het noodlot van Claus Lafrenz

Vanaf eind augustus 1917 komt het bevel van de U-boot  UC-65 in handen van Kapitänleutnant Claus Lafrenz. Net als zijn voorgangers op deze U-boot is hij een heel bekwame commandant, die in hoog aanzien staat bij zijn collega’s  en bemanning. Zoals velen die zich vrijwillig hebben opgegeven tijdens de oorlog, is Lafrenz Wachoffizier geweest op torpedoboten alvorens de U-bootopleiding te hebben gevolgd. Hij mag al in 1916 het commando voeren over UB-18 en UB-33 en heeft de Hausorden der Hohenzollern ontvangen uit handen van de keizer, nadat hij als eerste commandant een Q-schip of U-bootval heeft kunnen fotograferen.

ClausLafrenzOp 3 november 1917 bevindt UC-65 zich op de terugreis van haar tweede missie. Lafrenz en vier bruggenwachten staan op de toren uit te kijken naar patrouilleschepen en mijnen. Iets voor hun pad ligt de Britse duikboot HMS C-15 op een prooi te wachten. Merkwaardig genoeg zien beide duikboten elkaar tegelijkertijd. In plaats van onmiddellijk onder te duiken, meldt Lafrenz de anderen dat hij een periscoop heeft gezien en vaart verder op zijn koers naar huis. Hij is van plan om een vijandelijke torpedo te ontwijken door de wendbaarheid van de UC-65. Ondertussen heeft lieutenant E.H. Dolphin, bevelhebber van de HMS C-15, zijn torpedobuizen klaargemaakt. Om 16u45 wordt een torpedo richting UC-65 opgemerkt. Lafrenz laat zijn U-boot van koers veranderen en kan haar ontwijken. Enige seconden later ontploft een andere torpedo tegen het achterschip van UC-65, waarna de duikboot onmiddellijk vergaat. Dolphin heeft onverwacht twee torpedo’s kort na elkaar afgevuurd. Door zijn zelfoverschatting verspeelt Lafrenz zijn U-boot en het leven van 22 opvarenden. Hijzelf en de bruggenwacht worden in de lucht geslingerd en komen in zee terecht. Ze worden door de Britse duikboot opgepikt en brengen de rest van de oorlog door in gevangenschap.

ClausLafrenz_1933Lafrenz overleeft dus de eerste wereldoorlog maar de tweede zal hij niet meemaken. Op zoek naar een foto van Claus Lafrenz kom ik via Google uit op een aantal artikels die het verdere leven van Lafrenz vertellen. Hij wordt na de oorlog burgemeester in Fehmarn, een eiland in de Oostzee, in de nabijheid van Denemarken. In 1933 verzet hij zich als burgemeester tegen het hijsen van de hakenkruisvlag op het stadhuis van Burg auf Fehmarn. Dat wordt hem niet in dank afgenomen en al heel snel ontnemen de nazi’s hem zijn ambt. In 1937 wordt Claus Lafrenz dood aangetroffen op Fehmarn. Volgens sommigen is het zelfmoord, volgens anderen is hij geholpen bij deze zelfmoord. En dat is dan het noodlot van Claus Lafrenz : hij wordt gespaard door zijn vijanden, en later door zijn landgenoten opgejaagd omdat hij een andere opinie heeft.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds
https://arts.leeds.ac.uk/kriegsgefangen/3-nov-1917-u-boat-captain-claus-lafrenz-captured/
https://geschichtsblogsh.wordpress.com/2017/04/06/fehmarn-gedenkt-des-von-der-nsdap-gestuerzten-buergermeisters-c-lafrenz/

 

de laatste koffie van Leutnant Brandt

De U-boot UC-63 loopt op 6 januari 1917 van stapel en komt drie maanden later aan in Zeebrugge. Tussen 25 april en 16 augustus 1917 doet de UC-63 26 schepen zinken. Daarna verplaatst de U-boot zich naar de Golf van Biskaje. Tussen 13 september en 1 november 1917 doet de U-boot nog eens tien schepen zinken. En dan komt het fatale moment…

Op 1 november 1917 bevindt de UC-63 zich aan de westelijke kant van de Dover Barrage. Na een reis met matige successen in het Kanaal is de duikboot op de terugreis. Rond 1 uur verzendt ze een radiobericht naar Brugge met haar locatie.  Nog geen kwartier later wordt UC-63 vlak onder de toren geraakt door een torpedo van de Engelse duikboot HMS E-52. U-Bootmatrosenmaat Fritz Marsal is de enige overlevende die door de E-52 opgepikt wordt. Marsal getuigt dat er een ontspannen sfeer was tijdens de terugtocht. Via Marsal kunnen de laatste momenten van de UC-63 gereconstrueerd worden.

Drie bemanningsleden stonden op de uitkijk op de toren, terwijl UC-63 vanuit de commandoruimte werd gestuurd. De eerste officier, Leutnant zur See Max Brandt, hield de wacht aan bakboord. Marsal hield de sector aan stuurboord en één matroos moest de achterkant in de gaten houden. Brandt wou koffie en vroeg de matroos om er te gaan halen in de kombuis. Ondertussen worden ze van onder de golven in de gaten gehouden door lieutenant Phillips, bevelhebber van de Britse duikboot E-52. UC-63 werd om 1u12 door de Britse uitkijken gezien op 1200 meter van hun bakboordzijde. Het verwonderde Phillips dat de Duitsers hen niet gezien hadden bij zo’n klare nacht. Maar aan boord van de UC-63 waren ze met hun gedachten elders. Brandt had de grote fout gemaakt om zijn sector niet in het oog te houden. Marsal keek naar bakboord en zag een opgedoken duikboot die zijn boegtorpedobuizen op hen aan het richten was. Hij riep naar Brandt die onmiddellijk het bevel gaf om het roer hard naar stuurboord te brengen. HMS E-52 heeft ondertussen twee torpedo’s afgevuurd op een afstand van 200 meter.

Marsal werd tegen iets hards gegooid en even later bevond hij zich in het water. Brandt lag ook in het water poogde wanhopig boven te blijven. Hij was aan het verdrinken omdat zijn zware kledij en laarzen hem onder water sleurden. Marsal is de enige overlevende van een bemanning van 26.

In de foto hieronder is Leutnant Brandt de matroos die een helm draagt.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds

UC-63_LeutnantBrandt

 

laatste tocht van Dirk von Minden

Vijf Duitse schepen zijn op 29 november 1917 onderweg van hun thuisbasis naar het Kanaal wanneer er op de Noordzee een zware storm losbarst. Het gezelschap bestaat uit de voorpostenboot Dirk von Minden en vier duikboten. De voorpostenboot vergezelt de onderzeeërs naar hun operatiegebied.

Ten gevolge van de storm loopt een van de duikboten, de UB-61, ’s avonds op een mijn. De Dirk von Minden schiet te hulp, maar komt eveneens in contact met een mijn. De volledige duikbootbemanning komt om het leven, terwijl op het hulpschip 8 van de 24 opvarenden gered kunnen worden.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wrakkenmuseum.nl/dirk-von-minden

DirkvonMinden_19171129

 

Amerikanen enteren U-boot

Voor het eerst tijdens deze oorlog nemen de Amerikanen een Duitse duikboot gevangen. Buiten de zuidoostelijke kust van Ierland krijgen twee destroyers de USS Fanning en de USS Nicholson in de loop van de namiddag van 17 november 1917 de onderzeeër U-58 te pakken. De bemanning van de USS Fanning merkt de periscoop van de duikboot op en vuurt onmiddellijk drie diepteladingen af. De USS Nicholson doet er nog eentje bij. 

De beschadigde Duitse U-boot komt boven water, maar de bemanning tracht zich nog te verweren met haar dekbewapening. Uiteindelijk geeft ze zich over en wordt aan boord van de USS Fanning gehaald. De U-58 zinkt. 

De schilderij hieronder komt van de website http://www.marinepainterbob.be

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

U58_19171117

 

Asiel voor een U-boot

De laatste bevelhebber van de UB-23 is Oberleutnant zur See is Hans Ewald Niemeyer die op 20 maart 1917 aan boord stapt. Tijdens vijf missies vernietigt Niemer zeven schepen, onder andere de Belgische sleepboot Marcel.

Op 23 juli 1917 begint uB-23 aan haar laatste reis. Niemer zet de U-boot op periscoopdiepte om een vrachtschip te schaduwen. Een wakkere uitkijk op het Britse patrouilleschip HMS P-60 merkt de periscoop op en de P-60 laat twee dieptebommen vallen. De toegesnelde torpedobootjagers HMS Narwal en HMS Peyton laten op hun beurt dieptebommen vallen. De ontploffingen veroorzaken zware schade aan de batterijen en de duikuitrusting van UB-23. Niemer laat de UB-23 tot de bodem zakken en wacht de nacht af. Opnieuw aan de oppervlakte gekomen, stelt de bemanning vast dat de U-boot zo zwaar beschadigd is dat ze niet meer zou kunnen onderduiken. Niemer besluit om de bemanning van de UB-23 te laten interneren in La Coruna 360 mijl verder. Ze bereiken de neutrale Spaanse haven op 29 juli 1917 en blijven daar voor de rest van de oorlog.

IMG_0162

Bronnen

Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

https://elviajerohistorico.wordpress.com/2016/02/17/submarinos-hundidos-en-espana/

 

 

Belgische cavalerie verovert U-boot UC-61

UC-61 en haar bemanning zouden de onfortuinlijke faam krijgen om gevangen genomen te worden door een Belgisch cavaleriedetachement. De nieuwe UC-61 komt eind februari 1917 aan in Zeebrugge, onder bevel van Oberleutnant zur See Georg Gerth. Gerth en zijn bemanning zouden een korte carrière beschoren zijn, maar kunnen vier missies uitvoeren in vijf maanden tijd.

Op 5 maart 1917 torpedeert de UC-61 het Britse passagiersschip SS Copenhagen in de nabijheid van het lichtschip Noordhinder. Pas zes weken later vertrekt UC-61 op haar eerste mijnenlegmissie richting Kanaal. Op deze reis keldert ze ook nog vier schepen. Bij een aanval op het Franse schip SS Nelly wordt de UC-61 beschoten en beschadigd. De opgelopen schade houdt UC-61 vrij lang in het droogdok. Op de derde missie in juni 1917 legt de UC-61 een mijnenveld nabij Brest waardoor de Franse pantserkruiser Kléber zinkt.

Op 25 juli 1917 verlaat UC-61 Zeebrugge voor de laatste keer. In de vroege uren van 26 juli duikt er een lichte mist op. In plaats van op de bodem een tijd af te wachten, vaart UC-61 verder. Om 4u20 raakt de UC-61 de bodem. Bij het ochtendgloren zien de Duitsers dat ze op het strand van Wissant zijn terechtgekomen, op nog geen 800 meter van de duinen. De bemanning gooit obussen en torpedo’s overboord maar slagen er niet in om hun U-boot vrij te krijgen. Franse douaniers komen erbij uit en verwittigen de militaire autoriteiten in Calais. Een Belgische cavaleriepost wordt bevolen ter plaatse te gaan kijken. En zo nemen 40 ruiters van de vijfde lansiers  25 Duitse matrozen gevangen.

Bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://uboat.graptolite.net/UC61.html
http://www.uboat.net/wwi/boats/index.html?boat=UC+61

UC61_1917

 

 

 

Schaap ahoy !

Indien mogelijk verschijnt een U-boot aan de oppervlakte nadat ze een vijandelijk schip hebben getorpedeerd. Allerhande bruikbare zaken zoals hout, balen katoen, vee en verse groeten kunnen ronddrijven. Dat is het geval op 24 juni 1917 voor Werner Fürbringer en de bemanning van UC-17. Ter hoogte van de Scilly-eilanden wordt het stoomschip ss Clan Davidson gezonken.  Het Britse schip is afkomstig van Sydney en heeft onder andere boter en een gemengde lading aan boord.

Nadat het schip onder de oppervlakte verdwenen is, schieten enkele tonnen naar de oppervlakte. Die worden gevolgd door een groot schaap dat blatend tussen de tonnen drijft. De bemanning van de UC-17 staat versteld als het schaap zicht begint voort te bewegen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Nadat de verraste zeelui het dier aan boord getrokken hebben met een touw, zien ze dat het uitgeput is, waarschijnlijk van de opstijging van enkele tientallen meters diepte. Het beestje wordt uit zijn lijden verlost, het vel verwijderd en de rest naar de kombuis gebracht om tot een gebraad omgetoverd te worden.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Liz Brady

LizBrady_Swimming-Sheep-16x10