gejuich in Brussel

De afspraken van de wapenstilstand respecterend mag het Belgische leger nu zijn weg voortzetten. Onderluitenant Pasquier is erbij op 19 november 1918.

Onze tocht gaat over Gent (Korenmarkt), Destelbergen, Laarne en Wetteren. Nadien trekken we verder richting Brussel.
Met grote vreugde bemerken we eindelijk de eerste lichten van Brussel. Alle groepen langs de weg groeten en juichen. Ik rij Brussel binnen en vind er het vertrouwde decor terug van de boulevards en de Rogierplaats. Nooit gedacht hier terug te komen. Een dichte menigte houdt ons op en maakt dan toch plaats om ons door te laten. Vervolgens komen we in de vertrouwde stadswijken van de Botanische Boulevard, mijn welbekende Naamsepoort, de Louisapoort, de Brugmannlaan. Ik ben zo ontroerd dat ik me van huis vergis. Eindelijk bel ik aan bij me thuis en val in de armen van mijn lieve tante, die alleen thuis is en me nauwelijks herkent.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de coup van Loppem

Enkele uren na de wapenstilstand op 11 november 1918 melden er zich drie bezoekers op het kasteel van Loppem : Pedro Saura, Paul-Emile Janson en Edward Anseele. Saura is een Spaans diplomaat, Janson een liberaal en Anseele een socialistisch volksvertegenwoordiger. Ze komen koning Albert informeren over de situatie in Brussel. Daar is onder de Duitse soldaten een revolutionaire opstand uitgebroken. In het parlement heeft zich een soldatenraad geïnstalleerd. Vertegenwoordigers van die raad proberen de Brusselse arbeiders met veel gezwaai van rode vlaggen te overtuigen samen met hen een revolutie te ontketenen. Het wapenstilstandsverdrag bepaalt echter dat er 48 uren moeten verlopen tussen het vertrek van de Duitse troepen en de aankomst van de Belgische. Veel kan de koning der Belgen nu niet doen.

Janson en Anseele maken van de gelegenheid gebruik om met de koning over politiek te praten. Anseele stelt dat het algemeen enkelvoudig stemrecht meteen moet worden ingevoerd en dat een aantal wetsartikelen die vakbondsacties belemmeren, moeten verdwijnen. Hij pleit ook voor een Vlaamse universiteit in Gent met behoud van de Franstalige. Zonder te dreigen praat hij over algemene democratische hervormingen.
Janson heeft onder de bezetting een soort liberaal manifest uitgewerkt : de wederopbouw van het land mag niet aan één partij worden overgelaten. Er moet een nieuwe regering komen waarin liberalen en socialisten samen evenveel portefeuilles krijgen als de katholieken. Ook de meeste liberalen willen meteen enkelvoudig stemrecht vanaf 21 jaar, maar in geen geval voor de vrouwen. Er moeten snel verkiezingen gehouden worden op basis van de nieuwe kieswet. Daarvoor moet de grondwet geschonden worden. Dat is pijnlijk, maar het kan niet anders. 
Gerard Cooreman, de katholieke premier van de Belgische regering in ballingschap, woont het gesprek ook bij. Maar toch vindt Janson het nodig om zelf het standpunt van de katholieken toe te lichten. Die willen allemaal een regering van nationale unie, weet hij. Maar ze zijn verdeeld over het stemrecht. De conservatieven willen de leeftijdsgrens op 25 jaar. Ze zijn allemaal voor vrouwenstemrecht.

Twee dagen na het bezoek van Janson en Anseele neemt de regering ontslag. Dat komt niet onverwacht. Gerard Cooreman heeft laten weten dat hij na de oorlog niet aan het hoofd van de regering wil blijven. Maar hij wil wel waardig afscheid nemen, in Brussel in het parlement. Dat wordt hem niet gegund. De tijd dringt.

Koning Albert benoemt de Brusselse advocaat Léon Delacroix tot formateur op aangeven van Emile Francqui, directeur van de Société Générale. Delacroix is een nieuweling in de politiek. Hij zit niet eens in de Kamer. In de week na de wapenstilstand is het in Loppem een komen en gaan van politieke personaliteiten. De nieuwe regering Delacroix komt op een paar dagen tot stand en ze ziet er precies uit zoals Janson en zijn vrienden het wensen : 6 katholieken, 3 liberalen, 3 socialisten. 

Het einde van de oude katholieke hegemonie gekoppeld aan de invoering van het “ongrondwettelijk” algemeen stemrecht is voor de conservatieve katholieken een harde noot om te kraken. In hun kringen begint het idee post te vatten dat de koning een “staatsgreep” heeft gepleegd, de “coup van Loppem”. Maar tegen de coalitie van koning, socialisten, liberalen en “nieuwe” katholieken zijn ze niet bestand.

bron : Knack Historia 1918

 

van links naar rechts : Saura, Janson en Anseele te Loppem

een bravourestukje van Willy Coppens

Willy Coppens, de grootste Belgische militaire vliegenier, maakt op 18 februari 1918 een rondvlucht over zijn ouderlijk huis in Brussel. Hij groet zijn familie door met zijn vleugels te schudden. De buren juichen hem toe.

Dit bravourestukje is natuurlijk niet de voornaamste oorlogsdaad van de befaamde vliegenier. Bij het begin van de oorlog wordt hem de toegang ontzegd tot de Compagnie des Aviateurs. Hij haalt dan maar op eigen kracht een vliegbrevet en raakt ook waar hij zijn wil : bij het eerste smaldeel. De blauwe kleur van zijn HD1 levert hem de bijnaam Blauwe Duivel op.

Het neerhalen van Duitse observatieballons wordt zijn specialiteit. Hij schrijft er zelfs 34 op zijn conto. Zijn laatste ballon treft hij op 14 oktober 1918. Zwaar vijandelijk vuur verbrijzelt zijn linkerbeen. Hij slaagt erin te landen achter het front, waar zijn been geamputeerd wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens_1918

 

Berthe van Brussel

De Duitse artillerist Herbert Sulzbach kan eind september 1916 samen met luitenant Schellenberg naar Brussel. Ze reizen via Saint-Quentin (Fr) via Mons en Braine-le-Comte en komen aan in de Belgische hoofdstad.

Ik moet deze kleine uitstap in detail beschrijven want deze dagen vormen een enorm contrast met het dagelijkse leven aan het front. Hier voel je je volop leven, terwijl de dood alomtegenwoordig is in de eerste linies. Mijn kamer met een wit, zacht bed is de meest heerlijke plaats die je je kan inbeelden, vergeleken met de modderige schuilplaatsen in de loopgraven. In het restaurant kunnen we genieten van een goed maal, omgeven door muziek en overal rondom ons zien we vrouwen. ’s Avonds gaan we naar de danscafé’s en dit  leven is bijzonder aangenaam. De mensen moeten het ons maar niet kwalijk nemen, net zo min als ik het erg vind dat ze zich aan het thuisfront ook nog aangenaam maken. Je weet immers maar nooit of je nog terug komt om er weer van te genieten.

(…)

De stad zelf, die ik in 1912 al eerder bezocht, vind ik heel aangenaam : het stadhuis, de kathedraal van Sint-Goedele en de Beurs zijn bewonderenswaardig. Ik ontmoet heel wat mensen op die korte verloven. ’s Avonds in het restaurant dineer ik met een aangename Belgische dame. Eindelijk weer praten met een intelligente dame, hoe lang heb ik dat niet gemist. Afscheid nemen van Brussel was bijzonder hard, juist omwille van die dame : Berthe was haar naam. Er zijn mensen waarmee je direct vriendschap kan sluiten in een paar uur en waarmee je je zo eigen voelt alsof je ze al jaren kent. Belgische burgers behandelen ons Duitsers doorgaans zeer afstandelijk. (…)

Op de terugweg hielden we een uur halt in Namen en ik wandelde door de stad en bezocht de plaatsen waar ik in 1914 gelegerd was. Op de terugweg naar het front was de spoorlijn geblokkeerd door troepentransporten : grote troepenbewegingen van en naar de Somme, compagnieën soldaten die gevechtsmoe waren en ongelooflijk smerig.

bron : Herbert Sulzbach, with the german guns, Pen & Sword military

DuitseSoldaten_Schaarbeek.jpg

van Brussel naar de bataille des frontières

Brussel wordt bezet door de Duitsers op 20 augustus 1914. Dit gebeurt zonder slag of stoot. Even heeft de Belgische overheid nog getwijfeld om Brussel te verdedigen. Er waren al verschansingen opgeworpen, en er waren 20.000 Burgerwachten bijeengebracht. Uit schrik voor represailles werd de burgerwacht terug geroepen en de stellingen weer afgebroken. Burgemeester Adolphe Max roept de bevolking op om zich rustig te houden en er zijn zo goed als geen opstootjes. In tegenstelling tot elders gebeurt de intocht van de Duitsers in alle kalmte.

Brussel_augustus1914

Duitse troepen op de Brusselse Grote Markt

Het Belgische leger trekt zich terug naar Antwerpen, dat haar rol als nationaal bolwerk opneemt. Ook de ministeries en politici zijn naar daar getrokken. Nederland wil echter zijn neutraliteit bewaren en heeft de westerschelde afgesloten. Daardoor kunnen de Britten Antwerpen niet bevoorraden. De Duitsers rukken verder op naar het zuiden en hierdoor vermindert de druk op het Belgische leger.

De komende dagen zullen de Duitsers de forten in Namen belegeren. Tussen 23 en 25 augustus 1914 vallen de forten rond Namen één voor één. In die dagen wordt er ook gevechten in Charleroi, waarbij de Belgen steun krijgen van Britten en Fransen. Ook in Bergen wordt er gevochten op 22 augustus en ook hier zijn er Britse en Franse troepen betrokken. Deze gevechten staan bekend als de slag aan de grenzen (“bataille des frontières”).

De frontlinies rond 20 augustus 1914

De frontlinies rond 20 augustus 1914

 

informatie uit het militair museum in Brussel

Twee man sterk waren ze, de onderzoekers die naar Brussel zijn getrokken om na te gaan waar het 23e linieregiment overal gezeten heeft. En met het 23e Martinus Evers ook , natuurlijk ! Er zijn 8 bladzijden nota’s genomen die de komende dagen en weken verwerkt zullen worden. Eerst een samenvatting in Word. En daarna wordt dit Word document opgedeeld in diverse webpagina’s met foto’s erbij als we die via google kunnen vinden.