een passeur gefusilleerd

In Schaarbeek fusilleren de Duitsers op 25 juni 1917  Frans Vergauwen, geboren in 1878 in Borgerhout, wegens anti-Duitse activiteiten : hij hielp maar liefst 73 jongeren voorbij de dodendraad naar het Nederlandse Sluis te brengen. Zulke gidsen staan ook bekend als “passeurs”. Zijn graf bevindt zich op de begraafplaats Schoonselhof in Wilrijk. Frans Vergauwen was vooral bekend om zijn sportieve prestaties : in 1910 werd hij wereldkampioen wielrennen op de weg bij de liefhebbers. In zijn beroepsleven was hij aannemer.

Toeristische tip : tegen de woning aan Welvaartstraat 46 in Antwerpen hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis van Frans Vergauwen. Diverse woningen in deze straat dateren uit het laatste kwart van de 19e eeuw.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FransVergauwen

de draad doodt in Thorn

In de loop van de nacht van 7 op 8 mei 1917 komt de 17-jarige zoon van de gemeenteveldwachter van Thorn (Nederland) in contact met “den draad” in Kessenich en overlijdt. Aanraken van een draad onder spanning van 2000 volt is dodelijk.

Deze jongeman is een van de zeer velen die een aanraking met de elektrische draad op de grens tussen België en Nederland niet overleven. Alleen al in de buurt van het noord-Limburgse Kessenich sterven er tientallen, meestal tijdens eigen vluchtpogingen of bij het smokkelen. Onder de doden ook tal van militairen die naar Nederland willen vluchten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad05

het jongste slachtoffer van den draad

Iedereen kan het slachtoffer worden van ‘den draad’, niet alleen soldaten, spionnen, stropers of vluchtelingen, maar ook kinderen.

De vierjarige Peter Wuijts wil op 8 september 1916 al spelend onder de elektrische draad kruipen, maar het spel kent een dodelijke afloop. Op het moment dat de kleuter de draad aanraakt, schiet tweeduizend volt door zijn kleine lijf. Wat overblijft, is een zwaar verminkt lichaampje. Toegesnelde omstanders kunnen nog net de vader tegenhouden, die zijn kleuter van de draad wil nemen, anders valt er een tweede dode in de familie. Een buurman lukt het om het lijkje van de kleuter met een oude fietsband vastgebonden aan een stuk hout naar zich toe te trekken. Het lichaam ziet helemaal blauw en een arm is zo verkoold dat het handje er afvalt.

De familie Wuijts woont in Bergeijk, op slechts 30 meter van de elektrische grensversperring. Aan de overzijde van de grens ligt Neerpelt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/geraakt-door-de-oorlog-8/

PeterWuijts1916.jpg

elektrocutie in Kinrooi

Landbouwer Leeters van de hoeve Keysershof in Kinrooi spreekt op 19 augustus 1916 aan de elektrische versperring achter zijn hoeve, op de grens met Nederland, met enkele familieleden. Op een bepaald ogenblik geeft hij een boterham aan een Duitse soldaat, die misschien wel kwam controleren wat die mensen doen bij den draad.

Leeters raakt de elektrische draad slechts even aan maar is bijna onmiddellijk dood. Zijn dochter, die hem wil bevrijden, wordt gered dankzij de isoleerstok van de soldaat. Ze houdt er wel brandwonden aan over.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendraad04

Dodendraad tussen Neerpelt en Hamont verhuist

Net als elders langs de grens tussen België en Nederland staat “den Draad” in noord-Limburg er nu al geruime tijd, maar dat blijkt niet voldoende om iedereen die de grens wil overschrijden, tegen te houden. het voornaamste probleem voor de Duitsers is dat deze elektrische versperring op tal van plaatsen, onder meer te Neerpelt, te ver van de werkelijke grens staat, waardoor het tussenliggende niemandsland veel te groot is. Niet alleen is dat gebied moeilijker te bewaken, er is ook alle ruimte voor smokkelaars, spionnen en andere trafikanten om ongezien te blijven.

Op 6 juni 1916 begint de bezetter de elektrische draad te verplaatsen in noordelijke richting, dichter bij de Nederlandse grens dus. De stad Hamont ligt daardoor voortaan aan de Belgische kant van de draad, en niet aan de Nederlandse kant. De werkzaamheden gebeuren door Belgische arbeiders onder Duits toezicht. Vijf frank per dag krijgen de arbeiders daarvoor. Op 14 augustus 1916 wordt de nieuwe versperring onder stroom gezet.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Prof. Dr. Alex Vanneste, de elektrische draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse grens tijdens de eerste wereldoorlog, uitgave in eigen beheer

Dodendraad_Achel

 

Achtung ! Lebensgefahr !

Den draad, de elektrische afscheiding op de grens tussen België en Nederland, is bedoeld om de doorgang van mensen en goederen in beide richtingen onmogelijk te maken : Belgische vluchtelingen of smokkelaars, Duitse deserteurs, spionnen die uit Groot-Brittannië kwamen en via Nederland naar het oorlogsgebied willen.

Soms is er ook een echte ongeluksvogel bij de slachtoffers van deze hoogspanningsdraad : neem nu reservist Heinrich Metser, uit het infanteriebataljon Neuss. In de buurt van Castelré (niet ver van Baarle-Hertog) wil hij gewoon een konijntje (eveneens een slachtoffer) van tussen de draad halen. Het wordt niet eens zijn galgenmaal maar zijn onmiddellijke dood.

dodendraad03

dodendraad in Molenbeersel

In Molenbeersel arriveert op 2 februari 1916 een 70-tal Duitsers om een elektrische draadversperring aan te leggen tussen België en Nederland. Alle grensovergangen zijn meteen gesloten.

Den Draad strekt zich uit over praktisch de totale lengte van de grens. Grosso modo bestaat deze afrastering uit drie rijen draden, waarbij de buitenste rijden beschermingsdraden zijn en op de middelste een spanning van 2000 volt staat. Op min of meer regelmatige afstanden bevindt zich een schakelhuisje met soldatenverblijf, waar de stroom uitgeschakeld kan worden, bijvoorbeeld om het lichaam van een slachtoffer van de draad weg te halen.

Toeristische tip : nabij het voormalige smokkelaarscafé Kempkes, op het kruispunt van de Vlasbrei en de Uffelse weg in Molenbeersel, staat een reconstructie van de grensversperrende draad.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendraad