Duitse luchtmacht strijkt neer te Egem

Egem (Pittem) is een van de talrijke plaatsen in West-Vlaanderen waar het Duitse leger een vliegveld aanlegt. Veldwachter Victor Maeseele maakt het zelf mee.

Op 3 juni 1917 wordt door de gemeente uitgebeld (aangekondigd) dat alle bekwame manspersonen door de gemeente opgeëist worden om aan het vliegveld te helpen werken met zeisen, spaden en pikken.

De veldwachter weet ook nog te melden dat de officieren ingekwartierd worden in het nabije kasteel en dat het ’s anderendaags moet worden gereinigd door een twintigtal opgeëiste vrouwen.

Opvallen is de grote snelheid waarmee dit vliegplein aangelegd wordt : op 3 juni arriveren auto’s met materiaal en op 16 juni landen de eerste zes vliegtuigen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVliegtuig

Dwangarbeid onder internationale druk gestopt

Regeringen van diverse landen, onder meer van Verenigde Staten, het Vaticaan en Nederland, bekritiseren Duitsland omdat het werklozen inzet voor dwangarbeid. In Scandinavië roert de publieke opinie zich daaromtrent en zelfs in eigen land zijn er enkele parlementsleden die het aandurven kritiek te hebben.

Op 14 maart 1917 geeft de Duitse keizer toe en beveelt – tot nader order- de gedwongen deportatie van werkloze Belgen naar Duitsland stop te zetten.

In Antwerpen schrijft de Davidsfondsverantwoordelijke daarover het volgende :

Niets heeft in Antwerpen meer de gemoederen tegten de Duitse dwingelandij opgezweept dan het wegvoeren van jonge werklozen.

De Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers heeft met zijn cartoons veel bijgedragen aan de bewustwording van de wantoestanden in de oorlog. Hieronder is een voorbeeld uit zijn werk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisRaemaekers_Dwangarbeid

Unternehmen Alberich

Unternehmen Alberich

De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.

Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.

Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.

Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :

Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.

Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :

Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html

alberich-gebiet_1917

de dwangarbeiders van Sint-Amands

Tijdens de maandelijkse controlevergadering van 4 januari 1917 in Sint-Amands voor de mannen tussen 18 en 55 jaar wijzen de Duitsers er 35 aan om voor hen te werken. Nog dezelfde dag moeten ze op de trein, ofwel naar Duitsland, ofwel achter het Duitse front in Noord-Frankrijk. Bij hun vertrek is een dertigtal ulanen aanwezig om in te grijpen bij het minste teken van verzet. Meestal blijven de mannen 6 maanden weg. Alleen de zieken komen vroeger naar huis.

Na hun terugkeer vertellen de erg uitgeputte mannen over de ellendige behandeling, de slagen en de vreselijk slechte voeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

La déportation des ouvriers belges en Allemagne.qxd

Miserie in Maaseik

De woede van de plaatselijke verantwoordelijke van het Davidsfonds in Maaseik stroomt van de bladzijden van het oorlogsboek.

Nooit zullen wij de gruweldag 28 november 1916 vergeten, toen onze jongelingen en louisraemaekers_deportatiemannen onder hoongelach van de Duitse officieren onder wie de beul van het Meldeamt, als slaven naar Duitsland worden gevoerd. Toen zijn er tranen geschreid, vuisten gebald, en is er op de tanden geknarst over zulke gruweldaden.

Nooit zag Maaseik een droevere dag. Van ’s morgens al lopen patrouilles door de straten. De kerken zijn stampvol en velen naderen de Heilige Tafel. Om 19u moest alleman aan de Hepperpoort zijn.

Drommen van mensen uit Opitter, Wijshagen, Tongerlo… kwamen aan. Overal zag men Duitse soldaten. Veel brave mensen die altijd werk hadden, worden brutaal aan de deur gezet onder de uitroep Nach Deutschland !

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds
De cartoon bij dit artikel is van de Nederlander Louis Raemaekers.

 

Oproer in Boom

In Boom eisen de Duitsers op 17 november 1916 183 werkloze arbeiders op. Ook de verslaggever van het Davidsfonds kijkt toe.

Wanneer rond de middag de 183 opgeëiste inwoners van Boom, begeleid door een dozijn pinhelmen, door de Lepoldstraat naar Willebroek stappen, heeft daar een vijandige betoging plaats die op een bepaald ogenblik in een algemene opstand dreigde over te slaan. Een zwarte volksmassa raasde en huilde op het voetpad :”Smeerlappen, moordenaars”.

Juffrouw C. Nagels uit Reet, onderwijzeres in de buitenschool van de Zusters der Presentatie, wordt uit de massa gehaald maar ze geeft de pinhelm zo’n klinkende muilpeer, dat het hele Duitse piket toeschiet en in allerhaast hun kommandant ontbiedt. Het meisje wordt gevankelijk meegevoerd, beboet en acht dagen opgesloten in de gevangenis van Antwerpen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekeningen komt uit “25 maanden op de Duitse Pijnbank” van Honoré Staes

HonoréStaes_Weggevoerden.jpg