marsorders en verlof voor Herbert Sulzbach

Het nieuwe jaar 1918 begint niet zo goed voor Herbert Sulzbach, de Duitse artillerieofficier. Hij krijgt het bevel een opleiding te volgen in het kamp van Beverloo. Hij kan zich troosten met het feit dat hij eerst nog op verlof mag in zijn heimat. Op 2 januari 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben sprakeloos, en helemaal niet opgetogen over het feit dat ik op training moet gaan in de artillerieschool in Beverloo in België. Het kazerneleven met bijbehorende corvee staat me daar te wachten en dat is echt niet waar ik naar uitkijk. Ze zeggen me dat het een eer is omdat ik opnieuw opgeleid wordt voor de nieuwe veldslagen die het nieuwe jaar met zich meebrengt. Ik heb een afscheidsfeestje met mijn kameraden van batterij nr 2, maar ik mis niets van het frontleven, want de dag dat ik vertrek naar Beverloo, wordt de ganse divisie in onze sector afgelost en wordt teruggetrokken naar de achterste linies voor een training in mobiele oorlogsvoering.

Voor ik me afmeld bij de commandant, word ik naar het stafhoofdkwartier geroepen en krijg daar nog enkele dagen verlof. Ik reis af op 4 januari, passeer langs Keulen waar ik enkele kameraden terugzie, en reis dan verder naar Frankfurt-am-Main.

Onderstaande tekening is een postkaart van Arthur Thiele.

Kuenstler-AK-Arthur-Thiele-Auf-Urlaub-Erzaehlung-von-Kriegserlebnissen

 

Drika vindt de dood aan de draad

Dinsdag 14 juli 1914 is een heuglijke dag voor Maria Hendrika Vandebroek uit Neeroeteren. Ze trouwt met Hendrik Loos uit Meeuwen. Maar terwijl de twee in het huwelijksbootje stappen, stapelen de donderwolken boven de wereldpolitiek zich op. Drie weken later is België in oorlog. Voor Hendrik Loos, een rijkswachter in Heers, breekt een helse tijd aan. Enkele dagen na de Duitse inval bereiken de eerste vijandelijke cavaleriepatrouilles Zuid-Limburg. Loos belandt uiteindelijk in het neutrale Nederland. De oorlog is voor hem voorbij. Voor Hendrika “Drika” Vandebroek is de oorlog helemaal niet voorbij. Ze mist haar man maar kan hem amper bezoeken.Grenspassen worden maar sporadisch uitgereikt.

vanaf juni 1915 starten de werken aan de draadversperring aan de grens. Vanaf dan wordt het voor Drika haast onmogelijk om haar man te bezoeken. De vrouw wordt verscheurd door verlangen en wil drie jaar na haar trouwdag eindelijk haar huwelijk consumeren. Daarom besluit ze in augustus 1917 definitief te vluchten naar Nederland. Ze krijgt hulp van enkele grensbewoners die haar bij Kinrooi door de draad willen helpen, maar Hendrika wordt gearresteerd door alerte Duitse grenswachters.

Drie weken lang wordt ze opgesloten in de kazerne in Maaseik, waarna ze tot een half jaar cel wordt veroordeeld. Om onbekende redenen moet ze die straf niet helemaal uitzitten. Drie maanden na haar eerste vluchtpoging staat Drika opnieuw aan de elektrische draad, dit keer in Molenbeersel. Samen met haar hondje kruipt ze heel voorzichtig door een opening in de elektrische versperring. Het hondje is al aan de overkant maar wanneer Drika halverwege is, besluit het beestje plots terug te keren. De hond raakt de elektrische draad en via de leiband wordt ook Drika zelf geëlektrocuteerd. Ze is op slag dood. Het lijkt wordt door toegesnelde Duitsers in de tramstelplaats in Molenbeersel opgebaard. Daar kan haar familie Drika identificeren. “Ze zag zo blauw als een lei” noteert een kennis.

bronnen
oorlog in Limburg, bijlage bij HBvL
https://www.europeana.eu/portal/nl/record/2020601/contributions_13132.html

HendrikaVandebroek_1917

 

Opleiding in Beverlo

Het laatste bericht over Herbert Sulzbach verwijst naar zijn dagboek over juli 1917 (lees hier). In zijn dagboek beschrijft Sulzbach hoe hij zich aanmeldt als vrijwilliger bij de Duitse luchtmacht. Na zijn keuring wacht hij af. In tussentijd krijgt hij de aangename opdracht van zijn commandant om wijn in Frankfurt te kopen. Op de trein maakt hij kennis met een jong meisje die rouwkledij draagt. De vonk tussen hen beiden slaat over en ze spreken af in Bonn.

Einde september 1917 hoort hij dat hij is afgewezen als piloot. En hij krijgt het blije nieuws dat zijn broer gaat trouwen. Hij krijgt toestemming om het huwelijksfeest bij te wonen. Op weg naar het feest is Herbert op 29 september 1917 in Brussel  en daarna Bonn, waar hij weer heeft afgesproken met de jongedame van de vorige treinreis. Half oktober 1917 krijgt Herbert Sulzbach de opdracht om een opleiding voor machinegeweren te volgen. Uit de foto blijkt dat deze cursus doorgaat in Beverlo (Beringen), Limburg.

Op 15 oktober 1917 marcheren we naar het noorden van Laon. Daar krijgen verschillende officieren de opdracht om een cursus machinegeweren te volgen, een luitenant van iedere batterij. (…) De opleiding duurt verscheidene weken. Het idee is om iedere Duitse batterij te voorzien van machinegeweren voor verdediging bij lijfgevechten. De infanterie en artillerie moeten nauwer samenwerken. Als ik terugkeer zal ik de training doorgeven aan de soldaten van mijn batterij.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

HerbertSulzbach_Beverloo_1917

Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Tongeren verliest zijn Casino

Tijdens de bezetting eisen de Duitse militairen schouwburg Casino in Tongeren op. Een felle brand verwoest het gebouw totaal op 11 mei 1917. Een ongeluk, misdadig opzet of een verzetsdaad ? De reden voor de brand wordt nooit duidelijk. Paul Neven, de nieuwe voorzitter, en andere gegoede burgers zorgen ervoor dat er in 1920 al een nieuwe schouwburg Casino is.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.casino-tongeren.be/casino%20-historie.htm

Tongeren_Casino.jpg

de draad doodt in Thorn

In de loop van de nacht van 7 op 8 mei 1917 komt de 17-jarige zoon van de gemeenteveldwachter van Thorn (Nederland) in contact met “den draad” in Kessenich en overlijdt. Aanraken van een draad onder spanning van 2000 volt is dodelijk.

Deze jongeman is een van de zeer velen die een aanraking met de elektrische draad op de grens tussen België en Nederland niet overleven. Alleen al in de buurt van het noord-Limburgse Kessenich sterven er tientallen, meestal tijdens eigen vluchtpogingen of bij het smokkelen. Onder de doden ook tal van militairen die naar Nederland willen vluchten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad05

Duits veldlazaret in Beringen

In Beringen noteert de verantwoordelijke van het Davidsfonds op 20 februari 1917 het volgende voor het Oorlogsboek :

Van een eigenlijke bezetting door Duitse troepen kan niet gesproken worden, tenzij dan voor de periode van 20 februari tot 9 april 1917. Drie uiteengeslagen afdelingen van Duitse veldlazaretten (150 man elk) waren in Danzig opnieuw gevormd en sloegen enkele maanden hun tenten op in Beringen. Het gemeentelijke college kreeg nogmaals zijn deel van 150 man onder leiding van een Dokter Zitzke en moest zijn klassen ondertussen sluiten.

Als in 1917 de Duitsers de burgerlijke bevolking van West-Vlaanderen hun huizen doen ontruimen, komt een honderdtal vrij begoede inwoners van Wervik tijdelijk hun toevlucht in Beringen zoeken, waar zij door de bevolking liefderijk onthaald worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVeldlazaret.jpg