Bloedwraak in Berlijn

De Armeniër Soghomon Tehlirian heeft een kamer gehuurd tegenover de Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Daar houdt de Turkse grootvizier Talaat Pasha zich schuil. De Armeniërs houden hem verantwoordelijk voor de genocide die honderdduizenden volksgenoten het leven heeft gekost. Ze kennen zijn dagelijkse routine, maar op 13 maart 1921 wijkt hun doelwit ineens van deze gewoontes af. Zijn ze nu te laat om de aanslag te plegen ?

Op 15 maart 1921 verschijnt Talaat Pasha op het balkon. Even later verdwijnt hij weer in het appartement. Aangezien het iets na tien uur ’s ochtends is, weet Tehlirian dat Talaat dadelijk het gebouw zal verlaten en naar de Uhlandstrasse zal wandelen. En inderdaad, daar verschijnt Talaat in een gestreept hemd, kostumm en overjas en hij begint aan zijn wandeling. Tehlirian neemt zijn pistool, steekt het op zak en haast zich de trappen af. In de straat ziet hij Talaat naar het zuidoosten gaan, zoals gewoonlijk. Het moment van de waarheid is aangebroken. Voor Tehlirian de trekker mag overhalen, is het van belang dat hij Talaat oog in oog bekijkt om hem zeker te identificeren. Het is ook belangrijk dat hij de argwaan van zijn doelwit niet wekt. Hij volgt hem aan de andere kant van de straat. Omdat hij de gewoontes van Talaat kent, weet hij dat Talaat de straat zal oversteken zo’n 100 meter verder, waarschijnlijk iets voorbij de Berliner Kunst Hochschule. Tehlirian is nu vijftig stappen voor op Talaat. Hij jogt de boulevard af, draait zich om en gaat nu zijn doelwit tegemoet. Talaat wandelt rustig met zijn wandelstok de straat af en lijkt zich van geen kwaad bewust. De mannen zijn zes meter van mekaar verwijderd, daarna drie. En dan kijken ze mekaar in de ogen. Enkele momenten later ligt Talaat Pasha door op de grond.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books

Operatie Nemesis

In 1921 plant een kleine groep van Armeense patriotten wraakacties om de dood te wreken van hun landgenoten omgekomen in de Armeense genocide. Ze noemen de operatie Nemesis naar de Griekse godin van vergelding. Eén van hun eerste doelwitten is Talaat Pasha, de Turkse grootvizier van het Ottomaanse rijk, die op de vlucht is na zijn veroordeling door een gerechtshof van de geallieerden. Een aantal Armeense agenten wordt naar Berlijn gestuurd waar men vermoedt dat Talaat Pasha zich schuil houdt. Het bewaken van mogelijke schuiladressen duurt lang, is vervelend en levert niets op.

Tot de Armeniërs geruchten opvangen dat voormalige Turkse leiders in ballingschap samenkomen in Rome. Als die geruchten kloppen, dan zal Talaat Pasha zich wel geroepen voelen om zijn schuilplaats te verlaten om de trein naar Italië te nemen. Een Italiaans fascistisch dagblad bevestigt de geruchten. De Armeniër Shahan Natali maakt zich klaar om naar Rome af te reizen, maar de nodige officiële documenten laten op zich wachten. Hij mist de trein die hem tijdig naar de bijeenkomst in Rome zou brengen. Twee dagen latrer neemt hij alsnog de trein en hij bevindt zich in een wagon waar ook Turken aanwezig zijn. Die Turken kunnen niet vermoeden dat die westers geklede man ieder woord van hen begrijpt. Zo weet Shahan dat er nog Turken naar het station komen om de anderen uit te zwaaien.

De Armeniër Tehlirian is ook in het station om afscheid te nemen van Shahan Natali. Ook hij houdt het Turks gezelschap in de gaten. Eén man valt op : hij is zwaargebouwd en heeft een wandelstok bij zich. Wie is hij ? Zou hij onze man kunnen zijn ? Is dit Talaat ? Maar hij is netjes geschoren en draagt de typische snor van Talaat niet. Als de zware man een groepje jonge Turken nadert, springen ze fiks in de houding als waren het soldaten in een erehaag. Eén van hen zegt tegen de zware man :”De anderen zijn al in de trein, Pasha.”.

Twee andere Armeniërs naderen Tehlirian en ze overleggen :
– Is hij onze man ?
– Ze noemenden men Pasha.
– Iedere hond uit de dagen van de deportaties noemen ze Pasha tegenwoordig.

De Armeniërs besluiten de zware man en zijn gezelschap te volgen als hij het station verlaat. Zijn postuur lijkt inderdaad op dat van Talaat Pasha. Ze wandelen langs de Tiergarten en wat later neemt de zware man afscheid van de rest van de groep. Uiteindelijk bereiken de achtervolgers de eindbestemming : Hardenbergstrasse nummer 4 in Berlijn. Is het hier dat Talaat Pasha zich schuil houdt ? Een Armeniër steekt de straat over en kijkt naar de deurbel waarop in Arabisch schrift de naam Ali Salih Bey staat. (De Turken zullen het Romeins alfabet gebruiken vanaf 1929).

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, Back Bay Books, p.166

verdrag van Alexandropol

Op 3 december 1920 tekenen Turkije en Armenië het verdrag van Alexandropol. Daarmee komt een einde aan de Turks-Armeense oorlog die op 12 september 1920 begon met een invasie van Armenië door Turkse legers. Het verdrag wordt ondertekend door de Armeense minister Alexander Katisyan. Dit stelt echter een juridisch probleem omdat de dag ervoor de Armeense regering vervangen is door een Sovjetregering. Veel meer dan een handtekening hebben de Armeniërs niet mogen bijdragen aan dit verdrag, dat uit een Turkse pen komt. Dit verdrag geeft de Armeense provincie Kars samen met het Surmalu district van de provincie Yerevan aan de Turken die daarmee de Ottomaanse grenzen van voor de oorlog willen herstellen. De grenslijn schuift daarmee op tot de Ardahan-Kars-lijn en daarmee wordt de helft van de eerste Armeense republiek aan Turkije overgedragen.

Het verdrag moet binnen de maand geratificeerd worden in het Armeense parlement maar door de bezetting van Armenië door het Rode leger gebeurt dat niet. In plaats daarvan volgen er nog 2 verdragen : het verdrag van Moskou wordt op 16 maart 1921 ondertekend door Turkije en de Sovjet-Unie. Het verdrag van Kars wordt op 13 oktober 1921 ondertekend door Turkije en door de Sovjetrepublieken Armenië, Azerbaijan, Georgië.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Alexandropol
https://amalek.be/2019/12/26/de-armeense-kwestie-een-verhaal-in-zeven-kaarten/