Opleiding in Beverlo

Het laatste bericht over Herbert Sulzbach verwijst naar zijn dagboek over juli 1917 (lees hier). In zijn dagboek beschrijft Sulzbach hoe hij zich aanmeldt als vrijwilliger bij de Duitse luchtmacht. Na zijn keuring wacht hij af. In tussentijd krijgt hij de aangename opdracht van zijn commandant om wijn in Frankfurt te kopen. Op de trein maakt hij kennis met een jong meisje die rouwkledij draagt. De vonk tussen hen beiden slaat over en ze spreken af in Bonn.

Einde september 1917 hoort hij dat hij is afgewezen als piloot. En hij krijgt het blije nieuws dat zijn broer gaat trouwen. Hij krijgt toestemming om het huwelijksfeest bij te wonen. Op weg naar het feest is Herbert op 29 september 1917 in Brussel  en daarna Bonn, waar hij weer heeft afgesproken met de jongedame van de vorige treinreis. Half oktober 1917 krijgt Herbert Sulzbach de opdracht om een opleiding voor machinegeweren te volgen. Uit de foto blijkt dat deze cursus doorgaat in Beverlo (Beringen), Limburg.

Op 15 oktober 1917 marcheren we naar het noorden van Laon. Daar krijgen verschillende officieren de opdracht om een cursus machinegeweren te volgen, een luitenant van iedere batterij. (…) De opleiding duurt verscheidene weken. Het idee is om iedere Duitse batterij te voorzien van machinegeweren voor verdediging bij lijfgevechten. De infanterie en artillerie moeten nauwer samenwerken. Als ik terugkeer zal ik de training doorgeven aan de soldaten van mijn batterij.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

HerbertSulzbach_Beverloo_1917

Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Tongeren verliest zijn Casino

Tijdens de bezetting eisen de Duitse militairen schouwburg Casino in Tongeren op. Een felle brand verwoest het gebouw totaal op 11 mei 1917. Een ongeluk, misdadig opzet of een verzetsdaad ? De reden voor de brand wordt nooit duidelijk. Paul Neven, de nieuwe voorzitter, en andere gegoede burgers zorgen ervoor dat er in 1920 al een nieuwe schouwburg Casino is.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.casino-tongeren.be/casino%20-historie.htm

Tongeren_Casino.jpg

de draad doodt in Thorn

In de loop van de nacht van 7 op 8 mei 1917 komt de 17-jarige zoon van de gemeenteveldwachter van Thorn (Nederland) in contact met “den draad” in Kessenich en overlijdt. Aanraken van een draad onder spanning van 2000 volt is dodelijk.

Deze jongeman is een van de zeer velen die een aanraking met de elektrische draad op de grens tussen België en Nederland niet overleven. Alleen al in de buurt van het noord-Limburgse Kessenich sterven er tientallen, meestal tijdens eigen vluchtpogingen of bij het smokkelen. Onder de doden ook tal van militairen die naar Nederland willen vluchten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad05

Duits veldlazaret in Beringen

In Beringen noteert de verantwoordelijke van het Davidsfonds op 20 februari 1917 het volgende voor het Oorlogsboek :

Van een eigenlijke bezetting door Duitse troepen kan niet gesproken worden, tenzij dan voor de periode van 20 februari tot 9 april 1917. Drie uiteengeslagen afdelingen van Duitse veldlazaretten (150 man elk) waren in Danzig opnieuw gevormd en sloegen enkele maanden hun tenten op in Beringen. Het gemeentelijke college kreeg nogmaals zijn deel van 150 man onder leiding van een Dokter Zitzke en moest zijn klassen ondertussen sluiten.

Als in 1917 de Duitsers de burgerlijke bevolking van West-Vlaanderen hun huizen doen ontruimen, komt een honderdtal vrij begoede inwoners van Wervik tijdelijk hun toevlucht in Beringen zoeken, waar zij door de bevolking liefderijk onthaald worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVeldlazaret.jpg

Hasselt verliest een wetenschapper

In het ziekenhuis van Calais begeeft de gezondheid van Louis Stappers het helemaal en hij overlijdt op 30 december 1916. Hoewel pas 33 jaar oud is hij al een vooraanstaand wetenschapper.

De jongeman uit Hasselt heeft dan reeds twee belangrijke expedities achter de rug. In 1907 maakt hij met poolreiziger Adrien de Gerlache een reis door de Noordelijke Ijszee waar hij biologisch onderzoek doet. In 1911 stelt het ministerie van Koloniën hem aan als zendingshoofd van een expeditie die als opdracht heeft de levensvoorwaarden in de Congolese wateren te onderzoeken.

Bij het uitbreken van de oorlog zet Stappers zijn wetenschappelijke studies stop en neemt dienst als militair geneesheer. Zijn in Congo al aangetaste gezondheid is niet bestand tegen het leven achter de Ijzer, hij wordt ziek en moet het front verlaten. De verzorging in Calais kan niet meer baten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisStappers.jpg

de allerlaatste brief uit Hasselt

In Hasselt schrijft Jan Segers uit Kinrooi op 16 december 1916, kort voor hij geëxecuteerd wordt, nog een aanvulling bij de brief die hij gisteren opstelde voor zijn vrouw.JanSegers_19161216.jpg

Beminde vrouw, ik heb nu nog een klein verzoek te doen van na mijn dood enige missen te laten doen in Rekem en ook in Aldeneik. Zo sterf ik wel en moet ik hopen dat gij aan mijn wensen zult voldoen.

Nu, beminde vrouw, zijn we te communie geweest, hebben twee missen gehoord en nu sterven wij voor God en vaderland, de 16de december om 7u Belgische tijd in de nieuwe kazerne te Hasselt.

Zo, beminde vrouw, omhels ik het portret van u en mijn kinderen een laatste maal en zeg u vaarwel tot in de eeuwigheid.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds