Britten veroveren Jeruzalem

Jeruzalem valt op 9 december 1917 na een gevecht van enkele dagen in Britse handen. De Britten krijgen daarbij steun van troepen uit Nieuw-Zeeland en Australië. Aanvankelijk werd de aanval van Jeruzalem gezien in het kader van een breder tactisch plan dat de Turken tot vrede zou dwingen. Maar de wijzigende oorlogsomstandigheden leiden ertoe dat de inname van deze stad vooral een belangrijke opsteker is voor de moraal van de geallieerde troepen.

Een paar dagen later, op 11 december 1917, doet de Britse commandant sir Edmund Allenby zijn intrede : te voet, uit respect voor de heilige stad. Het is eeuwen geleden dat troepen van christelijke oorsprong de stad in handen hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Allenby_Jeruzalem19171211

 

heldendaad in Palestina

Tweede luitenant Stanley Boughey van de Royal Scots Fuseliers overlijdt op 4 december 1917 aan de verwondingen die hij drie dagen eerder opliep. Voor zijn heldendaad wordt hem het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding, toegekend. 

Stanley_Henry_Parry_BougheyTijdens de gevechten in El Burf (Palestina) naderen Ottomaanse soldaten tot op 30 meter van de vuurlinie van de Britten. Het Ottomaanse bombardement en het vuren van hun automatische geweren zijn zo hevig dat de Britten nauwelijks kunnen terugschieten. Plots stormt Stanley Boughey naar de vijand en bestookt hen zo hevig met granaten dat er velen om het leven komen en de laatste dertig overlevenden bereid zijn zich over te geven. Als Boughey zich omdraait om meer granaten te halen, raakt hij dodelijk gewond. 

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

 

de Balfour verklaring

Minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour geef in een brief aan Lord Rothschild, de voorzitter van de British Zionist Federation, zijn steun voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Deze brief, bekend als de Balfour declaration, drukt verder de behoefte uit aan bescherming om de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina te behoeden.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

balfour-declaration-and-initial-proposed-map-and-lands.jpg

derde slag om Gaza

derde slag om Gaza

Generaal Archibald Murray is vervangen door generaal Edmund Allenby om eindelijk door de Ottomaanse linies te breken bij Gaza. Allenby verplaatst zijn hoofdkwartier van Caïro naar de frontlinie. Daarna brengt hij versterkingen aan in manschappen (88.000), artillerie, gasgranaten en tanks. De Ottomanen hebben daar slechts 35.000 man tegenover staan over een frontlinie van 40 km. Allenby weet dat de vorige twee slagen grotendeels mislukt zijn vanwege watergebrek. Daarom kont generaal Chetwode met het plan om de aanval vooral op Beersheba te richten waar zich natuurlijke bronnen bevinden. Eerst wordt het hoofdgarnizoen van de Ottomanen in Tel es Sheria zes dagen lang met zware artillerie, 218 kanonnen, gebombardeerd.

De Ottomanen denken dat de Britten weer een frontale aanval zullen inzetten. Maar mede door de Engelse superioriteit in de lucht waardoor de Otomanen verstoken blijven van luchtverkenningen kan Allenby op 31 oktober 1917 met 40.000 man van de cavalerie richting Beersheba stormen. Ook een afleidingsmanoeuvre aan de oostkant met een compagnie met 70 kamelen zorgt voor veel verwarring. De Ottomanen beginnen zich te verspreiden om alle aanvallen te kunnen weerstaan.

Uiteindelijk neemt Allenby in de ochtend van 6 november 1917 Tel es Sheria in waarmee hij de Ottomaanse 7e en 8e legers splitst. Eem dag later is Gaza veroverd nadat de Ottomanen onder leiding van de Duitser von Kressenstein, op de vlucht zijn geslagen. Hierna kan Allenby, tot tevredenheid van zijn Londense superieuren, zich gaan richten op Jeruzalem.

Een impressie van de cavalerieaanval in Beersheba hieronder komt uit de film “the Lighthorseman” van 1987.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

de val van Aqaba

Dit bericht is iets langer dan 100 jaar na de feiten gepubliceerd. Maar door de film “Lawrence of Arabia” is de val van Aqaba wel grandioos weergegeven. Het filmfragment staat hieronder.

In werkelijkheid ging het er iets anders aan toe. De Britten hebben een officier T.E. Lawrence naar het Arabische schiereiland gestuurd. Hij kent de streek al van voor de oorlog en spreekt vloeiend Arabisch.  Zijn opdracht bestaat erin om de Arabische opstandelingen onder leiding van emir Faisal I te ondersteunen meet raad.

Omdat er al Britse troepen zijn in Palestina, is een aanval op de haven van Aqaba (in huidig Jordanië) nuttig, omdat ze zo de Ottomanen van een haven nabij Gaza ontnemen en via de haven de Arabische opstandelingen van wapens kunnen voorzien. Een eerdere poging van de Britten in 1916 om te landen in de haven was al mislukt. Dus probeert Lawrence de haven aan te vallen via de Nefoed woestijn, ook al wordt die als ondoordringbaar beschouwt door de meeste nomaden.

De slag om Aqaba wordt voorafgegaan door een gevecht tussen Arabieren en Ottomaanse soldaten in een kampplaats in Abu al Lasan, halfweg tussen Aqaba en de stad Ma’an. Na een eerste bezetting van de kampplaats, worden de Arabieren terug verdreven. Bij hun tweede poging slagen ze er op 2 juli 1917 wel in de kampplaats definitief te veroveren.

Daarna trekt de groep Arabieren, ondertussen uitgegroeid tot een leger van 5000 Man naar Aqaba. Gesteund door het bombardement door Britse schepen slagen ze erin de havan van Aqaba op de Ottomaanse troepen te veroveren. In de film wordt het iets anders weergegeven.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Aqaba

 

 

tweede slag om Gaza

De Britse generaal sir Archibald Murray probeert tussen 17 en 19 april 1917 opnieuw de Ottomaanse provincie Palestina binnen te vallen door de vijandelijke linie tussen Gaza en Beersheba te doorbreken. Net als  in de eerste slag van Gaza in maart 1917 komen de meeste inspanningen van generaal sir Charles Dobells troepen. Zijn frontale aanval op de goed ingegraven Ottomanen loopt uit op grote verliezen zonder winst. De Britten verliezen 6.500 soldaten, driemaal zoveel als de Ottomanen.

De tweede slag om Gaza beïnvloedt de Britse commandostructuur in de regio verregaand. De eerste die de prijs van de mislukking moet betalen is Dobell, die ontslagen wordt door Murray. Diens toekomst is echter ook onzeker aangezien rijn recente mislukkingen in de Gaza de woede hebben opgewekt van de Britse regering.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag

Gaza_2ndBattle_1917

de eerste slag om Gaza

Nu de Sinaïwoenstijn voor het grijpen ligt, wilt het Britse War Office dat sir Archibald Murray optrekt naar Gaza. Met 18.000 soldaten hebben de Britten tweemaal zoveel militairen als de Ottomaanse tegenstanders. Murrays tweede man, generaal sir Charles Dobell, leidt de expeditie. Tegen zijn zin, maar op bevel van zijn superieuren verschanst generaal Kress von Kressenstein zich bij Djemal Pasha, op zo’n 8 km van Gaza. Op 26 maart 1917 weet Dobells cavalerie, beschermd door dichte mist, Kressenstein te omsingelen, zodat deze niet meer bevoorraad kan worden of reservetroepen kan laten aanvoeren. Volkomen onbegrijpelijk trekt Dobell zijn cavalerie meer terug, omdat hij denkt dat zijn actie mislukt is.

Op zijn beurt denkt Kressenstein dat Gaza verloren is en herroept hij zijn bevel om reservetroepen. Als de waarheid de volgende dag tot beide generaals doordringt, weet Kressenstein zijn garnizoen nog snel met 4.000 soldaten te versterken en de aanvallen van Dobell af te slaan. Dobell breekt ten slotte de aanval af vanwege de Ottomaanse tegenaanvallen en een gebrek aan water.

In de slag verliezen de Britten zo’n 4.000 militairen, tegenover 2.400 Ottomaanse verliezen. Maar Murray bericht aan Londen dat de Turkse verliezen drie maal zo hoog zijn, en dat hij dus de slag gewonnen heeft. Hierop krijgt hij het bevel om naar Jeruzalem op te trekken. Nu zijn de Ottomaanse tegenstanders echter wel helemaal voorbereid en liggen ze op de Britten te wachten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gaza_EersteSlag_1917

Ottomaanse overwinnaars van de eerste slag bij Gaza