dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz

 

Sulzbach krijgt het Ijzeren kruis

Herbert Sulzbach is samen met zijn artillerieregiment op de terugtocht.

4 augustus 1918 : Ik heb nu vier jaar oorlog achter de rug. Ik ben 24 jaar oud en de schoonste jaren van mijn jeugd heb ik besteed aan deze moorddadige waanzin. De mooiste periode van ons leven gaat op deze manier aan ons voorbij.

5 augustus 1918 : We trekken ons terug ten noorden van Chivy nabij de Chemin des Dames. We zijn nog steeds een Eingreifdivision, wat betekent dat we dichtbij de frontlinies zitten, klaar om in noodgevallen in te grijpen. We hebben hier goede loopgraven en diepe schuilplaatsen want een tijdje geleden waren dit de Franse frontlinies.

Ondertussen heb ik het Ijzeren Kruis eerste klasse ontvangen van generaal Weber en daarna werd ik ontvangen bij mijn regimentscommandant die zijn waardering voor me uitsprak en me hartelijk feliciteerde. Toen de generaal me de decoratie opspeldde, ze hij :”Een van de weinige dappere mannen van het 5e regiment die nog zijn overgebleven…”.

Het legercommuniqué van 9 augustus 1918 meldt dat een grootschalige slag bezig is nabij Montdidier, waar de Fransen eerst een rookgordijn hebben opgezet en daarna zijn opgerukt met een zeer groot aantal tanks en een indrukwekkend aantal soldaten.

Na 10 dagen als Eingreifdivision gediend te hebben, mogen we naar de tweede linies verhuizen. Op 20 augustus 1918 krijgen we plots marsorders om terug te trekken naar Vorges om 20 u. Waarom zo plots ?

23 augustus 1918 : Het lijkt erop dat we in Vorges blijven. Er wordt hier heel wat gehamerd en zaken opgebouwd. Ook hier zijn we een Eingreifdivision in reserve. Het lijkt erop dat we geen rust gaan krijgen in de laatste linies. In plaats daarvan moeten we onze rust vlakbij het front zoeken. De omgeving is hier mooier dan in Chivy, we hebben hier wouden en heuvels en in de verte hebben we een mooi zicht op Laon.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

HerbertSulzbach_IjzerenKruis_1918

 

De U-boot van Johannes Lohs verdwijnt

Johannes_Lohs_Portrait-218x300Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

Johannes Lohs kwam in actie kort na het begin van de oorlog. In de loop van zijn carrière ontving hij meerdere eretekens en werd hij meermaals gepromoveerd.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://surfaceinterval.uk/oberleutnant-zur-see-johannes-lohs/

Duits opperbevel in Spa

In Spa, tevens hoofdkwartier van het Duitse leger, verzamelt op 13 en 14 augustus 1918 de “kroonraad” om de militaire toestand op het terrein en de politieke situatie te evalueren. Behalve keizer Wilhelm II en opperbevelhebbers Erich Ludendorff, Paul von Hindenburg en admiraal Reinhard Scheer, zijn ook enkele topministers aanwezig. 

Aan het begin van de lente van 1918 was iedereen nog hoopvol over de overwinning, maar nu beseffen meer en meer aanwezigen dat de nederlaag er zit aan te koen. De militaire adviseur van de Oostenrijkse keizer informeert het gezelschap dat zijn land de oorlog nog slechts kan volhouden tot het einde van het jaar.  

Het gezelschap denkt aan vredesbesprekingen, maar de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Paul von Hintze, wil dat er eerst nog een overwinning op het slagveld is behaald. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Wilhelm_II_Hindenburg_Ludendorff_191808

 

doorbraak bij Amiens

De British Expeditionary Force van veldmaarschalk sir Douglas Haig voert het Amiens-offensief aan. De aanval moet gedeelten van de spoorweg Amiens-Parijs, sinds Unternehmen Michael in maart 1918 door de Duitsers bezet, weer bevrijden. Het Britse 4e leger van generaal sir Henry Rawlinson voert het offensief aan, een methodische opmars over een front van 24 kilometer, voorafgegaan door een kort bombardement.

Meer dan 400 tanks nemen het voortouw voor de elf Britse divisies die in de eerste fase van het gevecht ingezet worden en gesteund worden door de linkervleugel van generaal Eugène Debeney’s Franse eerste leger. De Duitse verdedigingsposten worden beman door het 2e leger van generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. De twee generaals beschikken over veertien divisies in de frontlinie en negen in reserve. De Brits-Franse aanval blijkt een overweldigend succes en de Duitsers dienen zich 16 km terug te trekken.

Verdere onheilstekens teisteren het Duitse leger : enkele eenheden uit de frontlinie zijn simpelweg gevlucht zonder verzet te bieden. Zo’n 15.000 soldaten hebben meteen gecapituleerd. Na het horen van dat nieuws roept de stafchef, generaal Erich Ludendorff, 8 augustus 1918 uit tot “zwarte dag voor het Duitse leger”. Maar de situatie wordt er niet beter op : een dag later worden er nog meer Duitsers gevangen genomen.

Op 10 augustus 1918 verschuift de aandacht van het Amiens-offensief meer naar de regio ten zuiden van het door de Duitsers bezette gebied. Het Franse 3e leger van generaal Georges Humbert rukt op naar Montdidier, verdrijft de Duitsers uit de stad en zorgtop die manier voor de heropening van de spoorlijn Amiens-Parijs.

Het eerste stadium van het offensief wordt beëindigd op 12 augustus 1918 omwille van het groeiende Duitse verzet. Daardoor verkleint echter de nederlaag van de Duitsers niet. Aan Duitse zijde worden 40.000 soldaten gedood of gewond en ongeveer 33.000 gevangen genomen. De Brits-Franse troepen verliezen ongeveer 46.000 manschappen.

Bron: Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande schilderij is van William Longstaff, getiteld 8th august 1918.

8th_August_1918_Will_Longstaff

 

de zwarte dag van het Duitse leger

Bij Amiens beginnen de geallieerden op 8 augustus 1918 aan de uitstekend voorbereide slag om Amiens die drie dagen zal duren. Een voorbeeld illustreert de prima organisatie : in de mistige ochtenduren vliegen geallieerde vliegtuigen boven het slagveld opdat de tegenstrever de oprukkende tanks niet zou horen.  

Tijdens de voorbereiding van de aanval nemen de geallieerden maximale veiligheidsmaatregelen om et verrassingseffect van de aanval optimaal uit te spelen. De aanval begint om 4u20 en tegen dat de mist optrekt, zijn de geallieerden al voorbij de eerste Duitse stellingen en vallen ze die via de achterkant aan. Op dat ogenblik nemen ook verse manschappen de aanval over. Tegen het einde van de dag hebben de geallieerden 25 kilometer Duitse stellingen in hun bezit en vele duizenden krijgsgevangen genomen. 

De Duitse generaal Erich Ludendorff verklaart later :”Dit was de zwarte dag van het Duitse leger in deze oorlog.”. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

DuitseSoldaten_19180808

laatste zeppelinaanval op Londen

Door de opkomst van nieuwe en beter bewapende vliegtuigtypes en door de verbeterde grondafweer vermindert de militaire slagkrach van de zeppelins. In de nacht van 4 op 5 augustus 1918 doen de Duitsers een nieuwe poging om Londen te bombarderen vanuit een zeppelin. Het wordt de laatste.  

Van de vijf toestellen die op weg zijn naar Londen onder bevel van Peter Strasser, wordt het eerste boven de Noordzee uit de lucht gehaald door twee toestellen van de RAF. Op nauwelijks een minuut is het luchtschip volledig door vuur verteerd. Niemand van de 23 bemanningsleden overleeft de aanval. De overige vier schepen ontdoen zich boven de zee van hun bommen en maken rechtsomkeer.  

Tijdens de oorlog ondernamen zeppelins 26 raids op Londen. Negen daarvan raakten er ook werkelijk. Op de grond lieten 567 mensen het leven tijdens die bombardementen, terwijl er 1358 gewonden vielen. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Onderstaande schilderij is van William Lewis, getiteld “death of Peter Strasser”.

 WilliamLewis_DeathofPeterStrasser_1918