Tweedaagse overwinning voor kapitein Newnham

MauriceNewnham_1918Twee dagen na elkaar een vijandelijk toestel neerhalen, kapitein Maurice Ashdown Newnham speelt het klaar, op 30 augustus en op zijn verjaardag 31 augustus 1918.

Op 30 augustus 1918 schiet de Britse kapitein boven Snellegem een Duitse Fokker neer en daags erna haalt hij boven Varsenare een identiek vliegtuig neer, zijn zevende en achtste overwinning. In totaal wint Maurice Ashdown Newnham achttien luchtoverwinningen. Opmerkelijk is dat hij deze reeks overwinningen neerzette in een periode van een half jaar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

korporaal Janssen zwaargewond afgevoerd

François Janssen, korporaal bij het 23e linieregiment, geraakt zwaar gewond op 23-8-1918 tijdens een bombardement. Hij noteert het als volgt in zijn dagboek :

Bij het vallen van de avond toen de voorraad uitgedeeld werd brak er weerom
een hevig Duits bombardement op onze vestingen los. Van rond en uit het
bos van Houthulst bromden de obussen van 105 en 110 aanhoudend : de lucht
sidderde en de luchtverplaatsing was geweldig.
Juist aan een kleine gracht kropen we er in, gehurkt tegen elkaar. Ik aan
de rechterkant diende als deur. Opeens kwam er een kanjer vlak op ons af
en ontplofte op ongeveer 5 meter van ons. Een gekraak, een rookwolk, een regen
van scherven. Dit was helemaal geen verrassing want wij voelden dat
dit de onze was. Vluchten gaat in zulke momenten niet al konden wij gemakkelijk de situatie raden.
Een zwaar stuk van de ontplofte obus vloog tegen mijn schouder. Dit stuk
drong er niet door gezien het al te groot was doch de schok gaf me de indruk
dat mijn arm afgerukt was, Daar mocht ik niet onmiddellijk over reppen
om geen paniek onder de mannen te zaaien. Zo bleven wij ineengedrongen
zonder spreken, vol schrik voor een volgende zending. Ondanks alles bibberde
ik niet zoals bij het geschut op de loerpost voor het kasteel van Vicogne
in de sector Pervijze.
Ik kreeg verschrikkelijk veel pijn en gelukkig veranderde het geschut van
richting”. “Is er iemand door de scherven geraakt ?” vroeg ik. “Neen” klonk het antwoord
“Ik wel,” ging ik verder, “ik geloof dat mijn arm kapot is. Toen kwamen mijn makkers dichterbij, ontdeden mij van mijn gordel, mantel en vest. Mijn arm bewoog, deed zeer veel pijn, hing ietwat slap als een flard doch was niet af er was zelf geen bloed te bespeuren.
Dan wou ik me oprichten om terug te gaan naar onze Rode-Kruispost. De mannen zouden deze droevige tocht wel meemaken. Doch door de hevige schok en de luchtverplaatsing wist ik helemaal niet dat ik ook aan het rechterbeen gekwetst was.  Een obusscherf had mijn knie verbrijzeld; een stuk was door mijn broekspijp gevlogen en uit de wonde spatte bloed. Mijn rechterbroekspijp werd van boven tot onder in flarden gescheurd en met dit noodverband werd mijn wonde verbonden. Dan droegen de mannen mij voorzichtig achteruit terwijl een paar andere zich over mijn uitrusting ontfermden. Ook moet ik deze makkers die mij geholpen hebben, zeer dankbaar blijven en ik mag bekennen door ondervinding, dat het niet gemakkelijk is een gekwetste aan arm of been
weg te slepen zonder draagbaar of ander vervoermiddel, Aan de schuilkelder van onze brancardiers werd ik zachtjes op een berrie gelegd om verder naar een hulppost gedragen te worden.
bron : François Janssen, belevenissen aan het Ijzerfront

BelgischeBrancardier_1918

Hooge Crater wordt Brits

Tijdens het geallieerde eindoffensief veroveren de geallieerden op 28 augustus 1918 definitief de omgeving van Hooge Crater Cemetery in Zillebeke. Omwille van zijn hoogte en de strategische ligging is de heuvel een fel bevochten plek.

Het aantal malen dat deze locatie tijdens de oorlog van kamp wisselt, is nog bij te houden mits enige inspanning. Het aantal militairen van beide kampen dat hier sneuvelde, is niet te schatten. De bijna zesduizend geallieerde oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats geven al een indicatie. Dat bijna zestig procent van hen niet geïdentificeerd is, wijst onmiskenbaar op de felheid van de gevechten.

Op Hooge Crater Cemetery rusten behalve ruim 5000 Britse doden ook 513 Australiërs, 121 Nieuw-Zeelanders en 106 Canadezen.

Het schilderij hieronder is van George Butler en is getiteld “Menin Road from Hooge Crater”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

george-butler-MeninRoadFromHoogeCrater

spion ontsnapt via Maaseik

De Belgische spion Louis Nuytiens, die kon ontsnappen aan Duitse aanhouding, besluit op 27 augustus 1918  in Maaseik de grens over te steken naar Nederland om zich via een of andere omweg aan te sluiten bij het Belgische leger.

In Maaseik vind ik een smokkelaar om de grens over te steken, maar aan den draad komen de Duitsers tevoorschijn. Ze beschieten ons en mijn kameraad valt neer, of hij dood is of niet, dat weet ik niet.

Ik ben getroffen in mijn hand, tegen de pols en aan twee vingers. Mijn verwondigen laat ik dezelfde nacht nog verbinden bij een landbouwer. Mijn hand is nu geforceerd en vertoont een groot litteken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad06_passeursraam

Op de vlucht voor dwangarbeid

Richard De Winter ontvangt op 26 augustus 1918 een brief waarin staat dat hij vanaf nu vrijgesteld is van werk in Duitse arbeidskampen. De 36-jarige Richard heeft er reeds enkele van dergelijke arbeidsperiodes opzitten, waarbij hij telkens met enorme tegenzin zijn vrouw en twee kinderen (7 en 8 jaar oud) achterliet. Tijdens zijn laatste verlofperiode besliste het gezin dat hij zou onderduiken.

Het enige wat Richard nog moet doen is zich met het bericht van zijn vrijstelling aanmelden bij d Duitse overheid in Zottegem. De brief blijkt een list, want hij wordt meteen opgepakt.

Enkele dagen later, op 31 augustus 1918, wordt hij onder bewaking, maar vergezeld door zijn familie, naar het station van Zottegem gebracht. Gebruik makend van een ogenblik van onoplettendheid van de bewaker vlucht Richard De Winter weg over het stationsplein. De bewaker schoudert zijn geweer en treft de vluchteling dodelijk in de rug.

In het station van Zottegem is er een herdenkingsplaat die aan deze tragische gebeurtenis herinnert.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.zottegem.be/over-zottegem-en-haar-bestuur/over-zottegem/de-groote-oorlog/moord-op-richard-de-winter.aspx

Zottegem_Statie

 

Nederland sluit kamp Zeist

Op 25 augustus 1918 verschijnt de allerlaatste editie van de kampbodem een uiterst bescheiden nieuwsblaadje voor de Belgische geïinterneerden van het kamp in Zeist. Bijna drie jaar lang verscheen het iedere zondag.

De Nederlandse regering besluit het kamp in Zeist op te heffen en alle geïnterneerden over te plaatsen naar een kamp in Harderwijk. De redactie (en blijkbaar ook de lezers) zijn zeer aangedaan door de aangekondigde overplaatsing. Over de successen van de geallieerden wordt met geen woord meer gesproken, de verhuizing alleen houdt de geesten bezig en verontrust de gemoederen. Maar liefst 3315 geïnterneerden ondertekenen een verzoekschrift aan de Nederlandse koningin om de overplaatsing teniet te doen. Tevergeefs natuurlijk.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.geschiedenislokaalutrechtwo1.nl

KampZeist

honger kwelt de krijgsgevangenen

De Legerbode bericht op 24 augustus 1918 over Britse en Russische krijgsgevangenen die voor de Duitsers moeten werken.

Sedert augustus 1917 werken Britse en Russische krijgsgevangenen aan het aanleggen van een verbindingsspoor tussen de tram van Festingue en het station van Nechin. De behandeling van deze ongelukkigen door hun Duitse meesters laat veel te wensen over, in het bijzonder voor wat de voeding betreft.

De heer Du Chatelet, brouwer, was er reeds enkele malen in geslaagd hen levensmiddelen te bezorgen in bussels stro, maar dat werd op een dag door de moffen ontdekt. De achtenswaardige burgemeester, die reeds een tijdje werd bespioneerd, werd afgezet en door een Duitser vervangen die nu zeer streng optreedt.

Onderstaande tekening is van de Franse schilder Jean-Pierre Laurens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://arbrebaz.free.fr/Documents/PrisonniersAB.html

JeanPierreLaurens_SoupePourLesPrisonniersdeGuerre