tweede slag aan de Marne

De Duitsers openen op 15 juli 1918 hun vijfde offensief van dat jaar. De afgevaardigde chef van de generale staf, generaal Erich Ludendorff,plant nog een afleidingsaanval, ditmaal in de Champagne, langs de Marinelinie, zodat zijn tegenstanders hun reservetroepen weghalen uit noord-Frankrijk, waar hij nog steeds probeert door te breken en de Kanaalhavens wil innemen.

Bij de aanval zijn drie Duitse legers betrokken : het 7e van generaal Max von Boehn, dat over de Marne moet trekken en daarna oostwaarts moet oprukken naar Epernay, waar het moet aansluiten bij het 1e leger van generaal Bruno von Mudra. Dat rukt op aan weerszijden van Reims. Ten oosten van Reims moet het 3e leger van generaal Karl von Einem Châlons-sur-Marne aanvallen.

Door luchtverkenningen en dankzij spraakzame Duitse deserteurs zijn de Fransen op de hoogte van het offensief en lanceren zij op voorhand een bombardement. Het Duitse 3e leger boekt weinig vooruitgang op het 1e leger van generaal Henri Gouraud en wordt op de 15e in de voormiddag tegengehouden. Voortaan concentreren de Duitsers zich op het gebied ten westen van Reims.

Het Duitse 7e leger valt aan met de steun van het 9e leger onder generaal Eben over een front van 32 kilometer en breekt door tot het Franse 6e leger van generaal Jean Degout om zo de Marne tussen Château-Thierry en Epernay te bereiken. Aanvallen van het Franse 9e leger oncer generaal de Mitry, gesteund door Britten en Amerikanen, voorkomen echter dat de Duitsers hun bruggenhoofden over de Marne kunnen benutten. Op de 17e juli aanvaardt Ludendorff dat zijn offensief mislukt is.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

tweedeSlagMarne_19180715

 

Raoul Snoeck defileert in Parijs

Raoul Snoeck viert le quatorze juillet, Franse nationale feestdag, in Parijs.

14 juli 1918 : om drie uur worden we gewekt om ons toilet te maken. We zien eruit als herboren in ons kaki uniform. Met een onbezorgd en vrolijk gezicht vergeten we vlug de oorlogskommer en denken slechts aan het geluk van die enkele vrije uren. We verzamelen in de kazerne Clémencourt die we om zeven uur verlaten. De soldaten vormen rijen van vier en de onderofficieren marcheren naast hun mannen. Onze uniformen zijn in goede staat en vormen een schril contrast met die van de Fransen. We willen er altijd piekfijn uitzien met verlof, voor ons is het een kwestie van eigenliefde. Merkwaardig dat onze Franse wapenbroeders het tegenovergestelde doen. Ze zijn zeker niet van plan hun uniform schoon te maken, opdat iedereen onmiddellijk zou merken dat ze van het front komen.

Om tien uur zet de stoet met troepen uit alle geallieerde landen zich in beweging. Elke groep zingt zijn patriottische liederen. De Fransen bezorgen de Belgen een warm onthaal vol geestdrift en bewondering en brengen laaiend enthousiast hulde aan de soldaten uit het kleine België.

‘s Middags wordt de stoet ontbonden. Het feest dat ’s morgens begon, gaat zonder onderbreking de hele dag door. Nooit hebben de Belgische en Franse harten zo eendrachtig geklopt als op die gedenkwaardige dag. In de kazerne bieden Franse soldaten de Belgen sigaren en Champagne aan. Ik breng mijn vrije uren door bij mijn vrienden.

bronnen
Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck Ducaju en zoon

http://www.14-18.bruxelles.be/index.php/fr/nouvelles-du-front/operations-militaires/operations-militaires-galerie?start=7

stormachtige 11 juli voor Gaston Le Roy

Op 11 juli 1918 noteert Gaston le Roy het volgende in zijn dagboek :

Blauwvoet_1918Vlamingen, herdenk de Guldensporenslag ! Vliegt de Blauwvoet ! Storm op zee ! Het leven in de loopgraven nodigt niet uit tot uitbundig vreugdebetoon. Graag had ik mijn bunker met groen en veldbloemen versierd. Helaas, het weer is zo guur, de wind stormachtig dat ik maar liever binnenblijf. Rond ons kaarsje zongen we en spraken we over de helden die Vlaanderen zullen redden van de Franse dwingelandij. Naar verluidt zullen de Duitsers vannacht aanvallen. Dan moet ik in tweede lijn blijven als afgevaardigde. Welke reen zou daarachter schuilen? Ben ik onbetrouwbaar ?

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

torpedo ongeluk aan boord van de UB-65

Ergens ten zuiden van Ierland explodeert op 10 juli 1918 voortijdig een torpedo aan boord van de onderzeeër UB-65. Er is behoorlijk wat schade maar toch kan het schip verder varen, zodanig zelfs dat het er op 14 juli 1918 in slaagt om het Portugese zeilschip María José te doen zinken nabij het eiland Lundy. Uiteindelijk gaat de UB-65 dan ook ten onder, even verder ter hoogte van Padslow (Cornwall). Geen enkel bemanningslid overleeft.

In zijn betrekkelijk korte loopbaan van augustus 1917 tot juli 1918 maakt het schip zes patrouillevaarten waarbij zeven schepen tot zinken werd gebracht en zes beschadigd.

Wie googelt op UB-65 1918, komt uit op heel wat sites en video’s op Youtube die deze U-boot catalogeren als vervloekte duikboot. Liefhebbers van spookverhalen kunnen hun hartje ophalen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://mysteriousuniverse.org/2015/07/the-haunted-submarine-of-world-war-i/
http://www.zeeuwsarchief.nl/zeeuwse-verhalen/torpedos-1914-1918/

DuitseTorpedo_1918

Herbert Sulzbach haalt herinneringen op

De marsorders brengen Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, naar een streek waar hij ook al in 1914 en 1915 is geweest. Dat brengt bij hem goede en weemoedige herinneringen terug.

Op 19 juni 1918 trekt hij naar Les Petites Armoises om zijn oude bivakplaats terug te vinden en de Fransen waar hij goed herinneringen aan heeft.

Ik vind mademoiselle Valentine terug terwijl ze de koeien melkt, net zoals drie jaar geleden. Les Petites Armoises ! Het dorp met de zachte, aangename, vredevolle omgeving – hoe vaak heb ik ernaar verlangd om hier terug te zijn. Vandaag is mijn wens uitgekomen en ik reed 80 kilometer om om dit dorp en mijn Franse vrienden terug te zien. Ik rijd in draf het dorp binnen en stop bij het huis van de familie Vesseron. Valentine en moeder Pauline komen naar buiten gelopen en roepen uit “Erbère ! Non, c’est impossible, mon Dieu, mon Dieu !”.

Ze vragen naar mijn kameraden van 3 jaar terug en ook naar Kurt en ze zijn geschokt als ik ze meld dat hij dood is. Ze leiden me door het dorp en ik kom oude kennissen tegen. Daarna maak ik een wandeling met Valentine naar de oude molen. Toen ik hier voor het eerst was, was Valentine 16 jaar oud en ik 20, Vandaag is ze nog mooier en vrolijker, met zwarte haren en grote bruine ogen, een echte dorpsschoonheid.

Daags erna verlaat hij reeds om 4 uur ’s morgens Valentine en moeder Pauline. Om 9 uur vindt hij zijn regiment terug in Mesmont. Tijdens de rustdagen van het regiment maakt hij nog een 2e uitstap naar Les Petites Armoises. Op 2 juli 1918 verlaat het regiment Mesmont en ze slaan hun kamp op in Pontfaverger. Weer een plek waar herinneringen komen bovendrijven.

Hier zit ik weer in ons district waar we reeds in 1914 waren. Ik blijf maar denken aan mijn dode kameraad Kurt. Ik zal onze eerste kerst samen aan het front nooit vergeten.
We blijven in ons kamp en maken ons klaar voor het komende offensief. We hopen dat dit ons naar de eindoverwinning zal voeren. We wachten op een aanval op Reims.

Op 7 juli 1918 ga ik naar het front met kapitein Knigge om de artillerieposities te inspecteren en de beschietingen voor te bereiden. Op onze terugweg komen we door Pontfaverger, dat ik nog ken uit het eerste oorlogsjaar. Het was toen een levendig klein dorpje. Nu blijft er alleen maar een hoop puin over. Dit dorp is even dood als mijn vriend Kurt.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

FeldgrauenInBiwak

 

 

Hemingway raakt gewond

Ernest Hemingway, winnaar van de Nobelprijs literatuur in 1954, wil ook zijn steentje bijdragen tot de oorlog maar wordt afgekeurd, mogelijk omwille van zijn ogen. Hij gaat dan maar werken als ambulancier bij het Rode Kruis.

Op 8 juli 1918 loopt Hemingway tijdens zijn werkzaamheden als ambulancier aan het Italiaanse front zware verwondingen op door mortiervuur. Ze zullen hem ongeveer een half jaar hospitaal kosten. Hij was nauwelijks een maand aan het front.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ernest_Hemingway_in_Milan_1918_retouched_3

 

Goering neemt de leiding over

De latere nazileider Hermann Göring neemt op 7 juli 1918 de leiding over van het Flying Circus, zoals de jachteskaders van Manfred von Richthofen alias de Rode Baron genoemd worden door de Engelsen.

Als Manfred von Richthofen op 21 april 1918 neergeschoten wordt, staan er tachtig luchtoverwinningen op zijn naam. Daarmee is hij de meest beroemde jachtpiloot van zijn tijd, maar zijn neerstorten is ook een zware morele klap voor het Duitse leger. Hem opvolgen is een loodzware taak.

Onmiddellijk na de dood van de Rode Baron krijgt Wilhelm Reinhardt die taak, maar als die tweeënhalve maand later het leven laat tijdens een testvlucht, is het de beurt aan Hermann Göring die het uithoudt tot de oorlog voorbij is. In 1935 benoemt Hitler hem tot opperbevelhebber van de Luftwaffe, de Duitse luchtmacht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hermann_Goering_1918