wapenstilstand in Ierland

Op 11 juli 1921 om 12 uur start een wapenstilstand tussen de Irish Republican Army en de Britse overheid in Ierland. Een vredesvoorstel om een einde te maken aan de bloedige aanslagen over en weer lag er al van december 1920 op tafel. De Ieren krijgen eigen zeggenschap in het grondgebied van zuid-Ierland wettelijk voorzien in de Fourth Home Rule Bill die in november 1920 door het Brits parlement aanvaard werd. In de praktijk zijn er dan 2 parlementen op Ierse bodem : een in noord-Ierland in Belfast en één in zuid-Ierland in Dublin.

Maar de Britse premier Lloyd George is in eerste instantie niet gehaast om de wapenstilstand te ondertekenen. Het gevolg is dat het conflict weer maanden verder gaat met vele doden tot gevolg. Maar er is hoe langer hoe meer twijfel bij de Britten over de haalbaarheid van een louter militaire oplossing. Ook koning George V laat zijn ontevredenheid blijken over het uitblijven van een oplossing. Hij vraagt generaal Jan Smuts om een voorstel . Dit voorstel van Smuts wordt gedeeld met de premier Llloyd George en zijn kabinet. Op 24 juni 1921 schrijft Lloyd George naar Eamon de Valera, als de leider van meerderheid in zuid-Ierland om onderhandelingsgesprekken te beginnen. Gesprekken tussen de Valera en Lord Middleton vinden plaats tussen 4 en 8 juli. Op 8 juli 1921 wordt er dan formeel een wapenstilstand getekend door leden van het Ierse Dail cabinet, Robert Barton en Eamon Duggan en de Britse militaire bevelhebber generaal Neville Macready.

Het duurt nog even voor alle leiders van het Irish Republican Army op de hoogte zijn van de wapenstilstand. Niet iedereen is overtuigd en enthousiast over de wapenstilstand en het einde van de vijandelijkheden. Sommige IRA cellen vallen nog Britse eenheden aan. Dat leidt dan weer tot tegengeweld : op 10 juli 1921 nemen loyalisten wraak in Belfast voor de IRA aanslag van de dag ervoor. Er vallen 16 doden en 161 huizen gaan in vlammen op. Die gebeurtenissen staan bekend als Belfast’s Bloody Sunday.

Maar uiteindelijk zwijgen de wapens dan toch. De overgrote meerderheid van de mesen in Ierland is opluchting dat de nachtmerrie die 131 weken heeft geduurd, voorbij is. Sommigen komen dan ook samen om te bidden dat de wapenstilstand tot een definitief akkoord leidt (zie foto hieronder).

bronnen

Today in Irish History, The Truce, 11 July 1921 – The Irish Story

Irish War of Independence – Truce | The Irish War

File:Not an Irish Civil War Prayer Vigil after all! (7485579104).jpg – Wikimedia Commons

de Caïro conferentie

De Britten houden een conferentie van 12 maart tot 30 maart 1921 over het Midden-Oosten. De meeste bijeenkomsten worden gehouden in Caïro al zijn er ook belangrijke ontmoetingen in Jeruzalem. Doel van deze conferentie, bij de Britten gekend als “the Cairo Conference“, is de voormalige Arabische provincies van het Ottomaanse rijk een nieuwe indeling en plaats te geven in het Britse gemenebest.

De startpunten van deze conferentie waren het Sykes-Picot verdrag en de Balfour verklaring. Met het Sykes-Picot verdrag hebben Britten en Fransen in 1916 al afspraken gemaakt over de verdeling van het Ottomaanse rijk nadat ze de oorlog zouden winnen. De Balfour verklaring van 1917 verwijst naar de belofte van Arthur Balfour, staatssecretaris van Buitenlandse zaken, aan de Joden om voor hen een thuisland te stichten in het Midden-Oosten.

De hoofdpersonages van deze conferentie zijn Winston Churchill en de Britse officier Thomas Edward Lawrence, beter bekend als “Lawrence of Arabia”. Op de foto hieronder zijn ze samen te zien tijdens de Caïro conferentie. Beide mannen hebben mekaar al eerder ontmoet in 1919, maar dat had toen geen grote indruk gemaakt op Churchill. Maar tussen het verdrag van Versailles en de Caïro conferentie wijzigt Churchill van gedachten. Hij heeft het Colonial Office onder zijn hoede gekregen en heeft zo een onpopulaire oorlog in Mesopotamië (Irak) gekregen waar Britse en Indische soldaten het dagelijks aan de stok krijgen met Arabische rebellen. Om daaruit te geraken, benoemt hij T.E. Lawrence als zijn assistent. Beide mannen stellen een plan op om de voormalige Ottomaanse provincies te verdelen. Palestina wordt in tweeën verdeeld. Het westelijk deel krijgt de naam Palestina en het oostelijk deel wordt Transjordanië. Palestina blijft onder Brits mandaat en Transjordanië en Mesopotamië (het latere Jordanië en Irak) worden toevertrouwd aan de Hasjemieten, koning Hoessein en zijn zonen Faisal en Abdoellah. Faisal wordt koning van Mesopotamië en Abdoellah krijgt Transjordanië toevertrouwd.

We zijn nu honderd jaar verder en het mag duidelijk zijn dat de Britse regeling niet heeft geleid tot stabiliteit in de regio.

Bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Cairo_Conference_(1921)
https://www.cliohistory.org/thomas-lawrence/cairo/
https://www.loc.gov/exhibits/churchill/interactive/_html/wc0079.html


ontslag van een Brits brigadegeneraal

Op 19 februari 1921 dient brigadegeneraal Frank Percy Crozier zijn ontslag in als brigadegeneraal van de Auxiliary Division van de Royal Ulster Constabulary. Hij doet dat uit protest tegen het Britse beleid in Ierland dat van kwaad naar erger gaat. Daarmee komt een einde aan zijn militaire loopbaan.

Frank Crozier komt nochtans uit een familie met een militaire voorgeschiedenis. Hij sluit bij het Britse leger aan tijdens de tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika in 1899. In 1912 sluit hij aan bij de Ulster Volunteers in Ierland. Bij het uitbreken van de Groote Oorlog laat hij zich als vrijwilliger inlijven in het Britse leger en trekt naar Frankrijk. Na een tussenpauze als militair raadgever in het nieuwe Litouwse leger keert hij terug naar Ierland in 1919. Hij wordt er commandant van de Auxiliary Division of the Royal Irish Constabulary in 1920. Daar ziet hij het geweld langs beide kanten toenemen. In februari 1921 vindt hij het welletjes en hij laat 21 auxiliaries onstlaan. Het hoofd van de Royal Irish Constabulary en dus Croziers meerdere in rang, laat deze mannen weer aannemen. Daarmee is voor Crozier de maat vol : hij dient ontslag in om afstand te kunnen nemen van het Britse beleid in Ierland.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Frank_Percy_Crozier

bloedige zondag in Ierland

Iedereen kent het lied van U2 “Sunday, bloody sunday” dat verwijst naar een bloedige zondag in 1972. Maar Ierland kende al veel eerder een bloedige zondag op 21 november 1920.

Alles begint met een operatie van de IRA(Irish republican Army) tegen de zogenaamde “Cairo gang“. Die naam werd gegeven aan Britse geheim agenten die samen komen in de Cairo Café in Grafton StreetDublin. De Ierse contraspionage onder leiding van Michael Collins, houdt deze mannen in de gaten en stelt een lijst op van vermoedelijke geheim agenten. Begin november worden een aantal hoog geplaatste figuren in de IRA bijna gearresteerd. Op 10 november kan een officier van de IRA weer ternauwernood ontsnappen, maar dit maal maken de Britten een aantal belangrijke documenten met adressen buit. Dan besluit Michael Collins dat de Britse geheim agenten gedood moeten worden, wil men de IRA in Dublin in stand houden.

In de vroege ochtend van zondag 21 november 1920 komen een aantal ploegen van de IRA samen in Dublin. Ze slaan toe op acht verschillende plaatsen. 15 Britten worden gedood bij de acties. Achteraf zal blijken dat de slachtoffers niet allemaal betrokken waren bij Britse militaire acties.

Na de Britse doden volgt een Britse tegenreactie. Luitenant-kolonel Bray geeft het bevel om een raid te organiseren op een voetbalwedstrijd en iedere man te ondervragen. In Croke Park, waar de wedstrijd zal plaatsvinden, zijn rond 15u ongeveer vijfduizend toeschouwers toegekomen. Een konvooi van Britse vrachtwagens en gepantserde auto’s nadert het stadion, klaar om alles af te grendelen en alle aanwezigen te fouilleren. Over wat er daarna gebeurt, lopen de getuigenissen uiteen. Sommige politieagenten verklaren achteraf dat ze beschoten werden en dat ze daarom het vuur openden. Volgens Ierse toeschouwers waren het de Britten die als eerste het vuur openden. Lang duurt het schieten niet maar als alles terug stil wordt, liggen er verschillende doden en gewonden op de grond. In totaal eist dit optreden van de Britse veiligheidsdiensten vijftien doden.

Achteraf zal deze bloedige zondag de Ierse steun aan de IRA doen toenemen. De Britse reputatie krijgt internationaal een stevige knauw.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Sunday_(1920)
https://www.yourirish.com/history/20th-century/bloody-sunday-1920


de onbekende soldaat krijgt zijn graf

Op 11 november 1920 krijgt de onbekende soldaat zijn graf. De Engelsen begraven hun “unknown warrior” in Londen. De Fransen geven “le soldat inconnu” een laatste rustplaats in Parijs.

De Britten hebben vier kisten met onbekende soldaten op 7 november 1920 bijeengebracht in een kapel in Saint-Pol-sur-Ternoise nabij Arras. De kisten komen van verschillende slagvelden. Brigadier Wyatt wordt in de kapel gelaten waar de vier kisten liggen en kiest een lijkkist. Daarna wordt de Engelse onbekende soldaat op 8 november 1920 met een ambulance vervoerd naar Boulogne, waar de lijkkist geplaatst wordt in de bibliotheek van het kasteel. Op 10 november, komt de lijkkist aan in Dover. Vandaar vertrekt de lijkstoet naar Victoria Station, Londen. Op 11 november wordt de lijkkist naar de Cenotaph gebracht, het memoriaal opgericht voor de gevallenen van de Groote Oorlog. Tegen 11 uur is de lijkkist aan de Cenotaph waarna 2 minuten stilte volgen. Dan wordt de lijkkist naar Westminster Abbey gebracht waar de begrafenis volgt.

De Fransen hebben een gelijkaardige herdenking. Op 9 november 1920 zijn acht kisten met onbekende Franse soldaten bijeengebracht in de citadel van Verdun. Er is gekozen voor kisten uit de acht meest dodelijke slagvelden : Vlaanderen, Artois, Somme, Ile-de-France, Chemin des Dames, Champagne, Verdun, Lorraine. Op 10 november krijgt soldaat Auguste Thin de eer er een lijkkist uit te kiezen. Daarna wordt de lijkkist per trein van Verdun naar Parijs gebracht. Die lijkkist wordt op 11 november 1920 onder de triomfboog in Parijs vervoerd. De uiteindelijke begrafenis van de onbekende soldaat zal plaatsvinden op 28 januari 1921.

België zal op 11 november 1922 eveneens een onbekende soldaat in Brussel begraven.

bronnen
https://www.theguardian.com/uk-news/from-the-archive-blog/2020/nov/10/the-funeral-of-the-unknown-warrior-november-920
https://en.wikipedia.org/wiki/The_Unknown_Warrior
https://fr.wikipedia.org/wiki/Tombe_du_Soldat_inconnu_(France)

Represailles in Rineen

Op 22 september 1920 legt de Irish Republican Army een hinderlaag voor de Royal Irish Constabulary in Rineen. De leiding over deze operatie lag bij  Ignatius O’Neill, een veteraan van de Groote Oorlog die bij de Irish Guards gevochten had. De hinderlaag is gericht tegen een vrachtwagen van de RIC die regelmatig eenzelfde traject volgt tussen Ennistymon en Milltown Mallbay.

Terzelfdertijd rijdt kapitein Alan Lendrum, magistraat, in op een wegversperring van een andere IRA-brigade. De IRA militanten dwingen kapitein Lendrum uit te stappen en zijn wagen te overhandigen. ALs hij zijn wapen trekt, wordt hij doodgeschoten. Deze actie van de IRA, die niets te maken heeft met de actie in Rineen, zal gevolgen hebben voor de hindzerlaag in Rineen. Doordat kapitein Lendrum niet opdaagt, worden er vrachtwagens met Britse soldaten uitgestuurd om hem te gaan zoeken.

In Rineen laat de IRA de vrachtwagen passeren om zeker te zijn om hoeveel tegenstanders het gaat. Op zijn terugweg, wordt de vrachtwagen dan aangevallen. Vijf agenten van de RIC en één soldaat van de Black-and-Tans worden bij de aanval gedood. De militanten van de IRA verzamelen de wapens van de gesneuvelden en steken de vrachtwagen in brand.

En dan verschijnen totaal onverwacht tien vrachtwagens van het Britse leger ten tonele. Zij zijn op zoek naar de vermiste kapitein Lendrum en komen uit op de brandende vrachtwagen. Er ontstaat een vuurgevecht tussen de IRA en de Britten. Daarbij vallen weer gewonden en doden aan beide zijden. Maar de meeste IRA militanten kunnen ontsnappen.

De Britten zijn razend over de hinderlaag en nemen represailles in de omgeving van Rineen. Verschillende huizen gaan in vlammen op en burgers die verdacht worden van medewerking aan de IRA worden opgepakt en sommigen mishandeld, verwond of gedood.

De represailles worden veroordeeld in de Ierse, Britse en internationale pers. De Britse Labour partij vraagt om een onderzoek.

Deze hinderlaag heeft twee gevolgen. De Royal Irish Constabulary wordt voorzichtiger in transporten en stuurt altijd minstens drie vrachtwagens de weg op. De Ierse brugers van hun kant raken verbitterd over de wraakacties van de Britten en de sympathie voor de IRA groeit daardoor.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Rineen_ambush
https://theirishwar.com/i-r-a-rineen-ambush-22-september-1920/

Brand in Balbriggan

In 1920 krijgt de Royal Irish Constabulary, de Ierse politie onder Britse controle, meer en meer te maken met aanvallen van de Irish Repûblican Army. Ze krijgen versterking van de Black-and-Tans, een paramilitaire organisatie met politionele bevoegdheden. Heel vaak gaat het om werkloze Britse militairen die op die manier aan werk geraken.

Op 20 september 1920 stoppen Peter Burke en Michael Burke van de RIC in een pub in Balbriggan om nog iets te drinken na het werk. In de pub komt het tot ruzie waar de lokale politie wordt bijgehaald. Ook enkele leden van de IRA komen toe en het komt tot een vuurgevecht waarbij Peter Burke sterft en zijn broer Michael zwaargewond geraakt.

Om 11 uur ’s avonds stoppen enkele vrachtwagens met meer dan 100 Black-and-Tans in Balbriggan. Ze steken huizen en winkels in brand en getuigen zien hoe de Black-and-Tans al lachend hun brandstichtingen verder zetten. De inwoners van Balbriggan vluchten de velden in. Als ze terugkeren, zie ze dat 49 huizen in vlammen zijn opgegaan. Bovendien zijn twee plaatselijke handelaars, de melkman Sean Gibbons en de barbier Seamus Lawless, zwaar mishandeld en met de bajonet doodgestoken en achtergelaten.

De brandstichting van Balbriggan krijgt internationale aandacht en leidt ook tot een debat in het Britse parlement over de aanpak van ordehandhaving in Ierland

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Sack_of_Balbriggan

Nabi Musa pogrom in Jerusalem

Het islamitische Nabi Musa-feest, dat jaarlijks in Palestina wordt gevierd in Al-Quds (Arabische naam voor Jeruzalem) valt in 1920 samen met het Paasfeest volgens de kalender van de Oosters-orthodoxe Kerk. Beide feesten lokken veel bezoekers van beide religies. Ter ere van het Nabi Musa-feest wordt gewoonlijk een grote processie gehouden van Jeruzalem naar het graf van Musa door stammen en karavanen met vaandels en wapens. Daarbij houden notabelen gewoonlijk redevoeringen. In 1920 zijn deze ook gericht tegen de Joodse zionistische immigratie als protest tegen de beslissing van de Britse regering om de zionistische claims op Palestina te erkennen en te steunen. De stoet stopt bij de Jaffapoort, waar toespraken de sfeer nog verder ophitsen. De gangbare route door de Moslimwijk in de Oude stad naar de Haram al-Sharif is door de politie verlegd langs de Joodse wijk.
De onlusten beginnen op zondag 4 april 1920 om half elf ’s ochtends nabij de Jaffapoort met aanvallen op Joodse winkels en woonwijken. De aanvallers zijn bewapend met messen, knuppels en enkele vuurwapens. Het komt tot moord, vandalisme tegen joodse heiligdommen, plunderingen en verkrachtingen.De illegale zionistische zelfverdedigingsgroepen proberen de Joodse bevolking te beschermen, maar worden door de Britten niet toegelaten tot de Oude Stad. Joden die de Oude Stad proberen te ontvluchten worden door de Britten eveneens tegengehouden.
Op 7 april 1920 krijgt het Britse leger de situatie weer onder controle. Vijf Joden zijn vermoord en 216 gewond, waarvan 18 in kritieke toestand. Aan Arabische zijde zijn vier personen om het leven gekomen en er zijn 23 Arabieren en 7 Britse soldaten gewond. Christelijke pelgrims zijn ongemoeid gelaten.
De Britse militaire gouverneur Ronald Storrs krijgt achteraf scherpe kritiek te verwerken omdat hij voor het handhaven van de orde nauwelijks troepen in gereedheid heeft gebracht, terwijl het Nabi Musa-feest ook ten tijde van het Ottomaanse Rijk regelmatig tot onlusten heeft geleid en hij van tevoren van joodse zijde al gewaarschuwd is voor dreigende onlusten.
De Britten veroordelen meer dan 200, meest Arabische, personen tot gevangenisstraffen

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Nabi_Musa-pogrom

Beleg van Antep

Na de ondertekening van de Mudros-wapenstilstand op 30 oktober 1918 verhuist een deel van de Britse troepen van Mosul in Irak naar Kilis . De stad wordt op 6 december 1918 bezet door een Britse cavalerie divisie en een Indiase infanteriebataljon. De bezetting van Kilis door de Britten stelt de verbannen Armeniërs in staat naar hun huizen terug te keren, aangezien de lokale moslimbevolking vijandig staat tegenover hun terugkeer.

Britse soldaten arriveren op 17 december 1918 in Antep . Op 23 januari 1919 bezetten Britse troepen de strategische punten in de stad, te beginnen met het hoofdkwartier van de regionale gouverneur. De Britten zetten een staat van beleg in en de bewoners sturen een protestbrief naar de geallieerde autoriteiten.

Tijdens een protestbijeenkomst verklaart burgemeester Belediye Bashkanı Lütfi Bey dat hij fel gekant is tegen de bezetting. De Britse bezetting duurt ongeveer een jaar. De Britse regering staat onder zware druk van de publieke opinie over de terugtrekking en demobilisatie van haar troepen in het Midden-Oosten en op 15 september 1919 accepteert premier David Lloyd George enthousiast het voorstel van zijn Franse tegenhanger Georges Clemenceau om de controle over verschillende gebieden over te nemen – eerst Syrië maar ook Cilicia met de steden Maras , Antep en Urfa , en de Britten trekken zich terug naar Mosul. Op 29 oktober 1919 trekken de Franse troepen Kilis binnen en op 5 oktober Antep.

Door conflicten tussen de Fransen en de lokale bevolking, nemen de spanningen toe en gaat men van officiële protesten en openbare demonstraties over naar actieve voorbereiding op de strijd tegen de bezetters. Deze trend is een weerspiegeling van de mentaliteitsverandering van de Turkse revolutionairen die op het Sivas-congres op 4 en 11 september 1919 het politieke programma zouden aannemen van wat de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog was .

Op 1 april 1920 organiseren de Turkse strijdkrachten een opstand tegen de Franse troepen die uit de stad worden verdreven en die de stad op hun beurt belegeren. De Fransen brengen versterkingen uit Syrië en isoleren de omgeving van Antep. Inwoners van de belegerde stad lijden zwaar door de tekorten en vooral door de voedselcrisis en moeten zich, na 10 maanden beleg, overgeven.

In de loop van de tijd boeken de Turkse nationale strijdkrachten steeds meer succes en slagen erin om na de slag bij Sakarya het strategische initiatief te nemen in de strijd met de Griekse strijdkrachten. Het Frans-Turkse conflict in Cilicia ontwikkelt zich in deze tijd ten gunste van Turkse nationalisten en resulteert uiteindelijk in het vredesakkoord van Ankara uit 1921 tussen de regering van Parijs en de Grote Nationale Vergadering van Turkije . Na ondertekening van deze overeenkomst trekken Franse troepen zich terug uit Antep en staat de stad onder controle van de regering van Ankara.

Als eerbetoon aan het maandenlange verzet mogen de inwoners van Antep in 1928 hun stad omdopen in Gaziantep, wat zoveel betekent als “strijdend Antep”.

bron : https://ro.wikipedia.org/wiki/Asediul_Antepului
vertaling via http://itools.com/tool/google-translate-web-page-translator e

vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau