De KuK Armee trekt zich terug

De Kaiserliche und Königliche (K.u.K.) Armee trekt zich terug begin juli 1918 terug over de Piave naar hun beginposities voor het Oostenrijks-Hongaars zomeroffensief. Tijd voor de Oostenrijkers om een balans op te maken. Na de slag van Caporetto waren ze erin geslaagd de Italianen ver terug te drijven. Met het zomeroffensief hoopten ze de genadeslag toe te brengen, maar de Italianen, versterkt met Britse en Franse legereenheden, hebben zich sterk geweerd. Tijd om een balans op te maken :

Italianen (inclusief Franse en Britse eenheden) : 6.110 doden, 27.560 gewonden, 51.857 vermisten
Oostenrijks-Hongaars leger : 11.645 doden, 80.853 gewonden, 25.550 vermisten

De Oostenrijks-Hongaarse legers zijn de Piave overgestoken maar hebben daar hun krachten teveel verdeeld. Er was te weinig samenwerking tussen de generaals Conrad en Boroevič. De bruggen over de Piave waren voortdurend onder vuur van de Italiaanse artillerie en de geallieerden hadden ook een overmacht in de lucht. Hierdoor was het moeilijk voor de Oostenrijks-Hongaarse legers om tijdig versterkingen te laten aanrukken. Munitie, eten en drank waren niet op de juiste momenten voldoende voorradig. De Italiaanse tegenaanvallen, waaronder de heldhaftige verdediging van Monte Grappa, zorgden ervoor dat de Oostenrijks-Hongaarse legers zich moesten terugtrekken naar hun beginposities.

De Italianen zijn opgetogen door deze overwinning, maar het moment is nog niet gekomen om op hun beurt de Piave over te steken om de Oostenrijkers en Hongaren op hun versterkte posities aan te vallen. Pas in oktober 1918 gaan de Italianen tot de aanval over en weerom zal er hard worden gevochten rond de Monte Grappa.

De Oostenrijkers en Hongaren trekken hun conclusies : de generaals von Arz, Conrad en Waldstaetten worden ontslagen. Boroevic mag op post blijven omdat hij in zijn sector een effectieve verdediging heeft opgezet. De ontslagen generaals worden vervangen door de Duitser Otto von Below, die al eerder een succesvol offensief aan dit front heeft geleid. De Oostenrijks-Hongaarse generale staf zal nog meer moeten luisteren naar de Duitse tegenhanger.

bronnen
http://www.notiziedalfronte.it/la-fallita-offensiva-austriaca-il-bilancio/
http://www.notiziedalfronte.it/il-terremoto-nelle-alte-sfere-austo-ungariche/

dopo_Caporetto

 

terugkeer van de naamlozen

De Hongaarse cavalerist Pal Kelemen beschrijft op 1 november 1917 de terugkeer van een Oostenrijks-Hongaars bataljon tijdens de twaalfde slag van Isonzo (ook bekend als de slag van Caporetto).

OF de soldaten nu naar beneden lopen of stilstaat, tegengehouden door de mensen voor hen, of aan de kant van de weg gaan liggen, het is onmogelijk voor te stellen dat de staatslieden en generaals de monarchie verdedigen met hun inzet in de strijd. Het is evenmin mogelijk je voor te stellen dat deze kapotte, geteisterde groep mannen met hun ruige baarden, hun verkreukelde, natte en vieze uniformen, hun versleten schoeisel en hun uitgeputte gezichten in de regel “onze dappere infanterie” wordt genoemd.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bij deze tekst vond ik niet een passende foto. Daarom heb ik gekozen voor het schilderij “den Namenlosen” van Albin Egger-Lienz.

albin-egger-lienz-den-namenlosen

Kapitein Horthy valt aan

Oostenrijks-Hongaarse oorlogsschepen van kapitein Miklós Horthy, de latere Hongaarse dictator, vallen op 15 mei 1917 Italiaanse schepen aan voor de Albanese kust. Veertien ervan zijn gezonken voor Britse, Franse en Italiaanse oorlogsbodems ingrijpen. Horthy ziet zich genoodzaakt tot terugtrekking.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

MiklosHorty_KuK_Marine

kapitein Horthy staat rechts vooraan op de foto

officiersbordeel in Uzice

De veldtocht is geëindigd met een overwinning. Servië is bezet. Sarajevo is gewroken. De overwinnaars kunnen hun salaris gaan incasseren. Op 14 november 1915 bezoekt Pal Kelemen, cavalerist bij het Oostenrijks-Hongaarse leger, en een paar van zijn collega’s een bordeel dat is gereserveerd voor officieren. Het ligt in Uzice, een stadje aan de rivier Detinja. Kelemen noteert in zijn dagboek.

Donkere hal, vloerkleden, schilderijen aan de muur. Een kromme burger zit op een piano te pingelen. Vier tafels in de vier hoeken. Vier meisjes in een kamer. Twee van hen liggen te rollebollen met een artillerieluitenant. Aan een andere tafel zitten een paar legerofficieren koffie te drinken. (…)

Dat is de scène als we binnenstappen. We gaan aan de enige vrije tafel zitten en bestellen rode wijn, maar als we voorgeproefd hebben, besluiten we toch maar koffie te nemen. In een hoek zit Mohay, mijn cadet, met de grammofoon te pielen, maar zonder succes. Er moet een veer kapot zijn.

Een van de meisjes verlaat de kamer en komt daarna weer terug. Ze springt over een stoel en gaat bij onze cadet op de schoot zitten. De nader, een zwartharig meisje in een rode jurk, ligt languit op een bank naar me te staren.

De tijd verstrijkt. De pianist met het boosaardige gezicht zit nog steeds te spelen. Het is iets wat ik herken – het is de muziek die een, keer thuis voor me gespeeld is, op de kamer van een meisje toen ik langskwam om afscheid te nemen. Het is een eeuwigheid geleden, ver hiervandaan.

Ik sta op en vertrek. Als ze denken dat ik me ziek voel van de wijn, hebben ze het mis.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

de tekening hieronder komt uit de stripreeks Edelweiss van Yann en Hugault

Edelweiss01_03

Servische partizaan eindigt aan de galg

De invasie van de Centrale Mogendheden in Servië verloopt volledig volgens plan, wat in elk geval volgens de opinie in het thuisland de hoogste tijd is. In 1914 heeft het Oostenrijks-Hongaarse leger zijn buurland driemaal aangevallen en driemaal is het teruggeslagen. Op 6 oktober 1915 zijn de verenigde Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers in de aanval gegaan, op 8 oktober is Belgrado ingenomen, op 11 oktober is ook het Bulgaarse leger het land binnengevallen. Nu is het verslagen Servische leger in aftocht. Onder de achtervolgers bevinden zich de Hongaar Pál Kelemen en zijn huzaren. Ze rukken snel op in de vochtige oktobermaand. Soms verstrijken er meerdere etmalen zonder dat hij uit het zadel is geweest. Op zondag 31 oktober 1915 staat het eskadron naast de ruïne van een Servische herberg. Rondom het gebouw hebben zich honderden gewonden verzameld die op de kleiachtige grond liggen. Er zijn gevechten gaande met de terugtrekkende achterhoede van de vijand, niet hier, maar twee bergruggen verderop. Daarom baart het opzien dat er ’s middags een soldaat aankomt die beschoten is vanuit een huis en gewond is aan zijn been. Anderhalf uur later komt er nog een soldaat die op dezelfde plek gewond is geraakt; de man is in zijn buik geschoten.

Er wordt een patrouille heen gestuurd om poolshoogte te nemen. Na een tijdje komen ze terug. Bij zich hebben ze een armoedig geklede man van gemiddelde lengte. Zijn handen zijn vastgebonden. Pál Kelemen noteert in zijn dagboek het volgende :

Met behulp van een tolk werd de man verhoord, en ook de belangrijkste getuigengelden gehoord. Het lijkt erop dat hij ondanks herhaalde waarschuwingen van de andere dorpsbewoners op onze soldaten heeft geschoten. Algauw wordt het vonnis uitgesproken : de partizaan zal opgehangen worden. Een man die als kok wekt voor de wachtposten, een varkensslager uit Wenen, neemt met genoegen de rol van beul op zich. Hij haalt een lang touw en vindt een lege kist die voor de noodzakelijke valhoogte moet zorgen. De Servische partizaan wordt gemaand zijn laatste gebeden te bidden, maar hij antwoordt dat hij die niet nodig heeft. De Servische partizaan wordt door twee soldaten opgetild. Hij toont geen bepaald gevoel, maar kijkt met een agressieve blik om zich heen, alsof hij gek was. De strop wordt om zijn nek gelegd en het platform wordt onder zijn voeten weggetrokken. Het blijkt dat het touw te lang is en met een krachtige extra ruk stelt de slager het bij. Het gezicht van de man vertrekt langzaam. Lange, schokkerige stuiptrekkingen gaan door zijn lichaam. Hij sterft.

Later ziet Kelemen twee soldaten over de weg aan komen lopen. Ze ontdekken het lichaam dat heen en weer schommelt in de herfstwind, ze gaan ernaartoe en lachen honend. Een van de twee geeft het lijk een flinke klap met de kolf van zijn geweer waarna ze beiden salueren en weer verdwijnen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

de weg naar Rusland - cartoon uit Punch van 1914

de weg naar Rusland – cartoon uit Punch van 1914