de slag van Megiddo

De slag van Megiddo, die begint op 19 september 1918 en duurt tot 25 september, wordt gezien als het hoogtepunt van de Britse invasie in Palestina. In de voorafgaande maanden heeft de Britse bevelhebber Edmund Allenby een tactisch plan uitgewerkt dat grote waardering verdient. Via een reeks van troepenverplaatsingen en voorafgaande acties manoeuvreert zowel het Britse leger als de Ottomaanse tegenstrever in de gewenste posities. De Britse overwinning is groot : 25.000 Ottomaanse en Duitse gevangenen en slechts 10.000 ontsnapten.

De verleiding om deze veldslag slag van Megiddo te noemen was groot, maar slag van Nabloes zou correcter geweest zijn. In 1478 voor Christus werd al een slag van Megiddo uitgevochten, toen tussen Thoetmosis III en de Hittieten. Dit is bovendien de eerste veldslag uit de geschiedenis waarvan een geschreven verslag bestaat, weliswaar in de vorm van hiëroglyfen in de tempel van Karnak (Egypte).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Megiddo1918

Aanval op de Hindenburglinie

De geallieerde aanvallen de voorbije weken drongen de Duitsers achteruit, zodat die nu op de Hindenburglinie zitten. De acties van 18 september 1918 moeten duidelijk maken hoe moeilijk die hindernis is.

de 1e en 4e Australische divisie vallen na de voorste rand van de Hindenburglinie aan samen met Britse troepen. Vanaf 5u20 is er aanhoudend spervuur, voor velen het zwaarste dat ze ooit meemaakten. Het is mistig en het regent.

Om 8u30 rukken de geallieerden op naar hun volgende doel, oude Britse loopgraven die nu opgenomen zijn in de Hindenburglinie. Versterking na versterking nemen ze in, tot ze de heuvelrug bereiken bij de voornaamste Duitse versterkingen.

De doelstelling voor vandaag is gehaald, ten koste van 1260 mannen. Nu begint het bij de geallieerden door te dringen dat ze deze vermaledijde oorlog nog kunnen winnen voor het einde van het jaar.

De schilderij hieronder is van Will Longstaff, getiteld “BReaking the Hindenburg Line”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillLongstaff_Breaking_the_hindenburg_line

Bommen en mijnen in Zeeland

Britse en Duitse vliegtuigen raken op 17 september 1918 boven de Oosterschelde in gevecht met elkaar. Waarschijnlijk zijn de Britten onderweg naar de Belgische kust om daar een lading bommen te lossen op vijandige installaties. De Duitse toestellen willen dat natuurlijk beletten.

De bemanning van het Nederlandse schip Verandering, dat op oesters vist bij Zierikzee, bemerkt dat een van de toestellen drie bommen lost, wellicht om beter te kunnen manoeuvreren. De bommen komen in het water terecht en ontploffen maar richten verder geen schade aan.

Zeppelins en vliegtuigen losten regelmatig onontplofte bommen in de Noordzee. Veel ernstiger nog is het gevaar veroorzaakt door de in zee geplaatste mijnen : tijdens de oorlog spoelen er meer dan zesduizen aan op de Nederlandse kust. Menselijke nieuwsgierigheid resulteert daarbij in talloze slachtoffers.
Onderstaande foto toont een zeemijn aangespoeld in Renesse.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/oorlog-op-zee

Renesse_Zeemijn_WO1

 

Bloedige Sint-Corneliusdag te Aalter

Spoorwegstations en hun omgeving zijn geliefde doelwitten voor bombardementsvluchten. Dat ondervindt Aalter op 16 september 1918, uitgerekend op de feestdag van zijn patroonheilige Sint-Cornelius. Normaal is dit een kermisdag maar in het zoveelste oorlogsjaar is daarvoor allicht niet veel animo meer.

Tijdens een geallieerde luchtaanval treft een bom de hoeve van August Ardeel die een eindje van de spoorweg ligt. Er valt een dodelijk slachtoffer, de 64_jarige Henri Lamiroy, die net om melk kwam. De man is hoofdtreinwachter en woonde nog maar goed twee jaar in het dorp.

Onderstaande foto toont de hoeve Ardeel na de aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2012/09/een-bloedige-st-corneliusdag-1918.html

hoeve_ardeel_19180916

Hoeve Ardeel na de luchtaanval te Aalter 

 

Crash te Cadzand

Boven Zeebrugge treft op 15 september 1918 Duits geschut een vliegtuig bestuurd door kapitein W.R. Harrison in de olietank. Enkele minuten later is het toestel boven het grondgebied van het neutrale Nederland en daar zou het veilig moeten zijn. Nederlandse militairen beschieten op hun beurt het Britse vliegtuig. Tijdens de noodlanding bij Cadzand gaat de DH-9 over de kop maar de bemanning overleeft.

Ondanks de klap is het in Duinkerke opgestegen vliegtuig niet verloren. De Nederlanders interneren het, zoals ze vaak doen met toestellen van oorlogvoerende landen die op Nederlands grondgebied terechtkomen : het toestel wordt hersteld en ingeschakeld bij de Nederlandse luchtvaartactiviteiten.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.cadzandgeschiedenis.nl/images1900-heden/1914fabriek.html

Havilland_DH9_Cadzand_1918

 

 

Heimwee naar Gent

Raoul Snoeck verlangt hoe langer hoe meer naar zijn geboortestad Gent. Maar na meer dan 4 jaar aan het front heeft hij nog altijd vechtlust om de vijand van de vaderlandse bodem te verdrijven.

8 september 1918 : Ik verlang ernaar om weldra naar Gent terug te keren. De hunker naar mijn geliefde stad wordt steeds sterker naarmate de hindernissen die me van haar scheiden, zich opstapelen en de duur van mijn ballingschap langer wordt. Vanuit mijn observatiepost domineer ik het ganse slagveld. ’s Nachts betrek ik met Xantipe, Van Nuffel en adjudant Wauters een stevig gebouwde Duitse schans. Ik droom van een verrekijker die voldoende sterk is om me het Belfort, de massieve toren van Sint-Baafs en andere vertrouwde monumenten te laten bekijken. Wat een verbeelding ! Ga ik ze nog in werkelijkheid terugzien. Chi lo sa ? , wie weet, zou mijn Italiaanse marraine zeggen.

12 september 1918 : Ik zou wel een beetje willen vertellen wat er is gebeurd maar de tijd ontbreekt me. We zijn overwerkt en ik begrijp niet hoe onze mannen nog weerstaan aan de vermoeidheid. Het is middag en we moeten opnieuw aanvallen om twee uur. We hebben allemaal zin om de vijand een ferme oplawaai te geven. Weg ermee !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

RaoulSnoeck_191809

Raoul Snoeck 1918

 

slag van Saint-Mihiel

Amerikaanse en Franse troepen, onder leiding van generaal John Pershing, vechten vanaf 12 september 1918 de slag van Saint-Mihiel uit met de hoop door de Duitse linies te breken en de stad Metz te veroveren. Ofwel is de aanval goed getimed ofwel hebben de Amerikanen wat geluk : net nu zijn de Duitsers bezig met een terugtrekkingsmanoeuvre, zodat hun artillerie niet in stelling is. In ieder geval staat de generaal erom bekend dat hij zijn aanvallen minutieus voorbereid. Een belangrijke factor in het Amerikaanse succes is de aanwezigheid van hun commandanten in de frontlinies, terwijl ze bij andere geallieerde legers vaak hun bevelen van achteraan geven. Het succesvolle Amerikaanse optreden dwingt respect af bij de Fransen.

Generaal Pershing vindt de opmars voldoende en laat zijn troepen niet vechten om de versterkte stad Metz. Hij spaart zijn troepen voor het Argonne-Maas-offensief dat eind september aanvangt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SlagSaintMihiel_19180911