de piloot met de Edelweiss

de piloot met de Edelweiss

Als stripliefhebber plaats ik hier graag tekeningen uit stripverhalen die te maken hebben met de Groote Oorlog. Een van mijn favorieten is de stripreeks “de piloot met de Edelweiss”. Via Google ben ik op een blog uitgekomen waaruit blijkt dat er echt een piloot is geweest die een vliegtuig had getooid met de Edelweiss.

De echte piloot met de Edelweiss heette Otto Kissenberth. In 1914 biedt deze ingenieur zich aan als vrijwilliger voor de Duitse luchtmacht. Tegen het einde van dat jaar heeft hij zijn training achter de rug en wordt ingedeeld bij de Fliegerabteilung 8b van Beieren. Op 21 maart 1915 raakt hij zwaar gewond in een luchtgevecht boven de Vogezen. In juli 1915 vliegt hij bij de Fliegerabteilung 9b boven de Vogezen en Italië.

In 1916 zit hij bij de Kampfeinzitserkommando (KEK) Ensisheim. Deze KEK formaties zijn de voorgangers van de Jagdstcffel of Jasta. Hier behaalt Kissenberth 3 overwinningen. In de zomer van 1917 zit hij bij de Jasta 16b en haalt hij een observatieballon en 2 Engelse vliegtuigen neer. Hij vliegt in een Albatros D.V getooid met een Edelweiss. Vanaf 4 augustus 1917 leidt hij de Jasta 23b. Op 15 mei 1918 behaalt hij zijn 19e overwinning. Twee weken later stort hij aan boord van het vliegtuig met de Edelweiss neer.

Hij is zwaargewond en eindigt de oorlog als commandant van de pilotenschool in Schleissheim (Oostenrijk). Als piloot met negentien erkende overwinning is hij ook drager van het “Pour le mérite”, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Op 3 augustus 1919 sterft hij in de Beierse alpen tijdens een bergbeklimming.

PilootEdelweiss02

bronnen
http://icaruswings.unblog.fr/albatros-d-v-edelweiss-otto-kissenberth-recherches-2/

https://en.wikipedia.org/wiki/Otto_Kissenberth

slecht nieuws voor Herbert Sulzbach

Op 18 mei 1918 is Herbert Sulzbach voor de laatste dag in Lemé, departement Aisne, Frankrijk. Hij krijgt via een soldaat die terug komt uit verlof een brief van zijn ouders.

Ik kan het nieuws niet geloven : Kurt Reinhardt is dood ! Ik heb nooit eerder in de oorlog geweend maar die dag heb ik wel geweend. Ik had nooit een betere vriend. Hij was zo’n wijze en hartelijke man, en zo vaak enthousiast. Ik heb samen met hem in 1914 de kazerne verlaten, we hebben samen onze vuurdoop doorstaan. We verstonden mekaar vanaf het eerste moment en we waren echt zielsverwanten. We deelden alles en als we van mekaar gescheiden waren, zochten we mekaar ook, in welke uithoek van het front ook ofwel aan het thuisfront als we beiden verlof haden. Hoe fier was hij in zijn laatste brief vlak na zijn luchtoverwinning, en enkele dagen later is deze trouwste vriend zelf gesneuveld. Ik denk aan zijn arme moeder die zowel haar man als haar enige zoon nu kwijt is.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Sulzbach_19180518

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917

Soldaten aan het einde van hun krachten

Rudolf Binding, een Duitse officier en schrijver, blijft wel geloven in Duitsland maar een glorieuze overwinning zit er niet meer in. In zijn dagboek noteert hij op 22 april 1918.

Natuurlijk telt voor het leger het gevoel van superioriteit dat onze soldaten sinds 21 maart 1918 (begin van het lenteoffensief) nog steeds hebben. Maar toch behalen alleen nog verse troepen overwinningen, troepen die echt rust hebben gehad, schoon ondergoed hebben, nieuwe zolen onder de laarzen, schone geweren, gereviseerde kanonnen en uitgeruste officieren.

De lichamelijke uitputting van de infanterie was zo groot dat de manschappen op het laatst nauwelijks meer een schot losten, zich bijna apathisch door het vijandelijk geschut aan flarden lieten rukken en de stellingen niet meer verlieten. Ze waren net afgebeulde paarden die de wagen laten staan en afgestompt de slaag accepteren die op hen neerregent.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeutscheSoldatenErschoepft_april1918

de laatste vlucht van de Rode Baron

Manfred von Richthofen is een cavalerieofficier als de oorlog begint. Als de oorlog in de loopgraven vastloopt, vraagt hij zijn overplaatsing aan naar de Deutsche Luftstreitkräfte. In 1915 is hij nog waarnemer-boordschutter maar na een ontmoeting met Oswald Boelcke wil hij piloot worden.  Hij neemt vlieglessen maar een grote indruk maakt hij niet. De eerste solo landing eindigt in een crash. Hij zet door en neemt supplementaire vlieglessen.

In april 1916 behaalt hij zijn eerste overwinning. Omdat het Franse toestel achter de Franse linies valt, wordt die overwinning niet erkend. In augustus 1916 neemt Boelcke von Richthofen op in zijn nieuw opgerichte Jagdstaffel 2 (kortweg Jasta 2). Op 17 september 1916 behaalt von Richthofen zijn eerste officieel erkende overwinning boven de Somme. Nog voor het einde van dat jaar behaalt von Richthofen vijftien officiële overwinningen op zijn palmares.  In januari 1917 wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Kort daarna krijgt von Richthofen het bevel over zijn eigen escadrille, de Jasta 11. Zijn persoonlijke toestel laat hij in het rood schilderen, wat hem de bijnaam “de Rode Baron” oplevert. De titel baron verwijst naar zijn adellijke titel Freiherr.

Op 21 april 1918, twee weken voor zijn 26e verjaardag en een dag na zijn tachtigste overwinning, zet von Richthofen bij de Somme de aanval in op een Brits vliegtuig bestuurd door de onervaren Canadese luitenant Wilfrid May. Terwijl von Richthofen het Britse toestel volgt, wordt hij zelf achternagezeten door de Canadese kapitein Arthur “Roy” Brown. Tijdens dit gevecht, dat zich op erg lage hoogte afspeelt, wordt von Richthofen dodelijke getroffen. Ondanks zijn verwonding weet hij zijn toestel in een Australische sector aan de grond te zetten. Wanneer soldaten komen toegesneld, vangen ze nog net von Richthofens laatste woorden op :”Kaputt…”.

Von Richthofen blijkt in de borst en het hart getroffen door een enkele 303 British-kogel – de standaard munitie in de legers van Groot-Brittannië en het Gemenebest. Waarschijnlijk is de Rode Baron vanaf de grond getroffen en niet door zijn achtervolger Roy Brown.

De Australiërs begraven von Richthofen met militaire eer op het kerkhof van het dorpje Bertangles bij Amiens. Na de oorlog begraven de Fransen hem op het Duitse militaire kerkhof van Fricourt. Nog later verhuist zijn stoffelijk overschot naar Wiesbaden.

bron : Mark de Geest, 14-18 in onder dagen, Manteau

 

Operatie Michael stopt

Generaal Erich Ludendorff zet Operatie Michael stop op 5 april 1918 wanneer duidelijk wordt dat hij geen definitieve overwinning kan behalen aan de Somme. Zijn troepen zijn 64 km gevorderd en hebben 240.000 Britse en Franse slachtoffers gemaakt. De Duitsers hebben ook grote verliezen geleden, vooral bij de stormtroepen die de strijd aanvoerden. Ludendorff richt zijn offensief nu op een andere sector aan het westfront.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

OperationMichael_Kaart

Duitse artillerie volgt de stormtroepen

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, volgt de oprukkende stormtroepen samen met zijn kameraden. Zijn startpunt is Saint-Quentin.

21 maart 1918 : De artillerie begint te vuren om 4u40 and na 5 uur trommelvuur, om 9u40 begint de infanterie met zijn stormaanval voorafgegaan door voortschrijdend trommelvuur. ’s Avonds zit ik op een affuit om mijn gedachten van deze dag te ordenen. Ik zou er helder boeken over kunnen schrijven. Het onmogelijke is dan toch gebeurd : we hebben een doorbraak geforceerd. Tijdens het vuren moest ik af en toe een pauze nemen, omdat ik het niet meer uithield met al het gas en de rook. De kanonniers staan in hemdsmouwen met het zweet dat van hen afdruipt. Granaat na granaat wordt afgevuurd op de vijandelijke linies en je moet geen bevelen meer geven omdat de soldaten geestdriftig genoeg zijn om snel de granaten af te vuren.

22 maart 1918 : We rukken op naar Essigny maar er is zo’n opstopping van voertuigen dat we nauwelijks een kilometer verder geraken na drie uur. We passeren de eerste linie van de Britten en zijn al snel in hun tweede linie. We horen dat generaal Foch tegen ons oprukt met het Franse reserveleger.

23 maart 1918 : Onze stormtroepen nemen Ham in en we zullen al snel onze oude posities terug innemen die we in 1916 hebben verlaten. Nu hebben we minder last van opstoppingen en we rukken sneller op.

24 maart 1918 : Onze sappeurs bouwen een brug over het kanaal en we zien enkele grote Britse kanonnen. We gaan verder naar Dury.

26 maart 1918 : Vanuit Eppeville bereiken we om 4 uur Nesle. In Carrépuis nemen we posities in links van het dorp. Onze infanterie brengt grote aantallen Britse krijgsgevangenen naar achter. Er zitten ook enkele Fransen tussen. De eerste Fransen die ik spreek, vragen me angstig of het waar is dat onze zware kanonnen Parijs onder vuur nemen. In Carrépuis worden we voor het eerst gebombardeerd door vijandelijke vliegtuigen.

27 maart 1918 : in Laboissière worden we onder vuur genomen door de Fransen. Ik leid mijn batterij naar veilige posities door het vijandelijk bombardement en we hebben slechts enkele gewonden te betreuren. Het lijkt erop dat we ons doel bereikt hebben en de Britse legers hebben gescheiden van de Franse.

Ook in Faverolles komen we terecht in een Frans bombardement. We trekken ons terug en brengen de nacht door in houten hutten. Daags erna zien we dat Faverolles grotendeels onbeschadigd is.  Alles lijkt hier vreedzaam, een hoop voorraad ligt voor het grijpen en de burgers lijken op het laatste nippertje te zijn gevlucht.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military.

operation-michael-german-offensive-march-21-1918