eerste Silezische opstand

Silezië behoorde van oudsher tot het koninkrijk Polen, vooraleer Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije Polen onder hun verdeelden. De streek is enerzijds bevolkt door Poolstaligen, die katholiek zijn en tot de lagere klassen behoren. Daarnaast zijn er ook etnische Duitsers, die protestant zijn en tot de hogere klassen behoren. In de streek van Opper-Silezië, ten oosten van de Oder, zijn de Polen in de meerderheid.

Op 15 augustus 1919 worden 10 Silezische burgers gedood door de Duitse Grenzschutz tijdens een arbeidsconflict in de mijn van Mysłowice . De Poolse mijnwerkers roepen op tot de staking die wordt gevolgd door 140.000 arbeiders. De Duitsers zetten 21.000 soldaten in en houden nog eens 40.000 soldaten in reserve. De reactie is brutaal en ongeveer 2.500 Polen worden opgehangen of eindigen voor het executiepeloton. 9.000 Polen steken de grens over naar de Poolse republiek. De eerste opstand komt op 26 augustus 1919 ten einde als de geallieerden ingrijpen en ervoor zorgen dat de vluchtelingen terug mogen keren.

In 1920 volgt dan de tweede Silezische opstand. Zoals onderstaande foto van een gepantserde wagen toont, zijn de Polen dan betere voorbereid. Na de derde opstand in 1921 bereiken de geallieerden een akkoord waardoor de helft van de Silezische bevolking aan Polen wordt toegekend, een derde van Silezië en drie kwart van de Silezische mijnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Silesian_Uprisings

protest van Franse piloten

Voor de overwinningsparade op de Champs-Élysées op 14 juli 1919 wordt de piloten gevraagd om te voet te marcheren, net zoals de infanteristen. De piloten beschouwen dit als een zwaar affront en een klein groepje besluit dit affront te beantwoorden door een vlucht onder de Arc de Triomphe. De piloot die wordt uitverkoren, is Jean Navarre, die 12 overwinningen heeft behaald en die tot de azen onder de piloten wordt gerekend. Maar Navarre sterft op 10 juli 1919 tijdens een trainingsvlucht.

De tweede keuze valt op Charles Godefroy. Die is vanaf 1914 soldaat geweest en is in 1917 overgestapt naar de luchtmacht. Met zijn vriend journalist Jacques Mortane bestudeert hij meermaals de Arc de Triomphe. Om het project geheim te houden, traint hij met een brug aan de Petit-Rhône, tussen Arles en Fourques. Mortane neemt zich voor de gebeurtenis te filmen. Men stelt de spectaculaire vlucht uit tot na de parade van 14 juli.

Op 7 augustus 1919 om 7u20, drie weken na de overwinningsparade, stijgt Chrales Godefroy op van het vliegveld van Villacoublay in zijn Nieuport 11. Hij cirkelt twee maal rond de Arc de Triomphe alvorens met grote snelheid te dalen en er onderdoor te vliegen. Veel marge heeft Godefroy niet. De hoogte van het gewelf van de Arc is 29,19 meter. Hij vliegt vlak over een tram tot grote schrik van de passagiers. Een half uur na het opstijgen is Godefroy terug op het vliegveld.

Fotografen en cineasten, verwittigd door Jacques Mortane, zijn aanwezig. Er worden foto’s en films gemaakt van de vlucht. De autoriteiten komen snel achter de naam van de piloot maar Godefroy komt ervan af met een verwittiging. Het is ook zijn laatste vlucht. Hij wijdt zich daarna aan zijn familie en zijn wijnhandel in Aubervilliers. Hij blijft lange tijd de enige piloot die erin geslaagd is om onder de Arc de Triomphe te vliegen. Pas op 18 oktober 1981 zal Alain Marchand er ook in slagen.

bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/Charles_Godefroy

De vlucht is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=HIZzkq5Y8q0


Roemenen bezetten Boedapest

Half april 1919 valt het Roemeense leger Hongarije binnen met de stilzwijgende toestemming van de Fransen. Een paar dagen later vallen de Tsjechen vanuit het noorden Slowakije binnen, dat tot dan deel uitmaakt van Hongarije.

Geconfronteerd met een buitenlandse bedreiging zetten de Hongaren tijdelijk hun interne geschillen opzij. Nu de Roemenen de Hongaarse territoriale integriteit bedreigen, tempert de bolsjewistische eerste minister Kun zijn retoriek over klassenstrijd terwijl het leger, ook de conservatieve officieren die maar weinig sympathie voor het bolsjewisme koesteren, zich bijeenpakt om de grenzen van het rijk te verdedigen.

Halverwege mei hebben de Hongaren de Tsjechen uit Slowakije verdreven, maar tegen de Roemenen zijn ze minder succesvol. Een poging on de invasiemacht in juli 1919 terug over de rivier de Tisza te dringen, wordt met een slim uitgevoerde tegenaanval van de Roemenen afgeslagen. Dat is het moment waarop veel Hongaarse officieren en soldaten besluiten de strijd te staken, nadat ze daartoe zijn aangezet door het Hongaarse oppositieleger onder admiraal Horthy, die wilt dat de Roemenen een einde maken aan Kuns radenrepubliek. Nu veel soldaten hun steun intrekken storten de Hongaarse linies in en kunnen de Roemenen Kun en zijn regime afzetten. Kun licht naar Oostenrijk en vervolgens naar de Sovjet-Unie.

Op 3 augustus 1919 veroveren de Roemeense soldaten Boedapest waar ze zullen blijven tot het begin van 1920. Ze begaan allerlei wreedheden tegen de plaatselijke bevolking en plunderen de Hongaarse hoofdstad op uitgebreide schaal. Dat geeft veel Hongaren het gevoel dat hun een afschuwelijk onrecht wordt aangedaan. Het feit dat deze misdaden niet worden begaan door de zegevierende westerse geallieerden, maar door soldaten van een land dat in 1918 door de centrale mogendheden was verslagen, maakt de ervaring nog smadelijker.

bron : Robert Gerwarth, de verslagenen, Balans

Roemeense cavalerie in Boedapest

Luik gelauwerd door de Fransen

Op 24 juli 1919 ontvangt Luik de président van de Franse republiek Raymond Poincaré. Die komt de vurige stede een ereteken overhandigen, namelijk het teken van de Ridder van de erelegioen (“la Croix de Chevalier de la Légion d’honneur”). De president had Luik dat ereteken al toegekend op 7 augustus 1914, nauwelijks drie dagen na de Duitse inval in België. Deze beloning is toegekend aan Luik voor het verzet van de stad en zijn twaalf forten. Dit verzet had inderdaad de geallieerden de nodige tijd gegeven om zich te organiseren en de Duitse inval tegen te gaan.

bron : https://www.rtbf.be/info/regions/liege/detail_le-24-juillet-1919-liege-recevait-officiellement-la-legion-d-honneur?id=10276585

Op naar Moskou

In Rusland woedt de burgeroorlog nog in alle hevigheid in juli 1919. Luitenant-generaal Anton Denikin vaardigt Richtlijn nr 08878 uit (ook bekend als de Moskou richtlijn) op 3 juli 1919 in Tsaritsyn. De richtlijn legt Moskou vast als operationeel en tactisch doel van de Witte legers. Als ze de hoofdstad van de Sovjetrepubliek veroveren, hopen ze daarmee ook deze Sovjetrepubliek op de knieën te krijgen.

In het begin van juli 1919 staan de Witte legers er goed voor aan het zuidelijk front. Hier zijn er heel wat opstanden gaande tegen de Rode terreur. Een gevolg daarvan is dat het Rode leger in de achterhoede enkel de steden en wat grotere gebieden controleert. De rest valt onder controle van opstandelingen die de Witte legers gunstig genegen zijn.

De Witte legers rukken op naar het noorden richting Moskou maar krijgen vanaf half juli te maken met Rode tegenaanvallen. Die volstaan om de Witte opmars naar Moskou te stoppen. In het westen en het zuidwesten hebben de Witten wel nog succes. Ze veroveren Poltava op 31 juli en ze brengen de Rode legers een nederlaag toe in Tavria en het westen van Yekaterinoslav. Eind juli zijn de witten al opgerukt tot de lijn Verkhnodniprovsk Nikopol Dnjepr rivier.

In het oosten neemt het Kaukasische leger van generaal Wrangel Kamyshin in op 28 juli 1919 en rukt verder naar het noorden op. Een divisie kozakken steekt de Wolga over en legt een groot bruggenhoofd in de regio van Tsaritsyn. Het leger aan de Don daarentegen moet zich verdedigen tegen Rode tegenoffensieven en verliest Liski en Balashov.

Het ganse offensief zal nog duren tot begin oktober 1919. Daarna nemen de Rode legers definitief de overhand.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Advance_on_Moscow_(1919)

vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

dreiging van een nieuwe oorlog

Duitsland is voor de vredesconferentie nadrukkelijk niet uitgenodigd. Pas eind mei 1919 vertrekt een Duitse delegatie onder leiding van minister van buitenlandse zaken graag Ulrich von Brockdorff-Rantzau uit Berlijn. De eerste contacten beloven echter weinig goeds. Wanneer de trein verwoeste gebieden in noord-Frankrijk doorkruist, laten de Fransen hem met opzet trager rijden, zodat de Duitsers nadrukkelijk met de oorlogsverwoestingen geconfronteerd worden. In Parijs leiden de Fransen de trein naar het afgelegen station Hôtel de Réservoirs in Versailles. Daarmee geeft Clémenceau een duidelijk signaal : in 1871 – na de Franse nederlaag tijdens de Frans-Pruisische oorlog – verbleven de Franse leiders tijdens hun onderhandelingen met Bismarck in hetzelfde hotel. Nu is het dus de beurt aan de Duitsers.

Na een week wachten worden de Duitsers uitgenodigd in het Trianon-paleis om daar het ontwerpverdrag te ontvangen. Daar opent Clémenceau de vergadering met :”Het pijnlijke uur van de afrekening is gekomen. U hebt om vrede gevraagd. Wij zijn hier om ze u te geven.”. Wanneer hij het verdrag doorneemt, beseft Brockdorff-Rantzau dat Duitsland voor vele jaren op de knieën wordt gedwongen. “Nu wordt verwacht dat Duitsland zich als enige schuldige van de oorlog bestempelt,” zegt hij. “Ik weiger zo’n bekentenis te doen : het zou gewoon een leugen zijn.”. Brockdorff-Rantzau tekent formeel protest aan en dringt aan op nieuwe gesprekken maar de overwinnaars weigeren te praten en blijven onverkort bij hun standpunt.

De Duitsers krijgen tot 23 juni om 19u de tijd om zich akkoord te verklaren met de vredesvoorwaarden. Is er op dat moment geen toezegging vanwege Duitsland, dan dreigt er opnieuw oorlog. In Parijs volgen dan spannende dagen. Pas op 23 juni om 15u30 – maar enkele uren voor het ultimatum afloopt – verklaren de Duitsers zich bereid om het vredesverdrag te ondertekenen.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau