de hel van Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie met frontervaring sinds augustus 1914, maakt een helse ervaring mee op 21 juli 1918.

Ik weet niet welk woord ik moet gebruiken voor het hevige artillerievuur dat de Fransen deze morgen gebruiken als voorbereiding voor de aanval. Het woord “hel” drukt iets teder en vredevol uit in vergelijking met wat wij ervaren. Ik heb heel wat ervaring inzake trommelvuur, zowel van de vijandelijke artillerie als van onze eigen kanonniers. Het lijkt wel alsof aller artilleriebarrages die ik ooit beleefd heb vandaag in een keer op ons terecht komen. Om 6u ’s morgens ben ik op mijn observatiepost maar je kan nauwelijks iets zien omwille van de rok, je moet je voortdurend op de grond gooien om niet getroffen te worden en dan begrijp je daarna niet waarom je nog niet geraakt bent.

Ik begrijp niet hoe de Fransen hierin geslaagd zijn : eerst ons offensief van 15 juli doen stoppen, en daarna een tegenaanval lanceren op grote schaal, met zoveel soldaten en uitrusting. De Amerikanen hebben hierin een groot aandeel, vooral met hun infanterie en artillerie. Het is ook een feit dat de Fransen zowel in kracht, energie als moreel gegroeid zijn. Ze zijn taaier geworden en hebben hun uithoudingsvermogen vergroot.

Het schilderij hieronder is van George Leroux, getiteld “L’enfer” (de hel).

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

GeorgesLeroux_Lenfer

verwarring bij de Duitse artillerie

Herbert von Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, maakt het Duitse offensief van 15 juli 1918 in de eerste linies mee. Op enkele dagen tijd kantelt het voordeel van de Duitse naar de geallieerde zijde. We lezen die kanteling in het dagboek van Sulzbach.

15 juli 1918 : Om 1u10 stipt begint een vreselijk gedreun uit de lopen van duizenden en duizenden kanonnen. De offensieven sinds 21 maart 1918 zijn allen op dezelfde manier begonnen. We zijn zo zeker dat alles gaat slagen, het spervuur, de infanterieaanval en de overwinning.
Om 4u50 begint het trommelvuur, gevolgd door de infanterieaanval. Mijn batterij nummer 5 heeft jammer genoeg zware verliezen geleden. We hebben onze gasmaskers heel de tijd op omdat de Fransen een combinatie van gas en shrapnel afvuren. We krijgen geen duidelijk beeld hoe onze infanterie oprukt. En gek genoeg krijgen we zelf ook geen orders om op te rukken.
De aanval wordt gestopt even buiten Prosnes : het verzet van de vijand lijkt onbreekbaar. Hoe gaat het op onze linker- en rechterflank ? We hebben niet meer hetzelfde moreel als op 21 maart of 27 mei.

16 juli 1918 : We hebben wat kunnen slapen en de situatie is nog onveranderd. Tegen de avond komt het bevel om terug te trekken naar de achterhoede. Wat is er toch aan de hand ? Ik verlaat mijn schuilplaats om mijn marsorders te krijgen. We trekken ons terug naar kamp Torgau waar alle hutten al vol zitten, dus bivakkeren we waar er nog ruimte is. Ons moreel is bijzonder laag, we hebben geen flauw benul wat er nu is gebeurd en we vermoeden dat ons grote offensief niet goed verloopt.

17 juli 1918 : orders om terug te trekken naar Bazancourt, de meest verwarrende nacht die ik heb gekend. Als een reactie op de tropische hitte van de laatste dagen, breken er onweders los terwijl we ons terugtrekken. Om 11u ’s avonds is het zo aardedonker dat je geen hand voor je ogen ziet. We krijgen een hagelbui over ons heen die ons nat maakt tot op het bot. Geen ruiter kan de man voor hem zien en de wanorde wordt er alleen maar groter op als nog andere eenheden langs dezelfde weg terugtrekken. Bij Pont Faverger komt alles tot stilstand en we wachten drie uur en half omdat alle wegen vol zitten. We komen toe in Bazancourt druipnat nadat we tien uur onderweg waren voor slechts veertien kilometers.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Onderstaande schilderij is van Wilhelm von Schreuer, getiteld Schlacht in Flandern.

WilhelmvonSchreuer_AmKemmel_SchlachtinFlandern_1918

tweede slag aan de Marne

De Duitsers openen op 15 juli 1918 hun vijfde offensief van dat jaar. De afgevaardigde chef van de generale staf, generaal Erich Ludendorff,plant nog een afleidingsaanval, ditmaal in de Champagne, langs de Marinelinie, zodat zijn tegenstanders hun reservetroepen weghalen uit noord-Frankrijk, waar hij nog steeds probeert door te breken en de Kanaalhavens wil innemen.

Bij de aanval zijn drie Duitse legers betrokken : het 7e van generaal Max von Boehn, dat over de Marne moet trekken en daarna oostwaarts moet oprukken naar Epernay, waar het moet aansluiten bij het 1e leger van generaal Bruno von Mudra. Dat rukt op aan weerszijden van Reims. Ten oosten van Reims moet het 3e leger van generaal Karl von Einem Châlons-sur-Marne aanvallen.

Door luchtverkenningen en dankzij spraakzame Duitse deserteurs zijn de Fransen op de hoogte van het offensief en lanceren zij op voorhand een bombardement. Het Duitse 3e leger boekt weinig vooruitgang op het 1e leger van generaal Henri Gouraud en wordt op de 15e in de voormiddag tegengehouden. Voortaan concentreren de Duitsers zich op het gebied ten westen van Reims.

Het Duitse 7e leger valt aan met de steun van het 9e leger onder generaal Eben over een front van 32 kilometer en breekt door tot het Franse 6e leger van generaal Jean Degout om zo de Marne tussen Château-Thierry en Epernay te bereiken. Aanvallen van het Franse 9e leger oncer generaal de Mitry, gesteund door Britten en Amerikanen, voorkomen echter dat de Duitsers hun bruggenhoofden over de Marne kunnen benutten. Op de 17e juli aanvaardt Ludendorff dat zijn offensief mislukt is.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

tweedeSlagMarne_19180715

 

Herbert Sulzbach haalt herinneringen op

De marsorders brengen Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, naar een streek waar hij ook al in 1914 en 1915 is geweest. Dat brengt bij hem goede en weemoedige herinneringen terug.

Op 19 juni 1918 trekt hij naar Les Petites Armoises om zijn oude bivakplaats terug te vinden en de Fransen waar hij goed herinneringen aan heeft.

Ik vind mademoiselle Valentine terug terwijl ze de koeien melkt, net zoals drie jaar geleden. Les Petites Armoises ! Het dorp met de zachte, aangename, vredevolle omgeving – hoe vaak heb ik ernaar verlangd om hier terug te zijn. Vandaag is mijn wens uitgekomen en ik reed 80 kilometer om om dit dorp en mijn Franse vrienden terug te zien. Ik rijd in draf het dorp binnen en stop bij het huis van de familie Vesseron. Valentine en moeder Pauline komen naar buiten gelopen en roepen uit “Erbère ! Non, c’est impossible, mon Dieu, mon Dieu !”.

Ze vragen naar mijn kameraden van 3 jaar terug en ook naar Kurt en ze zijn geschokt als ik ze meld dat hij dood is. Ze leiden me door het dorp en ik kom oude kennissen tegen. Daarna maak ik een wandeling met Valentine naar de oude molen. Toen ik hier voor het eerst was, was Valentine 16 jaar oud en ik 20, Vandaag is ze nog mooier en vrolijker, met zwarte haren en grote bruine ogen, een echte dorpsschoonheid.

Daags erna verlaat hij reeds om 4 uur ’s morgens Valentine en moeder Pauline. Om 9 uur vindt hij zijn regiment terug in Mesmont. Tijdens de rustdagen van het regiment maakt hij nog een 2e uitstap naar Les Petites Armoises. Op 2 juli 1918 verlaat het regiment Mesmont en ze slaan hun kamp op in Pontfaverger. Weer een plek waar herinneringen komen bovendrijven.

Hier zit ik weer in ons district waar we reeds in 1914 waren. Ik blijf maar denken aan mijn dode kameraad Kurt. Ik zal onze eerste kerst samen aan het front nooit vergeten.
We blijven in ons kamp en maken ons klaar voor het komende offensief. We hopen dat dit ons naar de eindoverwinning zal voeren. We wachten op een aanval op Reims.

Op 7 juli 1918 ga ik naar het front met kapitein Knigge om de artillerieposities te inspecteren en de beschietingen voor te bereiden. Op onze terugweg komen we door Pontfaverger, dat ik nog ken uit het eerste oorlogsjaar. Het was toen een levendig klein dorpje. Nu blijft er alleen maar een hoop puin over. Dit dorp is even dood als mijn vriend Kurt.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

FeldgrauenInBiwak

 

 

Goering neemt de leiding over

De latere nazileider Hermann Göring neemt op 7 juli 1918 de leiding over van het Flying Circus, zoals de jachteskaders van Manfred von Richthofen alias de Rode Baron genoemd worden door de Engelsen.

Als Manfred von Richthofen op 21 april 1918 neergeschoten wordt, staan er tachtig luchtoverwinningen op zijn naam. Daarmee is hij de meest beroemde jachtpiloot van zijn tijd, maar zijn neerstorten is ook een zware morele klap voor het Duitse leger. Hem opvolgen is een loodzware taak.

Onmiddellijk na de dood van de Rode Baron krijgt Wilhelm Reinhardt die taak, maar als die tweeënhalve maand later het leven laat tijdens een testvlucht, is het de beurt aan Hermann Göring die het uithoudt tot de oorlog voorbij is. In 1935 benoemt Hitler hem tot opperbevelhebber van de Luftwaffe, de Duitse luchtmacht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hermann_Goering_1918

Duitse luchtmacht valt Britse duikboot aan

Ongeveer 25 kilometer voor de kust van Onford Ness (Suffolk) bestookt op 6 juli 1918 een eskader van vijf Duitse watervliegtuigen, onder leiding van luitenant Friedrich Christiansen, de Britse onderzeeër C-25. Zowel machinegeweren als bommen treffen doel wanneer de C-25 aan de oppervlakte komt.

Boordcommandant David C. Bell en drie wachtposten overleven de aanval niet. Een van hun lichamen blokkeert de werking van de apparatuur, zodat het schip niet meer kan duiken. De bemanning kan de duikboot nog drijvende houden, maar ook dat kost enkelen onder hen het leven.

Een andere onderzeeër, de E-51, neemt de C-25 op sleeptouw naar de meest nabije haven. De destroyer HMS Lurcher, die inmiddels in de buurt is, kan nieuwe aanvallen van de Duitse watervliegtuigen afweren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HansaBrandenburg_Christiansen

De KuK Armee trekt zich terug

De Kaiserliche und Königliche (K.u.K.) Armee trekt zich terug begin juli 1918 terug over de Piave naar hun beginposities voor het Oostenrijks-Hongaars zomeroffensief. Tijd voor de Oostenrijkers om een balans op te maken. Na de slag van Caporetto waren ze erin geslaagd de Italianen ver terug te drijven. Met het zomeroffensief hoopten ze de genadeslag toe te brengen, maar de Italianen, versterkt met Britse en Franse legereenheden, hebben zich sterk geweerd. Tijd om een balans op te maken :

Italianen (inclusief Franse en Britse eenheden) : 6.110 doden, 27.560 gewonden, 51.857 vermisten
Oostenrijks-Hongaars leger : 11.645 doden, 80.853 gewonden, 25.550 vermisten

De Oostenrijks-Hongaarse legers zijn de Piave overgestoken maar hebben daar hun krachten teveel verdeeld. Er was te weinig samenwerking tussen de generaals Conrad en Boroevič. De bruggen over de Piave waren voortdurend onder vuur van de Italiaanse artillerie en de geallieerden hadden ook een overmacht in de lucht. Hierdoor was het moeilijk voor de Oostenrijks-Hongaarse legers om tijdig versterkingen te laten aanrukken. Munitie, eten en drank waren niet op de juiste momenten voldoende voorradig. De Italiaanse tegenaanvallen, waaronder de heldhaftige verdediging van Monte Grappa, zorgden ervoor dat de Oostenrijks-Hongaarse legers zich moesten terugtrekken naar hun beginposities.

De Italianen zijn opgetogen door deze overwinning, maar het moment is nog niet gekomen om op hun beurt de Piave over te steken om de Oostenrijkers en Hongaren op hun versterkte posities aan te vallen. Pas in oktober 1918 gaan de Italianen tot de aanval over en weerom zal er hard worden gevochten rond de Monte Grappa.

De Oostenrijkers en Hongaren trekken hun conclusies : de generaals von Arz, Conrad en Waldstaetten worden ontslagen. Boroevic mag op post blijven omdat hij in zijn sector een effectieve verdediging heeft opgezet. De ontslagen generaals worden vervangen door de Duitser Otto von Below, die al eerder een succesvol offensief aan dit front heeft geleid. De Oostenrijks-Hongaarse generale staf zal nog meer moeten luisteren naar de Duitse tegenhanger.

bronnen
http://www.notiziedalfronte.it/la-fallita-offensiva-austriaca-il-bilancio/
http://www.notiziedalfronte.it/il-terremoto-nelle-alte-sfere-austo-ungariche/

dopo_Caporetto