Belgen volgen opleiding in Bayeux

Brancardier Louis Bruynseels lijkt zijn tijd te verliezen in het Belgische militair opleidingscentrum in Bayeux.

Vandaag (8 oktober 1917) beginnen onze militaire studies :”school van de soldaat is een theorievak dat we letterlijk uit het hoofd moeten leren. ’s Morgens oefeningen op het plein en ’s middags op het open veld. We gaan schieten aan zee in Arromanches (Normandië) op twee uren stappen van Bayeux.

Zo verlopen de dagen met veel werk en weinig eten. Dat laatste ging toch een beetje te ver : veel aardappelen schillen en er niet één op tafel zien komen. Een zekere middag reageerde niemand op de bel. Maar toen de orders werden gegeven, moesten we toch aantreden. We hebben wel iets bereikt maar de volgende dag heeft de majoor toch een hartig woordje met ons gesproken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bayeux_CISLA_Infanterie_1

Tyne Cot in Britse handen

Geallieerde troepen veroveren op 4 oktober 1917 de heuvel die bekend zal blijven onder de naam Tyne Cot. De naam Tyne Cot verwijst naar een schuurtje (cottage) dat hier stond en omgeven was door vijf door de Duitsers gebouwde bunkers. Tot voor de Britse verovering was deze plek een versterkte positie van de Duitse Flandern-I-stelling.

De 3rd Australian Division richt na de verovering de grootste van die bunkers in als medische verbandpost. Zoals vaker in de omgeving van medische posten ontstaat er snel een begraafplaats. Na de oorlog  komen hier ook doden van andere locaties terecht en wordt dit de grootste Commonwealth-begraafplaats op het Europese vasteland.

De tekening hieronder is van John Goodchild en dateert van 1919.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnGoodchild_TyneCot

 

laatste werkdag van Nellie Spindler

In België liggen slechts twee vrouwelijke Britse oorlogsslachtoffers begraven. Eén van hen is de 26-jarige Nellie Spindler die op 21 augustus 1917 om het leven komt terwijl ze aan het werk is in veldhospitaal 44 in de Brandhoek. Omdat het spoorlijntje waarlangs de gewonden weggevoerd worden, onbruikbaar is wegens beschietingen, gebeurt hun transport per ambulance over wegen in slechte toestand. Tijdens een van die transporten treft een granaat Nellie en twee van haar mannelijke collega’s.

Haar begrafenis ’s anderendaags wordt bijgewoond door vier generaals, de generaal-majoor-arts, een honderdtal officieren en talloze andere manschappen.

Toeristische tip : Nellie Spindler ligt begraven op Lijssenthoek Military Cemetery, Boescheepseweg, Poperinge. Ze is er het enige vrouwelijke oorlogsslachtoffer tussen bijna elfduizend mannen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NellieSpindler.jpg

Von Richthofen gewond boven Wervik

De Duitse piloten van Staffel 11 zijn vanaf 28 juni 1917 gelegerd in in kasteel Bethune bij Markebeeke, niet ver van Kortrijk. Een van de meest bekende piloten van Staffel 11 is hun commandant Manfred von Richthofen, beter bekend als de Rode Baron omdat hij met een rode driedekker vliegt.

Op 2 juli 1917 behaalt von Richthofen nog een overwinning. Maar op 6 juli heeft hij minder geluk. Hij geraakt gewond tijdens een luchtgevecht boven Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwonde, slaagt hij erin een noodlanding uit te voeren. Hij wordt afgevoerd naar het Feldlazarett 76 in Kortrijk. Hij moet er verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen.

De onderstaande foto dateert uit zijn herstelperiode. Links van von Richthofen staat verpleegster Käthe Ottersdorf die hem in die periode verpleegd heeft. Op 25 juli 1917 keert von Richthofen terug naar Staffel 11 om de leiding weer op zich te nemen.

bronnen
http://www.frontflieger.de/4-ric17.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Manfred_von_Richthofen

VonRichthofen_191707

 

de Ville de Liège in Britse dienst

Vanaf 21 juni 1917 tot en met 31 december 1918 staat de Belgische maalboot Ville de Liège onder het commando van het Britse ministerie van Oorlog en doet dar dienst als hospitaalschip. In deze periode maakt het schip talloze overtochten tussen Groot-Brittannië en het vasteland waarbij het 77.194 gewonden en 36.356 valide manschappen transporteert.

In de voorafgaande oorlogsjaren, onder meer tijdens de slag aan de Ijzer (1914), vervoerde het schip gewonden en allerhande materiaal waaronder munitie, tussen het onbezette gedeelte van de Belgische kust en Frankrijk. Later werden de gewonden per trein vervoerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ville de liege 03

hospitaal l’Océan opent de deuren

Grotendeels gefinancierd met steun van het Amerikaanse Rode Kruis opent op 20 mei 1917 in Vinkem (Veurne) het hospitaal l’Océan. Tot september 1917 werkt het deels in tenten terwijl arbeiders houten paviljoenen bouwen voor het definitieve hospitaal.

Hospitaal l’Océan blijft werkzaam tot 15 oktober 1919 en behandelt in die periode bijna 9500 patiënten, zowel militairen als burgers. Achteraf gezien was de meest beroemde patiënt Joe English. Die Vlaamse frontsoldaat en ontwerper van de heldenhuldezerkjes overlijdt hier op 31 augustus 1918 aan een blindedarmontsteking.

Toeristische tip : een gedenksteen (Joe Englishstraat 3 te Vinkem) verwijst naar de locatie van legerhospitaal l’Océan. Dichtbij staat de heldenhuldezerk van Joe English. In de nabijheid ligt ook hoeve De Torrelen, waar hoofdgeneesheer Antoine Depage van l’Océan verbleef.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ocean

de lange tocht naar het veldhospitaal

Edward Walford Manifold, een Canadese militair in Britse dienst, schrijft op 11 april 1917 aan zijn ouders over de toestand aan het front in Frankrijk.

Dezer dagen houden onze oversten geen rekening met het weer. Een van onze doelen hebben we veroverd tijdens een sneeuwstorm vergezeld van een bitter koude wind. Natuurlijk heeft de koude niet veel invloed op de aanvallers, maar de arme gewonden moeten een grotere marteling doorstaan dan je je kan inbeelden.

Een paar dagen geleden hielp ik nog enkele maten om het veldhospitaal te bereiken. Zij waren de enige twee overlevenden van een groepje van vijftien waartussen een granaat ontplofte. De ene had een gebroken been, een gebroken arm en enkele smerige wonden. De andere had drie wonden op zijn lichaam en was bovendien nog getroffen door een sluipschutter terwijl hij probeerde zijn vriend vooruit te helpen. Deze sukkelaars waren al bijna 36 uur nat en hadden zich over een afstand van ruim anderhalve kilometer moeten voortbewegen over zeer ruw terrein.

Het schilderij hieronder is van John Charles Dollman getiteld “Fraternité”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dollman-Fraternite.jpg