geen thuiskomst voor Debacker

Armand Debacker uit Dudzele, 40 jaar oud, overlijdt op 12 december 1918 in het interneringskamp Melissant (Nederland) aan de Spaanse griep. Hoewel hij al in het leger diende in 1899, wordt Armand Debacker in september 1914 opnieuw opgeroepen, net als de anderen van zijn lichting. Hij wordt ingedeeld bij het 3e Vestingjagers te voet om Antwerpen te helpen verdedigen. Na de val van de stad is er voor tal van verdedigers alleen maar keuze tussen gevangenschap bij de Duitsers of de vlucht naar Nederland. Armand kiest voor dit laatste en wordt geïnterneerd.

Armand Debacker overleeft dan wel de oorlog, hij overlijdt een maand na de wapenstilstand zonder zijn gezien nog gezien te hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lam Gods duikt weer op

De centrale panelen van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck hangen op 30 november 1918 weer op de vertrouwde plaats in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Nu de Duitse troepen weg zijn, worden deze panelen weer uit hun schuilplaats gehaald.

Al in het begin van de oorlog heeft kanunnik Gabriël Van den Gheyn van de Sint-Baafskathedraal de nodige voorzorgen genomen en de centrale panelen van het schilderij laten verbergen. Om de Duitsers te misleiden, wordt een fictief document opgemaakt over het transport van de panelen naar Londen.

In de loop van de oorlog wantrouwen de Duitsers dit Londense verhaal steeds meer en zoeken intensief naar de panelen. Begin 1918 komen ze akelig dicht in de buurt. Daarom worden de twee centrale panelen opnieuw verhuisd. Opdat het minder argwaan zou krijgen, gebeurt dit bij klaarlichte dag, niet ’s nachts.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de laatste gesneuvelde Fransman

Augustin Trébuchon treedt als vrijwilliger in dienst op 4 augustus 1914, twee dagen na de Franse mobilisatie. Trébuchon vecht aan de Marne, in Verdun en aan de Somme. Tijdens een van de gevechten wordt hij door een granaatscherf ernstig verwond aan zijn linkerarm. Meer dan vier jaar later sterft hij op 11 november 1918 om 10u45 op de laatste dag van de oorlog. Hij wordt door een Duitse kogel geveld, terwijl hij naar zijn kameraden loopt om hun te vertellen dat er om 11u30 warme soep wordt geserveerd om de wapenstilstand te vieren. Omdat het Franse leger ermee verveeld zit dat soldaten ook nog op 11 november 1918 moesten aanvallen en sneuvelen, wordt op hun graf niet 11 maar 10 november als sterfdatum vermeldt. Zo staat het ook op het kruis dat het graf van Trébuchon siert. Op de dag van de overwinning mogen geen Franse soldaten sterven.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

AugustinTrebuchon_19181111

de laatste gesneuvelde Canadees

Getrouw aan het bevel van geallieerd opperbevelhebber Foch om tot het laatste moment in het offensief te gaan, voeren de Canadese troepen nog een laatste aanval uit. De Canadese generaal sir Arthur Currie stelt zich tot doel “de oorlog te kunnen beëindigen waar hij was begonnen” en “om het grondgebied te veroveren dat ze in 1914 verloren hadden”. Tijdens een laatste actie steekt de eenheid van George Price ten oosten van Mons (Bergen) het Canal du Centre over. In Ville-sur-Haine doorzoeken de soldaten enkele huizen van waaruit kort daarvoor nog Duitse schoten werden afgevuurd. Zij vinden er alleen de bewoners en hun familie. Wanneer de soldaten opnieuw naar buiten lopen, wordt Price  door een scherpschutter in de borst getroffen. De 23-jarige Alice Grotte, een jonge Belgische verpleegster, riskeert haar leven en helpt soldaat Price weer naar binnen. Daar sterft hij aan zijn verwondingen. George Price overlijdt om 10u58 en wordt daarmee beschouwd als de laatste gesneuvelde van het Britse Gemenebest.

bron : Mark De Geest, 14-18 in 100 dagen, Manteau

GeorgeLawrencePrice_19181111

de laatste gesneuvelde Brit

George Ellison is al voor de oorlog in dienst, tot hij in 1912 trouwt met Hannah Burgan en als mijnwerker aan de slag gaat. Wanneer enkele jaren later de oorlog uitbreekt, wordt hij opnieuw opgeroepen. In 1914 vecht hij al in Mons (Bergen) wanneer het Britse leger er in augustus voor het eerst slaags raakt met de Duitsers. Het levert Ellison de Mons Star op. Van dan af neemt George Ellison deel aan tal van gevechten en veldslagen. Hij maakt gasaanvallen mee, vecht in de loopgraven en ziet voor het eerst tanks op het slagveld verschijnen. Vele kameraden heeft hij zien sneuvelen of aan hun verwondingen overlijden. Zelf heeft hij vier lange oorlogsjaren weten te overleven. Rond 9u30 – anderhalf uur voor de wapenstilstand officieel ingaat – wordt hij tijdens een laatste verkenningstocht nabij Mons neergeschoten. Hij wordt beschouwd als de laatste Britse gesneuvelde van de eerste wereldoorlog. Vijf dagen later wordt zijn zoontje James vijf.

bron : Karel De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

GeorgeEllison_19181111

het einde van de Viribus Unitis

De SMS Viribus Unitis (Latijn voor “met vereende krachten”) was een slagschap van de Kaiserliche und Königliche Marine van Oostenrijk-Hongarije. Het schip is gebouwd in 1910-1911 in de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse havenstad Trieste.

Aartshertog Franz Ferdinand vaart aan boord van de Viribus Unitis naar Sarajewo in juni 1914. Op 30 juni 1914, na de aanslag in Sarajewo, worden de lijken van Franz Ferdinand en zijn echtgenote aan boord van de Viribus Unitis terug naar Trieste gebracht.

Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog helpt het slagschip samen met andere schepen van de Oostenrijks-Hongaarse marine om de Duitse schepen SMS Goeben en Breslau toe te laten te vluchten door de straat van Messsina naar Constantinopel. Daar treden de schepen toe tot de Ottomaanse marine, weliswaar met de oorspronkelijke Duitse bemanning aan boord.

Door de Otranto barrage, waarmee de geallieerden de Adriatische zee afsloten, verlaat het schip nauwelijks de haven van Pola. In mei 1915 neemt de Viribus Unitis nog deel aan een bombardement van de Italiaanse stad Ancona.

In juni 1918  neemt de Viribus Unitis deel aan een aanval op de Otranto barrage. Het doel is om meer schepen van de Centralen toe te laten door de straat van Messina te varen. In de nacht van 8 juni op 9 juni 1918 verlaat admiraal Miklós Horthy met een aantal slagschepen, waaronder de Viribus Unitus, de haven van Pola. Op 10 juni wordt de vloot ontdekt door 2 Italiaanse schepen. De Italianen gaan direct over tot de aanval. Ze slagen erin de Szent Istvan de raken met torpdeo’s alvorens ze moeten vluchten. Het schip zinkt en nu de Italianen op de hoogte zijn van hun komst, besluit admiraal Horthy terug te keren. Dat is ook de laatste actie van de Viribus Unitis.

Eind oktober 1918 is het duidelijk dat Oostenrijk-Hongarije de nederlaag niet meer kan afwenden. De Oostenrijks-Hongaarse marine geeft er de voorkeur aan om de Viribus Unitis te geven aan de nieuw gevormde staat van Slovenen, Kroaten en Serviërs. Het schip wordt op 31 oktober 1918 herdoopt in Jugoslavija.
Op 1 november 1918 gaan twee Italianen Raffaele Paolucci en Raffaele Rossetti op een gemotoriseerde torpedo naar de haven van Pola. Om 4u40 plaatsen ze een mijn op de Jugoslavija. Ze worden betrapt en gevangen genomen. Bij hun ondervraging melden ze de kapitein van het schip dat ze een mijn hebben geplaatst zonder te juiste locatie te geven. Admiral Janko Vuković laat de twee gevangenen overbrengen naar de Tegetthoff en beveelt de evacuatie van de Jugoslavija. Omdat de explosie niet plaats vindt om 6u30, neemt Vuković aan dat de Italianen gelogen hebben. De admiraal en heel wat matrozen gaan terug aan boord van het schip als om 6u44 de mijn alsnog ontploft. De Jugoslavija zinkt in 15 minuten. De admiraal en 300 tot 400 matrozen komen om. Paolucci en Rossetti blijven gevangen tot het einde van de oorlog enkele dagen later en krijgen beide een medaille voor hun heldendaad.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/SMS_Viribus_Unitis

SMS-Viribus-Unitis

 

 

 

Duitsers verlaten Chemin des Dames

De Duitse troepen verlaten op 10 oktober 1918 definitief de Chemin des Dames, een belangrijke strategische weg op een heuvelrug die enkele tientallen meters boven het landschap steekt. Eeuwenlang al maakten verdedigers en aanvallers er gebruik van.

Van het begin van de oorlog tot in de lente van 1917 is het front stabiel, met de weg in Duitse handen. Verwoede Franse aanvallen leveren niets op, behalve nog meer oorlogsslachtoffers. Pas het offensief in de herfst van 1917 onder leiding van generaal Philippe Pétain leidt ertoe dat de weg weer in Franse handen kwam. Nog eenmaal keren de Duitsers terug, maar na 10 oktober 1918 niet meer.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Alfred Boisfleury, getiteld “Chemin des Dames“.

WORLD WAR I: BATTLEFIELD. Battlefield at Chemin des Dames, on Aisne River, France