Kurt Wuesthoff neergehaald

De Duitse aas Kurt Wüsthoff krijgt het op 17 juni 1918 aan de stok met meerdere tegenstanders tegelijkertijd. Na een tijdje hapert zijn motor en vat de brandstoftank vuur, maar hij weet nog een noodlanding te maken in vijandelijk gebied. Met zware blessures aan rug en bekken en een verlamde voet komt hij terecht in de gevangenis van Château-Gontier die hij in 1920 mag verlaten. Zijn aantal luchtoverwinningen staat op 33 en daarmee is hij een van de hoogst gerangschikte Duitse piloten.

Na de oorlog gaat Wüsthoff terug aan de slag als piloot. Tijdens een luchtshow in 1926 stort hij neer bij het uitvoeren van een looping. Aanvankelijk overleeft hij het ongeval, ook al moeten zijn beide benen geamputeerd worden. Maar vijf dagen later overlijdt de voormalige aas dan toch.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

KurtWuesthoff_1918

matige triomfberichten van de K.u.K. Armee

Het hoofdkwartier van het Oostenrijks-Hongaarse leger (Kaiserliche und Königliche Armee, afgekort K.u.K. Armee) geeft op 16 juni 1918 informatie vrij over de gevechten aan de Piave gisteren. De keizerlijke troepen zouden maar liefst zestienduizend gevangenen gemaakt hebben. Daarnaast stelt de mededeling ook dat de troepen van de majesteit later op de dag weer een deel van het verworven terrein moesten prijsgeven, meer bepaald het gebied rond de berg Ranieri.

Hoeft het gezegd dat de grote massa gevangenen die hier vermeld wordt in schril contrast staat met de eindnederlaag van de K.u.K. Armee in het gebied van de piassen, ongeveer een week later ?

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LeoSpitzer_Lettere_PriogionieriItaliani

Slag van de Piave

Slag van de Piave

Tijdens de slag van de Piave trekt het Oostenrijks-Hongaarse leger op 15 juni 1918 ten aanval in Trentino met de bedoeling Verona in te nemen. Het Italiaanse leger dat ook een aantal Franse en Britse manschappen omvat, slaagt er middels tegenaanvallen in om de tegenstander af te houden. In een week tijd verliezen de aanvallers ongeveer veertigduizend soldaten.

Deze Oostenrijks-Hongaarse nederlaag wordt gezien als de aanzet tot de uiteindelijke val van de dubbelmonarchie. Zoals wel vaker hebben veldslagen meerdere namen : deze staat ook bekend als de Zweite Schacht am Piave of Battaglia del Solstizio.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Pontonniers_Piave_1918

Slecht nieuws van het thuisfront

Jens Iversen is een Deen die bij het Duitse leger vecht. Een gevolg van de Deens-Duitse oorlog (1863-1865) waardoor Denemarken heel wat terrein aan Duitsland moest prijsgeven. En dus zijn er soldaten in Duits uniform die een andere moedertaal hebben dan de taal waarin ze bevolen worden.

Jens Iversen ontvangt in Rusland op 14 juni 1918 een brief van het thuisfront. Daar is hij blij om. Tot hij de brief leest, want er staat niet alleen goed nieuws in.

Nog maar een week geleden kwam ik hier en vandaag, na lange, lange tijd heb ik  van thuis gehoord. Mijn vrouw heeft geschreven meteen nadat ze mijn huidige adres heeft ontvangen. Hoe opgewonden maakte ik deze brief open, en toen was de vreugde over : mijn jongste broer Andreas is vermist sinds het grote offensief in Vlaanderen. Maar ze troost me, er is hoop dat hij in Engelse gevangenschap is. Mijn broer Lorens gaat trouwen op 20 juni. Ik ben ’s middags bij de kapitein geweest om hem verlof te vragen. Ik mag afreizen op 18 juni.

bron : https://denstorekrig1914-1918.dk/14-juni-1918-jens-iversen

Kammerat-hund_header

 

Lawine expeditie in de Tonale pas

De Oostenrijks-Hongaarse troepen lanceren op 13 juni 1918 een afleidingsaanval op de Tonale-pas in noord-Italië om hun komende offensief op de Italianen bij de Piave te camoufleren. Deze aanval krijgt de codenaam “Lawine-expedition”.

Maar de Italianen hadden ook een aanval in deze zone gepland en dus zijn de Italiaanse stellingen en artillerie extra versterkt. De Oostenrijks-Hongaarse aanval wordt voor de loopgraven tegengehouden door het Tolmezzo bataljon. Iedere aanval krijgt een tegenaanval als antwoord. Op 15 juni volgt er nog een aanval op de Italianen op Monte Rosa. Diezelfde dag zijn er gevechten rond de Monte Grappa. De Oostenrijkers bezetten dan de Corno di Cavento, 1 jaar nadat ze die verloren hadden. Deze bezetting duurt tot 19 juli waarna de Italianen de Cavento weer innemen. De Passo di Tonale blijft Oostenrijks tot 1 november 1918.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
http://www.storiaememoriadibologna.it/la-guerra-sulle-alpi-1918-adamello-la-guerra-bianc-135-evento

Alpenkrieg01

 

 

De Texas Own verscheept

Een van de vele Amerikaanse legerafdelingen die naar de oorlog gestuurd worden, is de 19e divisie bekend als Texas Own. De verscheping begint op 13 juni 1918 en duurt tot 6 juli.

De divisie vestigt haar hoofdkwartier in Agnay-le-Duc en vecht vooral in de sectoren Villers-en-Haye, Puvenelle en Saint-Mihiel. In het half jaar dat ze deelneemt aan de oorlog, telt de divisie 9700 slachtoffers.

na de ondertekening van de wapenstilstand in november 1918, trekt de divisie naar Duitsland in het kader van de bezetting. In mei 1919 volgt de demobilisatie.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AmerikaanseSoldaten_Verscheping

de frontweken van Herbert Sulzbach

Uit het dagboek van Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie.

29 mei 1918 : Onze commandopost is in Montagne-Ferme, waar ik een belangrijke taak krijg. Ik moet de ganse artillerie marsbevelen geven, dus niet alleen mijn eigen bataljon, naar nieuwe posities. Reden is dat de commandant, majoor von Ohnesorge, aan het front is bij de infanterie en dus moet ik deze taak uitvoeren. Nabij Missy zijn er verkeersproblemen. Het oversteken van de Aisne is bemoeilijkt omdat de vijand de bruggen heeft opgeblazen. Maar de obstakels zijn al verwijderd en onze sappeurs hebben noodbruggen in geen tijd opgebouwd. Ik leid onze artillerie rond Soissons en rijd van Missy naar Venicel langs de Aisne : een charmante vallei. Voor ons ligt Soissons dat al in onze handen is en overal zien we sporen van een overhaaste vlucht : geweren, uniformen, munitie ligt overal bij duizenden.

31 mei 1918 : We overnachten in Noyant. Hevige tegenaanvallen door de vijand : de Fransen sturen kleine tanks in grote getale op ons af, gevolgd door infanteristen. Voor de eerste keer sinds lang is ook de vijandelijke luchtmacht zeer actief. Onze commandant von Ohnesorge geraakt gewond. Met spijt in het hart nemen we afscheid van deze stoutmoedige en briljante leider. Hij drukt ons op het hart :”We mogen niet terugtrekken en we mogen nooit onze infanterie in de steek laten, we moeten blijven vuren tot onze laatste ademtocht !”.

2 juni 1918 : Hevige aanval door onze naburige divisie. Chaudun is doorregen met verzetsnesten uitgerust met machinegeweren. De Fransen zetten de tegenaanval in. In de namiddag, na hardnekkige gevechten, kan onze infanterie Chaudun innemen.

3 juni 1918 : Missy is in onze handen. Het lijkt erop dat de aanval – of het ganse offensief – zijn doel heeft bereikt en dat we voorlopig niet verder oprukken. We marcheren terug naar Ploisy en trekken door de ruïnes van Bercy. Het ziet er afschuwelijk uit, nog het ergste op de weg naar Chaudun. Hoewel we geharde soldaten zijn, raakt het ons toch, dat zicht van die lichamen die aan stukken gereten of die overreden zijn, vriend en vijand, blank of zwart. Het is ook heel warm en de geur van deze lichamen in ontbinding is ondraaglijk.

4 juni 1918 : onze divisie kan uitrusten in de achterhoede nabij Billy.

7 juni 1918 : Einde van onze rustpauze. We trekken terug naar Ploisy en Missy.

8 juni 1918 : We betrekken een commandopost ten noorden van Chaudun. De telefoonlijnen worden weer aangelegd en onze batterijen zitten in de posities die hen zijn aangewezen. Het slagveld bekeken vanaf de top is een vreselijk zicht : uitgebrande tanks en eromheen meer lijken dan je kan tellen.

9 en 10 juni 1918 : We blijven nog in onze nieuw aangelegde loopgraven en wachten. Enkele artillerieschermutselingen over en weer. We wachten tot we weer in actie mogen komen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Duitseartillerie_juni1918