brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01

 

arrestatie van Victor Spencer

Britse soldaten houden soldaat Victor Manson Spencer (New Zealand Expeditionary Force) aan op 2 januari 1918 nadat hij in augustus 1917 al voor de tweede keer deserteerde. Ditmaal kent het krijgsgerecht geen genade : op 24 februari 1918 volgt zijn terechtstelling.

Zijn graf vind je op The Huts Cemetery in perk XV. Naast hem rust soldaat Henry Hughes, die eveneens geëxecuteerd werd om disciplinaire redenen. Hij deserteerde terwijl de over hem uitgesproken doodstraf voorlopig was opgeschort.

Victor Spencer mag dan voor desertie veroordeeld worden; hij is geen angsthaas. Hij heeft zich in 1915 als vrijwilliger aangeboden en heeft dat jaar in  Gallipoli gevochten. Daarna is hij naar het westelijk front gestuurd. In juli 1916 blijft zijn bataljon een maand in de hevigste beschietingen in de eerste linies nabij Armentières. En dat heeft zijn tol geëist. Hij verblijft een maand in het hospitaal voor wat ze dan “shell shock” noemen. Hij deserteert een eerste maal en wordt tot negen maanden dwangarbeid veroordeeld. Daarna wordt hij terug naar de vuurlinie gestuurd. Hij deserteert een tweede keer en wordt daarna opgepakt als hij schuilt bij een Franse vrouw en haar 2 kinderen. Hij zal nooit meer kunnen vluchten…

In september 2000 krijgt Victor Manson en vier andere soldaten postuum gratie als het Nieuw-Zeelandse parlement stemt voor de Pardon for Soldiers of the Great War Act.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nzhistory.govt.nz/media/video/executed-five-great-war-story

VictorMansonSpencer_1918

 

 

Sokken voor de jongens

Vanaf begin 1915 bewegen in Canada massaal breinaalden heen en weer. In antwoord op een oproep van enkele officieren beginnen groepjes dames grote hoeveelheden sokken te breinen voor de Canadese militairen aan het front in Europa. “Socks for the boys” zoals de actie weldra heet, heeft zowel een fysieke als een mentale impact : drogen voeten en een gevoel van steun van het thuisfront. Wie meer wil weten over het belang van propere kousen in oorlogstijd, kan eens googelen op de termen “loopgraafvoet” of “trench feet”. Een slechte verzorging van voeten en gebrek aan propere kousen kon zelfs leiden tot amputatie van tenen of een deel van de voet.

Sergeant-majoor Beswick, een van de vele soldaten die sokken krijgt, schrijft op 27 december 1917 een dankbrief aan Marion Simpson, een van de vrouwen achter de organisatie.

Lieve mevrouw Simpson, ik heb uw schattig pakje goed ontvangen en volgens uw instructies heb ik het pas geopend op kerstdag. Ik kan u verzekeren dat de inhoud zeer op prijs werd gesteld. Rekening houdend met het feit dat ik van dienst was die dag, was het toch een aangename dag. Het weer was ideaal : er vielen enkele centimeters sneeuw en er was genoeg vorst in de lucht om te denken dat ik in Canada was.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nl.wikipedia.org/wiki/Loopgraafvoet

SocksForTheBoys

Drika vindt de dood aan de draad

Dinsdag 14 juli 1914 is een heuglijke dag voor Maria Hendrika Vandebroek uit Neeroeteren. Ze trouwt met Hendrik Loos uit Meeuwen. Maar terwijl de twee in het huwelijksbootje stappen, stapelen de donderwolken boven de wereldpolitiek zich op. Drie weken later is België in oorlog. Voor Hendrik Loos, een rijkswachter in Heers, breekt een helse tijd aan. Enkele dagen na de Duitse inval bereiken de eerste vijandelijke cavaleriepatrouilles Zuid-Limburg. Loos belandt uiteindelijk in het neutrale Nederland. De oorlog is voor hem voorbij. Voor Hendrika “Drika” Vandebroek is de oorlog helemaal niet voorbij. Ze mist haar man maar kan hem amper bezoeken.Grenspassen worden maar sporadisch uitgereikt.

vanaf juni 1915 starten de werken aan de draadversperring aan de grens. Vanaf dan wordt het voor Drika haast onmogelijk om haar man te bezoeken. De vrouw wordt verscheurd door verlangen en wil drie jaar na haar trouwdag eindelijk haar huwelijk consumeren. Daarom besluit ze in augustus 1917 definitief te vluchten naar Nederland. Ze krijgt hulp van enkele grensbewoners die haar bij Kinrooi door de draad willen helpen, maar Hendrika wordt gearresteerd door alerte Duitse grenswachters.

Drie weken lang wordt ze opgesloten in de kazerne in Maaseik, waarna ze tot een half jaar cel wordt veroordeeld. Om onbekende redenen moet ze die straf niet helemaal uitzitten. Drie maanden na haar eerste vluchtpoging staat Drika opnieuw aan de elektrische draad, dit keer in Molenbeersel. Samen met haar hondje kruipt ze heel voorzichtig door een opening in de elektrische versperring. Het hondje is al aan de overkant maar wanneer Drika halverwege is, besluit het beestje plots terug te keren. De hond raakt de elektrische draad en via de leiband wordt ook Drika zelf geëlektrocuteerd. Ze is op slag dood. Het lijkt wordt door toegesnelde Duitsers in de tramstelplaats in Molenbeersel opgebaard. Daar kan haar familie Drika identificeren. “Ze zag zo blauw als een lei” noteert een kennis.

bronnen
oorlog in Limburg, bijlage bij HBvL
https://www.europeana.eu/portal/nl/record/2020601/contributions_13132.html

HendrikaVandebroek_1917

 

de enige Vlaming op Tyne Cot

Op Tyne Cot Cemetery ligt er één enkele Vlaming begraven : korporaal Richard Verhaeghe, die sneuvelt op 30 oktober 1917 op 39-jarige leeftijd, weliswaar in Canadese dienst.

In het begin van de 20e eeuw emigreert hij van de streek rond Brugge naar Canada, waar hij zich vestigt in Saskatoon (Sakatchewan), samen met zijn vrouw Augusta. In 1915 meldt Richard zich als vrijwilliger bij het 5th Batallion Canadian Mounted Rifles. In de volgen de jaren vecht deze ruiterbrigade onder meer aan de Somme en in Passendale.

Korporaal Richard Verhaeghe sterft tijdens de slag bij Passendale tijdens een aanval op Duitse stellingen in het bos Woodlands Plantation dat er eerder uitziet als een moeras.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RichardVerhaeghe_1917.jpeg

Guynemer verdwijnt boven Poelkapelle

Georges Guynemer, veruit de bekendste Franse oorlogspiloot, verdwijnt op 11 september 1917 spoorloos. Een Duitse piloot schiet het toestel van Guynemer neer in de buurt van Poelkapelle. De meest legendarische Franse jachtpiloot zou dan begraven zijn door de vijand. Het aanhoudende oorlogsgeweld vernielt het landschap compleet en woelt de bodem om. Noch van de succesrijke gevechtspiloot, al een legende tijdens zijn leven, noch van zijn toestel vindt men ooi iets terug. Spoorloos voor altijd ?

Aanvankelijk wordt Guynemer geweigerd voor de legerdienst wegens te mager. Hanrdnekkig als hij was, verovert hij op 8 juni 1915 toch een plekje bij de befaamde Escadrille nr 3, met de ooievaar als embleem. Gedurende de volgende 27 maanden, tot aan zijn dood, behaalt hij 53 erkende overwinningen.

Toeristische tip : In de wandelbox In Flanders Fields (Davidsfonds uitgeverij) vind je een routebeschrijving, een kaartje en andere nuttige informatie voor een wandeling met start bij het monument voor Georges Guynemer in Poelkapelle.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesGuynemer

Joeri Gilsjer sneuvelt nabij Tarnopol

JoeriGilsjer.jpgJoeri Vladimirovitsj Gilsjer is Russisch oorlogsvrijwilliger vanaf het begin van de oorlog in augustus 1914. Hij begint zijn militaire loopbaan als cavalerist, maar wordt piloot na een training op 21 oktober 1915. Op 20 november breekt een propeller zijn beide voorarmen als hij een vliegtuigmotor wil starten. Hij wordt een inspecteur in de Dux vliegtuigenfabriek nabij Moskou.

Na genezing krijgt hij een training in februari 1916 en vanaf maart 1916 maakt hij deel uit van het 7e luchtmachtdetachement met basis nabij Tarnopol. Op 10 mei 1916 haalt hij een Duits vliegtuig neer maar bij het landen raakt hij de controle kwijt en zijn voet moet worden geamputeerd. Voor zijn overwinning krijgt hij de Orde van Sint-Vladimir vierde klasse. Vanaf 13 November 1916 keert Joeri Gilsjer terug in actieve dienst als piloot. Hij krijgt de leiding van het 7e luchtmachtdetachement en gaat naar Frankrijk om een training te krijgen. Op 22 november 1916 is Joeri terug aan het Russische front.

Op 13 april 1917 haalt hij twee vliegtuigen neer, evenals op 15 mei. Tot dan was hij ad interim commandant van het 7e detachement. Als de commandant Ivan Orlov sneuvelt, wordt Joeri Gilsjer aangeduid als nieuwe commandant. Op 17 juli behaalt hij een nieuwe overwinning. In een brief beklaagt hij zich daags erna over de slechte staat van zijn Nieuwport-vliegtuig. Op 20 juli 1917 behaalt hij zijn laatste overwinning nabij Tarnopol. Samen met andere Russische piloten gaat hij een Duits eskader te lijf. In het daaropvolgende gevecht stort Gilsjer neer. Hij wordt begraven op 21 juli 1917.

Bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Yury_Gilsher