Zweedse premier neemt ontslag

De Zweedse eerste minister Hjalmar Hammarskjöld neemt ontslag op 29 maar 1917. Zijn zeer strikte neutraliteitspolitiek leidt zowel tot honger in het land als tot politieke instabiliteit. Zijn neutrale politiek houdt onder meer in dat de handel met Duitsland mag doorgaan, ondanks de geallieerde bloHjalmar_Hammarskjöldkkade. Hammarskjöld is er sterk van overtuigd dat de opofferingen van het land tijdens de oorlog zullen bewijzen dat het geen opportunistische natie is, maar een rechtvaardige.

Eerder heeft hij ook al een handelsakkoord verworpen met Groot-Brittannië, alhoewel dit een flinke verbetering van de toestand van de Zweedse economie zou opleveren. Het akkoord is nochtans onderhandeld door Marcus Wallenberg, de broer van de minister van Buitenlandse Zaken.

Na zijn gedwongen aftreden wordt Hammarskjöld opgevolgd door Carl Swartz, die het ook maar zeven maanden uithoudt als eerste minister. Bij de daaropvolgende verkiezingen komen de sociaaldemocraten voor de allereerste maal aan de macht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

 

Portugese versterking is onderweg

Ook de Portugezen hebben de kant van de geallieerden gekozen. Op 3 januari 1917 tekent Portugal een overeenkomst met Groot-Brittannië om troepen te leveren voor het front. Op 30 januari schepen Portugese soldaten onder leiding van generaal Gomes da Costa op Britse schepen in. Op 2 februari 1917 komen de Portugezen aan in Bretagne. Op 8 februari zijn ze in Frans-Vlaanderen. Vanaf 4 april zijn er Portugese soldaten in de loopgrachten in Vlaanderen.

Hieronder zie je een foto van Portugese soldaten die fruit kopen voor ze inschepen.

bron : http://comjeitoearte.blogspot.be/2014/11/portugal-na-primeira-guerra-mundial.html

IlustraçaoPortugueza_19170317.jpg

de eerste slag om Gaza

Nu de Sinaïwoenstijn voor het grijpen ligt, wilt het Britse War Office dat sir Archibald Murray optrekt naar Gaza. Met 18.000 soldaten hebben de Britten tweemaal zoveel militairen als de Ottomaanse tegenstanders. Murrays tweede man, generaal sir Charles Dobell, leidt de expeditie. Tegen zijn zin, maar op bevel van zijn superieuren verschanst generaal Kress von Kressenstein zich bij Djemal Pasha, op zo’n 8 km van Gaza. Op 26 maart 1917 weet Dobells cavalerie, beschermd door dichte mist, Kressenstein te omsingelen, zodat deze niet meer bevoorraad kan worden of reservetroepen kan laten aanvoeren. Volkomen onbegrijpelijk trekt Dobell zijn cavalerie meer terug, omdat hij denkt dat zijn actie mislukt is.

Op zijn beurt denkt Kressenstein dat Gaza verloren is en herroept hij zijn bevel om reservetroepen. Als de waarheid de volgende dag tot beide generaals doordringt, weet Kressenstein zijn garnizoen nog snel met 4.000 soldaten te versterken en de aanvallen van Dobell af te slaan. Dobell breekt ten slotte de aanval af vanwege de Ottomaanse tegenaanvallen en een gebrek aan water.

In de slag verliezen de Britten zo’n 4.000 militairen, tegenover 2.400 Ottomaanse verliezen. Maar Murray bericht aan Londen dat de Turkse verliezen drie maal zo hoog zijn, en dat hij dus de slag gewonnen heeft. Hierop krijgt hij het bevel om naar Jeruzalem op te trekken. Nu zijn de Ottomaanse tegenstanders echter wel helemaal voorbereid en liggen ze op de Britten te wachten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gaza_EersteSlag_1917

Ottomaanse overwinnaars van de eerste slag bij Gaza

de broers Van Raemdonck sneuvelen

De broers Frans en Edward Van Raemdonck van het 24e linieregiment sneuvelen op 26 maart 1917 in Steenstrate. Volgens de legende sterven ze in elkaars armen, nadat de ene de andere gaat zoeken. Al snel verwerven ze de heldenstatus. Klein probleem : bij hun lichamen wordt nog een derde gevonden, dat van Aimé Fiévez uit het Doornikse.

Aan de hand van getuigenissen van medesoldaten wordt de volgende reconstructie aannemelijk geacht : bij de nachtelijke aanval op het Stampkot wordt sergeant Frans Van Raemdonck getroffen en blijft tussen de linies liggen. Korporaal Aimé Fiévez wilt zijn sergeant hulp bieden en sleept hem achter een “knotsenboom” als beschutting tegen vijandelijk vuur. Wellicht tijdens de verzorging ontploft een obus op 4 meter afstand waardoor beiden worden gedood.

Edward Van Raemdonck, die zijn broer niet meer ziet, gaat eveneens op onderzoek in het niemansland. Zijn lichaam wordt teruggevonden op enkele meters afstand van de beide andere.

De lichamen liggen in niemandsland en kunnen niet worden teruggehaald. In het leger zou men toen hebben voorgesteld om een halfuur wapenstilstand te vragen zodat de lijken kunnen worden weggehaald en worden herbegraven in Westvleteren. Generaal Louis Bernheim, zou dit voorstel toen hebben afgewezen en aan generaal Mahieu hebben verklaard :
“Je n’en vois pas la nécessité. D’ailleurs il s’est avéré que le plus jeune des deux était un flamingant (Ik zie er de noodzaak niet van in. Overigens, het is bekend dat de jongste van de twee een flamingant was).”

Op 13 april 1917, 19 dagen na hun dood, worden ze in een ondiepe obusput begraven, op een terrein dat is omgeploegd door granaatinslagen.

Na de oorspronkelijke begraving rusten er nu drie doden in een kist bij de Ijzertoren.

bronnen :
Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2930350
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebroeders_Van_Raemdonck

GebroedersVanRaemdonck_1917_02

 

Karel I en de Sixtus affaire

Karl_of_AustriaKarel I van Oostenrijk, die op 21 november 1916 zijn oudoom Franz-Joseph opvolgde als hoofd van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, schrijft op 24 maart 1917 een brief aan de Franse president Raymond Poincaré met een eigen vredesvoorstel. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Ottokar von Czernin, is niet op de hoogte van de inhoud (onder meer onafhankelijkheid van Servië en België)). Een schoonbroer van Karel I, Sixtus van Bourbon-Parma, speelt voor postbode. Daarover lees je meer in dit artikel.
Wanneer deze en volgende brieven later uitlekken, krijgt de zaak de naam Sixtus-affaire. Een  kettingreactie van ontkenningen, leugens en beschuldigingen volgt.

Met zijn eenzijdig vredesvoorstel maakte Karel I later blijkbaar wel indruk in het Vaticaan. Paus Johannes Paulus II verklaart hem in 2004 heilig voor zijn rol als vredestichter. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de beschuldigingen dat hij opdracht had gegeven om gifgas te gebruiken en in 1921 twee staatsgrepen zou hebben gepleegd in Hongarije.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Duitse sluippatrouille in Champagne

Aan het front in de Champagnestreek noteert Louis Barthas in zijn oorlogsdagboek.

Op 23 maart 1917, gebruikmakend van een pikdonkere nacht, viel een Duitse patrouille onze loopgraven aan en nam drie wachtposten gevangen die een dergelijk nachtelijk bezoek niet verwacht hadden. De Duitsers hadden bijna een vierde man meegenomen door hem een koord om de nek te werpen, maar de Fransman kon zich met een kopstoot in de buik van de mof losmaken en sloeg al vluchtend alarm.

Toen we met zijn allen ter plaatse aankwamen, was de patrouille met de gevangenen verdwenen. Deze nachtelijke ontvoering veroorzaakte grote opschudding in de sector. De generaal en de kolonel waren razend. Gedurende verschillende dagen regende het op rapport jammerklachten, verwijten en dreigementen.

Dit leek me een onderwerp waarbij ik heel moeilijk een passende foto of tekening zou vinden. Maar de Duitse veteraan en kuntschilder Otto Dix heeft hierover een tekening gemaakt :”Ueberfall einer Schleichpatrouille” (overval van een sluippatrouille).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

otto-dix-attack-by-a-stealth-patrol-crawling-through-the-trenches

Jabbeke wordt Duitse draaischijf

Midden januari 1917 wordt beslist dat Jabbeke een belangrijke plaats krijgt in het Duitse logistieke systeem voor de aanvoer van munitie en andere materialen naar troepen in de wijde omgeving. Midden maart staan er al enkele barakken maar op 22 maart 1917 tekent de bevoegde persoon een plan waarop de verbinding is aangeduid van dit Proviant Amt met het spoorwegnet en het smalspoor. Ook worden er binnen het gebied nieuwe wegen aangelegd die aansluiten op het bestaande wegennet.

Uit een rapport van begin mei blijkt dat de werken goed opschieten. 31 barakken zijn klaar, waarvan 14 bestemd voor munitie. Rond midden juni wordt het grootste deel van het materiaal dat beschikbaar is in de hoofdopslagplaats van de genie in Oostende naar Jabbeke gebracht, omdat het daar zo dicht bij de zee niet meer veilig is.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.slideshare.net/VIOE/archivarisch-en-bouwtechnisch-onderzoek-van-de-legerbarakken-te-jabbeke-ann-verdonck
http://www.jabbeke.be/bestanden/infomei2014.pdf

Jabbeke_1917