Duitse keizer doet troonsafstand

Keizer Wilhelm II doet troonsafstand op 9 november 1918. Eerder was er al muiterij in zijn geliefde Kaiserliche Marine, tot zijn grote verbijstering overigens. In het hoofdkwartier van het Duitse leger in Spa krijgt hij te horen dat de officieren en soldaten van het landleger niet zullen vechten voor het behoud van zijn troon. Daarnaast is er ook nog de revolutie die het land in zijn ban krijgt.

Even denkt de van realiteitszin verstoken keizer dat het afstaan van de keizerskroon zal volstaan en hij koning van Pruisen kan blijven. Prins Max von Baden kondigt evenwel de volledige troonsafstand aan. Op 10 november 1918 vlucht Wilhelm Hohenzollern, zoals zijn burgernaam luidt, met de staart tussen de benen per trein naar Nederland. In het verdrag van Versailles (1919) staat later dat de voormalige keizer vervolgd moet worden, maar de Nederlandse koningin Wilhelmina weigert halsstarrig om deze oorlogsmisdadiger uit te leveren.

Op de foto hieronder staat de keizer en zijn gevolg te wachten in het station van Eijsden (Nederland). Hij is de vierde vanaf links, aangeduid door het kruisje.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WilhelmII_19181109

Revolutie in Munchen

Munchen, 8 november 1918. Op de foto van Heinrich Hoffmann zie je soldaten door de stad lopen. Niet meer in marsformaties, zoals de voorbije vier jaar, maar eerder als voetbalfans na een overwinning van hun club.

Een week eerder is alles begonnen. Op 29 oktober 1918 wil het opperbevel van de Duitse marine in Kiel en Wilhelmshaven  het bevel geven om uit te varen. Men wil een laatste gevecht aangaan met de Britten om de eer te redden. Maar de matrozen voelen daar niet veel voor, nu het einde van de oorlog zo dichtbij is. Op dat moment denkt nog niemand aan een revolutie.  Pas als de muitende matrozen gearresteerd worden, met krijgsgerecht in het vooruitzicht, radicaliseert de beweging. Duizenden matrozen demonstreren om hun kameraden vrij te krijgen. De militaire politie schiet op de demonstranten met negen doden tot gevolg. De matrozen grijpen de macht op de schepen en hijsen de rode vlag. Ze stichten de eerste soldatenraad in Duitsland en ontwapenen hun officieren. Vanuit Kiel en Wilhelmshaven breidt de revolutionaire geest zich uit over Duitsland.

Overal sluiten arbeiders zich aan bij de muitende matrozen en soldaten. Het volk wil vrede. Maar de revolutie is niet gewelddadig. men beperkt zich tot het hijsen van rode vlaggen en het afrukken van de epauletten van de officieren, symbool van hun macht. In Munchen vindt op 7 november 1918 een vredesdemonstratie plaats waarop de USPD politicus Kurt Eisner de revolutie uitroept. Heel wat soldaten sluiten zich daarbij aan. Tegen de avond trekt de menigte naar het koninklijk paleis. Koning Ludwig III van Beieren slaat op de vlucht.  Kort na middernacht roept Eisner Beieren uit als eerste Duitse republiek.

Het zal Eisner niet veel succes brengen. Bij de eerste vrije verkiezingen in januari 1919 behaalt de USPD slechts 2,5 procent. Eind februari 1919 wordt Kurt Eisner door een rechtsradikaal vermoord. Beieren zakt dan verder weg in het politieke geweld.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Munchen_19181108

de brug van Nederename

Tijdens de geallieerde opmars rukt de 37e divisie van het Amerikaanse expeditieleger op van Olsene naar Kruishoutem en dan verder naar Heurne en Eine. Vervolgens steekt het 148e regiment van de Buckeye divisie daar de Schelde over naar Nederename.

Op die plek was er eerder een metalen brug, maar de geallieerden hadden die opgeblazen in 1914 om de Duitse opmars te vertragen. De Duitsers bouwden dan een houten noodbrug, maar verwoestten die op hun beurt in oktober 1918 om de geallieerde opmars te hinderen.

Ter nagedachtenis van de slag aan de Schelde schenkt de Amerikaanse staat Ohio, vanwaar veel militairen van de 37e divisie afkomstig waren, een brug over de Schelde tussen Eine en Nederename. Op de uiteinden van de brug staan vier Amerikaanse bizons. In mei 1940 blaast de Britse genie de brug op, maar in 1954 wordt ze vervangen door een nieuw exemplaar, bizons inbegrepen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Eine_Brug_1918_1930

de reddende engel Cher Ami

In de ochtend van 2 oktober 1918 trekken majoor Whittlesey en zijn manschappen op over de dichtbegroeide heuvels van de Argonne.  Samen met de manschappen van het 2de Bataljon onder bevel van kapitein McMurtry bereiken ze tegen de avond hun aanvalsdoel voor die dag.

Wanneer majoor Whittlesey op 3 oktober verneemt dat de eenheden naast hem achtergebleven zijn, merkt hij dat het merendeel van zijn troepen – 554 man sterk – afgesneden is van de hoofdmacht en dat hij volledig omsingeld is door Duitsers. Om 8.50 u stuurt hij een postduif naar het hoofdkwartier met de vraag voor artilleriesteun.

Op 4 oktober meldt Whittlesey dat de nacht al-bij-al rustig verlopen is, hoewel zijn troepen korte tijd onder Amerikaans granaatvuur – ‘friendly fire’ – kwamen te liggen. Hij vraagt dringend proviand en laat weten dat het aantal gewonden snel oploopt.

Nog voor de middag slaakt hij alweer een nieuwe noodkreet  met vraag voor versterkingen per postduif. Meer dan de helft van zijn manschappen is ondertussen dood of gewond, velen als slachtoffer van Amerikaanse granaten.

Eenheden van de 77e divisie proberen de troepen van Whittlesey te ontzetten, maar lukken daar voorlopig niet in. Opnieuw regent het Amerikaanse granaten op de omsingelde manschappen. Ondertussen heeft de Amerikaanse pers lucht gekregen van het dramatische lot van Whittlesey en zijn manschappen. Kranten beschouwen het bataljon ondertussen als verloren en schrijven hen onder de naam ‘the Lost Battalion’ de legende in.

Op 4 oktober 1918 tuurt een wanhopige Whittlesey zijn laatste postduif : Cher Ami, met 11 oorlogsvluchten op zijn actief een veteraan onder de postduiven van het Amerikaanse leger. In zijn bericht meldt Whittlesey nauwkeurig de positie van zijn troepen en vraagt om het friendly fire onmiddellijk te stoppen : ‘Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’.

Zodra Cher Ami vertrekt, wordt zij door de Duitsers onder vuur genomen. Zij krijgt een kogel in de borst en raakt blind aan één oog. Toch slaagt zij erin om het Amerikaanse hoofdkwartier te bereiken, 40 km verderop. Bij haar aankomst hangt één van haar poten nog slechts met een zenuw vast en moet worden geamputeerd. Kort na de dramatische vlucht van Cher Ami stopt het Amerikaanse artillerievuur.

In de Verenigde Staten wordt Cher Ami als een held de hemel ingeprezen. In Frankrijk ontvangt zij het Croix de Guerre. Lang kan Cher Ami niet genieten van deze heldenstatus. Nadat de moedige duif in de zomer van 1919 overlijdt, krijgt haar opgezette lichaam een ereplaats in het Smithsonian Institute, later in het National Museum of American History.

bronhttps://www.vrt.be/vrtnws/100-jaar-geleden-de-duif-cher-ami-redt-het-verloren-bataljon/

CherAmi_1918

legendarische heldendaden van Alvin York

Alvin Cullum York moet een van de meest gedecoreerde gewone soldaten zijn uit deze oorlog. Als hij naar Tennessee terugkeert, is hij drager van bijna vijftig onderscheidingen uit diverse soldaten. Op 8 oktober 1918 verricht hij zijn meest opmerkelijke actie : hij komt terug van het slagveld met liefst 132 gevangenen. Tijdens de gevechten sneuvelen drie hogere officieren in zijn eenheid net als tal van soldaten.

Korporaal Alvin Yorck is de hoogste in rang van de acht overblijvende manschappen en neemt noodgedwongen het bevel. Het lijkt wel of hij niet kan getroffen worden door vijandelijke kogels terwijl hij maar raak blijft schieten. De eerste die zich overgeeft is luitenant Paul Jürgen Vollmer, nadien volgen er steeds meer terwijl Alvin York met zijn groeiende groep gevangenen over het slagveld trekt. Korporaal York wordt daarna bevorderd tot sergeant.

Op basis van zijn dagboek wordt in 1941 een film gemaakt met Gary Cooper in de hoofdrol : Sergeant York. Het schilderij hieronder dat de heldendaden van Alvin Yorck herdenkt is van Frank Schoonover.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FrankSchoonover_Alvin_C_York_Painting_1918

 

Frans Massy terechtgesteld

FransMassy_1918

Frans Massy

In Hasselt stellen de Duitsers de 37-jarige coiffeur Frans Massy op 7 oktober 1918 terecht wegens spionage. In zijn goed aangeschreven kapsalon aan de Koningin Astridlaan kwamen ook diverse vooraanstaanden over de vloer. Behalve spion is Frans Massy ook actief in Le mot du soldat, een organisatie die brieven van soldaten aan de Ijzer naar hun familieleden brengt. Voor deze organisatie werkt ook een dienstmeid van de zusters ursulinnen die verkleed als non brieven over de Nederlandse grens smokkelt. Wellicht werd Frans Massy verklikt door een aangehouden lid van de organisatie.

Bij zijn aanhouding wordt Frans Massy niet gefouilleerd en hij kan vertrouwelijke documenten doorslikken. Volgens de Duitse versie van de feiten pleegt hij zelfmoord in de gevangenis, maar na de oorlog duiken er berichten op dat hij gewurgd zou zijn omdat hij weigerde mee te werken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Roland Garros stort neer

Nadat hij op 19 oktober 1915 een noodlanding moest maken met zijn vliegtuig, voorzien van een gesynchroniseerd machinegeweer, was Roland Garros krijgsgevangen genomen en naar een Duits kamp getransporteerd.

In februari 1918 ontsnapt hij uit krijgsgevangenschap en keert hij terug naar huis. Hij meldt zich weer bij het leger en wordt nu ingedeeld bij Les Cigognes, het befaamde jachteskader waartoe ook Georges Guynemer behoord heeft, de meest vermaarde Franse jachtpiloot.

Op 5 oktober 1918 slaagt een Duitse piloot erin om het toestel van Roland Garros neer te schieten boven de Franse Ardennen. Bij wijze van postuum eerbetoon dragen de Open Franse Tenniskampioenschappen sinds 1927 zijn naam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

7681CD8B-3D14-47BF-BA12-1E8C8F9B81D6.jpeg