Roland Garros stort neer

Nadat hij op 19 oktober 1915 een noodlanding moest maken met zijn vliegtuig, voorzien van een gesynchroniseerd machinegeweer, was Roland Garros krijgsgevangen genomen en naar een Duits kamp getransporteerd.

In februari 1918 ontsnapt hij uit krijgsgevangenschap en keert hij terug naar huis. Hij meldt zich weer bij het leger en wordt nu ingedeeld bij Les Cigognes, het befaamde jachteskader waartoe ook Georges Guynemer behoord heeft, de meest vermaarde Franse jachtpiloot.

Op 5 oktober 1918 slaagt een Duitse piloot erin om het toestel van Roland Garros neer te schieten boven de Franse Ardennen. Bij wijze van postuum eerbetoon dragen de Open Franse Tenniskampioenschappen sinds 1927 zijn naam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

7681CD8B-3D14-47BF-BA12-1E8C8F9B81D6.jpeg

 

een medaille voor Herbert Patey

Een vermelding in The London Gazette is een hele eer. In oorlogstijd betekent het dat je een militaire onderscheiding krijgt. Op 21 september 1918 duikt Herbert Pateay op in die publicatie omdat hij het Distinguished Flying Cross krijgt. Jammer genoeg is hij krijgsgevangen en kan hij zijn ereteken niet ophalen.

Herbert Patey heeft een ongewone militaire carrière. Bij het begin van de oorlog treedt hij in dienst van de Royal Naval Division en vecht mee in Egypte en Gallipoli. In november 1915, wanneer hij, gehandicapt, terug in Groot-Brittannië is, ontdekken de autoriteiten dat hij te jong is voor het leger en ze ontslaan hem.

In april 1917 treedt hij weer in dienst, bij de Royal Naval Air Service, en wordt piloot. Tussen 17 mei en 3 september 1918 behaalt hij elf luchtoverwinningen. Op 5 september 1918 wordt hij neergeschoten en wordt krijgsgevangene. Met kerstmis 1918 is hij weer thuis. Twee maanden later sterft hij aan een dubbele longontsteking.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HerbertPatey_1918

Herbert Patey 

 

honger kwelt de krijgsgevangenen

De Legerbode bericht op 24 augustus 1918 over Britse en Russische krijgsgevangenen die voor de Duitsers moeten werken.

Sedert augustus 1917 werken Britse en Russische krijgsgevangenen aan het aanleggen van een verbindingsspoor tussen de tram van Festingue en het station van Nechin. De behandeling van deze ongelukkigen door hun Duitse meesters laat veel te wensen over, in het bijzonder voor wat de voeding betreft.

De heer Du Chatelet, brouwer, was er reeds enkele malen in geslaagd hen levensmiddelen te bezorgen in bussels stro, maar dat werd op een dag door de moffen ontdekt. De achtenswaardige burgemeester, die reeds een tijdje werd bespioneerd, werd afgezet en door een Duitser vervangen die nu zeer streng optreedt.

Onderstaande tekening is van de Franse schilder Jean-Pierre Laurens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://arbrebaz.free.fr/Documents/PrisonniersAB.html

JeanPierreLaurens_SoupePourLesPrisonniersdeGuerre

 

krijgsgevangen na Duitse raid

Rond 4u in de ochtend van 11 augustus 1918 omsingelen een honderdtal dronken Duitse soldaten een bunker aan de Ijzer die functioneert als Belgische voorpost. Voor Jozef Devisch, afkomstig uit Doomkerke, en zijn kameraden zit er niets anders op dan zich over te geven, zo niet gooien de lallende Duitsers granaten in hun schuilplaats.

Via Deinze komt Jozef Devisch uiteindelijk in Duitse kampen terecht, eerst in Dulme, later in Göttingen. Op termijn belandt hij bij een boer die hengsten houdt. Het leven is er alleszins stukken beter dan aan het front. Bij wapenstilstand trekt Jozef naar huis. Wel moet hij nog een tijdje naar het Ruhrgebied als lid van de bezettingsmacht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeKrijgsgevangenen

 

 

Ontmoedigende confrontatie met Amerikaanse krijgsgevangenen

Pal Kelemen, een Hongaarse militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger, hoort bij de legereenheid die naar Aarlen is gezonden om de Duitse troepenmacht te steunen als een symbolisch gebaar van samenwerking en dankbaarheid. Zijn pogingen tot contact met de plaatselijke bevolking lopen op niets uit ook niet als hij hen uitleg dat hij geen Duitser is maar een Hongaar.

Op 6 augustus 1918 ziet hij voor het eerst Amerikaanse krijgsgevangenen. Hun aanblik demoraliseert hem : tegen deze soldaten zijn het leger waartoe hij behoort, niet bestand. In zijn dagboek noteert hij :

Hun verbluffend goede lichamelijke gesteldheid, de uitgelezen kwaliteit van hun uniformen, het dikke leer van hun laarzen, riemen en dergelijke, hun zelfverzekerde blikken ondanks hun gevangenschap, doet me beseffen wat vier jaar oorlog met onze soldaten gedaan heeft.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

2D8CAC5D-7C6E-47A3-B57A-FA8F267CA527

 

de grote ontsnapping uit Holzminden

In Holzminden openden de Duitsers een kazerne in september 1917 als krijgsgevangenenkamp. Hier zitten voornamelijk Britse officieren gevangen. Daarnaast zijn er ook gewone soldaten gevangen, die als ordonnans zijn toegewezen aan de officieren en die instaan voor de dagelijkse karweien.

In de nacht van 23 op 24 juli 1918 ontsnappen 29 Britse officieren uit dit krijgsgevangenenkamp door een tunnel. Tien van hen zullen Groot-Brittannië bereiken. Deze ontsnapping kent het grootste aantal ontsnapte krijgsgevangenen tijdens de eerste wereldoorlog.

Het uitgraven van de tunnel duurde negen maanden. De ingang van de tunnel was verborgen onder een trap in de kwartieren van de gewone soldaten. In de nacht van de ontsnapping zijn er 86 officieren aangeduid om te ontsnappen door de tunnel. Maar de dertigste officier geraakt vast in de tunnel en dus moet de ontsnapping van de rest worden afgeblazen. Van de 29 die al eerder ontsnapt zijn, geraken er tien in het neutrale Nederland en zo naar Groot-Brittannië. Onder hen is er kolonel Charles Rathborne, die dankzij zijn goede kennis van het Duits van de trein gebruik kan maken en in Nederland staat na 5 dagen. De andere ontsnapten gaan te voet en hebben meestal 14 dagen nodig om terug thuis te geraken.

bron
https://en.wikipedia.org/wiki/Holzminden_prisoner-of-war_camp

Holzminden_Tunnel_1918

de tunnel van Holzminden 

 

Edmond Thieffry krijgsgevangen

Boven hun eigen linies schieten de Duitsers op 25 februari 1918 één van de niet zo talrijke Belgische luchtazen Edmond Thieffry neer. De vijand neemt hem krijgsgevangen. Tot driemaal toe probeert hij te ontsnappen, maar tevergeefs. Hij moet wachten tot na de wapenstilstand om huiswaarts te keren.

Edmond Thieffry is niet meteen voorbestemd om een luchtheld te worden. Bij het begin van de oorlog is hij nog stafattaché bij generaal Gérard Leman in het fort van Loncin. Dan wordt hij een eerste maal gevangen genomen door de Duitsers. Hij ontsnapt en bereikt via Nederland het Belgische leger, toen nog in Antwerpen. In de loop van 1915 krijgt hij de toelating om voor een pilotenbrevet te gaan.

ALs piloot behaalt hij tien overwinningen en wordt zo betiteld als “aas”. In 1925 maakt hij als piloot de eerste verbindingsvlucht naar Belgisch Congo voor Sabena waarvan hij een van de medeoprichters is.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Edmond-Thieffry-1892-1929-Oorlogsheld-en-luchtvaartpionier