Britten in Bagdad

Britse troepen onder generaal sir Frederick Maude, die na drie dagen schermutselingen bij de Diyalarivier het Turkse 6e leger onder Halil Pasha van de kaart hebben geveegd, vallen Bagdad binnen op 11 maart 1917. Opdat de Turken zich niet zouden hergroeperen, stuurt Maude een aantal soldaten op verkenning langs de diverse rivieren. De intense hitte legt de operatie echter stil tot september.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Bagdad1917

Britse nederlaag bij Kut el Amara

Het Brits-Indiase garnizoen onder leiding van sir Charles Townshend, dat sedert 7 december 1915 belegerd wordt in Kut el Amara, geeft zich op 29 april 1916 over aan de Ottomaanse belegeraars. In de geschiedenisboeken staan deze gevechten genoteerd als de eerste slag om Kut.

Tijdens de eerste dagen van de belegering kon de Britse cavalerie ontsnappen maar daarna werd de omknelling steviger georganiseerd door de oude Duitse generaal baron von der Goltz, die de Ottomaanse troepen aanvoert samen met Khalil Pasha. Er wordt een bevrijdingsleger gestuurd van 30.000 soldaten onder leiding van generaal George Gorringe. Begin april neemt hij Fallahiyeh in ten koste van 2.000 soldaten. Daags erna valt hij Sannaiyat aan zonder het te kunnen veroveren. Gorringe richt zich nu op de andere oever van de Tigris en verovert op 15 april 1916 Bait Asia. Een Turkse tegenaanval kost hem 1.600 soldaten. Over alle gevechten heen verliest Gorringe 23.000 soldaten.

In de loop van april 1916 maken de Britten nog een primeur mee : ze werden bevoorraad vanuit de lucht. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat die techniek wordt toegepast. De situatie wordt zo penibel dat de Britse overheid zelfs in het geheim probeert om haar troepen vrij te krijgen met een afkoopsom, maar de Ottomanen weigeren. Dat is voor Townshend het sein om zich onvoorwaardelijk over te geven. Generaal Gorringe wordt vervangen door sir Frederick Maude. Het Britse garnizoen van Kut el Amara gaat in gevangenschap en velen zullen sterven zonder hun vaderland terug te zien.

KutElAmara_Overgave.jpg

Landing in de baai van Suvla

Begin augustus 1915 zitten de Britten nog steeds klem op de 2 bruggenhoofden Kaap Helles en de Anzac-inham. Twee uitbraakpogingen van luitenant-generaal Aylmer Hunter-Weston – de slagen om het Gully ravin en de berg Achi Baba – hebben geen resultaten opgeleverd voor de Britten. Er zijn alleen heel wat soldaten gesneuveld : 8.000 Britsen en 24.000 Turkse militairen. Hunter-Weston is terug naar het thuisland gestuurd en opgevolgd door generaal Street.

Op 6 augustus 1915 landen Britse troepen in de baai van Suvla om een derde bruggenhoofd te vormen, ten noorden van de Anzac-inham. Vanuit die twee bruggenhoofden moeten de troepen de heuvelrug Sari Bair in een gecombineerde actie veroverd worden om ze aan elkaar te linken. Liman von Sanders weet al weken van tevoren dat er nieuwe invasieplannen klaar zijn, alleen kent hij de precieze plaats niet. Hij verspreidt zijn divisies zodanig dat er geen Turken in de buurt van de baai van Suvla liggen. Voor het leidinggeven aan de landing wordt sir Frederick Stopford aangewezen, een al wat oudere man die eerder dienst had gedaan als ceremonieel luitenant bij de Tower van Londen, en die geen gevechtservaring heeft. Dit nadeel wordt nog vergroot door het feit dat generaal Street bij Kaap Helles en generaal Birdwood in de Anzac-inham niet weten wat hun rol nu precies inhoudt. Beide generaals doen vanuit hun bruggenhoofd uitbraakpogingen maar zonder al te veel succes. De ANZAC-troepen veroveren wel de top van Chunuk Bair op 8 augustus 1915, maar Turkse soldaten onder leiding van Mustafa Kemal doen een tegenaanval en verdrijven de ANZAC-soldaten terug.

De landing bij de baai van Suvla is wel een succes. Slechts gehinderd door wat sluipschutters, komen 20.000 manschappen vlot aan land. Generaal Stopford wacht echter met het aanvallen van de heuvels tot de avond invalt en er wordt geen poging gedaan de heuvelrug van Tekke Tepe in te nemen. Stopford had geen idee hoe zwak de Turken in de buurt vertegenwoordigd zijn en is al blij met het consolideren van zijn positie in de plaatselijke heuvels. Sir Ian Hamilton, de opperbevelhebber over de strijdkrachten in dit gebied, probeert Stopford wel tot daden te bewegen, maar dat gebeurt pas als hij ter plekke komt op 8 augustus 1915. In die tussentijd geeft Liman von Sanders kolonel Mustafa Kemal de opdracht om de baai van Suvla af te sluiten. In zijn eigen energieke stijl doet kolonel Kemal wat van hem verwacht wordt. De Britten zijn dus weer gestopt, al bezitten ze nu een derde bruggenhoofd.

Suvla_landing_1915

Rafael de Nogales Mendez maakt de belegering van Van mee

Rafael_de_Nogales_MendezRafael de Nogales Méndez is een Venezolaans avonturier die je vaak vindt waar er oorlog is. Tijdens de Groote Oorlog dient hij in het Ottomaanse leger. Op 25 april 1915 bevindt hij zich aan de rand van de oude Armeense stad Van, die in een van de noordoostelijke provincies van het Ottomaanse rijk ligt, vlakbij Perzië en in noordelijke richting niet meer dan ruim 150 kilometer van de grens met Rusland. In de stad is een opstand gaande. De Nogales maakt deel uit van de troepen die worden ingezet om die te onderdrukken.

De situatie is gecompliceerd. De Armeense opstandelingen hebben het oude ommuurde deel van de stad en de voorstad Aikesdan in handen. De troepen van de Turkse gouverneur beheersen de citadel op de rots boven de stad en de rest van de omliggende bebouwing. En ergens in het noorden bevindt zich een Russische legerkorps, op het moment tegengehouden door de moeilijk doordringbare bergpas bij Kotur Tepe, maar in elk geval in theorie minder dan een dagmars verderop. Aan beide kanten pendelt de stemming tussen hoop en wanhoop, tussen angst en vertrouwen. De christelijke Armeniërs hebben geen keuze; ze weten dat ze moeten volhouden tot het Russisch korps arriveert. En hun islamitische tegenstanders weten dat de strijd gewonnen moet worden voor de Russen zich aan de horizon vertonen en belegeraars en belegerden van plaats wisselen.

Dit verklaart deels de wreedheid van de gevechten. Geen van de partijen maakt gevangenen.(…) De opdracht om Van te onderwerpen is lastig. De Armeniërs verdedigen zich met de wilde, wanhopige moed van hen die weten dat nederlaag en dood synonieme begrippen zijn. Tegelijkertijd zijn veel van de vrijwilligers in De Nogales’ eenheid ongedisciplineerd, onervaren, eigenzinnig en gedeeltelijk volstrekt onbruikbaar in echte gevechten. Tot overmaat van ramp is het oude Van een regelrecht labyrint van bazaars, nauwe steegjes en huizen met lemen muren, even moeilijk te overzien als lastig te doordringen. Het onderwerpen van de stad is daarom in veel opzichten overgelaten aan de Ottomaanse artillerie.

Van_April_1915_cannons_captured_by_the_Armenians

De Nogales staat naast de gouverneur van de provincie, Cevdet Bey, en ziet hoe een dorp nabij Van bestormd wordt. Hij ziet hoe 300 Koerden te paard de vluchtwegen van de Armeniërs afsnijden. Hij ziet hoe de Koerden de overlevenden met een mes afmaken. Plotseling suizen er kogels door de lucht vlak naast De Nogales en de gouverneur. De schoten zijn afkomstig van een paar Armeniërs die op de grote Sint-Pauluskathedraal in het oude Van zijn geklommen. Tot nu toe hebben beide partijen dit oude heiligdom gerespecteerd, maar nu geeft de gouverneur het bevel de kathedraal aan stukken te schieten. Het kost 2 uur van vuren met kanonskogels voordat de hoge, oeroude dom instort in een wolk van stof. Op dit moment zijn er ook Armeense sluipschutters op de minaret van de grote moskee geklommen. Ditmaal is de gouverneur niet even snel met het geven van het bevel tot vuren. De Nogales twijfelt echter niet en geeft bevel tot vuren. “Op deze manier”, vertelt de Nogales, “zijn in de loop van één dag de twee voornaamste tempels van Van verwoest, die al negen eeuwen tot de beroemdste historische monumenten van de stad behoorden.”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Landing in Gallipoli

Eindelijk begint het tot de Britse kabinetsleden door te dringen dat de tactiek van de marinebombardementen op de forten bij de Dardanellen nooit tot een overwinning zal leiden. De laatste poging daartoe op 18 maart 1915 (lees meer daarover op deze pagina) was jammerlijk mislukt. Maar in plaats van het hele avontuur af te blazen, kiest men ervoor om het nu met grondtroepen te proberen. Lord Horiatio Kitchener, de minister van Oorlog, duidt zijn voormalige protégé sir Ian Hamilton aan om de troepen te leiden. Leden van het Griekse verzet gaven aan dat voor een verovering vah Gallipoli, het zuidelijke Europese schiereiland bij de Dardanellen, zo’n 150.000 mannen nodig zijn. Maar Kitchener vindt dat het ook wel met de helft van dat aantal kan.

GallipoliLanding01

De verdediging van Gallipoli wordt geleid door de Duitser Otto Liman von Sanders. Hij is bang dat een gebrek aan munitie en manschappen – hij heeft slechts 20.000 man tot zijn beschikking – wel eens een geslaagde invasie zou kunnen betekenen. Zijn vrees is ongegrond want Hamilton erft een gedesorganiseerde troepenmacht – de aangewezen Australische en Nieuw-Zeelandse militairen zijn zo groen als gras – en er is nauwelijks iets aan inlichtingenzerk gedaan. Het kost de Britten dan ook vijf weken om tot een invasie te komen, en Liman heeft alle tijd gehad om zijn voorbereidingen te treffen.

De landingen op 25 april 1915 vinden uiteindelijke plaats bij Kaap Helles, op het zuidelijkste puntje, en 15 km verderop bij Ari Burnu (ofwel de “Anzac”-inham). Bij Kaap Helles gaat prompt veel mis, vooral door het wanbeheer van generaal Aylmer Gould Hunter-Weston. Van de vijf landingspunten worden er drie veroverd. Om volstrekt onduidelijke redenen kiest Hunter-Weston ervoor om zich in te graven en niet op te trekken; waarschijnlijk omdat Hamilton daar geen duidelijke bevelen toe heeft gegeven. Bij de Anzac-inham gaat de populaire commandant William Birdwood wel direct verder het land in en hij weet bijna de hoogvlakte van Gallipoli te bereiken.

Gallipoli

Maar een resolute verdediging door Turkse reservisten, onder leiding van kolonel Mustafa Kemal Pasha, drukt Birdwoods mannen weer terug. Mustafa Kemal Pasha zal later grote roem verwerven als Kemal Atatürk, de vader van de Turkse staat.  Er vinden nog drie succesvolle afleidingslandingen plaats, zodat Liman von Sanders in eerste instantie geen idee heeft waar hij zijn mannen heen moet sturen. Maar dat wordt binnen enkele dagen duidelijk en hij kan zijn troepen concentreren waar het nodig is. Het blijkt echter niet genoeg te zijn om de Britten weer in zee te kunnen drijven. Ook hier ontstaat een loopgravenoorlog.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

de slag van Shaiba

SuleimanAskeriDe Turken vallen op 12 april 1915 Britse stellingen aan nabij Shaiba in Mesopotamie (wat later Irak zou worden en in 1915 nog deel uitmaakt van het Ottomaanse rijk). Het is de bedoeling om de Britten hier te verjagen en ze daarna ook uit de havenstad Basra te verdrijven. Deze belangrijke havenstad was in handen van de Britten na de slag om Basra (11 nov – 21 nov 1914). Met het invallen van de winter waren de gevechten gestaakt tot de lente van 1915.

De Turkse commandant Suleiman Askeri staat aan het hoofd van 4.000 Turkse soldaten en Arabische hulptroepen met een totaal van 14.000 man. Hij valt het Britse garnizoen van 7.000 soldaten  aan op 12 april 1915. De bombardementen en de aanvallen op de Britse stellingen leveren echter geen overwinning op en de Turken trekken zich terug in het bos van Barjisiyeh. Op 13 april vallen de Britten op hun beurt aan en zij slagen erin de Arabische troepen te verjagen. Tijdens de rest van de slag zullen de Arabieren niet meer deelnemen aan de gevechten. Op 14 april verlaten de Britten hun stellingen om de Turkse troepen op de vlucht te drijven. De ganse dag wordt er gevochten in het bos van Barjisiyeh. Na een stormaanval met bajonet slagen de Britten er toch in de Turken uit hun posities te verdrijven. Zo eindigt deze slag op 15 april. De Turken trekken zich terug en de uitgeputte Britten zetten de achtervolging niet in. Commandant Suleiman Askeri pleegt na de slag zelfmoord en wijt het verlies aan het gebrek aan ondersteuning vanwege de Arabische troepen.

Indische kanonniers tijdens de slag om Shaiba

Indische kanonniers tijdens de slag om Shaiba

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Basra

http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Shaiba

http://www.king-emperor.com/Photographs%20-%20Battle%20of%20Shaiba%201915.html

http://www.turkeyswar.com/campaigns/mesopotamia.html

Enver Pasja laat de Armeense soldaten ontwapenen

Enver Pasha

Enver Pasha

Enver Pasja, de opperbevelhebber van het leger van het Ottomaanse rijk, geeft op 25 februari 1915 de opdracht om de soldaten van Armeense afkomst te demobiliseren en ze onder te brengen in ongewapende werkbataljons. De officiële reden daarvoor was dat men vreesde dat de christelijke Armeniërs zouden collaboreren met Rusland, waarmee het Ottomaanse rijk in oorlog was. Eerder al, na de mislukte Kaukasusveldtocht, gaf Enver Pasja de Armeniërs de schuld van die nederlaag. Meer informatie daarover kan je lezen op deze pagina.

Een aantal historici gaan ervan uit dat deze demobilisatie een inleiding was tot de Armeense genocide. Doordat veel Armeniërs hun wapens kwijt waren, zou er tijdens de latere genocide minder weerstand zijn. Dat bleek ook zo : behalve rond de stad Van was er nauwelijks sprake van Armeense weerstand.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds