de derde slag om Ieper

De derde slag om Ieper begint op 31 juli 1917 onder het bevel van de Britse veldmaarschalk Douglas Haig, met een aanval op Pilkem. De bloedige gevechten om Passendale maken historisch ook deel uit van deze veldslag maar beginnen in feite pas op 4 oktober.

De geallieerden boeken el terreinwinst tijdens deze slag maar die gaat weer verloren bij de vierde slag om Ieper (voorjaar 1918). Ook het zo zwaar bevochten Passendale komt dan weer in Duitse handen.

Het is niet onterecht deze derde slag om Ieper te beschouwen als een voorbeeld van de zinloosheid van oorlog : honderdduizenden doden in ruil voor kleine, niet eens houdbare verschuivingen op het terrein. Opperbevelhebber Haig wordt gezien als de schuldige voor de mislukte doorbraak. Toch mag hij aan de leiding blijven van de Britse troepen in Frankrijk.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Onderstaande schilderij is van Harold Septimus Power en toont Australische artillerie tijdens de derde slag om Ieper.

HaroldSeptimusPower_AustralianArtillery_Ypres1917.png

Duits vliegveld te Handzame aangevallen

Sinds de Duitsers Handzame in handen kregen, op 20 augustus 1914, hebben ze zich daar stevig geïnstalleerd. Ze laten een vliegveld aanleggen en bouwen een munitiepark en een medische post.

Bij wijze van voorbereiding op de derde slag om Ieper (die op 31 juli 1917 begint), beschieten de geallieerden Handzame vanuit Elzendamme op 30 juli 1917. Vooral het vliegveld en de omgeving van het station krijgen het zwaar te verduren, waarbij een munitietrein de lucht ingaat. Ook huizen moeten klappen incasseren en daarbij vallen zestien burgerdoden.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WW1 Pilots

Asiel voor een U-boot

De laatste bevelhebber van de UB-23 is Oberleutnant zur See is Hans Ewald Niemeyer die op 20 maart 1917 aan boord stapt. Tijdens vijf missies vernietigt Niemer zeven schepen, onder andere de Belgische sleepboot Marcel.

Op 23 juli 1917 begint uB-23 aan haar laatste reis. Niemer zet de U-boot op periscoopdiepte om een vrachtschip te schaduwen. Een wakkere uitkijk op het Britse patrouilleschip HMS P-60 merkt de periscoop op en de P-60 laat twee dieptebommen vallen. De toegesnelde torpedobootjagers HMS Narwal en HMS Peyton laten op hun beurt dieptebommen vallen. De ontploffingen veroorzaken zware schade aan de batterijen en de duikuitrusting van UB-23. Niemer laat de UB-23 tot de bodem zakken en wacht de nacht af. Opnieuw aan de oppervlakte gekomen, stelt de bemanning vast dat de U-boot zo zwaar beschadigd is dat ze niet meer zou kunnen onderduiken. Niemer besluit om de bemanning van de UB-23 te laten interneren in La Coruna 360 mijl verder. Ze bereiken de neutrale Spaanse haven op 29 juli 1917 en blijven daar voor de rest van de oorlog.

IMG_0162

Bronnen

Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

https://elviajerohistorico.wordpress.com/2016/02/17/submarinos-hundidos-en-espana/

 

 

laatste proefvaart van UB-20

De UB-20 maakt vanaf 26 maart 1917 deel uit van de Unterseebootflottilje Flandern en heeft Oostende als thuishaven. Onder leiding van Oberleutnant zur See Hermann Glimpf vernietigt de UB-20 in vier patrouilles negen Nederlandse en Britse schepen. Aan het einde van de laatste reis wordt de U-boot via het kanaal Oostende-Brugge naar de Kaiserliche Werft overgebracht voor onderhoud. Bij een Britse luchtaanval op Brugge wordt de UB-20 beschadigd en moet nog vijf weken langer in reparatie blijven.

Op 28 juli 1917 om 11u40 verlaat de UB-20 de haven van Oostende voor een vier uur durende proefvaart om de reparaties op haar drukhuid te testen. Aan boord zijn er slechts dertien bemanningsleden, twee man werfpersoneel en twee legerofficieren. Op de dag van haar verdwijning zijn er twee U-boten door Britse vliegtuigen aangevallen. Meer dan waarschijnlijk zijn dit echter de UC-16 en UC-65. De beschadigingen aangetroffen bij de UB-20 wijzen in de richting van een dubbele mijnontploffing. De Britse admiraliteit bevestigt later dat de UB-20 mogelijk verloren is gegaan in een nieuw Brits mijnenveld. Dit mijnenveld is in het geheim gelegd op 25 juli 1917.

Alle zeventien opvarenden komen om het leven op UB-20. Het lijkt van Hermann Glimpf spoelt op 3 september 1917 aan in Jutland aan de Deense kust.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?84
http://www.uboat.net/wwi/boats/successes/ub20.html

minefield.jpg

 

 

 

Joeri Gilsjer sneuvelt nabij Tarnopol

JoeriGilsjer.jpgJoeri Vladimirovitsj Gilsjer is Russisch oorlogsvrijwilliger vanaf het begin van de oorlog in augustus 1914. Hij begint zijn militaire loopbaan als cavalerist, maar wordt piloot na een training op 21 oktober 1915. Op 20 november breekt een propeller zijn beide voorarmen als hij een vliegtuigmotor wil starten. Hij wordt een inspecteur in de Dux vliegtuigenfabriek nabij Moskou.

Na genezing krijgt hij een training in februari 1916 en vanaf maart 1916 maakt hij deel uit van het 7e luchtmachtdetachement met basis nabij Tarnopol. Op 10 mei 1916 haalt hij een Duits vliegtuig neer maar bij het landen raakt hij de controle kwijt en zijn voet moet worden geamputeerd. Voor zijn overwinning krijgt hij de Orde van Sint-Vladimir vierde klasse. Vanaf 13 November 1916 keert Joeri Gilsjer terug in actieve dienst als piloot. Hij krijgt de leiding van het 7e luchtmachtdetachement en gaat naar Frankrijk om een training te krijgen. Op 22 november 1916 is Joeri terug aan het Russische front.

Op 13 april 1917 haalt hij twee vliegtuigen neer, evenals op 15 mei. Tot dan was hij ad interim commandant van het 7e detachement. Als de commandant Ivan Orlov sneuvelt, wordt Joeri Gilsjer aangeduid als nieuwe commandant. Op 17 juli behaalt hij een nieuwe overwinning. In een brief beklaagt hij zich daags erna over de slechte staat van zijn Nieuwport-vliegtuig. Op 20 juli 1917 behaalt hij zijn laatste overwinning nabij Tarnopol. Samen met andere Russische piloten gaat hij een Duits eskader te lijf. In het daaropvolgende gevecht stort Gilsjer neer. Hij wordt begraven op 21 juli 1917.

Bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Yury_Gilsher

 

de slag om Tarnopol

Het Kerenski-offensief is einde juli 1917 op een catastrofe uitgedraaid. In de zuidelijke frontsector aan de voet van de Karpaten heeft het Russische Achtste Leger onder generaal Kornilov de eerste dagen van juli een belangrijke doorbraak geforceerd in de Oostenrijkse linies. Die opmars van Kornilov haalt niets uit omdat het Duitse Südarmee in de centrale frontsector standhoudt en de vooruitgeschoven Russische troepen ingesloten dreigen te raken.

Op 21 juli is er groot alarm in Tarnopol, de vijand rukt op naar de stad. Aan het oostfront is er een Belgische gevechtsbatterij onder luitenant Van der Donckt aanwezig. Ze krijgen het bevel zich aan te sluiten bij Russische troepen die de aftocht moeten dekken. De aftocht lijkt echter veel meer op een vlucht en het aantal deserteurs is zo groot dat ze niet tegen te houden zijn.

De 21ste juli zijn Konjoechi en Zborov gevallen, Duitse vliegtuigen gooien brandbommen op Tarnopol. Daar breekt paniek uit. Op 22 juli overschrijden Duitse troepen de spoorlijn Kozowa – Tarnopol. Op 23 juli bereiken de Duitsers de oevers van de Sereth ten zuiden van Tarnopol. Het Oostenrijks-Hongaarse leger ontmoet Russische tegenstand maar krijgt Duitse versterkingen die de Russen terug drijven. De Russen worden trouwens gedurig aan verzwakt door de vele deserteurs die de gevechten haastig ontvluchten.  Tussen 25 en 27 juli proberen Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen de rivier Sereth over te steken. Op 26 juli lanceren de Russen nog een tegenaanval, maar tevergeefs. Einde juli 1917 is Tarnopol in handen van de soldaten van de Centrale machten. Op 2 augustus 1917 moet generaal Broesilov de functie van opperbevelhebber overlaten aan Kornilov. Na drie jaar massaslachting met honderdduizenden doden loopt de frontlijn opnieuw langs de rivier Zbroetsj, de oude vooroorlogse Russisch-Oostenrijkse grens.

bronnen

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.3012358
https://de.wikipedia.org/wiki/Tarnopol-Offensive

Tarnopol_1917.jpg

 

Ledeberg gebombardeerd

Ook Ledeberg wordt gebombardeerd op 28 juli 1917, noteert Virginie Loveling in haar dagboek.

Nieuwe bomaanvallen op Gent en de voorstad Ledeberg. Vier personen zijn in één huis gedood. Een klein meisje, de eerste van haar klas, was geheel in het wit gekleed voor de spiegel bezig de laatste hand te leggen aan haar uit papier verloste krulletjes, klaar om naar de prijsuitreiking in school te gaan, toen een stuk ijzer haar bloedig neersloeg.

Ooggetuigen vertellen dat een hoop lillende ingewanden van de slachtoffers in een zak werden verzameld en op een kar weggevoerd. Elders vallen ook nog slachtoffers. Alle tien doden worden deze namiddag op kosten van de gemeente ter aarde besteld.

Bron : oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

avro-529-1917-600px

Britse bommenwerper uit 1917