Waar is Hans Tröbst ?

Het laatste bericht van Hans Tröbst, Duitse officier in Turkse dienst, dateert alweer van 9 juli. Na een tactische terugtocht tot aan de Sakarya rivier, zijn de Turken erin geslaagd om de Grieken een halt toe te roepen. Van 23 augustus tot 13 september 1921 woedt de slag tussen Turken en Grieken aan de Sakarya rivier. Daarna is het Griekse leger op de terugtocht. Maar waar is Hans Tröbst gebleven ? We volgen hem aan de hand van enkele uittreksels uit zijn dagboek. Op 15 augustus 1921 heeft het bataljon van Hans Tröbst bevel gekregen om naar Ankara te marcheren. Daar vinden we Tröbst terug.

De Grieken waren weer in opmars vanuit Eskişehir. Rijkelijk vier weken had de Griek laten voorbijgaan voor hij terug besloot een nieuwe aanval te wagen. Een onschatbare tijdswinst voor de Turken die in deze periode soldaten mobiliseerde. Ik had de indruk dat de Griek weer op een gedisciplineerde en strijdlustige troepenmacht zou stoten. Toch zag men de komende gebeurtenissen met zorgen tegemoet. De officiersfamilies kregen het bevel de stad te verlaten en terzelfdertiojd werden voorbereidingen getroffen om het oorlogsministerie en de regering naar Kayseri in Cappadocië te verhuizen. Wij bleven tot 24 augustus in de stad tot we op 25 augustus het bevel kregen om naar Jokshahan aan de rivier Kizil Irmak te marcheren. We rekenden op drie dagen tot Jokshahan. Vanaf de tweede dag kreeg het landschap weer een bergachtig karakter. Jokshahan was met Akara verbonden door een weg die tijdens de Groote Oorlog geouwd werd en tot Erzurum had moeten leiden tot de gebeurtenissen de bouw stopzette. Hier had men alle materialen uit Kutachia, Eskişehir en Ankara verzameld om ze in karavanen naar Josgad en Kayzeri te transporteren. Ware bergen van munitie, machineonderdelen en levensmiddelen waren in een bonte verzameling opgestapeld. In de vroege namiddag braken we onder een tropische hitte weer op aan de vijftig meter brede, visrijke rivier Kisil Irmak. s’ Avonds kwam weer het bevel dat het bataljon terug naar Ankara zou moeten keren. Omdat we haast moesten maken, keerden we per trein terug en na dertien uren sporen waren we weer in Ankara.

Wat voor mij bijzonder onaangenaam was, was dat men me niet aan het front liet en als Etappist beschouwde ik mezelf als soldaat tweede klasse. (De Duitsers gebruikten de term Etappengebiet voor de streek onder militair bevel achter de frontlinies en het landsgedeelte onder burgerlijke overheid. Tijdens de Groote Oorlog was Gent hoofdstad van het Etappengebiet in België). Ik besloot een laatste poging te wagen en me tot generaal Refet Pasha te wenden. Alsof het lot mijn gedachten kon lezen, kreeg ik bij aankomst in Ankara het bevel om ’s anderendaags om twee uur bij het kabinet van de oorlogsminister te verschijnen. ’s Anderendaags zag ik mijn bataljon vertrekken om stellingen te bowuen op zeventig kilometer ten zuidwesten van Ankara. Enkel één compagnie bleef achter in de stad. Om 2 uur stapte ik in de werkkamer van de generaal. Met bijzondere vriendelijkheid beloofde hij me van alles en hij smeekte me om nog enkele dagen in Ankara te blijven.

De slag aan de Sakarya duurde al twaalf dagen en ik had weinig hoop om daar nog iets van te beleven. De Turk vocht tegen een driemaal talrijkere vijand die de modernste militaire materialen had die hij van zijn Engelse vrienden had gekregen. Het was stil in de stad. De meeste families hadden Ankara al verlaten. Ikzelf lag met een zware malaria-aanval in bed. Zodra ik weer op de been was, kreeg ik de melding dat ik zo snel mogelijk naar mijn bataljon moest gaan om een commando over te nemen. Op 12 september 1921 vertrokken we. Het bataljon zou in het dorp Karagedik nieuwe stellingen moeten bouwen. Want de vijand had zijn omsingelingspogingen nog niet opgegeven, en de nieuwe linie zou de Griekse opmars tot staan moeten brengen.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

aanval op Otto Ballerstedt

Nu Hitler de nieuwe voorzitter is geworden van de NSDAP (lees meer daarover in dit bericht) , zet hij zijn propaganda op dezelfde manier voort als voorheen. De aanhoudende spanningen tussen Beieren en het Reich komen hem daarbij goed van pas. Nadat minister Matthias Erzberger van Financiën op 26 augustus 1921 is vermoord (meer info in dit bericht) , roept president Friedrich Ebert de noodtoestand uit. In strijd met de grondwet weigert Gustav von Kahr, minister-president van Beieren, te erkennen dat die ook in Beieren van kracht is. Zo blijft de sfeer onverminderd explosief. Materiële onvrede draagt het nodige aan de stemming bij. Met de devaluatie van de mark stijgen de prijzen. Voedselproducten zijn in 1921 bijna acht keer zo duur als vlak na de oorlog.

Om publicitaire redenen voert Hitler de provocaties aan het adres van zijn politieke vijanden en de autoriteiten verder op. Op 14 september 1921 verstoort hij de orde op een bijeenkomst in de Löwenbräukeller, waar één van zijn aartsvijanden, de voorzitter van de separatistische Bayernbund, Otto Ballerstedt, het woord zal voeren. Een groepje volgelingen van Hitler is vroeg gekomen om de zitplaatsen rond het podium te bezetten. Hitlers aankomst in de stampvolle zaal is het signaal om onder de kreet “Hitler, Hitler” het podium te bestormen. Iemand doet het licht uit in de hoop dat er dan niet gevochten zal worden. Maar dat maakt de chaos alleen maar erger. Als de lichten weer aangaan, blijken Ballerstedt en een partijgenoot gemolesteerd en gewond te zijn. De inmiddels gewaarschuwde politie moet naar het schijnt Hitlers hulp inroepen om zijn mannen tot bedaren te brengen. Dat doet hij graag. Hij heeft zijn doel bereikt. “Ballerstedt zal vandaag niet meer spreken.”, zo verklaart hij.

De zaak is daarmee niet afgefdaan. Ballerstedt dient een klacht tegen Hitler in. De rechter veroordeelt hem wegens verstoring van de openbare orde tot drie maanden cel, waarvan twee maanden voorwaardelijk, afhankelijk van goed gedrag. Zelfs zijn machtige vrienden kunnen niet voorkomen dat Hitler die ene maand moiet zitten. Tussen 24 juni en 27 juli 1922 zit hij in de Stadelheim-gevangenis in München. Hitler rekent later nog met Otto Ballerstedt af. Tijdens de nacht van de lange messen eind juni begin juli 1934 is Ballerstedt één van de duizenden slachtoffers van deze dagenlange moordpartijen.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/September_1921

Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, p. 242

Otto Ballerstedt

politieke moord in het Zwarte Woud

Het lagere aan de Rijn gelegen deel van het Renchdal wordt omzoomd door hellingen met wijngaarden en boomgaarden. Verderop in het dal gaan ze over in dichte bossen, afgelegen zijdalen en de bergketens van het middendeel van het Zwarte Woud. Vanuit het kuuroord Bad Griesbach loopt een wandelweg met nauwe bochten door een dicht woud naar de Alexanderschans op de Kniebis, een langgerekte bergrug.

Op 26 augustus 1921, na de vroegmis, maakt Matthias Erzberger zich op voor een wandeltocht met zijn partijgenoot Carl Diez, waarbij hij zijn vrouw en dochter niet meeneemt. Het is de laatste dag van de vakantie. Na het zomerreces van het parlement wil hij uit zijn politieke ballingschap terugkeren naar de bedrijvigheid van de hoofdstad van het rijk. Enkele dagen daarvoor heeft hij in Berlijn persoonlijk te horen gekregen dat de rechtszaak tegen hem wegens belastingontduiking is geseponeerd.

Met Diez, zijn vriend uit de partij, is er een en ander te bespreken voor de komende dagen. Diep in gesprek verwikkeld laten de wandelaars op de oplopende Kniebisstrasse de huizen van Bad Griesbach achter zich. Die nacht heeft het hard geregend en het druppelt nog altijd waardoor ze onderweg bijna niemand tegenkomen. Na de derde haarspeldbocht, die tussen hoge dennenbomen ligt, worden ze ingehaald door twee jonge mannen, van wie er één een landkaart bij zich heeft. Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen hebben zich voorgenomen deze keer un opdracht wel uit te voeren en de omstandigheden lijken gunstig. Toch missen ze ook deze kans om in actie te komen. Erzberger en Diez, die achterop zijn geraakt, lopen nog maar een bocht verder tot een boswachtershut en gaan dan terug naar Griesbach. Dat is tegen elf uur ’s ochtends.

Opeens begrijpen Tillessen en Schulz dat de tijd hun door de vingers glipt. Haastig gaan ze de anderen achterna tot ze hen in de tweede haarspeldbocht inhalen. Als ze even blijven staan, verdwijnen de remmingen bij Heinrich Tillesen. “Omdat ik het gevoel had dat het de hoogste tijd was dat we iets deden, trok ik mijn pistool en sprong naar voren”, zal hij later verklaren. Erzberger staat een meter of twee, drie voor Tillessen als die meerdere schoten achter elkaar rechtstreeks van ooghoogte op hem afvuurt. “Schiet, schiet dan toch,” hoort Schulz zijn kameraad roepen, “anders zou het allemaal voor niets zijn.”. En dan richt hij op Carl Diez, die door de druk van het schot omver valt. Erzberger sleept zich ondertussen naar het struikgewas aan de rand van de weg en glijdt op zijn buik van de helling omlaag naar het dal. Ze blijven schoten op hem afvuren. Schulz springt van het talud, daarbeneden ligt Erzberger, neergevallen aan de voet van een den. Schulz buigt zich over hem en schiet twee keer op zijn hoofd. Daarna klimt hij het talud weer op. Tillessen staat daar nog. Diez ligt gewond op de weg.

Ze hebben een vluchtplan nodig. Ze willen zich dwars door de velden een weg banen naar Oppenau. Hun revolver verstoppen ze ergens in een bosje. Enkele uren later komen ze aan in het pension, doornat en doodop. ’s Middags bij de koffie horen ze van de waardin dat enkele uren eerder, maar één dorp verderop, de bekende politicus Matthias Erzberger is vermoord.

Schulz en Tillessen gaan terug naar München waar ze verslag uitbrengen bij hun meerdere Manfred von Killinger. Als in de pers de eerste uitkomsten van het onderzoek verschijnen, beveelt hij hun de wijk te nemen naar Oostenrijk, en later naar Hongarije. Het netwerk van Organisation Consul dat connecties heeft met bevriende rechtsten en nationalisten werkt soepel. Ze krijgen telkens op het juiste moment aanwijzingen en financiële middelen. De Münchense hoofdcommissaris van politie Pöhner zorgt voor de reispapieren.

Hun opdrachtgevers in München hadden de politieke moord op de volksverrader vanuit de schaduw van de anonimiteit willen uitvoeren, zonder sporen na te laten. Maar anders dan de bedoeling is, zal Organisation Consul door de moord op Matthias Erzberger in het hele Duitse Rijk bekend worden. Twee weken na Erzbergers dood vaardigt het Openbaar Ministerie van Offenburg een arrestatiebevel uit tegen Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

slag aan de Sakarya

Tijdens de slag rond Kütahya-Eskisehir (lees meer daarover in dit bericht) zijn de Grieken in juli 1921 erin geslaagd om de Turkse defensielijnen te doorbreken. De Turken hebben zich teruggetrokken tot aan de rivier Sakarya. Daar hebben ze nieuwe defensies opgericht. Voor beide partijen is de volgende veldslag cruciaal. Verliezen de Turken, dan ligt hun hoofdstad Ankara binnen Grieks handbereik. Maar winnen de Turken, dan ziet het er voor de Grieken zeer benard uit. Ze staan dan als verliezer in vijandig gebied aan het einde van zeer uitgerekte bevoorradingslijnen. Na de inname van Eskisehir zijn de Grieken dan ook niet zeker wat ze het beste doen : hun posities consolideren, of een laatste poging wagen om de vijand definitief uit te schakelen ?

Op 10 augustus 1921 zet het Griekese leger zich in beweging. Ze rukken op richting Ankara en naderen de Sakarya waarachter de Turken zich hebben ingegraven. Ze marcheren negen dagen vooraleer ze contact maken met de Turkse soldaten. Op 23 augustus 1921 zijn er de eerste gevechten aan de rivier Gök met de Turkse voorposten. Op 26 augustus vallen de Grieken over de ganse lijn aan en ze steken de Gök over. Op 2 september veroveren de Grieken de strategische berg Chal. Hun poging om de linkerflank van de Turken op te rollen mislukt en daarna is het een inbeuken op de Turkse defensie. Door deze krachtsinspanning geraken sommige Griekse eenheden tot op 50 kilometer van Ankara. Maar verder geraken ze niet.

Dagenlang krijgen de Grieken geen versterking noch munitie. De Turkse cavalerie bestookt de Griekse aanvoerlijnen zeer deskundig. De Turken van hun kant kunnen wel voortdurend munitie en verse soldaten aanvoeren naar de meest bedreigde posities. Enkele dagen lijkt de strijd te luwen. Beide legers zijn stilaan uitgeput. In die rustige dagen slaagt een Turkse patrouille er bijna in om de Griekse koning Constantijn I gevangen te nemen.

Mustafa Kemal neemt op 8 september 1921 de leiding van een aanval op de berg Chal. De Grieken houden stand maar de Turken behalen toch een kleine militaire overwinning. De morele overwinning is echter vele malen groter. De Grieken vrezen dat dit de voorbode kan zijn van een definitieve doorbraak en met de herfst voor de deur verkiezen ze zich terug te trekken tot hun uitgangsposities in Eskisehir. Op 14 september 1921 beginnen ze aan hun terugtocht.

De Turkse overwinning aan de Sakarya zal de beslissende overwinning blijken in de maanden die komen. Mustafa Kemal wordt in Ankara gehuldigd als volksheld en krijgt de titel van veldmaarschalk. In oktober 1921 volgt er nog een verdrag met de Russen (verdrag van Kars) en een verdrag met de Fransen (verdrag van Ankara). Zo versterkt Mustafa Kemal de posities van de Turken door vrede te sluiten met een aantal voormalige vijanden.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_the_Sakarya

een aanslag in de maak

Begin augustus 1921 staan twee jonge mannen met een vrijwel indentieke levensloop, tot aan hun voornaam toe, in het kantoor van afdelingshoofd B in de “Beierse houtverwerkingsmaatschappij”, de schuilnaam van Organisation Consul, in München. TIjdens de oorlog zijn Heinrich Tillessen en Heinrich Schulz officieren geweest. Later hebben ze deel uitgemaakt van de stormcompagnie van marinebrigade Ehrhardt. Verbitterd hebben ze vastgesteld dat de rijksregering de beloften jegens henniet is nagekomen en dat ze zonder enige vorm van waardering op straat zijn gezet. De twee mannen laten zich meeslepen door een volksnationalistische woede, die nog toeneemt tijdens bijeenkomsten van radicalen en debatten met gelijkgezinden.

Schulz en Tillessen staan een klein jaar in de wachtstand tussen uiterlijke leegte en innerlijke opwinding voordat ze in mei 1921 door hun commandant Ehrhardt naar zijn organisatie in München worden geroepen. Drie maanden lang helpen ze in de O.C. centrale Manfred von Killinger. Dat is de man die in de marinebrgigade het bevel heeft gevoerd over hun stormcompagnie. Tillessen en Schulz zijn enkele dagen daarvoor tijdens een feestelijke beëdiging opgenomen in de Germanenorde, waarmee ze in contact zijn gekomen tijdens hun radicalisering in Regensburg. Door de eed die ze voor von Killinger hebben afgelegd, zijn ze nog sterker gebonden aan diens gezag.

Begin augustus krijgen ze een envelop met een brief. Daarin staat ongeveer dit :”Overeenkomstig de door de leiding gemaakte selectie bent u uitgekozen om de rijksminister van Financiën Erzberger uit de weg te ruimen. We laten het aan u over op welke manier u dit wilt doen.“. Onmiddellijk na het lezen moet Schulz het briefje voor de ogen van von Killinger verbranden. Daarna worden ze met een royale onkostenvergoeding met vakantie gestuurd.

Ze hebben drie weken nodig om Matthias Erzberger op te sporen. In de Rijksdag in Berlijn komen ze erachter dat hij op vakantie is in Zuidwest-Duitsland. Ze reizen hem per trein achterna, naar Stuttgart en Ulm, naar een thermaal bad in Biberach, naar een kuuroord in Beuron.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

een nieuwe voorzitter voor de NSDAP

In juni 1921 is de NSDAP (NationalSozialistische Deutsche Arbeiterpartei) op zoek naar geldschieters voor de zieltogende Völkische Beobachter. Tevens zijn er al enige tijd gesprekken gaande om een fusie voor te bereiden tussen de NSDAP en de DSP (Deutsch Soziale Partei). Ondanks enige accentverschillen in hun programma’s hebben beide partijen meer gemeen dan dat ze zich onderscheiden. Bovendien is de DSP een landelijke organisatie met aanhang in Noord-Duitsland, terwijl de NSDAP enkel een lokale aanhang heeft.Als de fusie door zou gaan, dan zou het nieuwe hoofdkwartier in Berlijn gevestigd worden, iets waar Adolf Hitler mordicus tegen is. In de kleine, hechte NSDAP is Hitler immers de grote man, een positie die hij bij een fusie kwijt zou kunnen raken.

En dan doemt er nog een groter gevaar voor hem op. In maart 1921 is er in Augsburg met de Deutsche Werkgemeinschaft een zoveelste völkische organisatie in het leven geroepen. De oprichter, dr. Otto Dickel, heeft tevens een boek geschreven, Die Auferstehung des Abendlandes, en heeft daarmee heel wat opzien gebaard in völkische milieus. Politiek gesproken staat Otto Dickel dicht bij de NSDAP en de DSP. Ook hij propageert de klassenloze maatschappij via nationale vernieuwing en de strijd tegen de “joodse overheersing” door maatregelen tegen de renteslavernij. Dickel wordt uitgenodigd en in afwezigheid van Hitler spreekt hij in München met groot succes de bomvolle feestzaal in het Hofbräuhaus toe, dezelfde zaal dus waar Hitler altijd optreedt. Er worden meer redevoeringen van Dickel gepland. De NSDAP-leiders zijn blij in hem een tweede populaire en uitstekende spreker gevonden te hebben.

Op 10 juli 1921 is er een bijeenkomst van de NSDAP en de Deutsche Werkgemeinschaft van Otto DIckel om samenwerkingsakkoorden te bespreken. Op die vergadering laat Hitler geregeld zijn kwaadheid blijken alvorens voortijdig de vergadering te verlaten. Op 11 juli laat hij weten dat hij zich uit de partij terugtrekt met als reden dat de delegatie in Augsburg de partijstatuten geschonden heeft. Hitler heeft al eens in 1920 gedreigd op te stappen als aan zijn eisen niet voldaan werd en toen heeft hij zijn zin gekregen. Op 13 juli deelt Anton Drexler, voorzitter van de NSDAP aan de rest van het bestuur mee wat de eisen van Hitler zijn : hij wil de post van voorzitter met dictatoriale macht krijgen, de hoofdzetel van de partij moet in München blijven, het partijprogramma wordt als onveranderlijk beschouwd en alle fusiepogingen worden gestaakt. De volgende dag al verklaart het partijbestuur zich bereid om Hitler die dictatoriale bevoegdheden te geven. Meer zelfs , het partijbestuur is verheugd dat Hitler het partijvoorzitterschap op zich wil nemen nadat hij Drexlers aanbod eerder heeft afgewezen. Op 26 juli 1921 schrijft Hitler zich opnieuw in als lid van de partij. Op de buitengewone ledenvergadering van 29 juli 1921 in de feestzaal van het Hofbräuhaus verdedigt Hitler zich tegen zijn opponenten in de partij. Hij wijst er trots op nimmer een partijfunctie te hebben nagestreefd en het voorzitterschap meermaals te hebben afgewezen. Ditmaal is hij echter bereid die post te aanvaarden. De nieuwe partijstatuten die Hitler in allerijl heeft opgesteld, bepalen in drie afzonderlijke punten dat de eerste voorzitter de volledige verantwoordelijkheid draagt voor alle activiteiten van de partij en dat hij slechts verantwoording verschuldigd is aan de ledenvergadering. Met slechts 1 stem tegen geven 554 betalende partijleden Hitler de dictatoriale macht.En daarmee is Hitler tot de nieuwe voorzitter van de NSDAP gekozen.

bron : Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, pp. 222 en verder

slag om Kütahya-Eskişehir

Tussen 10 en 24 juli 1921 leveren Grieken en Turken slag in de regio tussen Kütahya en Eskişehir. Beide steden liggen aan een spoorlijn die hen onderling en met Ankara verbindt. Ze zijn dan ook cruciaal voor het Turkse troepentransport. Na de 2e slag om Inönü (lees hierover in dit bericht ) hebben de Grieken gewacht op een tweede gelegenheid om alsnog beide steden in te nemen. De Griekse koning Constantijn komt aan in Anatolië om zijn troepen moed in te spreken.

De Grieken slagen erin om door de Turkse verdedigingslinies te breken en ze nemen zowel Kütahya als Eskişehir in. De Turken trekken zich ordelijk terug ten oosten van de Sakarya rivier. Dit is een gemiste kans voor de Grieken om definitief de Turkse legers te vernietigen. Ze nemen een maand de tijd om hun aanvalsplannen op te stellen en trekken dan verder richting Sakarya voor het ultiem treffen. Maar ook de Turken bereiden zich voor. Generaal Izmet Pasha wordt opzij geschoven en Mustafa Kemal wordt benoemd tot opperbevelhebber van het leger voor een termijn van zes maanden.

bronnen
Battle of Kütahya–Eskişehir – Wikipedia
Greek occupation of Asia Minor (levantineheritage.com)
Greco-Turkish War (1919–1922) – Wikiwand

Een Grieks Schneider-Canet kanon met bemanning in actie tijdens de slag om Eskişehir, Juli 1921.



Sacco en Vanzetti ter dood veroordeeld

De affaire Sacco en Vanzetti verwijst naar een bewogen rechtszaak die als schoolvoorbeeld dient van een gerechtelijke dwaling in de Verenigde Staten. Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti zijn twee Italianen die in 1908 naar de Verenigde Staten emigreren. Ze leren mekaar kennen in 1917 tijdens een staking. Beiden worden verondersteld sympathieën te hebben voor de anarchisten en aanhangers te zijn van de Italiaanse anarchist Galleani. Die predikt een gewelddadige vorm van anarchisme en is voorstander van geweld en aanslagen om zijn politieke doelen te bereiken.

In 1920 hebben de aanhangers van Galleani al een reeks aanslagen gepleegd en staan deze anarchisten bij de FBI gekend als een gevaarlijke groepering. Op 15 april 1920 wordt een overval gepleegd op twee geldlopers, die de lonen komen brengen van de Slater-Morrill Shoe Company in Braine, Massachussets. De twee geldopers worden daarbij gedood n de autoriteiten verdenken al snel de anarchisten van Galleani. Deze overval en de overval op een andere schoenenwinkel leidt de politie naar een Italiaan die in beide winkels heeft gewerkt, Mario Buda. Via hem komen ze uit bij Sacco en Vanzetti. Buda slaagt er nog in te ontsnappen naar het Italiaanse moederland, maar Sacco en Vanzetti worden gearresteerd. Op het moment van hun arrestatie zijn beiden in het bezit van een wapen klaar voor gebruik.

Op 31 mei 1921 , meer dan een jaar na de dodelijke overval op de twee geldlopers, start het proces tegen Sacco en Vanzetti. Ze hebben jammer genoeg hun reputatie van anarchisten en aanhangers van Galleani tegen zich. Daarenboven is alles wat geassocieerd kan worden met bolsjewisme of aanverwante strekkingen zeer verdacht in de Verenigde Staten. Ondanks de niet overtuigende bewijzen worden beiden op 14 juli 1921 ter dood veroordeeld.

Daarna start een jarenlang juridisch steekspel. Even lijkt het er op dat ze de dans gaan ontspringen als een zekere Celestino Medeiros , opgepakt wegens een bankoverval, zijn betrokkenheid bij de overval en de moorden bekent en eraan toevoegt dat noch Sacco noch Vanzetti betrokken zijn. De schuldbekentenis wordt als ongeloofwaardig afgedaan en zonder gevolg geklasseerd. Voor zijn aandeel in de bankoverval met dodelijke afloop krijgt Medeiros wel de doodstraf. Maar men blijft protesteren tegen het doodvonnis van Sacco en Vanzetti op basis van een te magere bewijsvoering. Het proces wordt ook uitvoerig becommentarieerd in de media en in verscheidene steden worden protestbetogingen gehouden ten gunste van Sacco en Vanzetti. Ook paus Pius XI sluit zich aan bij de pleitbezorgers van Sacco en Vanzetti. Het is echter allemaal tevergeefs. Door een vreemde samenloop van omstandigheden wordt de executie van de drie veroordeelden, Sacco, Vanzetti en Medeiros op dezelfde dag gepland. Op 23 augustus 1927 eindigen ze alledrie op de elektrische stoel.

Het proces van Sacco en Vanzetti wordt tot vandaag beschouwd als het voorbeeld van juridische dwaling in de Verenigde Staten.

bronnen
Sacco and Vanzetti – Wikipedia

Sacco and Vanzetti, 1921 | Gilder Lehrman Institute of American History

De zaak Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti | Historiek

https://www.newbedfordguide.com/celestino-medeiros-in-the-shadow/2013/09/03

wapenstilstand in Ierland

Op 11 juli 1921 om 12 uur start een wapenstilstand tussen de Irish Republican Army en de Britse overheid in Ierland. Een vredesvoorstel om een einde te maken aan de bloedige aanslagen over en weer lag er al van december 1920 op tafel. De Ieren krijgen eigen zeggenschap in het grondgebied van zuid-Ierland wettelijk voorzien in de Fourth Home Rule Bill die in november 1920 door het Brits parlement aanvaard werd. In de praktijk zijn er dan 2 parlementen op Ierse bodem : een in noord-Ierland in Belfast en één in zuid-Ierland in Dublin.

Maar de Britse premier Lloyd George is in eerste instantie niet gehaast om de wapenstilstand te ondertekenen. Het gevolg is dat het conflict weer maanden verder gaat met vele doden tot gevolg. Maar er is hoe langer hoe meer twijfel bij de Britten over de haalbaarheid van een louter militaire oplossing. Ook koning George V laat zijn ontevredenheid blijken over het uitblijven van een oplossing. Hij vraagt generaal Jan Smuts om een voorstel . Dit voorstel van Smuts wordt gedeeld met de premier Llloyd George en zijn kabinet. Op 24 juni 1921 schrijft Lloyd George naar Eamon de Valera, als de leider van meerderheid in zuid-Ierland om onderhandelingsgesprekken te beginnen. Gesprekken tussen de Valera en Lord Middleton vinden plaats tussen 4 en 8 juli. Op 8 juli 1921 wordt er dan formeel een wapenstilstand getekend door leden van het Ierse Dail cabinet, Robert Barton en Eamon Duggan en de Britse militaire bevelhebber generaal Neville Macready.

Het duurt nog even voor alle leiders van het Irish Republican Army op de hoogte zijn van de wapenstilstand. Niet iedereen is overtuigd en enthousiast over de wapenstilstand en het einde van de vijandelijkheden. Sommige IRA cellen vallen nog Britse eenheden aan. Dat leidt dan weer tot tegengeweld : op 10 juli 1921 nemen loyalisten wraak in Belfast voor de IRA aanslag van de dag ervoor. Er vallen 16 doden en 161 huizen gaan in vlammen op. Die gebeurtenissen staan bekend als Belfast’s Bloody Sunday.

Maar uiteindelijk zwijgen de wapens dan toch. De overgrote meerderheid van de mesen in Ierland is opluchting dat de nachtmerrie die 131 weken heeft geduurd, voorbij is. Sommigen komen dan ook samen om te bidden dat de wapenstilstand tot een definitief akkoord leidt (zie foto hieronder).

bronnen

Today in Irish History, The Truce, 11 July 1921 – The Irish Story

Irish War of Independence – Truce | The Irish War

File:Not an Irish Civil War Prayer Vigil after all! (7485579104).jpg – Wikimedia Commons

de Grieken komen !

Hans Tröbst, voormalig Duits officier, heeft zich na de oorlog bij de Kemalisten in Anatolië aangesloten. Daar wacht hij op de verwachte veldslag met de Grieken begin juli 1921.

Het was al laat als we weer in ons dorp Güwem aankwamen. Daags erna kwam overste Shükri Bey aan met het nieuws dat piloot verkenners gemeld hadden dat onze tegenstanders in twee kolonnes vanuit Uşak en Gedis onze richting uitkwamen. De sectie bij Güwem was twintig tot vijfentwintig kilometer lang. De stellingen lagen op zacht glooiende hellingen die kaal waren en een mooi uitzicht boden op het schootsveld. Ongeveer in het midden van de stellingen was een drie kilometer breed woud, voorzien van de nodige ravijnen en dat schrijlings op onze stellingen aansloot. Maar men had niets gedaan om zich hier tegen verrassingsaanvallen te verdedigen. Ik deelde mijn bedenkingen met mijn overste maar hij verklaarde rotsvast overtuigd van het eigen gelijk :”De Griek vermijdt de bossen bij de aanval en wij vermijden ze bij de verdediging en dus moeten we hier geen versterkingen voorzien.”.

Omdat ook andere Turkse officieren van het pioniersbataljon mijn bedenkingen deelden, reed ik met luitenant-kolonel Heireddin langs onze verdediging om toch minstens één linie te voorzien. Voor meer verdedigingswerken hadden we niet voldoende manschappen.

Als de eerste berichten over de naderende vijand binnenkwamen, was er maar een klein deel van de stellingen klaar. Gelukkig kwam er op dat ogenblik een konvooi ossenwagens aan met het nodige gereedschap, zodat we niet alleen de pioniers maar ook de infanteristen zelf aan het werk konden zetten. Maar om het rampzalige woud bekommerde zich niemand.

Tegen de avond was de Griekse kolonne die vanuit Gedis kwam (een infanteriedivisie met sterke cavalerie) nog maar twintig kilometer verwijderd. Onze divisiecommandant was de linies langsgereden en zag tot zijn ontzetting dat er voor de verdediging van het woud nog niet het minste was gedaan. Als de vijand daags erna zou aanvallen, dan zaten onze soldaten op een stenige bodem in kniediepe loopgraven zonder verdere hindernissen en met officieren die geen voorkennis hebben van het niemandsland voor de linies. Het gebrek aan communicatieapparatuur, de moeilijke bevelvoering, de weinig geschikte inrichting van de loopgraven, een zwakke artillerie, al dat en nog duizend andere zaken stemden me zeer zorgelijk.

De dag erna was even zonnig als alle andere voorgaande. Maar er hing iets onbestemd in de lucht. De artillerie schoot zich verder in en de granaatinslagen riepen in de bergen een veelvoudige echo op. De soldaten verzamelden zich, stafmedewerkers en boodschappers galoppeerden over en weer. Maar voor de rest heerste er in de drukkende hitte de rust van een kerkhof.

Enkel in het dorp weerklonk gehuil en geweeklaag. Het bevel tot evacueren was aangekomen. Maar ook zonder dat bevel zou het resultaat hetzelfde geweest zijn. De melding “De Grieken komen eraan !” was voldoende om een volksverhuizing in gang te zetten in richting van de achterste linies.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Griekse cavalerie in opmars – Klein Azië – 1921