Belgisch stoomschip zinkt

Voor de Britse kust zinkt op 13 maart 1918 het Belgische stoomschip Londonier nadat het met torpedo’s beschoten is door de UC-71, een Duitse onderzeeër. Met slechts één kanon aan boord kan het schip weinig verweer bieden.

Het ongeveer 85 meter lange vrachtschip vaart ten zuiden van het Ilse of Wight wanneer het midscheeps een treffer incasseert. Gezien de plaats van de treffer maakt het schip geen kans meer en zinkt relatief snel. Nu rust het op een diepte van ongeveer 40 meter.

Op het ogenblik van de aanslag, rond 2u in de ochtend, voer het schip, dat gecharterd was door de Franse overheid, van Calais naar het kanaal van Bristol.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://wrecksite.eu/wreck.aspx?1267

londonier_1918

Troepentransport Tuscania zinkt

De Duitse onderzeeër U-77 torpedeert op 5 februari 1918 voor de kust van Ierland het stoomschip Tuscania dat bijna 2400 Amerikaanse militairen naar Le Havre moet brengen.

Zowat 12 kilometer voor de kust vuurt de U-77 tweemaal. De eerste torpedo is een misser, maar de tweede raakt de Tuscania vol aan stuurboordzijde met een bijzonder krachtige ontploffing tot gevolg. Omdat het getroffen schip in een Brits konvooi vaart, is er onmiddellijk hulp ter plaatse : 2187 Amerikaanse militairen worden gered, samen met het grootste deel van de bemanning.

De Britse werkwijze om in konvooien de oceaan over te steken, is zeer belangrijk en efficiënt voor de geallieerde troepenaanvoer. Van de ruim 1,1 miljoen Amerikaanse militairen die naar Europa getransporteerd worden, verdrinken er slechts 637 ten gevolge van aanvallen door Duitse duikboten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tuscania_1918

 

einde van de SS Normandy

Ongeveer 8 zeemijlen buiten Cape la Hague torpedeert de Duitse onderzeeër U-90 op 25 januari 1918 het defensief bewapende koopvaardijschip Normandy zonder enige waarschuwing.

Het relatief jonge stoomschip (gebouwd in 1910) is op dat ogenblik onderweg van Southampton naar Cherbourg. Aan boord is er enkel algemene cargo en veel post. Van de 43 personen aan boord (23 bemanningsleden en 22 passagiers) overleven er 13 de aanval. De U-90 is van recentere bouw (1915) en kan tegen een hogere snelheid varen : bijna 17 knopen tegen 12 voor het koopvaardijschip. Bovendien beschikt het over dieselmotoren, die veel meer vermogen hebben dan de stoommachines van het aangevallen handelsschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

versenkung100_v-contentgross

U-boten vallen aan !

14 december 1917 is een van die dagen dat Duitse duikboten bijzonder actief zijn.

  • Het Britse vrachtschip SS Hare wordt getorpedeerd door de U-62 terwijl het onderweg is van Manchester naar Dublin.
  • De UB-65 torpedeert het Noorse vrachtschip Nor, onderweg tussen Caen en Glasgow met alleen maar ballast aan boord. Twee doden.
  • Het Britse koopvaardijschip SS Volnay wordt getroffen door een mijn gelegd door de UC-64 terwijl het onderweg is tussen Montreal en Plymouth. Geen slachtoffers.
  • De Franse kruiser Chateaurenault zinkt door twee torpedo’s die de UC-38 afvuurde net buiten het Kanaal van Korinthië. Geen slachtoffers.
  • De U-64 brengt het Britse SS Coila tot zinken. Het schip is met een lading steenkool onderweg van Glasgow naar Livorno. Drie doden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Unterseeboot_U9_Propagandakarte_

 

het noodlot van Claus Lafrenz

Vanaf eind augustus 1917 komt het bevel van de U-boot  UC-65 in handen van Kapitänleutnant Claus Lafrenz. Net als zijn voorgangers op deze U-boot is hij een heel bekwame commandant, die in hoog aanzien staat bij zijn collega’s  en bemanning. Zoals velen die zich vrijwillig hebben opgegeven tijdens de oorlog, is Lafrenz Wachoffizier geweest op torpedoboten alvorens de U-bootopleiding te hebben gevolgd. Hij mag al in 1916 het commando voeren over UB-18 en UB-33 en heeft de Hausorden der Hohenzollern ontvangen uit handen van de keizer, nadat hij als eerste commandant een Q-schip of U-bootval heeft kunnen fotograferen.

ClausLafrenzOp 3 november 1917 bevindt UC-65 zich op de terugreis van haar tweede missie. Lafrenz en vier bruggenwachten staan op de toren uit te kijken naar patrouilleschepen en mijnen. Iets voor hun pad ligt de Britse duikboot HMS C-15 op een prooi te wachten. Merkwaardig genoeg zien beide duikboten elkaar tegelijkertijd. In plaats van onmiddellijk onder te duiken, meldt Lafrenz de anderen dat hij een periscoop heeft gezien en vaart verder op zijn koers naar huis. Hij is van plan om een vijandelijke torpedo te ontwijken door de wendbaarheid van de UC-65. Ondertussen heeft lieutenant E.H. Dolphin, bevelhebber van de HMS C-15, zijn torpedobuizen klaargemaakt. Om 16u45 wordt een torpedo richting UC-65 opgemerkt. Lafrenz laat zijn U-boot van koers veranderen en kan haar ontwijken. Enige seconden later ontploft een andere torpedo tegen het achterschip van UC-65, waarna de duikboot onmiddellijk vergaat. Dolphin heeft onverwacht twee torpedo’s kort na elkaar afgevuurd. Door zijn zelfoverschatting verspeelt Lafrenz zijn U-boot en het leven van 22 opvarenden. Hijzelf en de bruggenwacht worden in de lucht geslingerd en komen in zee terecht. Ze worden door de Britse duikboot opgepikt en brengen de rest van de oorlog door in gevangenschap.

ClausLafrenz_1933Lafrenz overleeft dus de eerste wereldoorlog maar de tweede zal hij niet meemaken. Op zoek naar een foto van Claus Lafrenz kom ik via Google uit op een aantal artikels die het verdere leven van Lafrenz vertellen. Hij wordt na de oorlog burgemeester in Fehmarn, een eiland in de Oostzee, in de nabijheid van Denemarken. In 1933 verzet hij zich als burgemeester tegen het hijsen van de hakenkruisvlag op het stadhuis van Burg auf Fehmarn. Dat wordt hem niet in dank afgenomen en al heel snel ontnemen de nazi’s hem zijn ambt. In 1937 wordt Claus Lafrenz dood aangetroffen op Fehmarn. Volgens sommigen is het zelfmoord, volgens anderen is hij geholpen bij deze zelfmoord. En dat is dan het noodlot van Claus Lafrenz : hij wordt gespaard door zijn vijanden, en later door zijn landgenoten opgejaagd omdat hij een andere opinie heeft.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds
https://arts.leeds.ac.uk/kriegsgefangen/3-nov-1917-u-boat-captain-claus-lafrenz-captured/
https://geschichtsblogsh.wordpress.com/2017/04/06/fehmarn-gedenkt-des-von-der-nsdap-gestuerzten-buergermeisters-c-lafrenz/

 

de laatste koffie van Leutnant Brandt

De U-boot UC-63 loopt op 6 januari 1917 van stapel en komt drie maanden later aan in Zeebrugge. Tussen 25 april en 16 augustus 1917 doet de UC-63 26 schepen zinken. Daarna verplaatst de U-boot zich naar de Golf van Biskaje. Tussen 13 september en 1 november 1917 doet de U-boot nog eens tien schepen zinken. En dan komt het fatale moment…

Op 1 november 1917 bevindt de UC-63 zich aan de westelijke kant van de Dover Barrage. Na een reis met matige successen in het Kanaal is de duikboot op de terugreis. Rond 1 uur verzendt ze een radiobericht naar Brugge met haar locatie.  Nog geen kwartier later wordt UC-63 vlak onder de toren geraakt door een torpedo van de Engelse duikboot HMS E-52. U-Bootmatrosenmaat Fritz Marsal is de enige overlevende die door de E-52 opgepikt wordt. Marsal getuigt dat er een ontspannen sfeer was tijdens de terugtocht. Via Marsal kunnen de laatste momenten van de UC-63 gereconstrueerd worden.

Drie bemanningsleden stonden op de uitkijk op de toren, terwijl UC-63 vanuit de commandoruimte werd gestuurd. De eerste officier, Leutnant zur See Max Brandt, hield de wacht aan bakboord. Marsal hield de sector aan stuurboord en één matroos moest de achterkant in de gaten houden. Brandt wou koffie en vroeg de matroos om er te gaan halen in de kombuis. Ondertussen worden ze van onder de golven in de gaten gehouden door lieutenant Phillips, bevelhebber van de Britse duikboot E-52. UC-63 werd om 1u12 door de Britse uitkijken gezien op 1200 meter van hun bakboordzijde. Het verwonderde Phillips dat de Duitsers hen niet gezien hadden bij zo’n klare nacht. Maar aan boord van de UC-63 waren ze met hun gedachten elders. Brandt had de grote fout gemaakt om zijn sector niet in het oog te houden. Marsal keek naar bakboord en zag een opgedoken duikboot die zijn boegtorpedobuizen op hen aan het richten was. Hij riep naar Brandt die onmiddellijk het bevel gaf om het roer hard naar stuurboord te brengen. HMS E-52 heeft ondertussen twee torpedo’s afgevuurd op een afstand van 200 meter.

Marsal werd tegen iets hards gegooid en even later bevond hij zich in het water. Brandt lag ook in het water poogde wanhopig boven te blijven. Hij was aan het verdrinken omdat zijn zware kledij en laarzen hem onder water sleurden. Marsal is de enige overlevende van een bemanning van 26.

In de foto hieronder is Leutnant Brandt de matroos die een helm draagt.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds

UC-63_LeutnantBrandt

 

laatste tocht van Dirk von Minden

Vijf Duitse schepen zijn op 29 november 1917 onderweg van hun thuisbasis naar het Kanaal wanneer er op de Noordzee een zware storm losbarst. Het gezelschap bestaat uit de voorpostenboot Dirk von Minden en vier duikboten. De voorpostenboot vergezelt de onderzeeërs naar hun operatiegebied.

Ten gevolge van de storm loopt een van de duikboten, de UB-61, ’s avonds op een mijn. De Dirk von Minden schiet te hulp, maar komt eveneens in contact met een mijn. De volledige duikbootbemanning komt om het leven, terwijl op het hulpschip 8 van de 24 opvarenden gered kunnen worden.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wrakkenmuseum.nl/dirk-von-minden

DirkvonMinden_19171129