de Moldavia zinkt

De Duitse onderzeeër UB-57 torpedeert op 23 mei 1918 in het kanaal de SS Moldavia die met negenhonderd Amerikaanse soldaten onderweg is naar Londen. Veel opvarenden raken aan boord van schepen in de nabijheid maar 56 manschappen laten het leven, ofwel door de torpedo ofwel door verdrinking op de lagere dekken.

De Moldavia was oorspronkelijk eigendom van P&O maar in 1916 kocht de Britse admiraliteit het aan. Het wrak, blijkbaar in behoorlijke staat, ligt op een diepte van ongeveer 30 meter.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://americanlegion142.org//andrew-blackwell/the-sinking-of-the-rms-moldavia/

RMS_Moldavia

 

Britse raid op Zeebrugge

Vanaf februari 1917 voeren de Duitsers een ongelimiteerde duikbotenoorlog en de U-boten brengen maandelijks ongeveer 600.000 ton tot zinken. De meeste Duitse onderzeeërs in het Kanaal en de Atlantische Oceaan opereren vanuit de duikbotenbasis die de Duitsers in Brugge hebben gebouwd. Vanwaaruit kunnen ze gemakkelijk de havens van Zeebrugge en Oostende bereiken. Als de Britten die havens kunnen uitschakelen, zijn de Duitsers verplicht te opereren vanuit noord-Duitse havens. Dat kost hen meer tijd en levert hen meer risico op.

Op 23 april 1918 wordt de aanval op Zeebrugge iets na middernacht geopend door de kruiser Vindictive. Onder hevig Duits geschut meert de kruiser aan langs de strekdam. Een eenheid van 200 mariniers klimt met behulp van ladders de hoge vloedmuur op en opent een aanval op de Duitse stellingen. Vijf minuten later krijgt de Vindictive het gezelschap van de Daffodil en de Iris die ook mariniers laten landen op de dam (in het Engels “Mole”).

Ondertussen nadert de Britse duikboot C3 de spoorwegviaduct die de strekdam met het vasteland verbindt. De bemanning meert de duikboot onder het viaduct, steekt het ontstekingsmechanisme aan en stap over op een patrouilleboot. Om kwart na middernacht gaat het viaduct de lucht in.

Als derde fase varen drie schepen de havengeul binnen. De Thetis zinkt nog voor het schip zijn doel kan bereiken. De andere schepen, de Iphigenia en de Intrepid worden door de bemanningen tot zinken gebracht in de vaargeul om zo de U-boten voortaan de weg af te snijden.

Een gelijktijdige aanval op Oostende verloopt helemaal niet volgens plan, ook al omdat de Duitsers een boei twee kilometer hebben opgeschoven en daardoor de Britse schepen misleid worden. Bij de raid op Zeebrugge sneuvelen 227 Britten en raken er 356 gewond. De nachtelijke operatie wordt als een groot succes gevierd in de Britse pers. Hoewel de Duitsers de gezonken schepen niet kunnen bergen, slagen zij er in slechts enkele dagen later de vaargeul voldoende vrij te maken, zodat hun U-boten bij hoogwater weer de noordzee kunnen bereiken.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

Zeebrugge_19180423

 

Belgisch stoomschip zinkt

Voor de Britse kust zinkt op 13 maart 1918 het Belgische stoomschip Londonier nadat het met torpedo’s beschoten is door de UC-71, een Duitse onderzeeër. Met slechts één kanon aan boord kan het schip weinig verweer bieden.

Het ongeveer 85 meter lange vrachtschip vaart ten zuiden van het Ilse of Wight wanneer het midscheeps een treffer incasseert. Gezien de plaats van de treffer maakt het schip geen kans meer en zinkt relatief snel. Nu rust het op een diepte van ongeveer 40 meter.

Op het ogenblik van de aanslag, rond 2u in de ochtend, voer het schip, dat gecharterd was door de Franse overheid, van Calais naar het kanaal van Bristol.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://wrecksite.eu/wreck.aspx?1267

londonier_1918

Troepentransport Tuscania zinkt

De Duitse onderzeeër U-77 torpedeert op 5 februari 1918 voor de kust van Ierland het stoomschip Tuscania dat bijna 2400 Amerikaanse militairen naar Le Havre moet brengen.

Zowat 12 kilometer voor de kust vuurt de U-77 tweemaal. De eerste torpedo is een misser, maar de tweede raakt de Tuscania vol aan stuurboordzijde met een bijzonder krachtige ontploffing tot gevolg. Omdat het getroffen schip in een Brits konvooi vaart, is er onmiddellijk hulp ter plaatse : 2187 Amerikaanse militairen worden gered, samen met het grootste deel van de bemanning.

De Britse werkwijze om in konvooien de oceaan over te steken, is zeer belangrijk en efficiënt voor de geallieerde troepenaanvoer. Van de ruim 1,1 miljoen Amerikaanse militairen die naar Europa getransporteerd worden, verdrinken er slechts 637 ten gevolge van aanvallen door Duitse duikboten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tuscania_1918

 

einde van de SS Normandy

Ongeveer 8 zeemijlen buiten Cape la Hague torpedeert de Duitse onderzeeër U-90 op 25 januari 1918 het defensief bewapende koopvaardijschip Normandy zonder enige waarschuwing.

Het relatief jonge stoomschip (gebouwd in 1910) is op dat ogenblik onderweg van Southampton naar Cherbourg. Aan boord is er enkel algemene cargo en veel post. Van de 43 personen aan boord (23 bemanningsleden en 22 passagiers) overleven er 13 de aanval. De U-90 is van recentere bouw (1915) en kan tegen een hogere snelheid varen : bijna 17 knopen tegen 12 voor het koopvaardijschip. Bovendien beschikt het over dieselmotoren, die veel meer vermogen hebben dan de stoommachines van het aangevallen handelsschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

versenkung100_v-contentgross

U-boten vallen aan !

14 december 1917 is een van die dagen dat Duitse duikboten bijzonder actief zijn.

  • Het Britse vrachtschip SS Hare wordt getorpedeerd door de U-62 terwijl het onderweg is van Manchester naar Dublin.
  • De UB-65 torpedeert het Noorse vrachtschip Nor, onderweg tussen Caen en Glasgow met alleen maar ballast aan boord. Twee doden.
  • Het Britse koopvaardijschip SS Volnay wordt getroffen door een mijn gelegd door de UC-64 terwijl het onderweg is tussen Montreal en Plymouth. Geen slachtoffers.
  • De Franse kruiser Chateaurenault zinkt door twee torpedo’s die de UC-38 afvuurde net buiten het Kanaal van Korinthië. Geen slachtoffers.
  • De U-64 brengt het Britse SS Coila tot zinken. Het schip is met een lading steenkool onderweg van Glasgow naar Livorno. Drie doden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Unterseeboot_U9_Propagandakarte_

 

het noodlot van Claus Lafrenz

Vanaf eind augustus 1917 komt het bevel van de U-boot  UC-65 in handen van Kapitänleutnant Claus Lafrenz. Net als zijn voorgangers op deze U-boot is hij een heel bekwame commandant, die in hoog aanzien staat bij zijn collega’s  en bemanning. Zoals velen die zich vrijwillig hebben opgegeven tijdens de oorlog, is Lafrenz Wachoffizier geweest op torpedoboten alvorens de U-bootopleiding te hebben gevolgd. Hij mag al in 1916 het commando voeren over UB-18 en UB-33 en heeft de Hausorden der Hohenzollern ontvangen uit handen van de keizer, nadat hij als eerste commandant een Q-schip of U-bootval heeft kunnen fotograferen.

ClausLafrenzOp 3 november 1917 bevindt UC-65 zich op de terugreis van haar tweede missie. Lafrenz en vier bruggenwachten staan op de toren uit te kijken naar patrouilleschepen en mijnen. Iets voor hun pad ligt de Britse duikboot HMS C-15 op een prooi te wachten. Merkwaardig genoeg zien beide duikboten elkaar tegelijkertijd. In plaats van onmiddellijk onder te duiken, meldt Lafrenz de anderen dat hij een periscoop heeft gezien en vaart verder op zijn koers naar huis. Hij is van plan om een vijandelijke torpedo te ontwijken door de wendbaarheid van de UC-65. Ondertussen heeft lieutenant E.H. Dolphin, bevelhebber van de HMS C-15, zijn torpedobuizen klaargemaakt. Om 16u45 wordt een torpedo richting UC-65 opgemerkt. Lafrenz laat zijn U-boot van koers veranderen en kan haar ontwijken. Enige seconden later ontploft een andere torpedo tegen het achterschip van UC-65, waarna de duikboot onmiddellijk vergaat. Dolphin heeft onverwacht twee torpedo’s kort na elkaar afgevuurd. Door zijn zelfoverschatting verspeelt Lafrenz zijn U-boot en het leven van 22 opvarenden. Hijzelf en de bruggenwacht worden in de lucht geslingerd en komen in zee terecht. Ze worden door de Britse duikboot opgepikt en brengen de rest van de oorlog door in gevangenschap.

ClausLafrenz_1933Lafrenz overleeft dus de eerste wereldoorlog maar de tweede zal hij niet meemaken. Op zoek naar een foto van Claus Lafrenz kom ik via Google uit op een aantal artikels die het verdere leven van Lafrenz vertellen. Hij wordt na de oorlog burgemeester in Fehmarn, een eiland in de Oostzee, in de nabijheid van Denemarken. In 1933 verzet hij zich als burgemeester tegen het hijsen van de hakenkruisvlag op het stadhuis van Burg auf Fehmarn. Dat wordt hem niet in dank afgenomen en al heel snel ontnemen de nazi’s hem zijn ambt. In 1937 wordt Claus Lafrenz dood aangetroffen op Fehmarn. Volgens sommigen is het zelfmoord, volgens anderen is hij geholpen bij deze zelfmoord. En dat is dan het noodlot van Claus Lafrenz : hij wordt gespaard door zijn vijanden, en later door zijn landgenoten opgejaagd omdat hij een andere opinie heeft.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds
https://arts.leeds.ac.uk/kriegsgefangen/3-nov-1917-u-boat-captain-claus-lafrenz-captured/
https://geschichtsblogsh.wordpress.com/2017/04/06/fehmarn-gedenkt-des-von-der-nsdap-gestuerzten-buergermeisters-c-lafrenz/