slag om Kütahya-Eskişehir

Tussen 10 en 24 juli 1921 leveren Grieken en Turken slag in de regio tussen Kütahya en Eskişehir. Beide steden liggen aan een spoorlijn die hen onderling en met Ankara verbindt. Ze zijn dan ook cruciaal voor het Turkse troepentransport. Na de 2e slag om Inönü (lees hierover in dit bericht ) hebben de Grieken gewacht op een tweede gelegenheid om alsnog beide steden in te nemen. De Griekse koning Constantijn komt aan in Anatolië om zijn troepen moed in te spreken.

De Grieken slagen erin om door de Turkse verdedigingslinies te breken en ze nemen zowel Kütahya als Eskişehir in. De Turken trekken zich ordelijk terug ten oosten van de Sakarya rivier. Dit is een gemiste kans voor de Grieken om definitief de Turkse legers te vernietigen. Ze nemen een maand de tijd om hun aanvalsplannen op te stellen en trekken dan verder richting Sakarya voor het ultiem treffen. Maar ook de Turken bereiden zich voor. Generaal Izmet Pasha wordt opzij geschoven en Mustafa Kemal wordt benoemd tot opperbevelhebber van het leger voor een termijn van zes maanden.

bronnen
Battle of Kütahya–Eskişehir – Wikipedia
Greek occupation of Asia Minor (levantineheritage.com)
Greco-Turkish War (1919–1922) – Wikiwand

Een Grieks Schneider-Canet kanon met bemanning in actie tijdens de slag om Eskişehir, Juli 1921.



de Grieken komen !

Hans Tröbst, voormalig Duits officier, heeft zich na de oorlog bij de Kemalisten in Anatolië aangesloten. Daar wacht hij op de verwachte veldslag met de Grieken begin juli 1921.

Het was al laat als we weer in ons dorp Güwem aankwamen. Daags erna kwam overste Shükri Bey aan met het nieuws dat piloot verkenners gemeld hadden dat onze tegenstanders in twee kolonnes vanuit Uşak en Gedis onze richting uitkwamen. De sectie bij Güwem was twintig tot vijfentwintig kilometer lang. De stellingen lagen op zacht glooiende hellingen die kaal waren en een mooi uitzicht boden op het schootsveld. Ongeveer in het midden van de stellingen was een drie kilometer breed woud, voorzien van de nodige ravijnen en dat schrijlings op onze stellingen aansloot. Maar men had niets gedaan om zich hier tegen verrassingsaanvallen te verdedigen. Ik deelde mijn bedenkingen met mijn overste maar hij verklaarde rotsvast overtuigd van het eigen gelijk :”De Griek vermijdt de bossen bij de aanval en wij vermijden ze bij de verdediging en dus moeten we hier geen versterkingen voorzien.”.

Omdat ook andere Turkse officieren van het pioniersbataljon mijn bedenkingen deelden, reed ik met luitenant-kolonel Heireddin langs onze verdediging om toch minstens één linie te voorzien. Voor meer verdedigingswerken hadden we niet voldoende manschappen.

Als de eerste berichten over de naderende vijand binnenkwamen, was er maar een klein deel van de stellingen klaar. Gelukkig kwam er op dat ogenblik een konvooi ossenwagens aan met het nodige gereedschap, zodat we niet alleen de pioniers maar ook de infanteristen zelf aan het werk konden zetten. Maar om het rampzalige woud bekommerde zich niemand.

Tegen de avond was de Griekse kolonne die vanuit Gedis kwam (een infanteriedivisie met sterke cavalerie) nog maar twintig kilometer verwijderd. Onze divisiecommandant was de linies langsgereden en zag tot zijn ontzetting dat er voor de verdediging van het woud nog niet het minste was gedaan. Als de vijand daags erna zou aanvallen, dan zaten onze soldaten op een stenige bodem in kniediepe loopgraven zonder verdere hindernissen en met officieren die geen voorkennis hebben van het niemandsland voor de linies. Het gebrek aan communicatieapparatuur, de moeilijke bevelvoering, de weinig geschikte inrichting van de loopgraven, een zwakke artillerie, al dat en nog duizend andere zaken stemden me zeer zorgelijk.

De dag erna was even zonnig als alle andere voorgaande. Maar er hing iets onbestemd in de lucht. De artillerie schoot zich verder in en de granaatinslagen riepen in de bergen een veelvoudige echo op. De soldaten verzamelden zich, stafmedewerkers en boodschappers galoppeerden over en weer. Maar voor de rest heerste er in de drukkende hitte de rust van een kerkhof.

Enkel in het dorp weerklonk gehuil en geweeklaag. Het bevel tot evacueren was aangekomen. Maar ook zonder dat bevel zou het resultaat hetzelfde geweest zijn. De melding “De Grieken komen eraan !” was voldoende om een volksverhuizing in gang te zetten in richting van de achterste linies.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Griekse cavalerie in opmars – Klein Azië – 1921

vrijspraak voor Tehlirian

De Armeniër Soghomon Tehlirian verschijnt op 2 juni 1921 voor de Duitse rechtbank in Berlijn. Daar moet hij zich verantwoorden voor de moord die hij heeft gepleegd op Talaat Pasha. De moord kadert in operatie Nemesis, waarbij een kleine groep Armeniërs de Turken die zij verantwoordelijk achten voor de Armeense genocide, op te sporen en te vermoorden. De dag van de moord op Talaat Pasha wordt in dit bericht beschreven. Maar Tehlirian vermeldt voor de rechtbank geen enkel detail van operatie Nemesis

Tehlirian wordt ook door dokters onderzocht om het motief van de moord te verklaren. In 1921 zet de psychoanalyse grote stappen vooruit. Eén jaar eerder is het Berliner Psychonalalytisches Institut door medewerkers van Freud opgericht. Na de Groote Oorlog is de psychoanalyse ook een woord rijker om het trauma van bepaalde veteranen te omschrijven : shell shock. Daarom wordt Tehlirian ook medisch onderzocht omdat hij een trauma heeft opgelopen door zeer gewelddadige gebeurtenissen en hij een moord heeft begaan vijf jaar na de feiten omwille van dit trauma. Ook de dromen waarin zijn vermoorde moeder hem beveelt te doden uit wraak, worden aangehaald. Vijf dokters verschjnen als getuige om hun inzicht te geven over het geval Tehlirian. Het debat in de rechtszaal draait om de vraag in welke mate hij nog beschikte over een vrije wil op het moment dat hij de moord pleegde. De dokters gebruiken hiervoor de term “dwangmatig gebod”. Ze zijn het erover eens dat Tehlirian getraumatiseerd was door de gebeurtenissen die hij beweerde te hebben meegemaakt in Anatolië. Hij had zijn familie zien vermoord worden (wat in feite niet was gebeurd). Het verdict vanuit een medisch perspectief was duidelijk : de Turken hadden Tehlirian vreselijke dingen aangedaan, hij was psychologisch beschadigd en zijn algemene toestand droeg bij aan zijn neiging tot moorden. Daarmee geven de dokters net dat wat de verdeiging van Tehlirian zocht.

Zelf verklaart Tehlirian over de moord :”Ik beschouw mezelf niet schuldig want ik heb een zuiver geweten. Ik heb een man gedood maar ik ben geen moordenaar.”. Zonder enige kennis van operatie Nemesis en de voorbereidingen om Talaat Pasha op te sporen moet de jury nu beraadslagen. Op minder dan 2 uur is de uitspraak er : “onschuldig”. Tehlirian moet nog aan zijn vertaler vragen wat het betekent. Die antwoordt :”Je bent vrij.”.

Tehlirian wordt door andere leden van het commando in een wagen gezet om te vermijden dat er foto’s worden gemaakt. Men was er zich van bewust dat vanaf die dag Tehlirian nu zelf een doelwit zou zijn. De New York Times bloklettert de vrijsparaak als volgt :”They Simply Had To Let Him Go.”.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books

op zoek naar frontdienst

Hans Tröbst is op basis van zijn pionierservaring in het Duitse leger toegewezen aan een Turkse divisie die verdedigingsstellingen graaft in afwachting van de volgende Griekse aanval. Maar hij hoopt nog altijd naar het front te kunnen gaan. En dus besluit hij op 6 mei 1921 de trein naar Eskişehir te nemen om nogmaals te vragen naar het front te mogen.

De komende veldslag was het brandpunt van al onze gesprekken. Ze werd beschouwd als de laatste beslissende veldslag. Als de Griek opnieuw slaag zouden krijgen, dan zou hij ononderbroken tot Smyrna en verder weglopen. (…) Om zeker te zijn dat ik deze veldslag niet zou missen, besloot ik naar Eskişehir naar de generale staf te gaan om mijn overplaatsing aan te vragen naar een divisie aan het front en om tenminste bevel te kunnen voeren aan het front voor de duur van de veldslag.

En dus spoorde ik per trein naar Eskişehir om opnieuw de grootstadlucht in te ademen en vooral mijn aanbeden Adèle weer zien. Al aan het eerstvolgende station hadden we een langer oponthoud omdat hier een goederenwagon moest uitgeladen worden. Ook hier zoals overal een voorbeeldige orde. De uniformen waren natuurlijk een zeer bonte samenstelling. Engelse en Franse uniformstukken vielen het meest op. Maar hieraan ziet men dat men ook zonder reglementaire uniformen oorlog kan voeren zolang de wil er maar is.

Tegen de middag kwam ik in de stad aan, haalde Erturgrul op en we besloten om de rest van de dag te vieren en ons grondig te bezuipen. Want Ertugrul had bij de Duitse keierlijke marine gediend. We bezochten samen Adèle Georgiades, Käthe Leontides en daar leerder ik nog andere Griekse godinnen kennen. Nadat we ongelooflijk veel ijs en sorbet gegeten hadden, Shira en ander spul hadden gedronken, begaven we ons naar de woning van Ertugrul die hij van een Duitse, Frau Kleinert, gehuurd had.

De dag erna ging ik met een zure snuit en een zware kop naar majoor Tefik Bey die net van de frontlinies was teruggekomen. Mijn uitdrukkelijke aandringen om me toch eindelijk naar het front te sturen, had tot gevolg dat hij me beloofde mijn vraag te bepleiten. Nu, dan was het alweer wachten.

In de namiddag ging ik op de uitnodiging van een oudere heer in, die zich als Oostenrijkse Rittmeister van de reserve voorstelde en die al 20 jaar dienst bij de spoorwegen had. Hij bewoonde met zijn Armeense vrouw een verrukkelijk huisje dat midden in een reuze fruitplantage lag. Ik beleefde bij varkensgebraad en wijn een zeer interessante namiddag bij hen. Jammer genoeg vertelde hij weinig vrolijks. Hij had de wereldoorlog aan alle fronten meegemaakt en vertelde me als oude soldaat met diepe droefheid over de toestanden in het Oostenrijkse leger.

Zo toonde hij me een omvangrijke verzameling springstoffen, waarop een datum en een kilometergetal gegraveerd stonden. Bijvoorbeeld 15.7.1915, km 495,5. Deze explosieven waren afkomstig van de kanonnen van Engelse en Italiaanse onderzeeërs die in de golf van Ismid binnengedrongen waren en negen maal geprobeerd hadden de spoorlijn naar Bagdad te verwoesten.

De spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad waarvan hier sprake is, is een spoorlijn die door het Duitse keizerrijk gefinancierd werd. De spoorlijn werd door de Britten als een bijzonder risico ervaren omdat het de Duitsers dichter bij India bracht en ook controle gaf over de olievelden nabij Basra. Volgens sommige historici is deze spoorlijn een van de redenen waarom Groot-Brittannië tegen Duitsland ten oorlog trok.

Bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Berlin%E2%80%93Baghdad_railway

Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

De foto hieronder toont een zicht op Eskişehir in de jaren 1920.


per trein naar pionierswerk voor Troebst

In Ankara wacht Hans Tröbst ongeduldig op verdere marsbevelen. Na enige dagen krijgt hij nog het voorstel om les te geven aan aspirant officieren, maar dat voorstel wijst hij af. Hij wil terug aan het front zijn. Nog enkele dagen later krijgt hij zijn marsbevel en een treinticket naar Eskişehir. Daar moet hij zich bij het hoofdkwartier van generaal Ismet Pasha melden. Daar aangekomen, krijgt hij een nieuwe functie en doel toegewezen. De Turken bouwen stellingen in Sabunje-Punar om een nieuwe Griekse aanval te kunnen afslaan. Het is van het uiterste belang dat ze de spoorlijn tussen Eskişehir en Afyonkarahisar behouden. Alleen dan kunnen ze met de nodige snelheid hun reserves naar bedreigde plaatsen sturen. Omdat de slag bij Inönü heel wat Turkse officieren het leven heeft gekost, rekenen de Turken op de ervaring van Tröbst om hen bij te staan bij de bouw van de stellingen.

De officier Tefik Bey wist me te vertellen dat ze een nieuw Grieks offensief over vier weken verwachten. Daarom waren ze nu bezig met de bouw van stellingen die commandant Shükri Bey als pionierinspekteur leidde. Ik zou onder zijn commando werken en zou vandaag nog met de trein naar Sabunje-Punar afreizen. Ik aanvaardde de opdracht maar was diep ontgoocheld. Nog altijd geen frontlucht !

Het landschap was redelijk eenvormig, een breed, zeer vruchtbaar dal , aan beide zijden door ergen begrensd, waarin de trein zich over vele bruggen en door enkele tunnels heen kronkelde. Al na twee uren kwam ik op mijn eindbestemming aan en stapte uit de trein. Mijn nieuwe chef was natuurlijk uitgerekend die morgen naar Eskişehir vertrokken en ik meldde me dan maar bij zijn vervanger, majoor Hasim Bey.

Tussen de Griekse en de Turkse linies zat een niemandsland van ongeveer honderdvijftig kilometer. Men verwachtte dat de Grieken bij het volgende offensief opnieuw naar Eskişehir zouden oprukken. Daarom moesten er stellingen worden aangelegd ter bescherming van de stad. Als we aankwamen, was het bataljon al aan het werk. Het bestond bijna uitsluitend uit geïnterneerde Griekse burgers, die in Klein-Azië woonden maar Ottomaanse onderdanen waren. Omdat men hen tijdens de oorlog niet vertrouwde, waren ze niet naar het front gestuurd, maar had men hen enkel voor arbeidsdienst ingezet. Veel lust om te werken hadden ze niet, en dus werd er door de korporaals af en toe met een knuppel wat extra ijver aangemaakt.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

2e slag om Inönü

Na de eerste slag om Inönü wachten de Grieken op een volgende gelegenheid om terug op te rukken naar Eskişehir en Afyonkarahisar om de controle te krijgen over de spoorlijnen die beide steden verbinden. Op 23 maart 1921 rukken de Grieken op en op 24 maart bezetten ze Afyonkarahisar. Op 27 maart bereiken ze Inönü en ze nemen de heuvel Metristepe in. Op 31 maart krijgt Ismet Pasha de nodige Turkse versterkingen en hij zet onverwijld de aanval in. Metristepe valt diezelfde dag in Turkse handen. De Turken zetten de gevechten verder en begin april is ook Afyonkarahisar weer Turks.

De Grieken trekken zich ordelijk terug. Na deze veldslag is er een rustpauze waarbij geen van beide partijen voorlopig in staat zijn om verdere aanvallen te ondernemen. Aan de ene kant hebben de Turken hun kans verkeken om het Griekse leger te omsingelen en te vernietigen. Maar anderzijds is dit wel de overwinning waar Mustafa Kemal zo om verlegen zat. Dit is de eerste keer dat het reguliere leger onder kemalistische leiding stand houdt tegen de Grieken. De Turkse tegenstanders van Kemal in Constantinopel hadden gehoopt op zijn nederlaag. En de geallieerden zien in dat ze met Kemal en zijn regering in ANkara moeten onderhandelen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Battle_of_%C4%B0n%C3%B6n%C3%BC

Bloedwraak in Berlijn

De Armeniër Soghomon Tehlirian heeft een kamer gehuurd tegenover de Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Daar houdt de Turkse grootvizier Talaat Pasha zich schuil. De Armeniërs houden hem verantwoordelijk voor de genocide die honderdduizenden volksgenoten het leven heeft gekost. Ze kennen zijn dagelijkse routine, maar op 13 maart 1921 wijkt hun doelwit ineens van deze gewoontes af. Zijn ze nu te laat om de aanslag te plegen ?

Op 15 maart 1921 verschijnt Talaat Pasha op het balkon. Even later verdwijnt hij weer in het appartement. Aangezien het iets na tien uur ’s ochtends is, weet Tehlirian dat Talaat dadelijk het gebouw zal verlaten en naar de Uhlandstrasse zal wandelen. En inderdaad, daar verschijnt Talaat in een gestreept hemd, kostumm en overjas en hij begint aan zijn wandeling. Tehlirian neemt zijn pistool, steekt het op zak en haast zich de trappen af. In de straat ziet hij Talaat naar het zuidoosten gaan, zoals gewoonlijk. Het moment van de waarheid is aangebroken. Voor Tehlirian de trekker mag overhalen, is het van belang dat hij Talaat oog in oog bekijkt om hem zeker te identificeren. Het is ook belangrijk dat hij de argwaan van zijn doelwit niet wekt. Hij volgt hem aan de andere kant van de straat. Omdat hij de gewoontes van Talaat kent, weet hij dat Talaat de straat zal oversteken zo’n 100 meter verder, waarschijnlijk iets voorbij de Berliner Kunst Hochschule. Tehlirian is nu vijftig stappen voor op Talaat. Hij jogt de boulevard af, draait zich om en gaat nu zijn doelwit tegemoet. Talaat wandelt rustig met zijn wandelstok de straat af en lijkt zich van geen kwaad bewust. De mannen zijn zes meter van mekaar verwijderd, daarna drie. En dan kijken ze mekaar in de ogen. Enkele momenten later ligt Talaat Pasha door op de grond.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books

Verdrag van Sèvres in de prullenbak

Het verdrag van Sèvres, ondertekend op 10 augustus 1920, heeft de grenzen van het Ottomaanse rijk hertekend.
In het noordoosten van het huidige Turkije is er ruimte voor een onafhankelijk Armenië, een autonoom Koerdistan en de Grieken krijgen een deel van Thracië en de streek rond Smyrna waar er een gemengde bevolking van Turken en Grieken woont. Het Ottomaanse leger wordt ontbonden en wat er nog rest van het Ottomaanse rijk, komt onder controle van Britten, Fransen en Italianen.
De sultan aanvaard het verdrag van Sèvres, maar generaal Kemal en zijn nationale beweging verwerpen dit verdrag. Het wordt door geen enkel parlement geratificeerd, op het Griekse parlement na. Generaal Mustafa Kemal, later bekend als Kemal Atatürk, verzamelt getrouwen om zich heen en gaat in de tegenaanval.

In de herfst van 1920 verklaart de Franse politicus Georges Leygues op een conferentie in Londen dat Frankrijk dit verdrag niet zal ratificeren en dat het herzien moet worden. Mustafa Kemal voert op dat moment oorlog tegen de troepen die de sultan trouw zijn gebleven, tegen de Grieken en Armeniërs en tegen de bezettingstroepen van de geallieerden. Op 2 december 1920 dwingt Kemal de Armeniërs het verdrag van Kars te ondertekenen en lijft hij de regio rond Kars bij Turkije in. De oorspronkelijke bevolking van Lazaren, Mescheten, Georgiërs en Armeniërs
worden verjaagd en vervangen door Turken en Koerden.

In februari en maart 1921 is er een conferentie in Londen over de herziening van het verdrag van Sèvres. Op 9 maart 1921 ondertekenen de Franse een akkoord waarmee ze afzien van hun rechten op Cilicië.
Op 12 maart 1921 volgen de Italianen die afspreken om de regio rond Antalya te verlaten vanaf juni.

In Duitsland is er een aankomend politicus die het hele gebeuren aandachtig volgt en ziet hoe generaal Kemal met standvastigheid en wapengeweld verdragen met de geallieerden herschrijft : Adolf Hitler.

bronnen
http://www.memoiresdeguerre.com/article-traite-de-lausanne-1923-107400884.html
https://fr.wikipedia.org/wiki/1921

Operatie Nemesis

In 1921 plant een kleine groep van Armeense patriotten wraakacties om de dood te wreken van hun landgenoten omgekomen in de Armeense genocide. Ze noemen de operatie Nemesis naar de Griekse godin van vergelding. Eén van hun eerste doelwitten is Talaat Pasha, de Turkse grootvizier van het Ottomaanse rijk, die op de vlucht is na zijn veroordeling door een gerechtshof van de geallieerden. Een aantal Armeense agenten wordt naar Berlijn gestuurd waar men vermoedt dat Talaat Pasha zich schuil houdt. Het bewaken van mogelijke schuiladressen duurt lang, is vervelend en levert niets op.

Tot de Armeniërs geruchten opvangen dat voormalige Turkse leiders in ballingschap samenkomen in Rome. Als die geruchten kloppen, dan zal Talaat Pasha zich wel geroepen voelen om zijn schuilplaats te verlaten om de trein naar Italië te nemen. Een Italiaans fascistisch dagblad bevestigt de geruchten. De Armeniër Shahan Natali maakt zich klaar om naar Rome af te reizen, maar de nodige officiële documenten laten op zich wachten. Hij mist de trein die hem tijdig naar de bijeenkomst in Rome zou brengen. Twee dagen latrer neemt hij alsnog de trein en hij bevindt zich in een wagon waar ook Turken aanwezig zijn. Die Turken kunnen niet vermoeden dat die westers geklede man ieder woord van hen begrijpt. Zo weet Shahan dat er nog Turken naar het station komen om de anderen uit te zwaaien.

De Armeniër Tehlirian is ook in het station om afscheid te nemen van Shahan Natali. Ook hij houdt het Turks gezelschap in de gaten. Eén man valt op : hij is zwaargebouwd en heeft een wandelstok bij zich. Wie is hij ? Zou hij onze man kunnen zijn ? Is dit Talaat ? Maar hij is netjes geschoren en draagt de typische snor van Talaat niet. Als de zware man een groepje jonge Turken nadert, springen ze fiks in de houding als waren het soldaten in een erehaag. Eén van hen zegt tegen de zware man :”De anderen zijn al in de trein, Pasha.”.

Twee andere Armeniërs naderen Tehlirian en ze overleggen :
– Is hij onze man ?
– Ze noemenden men Pasha.
– Iedere hond uit de dagen van de deportaties noemen ze Pasha tegenwoordig.

De Armeniërs besluiten de zware man en zijn gezelschap te volgen als hij het station verlaat. Zijn postuur lijkt inderdaad op dat van Talaat Pasha. Ze wandelen langs de Tiergarten en wat later neemt de zware man afscheid van de rest van de groep. Uiteindelijk bereiken de achtervolgers de eindbestemming : Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Is het hier dat Talaat Pasha zich schuil houdt ? Een Armeniër steekt de straat over en kijkt naar de deurbel waarop in Arabisch schrift de naam Ali Salih Bey staat. (De Turken zullen het Romeins alfabet gebruiken vanaf 1929).

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books, p.166

Hans Tröbst krijgt zijn kalpak

Hans Tröbst is aangekomen in Constantinopel om verder te reizen naar Anatolië en zich daar aan te sluiten bij het leger van Mustafa Kemal. Maar in de stad moet hij voorzichtig zijn omdat het er wemelt van Britse en Franse militairen. Hij vindt nergens een luisterend oor op de contactadressen die hem zijn doorgegeven. Maar heel toevallig ontmoet hij een voormalige Turkse kapitein die ook naar Anatolië wil. Ze spreken af om daags erna terug samen te komen om hun reis voor te bereiden. We laten Hans Tröbst aan het woord…

’s Anderendaags was ik stipt op de afgesproken plaats. Kapitein Ishan wachtte me al op en we gingen naar een koffiehuis in de buurt van het ministerie van Oorlog waar een bonte mengeling van mannen in burger en uniformen samenzaten en de tijd verdreven met spelletjes en roken. “Dit zijn allemaal officieren die uit krijgsgevangenschap zijn teruggekeerd,” wist Ishan me te zeggen, “Die willen allemaal naar Anatolië.”. We namen plaats, bestelden een koffie en na enige ogenblikken zette een man zich bij ons en groette ons. We legden hem de situatie uit, ik gaf hem mijn militaire documenten mee en hij verdween met Ishan. Na twee uren wachten was Ishan terug, maar de man durfde me niet verder helpen uit schrik dat ik een spion was.

“Blijf hier nog even wachten,”vroeg Ishan. “Hierover is het ministerie van oorlog, daar is een majoor en hij zal ons verder kunnen helpen.”. Ishan verdween opnieuw en na een half uur was hij terug met de melding dat we over 2 dagen om 2 uur met majoor Halid een afspraak hebben.

Twee dagen later is Hans Tröbst bij majoor Halid die hem in goed Duits te woord staat. Hij verwijst Hans door naar majoor Rimsey. Die is wel heel hartelijk , heeft het over zijn diensttijd onder de Duitse generaal Liman von Sanders, maar zegt ook dat hij niets kan doen en verwijst hem door naar majoor Essad. Als die derde majoor hem vraagt om maandag terug te komen, besluit Hans Tröbst om klare wijn te schenken.

Neem me niet kwalijk, majoor, maar ik ben sinds een week in Constantinopel. Iedereen die ik gesproken heb over mijn reisdoel, laat me daags erna terugkomen, om me dan te zeggen dat hij niets voor me kan doen en dan krijg ik een nieuw adres. Ik ben sinds oktober onderweg, mijn geldmiddelen zijn karig geworden. Op dit moment heb ik nog voldoende geld om zowel naar Anatolië als naar Duitsland te kunnen reizen. Daarom moet ik nu duidelijk weten : is het mogelijk om naar Anatolië te gaan, ja of neen ? Anders word ik van dag tot dag aan het lijntje gehouden om dan als mijn geld op is, te moeten vaststellen dat ik helemaal niet meer naar Anatolië kan. Dat is mijn situatie”.

De majoor begint zenuwachtig heen en weer te schuifelen, overlegt lang met een andere Turkse militair en zegt me dan :”Komt u morgen om 4 uur terug en mogelijk kan u dan maandag al afvaren.”.

Daags erna biedt Hans Tröbst zich weer aan. Hij krijgt thee en sigaretten aangeboden. En na een kwartier over allerlei zaken gesproken te hebben , heeft de majoor het verlossende bericht :”Wat ik ook nog zeggen wou, u kunt morgen meevaren. Dan vaart een Italiaans schip naar Trabzon. Kapitein en bemanning zijn Italianen, de secretaris en de tweede kapiteitn zijn Turken. ZIj zullen u in een kabine verstoppen. Kom morgen om 2 uur naar hier en dan zorgen we voor het nodig”.

De dag van vertrek is Tröbst weer in het ministerie van Oorlog waar hij door een adjudant wordt opgevangen. Na een uur wachten stopt een Turkse luitenant hem een reisbiljet in de handen. En dan krijgt hij een duidelijk teken dat het de Turken ernst is.

Weer ging een half uur voorbij. Opnieuw verscheen de luitenant, dit keer met een zwart voorwerp in zijn hand die hij mij zonder iets te zeggen overhandigde. Een kalpak ! De officierenmuts van de Kemalisten ! Alle respect ! Dat ziet er schitterend uit.

Daarna wordt Hans Tröbst door een Turk in burger naar zijn hotel begeleid waar hij zijn koffer neemt. Dan gaat het naar de Galatabrug. Daar ziet hij kapitein Ishan terug die met hem in een roeiboot instapt om naar het schip te roeien. Hans Tröbst is onderweg naar Anatolië.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie