Victoria Cross voor William MacFadzean

Op Buckingham Palace schenkt de Britse koningin op 28 februari 1917 het Victoria Cross aan de vader van William MacFadzean voor de zeer uitzonderlijke moed die zijn zoon betoonde. William is de eerste Britse soldaat die meevocht tijdens de slag aan de Somme (1 juli – 18 november 1916) aan wie deze zeer hoge onderscheiding wordt toegekend.

De heldendaad van soldaat William MacFadzean vindt plaats op 1 juli 1916 rond 7 uur ’s williammcfadzeanochtends, een halfuurtje voor de Britten ten aanval trekken voor een maandenlange strijd die honderdduizenden slachtoffers zal eisen. Bij de 14th Royal Irish Rifles is William belast met de verdeling van de handgranaten.  Plots breekt een van de koorden om de kist met granaten. Als de kist op de grond openklapt, vallen er twee handgranaten uit, waarbij de veiligheidspinnen loskomen. Net als zijn collega’s weet William dat ze binnen enkele seconden ontploffen. Zonder aarzelen laat hij zich op de scherpgestelde granaten vallen, waardoor zijn lichaam de klap van de explosie opvangt. Slechts enkelen van zijn medesoldaten raken gewond.

bron : oorlosgkalender 2014-2018, Davidsfonds

Britten heroveren Kut el amara

De overgave van het Britse garnizoen van het belegerde Kut el amara is een zware klap voor de geallieerden. Maar in 1917 keren de krijgskansen.  Onder leiding van Frederick Maude vallen de Britten de Ottomaanse troepen aan op 23 februari 1917. Na een veldslag van 2 dagen ontsnappen de Ottomanen aan de omsingeling en trekken zich terug. Op 25 februari 1917 trekken Britse soldaten de stad Kut el amara binnen.

kutelamara_19170225

Unternehmen Alberich

Unternehmen Alberich

De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.

Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.

Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.

Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :

Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.

Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :

Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html

alberich-gebiet_1917

konvooi Nederlandse schepen aangevallen nabij Falmouth

Op één dag keldert een Duitse onderzeeër maar liefst zeven Nederlandse schepen. Allemaal liggen ze  in de haven van het Britse Falmouth te wachten op toestemming om uit te varen. Die komt er in de vroege ochtend van  22 februari 1917 met als bijkomende opdracht bij elkaar te blijven tot aan de grens van de gevaarlijke zone bij 20° westerlengte.

In de vooravond houdt het konvooi even halt om schipbreukelingen van een Noors schip aan boord te nemen. Plots duikt een Duitse onderzeeër op, die eerst een paar waarschuwingsschoten lost en dan de bemanningen beveelt om hun schepen binnen de vijf minuten te verlaten. Enkele schepen worden getorpedeerd, op andere worden bommen geplaatst die na enige tijd ontploffen. Eén schip blijft drijven en arriveert zwaar beschadigd terug in de haven.

De afbeelding hieronder is van een schilderij van Claus Bergen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

u-boat_wwi_by_c-_bergen

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven

het zeegraf van de Mendi

Het stoomschip Mendi, op weg naar Frankrijk met vooral Zuid-Afrikanen van het South African Native Labour Corps aan boord, wordt op 21 februari 1917 aangevaren door de Darro, een ongeladen schip voor vleestransport, op weg naar Agentinië.

De tol aan mensenlevens is hoog : 616 Zuid-Afrikaanse soldaten (overwegend zwarten) en 30 Britse bemanningsleden. Bij de aanvaring was de Mendi zwaar toegetakeld, maar veel van de passagiers slagen er nog in zich te verzamelen op een van de dekken, waar ze worden toegesproken door hun kapelaan, Isaac Dyohba :”Wat er nu gebeurt, is wat jullie kwamen doen… jullie gaan sterven.”.

De bemanning van de Darro doet geen poging om drenkelingen te redden. Sommige historici wijten dat aan racistische vooroordelen van de kapitein. De bemanning van de escorterende torpedojager Brisk gaat wel met hun roeiboten op zoek naar overlevenden.

De kapiteit van de Darro wordt achteraf voor een jaar geschorst wegens varen aan een gevaarlijk hoge snelheid in een dikke mist, zonder dat zijn schip de gebruikelijke geluidssignalen uitzendt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

mendi1917

Duits veldlazaret in Beringen

In Beringen noteert de verantwoordelijke van het Davidsfonds op 20 februari 1917 het volgende voor het Oorlogsboek :

Van een eigenlijke bezetting door Duitse troepen kan niet gesproken worden, tenzij dan voor de periode van 20 februari tot 9 april 1917. Drie uiteengeslagen afdelingen van Duitse veldlazaretten (150 man elk) waren in Danzig opnieuw gevormd en sloegen enkele maanden hun tenten op in Beringen. Het gemeentelijke college kreeg nogmaals zijn deel van 150 man onder leiding van een Dokter Zitzke en moest zijn klassen ondertussen sluiten.

Als in 1917 de Duitsers de burgerlijke bevolking van West-Vlaanderen hun huizen doen ontruimen, komt een honderdtal vrij begoede inwoners van Wervik tijdelijk hun toevlucht in Beringen zoeken, waar zij door de bevolking liefderijk onthaald worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVeldlazaret.jpg