Gaston Le Roy haalt doodvermoeid de tram

Oorlogsvrijwilliger Gaston Le Roy is duidelijk vermoeid op 19 augustus 1918 :

Aan de verzamelplaats stappen wij op de light railways met een vermoeid lichaam en een knorrende maag. Ons brood is op, de buiscuits bijna. Om 3u komen we aan bij Hospital Farm en hongerig vliegen de patatten de maag in. Ik vind vijf vliegen in mijn rantsoen, maar honger is de beste saus.

We zijn hier amper een uur. Ik val bijna in slaap en daar klinkt het bevel : in uniform. Ik voel me als verlamd. Mijn met zwart omrande ogen staren zwak en slaperig. We marcheren tot in Elverdinge vanwaar ons een Belgische stoomtram over Woesten, Oost– en WestVleteren, Krombeke en Roesbrugge tot in Haringe voert.

Het is 9u in de morgen. Ik ben doodop.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Zicht op de Tramstatie "

het noodlot van de familie McCartin

LeoMcCartin_191808In Herleville, 34 kilometer buiten Amiens, schiet een sluipschutter luitenant Leo McCartin dood terwijl hij met zijn Autralische eenheid oprukt in de hoger gelegen gebieden bij de Somme. leo is een van de vele Australiërs die in deze regio sneuvelen. Zijn collega’s begraven hem bij een kruisbeeld in het dorp maar zijn graf gaat verloren doordat beschietingen het land compleet omploegen. Wel vind je zijn naam nog terug in het Australia National Memorial in Villers-Bretonneux.

 

Wat zijn dood zo mogelijk nog tragischer maakt, is hetgeen er later zal gebeuren met zijn toen nog ongeboren neefje. Ter nagedachtenis van Leo McCartin draagt die dezelfde voornaam : Patrick Leo McCartin. Hij sneuvelt eveneens in Europa : op 20 november 1944 wordt zijn bombardementsvliegtuig neergehaald boven Duitsland.

PatrickLeoMcCartin

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://anzacportal.dva.gov.au/history/conflicts/australians-western-front-19141918/australian-remembrance-trail/australian-10

een Franstalig officier met luisterend oor voor alle manschappen

René Glatigny is pas bevorderd tot aspirant officier en heeft veel met zijn manschappen gepraat, ook met de Vlaamse. Daarmee stelt hij wel een voorbeeld voor tal van hogere officieren die maar één taal willen spreken. Op 17 augustus 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik heb met veel mannen gepraat en ze hebben me over hun familie verteld. Helaas ! Wat voel ik me bevoorrecht als ik me met hen vergelijk. Sommigen hebben al drie jaar lang geen nieuws ontvangen. Een enkele keer krijgen ze toevallig een foto met een paar woorden erop :”Ik verkeer in goede gezondheid.”.

Maar ondanks hun ellende blijven ze moed houden. Soms mopperen ze een beetje, maar ze doen toch hun werk. Ik observeer ze en probeer ze te begrijpen. Dat is niet altijd eenvoudig want ze spreken twee talen en in de Vlaamse taal ben ik nog niet zo thuis.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.1914-1918.be/brancardier_glatigny.php

Britten verliezen een luchtschip

Het Britse leger verliest op 16 augustus 1918 een luchtschip van het type 23-X, een Britse versie van de zeppelin waarvan er slechts 2 gebouwd zijn, de R27 en de R29. Het eerste toestel ligt in een hangar in Howden waar het druk gebruikt wordt om bemanningsleden te trainen. In de loop van de dag wil de radiotelegrafist zijn zendtoestel uittesten waarbij nogal wat vinken vrijkomen. Niemand vertelde de brave man dat er in de nabijheid een vluchtige brandstof gemorst was : het luchtschip brandt volledig uit.

Iedereen kent de Duitse zeppelins maar in de geschiedschrijving is er weinig aandacht voor de Britse equivalenten daarvan. Wellicht omdat die ingezet worden om de eigen kusten en konvooien te verdedigen en duikboten te bestrijden. Bovendien lopen de Britse luchtschepen technologisch twee tot drie jaar achter op de Duitse.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Cooper, Alfred Egerton, 1883-1974; Airship 23

 

De U-boot van Johannes Lohs verdwijnt

Johannes_Lohs_Portrait-218x300Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

Johannes Lohs kwam in actie kort na het begin van de oorlog. In de loop van zijn carrière ontving hij meerdere eretekens en werd hij meermaals gepromoveerd.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://surfaceinterval.uk/oberleutnant-zur-see-johannes-lohs/

Duits opperbevel in Spa

In Spa, tevens hoofdkwartier van het Duitse leger, verzamelt op 13 en 14 augustus 1918 de “kroonraad” om de militaire toestand op het terrein en de politieke situatie te evalueren. Behalve keizer Wilhelm II en opperbevelhebbers Erich Ludendorff, Paul von Hindenburg en admiraal Reinhard Scheer, zijn ook enkele topministers aanwezig. 

Aan het begin van de lente van 1918 was iedereen nog hoopvol over de overwinning, maar nu beseffen meer en meer aanwezigen dat de nederlaag er zit aan te koen. De militaire adviseur van de Oostenrijkse keizer informeert het gezelschap dat zijn land de oorlog nog slechts kan volhouden tot het einde van het jaar.  

Het gezelschap denkt aan vredesbesprekingen, maar de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Paul von Hintze, wil dat er eerst nog een overwinning op het slagveld is behaald. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Wilhelm_II_Hindenburg_Ludendorff_191808

 

krijgsgevangen na Duitse raid

Rond 4u in de ochtend van 11 augustus 1918 omsingelen een honderdtal dronken Duitse soldaten een bunker aan de Ijzer die functioneert als Belgische voorpost. Voor Jozef Devisch, afkomstig uit Doomkerke, en zijn kameraden zit er niets anders op dan zich over te geven, zo niet gooien de lallende Duitsers granaten in hun schuilplaats.

Via Deinze komt Jozef Devisch uiteindelijk in Duitse kampen terecht, eerst in Dulme, later in Göttingen. Op termijn belandt hij bij een boer die hengsten houdt. Het leven is er alleszins stukken beter dan aan het front. Bij wapenstilstand trekt Jozef naar huis. Wel moet hij nog een tijdje naar het Ruhrgebied als lid van de bezettingsmacht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeKrijgsgevangenen