protest van Franse piloten

Voor de overwinningsparade op de Champs-Élysées op 14 juli 1919 wordt de piloten gevraagd om te voet te marcheren, net zoals de infanteristen. De piloten beschouwen dit als een zwaar affront en een klein groepje besluit dit affront te beantwoorden door een vlucht onder de Arc de Triomphe. De piloot die wordt uitverkoren, is Jean Navarre, die 12 overwinningen heeft behaald en die tot de azen onder de piloten wordt gerekend. Maar Navarre sterft op 10 juli 1919 tijdens een trainingsvlucht.

De tweede keuze valt op Charles Godefroy. Die is vanaf 1914 soldaat geweest en is in 1917 overgestapt naar de luchtmacht. Met zijn vriend journalist Jacques Mortane bestudeert hij meermaals de Arc de Triomphe. Om het project geheim te houden, traint hij met een brug aan de Petit-Rhône, tussen Arles en Fourques. Mortane neemt zich voor de gebeurtenis te filmen. Men stelt de spectaculaire vlucht uit tot na de parade van 14 juli.

Op 7 augustus 1919 om 7u20, drie weken na de overwinningsparade, stijgt Chrales Godefroy op van het vliegveld van Villacoublay in zijn Nieuport 11. Hij cirkelt twee maal rond de Arc de Triomphe alvorens met grote snelheid te dalen en er onderdoor te vliegen. Veel marge heeft Godefroy niet. De hoogte van het gewelf van de Arc is 29,19 meter. Hij vliegt vlak over een tram tot grote schrik van de passagiers. Een half uur na het opstijgen is Godefroy terug op het vliegveld.

Fotografen en cineasten, verwittigd door Jacques Mortane, zijn aanwezig. Er worden foto’s en films gemaakt van de vlucht. De autoriteiten komen snel achter de naam van de piloot maar Godefroy komt ervan af met een verwittiging. Het is ook zijn laatste vlucht. Hij wijdt zich daarna aan zijn familie en zijn wijnhandel in Aubervilliers. Hij blijft lange tijd de enige piloot die erin geslaagd is om onder de Arc de Triomphe te vliegen. Pas op 18 oktober 1981 zal Alain Marchand er ook in slagen.

bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/Charles_Godefroy

De vlucht is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=HIZzkq5Y8q0


vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

geen thuiskomst voor Debacker

Armand Debacker uit Dudzele, 40 jaar oud, overlijdt op 12 december 1918 in het interneringskamp Melissant (Nederland) aan de Spaanse griep. Hoewel hij al in het leger diende in 1899, wordt Armand Debacker in september 1914 opnieuw opgeroepen, net als de anderen van zijn lichting. Hij wordt ingedeeld bij het 3e Vestingjagers te voet om Antwerpen te helpen verdedigen. Na de val van de stad is er voor tal van verdedigers alleen maar keuze tussen gevangenschap bij de Duitsers of de vlucht naar Nederland. Armand kiest voor dit laatste en wordt geïnterneerd.

Armand Debacker overleeft dan wel de oorlog, hij overlijdt een maand na de wapenstilstand zonder zijn gezien nog gezien te hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lam Gods duikt weer op

De centrale panelen van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck hangen op 30 november 1918 weer op de vertrouwde plaats in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Nu de Duitse troepen weg zijn, worden deze panelen weer uit hun schuilplaats gehaald.

Al in het begin van de oorlog heeft kanunnik Gabriël Van den Gheyn van de Sint-Baafskathedraal de nodige voorzorgen genomen en de centrale panelen van het schilderij laten verbergen. Om de Duitsers te misleiden, wordt een fictief document opgemaakt over het transport van de panelen naar Londen.

In de loop van de oorlog wantrouwen de Duitsers dit Londense verhaal steeds meer en zoeken intensief naar de panelen. Begin 1918 komen ze akelig dicht in de buurt. Daarom worden de twee centrale panelen opnieuw verhuisd. Opdat het minder argwaan zou krijgen, gebeurt dit bij klaarlichte dag, niet ’s nachts.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de laatste gesneuvelde Fransman

Augustin Trébuchon treedt als vrijwilliger in dienst op 4 augustus 1914, twee dagen na de Franse mobilisatie. Trébuchon vecht aan de Marne, in Verdun en aan de Somme. Tijdens een van de gevechten wordt hij door een granaatscherf ernstig verwond aan zijn linkerarm. Meer dan vier jaar later sterft hij op 11 november 1918 om 10u45 op de laatste dag van de oorlog. Hij wordt door een Duitse kogel geveld, terwijl hij naar zijn kameraden loopt om hun te vertellen dat er om 11u30 warme soep wordt geserveerd om de wapenstilstand te vieren. Omdat het Franse leger ermee verveeld zit dat soldaten ook nog op 11 november 1918 moesten aanvallen en sneuvelen, wordt op hun graf niet 11 maar 10 november als sterfdatum vermeldt. Zo staat het ook op het kruis dat het graf van Trébuchon siert. Op de dag van de overwinning mogen geen Franse soldaten sterven.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

AugustinTrebuchon_19181111

de laatste gesneuvelde Canadees

Getrouw aan het bevel van geallieerd opperbevelhebber Foch om tot het laatste moment in het offensief te gaan, voeren de Canadese troepen nog een laatste aanval uit. De Canadese generaal sir Arthur Currie stelt zich tot doel “de oorlog te kunnen beëindigen waar hij was begonnen” en “om het grondgebied te veroveren dat ze in 1914 verloren hadden”. Tijdens een laatste actie steekt de eenheid van George Price ten oosten van Mons (Bergen) het Canal du Centre over. In Ville-sur-Haine doorzoeken de soldaten enkele huizen van waaruit kort daarvoor nog Duitse schoten werden afgevuurd. Zij vinden er alleen de bewoners en hun familie. Wanneer de soldaten opnieuw naar buiten lopen, wordt Price  door een scherpschutter in de borst getroffen. De 23-jarige Alice Grotte, een jonge Belgische verpleegster, riskeert haar leven en helpt soldaat Price weer naar binnen. Daar sterft hij aan zijn verwondingen. George Price overlijdt om 10u58 en wordt daarmee beschouwd als de laatste gesneuvelde van het Britse Gemenebest.

bron : Mark De Geest, 14-18 in 100 dagen, Manteau

GeorgeLawrencePrice_19181111

de laatste gesneuvelde Brit

George Ellison is al voor de oorlog in dienst, tot hij in 1912 trouwt met Hannah Burgan en als mijnwerker aan de slag gaat. Wanneer enkele jaren later de oorlog uitbreekt, wordt hij opnieuw opgeroepen. In 1914 vecht hij al in Mons (Bergen) wanneer het Britse leger er in augustus voor het eerst slaags raakt met de Duitsers. Het levert Ellison de Mons Star op. Van dan af neemt George Ellison deel aan tal van gevechten en veldslagen. Hij maakt gasaanvallen mee, vecht in de loopgraven en ziet voor het eerst tanks op het slagveld verschijnen. Vele kameraden heeft hij zien sneuvelen of aan hun verwondingen overlijden. Zelf heeft hij vier lange oorlogsjaren weten te overleven. Rond 9u30 – anderhalf uur voor de wapenstilstand officieel ingaat – wordt hij tijdens een laatste verkenningstocht nabij Mons neergeschoten. Hij wordt beschouwd als de laatste Britse gesneuvelde van de eerste wereldoorlog. Vijf dagen later wordt zijn zoontje James vijf.

bron : Karel De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

GeorgeEllison_19181111