bezetting van Fiume

De havenstad Fiume (vandaag Rijeka in Kroatië) wordt na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije in 1918 opgeëist door zowel Italië als het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De stad bezit een gemengd Italiaans-Kroatische bevolking, en de Hongaarse regering heeft in de nadagen van de Dubbelmonarchie de immigratie van Italianen aangemoedigd om de Kroaten te verzwakken.
Gabriele D’Annunzio, officier in het Italiaanse leger, gekend voor zijn deelname aan de vlucht boven Wenen (lees meer op deze pagina ) wil de druk verhogen om Fiume toe te wijzen aan Italië. Op 12 september 1919 marcheert hij aan het hoofd van Italiaanse nationalistische partizanen de stad binnen. De geallieerde troepen die daar gelegerd zijn, zien zich gedwongen om terug te trekken. De Italiaanse regering stuurt troepen naar Fiume om de bezetting ongedaan te maken, maar alle uitgezonden troepen lopen naar D’Annunzio over.
De groep verzoekt de Italiaanse regering om Fiume te annexeren, maar deze weigert. In plaats daarvan blokkeert Italië alle wegen naar de stad, om zo de groep tot overgave te dwingen. De politiek zit in een spagaat, want enerzijds wilt ook de Italiaanse regering Fiume annexeren, maar anderzijds kan zij de bezetting door D’Annunzio niet tolereren.
Als reactie hierop verklaart D’Annunzio in 1920 dat de stad onder het Italiaanse Regentschap Carnaro valt, met een grondwet die veel overeenkomsten vertoonde met het latere Italiaanse fascistische systeem. Hij roept zich uit tot dictator en noemt zichzelf de Duce. Uit alle hoeken van Italië stromen sympathisanten toe tot D’Annunzio hen moet oproepen weg te blijven omdat de stad hen anders niet meer kan voeden. Uiteindelijk geeft de groep onder D’Annunzio zich pas over in december 1920 na een bombardement van de Italiaanse marine.
De Vrijstaat Fiume wordt uitgeroepen, met een gematigder regering aan het hoofd. De Italiaanse politici blijven de stad echter opeisen en in 1924 moet het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen het hoofd buigen en de annexatie door het inmiddels fascistische Italië accepteren.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Italiaans_Regentschap_Carnaro

verdrag van Saint-Germain

Op 10 september 1919 ondertekenen de geallieerden en de overgebleven rompstaat Oostenrijk het verdrag van Saint-Germain. Het verdrag is genoemd naar de Parijse voorstad Saint-Germain-en-Laye, waar het in het plaatselijke kasteel is onderhandeld en ondertekend. Het verdrag wordt op 16 juli 1920 formeel van kracht.

Dit verdrag regelt niet alleen de erkenning van het nieuwe Oostenrijk, maar ook de erkenning van de nieuwe staten, die uit het oude Oostenrijk-Hongarije zijn ontstaan. Oostenrijk erkent dus de onafhankelijkheid van Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië. In dit verdrag wordt tevens gesproken over de noodzaak van herstelbetalingen, die het nieuwe Oostenrijk zal moeten voldoen, maar gezien het bankroet van de staat is het nooit tot een taxatie van schade en betalingen gekomen.

Het verdrag bevat de volgende bepalingen :

  • Oostenrijk wordt verboden om een politieke of economische unie met Duitsland aan te gaan zonder goedkeuring van de Volkenbond. Deze goedkeuring werd niet gegeven.
  • Het gebruik van de naam Deutschösterreich als staatsnaam is verboden.
  • Beperking van een toekomstig Oostenrijks leger tot maximaal 30.000 manschappen.
  • De formele schuld van de Eerste Wereldoorlog werd aan het Habsburgse huis en het Duitse Keizerrijk toegerekend.
  • De kroonlanden Bohemen, Moravië, Oostenrijks-Silezië en enkele Neder-Oostenrijkse gemeenten worden aan het nieuwe Tsjechoslowakije toegewezen.
  • Zuid-Tirol, Trentino en het Karinthische Kanaltal, voortaan Val Canale, vallen voortaan onder Italië.
  • Het kroonland Galicië, wordt deel van de nieuwe staat Polen.
  • Het kroonland Boekovina komt aan Roemenië.
  • Het kroonland Dalmatië en delen van Zuid-Stiermarken en Zuid-Karinthië gaan naar de nieuwe Staat van Slovenen, Kroaten en Serven.
  • De westelijke grensgebieden van Hongarije vervallen aan Oostenrijk, als Burgenland
  • Over de stad Triëst en haar omgeving, waaronder Istrië, worden beraadslagingen voortgezet.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Saint-Germain_(1919)

eerste Silezische opstand

Silezië behoorde van oudsher tot het koninkrijk Polen, vooraleer Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije Polen onder hun verdeelden. De streek is enerzijds bevolkt door Poolstaligen, die katholiek zijn en tot de lagere klassen behoren. Daarnaast zijn er ook etnische Duitsers, die protestant zijn en tot de hogere klassen behoren. In de streek van Opper-Silezië, ten oosten van de Oder, zijn de Polen in de meerderheid.

Op 15 augustus 1919 worden 10 Silezische burgers gedood door de Duitse Grenzschutz tijdens een arbeidsconflict in de mijn van Mysłowice . De Poolse mijnwerkers roepen op tot de staking die wordt gevolgd door 140.000 arbeiders. De Duitsers zetten 21.000 soldaten in en houden nog eens 40.000 soldaten in reserve. De reactie is brutaal en ongeveer 2.500 Polen worden opgehangen of eindigen voor het executiepeloton. 9.000 Polen steken de grens over naar de Poolse republiek. De eerste opstand komt op 26 augustus 1919 ten einde als de geallieerden ingrijpen en ervoor zorgen dat de vluchtelingen terug mogen keren.

In 1920 volgt dan de tweede Silezische opstand. Zoals onderstaande foto van een gepantserde wagen toont, zijn de Polen dan betere voorbereid. Na de derde opstand in 1921 bereiken de geallieerden een akkoord waardoor de helft van de Silezische bevolking aan Polen wordt toegekend, een derde van Silezië en drie kwart van de Silezische mijnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Silesian_Uprisings

Roemenen bezetten Boedapest

Half april 1919 valt het Roemeense leger Hongarije binnen met de stilzwijgende toestemming van de Fransen. Een paar dagen later vallen de Tsjechen vanuit het noorden Slowakije binnen, dat tot dan deel uitmaakt van Hongarije.

Geconfronteerd met een buitenlandse bedreiging zetten de Hongaren tijdelijk hun interne geschillen opzij. Nu de Roemenen de Hongaarse territoriale integriteit bedreigen, tempert de bolsjewistische eerste minister Kun zijn retoriek over klassenstrijd terwijl het leger, ook de conservatieve officieren die maar weinig sympathie voor het bolsjewisme koesteren, zich bijeenpakt om de grenzen van het rijk te verdedigen.

Halverwege mei hebben de Hongaren de Tsjechen uit Slowakije verdreven, maar tegen de Roemenen zijn ze minder succesvol. Een poging on de invasiemacht in juli 1919 terug over de rivier de Tisza te dringen, wordt met een slim uitgevoerde tegenaanval van de Roemenen afgeslagen. Dat is het moment waarop veel Hongaarse officieren en soldaten besluiten de strijd te staken, nadat ze daartoe zijn aangezet door het Hongaarse oppositieleger onder admiraal Horthy, die wilt dat de Roemenen een einde maken aan Kuns radenrepubliek. Nu veel soldaten hun steun intrekken storten de Hongaarse linies in en kunnen de Roemenen Kun en zijn regime afzetten. Kun licht naar Oostenrijk en vervolgens naar de Sovjet-Unie.

Op 3 augustus 1919 veroveren de Roemeense soldaten Boedapest waar ze zullen blijven tot het begin van 1920. Ze begaan allerlei wreedheden tegen de plaatselijke bevolking en plunderen de Hongaarse hoofdstad op uitgebreide schaal. Dat geeft veel Hongaren het gevoel dat hun een afschuwelijk onrecht wordt aangedaan. Het feit dat deze misdaden niet worden begaan door de zegevierende westerse geallieerden, maar door soldaten van een land dat in 1918 door de centrale mogendheden was verslagen, maakt de ervaring nog smadelijker.

bron : Robert Gerwarth, de verslagenen, Balans

Roemeense cavalerie in Boedapest

Op naar Moskou

In Rusland woedt de burgeroorlog nog in alle hevigheid in juli 1919. Luitenant-generaal Anton Denikin vaardigt Richtlijn nr 08878 uit (ook bekend als de Moskou richtlijn) op 3 juli 1919 in Tsaritsyn. De richtlijn legt Moskou vast als operationeel en tactisch doel van de Witte legers. Als ze de hoofdstad van de Sovjetrepubliek veroveren, hopen ze daarmee ook deze Sovjetrepubliek op de knieën te krijgen.

In het begin van juli 1919 staan de Witte legers er goed voor aan het zuidelijk front. Hier zijn er heel wat opstanden gaande tegen de Rode terreur. Een gevolg daarvan is dat het Rode leger in de achterhoede enkel de steden en wat grotere gebieden controleert. De rest valt onder controle van opstandelingen die de Witte legers gunstig genegen zijn.

De Witte legers rukken op naar het noorden richting Moskou maar krijgen vanaf half juli te maken met Rode tegenaanvallen. Die volstaan om de Witte opmars naar Moskou te stoppen. In het westen en het zuidwesten hebben de Witten wel nog succes. Ze veroveren Poltava op 31 juli en ze brengen de Rode legers een nederlaag toe in Tavria en het westen van Yekaterinoslav. Eind juli zijn de witten al opgerukt tot de lijn Verkhnodniprovsk Nikopol Dnjepr rivier.

In het oosten neemt het Kaukasische leger van generaal Wrangel Kamyshin in op 28 juli 1919 en rukt verder naar het noorden op. Een divisie kozakken steekt de Wolga over en legt een groot bruggenhoofd in de regio van Tsaritsyn. Het leger aan de Don daarentegen moet zich verdedigen tegen Rode tegenoffensieven en verliest Liski en Balashov.

Het ganse offensief zal nog duren tot begin oktober 1919. Daarna nemen de Rode legers definitief de overhand.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Advance_on_Moscow_(1919)

vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

dreiging van een nieuwe oorlog

Duitsland is voor de vredesconferentie nadrukkelijk niet uitgenodigd. Pas eind mei 1919 vertrekt een Duitse delegatie onder leiding van minister van buitenlandse zaken graag Ulrich von Brockdorff-Rantzau uit Berlijn. De eerste contacten beloven echter weinig goeds. Wanneer de trein verwoeste gebieden in noord-Frankrijk doorkruist, laten de Fransen hem met opzet trager rijden, zodat de Duitsers nadrukkelijk met de oorlogsverwoestingen geconfronteerd worden. In Parijs leiden de Fransen de trein naar het afgelegen station Hôtel de Réservoirs in Versailles. Daarmee geeft Clémenceau een duidelijk signaal : in 1871 – na de Franse nederlaag tijdens de Frans-Pruisische oorlog – verbleven de Franse leiders tijdens hun onderhandelingen met Bismarck in hetzelfde hotel. Nu is het dus de beurt aan de Duitsers.

Na een week wachten worden de Duitsers uitgenodigd in het Trianon-paleis om daar het ontwerpverdrag te ontvangen. Daar opent Clémenceau de vergadering met :”Het pijnlijke uur van de afrekening is gekomen. U hebt om vrede gevraagd. Wij zijn hier om ze u te geven.”. Wanneer hij het verdrag doorneemt, beseft Brockdorff-Rantzau dat Duitsland voor vele jaren op de knieën wordt gedwongen. “Nu wordt verwacht dat Duitsland zich als enige schuldige van de oorlog bestempelt,” zegt hij. “Ik weiger zo’n bekentenis te doen : het zou gewoon een leugen zijn.”. Brockdorff-Rantzau tekent formeel protest aan en dringt aan op nieuwe gesprekken maar de overwinnaars weigeren te praten en blijven onverkort bij hun standpunt.

De Duitsers krijgen tot 23 juni om 19u de tijd om zich akkoord te verklaren met de vredesvoorwaarden. Is er op dat moment geen toezegging vanwege Duitsland, dan dreigt er opnieuw oorlog. In Parijs volgen dan spannende dagen. Pas op 23 juni om 15u30 – maar enkele uren voor het ultimatum afloopt – verklaren de Duitsers zich bereid om het vredesverdrag te ondertekenen.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau