het gevolg van de honger in Centraal Europa

De honger laat zich vanaf 1917 in Europa goed voelen. De oktoberrevolutie in Rusland wordt door sommige partijen gezien als grote voorbeeld om een einde te maken aan de eindeloze oorlog. In 1918 drijft de honger en het verlangen naar vrede de arbeiders in Oostenrijk-Hongarije en Duitsland tot stakingen die weken lang aanslepen. Ook matrozen nemen deel aan muiterijen. Lees er meer over op deze pagina.

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz, vooral gekend van het treurende ouderpaar in Vladslo. De tekening hieronder draagt de titel “Unsere Kinder hungern” en is van 1924. Dat geeft duidelijk aan dat de vrede niet direct een verbetering bracht in de voedselbedeling.

 

Matrozenmuiterij in Catarro

Rond de middag van 1 februari 1918 slaan manschappen aan boord van een Oostenrijks-Hongaarse kruiser die voor anker ligt in Catarro (nu Kotor, Montenegro) aan het muiten. Net op het ogenblik dat de officieren aan tafel gaan en het orkest begint te spelen, is er rumoer aan dek. Een toegesnelde officier krijgt een kogel in het lichaam. De opstandelingen weigeren een dokter naderbij te laten komen. Ze protesteren tegen een teveel aan fysieke training en de slechte voedselvoorziening.

Terwijl de muiterij overslaat naar andere schepen, duiken ook politieke eisen op : de mannen willen vrede, minder Oostenrijkse afhankelijkheid van Duitsland en democratisering van de overheid.

’s Anderendaags bloedt de muiterij dood. Alle achthonderd betrokkenen worden gearresteerd en vier van de leiders (Franz Rasch, Anton GrabarJerko Sisgorić en Mate Berničevič) worden berecht, veroordeeld en vervolgens terechtgesteld op 11 februari 1918.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://de.wikipedia.org/wiki/Oesterreichische_Marine#Matrosenaufstand_von_Cattaro_Februar_1918
http://www.radio.cz/de/rubrik/geschichte/landratten-zu-wasser-tschechische-matrosen-im-ersten-weltkrieg

Matrosenkappe_KuK_1918

 

 

begin van het kampleven

Op 20 december 1917 arriveert de Italiaanse soldaat Paolo Monelli op zijn eindbestemming, een oud kasteel in Salzburg dat is omgebouwd tot een krijgsgevangenenkamp. Hij heeft nu bijna twee weken gemarcheerd, ingeklemd in een colonne van vermoeide, gedemoraliseerde krijgsgevangenen met kapotte uniformen en afgerukte medailles en rangonderscheidingstekens. Soms hebben mensen om eten gevochten, soms is er bonje ontstaan als gevangenen de ontbinding ten gevolge van de gevangenschap hebben gebruikt om de eerder zo harde discipline te doorbreken en los te gaan op hun officieren. Velen zijn blij dat hun oorlog nu eindelijk ten einde is en schromen niet om hun vreugde te tonen.

Maar Monelli heeft ook kunnen zien dat de tegenstander, in zijn triomf, aanzienlijke problemen heeft : van de Oostenrijks-Hongaarse soldaten die de colonne gevangenen vanaf de kant van de weg tevreden stonden te bekijken, waren velen ondervoed en mager. De vijand moet bovendien een wanhopig gebrek aan mensen hebben, want hij heeft meerdere bultenaren gezien en zelfs een dwerg. Vandaag begint het kampleven voor hem en de anderen. Monelli schrijft in zijn dagboek :

Op 20 december arroveren we bij het fort in Salzburg – een grimmige kazerne met setile dikke muren op de top van een ontoegankelijke heuvel, zonder zon, rillend van de kou in lege zalen. In de noordelijke winter, met mist en sneeuw om ons heen, wordt de gedachte aan het traditionele kerstfeest een kwelling.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

ItaliaanseKrijgsgevangenenCaporetto

 

terugkeer van de naamlozen

De Hongaarse cavalerist Pal Kelemen beschrijft op 1 november 1917 de terugkeer van een Oostenrijks-Hongaars bataljon tijdens de twaalfde slag van Isonzo (ook bekend als de slag van Caporetto).

OF de soldaten nu naar beneden lopen of stilstaat, tegengehouden door de mensen voor hen, of aan de kant van de weg gaan liggen, het is onmogelijk voor te stellen dat de staatslieden en generaals de monarchie verdedigen met hun inzet in de strijd. Het is evenmin mogelijk je voor te stellen dat deze kapotte, geteisterde groep mannen met hun ruige baarden, hun verkreukelde, natte en vieze uniformen, hun versleten schoeisel en hun uitgeputte gezichten in de regel “onze dappere infanterie” wordt genoemd.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bij deze tekst vond ik niet een passende foto. Daarom heb ik gekozen voor het schilderij “den Namenlosen” van Albin Egger-Lienz.

albin-egger-lienz-den-namenlosen

raid van Rommel

Op 24 oktober 1917 begint de slag van Caporetto (lees meer daarover in dit bericht). In deze slag gebruikten Duitse en Oostenrijks-Hongaarse divisies de nieuwe tactieken ontwikkeld door de stormtroepen : het vermijden van sterke concentraties vijandelijke soldaten en kiezen voor diepe infiltratie.  De slag zou duren tot 19 november 1917 als de Duits-Oostenrijks-Hongaarse opmars gestopt wordt.

Tijdens deze slag is er één Duitse officier die erin slaagt om op 2 dagen tijd 9.000 Italianen krijgsgevangen te maken en 3 bergtoppen te veroveren op 2 dagen tijd : Erwin Rommel. Hij is commandant van het Württembergisches Gebirgs-Bataillon. Dit bataljon start aan de slag ten zuiden van Tolmino en staErwin_Rommelat tegenover 3 bergtoppen : Monte Cragonza, Mrzli en Matajur. Tijdens de opmars kiest het bataljon ervoor om frontale aanvallen te vermijden en in plaats daarvan via onverwachte paden de Italianen aan te vallen daar waar ze niet verwacht worden. Monte Cragonza wordt zo ingenomen na een nachtelijke klim. Tussen de toppen van Mrzli en Matajur slagen de Duitsers erin 1500 Italianen tot overgave te dwingen. Als Rommel de Matajur wil aanvallen, roept majoor Sproesser zijn bataljon terug. De grote aantallen krijgsgevangenen geven hem de indruk dat het doel al bereikt is.

Rommel houdt echter 100 soldaten en zes machinegeweren achter en vat met deze kleine groep de aanval op de Matajur aan. Voor de Italianen door hebben hoe weinig talrijk de Duitsers zijn, hebben ze zich al overgegeven. Op 2 dagen tijd hebben Rommels soldaten vijf Italiaanse regimenten vernietigd en 9.000 krijgsgevangenen gemaakt. Het bataljon verliest 36 soldaten, waarvan er zes sneuvelen.

bron
http://michaeltfassbender.com/nonfiction/the-world-wars/battles-and-campaigns/rommel-at-caporetto-1917/

 

 

 

de slag bij Caporetto

de slag bij Caporetto

De slag bij Caporetto of twaalfde slag bij de Isonzo is een gecombineerde Oostenrijks-Hongaarse en Duitse actie waarbij de Italiaanse linies doorbroken worden. De eerste elf slagen zijn allemaal overbodig geweest wat terreinwinst betreft, maar ze hebben het Oostenrijks-Hongaarse leger wel ernstig uitgeput. Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff schieten daarom met 6 Duitse divisies te hulp. De Italiaanse opperbevelhebber Luigi Cadorna heeft via deserteurs en vliegtuigverkenningen wel door dat de Duitsers er activiteiten ontwikkelen maar weet niet op welke schaal.

Onder bevel van generaal Otto von Below gaan 9 Oostenrijks-Hongaarse en 6 Duitse divisies op 24 oktober 1917 bij Caporetto in de aanval. De verwachtingen zijn laag en de aanval is meer bedoeld om de Oostenrijkers wat lucht te verschaffen. Begeleid door bombardementen, gasaanvallen en rookgordijnen rukken de Duitsers en Oostenrijks-Hongaarse soldaten op en rennen dwars door de Italiaanse verdediging heen. De eerste dag rukken ze 25 kilometer op. De Italianen kunnen zich pas 30 kilometer ten noorden van Venetië reorganiseren.

De slag kost het Italiaanse leger 300.000 man van wie 90% krijgsgevangen wordt gemaakt. Cadorna wordt ontslagen en er komt een nieuwe premier aan de macht Vittorio Orlando. Nu de Duitsers er zitten, sturen ook de Fransen 6 divisies en de Engelsen 5 divisies naar Italië.

bron : Roel Tanja, een korte geschiendenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Caporetto1917_02.jpg

elfde slag aan de Isonzo

De Italiaanse opperbevelhebber generaal Luigi Cadorna beveelt zijn troepen de elfde slag aan de Isonzo te lanceren op 18 augustus 1917. Twee Italiaanse legers zullen de aanval uitvoeren. Het 2e leger onder generaal Luigi Capello valt aan te noorden van de stad Gorizia, terwijl het 3e leger van de hertog van Aosta oprukt in het zuiden tussen Gorizia en Triëst. De Italiaanse troepen tellen 52 divisies gesteund door 5000 stuks artillerie.

Het 5e leger van generaal Svetozar Bojorevic von Bojna roept de opmars van de hertog van Aosta al gauw een halt toe maar de Italianen boeken grotere winst in het noorden. Daar verovert het Italiaanse 2e leger het Bainsizza-plateau. De Italianen lijden grote verliezen : ongeveer 166.000 soldaten worden gedood, gewond of gevangen genomen. Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde vallen 85.000 slachtoffers. De Oostenrijks-Hongaarse bevelhebbers menen echter dat hun troepen op het punt staan in te storten en vragen het Duitse opperbevel versterking te sturen om het front te stabiliseren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Isonzo_agosto1917