de laatste dagen van Michael Collins

In augustus 1922 woedt de burgeroorlog in Ierland. Het conflict draait rond het al dan niet aanvaarden van het Brits-Ierse verdrag dat Ierland de status van Vrijstaat geeft maar niet van republiek. De tegenstanders van het verdrag verzamelen zich in het Iers republikeins leger (Irish Republican Army of IRA). De voorstanders van het verdrag horen bij het Iers nationaal leger onder leiding van Michael Collins. Maar in de zomer van 1922 zal het Iers nationaal leger zijn opperbevelhebber verliezen.

Omdat Michael Collins ziek en koortsig is, adviseert zijn arts de reis uit te stellen. Maar hij vertrekt toch. Collins’ konvooi verlaat Dublin, op zondag 20 augustus om 5.15 uur en maakt zijn eerste stop bij Maryborough Jail (nu Portlaoise Prison), waar Collins het overbrengen van een aantal gevangenen bespreekt naar het kamp van Gormanstown om de overbevolkte omstandigheden te verlichten. 

Daarna gaat het konvooi naar Roscrea Barracks voor een inspectie en ontbijt. In de Limerick-kazerne ontmoet Collins generaal Eoin O’Duffy.  Het konvooi rijdt vervolgens door Mallow en ze brengen die nacht door in Cork City, waar hij verblijft op het militaire hoofdkwartier in het Imperial Hotel. Die avond ontmoet Collins zijn zus, Mary Collins-Powell, en haar zoon, Seán, en de rest van de avond dient voor overleg met generaal Emmet Dalton

Op maandag 21 augustus bezoekt Collins zijn zus, en heeft hij weer overleg met generaal Dalton.  Collins bezoekt ook enkele lokale banken in een poging om republikeinse fondsen op te sporen. In juli heeft de IRA  120.000 pond aan douane-inkomsten verzameld en dit geld verborgen op de rekeningen van sympathisanten. Bij elke bank zegt Collins tegen hun managers dat ze de deuren moeten sluiten en dat ze de banken alleen zouden laten heropenen als de managers volledig meewerken. 

Collins en Dalton reizen vervolgens de vijftig kilometer naar Macroom waar Collins Florence O’Donoghue ontmoet, een IRA lid en een van de leiders in County Cork in de Onafhankelijkheidsoorlog, maar die neutraal is in de burgeroorlog.  O’Donoghue erkent dat de IRA  de oorlog niet kan winnen en dat Collins naar het zuiden komt op zoek naar vrede. Collins probeert  de oorlog te beëindigen en de leiders aan de andere kant een overeenkomst te geven.  Na de lunch in het Imperial gaan ze op pad om het leger in Cobh te bekijken en keren in de vroege avond terug naar Cork.

Collins’ gezelschap verlaat het Imperial Hotel, Cork, op dinsdag 22 augustus om 6.15 uur. Het militaire escorte is veel te klein voor de bescherming van de opperbevelhebber van de Vrijstaat, vooral omdat ze door enkele van de meest actieve anti-verdragsgebieden van Zuid-Cork zullen reizen. Het konvooi gaat rond 8 uur door Macroom richting Béal na mBláth, waar het stopt om een ​​routebeschrijving te krijgen, vervolgens door Crookstown en vervolgens naar Bandon.

In Bandon ontmoet Collins kort generaal-majoor Seán Hales. Bij Clonakilty stopte het konvooi voor de lunch in Callinan’s Pub. ’s Middags gaat het konvooi naar Roscarberry en Collins drinkt wat in de Four Alls Pub (eigendom van zijn neef Jeremiah) bij Sam’s Cross, waar Collins verklaart: ‘Ik ga dit regelen. Ik ga een einde maken aan deze bloedige oorlog.” . Op de terugweg passeert Collins’ gezelschap de verbrande overblijfselen van zijn ouderlijk huis, Woodfield, en Collins wijst naar de ruige stenen muren. ‘Daar,’ zegt hij tegen Dalton, ‘daar ben ik geboren. Dat was mijn thuis.” 

Het konvooi verlaat om 17.00 uur het Eldon Hotel in Skibbereen en keert terug naar Cork. Collins ontmoet op deze reis zijn grote vriend John L. Sullivan. Het konvooi maakt op de terugweg een omleiding rond Clonakilty vanwege een wegblokkade. Het stopt bij Lee’s Hotel in Bandon voor thee. 

Maar ondertussen hebben de republikeinen niet stil gezeten. In de vroege ochtend van dinsdag 22 augustus komt het hinderlaaggezelschap bijeen in Long’s Pub . De mannen die zich in Béal na mBláth verzamelen, zijn officieren die getraind zijn in guerrillaoorlogvoering en die bijeenkomen om een ​​ stafvergadering te houden.   Ze zien de mogelijkheid om het ​​vijandelijk konvooi op zijn terugreis te overmeesteren en besluiten de uitdaging aan te gaan en het in een hinderlaag te lokken.

De hinderlaag vindt plaats in Béal na mBláth  net voor zonsondergang, om 19.30 uur. Zodra de eerste schoten worden gelost, geeft Collins het bevel : “Stop, we zullen tegen ze vechten.”. Het Lewis-machinegeweer in de pantserwagen loopt verschillende keren vast en zodra dat gebeurt, profiteren de republikeinen van de stilte in het vuren om hun posities te verplaatsen.

Dan rent Collins ongeveer vijftien meter de weg op, valt in een vooroverliggende schietpositie en schiet op de republikeinen op de heuvel. Dalton hoort dan de zwakke kreet: “Emmet, ik ben geraakt.” Dalton en commandant Seán O’Connell rennen naar de plek waar Collins met zijn gezicht naar beneden op de weg ligt en vinden een angstaanjagende gapende wond aan de basis van zijn schedel achter het rechteroor. . … O’Connell knielt nu naast de stervende Collins die nog bij bewustzijn is, en fluistert in het oor van de snel zinkende man troostende woorden. Ze proberen nog de wonde te verbinden maar al snel zien ze dat Michael Collins dood is.

bron : https://www.irishcentral.com/roots/history/michael-collins-death-timeline

Michael Collins

slag om Kilmallock

De Ierse burgeroorlog is het resultaat van een splitsing in de Ierse Republikeinse beweging na de ondertekening van het Engels-Ierse Verdrag in 1921. Het Verdrag verleent Ierland zelfbestuur als een heerschappij binnen het Britse rijk en maakt ook de opdeling van de zes graafschappen van Ulster mogelijk . Voor velen binnen de Republikeinse beweging wordt dit als onaanvaardbaar gezien en als een verraad dat leidt tot een splitsing tot voor- en tegenstanders van het verdrag. Na mislukte pogingen om vreedzame oplossingen te vinden, beginnen zowel het Iers Nationale Leger (voorstander) als het Iers Republikeinse Leger (IRA – tegenstander) strategische locaties te bezetten.

Dit leidt tot de eerste vijandelijkheden, maar pas op 27 juni 1922 begint de Ierse burgeroorlog met het bombardement door het Nationale Leger van de Four Courts in Dublin, dat bezet is door de IRA. Na hevige gevechten in heel Dublin, verovert het Nationale Leger de stad en begint het de rest van het land in te trekken.

De IRA slaagt erin om de provincies ten zuidwesten van een lijn gevormd van Limerick naar Waterford (bekend als de Munster Republiek) te houden. Na de val van Limerick City de IRA verdedigingswerken op rond de drie County Limerick-steden Bruff, Bruree en Kilmallock waarbij Kilmallock centraal staat in die verdediging omdat het een belangrijk knooppunt is van weg- en spoorverbindingen naar County Cork.

De gevechten, die op 20 juli 1922 beginnen en duren tot de verovering van Kilmallock door de strijdkrachten van de Vrijstaat op 5 augustus, zijn een van de weinige gevechten tijdens de oorlog waarbij gedefinieerde fronten bestaan tussen de twee tegengestelde partijen met versterkte gebouwen, barricades en zelfs loopgraven worden gebruikt.

Alles start met de aanval door de IRA op Bruff op 20 en 21 juli 1922. Na de val van Limerick City staakt de IRA de aanval tijdelijk, maar de volgende dag zijn ze erin geslaagd Bruff in te nemen. Deze overwinning is echter van korte duur, aangezien het Nationale Leger uiteindelijk op 23 juli Bruff herovert.

De volgende fase van de strijd concentreert zich op de stad Bruree ten westen van Kilmallock. Het Nationale Leger neemt de stad op 30 juli in na hevige gevechten waarbij artillerie en pantserwagens worden ingezet en waarbij verschillende strijders aan beide kanten omkomen. De IRA-commandant Liam Deasy, die het belang van de stad als startpunt voor een aanval op Kilmallock kent, lanceert onmiddellijk een tegenaanval met gepantserde auto’s en loopgraafmortieren. 

Zodra zowel Bruff als Bruree veilig zijn gesteld door het Nationale Leger, plannen de veldcommandanten, generaals Eoin O’Duffy en Murphy, de laatste aanval op Kilmallock. Dit houdt in dat veldartillerie (verkregen uit Groot-Brittannië) wordt ingezet.  Op 3 augustus 1922 maken ongeveer 2000 soldaten van het Nationale Leger, gesteund door pantserwagens en de artillerie, een algemene opmars naar Kilmallock vanuit het westen, noorden en oosten. De meeste gevechten bij Kilmallock vinden plaats op de nabijgelegen heuvels rond de stad. De troepen van het Iers Republikeinse Leger (IRA) hebben meer ervaring dan de troepen van het Nationale Leger, maar naarmate de strijd vordert, is het gebruik van artillerie tegen hun posities veelzeggend en dit dwingt hen uiteindelijk van de heuvels rond Kilmallock.

bron : https://liammck1745.wordpress.com/2018/02/25/the-battle-of-kilmallock-tracing-the-battle-on-the-ground/

Een gevangene van het IRA wordt weggevoerd door een soldaat van het Iers Nationaal Leger

begin van de Ierse burgeroorlog

De Ierse onafhankelijkheidsoorlog (1919-1921) is nog geen jaar gedaan of het geweld breekt terug uit in Ierland. In 1922 is er nochtans hoop door het Brits-Ierse verdrag dat de rust eindelijk kan weerkeren. Dat verdrag voorziet in de Ierse vrijstaat met een eigen leger en politie. Het verdrag voorziet ook de mogelijkheid voor Noord-Ierland om bij het Verenigd Koninkrijk te blijven. Maar Vrijstaat betekent ook dat Ierland binnen het Brits gemenebest blijft met de Britse koning als staatshoofd. En dat gaat voor sommige Ieren niet ver genoeg. Dat bewijst ook de stemming in het Ierse parlement op 7 januari 1922. Het verdrag wordt goedgekeurd met 64 stemmen voor en 57 stemmen tegen. De Ierse nationalisten zijn diep verdeeld.

De Ierse president Eamon de Valera treedt af bij wijze van protest maar wordt niet herverkozen dor het parlement. Daarop verwijt hij de Ierse parlementairen dat ze hun eed aan de Ierse republiek schenden door het verdrag te aanvaarden. De verdeeldheid van de Ierse nationalisten komt tot uiting als de Valera begin maart 1922 een nieuwe partij sticht.

De verwarring is compleet bij de verkiezingen op 18 juni 1922. Er komen twee nationalistische partijen op die beiden de naam Sinn Féin dragen, maar waarbij de ene partij voor en de andere tegen het Brits-Iers verdrag is. De aanhangers van het verdrag behalen de meerderheid en ze worden gesterkt door de resultaten van de niet-nationalistische partijen waarvan de meerderheid ook achter het verdrag staat. Maar Eamon de Valera, zijn politieke aanhangers en de meerderheid van de IRA blijven gekant tegen het verdrag. Volgens sommigen zou de Valera gezegd hebben :”De meerderheid heeft het recht niet verkeerd te handelen.”.

Michael Collins en Arthur Griffith zetten ondertussen hun schouders onder de Ierse Vrijstaat en stichten het Iers nationaal leger dat de IRA moet vervangen. Maar hun tegenstanders zitten niet stil. Eenheden van de IRA die gekant zijn tegen het verdrag bezetten vanaf april 1922 de “Four Courts”, zo genoemd naar de vier gerechtshoven die in hartje Dublin zetelen. Griffith wil het Ierse leger direct laten optreden, maar Collins laat deze IRA aanhangers ongemoeid. Hij gokt erop dat de aanhangers van het verdrag de meerderheid behalen bij de verkiezingen en dat de bezetters van de Four Courts democratisch genoeg zijn om de bezetting dan te beëindigen. Maar dat gebeurt niet. Bovendien is er op 22 juni 1922 nog de aanslag op veldmaarschalk Wilson in hartje Londen. Deze aanslag dwingt de Ierse regering tot handelen. Als ze niet kunnen bewijzen dat zij de macht hebben in Ierland, dreigen de Britten zelf op te treden. Op 26 juni 1922 kidnappen de tegenstanders van het verdrag een Ierse generaal. Nu heeft Michael Collins geen keuze meer. Hij stelt de bezetters van de Four Courts een ultimatum. Op 27 juni moeten ze de bezetting beëindigen. Op 28 juni 1922 begint het Ierse leger de Four Courts te bombarderen. Na drie dagen bombardement geven de bezetters zich over. Maar vuurgevechten blijven nog voortduren in Dublin tot 5 juli 1922. De Ierse burgeroorlog is begonnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Irish_Civil_War

De Four Courts in Dublin na het bombardement

Politieke onrust in de Ierse vrijstaat

In januari 1922 neemt de politieke onrust in de Ierse vrijstaat toe. Aanleiding tot de onrust is het Engels-Iers verdrag van december 1921 waarmee Ierland een vrijstaat geworden is. Het discussiepunt voor de Ieren onderling is het feit dat de Ierse vrijstaat onderdeel blijft van het Britse gemenebest. Sommige politiekers aanvaarden dit maar anderen blijven streven naar een volwaardige republiek en verwerpen daarom het recente verdrag.

Op 6 januari 1922 biedt Eamon de Valera zijn ontslag aan als president van het Ierse parlement, de Dáil . Hij maakt zijn standpunt zeer duidelijk en wil herkozen worden als president zodat hij zijn eis voor een Ierse republiek kan hard maken aan de onderhandelingstafel. En hij voegt eraan toe dat ze maar iemand anders moeten kiezen als president als ze genoegen nemen met de Ierse vrijstaat binnen het Britse gemenebest.

Op 9 januari volgt de herverkiezing : de Valera verliest nipt met 60 stemmen tegen 58. Op 12 januari volgt dan een gebaar van goede wil van de Britten : alle Ierse politieke gevangenen krijgen amnestie. Dit bericht betekent goed nieuws voor 1.010 Ierse gevangenen. Op 14 januari wordt het Brits-Ierse verdrag door het parlement in Dublin geraticifeerd met 64 stemmen tegen 57. Michael Collins wordt de voorzitter van de voorlopige regering van de Ierse vrijstaat. De Dublin Gazette, krant van de Ierse executieve, de vertegenwoordiging van de Britse overheid, verschijnt voor het laatst op 27 januari. Daarmee is de overgang naar de Ierse vrijstaat officieel een feit.

Maar Eamon de Valera legt zich niet neer bij deze feiten. De Ierse vrijstaat gaat hem niet ver genoeg en hij verzamelt aanhangers om zich die zijn standpunt delen. De politieke spanning stijgt daardoor en zal uitmonden in de Ierse burgeroorlog in juni 1922.

Ierse Vrijstaat in 1922

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/%C3%89amon_de_Valera#Anglo-Irish_Treaty

https://en.wikipedia.org/wiki/January_1922


wapenstilstand in Ierland

Op 11 juli 1921 om 12 uur start een wapenstilstand tussen de Irish Republican Army en de Britse overheid in Ierland. Een vredesvoorstel om een einde te maken aan de bloedige aanslagen over en weer lag er al van december 1920 op tafel. De Ieren krijgen eigen zeggenschap in het grondgebied van zuid-Ierland wettelijk voorzien in de Fourth Home Rule Bill die in november 1920 door het Brits parlement aanvaard werd. In de praktijk zijn er dan 2 parlementen op Ierse bodem : een in noord-Ierland in Belfast en één in zuid-Ierland in Dublin.

Maar de Britse premier Lloyd George is in eerste instantie niet gehaast om de wapenstilstand te ondertekenen. Het gevolg is dat het conflict weer maanden verder gaat met vele doden tot gevolg. Maar er is hoe langer hoe meer twijfel bij de Britten over de haalbaarheid van een louter militaire oplossing. Ook koning George V laat zijn ontevredenheid blijken over het uitblijven van een oplossing. Hij vraagt generaal Jan Smuts om een voorstel . Dit voorstel van Smuts wordt gedeeld met de premier Llloyd George en zijn kabinet. Op 24 juni 1921 schrijft Lloyd George naar Eamon de Valera, als de leider van meerderheid in zuid-Ierland om onderhandelingsgesprekken te beginnen. Gesprekken tussen de Valera en Lord Middleton vinden plaats tussen 4 en 8 juli. Op 8 juli 1921 wordt er dan formeel een wapenstilstand getekend door leden van het Ierse Dail cabinet, Robert Barton en Eamon Duggan en de Britse militaire bevelhebber generaal Neville Macready.

Het duurt nog even voor alle leiders van het Irish Republican Army op de hoogte zijn van de wapenstilstand. Niet iedereen is overtuigd en enthousiast over de wapenstilstand en het einde van de vijandelijkheden. Sommige IRA cellen vallen nog Britse eenheden aan. Dat leidt dan weer tot tegengeweld : op 10 juli 1921 nemen loyalisten wraak in Belfast voor de IRA aanslag van de dag ervoor. Er vallen 16 doden en 161 huizen gaan in vlammen op. Die gebeurtenissen staan bekend als Belfast’s Bloody Sunday.

Maar uiteindelijk zwijgen de wapens dan toch. De overgrote meerderheid van de mesen in Ierland is opluchting dat de nachtmerrie die 131 weken heeft geduurd, voorbij is. Sommigen komen dan ook samen om te bidden dat de wapenstilstand tot een definitief akkoord leidt (zie foto hieronder).

bronnen

Today in Irish History, The Truce, 11 July 1921 – The Irish Story

Irish War of Independence – Truce | The Irish War

File:Not an Irish Civil War Prayer Vigil after all! (7485579104).jpg – Wikimedia Commons

brand in Custom House

Op 24 mei 1921 worden er in Noord-Ierland parlementaire verkiezingen gehoude, voor de eerste keer onder de nieuwe Home Rule Act. DIe voorziet in aparte parlementen voor het protestantse noorden en het katholieke zuiden. De Ulster Unionist Party wint twee derde van de stemmen en bijna drie kwart van de 52 zetels in het nieuwe parlement.

De IRA is natuurlijk niet van plan om dit te laten passeren zonder een tegenactie. Tot dan was de burgeroorlog in Ierland beperkt tot guerilla acties tegen de politie en het Britse leger. In Dublin is het een groep onder leiding van Michael Collins, bekend als the squad, die dit soort acties uitvoert. Maar Eamon de Valera, president van de zelfverklaarde Ierse republiek, wil een grotere actie met meer IRA aanhangers. Na de eerste parlementaire verkiezingen georganiseerd door de Britten, wil hij een actie waaruit blijkt dat de Irish Republican Army een echt leger is dat strijdt voor haar republiek. Men kiest als doelwit het Custom House, een belangrijk overheidsgebouw maar ondanks dat is het niet bewaakt door politie of Britse militairen. Michael Collins adviseert tegen de actie maar hij kan de anderen niet overtuigen om de actie te schrappen.

In de vroege ochtend van 25 mei 1921 komen de IRA aanhangers samen rond het Custom House in groepjes van twee of drie. Van de 120 IRA aanhangers is maar een minderheid geoefend in guerilla acties. Ze hebben enkel pistolen en een beperkte hoeveelheid munitie. Om 13 uur gaan ze tot de actie over. Ze overmeesteren de bewakers van het gebouw , schieten de concierge dood als die de politie wil bellen en laten een vrachtwagen binnen geladen met petroleum en balen katoen. Daarmee willen ze het gebouw in brand steken.

Om 13u10 komt de politie en het Britse leger aan en omsingelen het gebouw. De IRA opent het vuur maar na 30 minuten moeten ze het vurgevecht al staken wegens een gebrek aan munitie. Enkele IRA aanhangers worden neergeschoten als ze de vlucht willen nemen. Vijf IRA aanhangers worden gedood en 80 gearresteerd. ALs gevolg daarvan zal het aantal IRA acties in Dublin en omgeving de komende maanden afnemen. Het gewapend conflict stopt met een wapenstilstand op 11 juli 1921. Er komt nog een verdrag tussen Engelsen en Ieren in december van hetzelfde jaar.

bronnen
May 1921 – Wikipedia
Burning of the Custom House – Wikipedia

Dublin – Custom House in brand

hinderlaag in Kilmichael

Een week na de bloedige zondag in Dublin (lees meer op deze pagina) slaat de IRA weer toe. 36 militanten van de Irish Republican Army onder leiding van Tom Barry wachten in Kilmichael op zondag 28 november 1920 een Britse patrouille op. Deze Britse patrouille behoort tot de Royal Irish Constabulary Auxiliary Division. Deze hulptroepen van de Ierse politie zijn veelal Britse veteranen uit de Groote Oorlog. De Auxiliaries en de Black and Tans zijn niet heel populair bij de Ierse bevolking en staan vaak bekend om hun brutaliteit.

Op 21 november heeft de IRA al de ideale positie voor de hinderlaag uitgezocht : op de weg tussen Macroom-Dunmanway, meer bepaald in het gedeelte tussen Kilmichael en Gleann. De Auxiliaries gebruiken deze weg dagelijks.

Om 4u05 komen de twee vrachtwagens van de Britse patrouille in zicht. Tom Barry, in een uniform van een IRA officier, doet de eerste vrachtwagen stoppen. Later zullen de Britten zeggen dat Barry een Brits uniform droeg en dat dit zorgde voor verwarring. De IRA militanten hebben zich in drie groepen verdeeld om de hinderlaag te doen slagen. Zodra de eerste vrachtwagen stopt, gooit Barry een granaat in de open laadbak van de eerste vrachtwagen, en het vuurgevecht begint.

De tweede vrachtwagen is ook gestopt en de inzittenden zijn verder verwijderd van de tweede IRA groep. Ook daar begint een vuurgevecht. Op gegeven ogenblik laten de Britse soldaten hun geweren vallen om aan te geven dat ze zich overgeven. Volgens de IRA komen hun militanten tevoorschijn en grijpen sommige Britten dan naar hun revolvers, waarbij twee IRA militanten gedood worden. Daarop geeft Tom Barry het bevel om te schieten en pas te stoppen als hij daartoe het bevel geeft.

Aan het einde van het gevecht zijn twee IRA militanten dood en één dodelijk gewond. Bij de Britten zijn er 18 doden. Eén soldaat die voor dood wordt achtergelaten, zal achteraf toch overleven.

De Britse soldaten op Ierland tellen 30.000 manschappen dus het verlies van 18 is behoorlijk klein. Maar de psychologische impact van een Ierse hinderlaag die een ganse Britse patrouille wegveegt, is behoorlijk schokkend. Voor de Britse regering is het duidelijk dat het geweld in Ierland escaleert. Daarom wordt 10 december 1920 de krijgswet afgekondigd in de counties van Cork, Kerry, Limerick, Tipperary. Daarmee krijgen de Britse militairen veel meer hun handen vrij. Het zal niet lang duren voor ze die extra vrijheid gebruiken om zich te wreken voor de hinderlaag in Kilmichael.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Kilmichael_Ambush

bloedige zondag in Ierland

Iedereen kent het lied van U2 “Sunday, bloody sunday” dat verwijst naar een bloedige zondag in 1972. Maar Ierland kende al veel eerder een bloedige zondag op 21 november 1920.

Alles begint met een operatie van de IRA(Irish republican Army) tegen de zogenaamde “Cairo gang“. Die naam werd gegeven aan Britse geheim agenten die samen komen in de Cairo Café in Grafton StreetDublin. De Ierse contraspionage onder leiding van Michael Collins, houdt deze mannen in de gaten en stelt een lijst op van vermoedelijke geheim agenten. Begin november worden een aantal hoog geplaatste figuren in de IRA bijna gearresteerd. Op 10 november kan een officier van de IRA weer ternauwernood ontsnappen, maar dit maal maken de Britten een aantal belangrijke documenten met adressen buit. Dan besluit Michael Collins dat de Britse geheim agenten gedood moeten worden, wil men de IRA in Dublin in stand houden.

In de vroege ochtend van zondag 21 november 1920 komen een aantal ploegen van de IRA samen in Dublin. Ze slaan toe op acht verschillende plaatsen. 15 Britten worden gedood bij de acties. Achteraf zal blijken dat de slachtoffers niet allemaal betrokken waren bij Britse militaire acties.

Na de Britse doden volgt een Britse tegenreactie. Luitenant-kolonel Bray geeft het bevel om een raid te organiseren op een voetbalwedstrijd en iedere man te ondervragen. In Croke Park, waar de wedstrijd zal plaatsvinden, zijn rond 15u ongeveer vijfduizend toeschouwers toegekomen. Een konvooi van Britse vrachtwagens en gepantserde auto’s nadert het stadion, klaar om alles af te grendelen en alle aanwezigen te fouilleren. Over wat er daarna gebeurt, lopen de getuigenissen uiteen. Sommige politieagenten verklaren achteraf dat ze beschoten werden en dat ze daarom het vuur openden. Volgens Ierse toeschouwers waren het de Britten die als eerste het vuur openden. Lang duurt het schieten niet maar als alles terug stil wordt, liggen er verschillende doden en gewonden op de grond. In totaal eist dit optreden van de Britse veiligheidsdiensten vijftien doden.

Achteraf zal deze bloedige zondag de Ierse steun aan de IRA doen toenemen. De Britse reputatie krijgt internationaal een stevige knauw.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Sunday_(1920)
https://www.yourirish.com/history/20th-century/bloody-sunday-1920


Ierse muiterij in India

Op 2 november 1920 sterft James Daly voor het executiepeloton. Daarmee komt er een einde aan de muiterij van de Ierse Connaught Rangers in Brits-Indië. Die muiterij begint einde juni 1920 in Wellington Barracks in Jalandhar (Punjab). Daar is William Daly, broer van James Daly, bij betrokken. Het nieuws van de muiterij verspreidt zich de dagen daarna bij de andere regimenten van de Connaught Rangers. Reden van de muiterij is het ongenoegen over het Britse optreden in Ierland. De muiters hijsen de Ierse driekleur boven de barakken en weigeren de bevelen van de officieren op te volgen. Ze geven hun wapens af die in het magazijn worden bijeengebracht. Maar een deel van de muiters breken op een nacht in het magazijn in om hun wapens terug te nemen. Bij die actie vallen 2 doden.

Daarmee is het geduld van de Britse militaire overheid ten einde. Loyale regimenten nemen de macht in de barakken van de muiters over. Alle muiters verschijnen voor het krijgsgerecht. 10 muiters krijgen de vrijspraak, 59 krijgen levenslang en 19 de doodstraf. Die straffen worden later nog gemilderd maar niet voor Daly. Op 2 november 1920 wordt James Daly door het vuurpeloton doodgeschoten. Daarmee is hij (tot nu toe) de laatste Britse militair die wegens muiterij wordt geëxecuteerd.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/James_Daly_(mutineer)

executie van Kevin Barry

Op 1 november 1920 wordt de Ier Kevin Barry, aanhanger van de IRA, door de Britten geëxecuteerd. Dit drijft de spanning tussen Ieren en Britten op, ook al omdat de hongerdood van Terence MacSwiney zo kort geleden is. (lees maar over die hongerstaking op deze pagina).

Kevin Barry sluit zich in 1917 aan bij de Irish Republican Army. Hij is dan nog maar 15 jaar oud. Vanaf 1918 neemt hij deel aan operaties van de IRA. Op 20 september 1920 is hij ook van de parij als de IRA een hinderlaag legt nabij Bolton Street in Dublin voor Britse soldaten die brood komen ophalen in een vrachtwagen. De operatie lijkt eerst vlot te verlopen als de Britten hun wapens neerleggen. Maar dan klinkt er een schot en de IRA aanhangers beginnen daarop verschrikt rond te schieten. Het wapen van Kevin Barry blokkeert tot twee maal toe en hij duikt onder de vrachtwagen. De andere IRA aanhangers slagen erin te ontsnappen maar Kevin wordt door de Britten ontdekt en opgepakt. Bij de hinderlaag sterven drie Britse soldaten.

Bij de ondervraging door de Britse militairen krijgt Barry het zwaar te verduren. Op 20 oktober 1920 verschijnt hij voor de Britse militaire rechtbank. Als hij terug in de gevangeniscel zit, krijgt hij om 8 uur ’s avonds te horen dat hij veroordeeld is tot de doodstraf door de strop. Op 31 oktober krijgt hij drie bezoeken. Bij het laatste bezoek ziet hij zijn moeder, broers en zussen. Op 1 november 1920 wordt Kevin Barry opgehangen in Mountjoy prison in Dublin.

Er is niet lang na zijn dood nog een ballade geschreven over Kevin Barry, dat door meerdere artiesten werd gezongen, waaronder Leonard Cohen en The Dubliners.

In Mountjoy jail one Monday morning
High upon the gallows tree,
Kevin Barry gave his young life
For the cause of liberty.
Just a lad of eighteen summers,
Still there’s no one can deny,
As he walked to death that morning,
He proudly held his head on high.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Kevin_Barry