottomaanse rijk hertekend.
In het noordoosten van het huidige Turkije is er ruimte voor een onafhankelijk Armenië, een autonoom Koerdistan en de Grieken krijgen een deel van Thracië en de streek rond Smyrna waar er een gemengde bevolking van Turken en Grieken woont. Het Ottomaanse leger wordt ontbonden en wat er nog rest van het Ottomaanse rijk, komt onder controle van Britten, Fransen en Italianen.
De sultan aanvaard het verdrag van Sèvres, maar generaal Kemal en zijn nationale beweging verwerpen dit verdrag. Het wordt door geen enkel parlement geratificeerd, op het Griekse parlement na. Generaal Mustafa Kemal, later bekend als Kemal Atatürk, verzamelt getrouwen om zich heen en gaat in de tegenaanval.

In de herfst van 1920 verklaart de Franse politicus Georges Leygues op een conferentie in Londen dat Frankrijk dit verdrag niet zal ratificeren en dat het herzien moet worden. Mustafa Kemal voert op dat moment oorlog tegen de troepen die de sultan trouw zijn gebleven, tegen de Grieken en Armeniërs en tegen de bezettingstroepen van de geallieerden. Op 2 december 1920 dwingt Kemal de Armeniërs het verdrag van Kars te ondertekenen en lijft hij de regio rond Kars bij Turkije in. De oorspronkelijke bevolking van Lazaren, Mescheten, Georgiërs en Armeniërs
worden verjaagd en vervangen door Turken en Koerden.

In februari en maart 1921 is er een conferentie in Londen over de herziening van het verdrag van Sèvres. Op 9 maart 1921 ondertekenen de Franse een akkoord waarmee ze afzien van hun rechten op Cilicië.
Op 12 maart 1921 volgen de Italianen die afspreken om de regio rond Antalya te verlaten vanaf juni.

In Duitsland is er een aankomend politicus die het hele gebeuren aandachtig volgt en ziet hoe generaal Kemal met standvastigheid en wapengeweld verdragen met de geallieerden herschrijft : Adolf Hitler.

bronnen
http://www.memoiresdeguerre.com/article-traite-de-lausanne-1923-107400884.html
https://fr.wikipedia.org/wiki/1921

Operatie Nemesis

In 1921 plant een kleine groep van Armeense patriotten wraakacties om de dood te wreken van hun landgenoten omgekomen in de Armeense genocide. Ze noemen de operatie Nemesis naar de Griekse godin van vergelding. Eén van hun eerste doelwitten is Talaat Pasha, de Turkse grootvizier van het Ottomaanse rijk, die op de vlucht is na zijn veroordeling door een gerechtshof van de geallieerden. Een aantal Armeense agenten wordt naar Berlijn gestuurd waar men vermoedt dat Talaat Pasha zich schuil houdt. Het bewaken van mogelijke schuiladressen duurt lang, is vervelend en levert niets op.

Tot de Armeniërs geruchten opvangen dat voormalige Turkse leiders in ballingschap samenkomen in Rome. Als die geruchten kloppen, dan zal Talaat Pasha zich wel geroepen voelen om zijn schuilplaats te verlaten om de trein naar Italië te nemen. Een Italiaans fascistisch dagblad bevestigt de geruchten. De Armeniër Shahan Natali maakt zich klaar om naar Rome af te reizen, maar de nodige officiële documenten laten op zich wachten. Hij mist de trein die hem tijdig naar de bijeenkomst in Rome zou brengen. Twee dagen latrer neemt hij alsnog de trein en hij bevindt zich in een wagon waar ook Turken aanwezig zijn. Die Turken kunnen niet vermoeden dat die westers geklede man ieder woord van hen begrijpt. Zo weet Shahan dat er nog Turken naar het station komen om de anderen uit te zwaaien.

De Armeniër Tehlirian is ook in het station om afscheid te nemen van Shahan Natali. Ook hij houdt het Turks gezelschap in de gaten. Eén man valt op : hij is zwaargebouwd en heeft een wandelstok bij zich. Wie is hij ? Zou hij onze man kunnen zijn ? Is dit Talaat ? Maar hij is netjes geschoren en draagt de typische snor van Talaat niet. Als de zware man een groepje jonge Turken nadert, springen ze fiks in de houding als waren het soldaten in een erehaag. Eén van hen zegt tegen de zware man :”De anderen zijn al in de trein, Pasha.”.

Twee andere Armeniërs naderen Tehlirian en ze overleggen :
– Is hij onze man ?
– Ze noemenden men Pasha.
– Iedere hond uit de dagen van de deportaties noemen ze Pasha tegenwoordig.

De Armeniërs besluiten de zware man en zijn gezelschap te volgen als hij het station verlaat. Zijn postuur lijkt inderdaad op dat van Talaat Pasha. Ze wandelen langs de Tiergarten en wat later neemt de zware man afscheid van de rest van de groep. Uiteindelijk bereiken de achtervolgers de eindbestemming : Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Is het hier dat Talaat Pasha zich schuil houdt ? Een Armeniër steekt de straat over en kijkt naar de deurbel waarop in Arabisch schrift de naam Ali Salih Bey staat. (De Turken zullen het Romeins alfabet gebruiken vanaf 1929).

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books, p.166

Hans Tröbst krijgt zijn kalpak

Hans Tröbst is aangekomen in Constantinopel om verder te reizen naar Anatolië en zich daar aan te sluiten bij het leger van Mustafa Kemal. Maar in de stad moet hij voorzichtig zijn omdat het er wemelt van Britse en Franse militairen. Hij vindt nergens een luisterend oor op de contactadressen die hem zijn doorgegeven. Maar heel toevallig ontmoet hij een voormalige Turkse kapitein die ook naar Anatolië wil. Ze spreken af om daags erna terug samen te komen om hun reis voor te bereiden. We laten Hans Tröbst aan het woord…

’s Anderendaags was ik stipt op de afgesproken plaats. Kapitein Ishan wachtte me al op en we gingen naar een koffiehuis in de buurt van het ministerie van Oorlog waar een bonte mengeling van mannen in burger en uniformen samenzaten en de tijd verdreven met spelletjes en roken. “Dit zijn allemaal officieren die uit krijgsgevangenschap zijn teruggekeerd,” wist Ishan me te zeggen, “Die willen allemaal naar Anatolië.”. We namen plaats, bestelden een koffie en na enige ogenblikken zette een man zich bij ons en groette ons. We legden hem de situatie uit, ik gaf hem mijn militaire documenten mee en hij verdween met Ishan. Na twee uren wachten was Ishan terug, maar de man durfde me niet verder helpen uit schrik dat ik een spion was.

“Blijf hier nog even wachten,”vroeg Ishan. “Hierover is het ministerie van oorlog, daar is een majoor en hij zal ons verder kunnen helpen.”. Ishan verdween opnieuw en na een half uur was hij terug met de melding dat we over 2 dagen om 2 uur met majoor Halid een afspraak hebben.

Twee dagen later is Hans Tröbst bij majoor Halid die hem in goed Duits te woord staat. Hij verwijst Hans door naar majoor Rimsey. Die is wel heel hartelijk , heeft het over zijn diensttijd onder de Duitse generaal Liman von Sanders, maar zegt ook dat hij niets kan doen en verwijst hem door naar majoor Essad. Als die derde majoor hem vraagt om maandag terug te komen, besluit Hans Tröbst om klare wijn te schenken.

Neem me niet kwalijk, majoor, maar ik ben sinds een week in Constantinopel. Iedereen die ik gesproken heb over mijn reisdoel, laat me daags erna terugkomen, om me dan te zeggen dat hij niets voor me kan doen en dan krijg ik een nieuw adres. Ik ben sinds oktober onderweg, mijn geldmiddelen zijn karig geworden. Op dit moment heb ik nog voldoende geld om zowel naar Anatolië als naar Duitsland te kunnen reizen. Daarom moet ik nu duidelijk weten : is het mogelijk om naar Anatolië te gaan, ja of neen ? Anders word ik van dag tot dag aan het lijntje gehouden om dan als mijn geld op is, te moeten vaststellen dat ik helemaal niet meer naar Anatolië kan. Dat is mijn situatie”.

De majoor begint zenuwachtig heen en weer te schuifelen, overlegt lang met een andere Turkse militair en zegt me dan :”Komt u morgen om 4 uur terug en mogelijk kan u dan maandag al afvaren.”.

Daags erna biedt Hans Tröbst zich weer aan. Hij krijgt thee en sigaretten aangeboden. En na een kwartier over allerlei zaken gesproken te hebben , heeft de majoor het verlossende bericht :”Wat ik ook nog zeggen wou, u kunt morgen meevaren. Dan vaart een Italiaans schip naar Trabzon. Kapitein en bemanning zijn Italianen, de secretaris en de tweede kapiteitn zijn Turken. ZIj zullen u in een kabine verstoppen. Kom morgen om 2 uur naar hier en dan zorgen we voor het nodig”.

De dag van vertrek is Tröbst weer in het ministerie van Oorlog waar hij door een adjudant wordt opgevangen. Na een uur wachten stopt een Turkse luitenant hem een reisbiljet in de handen. En dan krijgt hij een duidelijk teken dat het de Turken ernst is.

Weer ging een half uur voorbij. Opnieuw verscheen de luitenant, dit keer met een zwart voorwerp in zijn hand die hij mij zonder iets te zeggen overhandigde. Een kalpak ! De officierenmuts van de Kemalisten ! Alle respect ! Dat ziet er schitterend uit.

Daarna wordt Hans Tröbst door een Turk in burger naar zijn hotel begeleid waar hij zijn koffer neemt. Dan gaat het naar de Galatabrug. Daar ziet hij kapitein Ishan terug die met hem in een roeiboot instapt om naar het schip te roeien. Hans Tröbst is onderweg naar Anatolië.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

op zoek naar de juiste contactpersoon

Hans Tröbst is in Constantinopel aangekomen. Het is zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Turkse leger dat tegen de Grieken vecht in Anatolië. Maar Constantinopel is bezet door de geallieerden en het wemelt er van de Franse en Engelse soldaten. Een Duitser op weg naar het Grieks-Turkse front zou zeker gearresteerd worden. Het komt er dus op aan om discreet naar de juiste contactpersoon te zoeken die hem kan helpen om in Anatolië te geraken.

Hij vindt eerst een onderkomen in een hotel waarvan de uitbater Duits spreekt. Hij merkt al snel dat de Turken hun oude Duitse bondgenoten nog zeer genegen zijn. Daarna trekt hij voor hulp bij zijn ondernemen naar het consultaat. Omdat het Duitse consultaat door de geallieerden gesloten is, wordt het noodgedwongen het Zweedse consultaat dat de Duitse belangen behartigt. Maar daar wacht hem een teleurstelling. De Zweedse consul is ziek en de dame die hem vervangt, is niet echt gelukkig als Hans Tröbst haar vertelt dat hij een Duitse officier is die dienst wil nemen bij de Kemalisten. Ze antwoordt het volgende :

U brengt ons in een netelig parket. Als iemand gezien heeft dat u hier binnen gestapt bent ! Het wemelt hier van spionnen en agenten ! Ik verzeker u dat we ons hier niet met politiek bezig houden. Dat hebben de Engelsen ons uitdrukkelijk verboden. Ik geef u daarom de goede raad zo snel als mogelijk naar Duitsland terug te keren. Hier in de gevangenis zitten al twee Duitse officieren die de Engelsen opgepakt hebben op hun reis naar Anatolië. Reis daarom zo snel mogelijk terug. We kunnen u echt niet helpen. Eigenlijk is het onze plicht u te laten arresteren.

Tröbst maakt zich nog kwaad op de dame maar begrijpt dat het vergeefse moeite is. Hij rondt het gesprek af en trekt terug de stad in. Hij besluit dan maar zich even als toerist te gedragen en de bezienswaardigheden te gaan opzoeken. En het eerste waar hij aan denkt, is de Hagia Sophia. Daar aangekomen ziet hij een Turk staan die met een droevig gezicht naar de zee staart. Hij spreekt hem aan in het Frans of hij hem wat over de omgeving kan vertellen. Zijn nieuwe metgezel leidt hem bereidwillig rond en aan het einde neemt het gesprek een andere wending. De Turk wijst in de verte en zegt :
– Ginder heb ik in de oorlog gevochten.
– Ach, u was soldaat.
– Soldaat ? Capitaine de l’infanterie !
– En wat doet u nu ?
– Ik ben afgezwaaid maar krijg geen pensioen. Drie dagen per week werk ik bij de post maar dat stelt natuurlijk niet veel voor. Ik heb nog een postzegelverzameling en die wil ik verkopen. En daarna vertrek ik.
– En waar gaat u dan heen ?
– Naar Anatolië, naar Mustafa Kemal.
– Sta me toe dat ik me voorstel : kapitein Tröbst, ik ben een Duitse officier en ik heb hetzelfde reisdoel als u. Kunt u me raad geven hoe ik dat het beste aanpak.

De Turkse oud-kapitein Ishan bekijkt Tröbst even argwanend maar wordt dan toch overtuigd als Tröbst hem zijn militaire papieren toont. Jazeker is het mogelijk om naar Anatolië te reizen. Maar Mustafa Kemal heeft ook tegenstanders in de stad en eigenlijk kan je niemand vertrouwen. De Britten hebben zelfs wervingsbureau’s opgesteld om argeloze vrijwilligers gemakkelijker te kunnen arresteren. Ishan en Tröbst spreken af daags erna mekaar te ontmoeten en dan naar de juiste persoon te zoeken,.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

de overtocht naar Constantinopel

We vinden Hans Tröbst terug in Varna, Bulgarije, aan de Zwarte Zee. Het was zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Witte leger van generaal Wrangel. Maar door de verovering van de Krim door het Rode leger kan daar geen sprake meer van zijn. Door geldgebrek zit Hans Tröbst nu vast in Varna waar hij in een cementfabriek werkt om geld te sparen. Met dat geld wil hij een ticket kopen om aan boord van een schip de Zwarte Zee over te steken om zich aan te sluiten bij het Ottomaanse leger. Er is echter één groot probleem : Bulgarije is bezet door de geallieerden en een Duitse officier zal zeker worden gearresteerd, ook als hij zich in burger wil aansluiten bij de legers van Kemal Atatürk. In het boek “Band 8 : vom Baltikum zu Kemal Pascha” lezen we het volgende.

Zo waren we aan de 12e januari 1921 aangekomen. Als om me uit de dagen brachten de kranten dagelijks lange artikels over Kemal Pasja en zijn getrouwen. Aan de overkant in Anatolië werd wereldgeschiedenis gemaakt en ik zat hier in Varna om zand te zeven ! Morgen is het Russisch nieuwjaar en dan wordt er zowiezo niet gewerkt en dan zal ik de gelegenheid hebben om met Astadsjov erop uit te trekken. Maar dan zei een stemmetje in mij :”Laat dat uitgaan maar even wachten, ga liever deze avond naar Serafimov. Er hangt iets in de lucht.”. Ik had zijn huis snel terug gevonden en werd ontvangen door een dame die zich voorstelde als de stiefmoeder van kapitein Serafimov. om half 9 kwam de kapiteit eindelijk thuis en ik vroeg hem opnieuw om me op zijn zeilschip mee te nemen naar Constantinopel. Maar het was tevergeefs. Hij legde in het lang en het breed uit waarom hij me niet kon meenemen en beëindigde zijn uiteenzetting met de woorden :”En zelfs als ik het zou willen doen, dan zou het nog te laat zijn voor u want ik vertrek al deze avond om 10 uur.”.

Ik hoorde eigenlijk alleen maar dat hij diezelfde avond om 10 uur zou vertrekken. Daarmee wist ik voldoende. Het was dus nu of nooit. Ik nam snel afscheid van de kapitein, spurtte door de stad, kocht nog twee broden en wat spek en thuis schrijf ik snel een afscheidsbrief voor mijn werkgever. Ik stopte snel wat spullen in mijn koffer en vertrok weer. Omdat ik wist dat het kantoor van politie en douane continu bezet was, ging ik tot aan de marinekazerne om dan via het strand langs de vissersboten te wandelen tot ik aan de ankerplaats van de “Triton” was geraakt. Daar zag ik drie Bulgaarse agenten bij de loopplank van de Triton staan. Ze waren aan het praten met de bemanning. Ik wachtte tot de agenten weg waren, ging dan naar de kaai en riep met luide stem :”Hallo , Triton ! Hallo, bagage van kapitein Serafimov.”. Er verschenen twee matrozen die me aan boord lieten. Ik had dus juist gegokt : de kapitein was nog niet aan boord en de matrozen hielden me voor een knecht die nog bagage nabracht. Ik legde de koffer in de kabine die me werd aangewezen. Tijdens een van mijn boemelpartijen in de haven had ik gehoord dat er een Rus aan boord was die Duits kon praten en die in de machinekamer werkte. Die zou me verder kunnen helpen.

In de machinekamer stelde ik direct de vraag :”Goeienavond, heren. Spreekt iemand van jullie misschien Duits ?”. Waarop snel het antwoord kwam :”Ja, ik spreek Duits. Dat heb ik in Sint-Petersburg geleerd. Wat wenst u ?”. – “Luister even. Ik ben een Duitser en wil naar Constantinopel varen. Omdat de Fransen me de toestemming niet geven, heeft kapitein Serafimov me toegestaan zonder de juiste papieren mee te varen. Maar voor alle zekerheid heeft de kapitein gezegd dat ik me bij jullie verstop tot we de haven uit zijn.”

“Maar natuurlijk”, antwoordde de Rus. “Hier ! Kruipt u maar in mijn kooi. Daar zoekt u geen mens.”. Het volgende half uur bracht ik in spanning door. Op dek was het een drukke bedrijvigheid. Als we een tijdje aan het varen waren, ging ik aan dek. We waren al lang de haven uit, de lichten van Varna glinsterden als glimwormen in de bergen. Aan het roer stond kapitein Serafimov. Ik vond het raadzaam hem het snelste voor het voldongen feit te stellen. “Goedenavond, kapitein !” – “Wat ? bent u aan boord ? En daar weet ik niets van ?”. – “Zoals u ziet, kapitein. En zo ongezien als ik aan boord ben gekomen, zo ongezien zal ik uw schip verlaten.”.

Het schip maakt nog een tussenstop in de Bulgaarse havenstad Mesembrija en vaart dan verder naar Constantinopel. De dag is zonnig en warm en het is heerlijk lenteweer, ook al is het nog maar half januari. Hans Tröbst maakt zich zorgen over de geallieerden paspoortcontrole want de stad is bezet door Engelse en Franse soldaten. Kapitein Serafimov zegt hem dan ook :”Morgen om negen uur komen er Fransen aan boord. U moet tegen dan het schip verlaten hebben.”.

Hans Trönst trekt een blauwe machinistenkiel aan, wikkelt zich een sjaal om de hals, zet een geruite sportpet op waarin hij zijn militaire papieren verstopt. Hij bedankt kapitein Serafimov en neemt afscheid. Heel discreet verlaat hij dan het zeilschip en zet voet aan wal in Constantinopel.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Maak kennis met Hans Troebst

Tussen 2014 en 2018 heb ik bijna dagelijks een bericht gezet op deze blog die de oorlogsjaren van mijn grootvader Martinus Evers moest gedenken. Dankzij de oorlogskalender van het Davidsfonds had ik bijna iedere dag wel een bericht te vermelden. En anders waren er wel de geschiedenisboeken die ik in huis heb gehaald tijdens deze herdenkingsperiode.

Het jaar 1919 leverde ook nog vele momenten al was het maar door de verdragen die ondertekend werden en de veldslagen tussen de nieuwe staten onderling of de burgeroorlogen in de oude staten. Ook 1920 gaf de nodige inspiratie.

Het jaar 1921 belooft moeilijker te worden. En toch is ook dit een boeiend jaar. De Sovjetunie begint zijn vaste grenzen te krijgen. Het fascisme steekt zijn kop op in Italië en zoekt het conflict met het communisme. En de Grieks-Turkse oorlog is nog volop bezig. Daar is jammer genoeg niet veel over te vinden tenzij je vlot Turks kan lezen.

Misschien kunnen de dagboeken van Hanst Troebst (ook wel Tröbst geschreven) een uitweg bieden. de dagboeken van Hans Troebst zijn enkel in Kindle-editie beschikbaar op amazon. Maar ze beslaan wel een zeer lange periode gaande van 1910 tot 1923) . Hans Troebst is een van die soldaten die het moeilijk hebben het burgerleven weer op te nemen na het einde van de Groote Oorlog. Ze zijn teveel avonturier en zoeken dan maar nieuwe fronten op. Naast de boeken op amazon is er ook een facebook pagina en een twitter account. Er zijn niet veel recente berichten over Hans Troebst. En sterker nog, de meest recente berichten over Hans Troebst zijn geschreven in het Turks. Ze zijn daar blijkbaar nog niet vergeten dat een Duitse officier het uniform heeft gedragen van het leger van Kemal Atatürk. Dat geeft me de indruk dat Hans Troebst wel eens een goede gids zou kunnen zijn doorheen de twintiger jaren.