Waar is Hans Tröbst ?

Het laatste bericht van Hans Tröbst, Duitse officier in Turkse dienst, dateert alweer van 9 juli. Na een tactische terugtocht tot aan de Sakarya rivier, zijn de Turken erin geslaagd om de Grieken een halt toe te roepen. Van 23 augustus tot 13 september 1921 woedt de slag tussen Turken en Grieken aan de Sakarya rivier. Daarna is het Griekse leger op de terugtocht. Maar waar is Hans Tröbst gebleven ? We volgen hem aan de hand van enkele uittreksels uit zijn dagboek. Op 15 augustus 1921 heeft het bataljon van Hans Tröbst bevel gekregen om naar Ankara te marcheren. Daar vinden we Tröbst terug.

De Grieken waren weer in opmars vanuit Eskişehir. Rijkelijk vier weken had de Griek laten voorbijgaan voor hij terug besloot een nieuwe aanval te wagen. Een onschatbare tijdswinst voor de Turken die in deze periode soldaten mobiliseerde. Ik had de indruk dat de Griek weer op een gedisciplineerde en strijdlustige troepenmacht zou stoten. Toch zag men de komende gebeurtenissen met zorgen tegemoet. De officiersfamilies kregen het bevel de stad te verlaten en terzelfdertiojd werden voorbereidingen getroffen om het oorlogsministerie en de regering naar Kayseri in Cappadocië te verhuizen. Wij bleven tot 24 augustus in de stad tot we op 25 augustus het bevel kregen om naar Jokshahan aan de rivier Kizil Irmak te marcheren. We rekenden op drie dagen tot Jokshahan. Vanaf de tweede dag kreeg het landschap weer een bergachtig karakter. Jokshahan was met Akara verbonden door een weg die tijdens de Groote Oorlog geouwd werd en tot Erzurum had moeten leiden tot de gebeurtenissen de bouw stopzette. Hier had men alle materialen uit Kutachia, Eskişehir en Ankara verzameld om ze in karavanen naar Josgad en Kayzeri te transporteren. Ware bergen van munitie, machineonderdelen en levensmiddelen waren in een bonte verzameling opgestapeld. In de vroege namiddag braken we onder een tropische hitte weer op aan de vijftig meter brede, visrijke rivier Kisil Irmak. s’ Avonds kwam weer het bevel dat het bataljon terug naar Ankara zou moeten keren. Omdat we haast moesten maken, keerden we per trein terug en na dertien uren sporen waren we weer in Ankara.

Wat voor mij bijzonder onaangenaam was, was dat men me niet aan het front liet en als Etappist beschouwde ik mezelf als soldaat tweede klasse. (De Duitsers gebruikten de term Etappengebiet voor de streek onder militair bevel achter de frontlinies en het landsgedeelte onder burgerlijke overheid. Tijdens de Groote Oorlog was Gent hoofdstad van het Etappengebiet in België). Ik besloot een laatste poging te wagen en me tot generaal Refet Pasha te wenden. Alsof het lot mijn gedachten kon lezen, kreeg ik bij aankomst in Ankara het bevel om ’s anderendaags om twee uur bij het kabinet van de oorlogsminister te verschijnen. ’s Anderendaags zag ik mijn bataljon vertrekken om stellingen te bowuen op zeventig kilometer ten zuidwesten van Ankara. Enkel één compagnie bleef achter in de stad. Om 2 uur stapte ik in de werkkamer van de generaal. Met bijzondere vriendelijkheid beloofde hij me van alles en hij smeekte me om nog enkele dagen in Ankara te blijven.

De slag aan de Sakarya duurde al twaalf dagen en ik had weinig hoop om daar nog iets van te beleven. De Turk vocht tegen een driemaal talrijkere vijand die de modernste militaire materialen had die hij van zijn Engelse vrienden had gekregen. Het was stil in de stad. De meeste families hadden Ankara al verlaten. Ikzelf lag met een zware malaria-aanval in bed. Zodra ik weer op de been was, kreeg ik de melding dat ik zo snel mogelijk naar mijn bataljon moest gaan om een commando over te nemen. Op 12 september 1921 vertrokken we. Het bataljon zou in het dorp Karagedik nieuwe stellingen moeten bouwen. Want de vijand had zijn omsingelingspogingen nog niet opgegeven, en de nieuwe linie zou de Griekse opmars tot staan moeten brengen.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

aanval op Otto Ballerstedt

Nu Hitler de nieuwe voorzitter is geworden van de NSDAP (lees meer daarover in dit bericht) , zet hij zijn propaganda op dezelfde manier voort als voorheen. De aanhoudende spanningen tussen Beieren en het Reich komen hem daarbij goed van pas. Nadat minister Matthias Erzberger van Financiën op 26 augustus 1921 is vermoord (meer info in dit bericht) , roept president Friedrich Ebert de noodtoestand uit. In strijd met de grondwet weigert Gustav von Kahr, minister-president van Beieren, te erkennen dat die ook in Beieren van kracht is. Zo blijft de sfeer onverminderd explosief. Materiële onvrede draagt het nodige aan de stemming bij. Met de devaluatie van de mark stijgen de prijzen. Voedselproducten zijn in 1921 bijna acht keer zo duur als vlak na de oorlog.

Om publicitaire redenen voert Hitler de provocaties aan het adres van zijn politieke vijanden en de autoriteiten verder op. Op 14 september 1921 verstoort hij de orde op een bijeenkomst in de Löwenbräukeller, waar één van zijn aartsvijanden, de voorzitter van de separatistische Bayernbund, Otto Ballerstedt, het woord zal voeren. Een groepje volgelingen van Hitler is vroeg gekomen om de zitplaatsen rond het podium te bezetten. Hitlers aankomst in de stampvolle zaal is het signaal om onder de kreet “Hitler, Hitler” het podium te bestormen. Iemand doet het licht uit in de hoop dat er dan niet gevochten zal worden. Maar dat maakt de chaos alleen maar erger. Als de lichten weer aangaan, blijken Ballerstedt en een partijgenoot gemolesteerd en gewond te zijn. De inmiddels gewaarschuwde politie moet naar het schijnt Hitlers hulp inroepen om zijn mannen tot bedaren te brengen. Dat doet hij graag. Hij heeft zijn doel bereikt. “Ballerstedt zal vandaag niet meer spreken.”, zo verklaart hij.

De zaak is daarmee niet afgefdaan. Ballerstedt dient een klacht tegen Hitler in. De rechter veroordeelt hem wegens verstoring van de openbare orde tot drie maanden cel, waarvan twee maanden voorwaardelijk, afhankelijk van goed gedrag. Zelfs zijn machtige vrienden kunnen niet voorkomen dat Hitler die ene maand moiet zitten. Tussen 24 juni en 27 juli 1922 zit hij in de Stadelheim-gevangenis in München. Hitler rekent later nog met Otto Ballerstedt af. Tijdens de nacht van de lange messen eind juni begin juli 1934 is Ballerstedt één van de duizenden slachtoffers van deze dagenlange moordpartijen.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/September_1921

Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, p. 242

Otto Ballerstedt

politieke moord in het Zwarte Woud

Het lagere aan de Rijn gelegen deel van het Renchdal wordt omzoomd door hellingen met wijngaarden en boomgaarden. Verderop in het dal gaan ze over in dichte bossen, afgelegen zijdalen en de bergketens van het middendeel van het Zwarte Woud. Vanuit het kuuroord Bad Griesbach loopt een wandelweg met nauwe bochten door een dicht woud naar de Alexanderschans op de Kniebis, een langgerekte bergrug.

Op 26 augustus 1921, na de vroegmis, maakt Matthias Erzberger zich op voor een wandeltocht met zijn partijgenoot Carl Diez, waarbij hij zijn vrouw en dochter niet meeneemt. Het is de laatste dag van de vakantie. Na het zomerreces van het parlement wil hij uit zijn politieke ballingschap terugkeren naar de bedrijvigheid van de hoofdstad van het rijk. Enkele dagen daarvoor heeft hij in Berlijn persoonlijk te horen gekregen dat de rechtszaak tegen hem wegens belastingontduiking is geseponeerd.

Met Diez, zijn vriend uit de partij, is er een en ander te bespreken voor de komende dagen. Diep in gesprek verwikkeld laten de wandelaars op de oplopende Kniebisstrasse de huizen van Bad Griesbach achter zich. Die nacht heeft het hard geregend en het druppelt nog altijd waardoor ze onderweg bijna niemand tegenkomen. Na de derde haarspeldbocht, die tussen hoge dennenbomen ligt, worden ze ingehaald door twee jonge mannen, van wie er één een landkaart bij zich heeft. Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen hebben zich voorgenomen deze keer un opdracht wel uit te voeren en de omstandigheden lijken gunstig. Toch missen ze ook deze kans om in actie te komen. Erzberger en Diez, die achterop zijn geraakt, lopen nog maar een bocht verder tot een boswachtershut en gaan dan terug naar Griesbach. Dat is tegen elf uur ’s ochtends.

Opeens begrijpen Tillessen en Schulz dat de tijd hun door de vingers glipt. Haastig gaan ze de anderen achterna tot ze hen in de tweede haarspeldbocht inhalen. Als ze even blijven staan, verdwijnen de remmingen bij Heinrich Tillesen. “Omdat ik het gevoel had dat het de hoogste tijd was dat we iets deden, trok ik mijn pistool en sprong naar voren”, zal hij later verklaren. Erzberger staat een meter of twee, drie voor Tillessen als die meerdere schoten achter elkaar rechtstreeks van ooghoogte op hem afvuurt. “Schiet, schiet dan toch,” hoort Schulz zijn kameraad roepen, “anders zou het allemaal voor niets zijn.”. En dan richt hij op Carl Diez, die door de druk van het schot omver valt. Erzberger sleept zich ondertussen naar het struikgewas aan de rand van de weg en glijdt op zijn buik van de helling omlaag naar het dal. Ze blijven schoten op hem afvuren. Schulz springt van het talud, daarbeneden ligt Erzberger, neergevallen aan de voet van een den. Schulz buigt zich over hem en schiet twee keer op zijn hoofd. Daarna klimt hij het talud weer op. Tillessen staat daar nog. Diez ligt gewond op de weg.

Ze hebben een vluchtplan nodig. Ze willen zich dwars door de velden een weg banen naar Oppenau. Hun revolver verstoppen ze ergens in een bosje. Enkele uren later komen ze aan in het pension, doornat en doodop. ’s Middags bij de koffie horen ze van de waardin dat enkele uren eerder, maar één dorp verderop, de bekende politicus Matthias Erzberger is vermoord.

Schulz en Tillessen gaan terug naar München waar ze verslag uitbrengen bij hun meerdere Manfred von Killinger. Als in de pers de eerste uitkomsten van het onderzoek verschijnen, beveelt hij hun de wijk te nemen naar Oostenrijk, en later naar Hongarije. Het netwerk van Organisation Consul dat connecties heeft met bevriende rechtsten en nationalisten werkt soepel. Ze krijgen telkens op het juiste moment aanwijzingen en financiële middelen. De Münchense hoofdcommissaris van politie Pöhner zorgt voor de reispapieren.

Hun opdrachtgevers in München hadden de politieke moord op de volksverrader vanuit de schaduw van de anonimiteit willen uitvoeren, zonder sporen na te laten. Maar anders dan de bedoeling is, zal Organisation Consul door de moord op Matthias Erzberger in het hele Duitse Rijk bekend worden. Twee weken na Erzbergers dood vaardigt het Openbaar Ministerie van Offenburg een arrestatiebevel uit tegen Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

een aanslag in de maak

Begin augustus 1921 staan twee jonge mannen met een vrijwel indentieke levensloop, tot aan hun voornaam toe, in het kantoor van afdelingshoofd B in de “Beierse houtverwerkingsmaatschappij”, de schuilnaam van Organisation Consul, in München. TIjdens de oorlog zijn Heinrich Tillessen en Heinrich Schulz officieren geweest. Later hebben ze deel uitgemaakt van de stormcompagnie van marinebrigade Ehrhardt. Verbitterd hebben ze vastgesteld dat de rijksregering de beloften jegens henniet is nagekomen en dat ze zonder enige vorm van waardering op straat zijn gezet. De twee mannen laten zich meeslepen door een volksnationalistische woede, die nog toeneemt tijdens bijeenkomsten van radicalen en debatten met gelijkgezinden.

Schulz en Tillessen staan een klein jaar in de wachtstand tussen uiterlijke leegte en innerlijke opwinding voordat ze in mei 1921 door hun commandant Ehrhardt naar zijn organisatie in München worden geroepen. Drie maanden lang helpen ze in de O.C. centrale Manfred von Killinger. Dat is de man die in de marinebrgigade het bevel heeft gevoerd over hun stormcompagnie. Tillessen en Schulz zijn enkele dagen daarvoor tijdens een feestelijke beëdiging opgenomen in de Germanenorde, waarmee ze in contact zijn gekomen tijdens hun radicalisering in Regensburg. Door de eed die ze voor von Killinger hebben afgelegd, zijn ze nog sterker gebonden aan diens gezag.

Begin augustus krijgen ze een envelop met een brief. Daarin staat ongeveer dit :”Overeenkomstig de door de leiding gemaakte selectie bent u uitgekozen om de rijksminister van Financiën Erzberger uit de weg te ruimen. We laten het aan u over op welke manier u dit wilt doen.“. Onmiddellijk na het lezen moet Schulz het briefje voor de ogen van von Killinger verbranden. Daarna worden ze met een royale onkostenvergoeding met vakantie gestuurd.

Ze hebben drie weken nodig om Matthias Erzberger op te sporen. In de Rijksdag in Berlijn komen ze erachter dat hij op vakantie is in Zuidwest-Duitsland. Ze reizen hem per trein achterna, naar Stuttgart en Ulm, naar een thermaal bad in Biberach, naar een kuuroord in Beuron.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

een nieuwe voorzitter voor de NSDAP

In juni 1921 is de NSDAP (NationalSozialistische Deutsche Arbeiterpartei) op zoek naar geldschieters voor de zieltogende Völkische Beobachter. Tevens zijn er al enige tijd gesprekken gaande om een fusie voor te bereiden tussen de NSDAP en de DSP (Deutsch Soziale Partei). Ondanks enige accentverschillen in hun programma’s hebben beide partijen meer gemeen dan dat ze zich onderscheiden. Bovendien is de DSP een landelijke organisatie met aanhang in Noord-Duitsland, terwijl de NSDAP enkel een lokale aanhang heeft.Als de fusie door zou gaan, dan zou het nieuwe hoofdkwartier in Berlijn gevestigd worden, iets waar Adolf Hitler mordicus tegen is. In de kleine, hechte NSDAP is Hitler immers de grote man, een positie die hij bij een fusie kwijt zou kunnen raken.

En dan doemt er nog een groter gevaar voor hem op. In maart 1921 is er in Augsburg met de Deutsche Werkgemeinschaft een zoveelste völkische organisatie in het leven geroepen. De oprichter, dr. Otto Dickel, heeft tevens een boek geschreven, Die Auferstehung des Abendlandes, en heeft daarmee heel wat opzien gebaard in völkische milieus. Politiek gesproken staat Otto Dickel dicht bij de NSDAP en de DSP. Ook hij propageert de klassenloze maatschappij via nationale vernieuwing en de strijd tegen de “joodse overheersing” door maatregelen tegen de renteslavernij. Dickel wordt uitgenodigd en in afwezigheid van Hitler spreekt hij in München met groot succes de bomvolle feestzaal in het Hofbräuhaus toe, dezelfde zaal dus waar Hitler altijd optreedt. Er worden meer redevoeringen van Dickel gepland. De NSDAP-leiders zijn blij in hem een tweede populaire en uitstekende spreker gevonden te hebben.

Op 10 juli 1921 is er een bijeenkomst van de NSDAP en de Deutsche Werkgemeinschaft van Otto DIckel om samenwerkingsakkoorden te bespreken. Op die vergadering laat Hitler geregeld zijn kwaadheid blijken alvorens voortijdig de vergadering te verlaten. Op 11 juli laat hij weten dat hij zich uit de partij terugtrekt met als reden dat de delegatie in Augsburg de partijstatuten geschonden heeft. Hitler heeft al eens in 1920 gedreigd op te stappen als aan zijn eisen niet voldaan werd en toen heeft hij zijn zin gekregen. Op 13 juli deelt Anton Drexler, voorzitter van de NSDAP aan de rest van het bestuur mee wat de eisen van Hitler zijn : hij wil de post van voorzitter met dictatoriale macht krijgen, de hoofdzetel van de partij moet in München blijven, het partijprogramma wordt als onveranderlijk beschouwd en alle fusiepogingen worden gestaakt. De volgende dag al verklaart het partijbestuur zich bereid om Hitler die dictatoriale bevoegdheden te geven. Meer zelfs , het partijbestuur is verheugd dat Hitler het partijvoorzitterschap op zich wil nemen nadat hij Drexlers aanbod eerder heeft afgewezen. Op 26 juli 1921 schrijft Hitler zich opnieuw in als lid van de partij. Op de buitengewone ledenvergadering van 29 juli 1921 in de feestzaal van het Hofbräuhaus verdedigt Hitler zich tegen zijn opponenten in de partij. Hij wijst er trots op nimmer een partijfunctie te hebben nagestreefd en het voorzitterschap meermaals te hebben afgewezen. Ditmaal is hij echter bereid die post te aanvaarden. De nieuwe partijstatuten die Hitler in allerijl heeft opgesteld, bepalen in drie afzonderlijke punten dat de eerste voorzitter de volledige verantwoordelijkheid draagt voor alle activiteiten van de partij en dat hij slechts verantwoording verschuldigd is aan de ledenvergadering. Met slechts 1 stem tegen geven 554 betalende partijleden Hitler de dictatoriale macht.En daarmee is Hitler tot de nieuwe voorzitter van de NSDAP gekozen.

bron : Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, pp. 222 en verder

de Grieken komen !

Hans Tröbst, voormalig Duits officier, heeft zich na de oorlog bij de Kemalisten in Anatolië aangesloten. Daar wacht hij op de verwachte veldslag met de Grieken begin juli 1921.

Het was al laat als we weer in ons dorp Güwem aankwamen. Daags erna kwam overste Shükri Bey aan met het nieuws dat piloot verkenners gemeld hadden dat onze tegenstanders in twee kolonnes vanuit Uşak en Gedis onze richting uitkwamen. De sectie bij Güwem was twintig tot vijfentwintig kilometer lang. De stellingen lagen op zacht glooiende hellingen die kaal waren en een mooi uitzicht boden op het schootsveld. Ongeveer in het midden van de stellingen was een drie kilometer breed woud, voorzien van de nodige ravijnen en dat schrijlings op onze stellingen aansloot. Maar men had niets gedaan om zich hier tegen verrassingsaanvallen te verdedigen. Ik deelde mijn bedenkingen met mijn overste maar hij verklaarde rotsvast overtuigd van het eigen gelijk :”De Griek vermijdt de bossen bij de aanval en wij vermijden ze bij de verdediging en dus moeten we hier geen versterkingen voorzien.”.

Omdat ook andere Turkse officieren van het pioniersbataljon mijn bedenkingen deelden, reed ik met luitenant-kolonel Heireddin langs onze verdediging om toch minstens één linie te voorzien. Voor meer verdedigingswerken hadden we niet voldoende manschappen.

Als de eerste berichten over de naderende vijand binnenkwamen, was er maar een klein deel van de stellingen klaar. Gelukkig kwam er op dat ogenblik een konvooi ossenwagens aan met het nodige gereedschap, zodat we niet alleen de pioniers maar ook de infanteristen zelf aan het werk konden zetten. Maar om het rampzalige woud bekommerde zich niemand.

Tegen de avond was de Griekse kolonne die vanuit Gedis kwam (een infanteriedivisie met sterke cavalerie) nog maar twintig kilometer verwijderd. Onze divisiecommandant was de linies langsgereden en zag tot zijn ontzetting dat er voor de verdediging van het woud nog niet het minste was gedaan. Als de vijand daags erna zou aanvallen, dan zaten onze soldaten op een stenige bodem in kniediepe loopgraven zonder verdere hindernissen en met officieren die geen voorkennis hebben van het niemandsland voor de linies. Het gebrek aan communicatieapparatuur, de moeilijke bevelvoering, de weinig geschikte inrichting van de loopgraven, een zwakke artillerie, al dat en nog duizend andere zaken stemden me zeer zorgelijk.

De dag erna was even zonnig als alle andere voorgaande. Maar er hing iets onbestemd in de lucht. De artillerie schoot zich verder in en de granaatinslagen riepen in de bergen een veelvoudige echo op. De soldaten verzamelden zich, stafmedewerkers en boodschappers galoppeerden over en weer. Maar voor de rest heerste er in de drukkende hitte de rust van een kerkhof.

Enkel in het dorp weerklonk gehuil en geweeklaag. Het bevel tot evacueren was aangekomen. Maar ook zonder dat bevel zou het resultaat hetzelfde geweest zijn. De melding “De Grieken komen eraan !” was voldoende om een volksverhuizing in gang te zetten in richting van de achterste linies.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Griekse cavalerie in opmars – Klein Azië – 1921

Organisation Consul

De Kapp-putsch van maart 1920 heeft de top van de Duitse rijksregering duidelijk gemaakt hoezeer de controle over de vrijkorpsen uit hun vingers is geglipt. De troepenvermindering die in het verdrag van Versailles is vastgelegd, laat de regering dan ook geen andere keus dan deze eenheden te ontbinden, wat niet overal even goed lukt zoals bij de marinebrigade van Hermann Ehrhardt.

Hermann Ehrhardt kiest om ondergronds te gaan na de mislukte staatsgreep en zoekt een onderkomen in Beieren. De keuze voor Beieren is niet toevallig omdat hij er een jaar eerder met zijn marinebrigade is opgetrokken tegen de radenrepubliek. Het antibolsjewistische deel van de Beierse bevolking heeft hem daarbij toegejuicht. Hij wisselt in München herhaaldelijk van verblijfplaats. Zijn schuilnamen zijn Hugo von Eschwege, Hugo Eisele of consul Hans Eichmann.

In de late herfst van 1920 betrekt een groep Ehrhardt-officieren een hoekgebouw met een jugenstilgevel in het stadsdeel München-Schwabing. In de onopvallende huurwoning in de Trautenwolfstrasse is een houtverwerkingsbedrijf gevestigd die in werkelijkheid nooit zaken doet in de verwerking van hout. Achter deze dekmantel gaat de centrale van Hermann Ehrhardts nieuwe geheime genootschap schuil. Al gauw komen in de kleine wijk Schwabing een groep mannen weer bijeen die elkaar kennen uit hun gemeenschappelijke tijd aan het front en in het vrijkorps en die worden verenigd door dezelfde gevoelens. Ze hebben het nooit kunnen verkroppen dat ze ontzet zijn uit hun leidersrolals officier in het Duitse keizerrijk. In een nieuw verbond willen ze hun lot als verliezers in het tegendeel doen omslaan.

Deze groep krijgt in 1921 versterking van nieuwe aanhangers. Als bij een referendum in Silezië vereist door het verdrag van Versailles , in maart 1921 een onverwacht duidelijke meerderheid ervoor kiest om bij het Duitse rijk te blijven, negeren Poolse opstandelingen deze uitslag en bezetten grote delen van Opper-Silezië om die gebieden in te lijven bij de republiek Polen. Honderden mannen uit de vroegere vrijkorpsen mobiliseren zich uit eigen beweging en steken de grens met Opper-Silezië over om zich aan de sluiten bij Zelfverdediging Opper-Silezië.

Enkele weken later maakt een wapenstilstand een einde aan het avontuur voordat de gevechten zouden uitlopen in een Duitse burgeroorlog. De Münchense organisatie van Hermann Ehrhardt krijgt hierdoor een nieuwe dynamiek. De inzet heeft niet alleen oude kameraden bijeengebracht maar ook vele nieuwe aanhangers opgeleverd. Vanwege de toestroom worden de structuren van de centrale in Schwabing uitgebreid. In de loop van de zomer 1921 is in München de veteranengroep van iemand die gezocht wordt wegens hoogverraad veranderd in een slagvaardige, landelijk opererende geheime organisatie die zich sindsdien Organisation Consul noemt. De nieuwe schuilnaam is afgeleid van een pseudoniem van Ehrhardt die zich tijdens zijn ballingschap in Beieren uitgeeft als “de heer consul”.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands diep.

gevecht om de Annaberg

Bij de derde Silezische opstand zijn de Polen goed voorbereid en kunnen ze de Duitsers verrassen. Een Pools commando slaagt erin om heel wat spoorbruggen te ondermijnen en treinen te doen ontsporen. (Lees maar daarover in dit bericht) . De Duitsers in het oosten krijgen daardoor niet tijdig versterkingen en worden westwaarts teruggedrongen. Na twee weken zijn ze echter wel klaar voor een tegenaanval tegen de Polen. Daarbij zijn er zelfs versterkingen uit Beieren met heel wat oorlogsveteranen onder de rangen waaronder de latere nazi-leider Sepp Dietrich.

De Annaberg met het klooster op de top van de heuvel is strategisch van belang omdat je daarmee de Odervallei kan controleren. Op 21 mei 1921 om 2u30 gaan het Oberland Freikorps en de Silezische Selbstschutz met 900 man in de tegenaanval. De Duitsers hebben geen artillerie die ze kunnen inzetten, maar na hevige gevechten slagen ze erin twee kanonnen te veroveren op de Polen. Na nog eens zeven uren van zware gevechten drijven de Duitsers het Pless regiment weg en pakken vervolgens de vrijwilligers van Katowice aan, die in de buurt gelegerd zijn.

Om 11 uur trekken de Duitsers op naar de Annaberg die ze vanuit vier richtingen benaderen. Weer komt het tot zware lijkf-aan-lijfgevechten waarna de Polen zich oostwaarts terugtrekken. Een Poolse tegenaanval wordt afgeslagen. Deze overwinning vindt enorme weerklank in Duitsland omdat het als eerste overwinning gold sinds november 1918.

Op 22 mei nemen de Polen Raszowa en Daniec terug in en in de regio van Januszkowic verhinderen ze een Duitse poging om de Oder over te steken. Op 23 mei willen de Polen op hun beurt oprukken maar de Duitse artillerie slaat hen terug.

Op 25 mei besluit de Selbstschutz om onderhandelingen te beginnen, onder druk van de Duitse regering in Berlijn. Op 26 mei komt er dan ook vanuit Poolse kant een oproep om de gevechten te staken. Het blijft rustig tot er weer schermutselingen zijn van 4 tot 6 juni.

Begin juli 1921 nemen geallieerde soldaten posities in rond de Annaberg en trekken Duitsers en Polen zich terug. De definitieve grenzen in Silezië zullen later na een volksraadpleging door de geallieerden getrokken worden. De Annaberg zal Duits blijven tot 1945. Daarna wordt het gebied Pools.

bron : Battle of Annaberg – Wikipedia

op zoek naar frontdienst

Hans Tröbst is op basis van zijn pionierservaring in het Duitse leger toegewezen aan een Turkse divisie die verdedigingsstellingen graaft in afwachting van de volgende Griekse aanval. Maar hij hoopt nog altijd naar het front te kunnen gaan. En dus besluit hij op 6 mei 1921 de trein naar Eskişehir te nemen om nogmaals te vragen naar het front te mogen.

De komende veldslag was het brandpunt van al onze gesprekken. Ze werd beschouwd als de laatste beslissende veldslag. Als de Griek opnieuw slaag zouden krijgen, dan zou hij ononderbroken tot Smyrna en verder weglopen. (…) Om zeker te zijn dat ik deze veldslag niet zou missen, besloot ik naar Eskişehir naar de generale staf te gaan om mijn overplaatsing aan te vragen naar een divisie aan het front en om tenminste bevel te kunnen voeren aan het front voor de duur van de veldslag.

En dus spoorde ik per trein naar Eskişehir om opnieuw de grootstadlucht in te ademen en vooral mijn aanbeden Adèle weer zien. Al aan het eerstvolgende station hadden we een langer oponthoud omdat hier een goederenwagon moest uitgeladen worden. Ook hier zoals overal een voorbeeldige orde. De uniformen waren natuurlijk een zeer bonte samenstelling. Engelse en Franse uniformstukken vielen het meest op. Maar hieraan ziet men dat men ook zonder reglementaire uniformen oorlog kan voeren zolang de wil er maar is.

Tegen de middag kwam ik in de stad aan, haalde Erturgrul op en we besloten om de rest van de dag te vieren en ons grondig te bezuipen. Want Ertugrul had bij de Duitse keierlijke marine gediend. We bezochten samen Adèle Georgiades, Käthe Leontides en daar leerder ik nog andere Griekse godinnen kennen. Nadat we ongelooflijk veel ijs en sorbet gegeten hadden, Shira en ander spul hadden gedronken, begaven we ons naar de woning van Ertugrul die hij van een Duitse, Frau Kleinert, gehuurd had.

De dag erna ging ik met een zure snuit en een zware kop naar majoor Tefik Bey die net van de frontlinies was teruggekomen. Mijn uitdrukkelijke aandringen om me toch eindelijk naar het front te sturen, had tot gevolg dat hij me beloofde mijn vraag te bepleiten. Nu, dan was het alweer wachten.

In de namiddag ging ik op de uitnodiging van een oudere heer in, die zich als Oostenrijkse Rittmeister van de reserve voorstelde en die al 20 jaar dienst bij de spoorwegen had. Hij bewoonde met zijn Armeense vrouw een verrukkelijk huisje dat midden in een reuze fruitplantage lag. Ik beleefde bij varkensgebraad en wijn een zeer interessante namiddag bij hen. Jammer genoeg vertelde hij weinig vrolijks. Hij had de wereldoorlog aan alle fronten meegemaakt en vertelde me als oude soldaat met diepe droefheid over de toestanden in het Oostenrijkse leger.

Zo toonde hij me een omvangrijke verzameling springstoffen, waarop een datum en een kilometergetal gegraveerd stonden. Bijvoorbeeld 15.7.1915, km 495,5. Deze explosieven waren afkomstig van de kanonnen van Engelse en Italiaanse onderzeeërs die in de golf van Ismid binnengedrongen waren en negen maal geprobeerd hadden de spoorlijn naar Bagdad te verwoesten.

De spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad waarvan hier sprake is, is een spoorlijn die door het Duitse keizerrijk gefinancierd werd. De spoorlijn werd door de Britten als een bijzonder risico ervaren omdat het de Duitsers dichter bij India bracht en ook controle gaf over de olievelden nabij Basra. Volgens sommige historici is deze spoorlijn een van de redenen waarom Groot-Brittannië tegen Duitsland ten oorlog trok.

Bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Berlin%E2%80%93Baghdad_railway

Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

De foto hieronder toont een zicht op Eskişehir in de jaren 1920.


per trein naar pionierswerk voor Troebst

In Ankara wacht Hans Tröbst ongeduldig op verdere marsbevelen. Na enige dagen krijgt hij nog het voorstel om les te geven aan aspirant officieren, maar dat voorstel wijst hij af. Hij wil terug aan het front zijn. Nog enkele dagen later krijgt hij zijn marsbevel en een treinticket naar Eskişehir. Daar moet hij zich bij het hoofdkwartier van generaal Ismet Pasha melden. Daar aangekomen, krijgt hij een nieuwe functie en doel toegewezen. De Turken bouwen stellingen in Sabunje-Punar om een nieuwe Griekse aanval te kunnen afslaan. Het is van het uiterste belang dat ze de spoorlijn tussen Eskişehir en Afyonkarahisar behouden. Alleen dan kunnen ze met de nodige snelheid hun reserves naar bedreigde plaatsen sturen. Omdat de slag bij Inönü heel wat Turkse officieren het leven heeft gekost, rekenen de Turken op de ervaring van Tröbst om hen bij te staan bij de bouw van de stellingen.

De officier Tefik Bey wist me te vertellen dat ze een nieuw Grieks offensief over vier weken verwachten. Daarom waren ze nu bezig met de bouw van stellingen die commandant Shükri Bey als pionierinspekteur leidde. Ik zou onder zijn commando werken en zou vandaag nog met de trein naar Sabunje-Punar afreizen. Ik aanvaardde de opdracht maar was diep ontgoocheld. Nog altijd geen frontlucht !

Het landschap was redelijk eenvormig, een breed, zeer vruchtbaar dal , aan beide zijden door ergen begrensd, waarin de trein zich over vele bruggen en door enkele tunnels heen kronkelde. Al na twee uren kwam ik op mijn eindbestemming aan en stapte uit de trein. Mijn nieuwe chef was natuurlijk uitgerekend die morgen naar Eskişehir vertrokken en ik meldde me dan maar bij zijn vervanger, majoor Hasim Bey.

Tussen de Griekse en de Turkse linies zat een niemandsland van ongeveer honderdvijftig kilometer. Men verwachtte dat de Grieken bij het volgende offensief opnieuw naar Eskişehir zouden oprukken. Daarom moesten er stellingen worden aangelegd ter bescherming van de stad. Als we aankwamen, was het bataljon al aan het werk. Het bestond bijna uitsluitend uit geïnterneerde Griekse burgers, die in Klein-Azië woonden maar Ottomaanse onderdanen waren. Omdat men hen tijdens de oorlog niet vertrouwde, waren ze niet naar het front gestuurd, maar had men hen enkel voor arbeidsdienst ingezet. Veel lust om te werken hadden ze niet, en dus werd er door de korporaals af en toe met een knuppel wat extra ijver aangemaakt.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie