honger kwelt de krijgsgevangenen

De Legerbode bericht op 24 augustus 1918 over Britse en Russische krijgsgevangenen die voor de Duitsers moeten werken.

Sedert augustus 1917 werken Britse en Russische krijgsgevangenen aan het aanleggen van een verbindingsspoor tussen de tram van Festingue en het station van Nechin. De behandeling van deze ongelukkigen door hun Duitse meesters laat veel te wensen over, in het bijzonder voor wat de voeding betreft.

De heer Du Chatelet, brouwer, was er reeds enkele malen in geslaagd hen levensmiddelen te bezorgen in bussels stro, maar dat werd op een dag door de moffen ontdekt. De achtenswaardige burgemeester, die reeds een tijdje werd bespioneerd, werd afgezet en door een Duitser vervangen die nu zeer streng optreedt.

Onderstaande tekening is van de Franse schilder Jean-Pierre Laurens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://arbrebaz.free.fr/Documents/PrisonniersAB.html

JeanPierreLaurens_SoupePourLesPrisonniersdeGuerre

 

Foch brengt hoop !

De Belgische onderluitenant Arthur Pasquier heeft op 22 augustus 1918 een prettig verlof achter de rug, met op het programma onder meer een bezoek aan diverse kastelen langs de Loire. De oorlogssituatie lijkt op te klaren.

Marechal-Foch-GuerreMet behoorlijk rijdende treinen keer ik terug naar het front. Over enkele dagen zal de veel kortere lijn via Amiens weer in dienst zijn dankzij het succesrijke initiatief van de Franse troepen.

Heel mijn verlof kende een prettig verloop door de opluchting die de bruuske verandering in de frontsituatie met zich brengt. De oorlog heeft een andere wending genomen sedert de dag waarop Foch opperbevelhebber is geworden van de geallieerde legers. In plaats van versnipperd toe te slaan of oeverloze discussies te voeren tussen stafofficieren hebben de geallieerden begrepen dat zich zich achter één chef moeten scharen.

Onderstaande affiche is een oproep om in te schrijven op oorlogsleningen om geld bijeen te brengen voor het “laatste kwartier” van de oorlog. De Fransen zagen de overwinning naderen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://parismuseescollections.paris.fr/fr/musee-carnavalet/oeuvres/pour-le-dernier-quart-d-heure-aidez-moi-les-souscriptions-a-l-emprunt

PourLedernierQuartdHeure_1918

 

doorbraak bij Amiens

De British Expeditionary Force van veldmaarschalk sir Douglas Haig voert het Amiens-offensief aan. De aanval moet gedeelten van de spoorweg Amiens-Parijs, sinds Unternehmen Michael in maart 1918 door de Duitsers bezet, weer bevrijden. Het Britse 4e leger van generaal sir Henry Rawlinson voert het offensief aan, een methodische opmars over een front van 24 kilometer, voorafgegaan door een kort bombardement.

Meer dan 400 tanks nemen het voortouw voor de elf Britse divisies die in de eerste fase van het gevecht ingezet worden en gesteund worden door de linkervleugel van generaal Eugène Debeney’s Franse eerste leger. De Duitse verdedigingsposten worden beman door het 2e leger van generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. De twee generaals beschikken over veertien divisies in de frontlinie en negen in reserve. De Brits-Franse aanval blijkt een overweldigend succes en de Duitsers dienen zich 16 km terug te trekken.

Verdere onheilstekens teisteren het Duitse leger : enkele eenheden uit de frontlinie zijn simpelweg gevlucht zonder verzet te bieden. Zo’n 15.000 soldaten hebben meteen gecapituleerd. Na het horen van dat nieuws roept de stafchef, generaal Erich Ludendorff, 8 augustus 1918 uit tot “zwarte dag voor het Duitse leger”. Maar de situatie wordt er niet beter op : een dag later worden er nog meer Duitsers gevangen genomen.

Op 10 augustus 1918 verschuift de aandacht van het Amiens-offensief meer naar de regio ten zuiden van het door de Duitsers bezette gebied. Het Franse 3e leger van generaal Georges Humbert rukt op naar Montdidier, verdrijft de Duitsers uit de stad en zorgtop die manier voor de heropening van de spoorlijn Amiens-Parijs.

Het eerste stadium van het offensief wordt beëindigd op 12 augustus 1918 omwille van het groeiende Duitse verzet. Daardoor verkleint echter de nederlaag van de Duitsers niet. Aan Duitse zijde worden 40.000 soldaten gedood of gewond en ongeveer 33.000 gevangen genomen. De Brits-Franse troepen verliezen ongeveer 46.000 manschappen.

Bron: Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande schilderij is van William Longstaff, getiteld 8th august 1918.

8th_August_1918_Will_Longstaff

 

de hel van Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie met frontervaring sinds augustus 1914, maakt een helse ervaring mee op 21 juli 1918.

Ik weet niet welk woord ik moet gebruiken voor het hevige artillerievuur dat de Fransen deze morgen gebruiken als voorbereiding voor de aanval. Het woord “hel” drukt iets teder en vredevol uit in vergelijking met wat wij ervaren. Ik heb heel wat ervaring inzake trommelvuur, zowel van de vijandelijke artillerie als van onze eigen kanonniers. Het lijkt wel alsof aller artilleriebarrages die ik ooit beleefd heb vandaag in een keer op ons terecht komen. Om 6u ’s morgens ben ik op mijn observatiepost maar je kan nauwelijks iets zien omwille van de rok, je moet je voortdurend op de grond gooien om niet getroffen te worden en dan begrijp je daarna niet waarom je nog niet geraakt bent.

Ik begrijp niet hoe de Fransen hierin geslaagd zijn : eerst ons offensief van 15 juli doen stoppen, en daarna een tegenaanval lanceren op grote schaal, met zoveel soldaten en uitrusting. De Amerikanen hebben hierin een groot aandeel, vooral met hun infanterie en artillerie. Het is ook een feit dat de Fransen zowel in kracht, energie als moreel gegroeid zijn. Ze zijn taaier geworden en hebben hun uithoudingsvermogen vergroot.

Het schilderij hieronder is van George Leroux, getiteld “L’enfer” (de hel).

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

GeorgesLeroux_Lenfer

tweede slag aan de Marne

De Duitsers openen op 15 juli 1918 hun vijfde offensief van dat jaar. De afgevaardigde chef van de generale staf, generaal Erich Ludendorff,plant nog een afleidingsaanval, ditmaal in de Champagne, langs de Marinelinie, zodat zijn tegenstanders hun reservetroepen weghalen uit noord-Frankrijk, waar hij nog steeds probeert door te breken en de Kanaalhavens wil innemen.

Bij de aanval zijn drie Duitse legers betrokken : het 7e van generaal Max von Boehn, dat over de Marne moet trekken en daarna oostwaarts moet oprukken naar Epernay, waar het moet aansluiten bij het 1e leger van generaal Bruno von Mudra. Dat rukt op aan weerszijden van Reims. Ten oosten van Reims moet het 3e leger van generaal Karl von Einem Châlons-sur-Marne aanvallen.

Door luchtverkenningen en dankzij spraakzame Duitse deserteurs zijn de Fransen op de hoogte van het offensief en lanceren zij op voorhand een bombardement. Het Duitse 3e leger boekt weinig vooruitgang op het 1e leger van generaal Henri Gouraud en wordt op de 15e in de voormiddag tegengehouden. Voortaan concentreren de Duitsers zich op het gebied ten westen van Reims.

Het Duitse 7e leger valt aan met de steun van het 9e leger onder generaal Eben over een front van 32 kilometer en breekt door tot het Franse 6e leger van generaal Jean Degout om zo de Marne tussen Château-Thierry en Epernay te bereiken. Aanvallen van het Franse 9e leger oncer generaal de Mitry, gesteund door Britten en Amerikanen, voorkomen echter dat de Duitsers hun bruggenhoofden over de Marne kunnen benutten. Op de 17e juli aanvaardt Ludendorff dat zijn offensief mislukt is.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

tweedeSlagMarne_19180715

 

Fransen in de tegenaanval

3 juni 1918 : René Arnaud schrikt wakker. Duitse 7,7 cm granaten slaan om hem heen in. Korte, hoge knallen. Hij en de rest van de compagnie verlaten haastig het bosje waar ze de nacht hebben doorgebracht. Ze rennen naar wat huizen die minder dan honderd meter verderop liggen.  In een kelder vindt hij de commandant van het bataljon dat deze sector in handen heeft. Arnaud legt de situatie uit aan de majoor in de kelder, dat hij en zijn compagnie verdwaald zijn en dat hij zijn compagnie ter beschikking stelt.

Majoor, de Duitser valt aan met pantserwagens.
Verdomme, roept de majoor uit, we moeten meteen weg. Trouwens, kapitein, nu jullie hier toch zijn, ga in de tegenaanval !
Maar… in welke richting, kon commandant ?
Tegenaanval, recht voor u !
Oui, mon commandant.

Binnen een paar minuten heeft Arnauds compagnie twee linies opgesteld met twintig meter tussenruimte. Dan vertrekken ze. De compagnie stormt naar voren, iedereen zoekt dekking, wacht, gaat verder, werpt zich opnieuw op de grond. Bij de derde stormloop ziet hij dat er twee kerels uiterst links niet meegaan maar blijven liggen. Ze liggen dus onder vuur. “Neer, mannen, neer !” Iedereen stopt. Arnaud speurt het gebied voor hen af. Verderop onder een boom ziet hij de kubusachtige vorm van een Duitse pantserwagen. Die lijkt echter geen aanstalten te maken in beweging te komen. Arnaud besluit dat het zo genoeg is.

Een onervaren officier die net aan het front was gekomen, zou waarschijnlijk hebben aangenomen dat hij moest doorgaan met de opmars en zou zo het merendeel van zijn mannen voor niets hebben zien sneuvelen. Maar in 1918 hadden we genoeg ervaring met de realiteit van het slagveld om op tijd te stoppen. De Amerikanen, die net de gevechtslinie in de buurt waren binnengetrokken bij Château Thierry, hadden deze ervaring om verklaarbare redenen niet en we weten allemaal wat voor enorme verliezen ze hebben geleden in de weinige maanden dat ze actief waren.

De tekening hieronder komt uit de stripreeks “Aio, Zitelli”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

AioZitelli_19180603

 

derde slag aan de Aisne

Erich Ludendorff, hoewel officieel de ondergeschikte van Hindenburg, is de man die de planning en uitvoering van de Duitse oorlogsinspanning dicteert. Na eerst in Vlaanderen bij de Leie aangevallen te hebben, besluit hij het verloren gegane stuk van de heuvelrug bij de Chemin des Dames te heroveren. Uitgerekend daar liggen de Britse troepen bij te komen van de veldslagen in Vlaanderen. De Franse generaal Denis Duchêne besloot in al zijn wijsheid om al die troepen in de voorhoede te plaatsen. Dit is tegen de zin van sir Alexander Hamilton Gordon die zijn mannen liever gestaffeld in de diepte had opgesteld.

Op 27 mei 1918 wordt een voorafgaand Duits bombardement met 4.000 kanonnen op de vier Britse divisies losgelaten. Omdat bijna alle mannen voorin liggen, is het effect een feitelijke slachting. Na een gasaanval beginnen 17 Duitse divisies  onder bevel van kroonprins Wilhelm op te rukken door het gat van 40 km dat is ontstaan. Tussen Soissons en Reims breken de Duitsers door nog 8 divisies heen en aan het eind van de dag hebben zij 15 km terreinwinst geboekt en liggen ze bij de rivier de Vesle. Op 30 mei hebben de Duitsers 50.000 krijsgevangenen gemaakt en 800 kanonnen veroverd. Op 3 juni 1918 liggen ze op 90 km van Parijs. Maar alweer verdwijnt het door de Duitsers opgebouwde momentum door vermoeidheid en geallieerde tegenaanvallen. De Franse verliezen bedragen 98.000 soldaten terwijl er 29.000 Britse slachtoffers zijn. Generaal Duchêne wordt ontslagen door opperbevelhebber Pétain terwijl diens positie belaagd wordt door geallieerd opperbevelhebber Foch.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC Uitgevers

Slag_Aisne_1918