Incident in Frankfurt

Na de Kapp putsch op 13 maart 1920 (lees hier meer daarover), hebben de aanhangers van links zich verenigd en zijn op straat gekomen. Daarop beslist de Duitse Reichswehr soldaten te sturen om die linkse opstand neer te slaan. Dat gaat echter in tegen het verdrag van Versailles want nu stuurt Duitsland soldaten naar een gedemilitariseerde zone. Frankrijk stuurt troepen naar Duitsland op 6 april 1920.

Op 7 april 1920 komt het tot een incident in Frankfurt. Soldaten van het 3e Marokkaanse Tirailleurs Regiment zijn gestationeerd aan de Hauptwache in het centrum van Frankfurt. In het begin worden ze nog gade geslagen door een nieuwsgierige menigte. Maar de spanning neemt al snel toe en tot slot openen de Franse soldaten het vuur met een machinegeweer. Negen omstaanders sterven en zesentwintig worden gewond. Als de volgende dag het nieuws in de kranten verschijnt roepen de burgemeester Georg Voigt, de commissaris Ehler en de president Cossman op tot kalmte

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/French_occupation_of_Frankfurt

Putschisten in Berlijn

In 1919 wordt de troepensterkte van de Reichswehr geschat op zo’n 350.000 man. Volgens de bepalingen van het Verdrag van Versailles mag het Duitse leger maar 100.000 man hebben. De geallieerde commissie in Berlijn heeft de Duitse minister van oorlog, Gustav Noske, gevraagd twee Freikorps-brigaden  te ontbinden die even buiten Berlijn zijn gestationeerd. Het zijn de marinebrigade onder kapitein Ehrhardt en de oostzee-brigade onder generaal graaf von der Goltz. In feite zijn het particuliere legers maar de geallieerden willen hun bestaan zo dicht bij de hoofdstad niet tolereren.

In maart 1920 worden er orders uitgevaardigd dat de marinebrigade Ehrhardt moet worden ontbonden. De leiders van de brigade zijn vastbesloten zich te verzetten tegen de ontbinding van hun eenheid. Zij roepen de hulp in van generaal Walther von Lüttwitz, commandant van de Reichswehr in Berlijn. Lüttwitz is de echte leider van de putsch, maar de putsch krijgt de naam van Wolfgang Kapp, een 62-jarige ambtenaar, die de kanselier zal worden als de putsch slaagt. .

Na de weigering van kanselier Ebert om de orders voor ontbinding in te trekken, geeft Lüttwitz de marinebrigade Ehrhardt het bevel op te rukken naar Berlijn. Op 13 maart 1920 bezet de brigade de hoofdstad. Op dat moment roept minister Noske de Reichswehr op om de putsch neer te slaan, maar hij krijgt te maken met een ferme afwijzing. Chef der Heeresleitung Hans von Seeckt, opperbevelhebber van het leger, antwoordt : “Reichswehr vuurt niet op Reichswehr”. De regering wordt gedwongen Berlijn te verlaten en vlucht naar Dresden. Intussen vaardigt de regering een proclamatie uit waarin het Duitse volk wordt opgeroepen te staken. De Duitsers geven massaal gehoor aan de oproep en het land wordt lamgelegd. Hierdoor zakt de staatsgreep ineen en Kapp en Lüttwitz geven de staatsgreep op 17 maart 1920 op en vluchten naar Zweden.

Opmerkelijk is het gebruik van de swastika of het hakenkruis door de putschisten. Dat is een detail dat een niet zo toevallig toeschouwer van de putsch in Berlijn niet is ontgaan. In München heeft het leger de sociaal-democratische regering vervangen en ze hebben twee afgevaardigden naar Berlijn gestuurd om de twee militaire opstanden te coördineren. Een van die afgevaardigden is Adolf Hitler die de dagen van de Putsch zijn ogen de kost geeft en leert.

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kapp-putsch
Robert Payne, Hitler – een leven voor de dood, 1990

25 punten van de DAP

Op 24 februari 1920 kondigt de DAP in het Hofbräuhaus in München haar 25 punten programma af voor om en bij de 2.000 toehoorders. Tevens wordt aangekondigd dat de Deutsche Arbeiter Partei een nieuwe naam krijgt. Voortaan zal ze bekend zijn als de Nazional Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei of NSDAP. De 25 punten en de nieuwe naam zijn op voorhand overeengekomen door de partijleiding waarin onder meer Adolf Hitler, Dietrich Eckart, Hermann Esser, Rudolf Hess , Ernst Röhm en Gottfried Feder zetelen.

De 25 punten van het programma kunnen in verschillende groepen worden onderverdeeld. De eerste drie punten richten zich tegen het verdrag van Versailles en het verdrag van Saint-Germain, waarmee een verbod is uitgesproken tegen de vereniging van Duitsland en het Duitstalige gedeelte van het voormalige Oostenrijk-Hongarije. Punten 4 tot en met 8 zijn antisemitisch en racistisch en bepalen wie er als Duits staatsburger mag beschouwd worden. Punten 9 en 10 gaan over de rechten en plichten van de staatsburgers. Punten 11 tot en met 18 bevatten het corporatistische deel van het programma en vermelden onder meer de noozaak tot nationalisatie van grote ondernemingen. Punt 19 gaat over de vervanging van het Romeinse recht door een Duitse versie. Punt 20 tot en met 22 gaan over de inrichting van het onderwijs, de gezondheidsvoorziening en het leger. Punt 23 en 24 gaan over de perscensuur en de beperking van godsdienstvrijheid. Het programma wordt afgesloten met punt 25 dat pleit voor een sterk centraal gezag.

Meer informatie en een vertaling van dit programma is te vinden via onderstaande links.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaalsocialistische_Duitse_Arbeiderspartij
https://de.wikipedia.org/wiki/25-Punkte-Programm
https://www.tracesofwar.nl/articles/1652/Partijprogramma-van-de-NSDAP-24-02-19

De onderstaande foto toont het Hofbräuhaus in München waar de vernieuwde NSDAP haar 25 punten-programma in 1920 heeft voorgesteld.

Hofbrauhaus Munchen

het einde van Moresnet

Op 10 januari 1920 treedt het verdrag van Versailles in werking. Daarmee komt er een officieel einde aan de Groote Oorlog. Die dag is er ook de eerste algemene vergadering van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Duitsland verliest de havenstad Danzig dat onder bescherming komt van de Volkenbond. En België lijft Neutraal Moresnet definitief in. Het gebied wordt toegevoegd aan de Oostkantons onder leiding van generaal Herman Baltia.

Het belang van de streek van Moresnet lag in de aanwezige zinkfabriek. Gezien het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen niet overeenkwamen, ging een westelijk deel van Moresnet naar de Nederlanden, het oostelijk deel ging naar Pruisen en het centrale gedeelte van Moresnet bleef neutraal ook nadat in 1830 België zich afscheidde van het noorden. Maar na de oorlog verwerft België de controle over het voormalige “Neutrale Moresnet” en het oostelijk gedeelte van de gemeente dat indertijd aan Pruisen was toegekend.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/1920
https://historiek.net/10-januari-1920-belgie-lijft-ministaat-neutraal-moresnet-in/131522/

Een Duitse korporaal en een splinterpartij

Korporaal Adolf Hitler krijgt van zijn superieuren de vraag om een onderzoek te doen naar een kleine politieke groep in Munchen die de naam draagt van Deutsche Arbeiter Partei. De term “Arbeiter” is verdacht in de ogen van het Duitse leger dat voortdurend zoekt naar mogelijke marxistische activisten.

En dus gaat Hitler op 12 september 1919 in burgerkleren naar de bijeenkomst van de D.A.P. in een achterzaaltje van een Munchener Bierhalle. Daar zitten ongeveer 25 personen. Hij luistert naar de toespraak over economie van Gottfried Feder met de titel “Hoe kunnen we het kapitalisme elimineren ?”. Na de toespraak maakt Hitler aanstalten om weg te gaan als er een man opstaat die uitroept dat Beieren zich onafhankelijk moet verklaren en één staat moet vormen met Oostenrijk. Hitler wordt woedend en spreekt vurig tegen de man gedurende vijftien minuten. Een van de stichters van de D.A.P., Anton Drexler, merkt Hitler op en zegt tegen zijn buur :”Die man heeft de gave van het woord. Die kunnen we gebruiken”.

Als Hitler wil weggaan, haast Drexler zich naar hem toe en stopt hem een pamflet van 40 pagina’s toe met de titel “Mijn politiek ontwaken”. Hij dringt er bij Hitler op aan om het pamflet te lezen en later naar een nieuwe bijeenkomst te komen.

Daags erna leest Hitler het pamflet van Anton Drexler en hij vindt er heel wat van zijn eigen ideeën terug. Enkele dagen later krijgt hij een postkaart die hem meldt dat hij als lid van de D.A.P. is aanvaard. Hij wordt gevraagd om naar een bestuursvergadering te komen en gaat op die uitnodiging in. Hitler ziet in deze kleine splinterpartij de ideale gelegenheid om ze volledig naar zijn hand te zetten en beslist in de politiek te gaan.

bron : http://www.historyplace.com/worldwar2/riseofhitler/joins.htm


eerste Silezische opstand

Silezië behoorde van oudsher tot het koninkrijk Polen, vooraleer Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije Polen onder hun verdeelden. De streek is enerzijds bevolkt door Poolstaligen, die katholiek zijn en tot de lagere klassen behoren. Daarnaast zijn er ook etnische Duitsers, die protestant zijn en tot de hogere klassen behoren. In de streek van Opper-Silezië, ten oosten van de Oder, zijn de Polen in de meerderheid.

Op 15 augustus 1919 worden 10 Silezische burgers gedood door de Duitse Grenzschutz tijdens een arbeidsconflict in de mijn van Mysłowice . De Poolse mijnwerkers roepen op tot de staking die wordt gevolgd door 140.000 arbeiders. De Duitsers zetten 21.000 soldaten in en houden nog eens 40.000 soldaten in reserve. De reactie is brutaal en ongeveer 2.500 Polen worden opgehangen of eindigen voor het executiepeloton. 9.000 Polen steken de grens over naar de Poolse republiek. De eerste opstand komt op 26 augustus 1919 ten einde als de geallieerden ingrijpen en ervoor zorgen dat de vluchtelingen terug mogen keren.

In 1920 volgt dan de tweede Silezische opstand. Zoals onderstaande foto van een gepantserde wagen toont, zijn de Polen dan betere voorbereid. Na de derde opstand in 1921 bereiken de geallieerden een akkoord waardoor de helft van de Silezische bevolking aan Polen wordt toegekend, een derde van Silezië en drie kwart van de Silezische mijnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Silesian_Uprisings

vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

het politieke salon van Karl Radek

Karl Radek is een vooraanstaand lid van de Russische bolsjewistische partij, een Poolse Jood en tegelijk een soort Duitser uit vrije wil, een van de schranderste en meest gewiekste figuren van zijn tijd. Lenin stuurt hem samen met andere bolsjewistische politici in december 1918 naar het rijkscongres van de Duitse arbeiders- en soldatenraden. Deze delegatie wordt Duitsland echter niet binnengelaten. Alle leden van de delegatie keren terug, met uitzondering van Radek die erin slaagt een Oostenrijke soldatenjas te bemachtigen en zich voordoet als terugkerend krijgsgevangene.

In Berlijn neemt hij niet deel aan het radencongres maar aan het oprichtingscongres van de KPD. Hij maakt de gevechten in januari 1919 mee, de overwinning van de contrarevolutionairen, de moord op Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Uiteindelijk wordt hij opgepakt bij een van de vele razzia’s op communisten. Radek wordt opgesloten in de Moabit gevangenis in Berlijn.

Het is zuiver geluk dat hij zijn arrestatie overleeft. Men is er toen al snel bij vooraanstaande links figuren “op de vlucht” dood te schieten. De eerstvolgende maanden zijn zwaar : strenge, eenzame opsluiting, onafgebroken verhoren. Maar in de zomer van 1919 – na de vrede van Versailles – worden zijn omstandigheden plotseling beter. Hij krijgt een voorkeursonderkomen en mag onbeperkt bezoek ontvangen. En de bezoekers worden steeds talrijker. Met name de Reichswehr interesseert zich voor hem. Radeks cel raakt in Moabit bekend als het “politieke salon van Radek”.

In oktober 1919 wordt hij in vrijheid gesteld en overgebracht naar het huis van overste von Reibnitz, die deel uitmaakt van de staf van de Reichswehr. Daar worden de gesprekken voortgezet. In december 1919 keert Radek naar Moskou terug met in zijn bagage, ruim twee jaar voor het verdrag van Rapallo, het denkbeeld van een bondgenootschap van het anti-bolsjewistische Duitsland met het bolsjewistische Rusland, een bondgenootschap gericht tegen het westen en het verdrag van Versailles.

bron : Sebastian Haffner, Het duivelspact, uitgeverij Rainbow

Revolutie in Munchen

De Duitse revolutie schrijft een nieuw hoofdstuk. Op 6 april 1919 roept USPD politicus Ernst Toller in Munchen de radenrepubliek Beieren uit. De Beierse regering, gesteund door socialisten , communisten en anarchisten, zoeken contact met de communisten in Moskou. Op 12 april wordt deze regering al vervangen door een zuiver communistische regering onder leiding van Eugen Levine. Samen met zijn commssarissen werkt Levine plannen uit voor eigendomsherverdeling, hervorming van het onderwijs, de oprichting van een Rode leger. Een aantal anticommunisten worden opgepakt en gefusilleerd.

Nog eens drie weken verder is het gedaan met de Radenrepubliek Beieren. De sociaal-democratische regering in Berlijn onder leiding van Friedrich Ebert, roept de hulp in van vrijkorpsen om Beieren terug te doen aansluiten bij het Rijk. Samen met het geregelde leger nemen de vrijkorpsen Munchen in. Een aantal communisten wordt gefusilleerd. Dat is ook het lot van Eugen Levine die eerst nog een proces krijgt. Ernst Toller van zijn kant krijgt 5 jaar gevangenis. De USPD zal na dit fiasco uiteenvallen. De Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) daarentegen zal nog jaren een zekere aanhang kennen en meedoen aan de Duitse verkiezingen. Maar het revolutionair elan is daarmee wel gebroken. En Munchen schuift op van uiterst links naar extreem rechts wanneer Adolf Hitler en zijn aanhang aan invloed winnen.

bron : https://alphacentaurivacations.wordpress.com/2018/04/04/short-lived-states-bavarian-soviet-republic-april-may-1919/

schietbevel in Lichtenberg

Maart 1919 wordt beschouwd als het einde van de revolutie in Berlijn. Die revolutie is begonnen in november 1918 en dwingt de keizer tot troonsafstand. Vanuit Rusland kijken de bolsjewieken toe en hopen ze dat de Duitse revolutie de voorbode is van de wereldrevolutie, na de Russische revolutie.

In januari 1919 wordt een staking van de spartakisten met geweld neergeslagen. De leiders van de Spartakusbond, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, worden vermoord. De spartakisten zijn dan wel onthoofd maar nog niet verslagen.

Op 3 maart 1919 start een algemene staking in Berlijn, en het komt dan al tot schermutselingen met de politie. Vanaf 4 maart mengen soldaten van het regeringsleger en vrijkorpsen zich in de gevechten en wordt de sfeer grimmiger. Al gauw wordt artillerie en pantsers ingezet om de opstandelingen en de stakers te verdrijven. Er wordt gevochten ten noorden en oosten van de Alexanderplatz. De gevechten verplaatsen zich dan naar het oosten van Berlijn, naar Lichtenberg.

Gustav Noske, lid van de sociaal-democratische SPD en zetelend in de Berlijnse regering, neemt harde maatregelen om de opstand de kop in de drukken. Als het gerucht de ronde doet dat er 60 agenten zijn gedood, geeft Noske een schietbevel voor de gevechten in Lichtenberg. Op 13 maart 1919 vallen soldaten Lichtenberg binnen. Al snel moeten de spartakisten het hoofd buigen. De gevechten in en om Berlijn hebben dan 1000 doden geëisten. De Duitse revolutie is dan bedwongen.

bronnen
https://www.visitberlin.de/en/event/lichtenberg-march-1919
https://de.wikipedia.org/wiki/Berliner_Märzkämpfe