Krim onanfhankelijk !

Süleyman_bəy_Sulkeviç

Maciej Sulkiewicz

Op de Krim vormt op 28 juni 1918 de Tataarse generaal Maciej Sulkiewicz een regering onder Duitse bescherming. Zo worden de Oekraïense plannen om de macht over te nemen, in de kiem gesmoord. Wel zijn er na de zomer gesprekken met de Oekraïene over de vorming van een federale unie.

 

Nog later op het jaar, wanneer de Duitsers helemaal weggetrokken zijn van de Krim, moet de niet zo populaire Sulkiewicz ophoepelen en wordt Solomon Krym de eerste minister van een regering die bekend staat als de Krimse Grensregering. Die zingt het nog uit totdat het Rode Leger arriveert en orde op zaken stelt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

 

het einde van de UC-11

Hoewel UC-11 een redelijk hoog nummer heeft bij de mijnenleggers van de UC-1-klasse, vaart ze toch als eerste mijnenlegger de haven van Zeebrugge binnen. UC-11 voert in bijna drie jaar oorlog 81 succesvolle operaties uit en doet 25 schepen zinken.

Op 24 juni 1918 vetrekt de UC-11 op haar 82e missie. Ze staat onder bevel van Oberleutnant zur See Kurt Utke. Hij heeft de U-boot pas een week tevoren overgenomen van zijn collega Werne Lange, die ziek geworden is. Utke heeft dan al een lange carrière achter de rug. Hij heeft gediend in een Matrosenregiment in Vlaanderen en heeft gevochten in de loopgraven nabij Ieper. In 1916 neemt hij deel aan de slag van Jutland. In 1917 biedt hij zich aan als vrijwilliger voor U-bootdienst.

Op 24 juni om 17u zet Kurt Utke koers vanuit Zeebrugge naar Harwich. De volgende dag om 9u komt de UC-11 aan de oppervlakte om de scheepvaartroutes te bestuderen. Rond 9u45 treft een zware mijnontploffing het achterschip van de UC-11 en ze vergaat onmiddellijk. Utke bevindt zich alleen in de toren en de bracht van de ontploffing werpt hem van de ene zijde naar de andere, waarbij hij even het bewustzijn verliest. Het opstijgende water maakt hem wakker en hij probeert het torenluik te openen. Hij glipt erdoor en kan in een grote luchtbel aan de oppervlakte komen. Hij zwemt zo hard hij kan met het getij mee om niet ondergetrokken te worden door zijn natte kleren. Hij kan zich uiteindelijk vasthouden aan een boei. Utke heeft geluk want na een half uur arriveert de reddingsboot Patrick. Hij is uitgeput en in shock maar verkeert in een goede gezondheid. Later wordt hij ondervraagd en gaat in Britse gevangenschap voor de rest van de oorlog.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

UC11_Besatzung

bemanning van de UC-11 / datum onbekend

 

Hospitaalschip Llandovery Castle getorpedeerd

Ten zuiden van Ierland torpedeert de Duitse onderzeeër U-86 het Canadese hospitaalschip HMS Llandovery Castle op 27 juni 1918. Het schip is onderweg van Halifax (Canada) naar Liverpool. Slechts 24 van de 258 opvarenden overleven de ramp.

In 1921 verschijnt de kapitein van de U-86 samen met twee van zijn luitenanten voor een Duitse rechtbank tijdens een van de zogenaamde Leipzig trials. De overlevenden beschuldigden hen ervan te hebben geschoten op reddingsboten en op overlevenden in het water. De kapitein verlaat het land en de beide anderen ontsnappen eveneens.

De tekening hieronder is van George Wilkinson.

LlandoveryCastleWilkinson,_G.W.,_print_(art),_27_June_1918

ACM korps terug in België

Na een tocht van bijna drie jaar keert op 24 juni 1918 het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses terug in België. De eerste maanden van de oorlog vecht het korps aan de Ijzer maar daar loopt het vast in de loopgraven. In september 1915 gaan materiaal en manschappen aan boord van een Britse boot die hen naar Archangelsk aan de Witte Zee brengt. Het Russische leger is immers geïnteresseerd in de lichte gepantserde voertuigen.

Samen met het Russische leger vecht het kopers ongeveer twee jaar tegen de Duitsers in Galicië (op de grens van Polen en Oekraïne ). Omwille van de Russische revolutie en burgeroorlog moeten de Belgen terug naar huis maar dat kan alleen nog via Vladivostok. Vandaar gaat het naar de Verenigde Staten waar ze als helden toegejuicht worden op de Memorial Day optocht in New York, de laatste halte voor Bordeaux.

bron : oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds

6B09F106-CD5F-4CC3-A884-40414F407BA0

Bombardementen aan de kust

Het Duitse opperbevel in Berlijn meldt op 23 juni 1918 dat er in de voorbije dagen verscheidene vijandelijke luchtaanvallen waren op Brugge, Zeebrugge en Oostende. Verschillende van die vliegtuigen zouden neergeschoten zijn. Het opperbevel voegt er nog aan toe dat er in Brugge vijf doden en elf gewonden vielen onder de burgers en dat er in Oostende een ziekenhuis aangevallen werd. Militaire schade zou er nergens geweest zijn.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018, Davidsfonds

42C7B844-CC90-4048-B5E9-1CDB0E27F228

 

Zwaar treinongeluk in Hammond

Niet de oorlog beheerst op 22 juni 1918 het nieuws maar een zwaar treinongeluk in Hammond, Indiana (VS) waarbij 86 doden en 127 gewonden vallen. Rond 4u in de ochtend tuft door het landschap van Indiana een eerder langzame trein met aan boord 400 mensen van het circus Hagenbeck-Wallace. Op korte afstand volgt een trein met twintig lege passagierswagons die duidelijk een hogere snelheid aankan.

Wanneer de trein een noodstop moet maken in Hammond, rijdt de achteropkomende trein erop in. De wagon met de keuken en de vier achterste houten slaapwagons worden volkomen vernield. Enkele seconden later ontstaat er ook nog brand. Wellicht is de ervaren machinist van de achterop komende trein in slaap gevallen door een combinatie  van veel te weinig rust, enkele zware maaltijden en het eentonige ritme van de rollende trein.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

D8B777A7-F05E-4067-8859-3E73D7EF52EF

kantelmoment voor de K.u.K. Armee

De Oostenrijks-Hongaarse legers, die nu alleen tegen Italië vechten na de terugtrekking van de Duitse soldaten naar het westfront, lanceren op 15 juni 1918 de slag van de Piave. Zo’n 58 divisies zijn betrokken bij een reusachtige tangaanval die zich afspeelt in het grootste deel van noord-Italië. Generaal Franz Conrad von Hötzendorf, die in de Trentino streek opereert, krijgt het bevel Verona te veroveren, terwijl generaal  Borojevic von Bojna zijn troepen verspreidt over de Piave en koers zet naar de Adige-rivier en de stad Padua.

De aanvallen zijn echter verre van succesvol. In het noorden worden het 10e en 11e leger van Hötzendorf geblokkeerd op de tweede dag van de opmars. Vervolgens krijgen ze een sterke tegenaanval te verduren van het Italiaanse 4e en 6e leger, waaronder diverse Britse en Franse eenheden. De Oostenrijks-Hongaarse troepen moeten zich terugtrekken en hebben 40.000 manschappen verloren.

In het oosten valt het Oostenrijks-Hongaarse leger over de Piave over een breed front aan. Het 5e en 6e leger winnen 4km op een front van 24 km alvorens op de verdediging van het Italiaanse 3e en 8e leger te stuiten. De strijd in deze regio duurt nog verscheidene dagen waarbij de Oostenrijks-Hongaarse legers enige winst boeken voordat tegenaanvallen op de 18e juni hen terugdringen.

Het Oostenrijks-Hongaarse offensief begint te wankelen, deels door het slechte weer en de Italiaanse luchtaanvallen, die de communicatielijnen en de bevoorrading ondermijnen. Tegen de 22e juni moeten de wanordelijke troepen van de Kaiserliche und Königliche (K.u.K.) Armee zich terugtrekken over de Piave. In totaal verliezen ze zo’n 150.000 soldaten waaronder 24.000 gevangenen.

De chef van de Italiaanse generale staf, generaal Armando Diaz, ziet er echter van af de verslagen vijand te achtervolgen en wijdt zich tot oktober aan het opbouwen van zijn troepen voor een  beslissend offensief.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Battaglia_del_Solstizio_1918