Bommen en mijnen in Zeeland

Britse en Duitse vliegtuigen raken op 17 september 1918 boven de Oosterschelde in gevecht met elkaar. Waarschijnlijk zijn de Britten onderweg naar de Belgische kust om daar een lading bommen te lossen op vijandige installaties. De Duitse toestellen willen dat natuurlijk beletten.

De bemanning van het Nederlandse schip Verandering, dat op oesters vist bij Zierikzee, bemerkt dat een van de toestellen drie bommen lost, wellicht om beter te kunnen manoeuvreren. De bommen komen in het water terecht en ontploffen maar richten verder geen schade aan.

Zeppelins en vliegtuigen losten regelmatig onontplofte bommen in de Noordzee. Veel ernstiger nog is het gevaar veroorzaakt door de in zee geplaatste mijnen : tijdens de oorlog spoelen er meer dan zesduizen aan op de Nederlandse kust. Menselijke nieuwsgierigheid resulteert daarbij in talloze slachtoffers.
Onderstaande foto toont een zeemijn aangespoeld in Renesse.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/oorlog-op-zee

Renesse_Zeemijn_WO1

 

Bloedige Sint-Corneliusdag te Aalter

Spoorwegstations en hun omgeving zijn geliefde doelwitten voor bombardementsvluchten. Dat ondervindt Aalter op 16 september 1918, uitgerekend op de feestdag van zijn patroonheilige Sint-Cornelius. Normaal is dit een kermisdag maar in het zoveelste oorlogsjaar is daarvoor allicht niet veel animo meer.

Tijdens een geallieerde luchtaanval treft een bom de hoeve van August Ardeel die een eindje van de spoorweg ligt. Er valt een dodelijk slachtoffer, de 64_jarige Henri Lamiroy, die net om melk kwam. De man is hoofdtreinwachter en woonde nog maar goed twee jaar in het dorp.

Onderstaande foto toont de hoeve Ardeel na de aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2012/09/een-bloedige-st-corneliusdag-1918.html

hoeve_ardeel_19180916

Hoeve Ardeel na de luchtaanval te Aalter 

 

Crash te Cadzand

Boven Zeebrugge treft op 15 september 1918 Duits geschut een vliegtuig bestuurd door kapitein W.R. Harrison in de olietank. Enkele minuten later is het toestel boven het grondgebied van het neutrale Nederland en daar zou het veilig moeten zijn. Nederlandse militairen beschieten op hun beurt het Britse vliegtuig. Tijdens de noodlanding bij Cadzand gaat de DH-9 over de kop maar de bemanning overleeft.

Ondanks de klap is het in Duinkerke opgestegen vliegtuig niet verloren. De Nederlanders interneren het, zoals ze vaak doen met toestellen van oorlogvoerende landen die op Nederlands grondgebied terechtkomen : het toestel wordt hersteld en ingeschakeld bij de Nederlandse luchtvaartactiviteiten.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.cadzandgeschiedenis.nl/images1900-heden/1914fabriek.html

Havilland_DH9_Cadzand_1918

 

 

Heimwee naar Gent

Raoul Snoeck verlangt hoe langer hoe meer naar zijn geboortestad Gent. Maar na meer dan 4 jaar aan het front heeft hij nog altijd vechtlust om de vijand van de vaderlandse bodem te verdrijven.

8 september 1918 : Ik verlang ernaar om weldra naar Gent terug te keren. De hunker naar mijn geliefde stad wordt steeds sterker naarmate de hindernissen die me van haar scheiden, zich opstapelen en de duur van mijn ballingschap langer wordt. Vanuit mijn observatiepost domineer ik het ganse slagveld. ’s Nachts betrek ik met Xantipe, Van Nuffel en adjudant Wauters een stevig gebouwde Duitse schans. Ik droom van een verrekijker die voldoende sterk is om me het Belfort, de massieve toren van Sint-Baafs en andere vertrouwde monumenten te laten bekijken. Wat een verbeelding ! Ga ik ze nog in werkelijkheid terugzien. Chi lo sa ? , wie weet, zou mijn Italiaanse marraine zeggen.

12 september 1918 : Ik zou wel een beetje willen vertellen wat er is gebeurd maar de tijd ontbreekt me. We zijn overwerkt en ik begrijp niet hoe onze mannen nog weerstaan aan de vermoeidheid. Het is middag en we moeten opnieuw aanvallen om twee uur. We hebben allemaal zin om de vijand een ferme oplawaai te geven. Weg ermee !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

RaoulSnoeck_191809

Raoul Snoeck 1918

 

de denkende soldaat van Merkem

Bij een aanval op 9 september 1918 ’s morgens vroeg in Merkem hoort student-vrijwilliger Armand Van Eecke bij de eerste groep, die de Duitse prikkeldraad-versperringen moet doorknippen voor de manschappen die volgen. Tijdens die operatie treft een Duitse kogel hem dodelijk.

ArmandVanEecke_19180909

Enige tijd na de oorlog koopt zijn familie een lapje grond om er een standbeeld te plaatsen voor hem. Grond en standbeeld worden betaald door de Van Eeckes. Het beeld , volgens een portret van Armand Van Eecke, toont een soldaat die nadenkt over de zin en betekenis van de oorlog. Jarenlang onderhoudt de familie het standbeeld en het perkje, tot alles in 1982 overgedragen wordt aan de gemeente Houthulst. Het standbeeld van Armand Van Eecke staat op de Iepersesteenweg in Merkem, tussen de huisnummers 51A en 53, ruim een kilometer buiten de dorpskern.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Britten weer in Zillebeke

Gedurende een groot deel van de oorlog is Zillebeke in Britse handen, maar toch kent het dorp vier maanden Duitse bezetting. Tijdens een groot Duits offensief eind april 1918 moeten de Britten zich terugtrekken. Op 8 september 1918 heroveren de Britse en Commonwealth troepen Zillebeke en ze zullen het niet meer afstaan.

Een aantal gesneuvelden van deze gevechten rust nu op Birr Cross Roads Cemetery. Op dit militaire kerkhof rusten 833 militairen uit de Britse Commonewealth. Meer dan 40% onder hen kon niet geïdentificeerd worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zillebeke_EngelseLoopgraven_1918

dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz