Oostenrijks vredesvoorstel afgewezen

De Franse eerste minister publiceert op 8 april 1918 de brief waarin de Oostenrijkse keizer Karel I vredesvoorstellen deed, buiten het medeweten van zijn Duitse bondgenoot en zijn eigen minister van Buitenlandse zaken. De Oostenrijkse keer komt daardoor in een lastig parket. De geloofwaardigheid van het keizerrijk wordt zwaar aangetast. Bovendien krijgt de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie geen zitje bij de vredesbesprekingen die een einde maken aan de oorlog. Tijdens de onderhandelingen wordt de dubbelmonarchie gewoon opgeheven.

bron: oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

KeizerKarel_I

 

Edmond Thieffry krijgsgevangen

Boven hun eigen linies schieten de Duitsers op 25 februari 1918 één van de niet zo talrijke Belgische luchtazen Edmond Thieffry neer. De vijand neemt hem krijgsgevangen. Tot driemaal toe probeert hij te ontsnappen, maar tevergeefs. Hij moet wachten tot na de wapenstilstand om huiswaarts te keren.

Edmond Thieffry is niet meteen voorbestemd om een luchtheld te worden. Bij het begin van de oorlog is hij nog stafattaché bij generaal Gérard Leman in het fort van Loncin. Dan wordt hij een eerste maal gevangen genomen door de Duitsers. Hij ontsnapt en bereikt via Nederland het Belgische leger, toen nog in Antwerpen. In de loop van 1915 krijgt hij de toelating om voor een pilotenbrevet te gaan.

ALs piloot behaalt hij tien overwinningen en wordt zo betiteld als “aas”. In 1925 maakt hij als piloot de eerste verbindingsvlucht naar Belgisch Congo voor Sabena waarvan hij een van de medeoprichters is.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Edmond-Thieffry-1892-1929-Oorlogsheld-en-luchtvaartpionier

 

maritieme verbinding Folkestone Vlissingen

In het eerste weekend van februari 2018 was ik voor de eerste keer in Vlissingen. Ik had behoefte aan een nieuw zicht op de noordzee in plaats van mijn gewone bestemming. En dat is bijzonder goed meegevallen. Het is pas als ik al een tijdje heb rondgewandeld dat ik me realiseer dat mijn grootvader Martinus Evers hier ook geweest is. Tenminste dat veronderstel ik… Hij is ingelijfd in het Belgische leger in Folkestone en er was destijds een maritieme verbinding tussen Folkestone en Vlissingen. Het is heel goed mogelijk dat Martinus Evers onderstaande gebouwen aan de boulevard in Vlissingen heeft zien staan. In 1916 waren die toen gloednieuw… Het is daar dat hij – zo veronderstel ik – een schip heeft genomen richting Folkestone om zich daar te laten inlijven in het Belgisch leger.

Vlissingen_2018_Anno1900

Deze maritieme verbinding werd onderhouden door de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ), een rederij die tussen 1875 en 1989 een veerdienst tussen Nederland en Engeland over de Noordzee onderhield. Tot en met 1939 was de Nederlandse afvaarthaven Vlissingen, vanaf 1946 was dat Hoek van Holland.

De afvaarthaven aan Engelse zijde veranderde in de loop van de tijd nogal eens: in het eerste jaar was dit Sheerness, vanaf 1876 Queenborough, vanaf 1911 zowel Queenborough (dagdienst) als Folkestone (nachtdienst), vanaf 1919 Folkestone en vanaf 1927 Harwich.

De SMZ was een belangrijke werkgever voor Vlissingen. De verbinding werd beroemd vanwege de uitstekende aansluitingen vanuit heel Europa via het internationale spoorwegnetwerk naar het Station Vlissingen, waar direct kon worden overgestoken naar de naastgelegen vertrekgebouwen van de SMZ. Van groot belang was het postcontract, waardoor een groot deel van internationale postverkeer tussen Europa en Engeland via Vlissingen verliep en de SMZ en haar schepen bekend werden onder de benamingen ‘maildienst’ en ‘mailboot’.

bron
https://nl.wikipedia.org/wiki/Stoomvaart_Maatschappij_Zeeland

VlissingerPostRoute

 

einde van de SS Normandy

Ongeveer 8 zeemijlen buiten Cape la Hague torpedeert de Duitse onderzeeër U-90 op 25 januari 1918 het defensief bewapende koopvaardijschip Normandy zonder enige waarschuwing.

Het relatief jonge stoomschip (gebouwd in 1910) is op dat ogenblik onderweg van Southampton naar Cherbourg. Aan boord is er enkel algemene cargo en veel post. Van de 43 personen aan boord (23 bemanningsleden en 22 passagiers) overleven er 13 de aanval. De U-90 is van recentere bouw (1915) en kan tegen een hogere snelheid varen : bijna 17 knopen tegen 12 voor het koopvaardijschip. Bovendien beschikt het over dieselmotoren, die veel meer vermogen hebben dan de stoommachines van het aangevallen handelsschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

versenkung100_v-contentgross

Na de aanvallen op de Minoterie

De Minoterie is de naam die gegeven is aan de bloemmolens van Diksmuide. Deze gebouwen zijn bezet door de Duitsers die ze hebben omgebouwd tot een versterkte vesting vlakbij de Belgische linies. Joris Lannoo beschikt over gedetailleerde kaarten die de Duitse posities haarfijn weergeven. Het is de bedoeling om hier een doorbraak te forceren.

Een eerste aanval op de Minoterie gebeurt op 29 september 1917. Op 13 oktober 1917 volgt een tweede poging in zeer slechte weersomstandigheden. De 5e compagnie van Joris Lannoo van het 16e linieregiment speelt hierbij een cruciale rol. Jeroom Leuridan, van het 23e linieregiment, is iets naar links gelegerd, in de richting van de beruchte petroleumtanks, en vermeldt de aanvallen van het 16e linieregiment tussen 13 en 27 oktober :

Gans de nacht hebben de grootste stukken gedonderd en het 16e heeft een raid uitgevoerd Diksmuidewaarts. De Engelse vlammenwerpers lieten hun plutonische pompierswerk verrichten. Enkele verbrande, vergruwde stumperds van Duitse zijde zijn in hun handen gevallen.

Bij een derde poging op 21 oktober 1917 bereikt opnieuw een groepje soldaten de Duitse linies maar ze sneuvelen zo goed als allemaal bij een hevige tegenaanval. Ondanks de mislukte pogingen blijft het Belgische leger inbeuken op de Minoterie. Voor het einde van de maand roept de staf de hulp,in van een speciale Britse brigade dienuitgerust is met gasflessen. Dan is het de beurt aan het 5e linieregiment om het voortouw te nemen. Met bootjes zetten ze soldaten over de Ijzer. Die bestoken de ruïne langs de oostzijde. Een aantal soldaten geraakt tot boven op de Minoterie, maar moet dan onverrichterzake terugkeren. In totaal voeren de Belgische soldaten vijf raids uit op de gedetoneerde vesting.

Min de 2e helft van november 1917 mogen de soldaten vangnet 16e linieregiment , en dus ook de mannen van de 5e compagnie van Joris Lannoo, zich terugtrekken. Ze zijn oververmoeid en uitgeblust, en krijgen een lichtere opdracht in de 2e linie in de sector Pervijze.

8DE402CC-A621-4595-BD7A-E8F3905A8C66

 

de enige Vlaming op Tyne Cot

Op Tyne Cot Cemetery ligt er één enkele Vlaming begraven : korporaal Richard Verhaeghe, die sneuvelt op 30 oktober 1917 op 39-jarige leeftijd, weliswaar in Canadese dienst.

In het begin van de 20e eeuw emigreert hij van de streek rond Brugge naar Canada, waar hij zich vestigt in Saskatoon (Sakatchewan), samen met zijn vrouw Augusta. In 1915 meldt Richard zich als vrijwilliger bij het 5th Batallion Canadian Mounted Rifles. In de volgen de jaren vecht deze ruiterbrigade onder meer aan de Somme en in Passendale.

Korporaal Richard Verhaeghe sterft tijdens de slag bij Passendale tijdens een aanval op Duitse stellingen in het bos Woodlands Plantation dat er eerder uitziet als een moeras.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RichardVerhaeghe_1917.jpeg

de executie van Mata Hari

Margaretha Geertruida Zelle, een exotische danseres en courtisane, wordt in 1876 geboren in Leeuwarden. Nadat ze in het begin van de eeuw met haar echtgenoot uit Nederlands-Indië is teruggekeerd, begint zij onder het pseudoniem Mata Hari in Parijs op te treden met een mengeling van Indische en erotische dansen, begeleid door gamelanmuziek. Haar optredens en haar persoon worden een groot succes.

mata-hari-4002

Als Nederlands staatsburger kan zij in de oorlog vrij door Europa reizen, een mogelijkheid waar ze veelvuldig gebruik van maakt. Door haar geheimzinnigheid doen er de wildste geruchten over haar de ronde en haar uitgavenpatroon is uitbundig. De Engelsen zijn de eersten die haar verdenken van Duitse spionage, maar zij verklaart een Franse agente te zijn. In januari 1917 zendt de Duitse militaire attaché in Madrid een bericht naar Berlijn waarin Mata Hari bijna met naam en toenaam wordt genoemd als zijnde een waardevolle informante. Van de door de Duitser gebruikte code was geweten dat die gebroken was door de Fransen.

Op 13 februari 1917 wordt Mata Hari gearresteerd in hotel Plaza Athénée in Parijs. De aanklachten tegen Mata Hari zijn zwaar : ze zou niet alleen gespioneerd hebben maar ook een heel netwerk beheren. Ze ontkent alles, maar wordt toch wegens hoogverraad tot het executiepeloton veroordeeld. Met grote waardigheid wordt ze op 15 oktober 1917 door zoeaven geëxecuteerd.

De waarheid over Margaretha Zelle is nooit helemaal boven water gekomen, maar haar veroordeling komt de falende Franse gezagsdragers mooi uit. Mocht ze al gespioneerd hebben, dan is ze zonder twijfel een heel kleine vis geweest.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Mata-Hari-executie