Hasselt verliest een wetenschapper

In het ziekenhuis van Calais begeeft de gezondheid van Louis Stappers het helemaal en hij overlijdt op 30 december 1916. Hoewel pas 33 jaar oud is hij al een vooraanstaand wetenschapper.

De jongeman uit Hasselt heeft dan reeds twee belangrijke expedities achter de rug. In 1907 maakt hij met poolreiziger Adrien de Gerlache een reis door de Noordelijke Ijszee waar hij biologisch onderzoek doet. In 1911 stelt het ministerie van Koloniën hem aan als zendingshoofd van een expeditie die als opdracht heeft de levensvoorwaarden in de Congolese wateren te onderzoeken.

Bij het uitbreken van de oorlog zet Stappers zijn wetenschappelijke studies stop en neemt dienst als militair geneesheer. Zijn in Congo al aangetaste gezondheid is niet bestand tegen het leven achter de Ijzer, hij wordt ziek en moet het front verlaten. De verzorging in Calais kan niet meer baten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisStappers.jpg

Muziek als troost

harrylauder_johnlauderDe Schotse kapitein John Lauder, 25 jaar oud, sneuvelt op 28 december 1916 door het schot van een Duitse sluipschutter. Hij is een van de talloze slachtoffers van de slag aan de Somme.

Zijn vader Harry Lauder, indertijd een gevierd entertainer, is net zoals zovele andere ouders, overmand door verdriet. Na een bezoek aan het graf van zijn zoon in Orvillers schrijft hij het bekende liedje “Keep right on to the end of the road”. Het wordt een hit tijdens de tweede wereldoorlog, als onder meer Vera Lynn het op haar repertoire heeft staan. Er wordt weleens gezegd dat dit een van de liedjes is die Engeland door de oorlog hielpen.

Toeristische tip : John Lauder ligt begraven op Orvillers Militairy Cemetary, rue Saint-Vincent 2, Orvillers-la-Boisselle, samen met 3438 andere militairen uit het Britse gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

 

kerstbestand in Ploegsteert

In de buurt van Sint Yvon (Ploegsteert) maakt tweede luitenant Cyril Drummond op 26 december 1916 een foto van een kerstontmoeting tussen Britse en Duitse soldaten. In zijn dagboek schrijft hij :

De frontlinies liggen hier maar enkele meters uit elkaar en toch lopen er soldaten rond, Britse en Duitse. Ze herstellen hun loopgraaf zonder dat er geschoten wordt. Het is een buitengewone situatie.

Een van de Duitsers wuift naar ons en zegt :”Kom hier !”. Wij antwoorden :”Kom jij hier als je wilt praten.”. Hij komt uit zijn loopgraaf tot bij ons. We begroeten elkaar somber. Er komen nog meer Duitsers en ook Dublin Fusiliers uit onze eigen loopgraven.

We spreken meestal Frans met elkaar want mijn Duits is niet goed. en geen enkele van de Duitsers spreekt Engels. Maar al bij al komen we goed overeen. Een van hen zegt :”Wij willen jullie niet doden en jullie willen ons niet doden, waarom schieten we dan ?”.

De foto die Cyril Drummond heeft gemaakt, staat hieronder

kerstmis1916_foto_cyrildrumond

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://deroojacques.blogspot.be/2014_12_01_archive.html
https://johnknifton.com/2015/12/23/the-christmas-truce-of-1916-my-grandad-was-there/

voorstel voor onbeperkte duikbotenoorlog

henning_von_holtzendorffHenning von Holtzendorff, de chef van de admiraalstaf, stuurt op 22 december 1916 een ‘meest geheim memorandum’ aan veldmaarschalk von Hindenburg, de chef van de Generale Staf. Von Holtenzdorff stelt dat er een andere manier is om de oorlog te winnen.

Hij wil overgaan tot de onbeperkte duikbotenoorlog en zich niet meer houden aan de internationale afspraken. Hotzendorff draagt twee argumenten aan. Ten eerste zijn er tegenwoordig steeds meer bewapende koopvaardijschepen zodat het onderscheid met echte marineschepen vervaagt. Daarnaast wijst hij op de slechte oogst het afgelopen jaar.in Groot-Brittannië : een onbeperkte oorlog zou het land kunnen uithongeren nu er veel meer voedsel via zee aangevoerd moet worden.

Op 9 januari 1917 beslist keizer Wilhelm samen met de Generale Staf om over te gaan tot de onbeperkte duikbotenoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

vooruitzicht op een droeve kerst

Georg Bantlin, officier van gezondheid in het Duitse leger, schrijft op 19 december 1916 aan zijn familie hoe somber hij zich dezer dagen voelt.

Mijn stemming is somberder dan somber, in de dagen voor de vorige kerst was het al net zo, maar een derde kerst opnieuw ver weg van alles wat je dierbaar is, drukt zwaar op je gemoed. Zo word je oud en grijs en futloos in deze oorlog, terwijl de jaren verstrijken die voor de opbouw moesten worden benut.

De ellende van de hele mensheid maakt je neerslachtig als je bedenkt wat er wordt verwoest, elke dag dat de oorlog langer duurt. Hoe mooi had kerst kunnen zijn wanneer het grootmoedig vredesaanbo van onze keizer gunstig was onthaald. Maar dat kon je al meteen uit je hoofd zetten en de krantenberichten bevestigen nog eens dat we onze vijanden goed hebben ingeschat. Met afgrijzen besef je dat deze verwoesting nog lang kan duren.

bron: oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

weihnachten1916

nieuwe training voor Raoul Snoeck

In november 1916 was Raoul Snoeck reeds in Frankrijk voor een opleiding (Lees hier). In de december 1916 zit hij niet meer in Criel maar in het militaire kamp van Mailly.

8 december : Om vijf uur ’s avonds verlaten we Adinkerke en komen ’s anderendaags na de middag aan in Mailly op 80 km van Verdun. Bailly is een groot kamp, uitgestrekt over een lengte van 28 tot 32 km in een vallei met dennenbossen. Er zijn hier enorm veel Russen. We moeten een maand blijven en dagelijks oefenen.

12 december : Heel ons bataljon is in Mailly, in de Champagnestreek, om de nieuwe Franse tactiek van aanvalsgolven te leren. Sinds vier dagen maken we loopgraven voor de oefeningen.

13 december : Onze compagnie krijgt negen mitrailleurs, waarvoor telkens drie man nodig zijn : een eerste om het te dragen, een tweede voor de munitie en de derde om te schieten. Gezien mijn speciale opleiding in het mitrailleren in het kamp van Criel, word ik in mijn peloton aangeduid om die ploegen te bevelen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

camp_de_mailly_1916

 

 

de allerlaatste brief uit Hasselt

In Hasselt schrijft Jan Segers uit Kinrooi op 16 december 1916, kort voor hij geëxecuteerd wordt, nog een aanvulling bij de brief die hij gisteren opstelde voor zijn vrouw.JanSegers_19161216.jpg

Beminde vrouw, ik heb nu nog een klein verzoek te doen van na mijn dood enige missen te laten doen in Rekem en ook in Aldeneik. Zo sterf ik wel en moet ik hopen dat gij aan mijn wensen zult voldoen.

Nu, beminde vrouw, zijn we te communie geweest, hebben twee missen gehoord en nu sterven wij voor God en vaderland, de 16de december om 7u Belgische tijd in de nieuwe kazerne te Hasselt.

Zo, beminde vrouw, omhels ik het portret van u en mijn kinderen een laatste maal en zeg u vaarwel tot in de eeuwigheid.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds