Nabi Musa pogrom in Jerusalem

Het islamitische Nabi Musa-feest, dat jaarlijks in Palestina wordt gevierd in Al-Quds (Arabische naam voor Jeruzalem) valt in 1920 samen met het Paasfeest volgens de kalender van de Oosters-orthodoxe Kerk. Beide feesten lokken veel bezoekers van beide religies. Ter ere van het Nabi Musa-feest wordt gewoonlijk een grote processie gehouden van Jeruzalem naar het graf van Musa door stammen en karavanen met vaandels en wapens. Daarbij houden notabelen gewoonlijk redevoeringen. In 1920 zijn deze ook gericht tegen de Joodse zionistische immigratie als protest tegen de beslissing van de Britse regering om de zionistische claims op Palestina te erkennen en te steunen. De stoet stopt bij de Jaffapoort, waar toespraken de sfeer nog verder ophitsen. De gangbare route door de Moslimwijk in de Oude stad naar de Haram al-Sharif is door de politie verlegd langs de Joodse wijk.
De onlusten beginnen op zondag 4 april 1920 om half elf ’s ochtends nabij de Jaffapoort met aanvallen op Joodse winkels en woonwijken. De aanvallers zijn bewapend met messen, knuppels en enkele vuurwapens. Het komt tot moord, vandalisme tegen joodse heiligdommen, plunderingen en verkrachtingen.De illegale zionistische zelfverdedigingsgroepen proberen de Joodse bevolking te beschermen, maar worden door de Britten niet toegelaten tot de Oude Stad. Joden die de Oude Stad proberen te ontvluchten worden door de Britten eveneens tegengehouden.
Op 7 april 1920 krijgt het Britse leger de situatie weer onder controle. Vijf Joden zijn vermoord en 216 gewond, waarvan 18 in kritieke toestand. Aan Arabische zijde zijn vier personen om het leven gekomen en er zijn 23 Arabieren en 7 Britse soldaten gewond. Christelijke pelgrims zijn ongemoeid gelaten.
De Britse militaire gouverneur Ronald Storrs krijgt achteraf scherpe kritiek te verwerken omdat hij voor het handhaven van de orde nauwelijks troepen in gereedheid heeft gebracht, terwijl het Nabi Musa-feest ook ten tijde van het Ottomaanse Rijk regelmatig tot onlusten heeft geleid en hij van tevoren van joodse zijde al gewaarschuwd is voor dreigende onlusten.
De Britten veroordelen meer dan 200, meest Arabische, personen tot gevangenisstraffen

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Nabi_Musa-pogrom

Incident in Frankfurt

Na de Kapp putsch op 13 maart 1920 (lees hier meer daarover), hebben de aanhangers van links zich verenigd en zijn op straat gekomen. Daarop beslist de Duitse Reichswehr soldaten te sturen om die linkse opstand neer te slaan. Dat gaat echter in tegen het verdrag van Versailles want nu stuurt Duitsland soldaten naar een gedemilitariseerde zone. Frankrijk stuurt troepen naar Duitsland op 6 april 1920.

Op 7 april 1920 komt het tot een incident in Frankfurt. Soldaten van het 3e Marokkaanse Tirailleurs Regiment zijn gestationeerd aan de Hauptwache in het centrum van Frankfurt. In het begin worden ze nog gade geslagen door een nieuwsgierige menigte. Maar de spanning neemt al snel toe en tot slot openen de Franse soldaten het vuur met een machinegeweer. Negen omstaanders sterven en zesentwintig worden gewond. Als de volgende dag het nieuws in de kranten verschijnt roepen de burgemeester Georg Voigt, de commissaris Ehler en de president Cossman op tot kalmte

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/French_occupation_of_Frankfurt

Beleg van Antep

Na de ondertekening van de Mudros-wapenstilstand op 30 oktober 1918 verhuist een deel van de Britse troepen van Mosul in Irak naar Kilis . De stad wordt op 6 december 1918 bezet door een Britse cavalerie divisie en een Indiase infanteriebataljon. De bezetting van Kilis door de Britten stelt de verbannen Armeniërs in staat naar hun huizen terug te keren, aangezien de lokale moslimbevolking vijandig staat tegenover hun terugkeer.

Britse soldaten arriveren op 17 december 1918 in Antep . Op 23 januari 1919 bezetten Britse troepen de strategische punten in de stad, te beginnen met het hoofdkwartier van de regionale gouverneur. De Britten zetten een staat van beleg in en de bewoners sturen een protestbrief naar de geallieerde autoriteiten.

Tijdens een protestbijeenkomst verklaart burgemeester Belediye Bashkanı Lütfi Bey dat hij fel gekant is tegen de bezetting. De Britse bezetting duurt ongeveer een jaar. De Britse regering staat onder zware druk van de publieke opinie over de terugtrekking en demobilisatie van haar troepen in het Midden-Oosten en op 15 september 1919 accepteert premier David Lloyd George enthousiast het voorstel van zijn Franse tegenhanger Georges Clemenceau om de controle over verschillende gebieden over te nemen – eerst Syrië maar ook Cilicia met de steden Maras , Antep en Urfa , en de Britten trekken zich terug naar Mosul. Op 29 oktober 1919 trekken de Franse troepen Kilis binnen en op 5 oktober Antep.

Door conflicten tussen de Fransen en de lokale bevolking, nemen de spanningen toe en gaat men van officiële protesten en openbare demonstraties over naar actieve voorbereiding op de strijd tegen de bezetters. Deze trend is een weerspiegeling van de mentaliteitsverandering van de Turkse revolutionairen die op het Sivas-congres op 4 en 11 september 1919 het politieke programma zouden aannemen van wat de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog was .

Op 1 april 1920 organiseren de Turkse strijdkrachten een opstand tegen de Franse troepen die uit de stad worden verdreven en die de stad op hun beurt belegeren. De Fransen brengen versterkingen uit Syrië en isoleren de omgeving van Antep. Inwoners van de belegerde stad lijden zwaar door de tekorten en vooral door de voedselcrisis en moeten zich, na 10 maanden beleg, overgeven.

In de loop van de tijd boeken de Turkse nationale strijdkrachten steeds meer succes en slagen erin om na de slag bij Sakarya het strategische initiatief te nemen in de strijd met de Griekse strijdkrachten. Het Frans-Turkse conflict in Cilicia ontwikkelt zich in deze tijd ten gunste van Turkse nationalisten en resulteert uiteindelijk in het vredesakkoord van Ankara uit 1921 tussen de regering van Parijs en de Grote Nationale Vergadering van Turkije . Na ondertekening van deze overeenkomst trekken Franse troepen zich terug uit Antep en staat de stad onder controle van de regering van Ankara.

Als eerbetoon aan het maandenlange verzet mogen de inwoners van Antep in 1928 hun stad omdopen in Gaziantep, wat zoveel betekent als “strijdend Antep”.

bron : https://ro.wikipedia.org/wiki/Asediul_Antepului
vertaling via http://itools.com/tool/google-translate-web-page-translator e

Evacuatie van Novorossiejsk

Novorossiejsk is een havenstad in Rusland gelegen aan de Zwarte Zee. Op 11 maart 1920 zijn de frontlinies zo’n 40 à 50 kilometer verwijderd. Het Witte Leger trekt zich na de aanhoudende nederlagen tegen het Rode Leger terug in de richting van de havenstad. Er zijn ongeveer 25.200 infanteristen en 26.700 cavaleristen in de omgeving van de stad.

De Britten melden general Anton Denikin dat ze maximaal 5.000 vluchtelingen uit de havenstad kunnen evacueren. Op 13 maart 1920 breekt de eerste paniek uit in de stad. Op 16 maart wordt de zuid-Russische regering ontbonden. Op 17 maart valt Jekaterinodar in handen van het Rode Leger. Op 22 maart 1920 nemen ze het station van Abinsk in. De enige manier om nog goederen en mensen te transporteren is via de spoorlijn, maar die wordt natuurlijk gecontroleerd door de militairen. Het doel is zoveel mogelijk soldaten uit de havenstad te evacueren naar de Krim en daar het Witte Leger te hergroeperen.

Op 25 maart 1920 zit het Rode Leger al in een voorstad van Novorossiejsk. Hierdoor wordt de spoorlijn afgesneden en het Witte Leger moet zijn gepantserde treinen achterlaten.

In de nacht van 25 op 26 maart begint het Witte leger aan de evacuatie. Ze steken opslagplaatsen in de haven en tanks met olie in brand. De Britten helpen bij de evacuatie en vanop hun schepen vuren ze naar de posities van het Rode Leger. Op 26 maart 1920 vaart het laatste schip, een Italiaanse cargo Baron Beck  de haven binnen. Paniek maakt zich meester van de wachtenden op de kade aangezien ze niet weten waar het schip gaat aanmeren. De paniek wordt nog groter als mensen elkaar verdringen om toch een plaatsje te bemachtigen.

Op 27 maart 1920 neemt het Rode leger de havenstad in. Enkele achtergebleven Witte regimenten geven zich over. In totaal kunnen 40.000 soldaten ontsnappen maar zonder paarden of zwaar materieel. Ongeveer 20.000 soldaten vallen in handen van het Rode Leger. Generaal Denikin neemt de verantwoordelijkheid van de mislukte evacuatie op zich en wordt vervangen door Pjotr Wrangel als opperbevelhebber van het Witte Leger.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Evacuation_of_Novorossiysk_(1920)

Onderstaande schilderij is van Ivan Vladimirov, getiteld “vlucht van de burgerij uit Novorossiejsk”.

slachting in Shusha

Aan het einde van de Groote Oorlog zijn er twee staten die aanspraak maken op de regio Nagorno-Karabagh. Zowel Armenië als Azerbeidzjan eisen de regio op. De hoofdstad van die region, Shusha, ken teen bevolking die deels Armeens deels Azeri is.
Op 15 januari 1919 annexeert Azerbeidzjan de regio en Engeland aanvaardt dit als voorlopig feit maar dringt aan op een vredesoverleg die een definitieve oplossing moet brengen. De Nationale Raad van Nagorno Karabagh dringt echter aan op zelfbestuur. Vanaf juni 1919 zijn er geregeld gewapende conflicten tussen de Armeense en Azeri gemeenschappen van de regio. De voorlopige bewindvoerder aangesteld door de Azerische regering, Khosrov Sultanov, begint met het afgrendelen van de Armeense wijken in Shusha.
Op 17 februari 1920 vraagt Sultanov aan de Raad van Armeniers in Nagorno Karabagh om een definitieve aanvaarding van de regio binnen de grenzen van Azerbeidzjan. De Raad wijst na een congres, dat loopt van 23 februari tot 4 maart, deze eis af.
Op 22 maart 1920 komt een militie Shusha binnen met het doel de Azeri soldaten in Armeense wijken te ontwapenen en de verdediging van de burgers te verzekeren. Ze rekenen op het feest van Novruz (Perzische nieuwjaar) om de Azeris te kunnen verrassen. Maar de militie is niet opgewassen tegen haar taak. De Azeris, zowel soldaten als burgers, trekken de Armeense wijken van Shusha binnen en houden een pogrom van 23 tot 26 maart 1920. Gebouwen worden in brand gestoken en vele Armeniërs worden gedood.
Een jaar later, op 18 juli 1921, zal Bebhud Khan, de Azerbeidzjaanse minister van binnenlandse zaken in Constantinopel vermoord worden door een Armeens commando voor zijn aandeel in deze slachting.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Shusha_massacre

De foto hieronder toont de afgebrande huizen van de Armeense wijken in Shusha.

einde van de grote Siberische ijsmars

In de zomer van 1919 behaalt het Rode Leger een grote overwinning op het leger van Kolchak. ZIjn soldaten graven zich in op een linie tussen de rivieren Tobol en Ishim om de Roden tegen te houden. Het Rode Leger heeft op dat moment nog een tweede dreiging, namelijk het Witte Leger onder leiding van Anton Denikin dat vanuit het zuiden Moskou nadert. In de herfst van 1919 is Denikin verslagen en kan het Rode Leger nu alle aandacht geven aan het oostfront. Midden oktober 1919 breken de Roden door de Witte linies aan de Tobol rivier. In november 1919 trekken de Witten zich wanordelijk terug tot Omsk. Op 14 november 1919 valt Omsk in de handen van het Rode Leger.

De grote terugtocht begint na de zware nederlagen van het Witte Leger in november en december 1919. De Witten trekken zich terug langs de transsiberische spoorlijn op de hielen gezeten door het Rode Leger. Dat Rode Leger neemt Tomsk in op 20 december 1919 en Krasnoyarsk op 7 januari 1920.

Op hun terugtocht krijgen de Witten te maken met aanvallen van partizanen en ongeregelde troepen. Hun moreel is laag, de aanvoerlijnen van voedsel en voorraden zijn onzeker en de discipline zakt zienderogen. Daarnaast is er nog de Siberische Winter die het hen moeilijk maakt.

Tijdens de terugtocht verliezen de Witten op 17 januari 1920 ook nog eens hun opperbevelhebber Kolchak. Lees maar daarover op deze pagina : https://martinusevers.org/2020/01/17/het-einde-van-aleksandr-koltsjak/

Generaal Kappel volgt Kolchak op maar ook hij is gehinderd door het feit dat het Tsjechoslovaakse legioen de spoorlijn in feite controleert. Hij leidt zijn leger naar het Baikalmeer nabij Irkoetsk in januari 1920. Hun einddoel ligt ergens nabij China en ze steken het Baikalmeer over bij ijzige temperaturen tot 40°C onder nul. Ongeveer dertigduizend soldaten, sommigen met hun gezin, steken het meer over naar Transbaikalia. Heel wat vluchtelingen zullen doodvriezen tijdens deze vlucht. Ook generaal Kappel lijdt onder de extreme temperaturen en hij sterft aan bevriezing en een longontsteking op 26 januari 1920.

De overlevende van de ijsmars vinden beschutting in Tsjita, de hoofdstad van de regio Transbaikal. Ze sluiten aan bij het Witte Leger van Semyonov en er is een belangrijke Japanse militaire aanwezigheid die nog dateert van de periode dat de geallieerden het Witte Leger wou steunen in hun gevechten tegen de bolsjewieken.

Het Rode Leger neemt Irkoetsk in op 8 maart 1920. Daarmee is de grote Ijsmars ten einde. Het centrale comité van de Russische Communistische partij geeft het Rode Leger bevel niet verder op te rukken dan Irkoetsk. Ze willen een militair conflict vermijden met Japan, aangezien op dat moment er al een oorlog bezig was in het westen met Polen.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Great_Siberian_Ice_March

Putschisten in Berlijn

In 1919 wordt de troepensterkte van de Reichswehr geschat op zo’n 350.000 man. Volgens de bepalingen van het Verdrag van Versailles mag het Duitse leger maar 100.000 man hebben. De geallieerde commissie in Berlijn heeft de Duitse minister van oorlog, Gustav Noske, gevraagd twee Freikorps-brigaden  te ontbinden die even buiten Berlijn zijn gestationeerd. Het zijn de marinebrigade onder kapitein Ehrhardt en de oostzee-brigade onder generaal graaf von der Goltz. In feite zijn het particuliere legers maar de geallieerden willen hun bestaan zo dicht bij de hoofdstad niet tolereren.

In maart 1920 worden er orders uitgevaardigd dat de marinebrigade Ehrhardt moet worden ontbonden. De leiders van de brigade zijn vastbesloten zich te verzetten tegen de ontbinding van hun eenheid. Zij roepen de hulp in van generaal Walther von Lüttwitz, commandant van de Reichswehr in Berlijn. Lüttwitz is de echte leider van de putsch, maar de putsch krijgt de naam van Wolfgang Kapp, een 62-jarige ambtenaar, die de kanselier zal worden als de putsch slaagt. .

Na de weigering van kanselier Ebert om de orders voor ontbinding in te trekken, geeft Lüttwitz de marinebrigade Ehrhardt het bevel op te rukken naar Berlijn. Op 13 maart 1920 bezet de brigade de hoofdstad. Op dat moment roept minister Noske de Reichswehr op om de putsch neer te slaan, maar hij krijgt te maken met een ferme afwijzing. Chef der Heeresleitung Hans von Seeckt, opperbevelhebber van het leger, antwoordt : “Reichswehr vuurt niet op Reichswehr”. De regering wordt gedwongen Berlijn te verlaten en vlucht naar Dresden. Intussen vaardigt de regering een proclamatie uit waarin het Duitse volk wordt opgeroepen te staken. De Duitsers geven massaal gehoor aan de oproep en het land wordt lamgelegd. Hierdoor zakt de staatsgreep ineen en Kapp en Lüttwitz geven de staatsgreep op 17 maart 1920 op en vluchten naar Zweden.

Opmerkelijk is het gebruik van de swastika of het hakenkruis door de putschisten. Dat is een detail dat een niet zo toevallig toeschouwer van de putsch in Berlijn niet is ontgaan. In München heeft het leger de sociaal-democratische regering vervangen en ze hebben twee afgevaardigden naar Berlijn gestuurd om de twee militaire opstanden te coördineren. Een van die afgevaardigden is Adolf Hitler die de dagen van de Putsch zijn ogen de kost geeft en leert.

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kapp-putsch
Robert Payne, Hitler – een leven voor de dood, 1990