geruchten van de Turkse voorposten

Sinds de zomer van 1921, waarbij de Turken het Griekse leger voor Ankara tot staan brachten, zijn er geen grote veldslagen meer geweest. De Griekse en Turkse posities blijven grotendeels ongewijzigd. Grieken proberen tevergeefs steun te krijgen van de Britten en Fransen. Ondertussen versterkt Mustafa Kemal zijn leger verder in afwachting van het grote moment. En dan komen er hoopvolle berichten van de Turkse voorposten. Die berichten sijpelen door tot in de achterhoede waar de Duitse officier in Turkse dienst Hans Tröbst die ook opvangt. We laten hem hieronder in zijn dagboek aan het woord. Op 2 augustus 1922 noteert Tröbst het volgende :

Bij de Turkse voorposten zijn er burgers uit Afyonkarahisar verschenen met de melding :”De Grieken zijn weg, ze hebben de ganse spoorweg naar Smyrna bij hun terugtocht vernield. Wij hebben geen overheid meer, komt alstublieft. “. Aangenomen dat dit waar is en dat Eskişehir ontruimd is, dan beoordeel ik dit op een andere manier als de triomferende Turken. Deze veldtocht is niet op een militaire manier maar een politieke manier gevoerd. Sinds weken is het een publiek geheim dat de Grieken ijverig evacueren en ontruimen. Als men een gedemoraliseerd leger aanvalt, en dat is het Griekse leger zeker, dan mag je met 75% waarschijnlijkheid aannemen dat die kerels het op een lopen zetten. Ali Ishan Pasha had om die reden willen aanvallen, maar het parlement heeft hiervoor geen toestemming gegeven. En daarom heeft hij zijn ontslag ingediend.

En terwijl de evacuering volop bezig is, verschijnt de Britse generaal Townshend. Daar zie ik verbanden tussen. Volgens mij hebben de Engelsen de Grieken gedwongen om te ontruimen, en Townshend is met dit bericht en Engelse voorstellen of moet ik zeggen voorwaarden naar Ankara gekomen. Misschien moeten de Grieken terug naar de Sèvres-linie, die hun oorspronkelijk op basis van het vredesverdrag door de Entente is gegarandeerd. Griekenland heeft zich door de oorlog financieel geruïneerd en het heeft de ENgelse leveringen contant moeten betalen. Nu moppert men dat de Engelsen Saloniki van de Grieken als betaling willen. Dat zou nog eens een leuk Engels geschenk zijn. Engeland heeft zich al alle bgrote bronnen van inkomsten laten verpandenen nu dwingt het ook nog Saloniki af en laat Griekenland als een uitgeperste citroen achter.

Nu ben ik toch zeer benieuwd hoe het theaterstuk verder loopt. Gaan de Grieken weglopen tot Smyrna of zelfs Athene ? In ieder geval ligt de weg naar Konstantinopel open en is de woede tegen Engeland groot. Wat nu ?

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Hans Tröbst uiterst links op de foto in gezelschap van 3 andere Duitsers – Ankara 1921

slag om Kilmallock

De Ierse burgeroorlog is het resultaat van een splitsing in de Ierse Republikeinse beweging na de ondertekening van het Engels-Ierse Verdrag in 1921. Het Verdrag verleent Ierland zelfbestuur als een heerschappij binnen het Britse rijk en maakt ook de opdeling van de zes graafschappen van Ulster mogelijk . Voor velen binnen de Republikeinse beweging wordt dit als onaanvaardbaar gezien en als een verraad dat leidt tot een splitsing tot voor- en tegenstanders van het verdrag. Na mislukte pogingen om vreedzame oplossingen te vinden, beginnen zowel het Iers Nationale Leger (voorstander) als het Iers Republikeinse Leger (IRA – tegenstander) strategische locaties te bezetten.

Dit leidt tot de eerste vijandelijkheden, maar pas op 27 juni 1922 begint de Ierse burgeroorlog met het bombardement door het Nationale Leger van de Four Courts in Dublin, dat bezet is door de IRA. Na hevige gevechten in heel Dublin, verovert het Nationale Leger de stad en begint het de rest van het land in te trekken.

De IRA slaagt erin om de provincies ten zuidwesten van een lijn gevormd van Limerick naar Waterford (bekend als de Munster Republiek) te houden. Na de val van Limerick City de IRA verdedigingswerken op rond de drie County Limerick-steden Bruff, Bruree en Kilmallock waarbij Kilmallock centraal staat in die verdediging omdat het een belangrijk knooppunt is van weg- en spoorverbindingen naar County Cork.

De gevechten, die op 20 juli 1922 beginnen en duren tot de verovering van Kilmallock door de strijdkrachten van de Vrijstaat op 5 augustus, zijn een van de weinige gevechten tijdens de oorlog waarbij gedefinieerde fronten bestaan tussen de twee tegengestelde partijen met versterkte gebouwen, barricades en zelfs loopgraven worden gebruikt.

Alles start met de aanval door de IRA op Bruff op 20 en 21 juli 1922. Na de val van Limerick City staakt de IRA de aanval tijdelijk, maar de volgende dag zijn ze erin geslaagd Bruff in te nemen. Deze overwinning is echter van korte duur, aangezien het Nationale Leger uiteindelijk op 23 juli Bruff herovert.

De volgende fase van de strijd concentreert zich op de stad Bruree ten westen van Kilmallock. Het Nationale Leger neemt de stad op 30 juli in na hevige gevechten waarbij artillerie en pantserwagens worden ingezet en waarbij verschillende strijders aan beide kanten omkomen. De IRA-commandant Liam Deasy, die het belang van de stad als startpunt voor een aanval op Kilmallock kent, lanceert onmiddellijk een tegenaanval met gepantserde auto’s en loopgraafmortieren. 

Zodra zowel Bruff als Bruree veilig zijn gesteld door het Nationale Leger, plannen de veldcommandanten, generaals Eoin O’Duffy en Murphy, de laatste aanval op Kilmallock. Dit houdt in dat veldartillerie (verkregen uit Groot-Brittannië) wordt ingezet.  Op 3 augustus 1922 maken ongeveer 2000 soldaten van het Nationale Leger, gesteund door pantserwagens en de artillerie, een algemene opmars naar Kilmallock vanuit het westen, noorden en oosten. De meeste gevechten bij Kilmallock vinden plaats op de nabijgelegen heuvels rond de stad. De troepen van het Iers Republikeinse Leger (IRA) hebben meer ervaring dan de troepen van het Nationale Leger, maar naarmate de strijd vordert, is het gebruik van artillerie tegen hun posities veelzeggend en dit dwingt hen uiteindelijk van de heuvels rond Kilmallock.

bron : https://liammck1745.wordpress.com/2018/02/25/the-battle-of-kilmallock-tracing-the-battle-on-the-ground/

Een gevangene van het IRA wordt weggevoerd door een soldaat van het Iers Nationaal Leger

Italiaans links op de barricades

Nadat de fascisten in bepaalde steden de macht hebben overgenomen, komt er van de linkerzijde een antwoord. De Alleanza del Lavoro roept op tot een algemene staking. De oproep, waartoe op 29 juli 1922 wordt besloten, zou geheim blijven tot de avond van 31 juli. Maar de publicatie van het nieuws in de Genuese hervormingsgezinde krant “Il Lavoro” op 30 juli stelt de fascisten in staat zich nationaal te organiseren voor repressie. De fascisten geven de regering 48 uur om de onrust te stoppen, waarna zij zullen ingrijpen.

In Genua, op de eerste dag van de staking, op 1 augustus 1922, zijn er botsingen tussen fascisten en antifascisten, die in de volgende twee dagen toenamen. De politiediensten breken in de nacht van 3 op 4 augustus de barricades op die zijn opgericht om het linkse hoofdkwartier te verdedigen. In die augustus 1922 zijn er doden en gewonden, en talrijke arrestaties en bevelen aan arbeiders om de regio te verlaten. In de volgende dagen bereiken de fascisten het doel van hun financiers, de Genuese reders: de vernietiging van de coöperatieve organisaties van de haven en het herstel van de oude methoden om havenarbeiders uit te buiten.

De staking in augustus toont de vechtlust van de arbeidersklasse. Maar gelanceerd zonder  voorbereiding, benadrukt het eens te meer het gebrek aan leiderschap en verdeeldheid van de linkse partijen en bewegingen in Italië. De lijst met nieuwe verwoestingen van vakbonden en politieke organisaties, volksadministraties beslaat het hele schiereiland.

Er zijn twee gevallen waarin de volkstroepen erin slagen de agressie af te weren : de steden Bari en Parma blijven links. In Parma zijn 15.000 fascisten onder leiding van Italo Balbo die de buurten van Oltre Torrente aanvallen, maar na vijf dagen gevechten met de linkse  Arditi del Popolo moeten ze hun nederlaag toegeven.

bron : Ma a Parma e Bari no pasaràn! – Patria Indipendente

Barricades in Parma – augustus 1922

zwarthemden veroveren de steden

In juli 1922, te midden van verwoesting van socialistische kantoren en politieke moorden, rukken de Italiaanse fascisten onstuitbaar op en zetten het hele land op zijn kop. De een na de ander belanden de grote Italiaanse steden in de handen van de zwarthemden, die de stadscentra bezetten en de ongunstige gemeenteraden verjagen. Na de verovering van Novara zal de fascistische leider Cesare de Vecchio in zijn toespraak op 20 juli 1922 zeggen :”De schuilplaatsen van het rode beest zijn bij honderden vernietigd. Nooit in Italië passeerde meer zuiverende wind en meer leeuwenkracht. Overal schijnt en klopt de driekleur, opnieuw ingewijd tussen de rijstvelden in de brandende julizon.”

De “achtergrond” van juli 1922 verschilt niet zo veel van een jaar dat wordt gekenmerkt door de escalatie van fascistisch geweld. Om deze maand echter centraal te stellen in de etappes die leiden tot de Mars naar Rome, is er de intensivering van een offensief dat enige tijd door de zwarthemden is gelanceerd en dat in de zomer van ’22 een beslissend moment vindt op weg naar de verovering van de macht: het innemen van steden .

Tussen juli en augustus 1922 vallen in feite verschillende belangrijke steden onder de klappen van de squadristi : Cremona, Viterbo, Novara, Rimini, Ravenna, Milaan, Ancona, Bari, Terni, Varese. De stedelijke centra worden binnengevallen door de fascisten, het hoofdkwartier van de oppositie verwoest, de politieke tegenstanders geslagen en vernederd, de onzichtbare administraties verdreven uit de instellingen. Zo komt de ontoereikendheid van de liberale staat en zijn autoriteiten steeds duidelijker naar voren, volledig uitgebuit door het fascisme, dat eind oktober zal profiteren van deze crisis.

bron : https://www.ildolomiti.it/societa/2022/il-domino-delle-citta-dal-sud-al-nord-il-luglio-1922-e-la-presa-fascista-dei-centri-urbani

moordenaars van Rathenau gevat

Op 29 juni 1922 koppen de Duitse kranten “namen van Rathenaus moordenaars ontdekt”. Als de kranten openen met de beschrijvingen van de daders, wordt nog dezelfde dag de chauffeur van de aanslag Ernst Werner Techow gearresteerd op een landgoed bij Frankfurt an der Oder. Erwin Kern en Hermann Fischer, de moordenaars van de Königsallee, zijn weliswaar nog niet gepakt maar de landelijke verspreiding van hun signalement ondermijnt hun zelfverzekerdheid.

De vlucht van Fischer en Kern is een wilde achtervolgingsjacht kriskras door Duitse landstreken, met hectische aftochten en veel wisselingen van kleding, valse sporen, afleidingsmaneuvers en tegenwerking. Door de golg van arrestaties zijn er gaten gevallen in het netwerk van Organisation Consul en is haar kracht zodaning verzwakt dat ze de twee mannen niet meer kan opvangen.

Half juli vraagt jurist Hans Wilhelm Stein een onderhoud met de leider van het geheime verbond Hermann Ehrhardt, de beroemde “Consul”. Stein vertelt Ehrhardt dat Erwin Kern en Hermann Fischer na een dagenlange vlucht bij hem in kasteel Saaleck onderdak hebben gevonden. Maar dan laat hun intuïtie de twee vluchters op het laatste moment in de steek.

Op 16 juli 1922 melden twee vakantiegangers op het politiebureau in Halle dat ze een licht hebben gezien in de woontoren van kasteel Saaleck, terwijl de kasteelheer op reis is. Tijdens een wandeling hebben ze daar twee jonge mannen gezien die eruitzien als de mannen op de opsporingsaffiches.

Drtig politiemannen omsingelen het kasteel, belegeren de woontoren en nemen gewapend met vuurwapens hun posities in. Fischer en Kern, overrompeld doordat ze ontdekt zijn,verschansen zich op de derde verdieping en klimmen vandaaruit naar het dakplatform. Een van hen roept nog :”We weten hoe we moeten sterven, wij sterven voor onze idealen, onze opvolgers komen eraan.”. Daarna trekken ze zich terug in de toren.

Een politieman vuurt met een karabijn enkele schoten in de richting van het torenvenster op de bovenste verdieping. Kern wordt door een van de schoten in zijn hoofd getroffen en zakt met zijn rug tegen de muur op de grond. Fischer sleept zijn kameraad naar het bed en tilt hem erin. Daarna gaat hij naast hem liggen en schiet zichzelf dood. Als de politiemensen de deur naar de bovenste verdieping openbreken, komen ze terecht in een onwerkelijke mise-en-scène, die door politiefotografen is vastgelegd.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

begin van de Ierse burgeroorlog

De Ierse onafhankelijkheidsoorlog (1919-1921) is nog geen jaar gedaan of het geweld breekt terug uit in Ierland. In 1922 is er nochtans hoop door het Brits-Ierse verdrag dat de rust eindelijk kan weerkeren. Dat verdrag voorziet in de Ierse vrijstaat met een eigen leger en politie. Het verdrag voorziet ook de mogelijkheid voor Noord-Ierland om bij het Verenigd Koninkrijk te blijven. Maar Vrijstaat betekent ook dat Ierland binnen het Brits gemenebest blijft met de Britse koning als staatshoofd. En dat gaat voor sommige Ieren niet ver genoeg. Dat bewijst ook de stemming in het Ierse parlement op 7 januari 1922. Het verdrag wordt goedgekeurd met 64 stemmen voor en 57 stemmen tegen. De Ierse nationalisten zijn diep verdeeld.

De Ierse president Eamon de Valera treedt af bij wijze van protest maar wordt niet herverkozen dor het parlement. Daarop verwijt hij de Ierse parlementairen dat ze hun eed aan de Ierse republiek schenden door het verdrag te aanvaarden. De verdeeldheid van de Ierse nationalisten komt tot uiting als de Valera begin maart 1922 een nieuwe partij sticht.

De verwarring is compleet bij de verkiezingen op 18 juni 1922. Er komen twee nationalistische partijen op die beiden de naam Sinn Féin dragen, maar waarbij de ene partij voor en de andere tegen het Brits-Iers verdrag is. De aanhangers van het verdrag behalen de meerderheid en ze worden gesterkt door de resultaten van de niet-nationalistische partijen waarvan de meerderheid ook achter het verdrag staat. Maar Eamon de Valera, zijn politieke aanhangers en de meerderheid van de IRA blijven gekant tegen het verdrag. Volgens sommigen zou de Valera gezegd hebben :”De meerderheid heeft het recht niet verkeerd te handelen.”.

Michael Collins en Arthur Griffith zetten ondertussen hun schouders onder de Ierse Vrijstaat en stichten het Iers nationaal leger dat de IRA moet vervangen. Maar hun tegenstanders zitten niet stil. Eenheden van de IRA die gekant zijn tegen het verdrag bezetten vanaf april 1922 de “Four Courts”, zo genoemd naar de vier gerechtshoven die in hartje Dublin zetelen. Griffith wil het Ierse leger direct laten optreden, maar Collins laat deze IRA aanhangers ongemoeid. Hij gokt erop dat de aanhangers van het verdrag de meerderheid behalen bij de verkiezingen en dat de bezetters van de Four Courts democratisch genoeg zijn om de bezetting dan te beëindigen. Maar dat gebeurt niet. Bovendien is er op 22 juni 1922 nog de aanslag op veldmaarschalk Wilson in hartje Londen. Deze aanslag dwingt de Ierse regering tot handelen. Als ze niet kunnen bewijzen dat zij de macht hebben in Ierland, dreigen de Britten zelf op te treden. Op 26 juni 1922 kidnappen de tegenstanders van het verdrag een Ierse generaal. Nu heeft Michael Collins geen keuze meer. Hij stelt de bezetters van de Four Courts een ultimatum. Op 27 juni moeten ze de bezetting beëindigen. Op 28 juni 1922 begint het Ierse leger de Four Courts te bombarderen. Na drie dagen bombardement geven de bezetters zich over. Maar vuurgevechten blijven nog voortduren in Dublin tot 5 juli 1922. De Ierse burgeroorlog is begonnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Irish_Civil_War

De Four Courts in Dublin na het bombardement

aanslag op Walter Rathenau

Zaterdag 24 juni 1922. Alweer zo’n natte, bewolkte junimorgen in Berlijn. In de ochtendedities van de Berlijnse kranten staan berichten over de parlementszitting van de vorige dag, over Helfferichs provocaties tegen de minister van Buitenlandse Zaken Walter Rathenau, over de debatten die tot in de avond duurden. Een paar kleinere voorstellen zijn door de Rijksdag uitgesteld tot deze zaterdag.

Ernst Werner Techow is sinds zeven uur vanmorgen op de been om te kijken hoe het met de reparaties aan de Mercedes staat. Hij schat dat de auto tegen tien uur weer rijklaar kan zijn. Door het observeren van de minister weten ze dat hij om half elf in de auto zal stappen. Nog één keer bespreken ze hun aanpak, verzekeren Erwin Kern en Hermann Fischer zich ervan dat hun chauffeur zijn zenuwen de baas is.

Kort voor half elf start Ernst Werner Techow de auto en rijdt de weg op. Hij parkeert de wagen in de Joseph-Joachim-Strasse. Van hieruit hebben ze zicht op de kruising van de Koenigsallee, die maar enkele meters verwijderd is van het huis met nummer 65. Als Rathenau naar het centrum wil rijden, moeten ze zijn auto zien langskomen.

Te veel inspanning, te weinig slaap en daardoor komt Rathenau iets te laat uit zijn huis in Grunewald. De minister stapt in zijn auto. Het is kwart voor elf. Er is op deze zaterdagmorgen maar heel weinig verkeer in Grunewald, zodat Techow ver vooruit kan kijken in de straat en zonder haast de achtervolging kan inzetten. Een politiemand ziet de twee auto’s langsrijden, het kleine grijze voertuig met de rode wielen, en daarachter de donkerbruine gevechtsmachine met de drie vliegenierskappen. Techow ziet een kar waardoor de auto voor hem moet afremmen en hijzelf de kans krijgt om aan te sluiten op precies dat punt dat ze gisteravond op de stansplategrond hebben afgesproken : de s-bocht in de Koenigsallee, hoek Wallotstrasse en Erdener Strasse.

Noch Walter Rathenau, noch zijn chauffeur Prozeller hebben iets van de achtervolging gemerkt. Een bouwvakker ziet twee open auto’s tijdens een inhaalmaneuver op zich afkomen tot ze ter hoogte van hem op armlengte naast elkaar rijden. Hij hoort acht tot tien schoten kraken. Daarna gooit een van de aanvallers een voorwerp zo groot als een vuist op de achterbank van de cabriolet. De aanvallers rijden met grote snelheid weg en er weerklinkt nog een doffe knal. De handgranaat is in de voetenruimte onder Walter Rathenau ontploft.

De verpleegkundige Helene Kaiser, die op de hoek van de Erdener Strasse op de tram zat te wachten, loopt naar de rokende auto toe en kijkt in het bebloede gezicht van de minister. Ze ziet de verbrijzelde onderste gezichtshelft, zijn lichaam dat uit vele wonden bloedt, de brandende bekleding en de grote zwartrode plas op de bodem van de auto. De chauffeur, die met behulp van de slinger de motor van de auto weer op gang heeft gekregen, keert en rijdt over de Koenigsallee naar de villa, terwijl Helene Kaiser zich om de stervende Rathenau bekommert. Wanneer Walter Rathenau kort voor elf uur weer terugkeert in zijn villa, is hij dood. Hij is vierenvijftig jaar geworden.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

Walter Rathenau

aanslag op sir Henry Wilson

Sir Henry Wilson is een hoge Britse militair met een indrukwekkende staat van verdienste. Zijn eerste ervaringen doet hij op tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Voor de Groote Oorlog is hij al betrokken bij de spanningen in Ierland tijdens het Curragh incident in maart 1914. Tijdens de oorlog dient hij als stafchef in het British Expeditionary Force van generaal French. Als French wordt opgevolgd door Haig, wordt hij de voornaamste liaison officier en in 1918 chief of imperial general staff in het Britse leger. Na de oorlog is hij veiligheidsadviseur voor Ierland. ZO speelt hij ook een rol tijdens de Ierse onafhankelijkheidsoorlog (1919-1921).

Op 22 juni 1922 keert sir Henry Wilson terug van de inauguratie van het Great Eastern Railway War Memorial in Liverpool street station. Twee leden van het IRA die in Londen zijn gelegerd, Reginald Dunne en Joseph O’Sullivan, wachten hem bij zijn terugkeer op. Beiden zijn veteranen van het Britse leger. Wilson is makkelijk te herkennen gezien hij in militair uniform terugkomt van de ceremonie. De IRA aanhangers vuren maar missen het eerste schot. In plaats van zijn huis in te vluchten trekt Wilson zijn zwaard en valt hen aan maar zo geeft hij hen de kans opnieuw te schieten. Zes kogels treffen doel waarvan er twee dodelijk zijn.

Tijdens hun vluchten schieten de aanslagplegers nog 2 agenten en een chauffeur neer maar ze worden uiteindelijk toch overmeesterd. Ze worden veroordeeld voor moord en opgehangen op 10 augustus 1922. De Britse geheime dienst onderzoekt de moord en verdenkt de opperbevelhebber van de Ierse vrijstaat Michael Collins als opdrachtgever voor de moord.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Sir_Henry_Wilson,_1st_Baronet

Sir Henry Wilson

politieke crisis in Griekenland

De tegenvallende militaire resultaten in de Turk-Griekse oorlog zorgen voor een politieke crisis in Griekenland. De eerste minister Dimitrios Gounaris overleeft op 11 mei 1922 ternauwernood een vertrouwensstemmingen het Griekse parlement waarbij zijn regering maar één stem op overschot heeft. Het uitstel is van korte duur : daags erna valt de regering dan toch nog.

Dimitrios Gounaris s evenwel geen onervaren politicus. In 1915 was hij al eerste minister geweest. In 1917 voelt hij zich genoodzaakt in ballingschap te gaan omdat hij eerder voorstander is van neutraliteit tijdens de Groote Oorlog. Die ballingschap duurt tot 1920 waarna hij terug op de politieke voorgrond treedt. Het duurt nog tot maart 1921 voor hij eerste minister wordt. Hij staat dan ook achter de Griekse offensief in Turkije. In het begin boeken de Grieken nog successen maar ze worden gestopt voor Ankara in de zomer van 1921. Als het tij keert, zoekt Gounaris steun bij de Britten. Die geven niet thuis en het kost Gounaris zijn kop. In mei 1922 is het nog figuurlijk als hij het premierschap verliest. Maar als de Griekse nederlaag in Turkije volledig is, en er komt een eind aan duizenden jaren Griekse aanwezigheid in Klein-Azië, dan wordt hem samen met andere politieke verantwoordelijken de rekening voorgelegd in de vorm van een proces. Op 28 november 1922 wordt Gounaris gefusilleerd.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Dimitrios_Gounaris
https://en.wikipedia.org/wiki/May_1922#May_12,1922(Friday)

Dimitrios Gounaris


Operatie Nemesis slaat weer toe in Berlijn

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. In 1922 beraamt men opnieuw een aanslag in Berlijn, na de moord op Talaat Pasha in Berlijn in 1921.

De Armeniërs sturen weer verkenners uit naar Berlijn om hun volgende slachtoffers te schaduwen. Eén van deze verkenners, Hrap Papazian, sluit vriendschap met Kemal, de zoon van Djemal Azmi, en met de weduwe van Talaat Pasha. Papazian doet zich natuurlijk voor als oud landgenoot maar verraadt zijn Armeense afkomst niet. Aan tafel hoort bij vaak verhalen over de vervolging van de Armeniërs tijdens de oorlogsjaren. Een andere verkenner, Arshavir Shiragian, sluit op zijn beurt vriendschap met de familie van een Duitse politieagent, herr Sack. Deze agent brengt het nodige papierwerk in orde voor Shiragian zodat hij legaal in Duitsland kan blijven.

Op de avond van 17 april 1922 besluit de groep tot de aanval over te gaan. Shiragian en Yerganian gaan na het eten een wandeling maken in de buurt waarvan ze denken dat ze hun doelwitten kunnen ontmoeten. Rond 10 uur ’s avonds zien ze hun doelwitten : Djemal Azmi, voormalig gouverneur van Trebizonde, en dokter Shakir wandelen met hun vertrouwde gezelschap langs de drukke straat. De Armeniërs vermoeden dat er ook gewapende lijfwachten in het gezelschap zijn en volgen hen daarom op een discrete afstand. Hun wandeling brengt hen langs de Uhlandstrasse, niet ver van de Kurfürstendamm. Eén van de cinema’s in de buurt speelt de film “Dr. Mabuse, der Spieler”. Er heerst een gezellige drukte. Yerganian fluistert Shiragian toe dat ze de operatie moeten afbreken wegens de aanwezigheid van twee lijfwachten en de mensenmassa’s op straat.

Shiragian maakt een kruisteken en antwoordt Yeragian dat hij zelf moet bepalen of hij meekomt of niet maar dat de aanval wat hem betreft doorgaat. Shiragian trekt zijn wapen en Yerganian volgt. De weduwe van Talaat Pasha ziet de wapens en begint te gillen. Shiragian duwt haar opzij, mikt en schiet Azmi onder zijn linkeroog. Die valt dood neer. Daarna richt Shiragian zijn wapen op dokter Shakir, vuurt en verwondt hem. Yerganian vuurt op zijn beurt op Shakir en geeft hem zo het genadeschot. Ze zetten het op een lopen, tot hun verbazing achterna gezeten door de massa toeschouwers in de straten.

Ze slagen erin om te ontsnappen en gaan later in de buurt kijken naar het resultaat van hun moordaanslag. De twee Armeniërs begrijpen dat er snel een politiecordon is opgezet. Shiragian geraakt aan de praat met een Duitse familie tussen de omstaanders en met deze Duitse familie slagen ze erin om door het cordon te wandelen zonder verder verontrust te worden.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books, p.254