moord op Liebknecht en Luxemburg

De Spartakusopstand begint op 5 januari 1919 met een futiele aanleiding : de zelfbenoemde hoofdcommisaris van Berlijn, een radicale socialist, is door de eerste minister Ebert ontslagen en de spartakisten roepen op tot een demonstratie. Karl Liebknecht, samen met Rosa Luxemburg één van de drijvende krachten achter de Spartakusbeweging, neemt het woord op de demonstratie.

Op maandag 6 januari 1919 wordt een algemene staking gehouden waaraan 200.000 arbeiders deelnemen. De Berlijners zien twee optochten door de binnenstand : een van sociaal-democratebn een andere van spartakisten. Weer staat er een menigte op de Alexanderplatz, klaar om de regeringsgebouwen te bestormen. Iedereen wacht op het begin van de grote Berlijnse revolutie. Er gebeurt niets.

Dan slaat de stemming om : de regering Ebert krijgt de steun van een aantal conservatieve legeronderdelen. In felle huis-aan-huisgevechten wordt het ene na het andere bezet gebouw heroverd. Het gebouw van Vorwärts wordt bestormd, en als de dienstdoende officier aan de Rijkskanselarij vraagt wat hij met de 300 bezetters moet doen, krijgt hij ten antwoord :”Allemaal neerschieten.”. Hij is een officier van de oude stempel en weigert. Uiteindelijk worden zeven bezetters geëxecuteerd, de anderen worden zwaar mishandeld. Diezelfde zaterdagmiddag marcheren de eerste vrijkorpsen de stad binnen, met aan het hoofd Gustav Noske. Dan begint een blinde jacht op radicalen en communisten. Van de spartakisten die verzet bieden, worden er alleen al in Berlijn twaalfhonderd doodgeschoten.

Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht worden op 15 januari 1919 opgepakt, bij het Edenhotel met geweerkolven half bewusteloos geslagen en vervolgens door het hoofd geschoten. Liebknecht wordt bij het lijkenhuis afgeleverd. Rosa Luxemburg wordt, stervend, in het Landwehrkanaal gesmeten. De soldaat die Liebknecht de hersens had ingeslagen, een zekere Runge, krijgt als enige een paar maanden cel. Luitenant Vogel, die Rosa Luxemburg heeft doodgeschoten, wordt enkel veroordeeld voor het illegaal deponeren van een lijk. Hij vlucht naar Nederland en krijgt amnestie. Kapitein Waldemar Pabst, die het bevel voerde, wordt geen haar gekrenkt en hij sterft in 1970 rustig in zijn bed.

bron : Geert Mak, In Europa, Olympus  

Spartakusopstand in Berlijn

Het blijft onrustig in Berlijn waar linkse partijen proberen een revolutie te starten naar het grote Russische voorbeeld. Op 30 december 1918 ontstaat de KPD (Kommunistische Partei Deutschlands) uit de Spartakusbund, eerder opgericht door Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, tevens de voornaamste leiders van de nieuwe partij.
De vlam slaat pas echt in de pan als de regering op 4 januari 1919 de commissaris van Berlijn, Emil Eichhorn, lid van de USPD, ontslaat omdat die had geweigerd op te treden tegen protesterende arbeiders tijdens de kerstdagen.De dag erna organiseren de USPD en de KPD een demonstratie om te protesteren tegen dit ontslag. De oproep om te demonstreren wordt massaal opgevolgd en er verschijnen ook gewapende burgers op de demonstratie. De regering kondigt op 5 januari 1919 de staat van beleg af en de USPD en KPD antwoorden hierop door een oproep tot staking.

Op 8 januari 1919 beveelt kanselier Ebert het Freikorps de opstandige werklui aan te vallen. Het Freikorps bestaat uit getrainde, afgezwaaide soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Zij heroveren vlug de gebarricadeerde straten en gebouwen van waaruit weerstand wordt geboden. Er sterven gedurende de gevechten 156 burgers en 17 soldaten uit het Freikorps.
Op 11 januari 1919 kondigt Gustav Noske, lid van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) af dat de revolutionaire Spartacusopstand in Berlijn is neergeslagen.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Spartacusopstand


een held voor Canadezen en Duitsers

In een Frans veldhospitaal overlijdt op 28 december 1918 de Canadese soldaat Harry Cochran aan de gevolgen van de verwondingen die hij heeft opgelopen in 1916 tijdens de gevechten bij Sanctuary Wood (Zillebeke). Nadien belandt hij in een Duits krijgsgevangenenkamp, maar kort na de wapenstilstand komt hij vrij.
Wat hem zo uniek maakt, is dat hij de enige geallieerde militair is die een Duitse onderscheiding heeft gekregen, tijdens de oorlog dan nog. Als hij in krijgsgevangenschap zit redt hij het leven van een driejarige Duits meisje dat in een vijver gevallen is. De Beierse minister van oorlog stuurt hem een telegram en Cochran krijgt het Beierse Kruis van Militaire Verdienste 3e klasse.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Wielkopolska opstand breekt uit

Na een patriottische toespraak van minister-president Ignacy Paderewski, tevens beroemd pianist en componist, in het Poolse stadje Poznari, breekt op 27 december 1918 de Grote Poolse Opstand uit tegen Duitsland, soms ook vermeld als de Wielkopolski-opstand.
Diverse militairen en ook veteranen sluiten zich aan bij de opstand. Gelukkig voor hen staat Duitsland op dat ogenblik niet sterk omwille van interne twisten. Op minder dan een maand tijd veroveren de opstandelingen de provincie Pozen, terwijl elders de gevechten verder gaan.
De opstand valt ongeveer samen met de onderhandelingen rond het verdrag van Versailles en beïnvloedt de uitkom;st ervan ernstig : de Polen krijgen een veel grotere regio als grondgebied dan ze op dat ogenblik al veroverd hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Kanselarij in Berlijn bezet

In Berlijn bezetten misnoegde mariniers de kanselarij op 23 december 1918, snijden de telefoon af en plaatsen volksvertegenwoordigers onder huisarrest. Het dispuut draait om de uitbetaling van de soldij, De manschappen voelen zich aan het lijntje gehouden.
Kanselier Ebert, eveneens in de kanselarij, beschikt nog over een geheime telefoonlijn en beveelt regeringsgetrouwe troepen, gestationeerd in Kassel, om de kanselarij de volgende ochtend aan te vallen en de aanwezigen te ontzetten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de laatste dag in uniform

Zoals hij al schreef op 4 december heeft Herbert Sulzbach het moeilijk om afscheid te nemen van het leger. Op 8 december 1918 draagt hij voor het laatst zijn uniform.
“Vandaag maak ik voor de laatste keer in uniform een wandeling, om mijn ontslag uit het leger te melden bij het Bezirkscommando. Ik heb het gevoel dat ik op weg ben naar mijn eigen begrafenis.”

Toch is dit niet de allerlaatste oorlogsactiviteit voor Herbert Sulzbach. In 1938 moet de voormalige vrijwilliger en oud-officier uitwijken naar Groot-Brittannië. Voor mensen van joodse afstamming is er geen plaats meer in het nieuwe Duitsland. Hij gaat er in het Britse leger werken, onder meer bij de heropvoeding van krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Herbert Sulzbach in 1938

gevechten in Berlijn

In Berlijn zijn er schietpartijen op 6 december 1918. Soldaten verbonden met de gematigde socialistische leider Friedrich Ebert (SPD) bezetten de redactielokalen van de krant van de links-revolutionaire Spartakus-beweging (geleid door Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht). De naam Spartakus verwijst naar het oude Rome : de arbeiders zijn nu de slaven van de kapitalisten.

Antirevolutionaire soldaten vuren op een demonstratie van de Roter Kämpferbund (Rode Soldaten Liga). Er vallen achttien doden en dertig gewonden. Soldaten die Ebert gunstig gezind zijn, trekken naar zijn kantoor en roepen hem uit tot president van Duitsland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds