Revolutie in Munchen

Munchen, 8 november 1918. Op de foto van Heinrich Hoffmann zie je soldaten door de stad lopen. Niet meer in marsformaties, zoals de voorbije vier jaar, maar eerder als voetbalfans na een overwinning van hun club.

Een week eerder is alles begonnen. Op 29 oktober 1918 wil het opperbevel van de Duitse marine in Kiel en Wilhelmshaven  het bevel geven om uit te varen. Men wil een laatste gevecht aangaan met de Britten om de eer te redden. Maar de matrozen voelen daar niet veel voor, nu het einde van de oorlog zo dichtbij is. Op dat moment denkt nog niemand aan een revolutie.  Pas als de muitende matrozen gearresteerd worden, met krijgsgerecht in het vooruitzicht, radicaliseert de beweging. Duizenden matrozen demonstreren om hun kameraden vrij te krijgen. De militaire politie schiet op de demonstranten met negen doden tot gevolg. De matrozen grijpen de macht op de schepen en hijsen de rode vlag. Ze stichten de eerste soldatenraad in Duitsland en ontwapenen hun officieren. Vanuit Kiel en Wilhelmshaven breidt de revolutionaire geest zich uit over Duitsland.

Overal sluiten arbeiders zich aan bij de muitende matrozen en soldaten. Het volk wil vrede. Maar de revolutie is niet gewelddadig. men beperkt zich tot het hijsen van rode vlaggen en het afrukken van de epauletten van de officieren, symbool van hun macht. In Munchen vindt op 7 november 1918 een vredesdemonstratie plaats waarop de USPD politicus Kurt Eisner de revolutie uitroept. Heel wat soldaten sluiten zich daarbij aan. Tegen de avond trekt de menigte naar het koninklijk paleis. Koning Ludwig III van Beieren slaat op de vlucht.  Kort na middernacht roept Eisner Beieren uit als eerste Duitse republiek.

Het zal Eisner niet veel succes brengen. Bij de eerste vrije verkiezingen in januari 1919 behaalt de USPD slechts 2,5 procent. Eind februari 1919 wordt Kurt Eisner door een rechtsradikaal vermoord. Beieren zakt dan verder weg in het politieke geweld.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Munchen_19181108

matrozenmuiterij in Kiel

In Wilhelmshaven is er al enige tijd onrust onder de mariniers, maar in de loop van de nacht van 29 oktober 1918 breekt een regelrechte muiterij uit. Sommige bemanningen weigeren orders, anderen aan boord van drie schepen van het 3e eskader weigeren het anker te lichten, terwijl er in het 1e eskader sabotage is. De militaire overheid laat 47 leiders van de opstand opsluiten.

In de loop van de volgende dagen groeit de steun voor de muitende manschappen, ook in de haven van Kiel. Ze vragen de vrijlating van de gevangenen, er zijn grote volksvergaderingen en demonstraties, de slogan “Frieden und Brot” (vrede en boord) duikt op, arbeiders sluiten zich aan… Er volgt een schietpartij waarbij zeven doden vallen. Uiteindelijk gaat deze muiterij over in een opstand. het einde van de monarchie is nabij.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A5E9462D-0E4A-45E1-AD46-C874317EF6AF

 

 

 

Marinekorps Flandern trekt zich terug

Op 1 oktober 1918 krijgt Kapitänleutnant Max Viebeg het bevel om Zeebrugge met zijn Uboot UB-80 te verlaten en weer richting Duitsland te varen. Een kleine week later komt hij aan in Wilhelmshaven en wordt bij de tweede U-Flottille gevoegd. De oprukkende geallieerden zorgen ervoor dat de Duitsers hun Uboothavens moeten verlaten.

In totaal bereiken negen U-boten op eigen kracht Duitsland. Een aantal overgebleven U-boten en oppervlakteschepen die niet zeewaardig zijn, worden samen met de landfaciliteiten vernietigd. In Oostende worden de meeste staketsels, aanlegsteigers, kaden en bruggen beschadigd of vernield. Het zeestation, de bijgebouwen en de kantoren worden tot ruïnes herleid. In Zeebrugge brengen de Duitsers 2 U-boten en een baggerschip tot zinken. De wrakken van de Britse aanval van 23 april 1918 liggen nog steeds bij de ingang van het kanaal. In de zeewerf in Brugge zinken de Duitsers een aantal droogdokken en ze brengen een U-boot tot ontploffen.

De foto hieronder toont een ontploffing in de Kaiserliche Werft Brugge.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

KaiserlicheWerftBrugge_191810

De laatste rit van de Balkanzug

Vanuit Constantinopel vertrekt op 6 oktober 1918 de laatste Balkanzug. In de omgekeerde richting verlaat een trein Berlijn nog op 11 november 1918, maar die raakt niet verder dan Nis (Servië).

De Balkanzug was een soort alternatief van de Centralen voor de Oriënt Express. Deze historische treinverbinding wedr immers opgeheven in het begin van de oorlog, omdat het traject deels over vijandelijk grondgebied loopt.

Voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije is de Balkanzug belangrijk omdat die een verbinding biedt met de Turkse bondgenoten : de hoofdas verloopt immers tussen Berlijn en Constantinopel. Over dit traject, dat ongeveer drieënhalve dag vergt, rijdt de trein tweemaal per week.

De Duitsers slagen er niet in om het traject te verlengen tot Bagdad omdat sommige tunnels richting Iraakse hoofdstad nog niet operationeel zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Balkanzug_1918

 

Roland Garros stort neer

Nadat hij op 19 oktober 1915 een noodlanding moest maken met zijn vliegtuig, voorzien van een gesynchroniseerd machinegeweer, was Roland Garros krijgsgevangen genomen en naar een Duits kamp getransporteerd.

In februari 1918 ontsnapt hij uit krijgsgevangenschap en keert hij terug naar huis. Hij meldt zich weer bij het leger en wordt nu ingedeeld bij Les Cigognes, het befaamde jachteskader waartoe ook Georges Guynemer behoord heeft, de meest vermaarde Franse jachtpiloot.

Op 5 oktober 1918 slaagt een Duitse piloot erin om het toestel van Roland Garros neer te schieten boven de Franse Ardennen. Bij wijze van postuum eerbetoon dragen de Open Franse Tenniskampioenschappen sinds 1927 zijn naam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

7681CD8B-3D14-47BF-BA12-1E8C8F9B81D6.jpeg

 

Duitse regering vraagt wapenstilstand

In Duitsland vormen de politieke partijen op 4 oktober 1918 voor het eerst een regering die over een meerderheid beschikt in de Reichstag. Daarmee is Duitsland feitelijk een parlementaire democratie geworden. De regering onder leiding van Max von Baden, laat nog dezelfde dag de Amerikaanse president Woodrow Wilson weten dat ze bereid is te praten over wapenstilstand op basis van het veertienpuntenplan dat Wilson in januari 1918 heeft voorgesteld.

Noteer dat niet het leger om een wapenstilstand vraagt, dat was te veel oneer, maar de burgerregering. Het leger vecht trouwens nog een vijftal weken verder, steeds meer achteruitwijkend naar Duitsland. Om de Duitse onderhandelingspositie niet te erg te verzwakken, mag de regering de fouten van het leger ook niet bekritiseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande cartoon is van de Nederlander Louis Raemaekers.

8704925D-D13C-43AF-9883-D0D7C465C722

 

 

Jeugdherinneringen voor Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, heeft een tijdje tussen hoop en vrees geleefd om zijn verlof te behouden. Hij behoort tot een Eingreifdivision dat in de achterste linies blijft tenzij er moet ingegrepen worden.

12 september 1918 : Mijn verlof is goedgekeurd. Ik heb vier bladzijden instructies neergeschreven voor Seebach, mijn stafofficier, zodat hij volledig op de hoogte is. Daarna heb ik recht op 21 verlofdagen en vier dagen reistijd.

12 september – nacht : Mijn vreugde overmijn verlof is over. We hebben marsorders gekregen :”Divisie moet toch klaar houden om linies ten oosten van Epoye in te nemen. ’s Anderendaags blijkt dat de vijand toch niet aanvalt en krijg ik alsnog toestemming om op verlof te gaan.

14 september : Na een nacht met artilleriebeschietingen vertrekt ik om 6u30 in een kleine wagen naar Le Chatelet waar ik de trein neem. Om 2u kom ik aan in een hotel in Brussel waar de portier me herkent van een strandvakantie in Nederland voor de oorlog.

17 september : ’s ochtends kom ik aan in Keulen waarna ik doorreis naar Frankfurt. Hoe aangenaam is het langs de Rijn te reizen. ’s Avonds kom ik thuis aan waar het weerzien des te ontroerder is omdat ze me niet hadden verwacht na de voorbije weken van gevechten aan het westelijk front.

25 september : ik ontmoet een oude schoolkameraad en we halen samen jeugdherinneringen op. Hoe onschuldig waren we toen. Het is daar dat we gingen kijken naar de parades ter gelegenheid van de verjaardag van de keizer. We keken onze ogen uit naar de soldaten van het 81e regiment in hun mooie uniformen en nu zijn we zelf al ervaren soldaten. Ondertussen bereikt ons het nieuws van hevige gevechten aan het westelijk front. Er komen ook alarmerende berichten uit Bulgarije waar premier Malinov de Entente gesprekken aanbiedt over een wapenstilstand, zonder met zijn eigen of onze regering te overleggen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

DuitseSchool_VoorOorlog