Oproep tot evacuatie van Armeniërs

Op 5 januari 1922 verlaten het Franse leger en het Armeense legioen de streek rond Adana in Cilicië, Turkije na een bezetting van drie jaar. De positie van de Armeense minderheid wordt daarmee weer erg kwetsbaar.

Op 14 januari 1922 doet Paul Hymans een oproep om 120.000 Armeniërs te evacueren. Paul Hymans is minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Groote Oorlog en heeft zich daardoor een reputatie weten te verwerven bij de geallieerden. Na de oorlog wordt hij de allereerste voorzitter van de Volkerenbond, voorloper van de Verenigde Naties. Het is in die hoedanigheid dat Paul Hymans een telegram voorleest tijdens een plenaire zitting. De telegram in kwestie bevatte de oproep die de Armeense katholieke patriarch had gestuurd naar de Belgische kardinaal Mercier om steun te krijgen van de Volkerenbond. Gabriel Hanotaux, vertegenwoordiger van Frankrijk bij de Volkerenbond, antwoordt dat Frankrijk ervoor zorgt dat de Armeense katholieken en andere christelijke minderheden in Cilicië beschermd worden en dat daarvoor 30 miljoen Franse frank is voorzien.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/January_1922#January_14,1922(Saturday)

Paul Hymans

Politieke onrust in de Ierse vrijstaat

In januari 1922 neemt de politieke onrust in de Ierse vrijstaat toe. Aanleiding tot de onrust is het Engels-Iers verdrag van december 1921 waarmee Ierland een vrijstaat geworden is. Het discussiepunt voor de Ieren onderling is het feit dat de Ierse vrijstaat onderdeel blijft van het Britse gemenebest. Sommige politiekers aanvaarden dit maar anderen blijven streven naar een volwaardige republiek en verwerpen daarom het recente verdrag.

Op 6 januari 1922 biedt Eamon de Valera zijn ontslag aan als president van het Ierse parlement, de Dáil . Hij maakt zijn standpunt zeer duidelijk en wil herkozen worden als president zodat hij zijn eis voor een Ierse republiek kan hard maken aan de onderhandelingstafel. En hij voegt eraan toe dat ze maar iemand anders moeten kiezen als president als ze genoegen nemen met de Ierse vrijstaat binnen het Britse gemenebest.

Op 9 januari volgt de herverkiezing : de Valera verliest nipt met 60 stemmen tegen 58. Op 12 januari volgt dan een gebaar van goede wil van de Britten : alle Ierse politieke gevangenen krijgen amnestie. Dit bericht betekent goed nieuws voor 1.010 Ierse gevangenen. Op 14 januari wordt het Brits-Ierse verdrag door het parlement in Dublin geraticifeerd met 64 stemmen tegen 57. Michael Collins wordt de voorzitter van de voorlopige regering van de Ierse vrijstaat. De Dublin Gazette, krant van de Ierse executieve, de vertegenwoordiging van de Britse overheid, verschijnt voor het laatst op 27 januari. Daarmee is de overgang naar de Ierse vrijstaat officieel een feit.

Maar Eamon de Valera legt zich niet neer bij deze feiten. De Ierse vrijstaat gaat hem niet ver genoeg en hij verzamelt aanhangers om zich die zijn standpunt delen. De politieke spanning stijgt daardoor en zal uitmonden in de Ierse burgeroorlog in juni 1922.

Ierse Vrijstaat in 1922

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/%C3%89amon_de_Valera#Anglo-Irish_Treaty

https://en.wikipedia.org/wiki/January_1922


staking in Hong Kong

Op 12 januari 1922 begint een staking van zeemannen in Hong Kong, dan nog een Britse kolonie. Chinese zeemannen van Hong Kong en Caton (nu Guangzhou) staken om loonsverhoging af te dwingen. De lonen zijn nog steeds op het niveau van de oorlog gebleven terwijl de inflatie na de oorlog de prijzen omhoog heeft geduwd. Bovendien worden de Chinese zeemannen gediscrimineerd : voor hetzelfde werk worden buitenlandse zeemannen tot 80% meer betaald.

De staking komt niet onverwacht : in november 1921 heeft de Seamen’s Union van Hong Kong de eisen van loonsverhoging al op tafel van de werkgevers gelegd om de kloof van de lonen tussen Chinese en buitenlandse zeemannen te verkleinen. Als er geen tegemoetkoming komt, start de staking die al snel door 30.000 zeemannen wordt opgevolgd. In februari 1922 ligt er al voor meer dan 5 miljoen dollar aan goederen in de haven van Hong Kong te wachten op verscheping. En de Seamen’s Union laat het daar niet bij : ze probeert andere vakbonden en sectoren te overtuigen om aan te sluiten en zo een algemene staking te verkrijgen. Op 28 februari wordt de Emergency Regulations Ordinance als wet aangenomen door de regering van Hong Kong in de hoop de staking met uitzonderingswetten te breken. Maar het is al boter aan de galg. Hoewel de vakbonden en werkgevers aan het onderhandelen zijn, nadert de stad het stadium van anarchie : de vuilsnis wordt niet meer opgehaald, handelszaken zijn gesloten, het openbaar vervoer is tot stilstand gekomen en het voedsel gaat op rantsoen en wordt verdeeld aan de hand van voedselbonnen.

Na 52 dagen onderhandelen bereiken vakbonden en werkgevers een akkoord : op 5 maart 1922 stemmen de werkgevers in met een loonsverhoging van 15 tot 30 procent.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Seamen%27s_strike_of_1922

Russische hongersnood

In 1921 en 1922 heerst er hongersnood in Rusland. De oorzaak moet niet ver gezocht worden : Rusland heeft al een zeer moeilijke periode achter de rug : de Groote Oorlog van 19141917, de burgeroorlog van 1918 tot 1920. De legers van de burgeroorlog, hebben de gewoonte om van het land te leven. Die dichterlijke omschrijving verwijst naar een eenvoudige werkwijze waarbij de soldaten een deel van het eten van de boeren afnemen. De boeren reageren hierop door minder te verbouwen. In het vruchtbare wolgagebied was de verbouwde oppervlakte in 1920 een kwart minder dan in 1917.

Het resultaat is hongersnood die duurt van 1921 tot 1922. De overheid is verplicht om in te grijpen want de hongerige boeren komen in de verleiding om het gezaaide graan op te eten, wat zou betekenen dat er het jaar daarop geen oogst zou zijn. En de bezittingen van de orthodoxe Kerk worden in beslag genomen. Dat levert 2,5 miljard roebel op, waarvan 1 miljard gaat naar de bestrijding van de hongersnood. De rest wordt uitgegeven aan propaganda voor de wereldrevolutie. Amerikaanse hulp wordt eerst geweigerd, maar daarna dan toch toegelaten. Het Internationale Comité van het Rode Kruis organiseert de voedseltransporten, ook vanuit Londen, en weet de hongerige Russen te bereiken. e hongersnood zal echter nog het ganse jaar 1922 duren en ook in 1923 zijn er nog streken die lijden onder de hongersnood. Tijdens de ergste periode zijn er ook gevallen van kannibalisme gemeld. Men schat dat er in totaal 5 miljoen Russen zijn gestorven door de hongersnood.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Russische_Hongersnood_(1921-1922)

Operatie Nemesis slaat toe in Rome

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. Op 5 december 1921 slaat Nemesis toe in Rome. Uitvoerder van de aanslag is Arshavir Shiragian. De jongeman is 21 jaar oud en geboren in Constantinopel. Hij is een tiener als de Groote Oorlog uitbreekt in 1914 maar hij wordt al snel een lid van het ondergrondse verzet. Hij smokkelt vluchtelingen en wapens doorheen verschillende locaties in de stad. De meeste Armeniërs proberen te overleven door hun hoofd zo veel mogelijk te buigen, letterlijk en figuurlijk, maar Shiragian is iemand die het conflict met de politie niet uit de weg gaat, en soms ook wel opzoekt. Hij is robuust, vertrouwd met wapens, een goed schutter en trefzeker. Als hij naar Rome wordt gestuurd, heeft hij al eerder Turkse vijanden van de Armeniërs uit de weg geruimd.

Zijn doel is Said Halim Pasja die in een villa niet ver van de Spaanse trappen in Rome zijn toevlucht heeft gezocht. Said Halim Pasja was groot-vizier van het Ottomaanse rijk tijdens de Groote Oorlog en hij heeft zijn handtekening gezet onder het bevel van de deportatie van de Armeniërs. Said Halim is niet alleen in Rome. Er zijn nog andere Turkse ballingen die samen met hem wachten op de overwinning van Mustafa Kemal om dan naar Turkije te kunnen terugkeren.

Als Shiragian in Rome toekomt, sluit hij al snel vriendschap met een jonge oorlogsweduwe Maria die hem uitnodigt om bij haar in te trekken. Korte tijd later weet Shiragian de woonplaats van Said Halim Pasja te vinden in de Via Bartolomeo Eustachio nummer 18. De voormalige grootvizier heeft zich het leven aangemeten van een Italiaanse gentleman met entourage, een Zwitserse dienstmeid, een lijfwacht en secretaris. Om niet op te vallen, besluit Shiragian Helena, een Griekse jongedame in de buurt, het hof te maken. En hij koopt nieuwe kleren die zo opvallend zijn, dat ze de aandacht van hemzelf moeten afleiden. Een grote zwarte hoed en een lange zwarte overjas moeten het theatrale benadrukken.

Op 5 december 1921 gaat Shiragian tot de actie over. Hij neemt de trein en stapt uit in de buurt van de Via Bartolomeo. Hij komt ongewild zijn Grieks liefje Helena tegen en begint een gesprek, terwijl hij de buurt nauwlettend in de gaten houdt. Als hij de koets van Said Halim Pasja ziet, slaat hij zonder twijfelen toe. Hij plaatst zich in het midden van de straat, brengt het paard tot stilstand, gaat langszij de koets en met één welgemikte kogel in het hoofd doodt hij de voormalige groot-vizier. Dan houdt Shiragian de lijfwacht onder vuur en dwingt hem zijn wapen te laten vallen. Vervolgens laat hij het verschrikte paard met de koets erachter vertrekken. De koetsier kan de koets tot staan brengen, maar het is al te laat. Door de drukte van het Romeinse verkeer is Shiragian kunnen ontkomen. Ooggetuigen zien dat hij zijn zwarte hoed en jas weggooit en dat iemand anders die hoed en jas oppakt en een andere richting uitvlucht.

Shiragian komt terug thuis bij de Italiaanse weduwe Maria. Die heeft het nieuws van de moord al opgevangen en waarschijnlijk kan ze de link met haar minnaar leggen. Ze stelt hem voor dat ze beiden zich terugtrekken in haar verblijf op het platteland. Op deze manier kan Shiragian aan de Italiaanse politie ontsnappen.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, pp. 244-253

einde van het tweede winteroffensief

Het Oekraïense nationale leger lanceert een tweede winteroffensief tegen de bolsjewieken in oktober en november 1921. Het doel is eenvoudig : doordringen tot centraal Oekraïne en daar de verschillende partisanengroepen onder één militair bevel brengen. Er zijn drie legers die voor dit doel worden ingezet. Het aantal soldaten is eerder bescheiden : 800 en 400 voor twee legers, van het derde leger is geen aantal bekend. Naast het beperkt aantal soldaten is de onderlinge communicatie nog de grootste uitdaging. Gelukkig worstelen de bolsjewieken met eenzelfde communicatieprobleem. Bovendien hoopt men versterking te krijgen eens men de partizanengroepen rond Zaporozje kan doen aansluiten bij het offensief.

De drie legers lanceren hun offensief op verschillende plaatsen. Een eerste melding van oprukkende soldaten wordt genoteerd door de bolsjewieken nabij Kiev op 28 oktober 1921. Partizanen rond Khmara, Sviatenko en Orlyk sluiten zich bij het offensief aan.

De kleinste groep valt aan vanuit Bessarabië maar houdt het offensief slechts vijf dagen vol alvorens zich terug te trekken. De Podillia groep valt aan op 25 oktober 1921 en kent meer succes. Deze 2e groep valt een sovjet cavalerieregiment aan, vernietigt het en gebruikt de uitrusting om het offensief zelf verder te zetten als cavalerieregiment. Ze rukken op tot het dorp Vakhnivka, 60 kilometer ten noorden van Kiev. Daar stuiten ze op sterke sovjet tegenstand. Ze trekken zich al vechtend terug en steken de Poolse grens over op 29 november 1921.

De Volynhia  groep begint het offensief op 4 november 1921. Ze veroveren de stad Korosten, maar kunnen ze niet behouden. Als ze horen dat de Podillia groep zich terugtrekt, vertrekt ook de derde groep terug naar hun startpositie. Ze worden echter achtervolgd door een sovjet cavalerieregiment en omsingeld nabij het dorp Bazar. Daar leveren ze slag met de Sovjets alvorens ze tot overgave gedwongen worden. Wie zich overgeeft, is echter lang niet zeker van zijn leven. De Sovjets executeren 359 soldaten op 22 november 1921. Enkel 120 soldaten en officieren weten te ontsnappen.

Om deze executie te gedenken is er een monument in Bazar (oekraïne) opgericht. Daarvan ziet u de foto hieronder.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Winter_Campaign

monument voor de geëxecuteerde soldaten van het Oekraïens nationale leger

verkiezingen in België

Op 20 november 1921 zijn er verkiezingen in België. De kiezers stemmen voor een nieuwe kamer van volksvertegenwoordiging en een nieuwe senaat. Door de grondwetswijziging wordt het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd voor alle mannen vanaf 21 jaar. De vrouwen hebben op dat moment nog enkel stemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen. Door de aangepaste kieswetgeving beschikt geen enkele partij over de meerderheid van de parlementaire zetels. Men moet dus steeds een coalitie tussen verschillende partijen op de been brengen. Nu de Groote Oorlog gedaan is, wordt er niet meer gestreefd naar een coalitie van nationale eenheid. Deze verkiezingen leiden tot de regering Theunis I, die bestaat uit katholieken en liberalen (respectievelijk 80 en 33 zetels in de Kamer op een totaal van 186).

De regering onder leiding van Georges Theunis voert een conservatief beleid. Ze beperkt de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. De regering wilt aanvankelijk de strikte achturige werkdag versoepelen, maar stuit op tegenstand van de vakbonden. De stijging van de levensduurte wordt echter niet aangepakt. In januari 1923 zal deze regering, samen met de Franse regering het Ruhrgebied bezetten om Duitsland onder druk te zetten werk te maken van achterstallige oorlogsherstelbetalingen. De bezetting leidt tot een verlenging van de dienstplicht en is daardoor niet populair bij de Belgische bevolking. Bovendien neemt hierdoor ook de inflatie toe. Onenigheid rond de aanpak van de vernederlandsing van de universiteit van Gent verhoogt nog eens de onenigheid binnen de regering. Daarom zal de regering Theunis I in juni 1923 zal ontslag indienen, maar koning Albert I weigert en de regering voert een herschikking door en gaat verder als Theunis II.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_verkiezingen_1921

https://nl.wikipedia.org/wiki/Regering-Theunis_I

Georges Theunis

gevechtspauze in Turkije

Hans Tröbst schrijft in zijn dagboek over de periode na de slag aan de Sakarya, waar de Turken de Groene tot staan hebben gebracht voor Ankara. De gevechten zijn dan wel gedaan maar nu moet er voor alles gewerkt worden aan de spoorwegen om terug troepentransporten mogelijk te maken.

Na hartelijk afscheid van de kameraden reisde ik ’s anderendaags naar Polatli dat op drie kwartier rijden lag. Polatli was in tegenstelling tot de voorbije dagen redelijk leeg. Het hoofdkwartier was naar Sivrihisar verhuisd en tot mijn spijt stelde ik vast dat mijn vorige kwartier op slechts twee uur verwijderd was van het oude Gordion, waar destijds Alexander de Grote de befaamde knoop ontward had.

De algemene oorlogstoestand was somberder dan ooit. De frontofficier wist niet alles, en de stafofficieren hulden zich in zwijgen. De Grieken hadden zich in vruchteloze aanvallen aan de Sakarya uitgeput, hadden uiteindelijk toch de overgang van de rivier bedwongen en waren tot kort voor Polatli gestopt. De toestand van het Griekse leger was midden september 1921 zo dat ze volledig omsingeld waren en dat de capitulatie enkel een kwestie was van enkele dagen. De terugtocht naar Eskisehir was afgesloten, maar de Turkse soldaten waren door de voortdurende strijd ook zodanig aan het einde van hun krachtendar ze niet meer in staat waren de vijand te vernietigen en de veldtocht nog dit jaar te beëindigen. En zo was de toestand midden oktober.

Er heerste een gevechtspauze die de Turken benutten om soldaten vanuit de Kaukasus en Armenië over te brengen. Want voor hun was het van groot belang om de vijand voor het begin van de winter uit de drie bezette steden te verdrijven. Want de Grieken hadden alle dorpen verbrand, de spoorwegen konden niet gerepareerd worden en de Turken waren dus gedwongen om zich terug te trekken naar de enkele gespaarde dorpen rond Sivrihisar en dan kon de veldslag in de lente van volgend jaar weer helemaal opnieuw beginnen.

Nadat ik vijf uur op de trein in Polatli had gewacht, kon de reis eindelijk verder gaan. In het ganse land waren er geen kolen en dus moesten de machines op hout gestookt worden. En omdat het hout meer dan honderd kilometers in de omtrek niet voorhanden was, moest het met ossenkarren aangebracht worden. In mijn wagon was een internationaal gezelschap : een Arabische luitenant, een Duitse kapitein, een Anatolische luitenant en vier voormalige Russische officieren, waaronder een officier uit Tsjerkasy, twee uit Dagestan en één uit Azerbeidzjan. Men hoorde Duits, Arabisch, Turks, Russisch en Kaukasusdialecten door mekaar. Bij de bouw van de toren van Babel kon het niet erger geweest zijn. Uiteindelijk bracht de trein ons na urenlange vertraging in Ankara tegen half twaalf. Op een afstand van zestig tot zeventig kilometer had de trein elf uur en half nodig gehad. Men had die afstand op die tijd bijna als voetganger kunnen afleggen.

In Ankara kreeg ik te horen wat mijn nieuwe taken zouden zijn. Oorspronkelijk had men voorzien dat ik me bezig zou houden met het opstellen van artillerie in het station. Maar dan was men van mening veranderd en men had me in het spoorbataljon gezet die op dat moment bezig was met de herstelling van de brug nabij Beli-Köprü. Ik was tevreden en ook al was het niet mijn vak, het was tenminste iets nieuws. Maar het was wel weer duidelijk dat de Turkse legerleiding echt niet wist wat aan te vangen met buitenlandse officieren.

De opgave van ons spoorbataljon was om de brug van Beli-Köprü en omliggende sporen zo snel mogelijk te herstellen. Het was van levensbelang voor het leger om de spoorweg voor het begin van de winter terug open te stellen want de sneeuw die doorgaans rijkelijk valt, zou het autoverkeer langs de wegen bijzonder moeilijk maken. De Sakarya was hier vijf meter breed en snelstromend zodat het plaatsen van de steunpilaren van de nieuwe brug dagen in beslag nam. Bovendien was ook de veertig meter lange ijzeren brug over de Pursak tot ontploffing gebracht, samen met heel wat andere, kleinere spoorovergangen. De Grieken hadden van de vernieling duidelijk hun werk gemaakt.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

nieuwe politieke partijen zien het licht

Van 7 tot 10 november 1921 houden de Fasci Italiani di combattimento hun jaarlijks congres. Op 9 november 1921 acht Mussolini het moment daar om de paramilitaire groepen om te vormen tot een nieuwe politieke partij, de Partito Nazionale Fascista (PNF). Het symbool van deze partij zijn de bijlen met roedenbundel (fasces cum securi) , symbool van de rechterlijke macht uit de Romeinse oudheid. Binnen het jaar zullen de leden van deze nieuwe partij een mars op Rome houden en zo de macht voor hun leider (duce) afdwingen.

Enkele dagen later, op 14 november 1921, wordt de Partido Comunista de España (PCE) opgericht. Die nieuwe partij is een samengaan van 2 communistische partijen die hun krachten willen bundelen om zo meer politiek gewicht in de weegschaal te kunnen leggen. In 1936 zullen de Italiaanse fascisten en de Spaanse communisten met elkaar slaags raken tijdens de Spaanse burgeroorlog. En nog enkele jaren later, in 1941, zullen Italiaanse soldaten zij aan zij met de Duitse soldaten oprukken tegen de Sovjet-Unie als Hitler het land is binnengevallen om af te rekenen met de communistische aartsvijand. We zijn dan 20 jaar na de oprichting van de PNF, die de tweede wereldoorlog niet zal overleven.

bron

https://en.wikipedia.org/wiki/November_1921

Onbekende soldaat in Rome

Onbekende soldaat in Rome

In navolging van de Britten en Fransen in 1920 kiezen ook de Italianen een onbekende soldaat uit die begraven zal worden in Rome. Op 11 plaatsen waar er gevochten is, worden gesneuvelden, waarvan de identiteit niet bekend is, opgegraven. Op 28 oktober 1921 worden deze elf lijkkisten in de basiliek van Aquileia samengebracht. Maria Bergamas, moeder van de vermiste Antonio Bergamas, mag een keuze maken tussen deze elf lijkkisten. Antonio Bergamas, inwoner van Trieste (toen nog niet Italiaans) was in 1914 gedeserteerd uit het Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar zodra Italië in 1915 de kant van de geallieerden gekozen had, had hij als vrijwilliger in het Italiaans leger dienst genomen. Hij sneuvelt op 18 juni 1916 en wordt begraven. Een bombardement van het kerkhof zorgt ervoor dat men hem achteraf niet meer kan identificeren.

Zodra Maria Bergamas een lijkkist heeft uitgekozen, wordt die apart bewaard. De tien overige lijkkisten worden op 4 november 1921 begraven op het kerkhof nabij de basiliek van Aquileia. De gekozen lijkkist wordt op een trein geladen die in Aquileia vertrekt op 29 oktober om 8 uur. Die dag loopt het traject via de volgende stations : Aquilei, Udine, Treviso, Mestre , Venezia Santa Lucia. In Venetië vertrekt de trein op 30 oktober en doet de volgende stations aan : Padova, Rovigo, Ferrara, Bologna Centrale, In Bologna vertrekt de trein op 31 oktober en passeert de volgende stations : Pracchia, Pistoia, Prato, Firenze Santa Maria Novella, Arezzo. In Arezzo vertrekt de trein op 1 november en gaat langs de volgende stations : Chiusi, Orvieto, Orte, Portonaccio. De laatste rit brengt de trein op 2 november van Portonaccio naar Roma Termini.

Op 2 november 1921 om 9 uur wordt de lijkkist van de onbekende soldaat opgehaald door de koning en generaals van het Italiaanse leger. De lijkkist wordt op een kanonaffuit geladen en naar de basiliek van Santa Maria degli Angeli gebracht. Daar bewaakt een erewacht de lijkkist tot de dag van de begrafenis.

Op 4 november 1921, derde verjaardag van de wapenstilstand tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije, wordt de lijkkist van de onbekende soldaat op een affuit geladen voor de allerlaatste rit naar de “Altare della Patria” in het centrum van Rome.

De honderdste verjaardag van deze gebeurtenis wordt in Italië herdacht en aan het aantal tweets te zien met #MiliteIgnoto geven de Italianen hier heel wat aandacht aan.

bron
https://it.wikipedia.org/wiki/Milite_Ignoto_(Italia)