Britse Defence Force wordt opgericht

Op 4 april 1921 wordt de Britse Defence Force opgericht. Daarmee wil de Britse overheid een antwoord geven op de crisis in de Britse mijnen. Tijdens de Groote Oorlog waren die mijnen onder staatstoezicht geplaatst omdat ze fundamenteel waren voor de oorlogvoering. Einde maart 1921 zijn de mijnen terug aan de privé-eigenaren overhandigd. En wat men kon verwachten, is ook gebeurd : de eigenaren dwingen de mijnwerkers tot inleveringen. Die inleveringen kunnen tot bijna de helft van het loon bedragen. De Britse mijnwerkers zoeken al snel steun bij de Triple Alliance, de alliantie van de vakbonden van mijnwerkers, spoorwegpersoneel en de National Transport Workers federation (alle personeel uit transportsector zoals dokwerkers, zeemannen, personeel van openbaar vervoer en chauffeursuit privésector).

De overheid wil met de Defence Force onder meer oud-soldaten terug oproepen voor een korte periode en ze inzetten om de stakingen onder controle te houden. Vrijwilligers moeten tussen 18 en 40 jaar zijn. De recruten dienen tijdens een periode van 90 dagen en worden betaald volgens de barema’s van het leger.

bron : https://www.longlongtrail.co.uk/army/other-aspects-of-order-of-battle/defence-force-1921/

de Caïro conferentie

De Britten houden een conferentie van 12 maart tot 30 maart 1921 over het Midden-Oosten. De meeste bijeenkomsten worden gehouden in Caïro al zijn er ook belangrijke ontmoetingen in Jeruzalem. Doel van deze conferentie, bij de Britten gekend als “the Cairo Conference“, is de voormalige Arabische provincies van het Ottomaanse rijk een nieuwe indeling en plaats te geven in het Britse gemenebest.

De startpunten van deze conferentie waren het Sykes-Picot verdrag en de Balfour verklaring. Met het Sykes-Picot verdrag hebben Britten en Fransen in 1916 al afspraken gemaakt over de verdeling van het Ottomaanse rijk nadat ze de oorlog zouden winnen. De Balfour verklaring van 1917 verwijst naar de belofte van Arthur Balfour, staatssecretaris van Buitenlandse zaken, aan de Joden om voor hen een thuisland te stichten in het Midden-Oosten.

De hoofdpersonages van deze conferentie zijn Winston Churchill en de Britse officier Thomas Edward Lawrence, beter bekend als “Lawrence of Arabia”. Op de foto hieronder zijn ze samen te zien tijdens de Caïro conferentie. Beide mannen hebben mekaar al eerder ontmoet in 1919, maar dat had toen geen grote indruk gemaakt op Churchill. Maar tussen het verdrag van Versailles en de Caïro conferentie wijzigt Churchill van gedachten. Hij heeft het Colonial Office onder zijn hoede gekregen en heeft zo een onpopulaire oorlog in Mesopotamië (Irak) gekregen waar Britse en Indische soldaten het dagelijks aan de stok krijgen met Arabische rebellen. Om daaruit te geraken, benoemt hij T.E. Lawrence als zijn assistent. Beide mannen stellen een plan op om de voormalige Ottomaanse provincies te verdelen. Palestina wordt in tweeën verdeeld. Het westelijk deel krijgt de naam Palestina en het oostelijk deel wordt Transjordanië. Palestina blijft onder Brits mandaat en Transjordanië en Mesopotamië (het latere Jordanië en Irak) worden toevertrouwd aan de Hasjemieten, koning Hoessein en zijn zonen Faisal en Abdoellah. Faisal wordt koning van Mesopotamië en Abdoellah krijgt Transjordanië toevertrouwd.

We zijn nu honderd jaar verder en het mag duidelijk zijn dat de Britse regeling niet heeft geleid tot stabiliteit in de regio.

Bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Cairo_Conference_(1921)
https://www.cliohistory.org/thomas-lawrence/cairo/
https://www.loc.gov/exhibits/churchill/interactive/_html/wc0079.html


maartse hinderlagen in Ierland

De IRA (Irish Republican Army) rijgt de hinderlagen aan mekaar in maart 1921. We bespreken hieronder drie van die hinderlagen.
Op 5 maart 1921 zijn honderd IRA militanten klaar voor een hinderlaag in Clonbanin. Het doel is een Brits konvooir van drie vrachtwagens, een wagen en een gepantserde wagen. Als de Britten de positie van de IRA militanten naderen, wordt het vuur geopend. Na een vuurgevecht van ongeveer een uur trekken de IRA militanten zich terug. Het gevecht eist dertien Britse doden.

In de nacht van 18 op 19 maart 1921 legt de IRA opnieuw een hinderlaag voor de Britten, dit keer in The Burgery nabij Dungarvan. De IRA neemt een aantal Britten gevangen, waaronder sergeant Hickey. Die wordt later door de IRA geëxecuteerd en met het bericht “politiespion” op zijn lichaam gespeld dood teruggevonden. Een aantal IRA militanten keert later terug naar de plaats van de hinderlaag om Britse wapen te zoeken. Ze stuiten er op Britse soldaten die op zoek zijn naar bewijsmateriaal. Tijdens het vuurgevecht worden twee Ieren en één Brit gedood.

Op 21 maart 1921 krijgt de IRA informatie over een Britse kolonne die per trein van Kenmare naar Tralee rijdt. In Headford moeten ze van trein wisselen, wat dus een ideale plaats en tijdstip is om hen te overvallen. De IRA stuurt 30 militanten naar het station die nauwelijks twaalf minuten aankomen voor de trein met dertig Britse soldaten zal arriveren. De meeste burgers zijn al uit de trein gestapt als de Britse soldaten op het perron uitstappen. Twee derde van de Britten wordt gedood of gewond als de IRA militanten het vuur openen. Twee IRA militanten worden gedood evenals drie burgers. Op het moment dat de IRA granaten onder de treinwagons wil gooien om de Britten uit hun schuilplaats te verjagen, komt er een andere trein in het station die eveneens Britse soldaten vervoert. De IRA militanten breken het gevecht af en trekken zich terug.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Clonbanin_ambush
https://en.wikipedia.org/wiki/Burgery_ambush
https://en.wikipedia.org/wiki/Headford_Ambush

IRA militanten van de Burgery ambush


Verdrag van Sèvres in de prullenbak

Het verdrag van Sèvres, ondertekend op 10 augustus 1920, heeft de grenzen van het Ottomaanse rijk hertekend.
In het noordoosten van het huidige Turkije is er ruimte voor een onafhankelijk Armenië, een autonoom Koerdistan en de Grieken krijgen een deel van Thracië en de streek rond Smyrna waar er een gemengde bevolking van Turken en Grieken woont. Het Ottomaanse leger wordt ontbonden en wat er nog rest van het Ottomaanse rijk, komt onder controle van Britten, Fransen en Italianen.
De sultan aanvaard het verdrag van Sèvres, maar generaal Kemal en zijn nationale beweging verwerpen dit verdrag. Het wordt door geen enkel parlement geratificeerd, op het Griekse parlement na. Generaal Mustafa Kemal, later bekend als Kemal Atatürk, verzamelt getrouwen om zich heen en gaat in de tegenaanval.

In de herfst van 1920 verklaart de Franse politicus Georges Leygues op een conferentie in Londen dat Frankrijk dit verdrag niet zal ratificeren en dat het herzien moet worden. Mustafa Kemal voert op dat moment oorlog tegen de troepen die de sultan trouw zijn gebleven, tegen de Grieken en Armeniërs en tegen de bezettingstroepen van de geallieerden. Op 2 december 1920 dwingt Kemal de Armeniërs het verdrag van Kars te ondertekenen en lijft hij de regio rond Kars bij Turkije in. De oorspronkelijke bevolking van Lazaren, Mescheten, Georgiërs en Armeniërs
worden verjaagd en vervangen door Turken en Koerden.

In februari en maart 1921 is er een conferentie in Londen over de herziening van het verdrag van Sèvres. Op 9 maart 1921 ondertekenen de Franse een akkoord waarmee ze afzien van hun rechten op Cilicië.
Op 12 maart 1921 volgen de Italianen die afspreken om de regio rond Antalya te verlaten vanaf juni.

In Duitsland is er een aankomend politicus die het hele gebeuren aandachtig volgt en ziet hoe generaal Kemal met standvastigheid en wapengeweld verdragen met de geallieerden herschrijft : Adolf Hitler.

bronnen
http://www.memoiresdeguerre.com/article-traite-de-lausanne-1923-107400884.html
https://fr.wikipedia.org/wiki/1921

ontslag van een Brits brigadegeneraal

Op 19 februari 1921 dient brigadegeneraal Frank Percy Crozier zijn ontslag in als brigadegeneraal van de Auxiliary Division van de Royal Ulster Constabulary. Hij doet dat uit protest tegen het Britse beleid in Ierland dat van kwaad naar erger gaat. Daarmee komt een einde aan zijn militaire loopbaan.

Frank Crozier komt nochtans uit een familie met een militaire voorgeschiedenis. Hij sluit bij het Britse leger aan tijdens de tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika in 1899. In 1912 sluit hij aan bij de Ulster Volunteers in Ierland. Bij het uitbreken van de Groote Oorlog laat hij zich als vrijwilliger inlijven in het Britse leger en trekt naar Frankrijk. Na een tussenpauze als militair raadgever in het nieuwe Litouwse leger keert hij terug naar Ierland in 1919. Hij wordt er commandant van de Auxiliary Division of the Royal Irish Constabulary in 1920. Daar ziet hij het geweld langs beide kanten toenemen. In februari 1921 vindt hij het welletjes en hij laat 21 auxiliaries onstlaan. Het hoofd van de Royal Irish Constabulary en dus Croziers meerdere in rang, laat deze mannen weer aannemen. Daarmee is voor Crozier de maat vol : hij dient ontslag in om afstand te kunnen nemen van het Britse beleid in Ierland.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Frank_Percy_Crozier

Government of Ireland Act

Op 23 december 1920 krijgt een nieuwe Britse wetgeving voor Ierland het koninklijk zegel. Die nieuwe wetgeving moet Ierland een vorm van zelfbeschikking geven. Ierland zelf wordt opgedeeld in twee delen : noord-Ierland, waar de meeste loyalisten wonen, en zuid-Ierland waar de Irish Republican Army sterk staat. Beide delen moeten wel onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast zijn er nog counties die rechtstreeks onder het Britse parlement vallen. De beide Ierse parlementen krijgen nog een overkoepelende raad van Ierland die onderlinge discussies moet oplossen. En beide parlementen zenden ook afgevaardigden naar het Britse parlement.

In juni 1921 komt het noord-Ierse parlement voor de eerste keer samen. In de praktijk zal de zelfbeschikking of Home Rule in zuid-Ierland niet ingevoerd worden door de Ierse onafhankelijkheidsoorlog die volop woedt.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Government_of_Ireland_Act_1920

Britse branden in Cork

De spanning stijgt al een tijdje in Ierland. Na de hinderlaag in Kilmichael (lees meer daarover op deze pagina) kondigt de Britse overheid op 11 december 1920 de krijgswet af in een aantal counties, waaronder de county of Cork. Het duurt niet lang voor Britse militairen deze krijgswet gebruiken om wraak te nemen op de IRA.

Op 11 december legt de IRA opnieuw een hinderlaag voor een Britse patrouille. Hoofddoelwit van deze hinderlaag is kapitein James Kelly van de Britse inlichtingendienst die geregeld mee op patrouille gaat. Om 8 uur ’s avonds worden de twee Britse vrachtwagens aangevallen. Er vallen twaalf gewonden bij de Britten waarvan er een sterft in de dagen nadien.

Razend om de hinderlaag trekken de Britse soldaten naar de stad Cork. Vanaf half tien ’s avonds dringen ze in diverse huizen in Cork binnen, de bewoners worden uit hun huizen gejaagd en de huizen worden in brand gestoken. Elders in de stad wordt er door een andere compagnie een tram tegengehouden. De ruiten worden ingeslagen en de passagiers uit de tram gedreven en tegen een muur gezet om gefouilleerd te worden. Sommigen zullen tijdens het fouilleren ook van geld en andere bezittingen beroofd worden. Een andere tram wordt in lichterlaaie gezet.

In het winkelcentrum van Cork loopt het ook uit de hand, meer bepaald in Saint-Patrick street. Groepen Britse soldaten, auxiliaries en Black-and-Tan’s, al dan niet geüniformeerd, schiten in de lucht, verbrijzelen de ruiten van de winkels en steken sommige winkels in brand. De plaatselijke brandweer is zo overdonderd dat de brandweercommandant verplicht is een keuze te maken welke branden ze gaan aanpakken en welke ze niet kunnen aanpakken. Bovendien zijn er sommige Britse soldaten die de brandweer hinderen in hun werk.

Rond 4 uur in de ochtend is er een luide ontploffing te horen en het stadhuis en naburige bibliotheek gaan in de vlammen op. Als de brandweer toekomt, zijn er schoten te horen en Britse soldaten hinderen de brandweer opnieuw in hun werk. De laatste brandstichting volgt later om 6 uur in de ochtend na een nacht vol verschrikkingen. In totaal zijn er 40 ondernemingen en 300 private woningen in de vlammen opgegaan. De stad Cork lijdt in één nacht 3 miljoen pond aan verlies (uitgedrukt in de maatstaven van 1920). Er zijn heel wat daklozen en tweeduizend mensen hebben hun baan verloren. De branden in Cork leiden tot heftige debatten in het Britse parlement.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Burning_of_Cork

hinderlaag in Kilmichael

Een week na de bloedige zondag in Dublin (lees meer op deze pagina) slaat de IRA weer toe. 36 militanten van de Irish Republican Army onder leiding van Tom Barry wachten in Kilmichael op zondag 28 november 1920 een Britse patrouille op. Deze Britse patrouille behoort tot de Royal Irish Constabulary Auxiliary Division. Deze hulptroepen van de Ierse politie zijn veelal Britse veteranen uit de Groote Oorlog. De Auxiliaries en de Black and Tans zijn niet heel populair bij de Ierse bevolking en staan vaak bekend om hun brutaliteit.

Op 21 november heeft de IRA al de ideale positie voor de hinderlaag uitgezocht : op de weg tussen Macroom-Dunmanway, meer bepaald in het gedeelte tussen Kilmichael en Gleann. De Auxiliaries gebruiken deze weg dagelijks.

Om 4u05 komen de twee vrachtwagens van de Britse patrouille in zicht. Tom Barry, in een uniform van een IRA officier, doet de eerste vrachtwagen stoppen. Later zullen de Britten zeggen dat Barry een Brits uniform droeg en dat dit zorgde voor verwarring. De IRA militanten hebben zich in drie groepen verdeeld om de hinderlaag te doen slagen. Zodra de eerste vrachtwagen stopt, gooit Barry een granaat in de open laadbak van de eerste vrachtwagen, en het vuurgevecht begint.

De tweede vrachtwagen is ook gestopt en de inzittenden zijn verder verwijderd van de tweede IRA groep. Ook daar begint een vuurgevecht. Op gegeven ogenblik laten de Britse soldaten hun geweren vallen om aan te geven dat ze zich overgeven. Volgens de IRA komen hun militanten tevoorschijn en grijpen sommige Britten dan naar hun revolvers, waarbij twee IRA militanten gedood worden. Daarop geeft Tom Barry het bevel om te schieten en pas te stoppen als hij daartoe het bevel geeft.

Aan het einde van het gevecht zijn twee IRA militanten dood en één dodelijk gewond. Bij de Britten zijn er 18 doden. Eén soldaat die voor dood wordt achtergelaten, zal achteraf toch overleven.

De Britse soldaten op Ierland tellen 30.000 manschappen dus het verlies van 18 is behoorlijk klein. Maar de psychologische impact van een Ierse hinderlaag die een ganse Britse patrouille wegveegt, is behoorlijk schokkend. Voor de Britse regering is het duidelijk dat het geweld in Ierland escaleert. Daarom wordt 10 december 1920 de krijgswet afgekondigd in de counties van Cork, Kerry, Limerick, Tipperary. Daarmee krijgen de Britse militairen veel meer hun handen vrij. Het zal niet lang duren voor ze die extra vrijheid gebruiken om zich te wreken voor de hinderlaag in Kilmichael.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Kilmichael_Ambush

bloedige zondag in Ierland

Iedereen kent het lied van U2 “Sunday, bloody sunday” dat verwijst naar een bloedige zondag in 1972. Maar Ierland kende al veel eerder een bloedige zondag op 21 november 1920.

Alles begint met een operatie van de IRA(Irish republican Army) tegen de zogenaamde “Cairo gang“. Die naam werd gegeven aan Britse geheim agenten die samen komen in de Cairo Café in Grafton StreetDublin. De Ierse contraspionage onder leiding van Michael Collins, houdt deze mannen in de gaten en stelt een lijst op van vermoedelijke geheim agenten. Begin november worden een aantal hoog geplaatste figuren in de IRA bijna gearresteerd. Op 10 november kan een officier van de IRA weer ternauwernood ontsnappen, maar dit maal maken de Britten een aantal belangrijke documenten met adressen buit. Dan besluit Michael Collins dat de Britse geheim agenten gedood moeten worden, wil men de IRA in Dublin in stand houden.

In de vroege ochtend van zondag 21 november 1920 komen een aantal ploegen van de IRA samen in Dublin. Ze slaan toe op acht verschillende plaatsen. 15 Britten worden gedood bij de acties. Achteraf zal blijken dat de slachtoffers niet allemaal betrokken waren bij Britse militaire acties.

Na de Britse doden volgt een Britse tegenreactie. Luitenant-kolonel Bray geeft het bevel om een raid te organiseren op een voetbalwedstrijd en iedere man te ondervragen. In Croke Park, waar de wedstrijd zal plaatsvinden, zijn rond 15u ongeveer vijfduizend toeschouwers toegekomen. Een konvooi van Britse vrachtwagens en gepantserde auto’s nadert het stadion, klaar om alles af te grendelen en alle aanwezigen te fouilleren. Over wat er daarna gebeurt, lopen de getuigenissen uiteen. Sommige politieagenten verklaren achteraf dat ze beschoten werden en dat ze daarom het vuur openden. Volgens Ierse toeschouwers waren het de Britten die als eerste het vuur openden. Lang duurt het schieten niet maar als alles terug stil wordt, liggen er verschillende doden en gewonden op de grond. In totaal eist dit optreden van de Britse veiligheidsdiensten vijftien doden.

Achteraf zal deze bloedige zondag de Ierse steun aan de IRA doen toenemen. De Britse reputatie krijgt internationaal een stevige knauw.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Sunday_(1920)
https://www.yourirish.com/history/20th-century/bloody-sunday-1920


de onbekende soldaat krijgt zijn graf

Op 11 november 1920 krijgt de onbekende soldaat zijn graf. De Engelsen begraven hun “unknown warrior” in Londen. De Fransen geven “le soldat inconnu” een laatste rustplaats in Parijs.

De Britten hebben vier kisten met onbekende soldaten op 7 november 1920 bijeengebracht in een kapel in Saint-Pol-sur-Ternoise nabij Arras. De kisten komen van verschillende slagvelden. Brigadier Wyatt wordt in de kapel gelaten waar de vier kisten liggen en kiest een lijkkist. Daarna wordt de Engelse onbekende soldaat op 8 november 1920 met een ambulance vervoerd naar Boulogne, waar de lijkkist geplaatst wordt in de bibliotheek van het kasteel. Op 10 november, komt de lijkkist aan in Dover. Vandaar vertrekt de lijkstoet naar Victoria Station, Londen. Op 11 november wordt de lijkkist naar de Cenotaph gebracht, het memoriaal opgericht voor de gevallenen van de Groote Oorlog. Tegen 11 uur is de lijkkist aan de Cenotaph waarna 2 minuten stilte volgen. Dan wordt de lijkkist naar Westminster Abbey gebracht waar de begrafenis volgt.

De Fransen hebben een gelijkaardige herdenking. Op 9 november 1920 zijn acht kisten met onbekende Franse soldaten bijeengebracht in de citadel van Verdun. Er is gekozen voor kisten uit de acht meest dodelijke slagvelden : Vlaanderen, Artois, Somme, Ile-de-France, Chemin des Dames, Champagne, Verdun, Lorraine. Op 10 november krijgt soldaat Auguste Thin de eer er een lijkkist uit te kiezen. Daarna wordt de lijkkist per trein van Verdun naar Parijs gebracht. Die lijkkist wordt op 11 november 1920 onder de triomfboog in Parijs vervoerd. De uiteindelijke begrafenis van de onbekende soldaat zal plaatsvinden op 28 januari 1921.

België zal op 11 november 1922 eveneens een onbekende soldaat in Brussel begraven.

bronnen
https://www.theguardian.com/uk-news/from-the-archive-blog/2020/nov/10/the-funeral-of-the-unknown-warrior-november-920
https://en.wikipedia.org/wiki/The_Unknown_Warrior
https://fr.wikipedia.org/wiki/Tombe_du_Soldat_inconnu_(France)