brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01

 

executie bij dageraad

McColl

Charles McColl

Vroeg in de ochtend van 28 december 1917 wordt de Britse soldaat Charles McColl geblinddoekt en geboeid op een stoel gezet, vastgebonden en dan geëxecuteerd. Hij is een van de vele Britse shotatdawns (geëxecuteerden bij dageraad). Wat zijn geval extra tragisch maakt, is dat McColl omwille van zijn job op een scheepswerf vrijgesteld was van legerdienst, maar als vrijwilliger in dienst ging.

Enkele dagen eerder is hij voor de krijgsraad veroordeeld omdat hij zijn eenheid verlaten had in de buurt van Houthulst en vervolgens naar Calais vertrokken was. Hoewel de kapitein van McColls eigen eenheid dienst doet als een van de twee leden van dit krijgshof, neemt niemand zijn verdediging op zich.

Ondertussen zijn de meer dan driehonderd geëxecuteerden uit de eerste wereldoorlog weer grotendeels in eer herstel. Voor hun wordt in 2001 het Shot at Dawn Memorial opgericht in het National Memorial Arboretum. Het monument stelt een geblinddoekte jongeman voor vastgebonden aan een paal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawnMemorial

 

Harry Patch keert terug naar thuisland

De Britse soldaat Harry Patch is gewond geraakt op 22 september 1917 tijdens de slag om Passendale. Op 23 december 1917 verlaat hij voorgoed het Europees vasteland en wordt hij naar Groot-Brittannië teruggestuurd.  Als de wapenstilstand in 1918 getekend wordt, is Harry Patch nog altijd in een ziekenhuis op het eiland Wight. Pas als hij 100 jaar wordt, spreekt hij voor het eerst over de oorlog.

In tachtig jaar heb ik geen oorlogsfilm bekeken en sprak ik nooit over de oorlog, ook niet met mijn vrouw. Nu ik in het rusthuis ben, al zes jaar, gaat het alleen nog over de eerste wereldoorlog, sinds ik die onverwachte lichtflits zag van in mijn kamer. Zoals ik al zei : de eerste wereldoorlog is geschiedenis, het is geen nieuws. Vergeet het.

Harry vocht onder meer in Pilkem en Passendale, maar zal toch vooral in de herinnering voortleven als de man die in 2008 op 110-jarige leeftijd terugkeerde naar Langemark om daar een zelf betaalde herdenkingssteen te onthullen  voor zijn makkers die gestorven zijn op 22 september 1917, de dag dat hijzelf zwaar gewond raakte. Hij sterft in 2009 op de leeftijd van 111 jaar, 1 maand, 1 week en 1 dag.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Patch

Harry-Patch-1898-2009

de dood slaat toe in de seinput

Korporaal Henry Fayerbrother is op 16 december 1917 bij Langemark net op weg om een breuk in de telefoonlijn te herstellen wanneer granaatsalvo’s eraan komen. Hij rent terug om te schuilen in de seinput,maar er is geen plaats meer omdat anderen er schuilen, onder meer artillerist John Walker. Fayerbrother moet tevreden zijn met een schuilplek achter een bunker. Hij beschrijft wat er gebeurt enkele seconden na een enorme explosie.

John Walker komt naar me toe, blindweg in de lucht tastend. Het onderste deel van zijn hoofd is weggeblazen. Ik leid hem naar onze schuilplaats en terwijl hij sterft, komen de vreselijkste geluiden uit zijn verbrijzelde keel.

Iedereen in de seinput is dood, nu ook John Walker. Hij wordt begraven in de buurt van de granaattrechters aan de kant van de weg. De manschappen die omkwamen in de seinput, rusten nu zij aan zij op Cement House Cemetery, Boezingestraat 148, Langemark.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Telefoon_Poelkapelle_19171010

 

Britten veroveren Jeruzalem

Jeruzalem valt op 9 december 1917 na een gevecht van enkele dagen in Britse handen. De Britten krijgen daarbij steun van troepen uit Nieuw-Zeeland en Australië. Aanvankelijk werd de aanval van Jeruzalem gezien in het kader van een breder tactisch plan dat de Turken tot vrede zou dwingen. Maar de wijzigende oorlogsomstandigheden leiden ertoe dat de inname van deze stad vooral een belangrijke opsteker is voor de moraal van de geallieerde troepen.

Een paar dagen later, op 11 december 1917, doet de Britse commandant sir Edmund Allenby zijn intrede : te voet, uit respect voor de heilige stad. Het is eeuwen geleden dat troepen van christelijke oorsprong de stad in handen hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Allenby_Jeruzalem19171211

 

Britten trekken terug nabij Cambrai

Hoewel veldmaarschalk sir Douglas Haig, bevelhebber van de British Expeditionary Force, in allerijl versterkingen heeft gestuurd naar Cambrai zodat de Duitse tegenaanval de linie van generaal sir Julian Byngs 3e leger niet kunnen doorbreken, besluit hij op 3 december 1917 zijn troepen terug te trekken naar de posities die ze innamen voor het gevecht begon op 20 november.

Haigs bevel beëindigt het gevecht op de 5e december. Aan Britse en Duitse zijde zijn ongeveer evenveel slachtoffers gevallen : zo’n 40.000 soldaten. De Britten hebben 11.000 soldaten gevangen genomen. de Duitsers 9.000. Cambrai zet echter twee belangrijke zaken in de verf. Ten eerste hoeven offensieven niet voorafgegaan te worden door langdurige artilleriebombardementen om succesvol te zijn. Ten tweede kan de massale inzet van tanks  een grote doorbraak forceren, ondanks hun technische onbetrouwbaarheid en kwetsbaarheid voor vijandelijk vuur. Beide partijen nemen deze les ter harte voor het offensief dat ze plannen voor 1918.

bron : Ian Westwell, 1914 – 1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, deltas

Cambrai_191712

heldendaad in Palestina

Tweede luitenant Stanley Boughey van de Royal Scots Fuseliers overlijdt op 4 december 1917 aan de verwondingen die hij drie dagen eerder opliep. Voor zijn heldendaad wordt hem het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding, toegekend. 

Stanley_Henry_Parry_BougheyTijdens de gevechten in El Burf (Palestina) naderen Ottomaanse soldaten tot op 30 meter van de vuurlinie van de Britten. Het Ottomaanse bombardement en het vuren van hun automatische geweren zijn zo hevig dat de Britten nauwelijks kunnen terugschieten. Plots stormt Stanley Boughey naar de vijand en bestookt hen zo hevig met granaten dat er velen om het leven komen en de laatste dertig overlevenden bereid zijn zich over te geven. Als Boughey zich omdraait om meer granaten te halen, raakt hij dodelijk gewond. 

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds