de laatste gesneuvelde Brit

George Ellison is al voor de oorlog in dienst, tot hij in 1912 trouwt met Hannah Burgan en als mijnwerker aan de slag gaat. Wanneer enkele jaren later de oorlog uitbreekt, wordt hij opnieuw opgeroepen. In 1914 vecht hij al in Mons (Bergen) wanneer het Britse leger er in augustus voor het eerst slaags raakt met de Duitsers. Het levert Ellison de Mons Star op. Van dan af neemt George Ellison deel aan tal van gevechten en veldslagen. Hij maakt gasaanvallen mee, vecht in de loopgraven en ziet voor het eerst tanks op het slagveld verschijnen. Vele kameraden heeft hij zien sneuvelen of aan hun verwondingen overlijden. Zelf heeft hij vier lange oorlogsjaren weten te overleven. Rond 9u30 – anderhalf uur voor de wapenstilstand officieel ingaat – wordt hij tijdens een laatste verkenningstocht nabij Mons neergeschoten. Hij wordt beschouwd als de laatste Britse gesneuvelde van de eerste wereldoorlog. Vijf dagen later wordt zijn zoontje James vijf.

bron : Karel De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

GeorgeEllison_19181111

het einde van de Viribus Unitis

De SMS Viribus Unitis (Latijn voor “met vereende krachten”) was een slagschap van de Kaiserliche und Königliche Marine van Oostenrijk-Hongarije. Het schip is gebouwd in 1910-1911 in de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse havenstad Trieste.

Aartshertog Franz Ferdinand vaart aan boord van de Viribus Unitis naar Sarajewo in juni 1914. Op 30 juni 1914, na de aanslag in Sarajewo, worden de lijken van Franz Ferdinand en zijn echtgenote aan boord van de Viribus Unitis terug naar Trieste gebracht.

Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog helpt het slagschip samen met andere schepen van de Oostenrijks-Hongaarse marine om de Duitse schepen SMS Goeben en Breslau toe te laten te vluchten door de straat van Messsina naar Constantinopel. Daar treden de schepen toe tot de Ottomaanse marine, weliswaar met de oorspronkelijke Duitse bemanning aan boord.

Door de Otranto barrage, waarmee de geallieerden de Adriatische zee afsloten, verlaat het schip nauwelijks de haven van Pola. In mei 1915 neemt de Viribus Unitis nog deel aan een bombardement van de Italiaanse stad Ancona.

In juni 1918  neemt de Viribus Unitis deel aan een aanval op de Otranto barrage. Het doel is om meer schepen van de Centralen toe te laten door de straat van Messina te varen. In de nacht van 8 juni op 9 juni 1918 verlaat admiraal Miklós Horthy met een aantal slagschepen, waaronder de Viribus Unitus, de haven van Pola. Op 10 juni wordt de vloot ontdekt door 2 Italiaanse schepen. De Italianen gaan direct over tot de aanval. Ze slagen erin de Szent Istvan de raken met torpdeo’s alvorens ze moeten vluchten. Het schip zinkt en nu de Italianen op de hoogte zijn van hun komst, besluit admiraal Horthy terug te keren. Dat is ook de laatste actie van de Viribus Unitis.

Eind oktober 1918 is het duidelijk dat Oostenrijk-Hongarije de nederlaag niet meer kan afwenden. De Oostenrijks-Hongaarse marine geeft er de voorkeur aan om de Viribus Unitis te geven aan de nieuw gevormde staat van Slovenen, Kroaten en Serviërs. Het schip wordt op 31 oktober 1918 herdoopt in Jugoslavija.
Op 1 november 1918 gaan twee Italianen Raffaele Paolucci en Raffaele Rossetti op een gemotoriseerde torpedo naar de haven van Pola. Om 4u40 plaatsen ze een mijn op de Jugoslavija. Ze worden betrapt en gevangen genomen. Bij hun ondervraging melden ze de kapitein van het schip dat ze een mijn hebben geplaatst zonder te juiste locatie te geven. Admiral Janko Vuković laat de twee gevangenen overbrengen naar de Tegetthoff en beveelt de evacuatie van de Jugoslavija. Omdat de explosie niet plaats vindt om 6u30, neemt Vuković aan dat de Italianen gelogen hebben. De admiraal en heel wat matrozen gaan terug aan boord van het schip als om 6u44 de mijn alsnog ontploft. De Jugoslavija zinkt in 15 minuten. De admiraal en 300 tot 400 matrozen komen om. Paolucci en Rossetti blijven gevangen tot het einde van de oorlog enkele dagen later en krijgen beide een medaille voor hun heldendaad.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/SMS_Viribus_Unitis

SMS-Viribus-Unitis

 

 

 

Pelt verliest een zoon nabij Passendaele

In een reactie op één van mijn berichten op Facebook maakt Davy Hermans me attent op het feit dat er ook een Overpeltenaar het leven heeft verloren tijdens het bevrijdingsoffensief op 28 september 1918. Het gaat om onderluitenant Alfons Roothans, geboren in Overpelt op de nationale feestdag van 1890. De moment van bestorming is ook beschreven in het dagboek van dokter Lievens (zie dokter Lievens dient de eerste zorgen toe) .

Tegen de middag bereiken we de Bayernstellung. Nu komen we in de vlakte voor de hoogte van Passchendaele en we rusten een uurtje uit. Het artillerievuur is stilgevallen want de mannen verplaatsen onze kanonnen, omdat onze sprong vooruit te groot is geweest en ze nu niet ver genoeg meer reiken. De bodem waar de zware stukken overheen moeten, is echter te drassig en ze verzinken er bijna in. Nieuwe balkenwegen worden aangelegd, maar het duurt te lang voor ze klaar zijn en we krijgen bevel de hoogte te bestormen zonder artillerievoorbereiding.

Om boven te geraken moeten wij twee en een halve kilometer afleggen tegen een moerassig helling zonder andere schuilplaats dan met water gevulde granaatputten. Met kleine groepejes van vijf tot zes man zetten we ons in beweging. Maar bij de eerste stappen al ratelt de hele berg met een knetterend mitrailleurvuur en regen het kogelballen op ons.

Bij die bestorming is Alfons Roothans overleden.

bronnen
http://blog.seniorennet.be/frverbaenen/archief.php?startaantal=420

André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

 

AlfonsRoothans_19180929

 

 

Jeugdherinneringen voor Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, heeft een tijdje tussen hoop en vrees geleefd om zijn verlof te behouden. Hij behoort tot een Eingreifdivision dat in de achterste linies blijft tenzij er moet ingegrepen worden.

12 september 1918 : Mijn verlof is goedgekeurd. Ik heb vier bladzijden instructies neergeschreven voor Seebach, mijn stafofficier, zodat hij volledig op de hoogte is. Daarna heb ik recht op 21 verlofdagen en vier dagen reistijd.

12 september – nacht : Mijn vreugde overmijn verlof is over. We hebben marsorders gekregen :”Divisie moet toch klaar houden om linies ten oosten van Epoye in te nemen. ’s Anderendaags blijkt dat de vijand toch niet aanvalt en krijg ik alsnog toestemming om op verlof te gaan.

14 september : Na een nacht met artilleriebeschietingen vertrekt ik om 6u30 in een kleine wagen naar Le Chatelet waar ik de trein neem. Om 2u kom ik aan in een hotel in Brussel waar de portier me herkent van een strandvakantie in Nederland voor de oorlog.

17 september : ’s ochtends kom ik aan in Keulen waarna ik doorreis naar Frankfurt. Hoe aangenaam is het langs de Rijn te reizen. ’s Avonds kom ik thuis aan waar het weerzien des te ontroerder is omdat ze me niet hadden verwacht na de voorbije weken van gevechten aan het westelijk front.

25 september : ik ontmoet een oude schoolkameraad en we halen samen jeugdherinneringen op. Hoe onschuldig waren we toen. Het is daar dat we gingen kijken naar de parades ter gelegenheid van de verjaardag van de keizer. We keken onze ogen uit naar de soldaten van het 81e regiment in hun mooie uniformen en nu zijn we zelf al ervaren soldaten. Ondertussen bereikt ons het nieuws van hevige gevechten aan het westelijk front. Er komen ook alarmerende berichten uit Bulgarije waar premier Malinov de Entente gesprekken aanbiedt over een wapenstilstand, zonder met zijn eigen of onze regering te overleggen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

DuitseSchool_VoorOorlog

 

de slag van Megiddo

De slag van Megiddo, die begint op 19 september 1918 en duurt tot 25 september, wordt gezien als het hoogtepunt van de Britse invasie in Palestina. In de voorafgaande maanden heeft de Britse bevelhebber Edmund Allenby een tactisch plan uitgewerkt dat grote waardering verdient. Via een reeks van troepenverplaatsingen en voorafgaande acties manoeuvreert zowel het Britse leger als de Ottomaanse tegenstrever in de gewenste posities. De Britse overwinning is groot : 25.000 Ottomaanse en Duitse gevangenen en slechts 10.000 ontsnapten.

De verleiding om deze veldslag slag van Megiddo te noemen was groot, maar slag van Nabloes zou correcter geweest zijn. In 1478 voor Christus werd al een slag van Megiddo uitgevochten, toen tussen Thoetmosis III en de Hittieten. Dit is bovendien de eerste veldslag uit de geschiedenis waarvan een geschreven verslag bestaat, weliswaar in de vorm van hiëroglyfen in de tempel van Karnak (Egypte).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Megiddo1918

dood van Joe English

dood van Joe English

In het legerhospitaal van Vinkem overlijdt op 31 augustus 1918 de veelzijdige Vlaamse kunstenaar Joe English, wellicht aan de gevolgen van een slecht verzorgde blindedarmonsteking. Bij zijn graf in Steenkerke vindt in 1920 de eerste Ijzerbedevaart plaats. Tien jaar later wordt hij bijgezet in de crypte van de Ijzertoren.

Joe English, zoon van een Ierse vader en een Vlaamse moeder, groeit op in Brugge. Bij het uitbreken van de oorlog wordt hij gemobiliseerd in Veurne, waar hij dienst doet als bibliothecaris in de Vlaamse soldatenbibliotheek, ontwerpt hij de typische heldenhuldezerkjes voor Vlaamse gesneuvelden.

Joe English self portrait

Joe English – zelfportret

 

de stamvader van het Belang van Limburg

In Tongeren overlijdt op 2 juli 1918 Nicolaas Theelen, uitgever-journalist van wat later Het belang van Limburg zal worden.

In 1879 publiceert hij in Bilzen het eerste nummer van het Vlaamsgezinde en katholieke Het Algemeen Belang der Provincie Limburg. Als landmeter bij het kadaster werkt hij voor de Belgische overheid en die blijkt niet gelukkig met deze Vlaamsgezinde uitgave. Nicolaas Theelen wordt overgeplaatst naar Torhout. De job van landmeter licht hem niet echt en hij geeft er de brui aan. In 1880 woont hij weer in Limburg, in Tongeren en zet hij de uitgave van Het Algemeen belang voort.

Na de oorlog neemt zijn zoon Frans Theelen de zaak in handen : hij begint in Hasselt met de uitgave van Het Belang van Limburg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NicolaasTheelen