het proces van de zes

Nu de Grieken de oorlog tegen de Turken verloren hebben, worden er zondebokken gezocht. De oorlog gestart in 1919, is geëindigd in september 1922 met de inname van Smyrna (nu Izmir). Honderdduizenden Griekse inwoners uit Klein-Azië zijn gevlucht over zee om aan de oprukkende Turken te ontsnappen. De pro-royalistische regering in Athene verliest de controle over de situatie.

Anti-royalistische groepen komen in opstand tegen de regering en er vindt een militaire staatsgreep plaats in Athene en de Egeïsche eilanden. De kolonels Nikolaos Plastiras en Stylianos Gonatas vormen op 11 september 1922 een revolutionair comité dat de troonsafstand eiste van koning Constantijn. Ze eisen ook het aftreden van de regering en de bestraffing van degenen die verantwoordelijk zijn voor de militaire ramp. Op 13 september treedt koning Constantijn af ten gunste van zijn eerstgeboren zoon, George. De ministers van de regering worden gearresteerd en de nieuwe koning stemt in met een nieuwe regering.

Op 12 oktober 1922 richt de junta een buitengewoon militair tribunaal  op, dat op 31 oktober bijeenkomt en een proces van twee weken uitvoert waarin de vijf hoogste leden van de omvergeworpen regering ( Dimitrios Gounaris , Georgios Baltatzis , Nikolaos Stratos , Nikolaos Theotokis en Petros Protopapadakis ) en generaal Georgios Hatzianestis (laatste opperbevelhebber van de Klein-Azië-campagne) worden berecht wegens hoogverraad, veroordeeld en ter dood veroordeeld. Ze worden geëxecuteerd een paar uur nadat het vonnis is uitgesproken en vóór de publicatie ervan op 28 november 1922. Twee beklaagden, admiraal Michail Goudas en generaal Xenophon Stratigos , krijgen levenslang.

Volgens het verdict hebben de zes met hun beslissingen tijdens de oorlog tegen de Turken de nationale belangen geschaad en de betrekkingen met de geallieerden onder druk gezet , waardoor het land naar de nederlaag is geleid.

In 1932, tijdens een toespraak in het parlement, zal premier Venizelos toegeven dat de slachtoffers inderdaad niet schuldig waren “wegens verraad”, maar hij wil geen enkele revolutionaire officier van de militaire tribune veroordelen, omdat ze handelden in patriottische en deugdzame manier. In 2010 vernietigen de Griekse rechtbanken de veroordelingen wegens nieuw bewijs en verwerpen ook de aanklachten wegens hoogverraad voor de zes.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Trial_of_the_Six

De bank van de beschuldigden : van links naar rechts, Goudas, Baltatzis, Stratigos, Gounaris, Stratos, Theotokis, Protopapadakis

Operatie Nemesis slaat toe in Rome

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. Op 5 december 1921 slaat Nemesis toe in Rome. Uitvoerder van de aanslag is Arshavir Shiragian. De jongeman is 21 jaar oud en geboren in Constantinopel. Hij is een tiener als de Groote Oorlog uitbreekt in 1914 maar hij wordt al snel een lid van het ondergrondse verzet. Hij smokkelt vluchtelingen en wapens doorheen verschillende locaties in de stad. De meeste Armeniërs proberen te overleven door hun hoofd zo veel mogelijk te buigen, letterlijk en figuurlijk, maar Shiragian is iemand die het conflict met de politie niet uit de weg gaat, en soms ook wel opzoekt. Hij is robuust, vertrouwd met wapens, een goed schutter en trefzeker. Als hij naar Rome wordt gestuurd, heeft hij al eerder Turkse vijanden van de Armeniërs uit de weg geruimd.

Zijn doel is Said Halim Pasja die in een villa niet ver van de Spaanse trappen in Rome zijn toevlucht heeft gezocht. Said Halim Pasja was groot-vizier van het Ottomaanse rijk tijdens de Groote Oorlog en hij heeft zijn handtekening gezet onder het bevel van de deportatie van de Armeniërs. Said Halim is niet alleen in Rome. Er zijn nog andere Turkse ballingen die samen met hem wachten op de overwinning van Mustafa Kemal om dan naar Turkije te kunnen terugkeren.

Als Shiragian in Rome toekomt, sluit hij al snel vriendschap met een jonge oorlogsweduwe Maria die hem uitnodigt om bij haar in te trekken. Korte tijd later weet Shiragian de woonplaats van Said Halim Pasja te vinden in de Via Bartolomeo Eustachio nummer 18. De voormalige grootvizier heeft zich het leven aangemeten van een Italiaanse gentleman met entourage, een Zwitserse dienstmeid, een lijfwacht en secretaris. Om niet op te vallen, besluit Shiragian Helena, een Griekse jongedame in de buurt, het hof te maken. En hij koopt nieuwe kleren die zo opvallend zijn, dat ze de aandacht van hemzelf moeten afleiden. Een grote zwarte hoed en een lange zwarte overjas moeten het theatrale benadrukken.

Op 5 december 1921 gaat Shiragian tot de actie over. Hij neemt de trein en stapt uit in de buurt van de Via Bartolomeo. Hij komt ongewild zijn Grieks liefje Helena tegen en begint een gesprek, terwijl hij de buurt nauwlettend in de gaten houdt. Als hij de koets van Said Halim Pasja ziet, slaat hij zonder twijfelen toe. Hij plaatst zich in het midden van de straat, brengt het paard tot stilstand, gaat langszij de koets en met één welgemikte kogel in het hoofd doodt hij de voormalige groot-vizier. Dan houdt Shiragian de lijfwacht onder vuur en dwingt hem zijn wapen te laten vallen. Vervolgens laat hij het verschrikte paard met de koets erachter vertrekken. De koetsier kan de koets tot staan brengen, maar het is al te laat. Door de drukte van het Romeinse verkeer is Shiragian kunnen ontkomen. Ooggetuigen zien dat hij zijn zwarte hoed en jas weggooit en dat iemand anders die hoed en jas oppakt en een andere richting uitvlucht.

Shiragian komt terug thuis bij de Italiaanse weduwe Maria. Die heeft het nieuws van de moord al opgevangen en waarschijnlijk kan ze de link met haar minnaar leggen. Ze stelt hem voor dat ze beiden zich terugtrekken in haar verblijf op het platteland. Op deze manier kan Shiragian aan de Italiaanse politie ontsnappen.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, pp. 244-253

einde van het tweede winteroffensief

Het Oekraïense nationale leger lanceert een tweede winteroffensief tegen de bolsjewieken in oktober en november 1921. Het doel is eenvoudig : doordringen tot centraal Oekraïne en daar de verschillende partisanengroepen onder één militair bevel brengen. Er zijn drie legers die voor dit doel worden ingezet. Het aantal soldaten is eerder bescheiden : 800 en 400 voor twee legers, van het derde leger is geen aantal bekend. Naast het beperkt aantal soldaten is de onderlinge communicatie nog de grootste uitdaging. Gelukkig worstelen de bolsjewieken met eenzelfde communicatieprobleem. Bovendien hoopt men versterking te krijgen eens men de partizanengroepen rond Zaporozje kan doen aansluiten bij het offensief.

De drie legers lanceren hun offensief op verschillende plaatsen. Een eerste melding van oprukkende soldaten wordt genoteerd door de bolsjewieken nabij Kiev op 28 oktober 1921. Partizanen rond Khmara, Sviatenko en Orlyk sluiten zich bij het offensief aan.

De kleinste groep valt aan vanuit Bessarabië maar houdt het offensief slechts vijf dagen vol alvorens zich terug te trekken. De Podillia groep valt aan op 25 oktober 1921 en kent meer succes. Deze 2e groep valt een sovjet cavalerieregiment aan, vernietigt het en gebruikt de uitrusting om het offensief zelf verder te zetten als cavalerieregiment. Ze rukken op tot het dorp Vakhnivka, 60 kilometer ten noorden van Kiev. Daar stuiten ze op sterke sovjet tegenstand. Ze trekken zich al vechtend terug en steken de Poolse grens over op 29 november 1921.

De Volynhia  groep begint het offensief op 4 november 1921. Ze veroveren de stad Korosten, maar kunnen ze niet behouden. Als ze horen dat de Podillia groep zich terugtrekt, vertrekt ook de derde groep terug naar hun startpositie. Ze worden echter achtervolgd door een sovjet cavalerieregiment en omsingeld nabij het dorp Bazar. Daar leveren ze slag met de Sovjets alvorens ze tot overgave gedwongen worden. Wie zich overgeeft, is echter lang niet zeker van zijn leven. De Sovjets executeren 359 soldaten op 22 november 1921. Enkel 120 soldaten en officieren weten te ontsnappen.

Om deze executie te gedenken is er een monument in Bazar (oekraïne) opgericht. Daarvan ziet u de foto hieronder.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Winter_Campaign

monument voor de geëxecuteerde soldaten van het Oekraïens nationale leger

Sacco en Vanzetti ter dood veroordeeld

De affaire Sacco en Vanzetti verwijst naar een bewogen rechtszaak die als schoolvoorbeeld dient van een gerechtelijke dwaling in de Verenigde Staten. Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti zijn twee Italianen die in 1908 naar de Verenigde Staten emigreren. Ze leren mekaar kennen in 1917 tijdens een staking. Beiden worden verondersteld sympathieën te hebben voor de anarchisten en aanhangers te zijn van de Italiaanse anarchist Galleani. Die predikt een gewelddadige vorm van anarchisme en is voorstander van geweld en aanslagen om zijn politieke doelen te bereiken.

In 1920 hebben de aanhangers van Galleani al een reeks aanslagen gepleegd en staan deze anarchisten bij de FBI gekend als een gevaarlijke groepering. Op 15 april 1920 wordt een overval gepleegd op twee geldlopers, die de lonen komen brengen van de Slater-Morrill Shoe Company in Braine, Massachussets. De twee geldopers worden daarbij gedood n de autoriteiten verdenken al snel de anarchisten van Galleani. Deze overval en de overval op een andere schoenenwinkel leidt de politie naar een Italiaan die in beide winkels heeft gewerkt, Mario Buda. Via hem komen ze uit bij Sacco en Vanzetti. Buda slaagt er nog in te ontsnappen naar het Italiaanse moederland, maar Sacco en Vanzetti worden gearresteerd. Op het moment van hun arrestatie zijn beiden in het bezit van een wapen klaar voor gebruik.

Op 31 mei 1921 , meer dan een jaar na de dodelijke overval op de twee geldlopers, start het proces tegen Sacco en Vanzetti. Ze hebben jammer genoeg hun reputatie van anarchisten en aanhangers van Galleani tegen zich. Daarenboven is alles wat geassocieerd kan worden met bolsjewisme of aanverwante strekkingen zeer verdacht in de Verenigde Staten. Ondanks de niet overtuigende bewijzen worden beiden op 14 juli 1921 ter dood veroordeeld.

Daarna start een jarenlang juridisch steekspel. Even lijkt het er op dat ze de dans gaan ontspringen als een zekere Celestino Medeiros , opgepakt wegens een bankoverval, zijn betrokkenheid bij de overval en de moorden bekent en eraan toevoegt dat noch Sacco noch Vanzetti betrokken zijn. De schuldbekentenis wordt als ongeloofwaardig afgedaan en zonder gevolg geklasseerd. Voor zijn aandeel in de bankoverval met dodelijke afloop krijgt Medeiros wel de doodstraf. Maar men blijft protesteren tegen het doodvonnis van Sacco en Vanzetti op basis van een te magere bewijsvoering. Het proces wordt ook uitvoerig becommentarieerd in de media en in verscheidene steden worden protestbetogingen gehouden ten gunste van Sacco en Vanzetti. Ook paus Pius XI sluit zich aan bij de pleitbezorgers van Sacco en Vanzetti. Het is echter allemaal tevergeefs. Door een vreemde samenloop van omstandigheden wordt de executie van de drie veroordeelden, Sacco, Vanzetti en Medeiros op dezelfde dag gepland. Op 23 augustus 1927 eindigen ze alledrie op de elektrische stoel.

Het proces van Sacco en Vanzetti wordt tot vandaag beschouwd als het voorbeeld van juridische dwaling in de Verenigde Staten.

bronnen
Sacco and Vanzetti – Wikipedia

Sacco and Vanzetti, 1921 | Gilder Lehrman Institute of American History

De zaak Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti | Historiek

https://www.newbedfordguide.com/celestino-medeiros-in-the-shadow/2013/09/03

opstand van Kronstadt neergeslagen

Kronstadt is een militaire haven en een vesting, gebouwd op het eiland Kotlin, op 30 kilometer afstand van Petrograd (Sint-Petersburg). De revolutionaire geschiedenis van de matrozen van Kronstadt begint al met de Februarirevolutie van 1917. Al heel snel hebben de matrozen een autonome sovjet (raad). Als in januari 1921 het broodrantsoen met een derde verlaagd wordt, komen er in februari stakingen en protestbetogingen van arbeiders in Moskou en Petrograd. De stakers worden hardhandig aangepakt door de bolsjewistische autoriteiten. Daarop verklaren de matrozen van Kronstadt zich solidair met de arbeiders. De bemanning van het slagschip Petropavlovsk neemt een resolutie aan, waarin onder meer geëist wordt dat er een herverkiezing van de Kronstadtse sovjet plaats moest vinden omdat de zittende sovjet de wil van de arbeiders en de boeren niet meer uitvoert. De Sovjetregering besluit daarop een delegatie naar Kronstadt te sturen onder leiding van Michail Kalinin  om orde op zaken te stellen. De delegatie wordt op 1 maart 1921 voor een oldongen feit gesteld als de stemming over de resolutie van de matrozen toch wordt gestemd en goedgekeurd.

Op 2 maart 1921 beschoouwen Vladimir Lenin en Leon Trotski de opstand in Kronstadt als muiterij en beginnen maatregelen voor te bereiden. Verdachte soldaten, matrozen en familieleden van opstandelingen in Petrograd worden gearresteerd en in de hele provincie Petrograd wordt de noodtoestand uitgeroepen. In Kronstadt wordt op dezelfde dag een Voorlopig Revolutionair Comité ingesteld ter verdediging van Kronstadt, onder leiding van Petrisjenko. Die laat direct alle vestingen en garnizoenen in Kronstadt bezetten, waarmee het gewapende verzet tegen de centrale Sovjetregering een feit is.

Op 5 maart stelt Trotski een ultimatum aan de opstandelingen in Kronstadt; hij eist dat zij zich onmiddellijk aan het gezag van de Sovjetrepubliek onderwerpen. Op 7 maart wordt de aanval geopend en bestookt het Sovjetleger Kronstadt met een spervuur aan bommen en granaten. Op 8 maart bestormen infanterie-eenheden van Toechatsjevski de stad vanuit een sneeuwstorm, in witte pakken, maar de aanval wordt door de Kronstadters afgeslagen. Veel van de Rode infanteristen worden kansloos neergeschoten of vinden de dood in de gaten die de zware wapens van de opstandelingen in het ijs hadden geschoten. Generaal Toechatsjevski plaatst Tsjeka-agenten met machinegeweren achter de infanterie om soldaten die zonder bevel terugtrekken dood te schieten

Van 10 tot 15 maart wordt Kronstadt vrijwel voortdurend gebombardeerd. De bevolking van Kronstadt, dat volledig omsingeld is, wordt steeds hongeriger, maar houdt vol. Ook vrouwen en kinderen sjouwen met munitie en slepen gewonden weg uit de frontlinie. Op 15 maart wordt het hospitaal door een bombardement vernietigd.

Op 16 maart om 14 uur 20 begint de Sovjetartillerie met een onafgebroken kanonnade die de definitieve fase van de strijd inluidt. Met het vallen van de nacht nemen de Sovjettroepen hun stellingen op het ijs weer in en om 1 uur in de nacht zetten ze zich in beweging. Op hun buik op het ijs liggend schieten de Kronstadters vanachter het prikkeldraad tot hun munitie op was. De slag zal 18 uur woeden en aan 10.000 soldaten van het Rode Leger het leven kosten.

Op 17 maart bereiken de bolsjewistische troepen van Toechatsjevski de stad. Arbeiders en matrozen leveren nog verwoede straatgevechten, maar aan het eind van de ochtend hebben de bolsjewieken het Ankerplein bezet. Eenheden van de Tsjeka krijgen absolute volmacht de stad te reinigen van de ‘muiters’. De laatste matrozen blijven zich verdedigen tot enige tientallen bij elkaar worden gedreven nabij het Ankerplein en door mitrailleurvuur worden afgemaakt. In de noordpunt van de stad gaat het schieten nog even door en enkele matrozen weten in de nacht nog te ontkomen naar Finland.

In de ochtend van 18 maart is het, op een enkel schot na, stil in de straten van Kronstadt en hebben de opstandelingen zich overgegeven. De gevangen opstandelingen worden gedwongen om een strafmars door Petrograd te lopen. Later die nacht worden 500 muiters zonder enige vorm van proces doodgeschoten.

In de loop van de daarop volgende maanden worden nog eens 2000 opstandelingen geëxecuteerd, bijna allemaal zonder enige vorm van proces, terwijl tal van anderen naar Solovki werden gestuurd, het eerste concentratiekamp in Rusland.

Zo’n 8000 opstandelingen zijn erin geslaagd naar Finland te vluchten, maar daar worden ze gevangengezet en gedwongen dwangarbeid te verrichten. Velen worden later terug naar Rusland gelokt met de belofte van amnestie, waarna ze bij terugkeer worden doodgeschoten of naar een concentratiekamp gestuurd.

De opstand van Kronstadt wordt gezien als een markerend moment in de Sovjetgeschiedenis: voor het eerst keert het bewind zich tegen een proletarische opstand. De opstand brengt Lenin tot een ‘verbod van factievorming’ en is zo een belangrijke aanleiding voor de vestiging van de absolute dictatuur.

Het neerslaan van de opstand heeft een verpletterende werking op socialisten over de hele wereld. Ze zien het als een bewijs dat de bolsjewieken tirannen zijn geworden.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Opstand_van_Kronstadt

Ierse muiterij in India

Op 2 november 1920 sterft James Daly voor het executiepeloton. Daarmee komt er een einde aan de muiterij van de Ierse Connaught Rangers in Brits-Indië. Die muiterij begint einde juni 1920 in Wellington Barracks in Jalandhar (Punjab). Daar is William Daly, broer van James Daly, bij betrokken. Het nieuws van de muiterij verspreidt zich de dagen daarna bij de andere regimenten van de Connaught Rangers. Reden van de muiterij is het ongenoegen over het Britse optreden in Ierland. De muiters hijsen de Ierse driekleur boven de barakken en weigeren de bevelen van de officieren op te volgen. Ze geven hun wapens af die in het magazijn worden bijeengebracht. Maar een deel van de muiters breken op een nacht in het magazijn in om hun wapens terug te nemen. Bij die actie vallen 2 doden.

Daarmee is het geduld van de Britse militaire overheid ten einde. Loyale regimenten nemen de macht in de barakken van de muiters over. Alle muiters verschijnen voor het krijgsgerecht. 10 muiters krijgen de vrijspraak, 59 krijgen levenslang en 19 de doodstraf. Die straffen worden later nog gemilderd maar niet voor Daly. Op 2 november 1920 wordt James Daly door het vuurpeloton doodgeschoten. Daarmee is hij (tot nu toe) de laatste Britse militair die wegens muiterij wordt geëxecuteerd.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/James_Daly_(mutineer)

moord op Liebknecht en Luxemburg

De Spartakusopstand begint op 5 januari 1919 met een futiele aanleiding : de zelfbenoemde hoofdcommisaris van Berlijn, een radicale socialist, is door de eerste minister Ebert ontslagen en de spartakisten roepen op tot een demonstratie. Karl Liebknecht, samen met Rosa Luxemburg één van de drijvende krachten achter de Spartakusbeweging, neemt het woord op de demonstratie.

Op maandag 6 januari 1919 wordt een algemene staking gehouden waaraan 200.000 arbeiders deelnemen. De Berlijners zien twee optochten door de binnenstand : een van sociaal-democratebn een andere van spartakisten. Weer staat er een menigte op de Alexanderplatz, klaar om de regeringsgebouwen te bestormen. Iedereen wacht op het begin van de grote Berlijnse revolutie. Er gebeurt niets.

Dan slaat de stemming om : de regering Ebert krijgt de steun van een aantal conservatieve legeronderdelen. In felle huis-aan-huisgevechten wordt het ene na het andere bezet gebouw heroverd. Het gebouw van Vorwärts wordt bestormd, en als de dienstdoende officier aan de Rijkskanselarij vraagt wat hij met de 300 bezetters moet doen, krijgt hij ten antwoord :”Allemaal neerschieten.”. Hij is een officier van de oude stempel en weigert. Uiteindelijk worden zeven bezetters geëxecuteerd, de anderen worden zwaar mishandeld. Diezelfde zaterdagmiddag marcheren de eerste vrijkorpsen de stad binnen, met aan het hoofd Gustav Noske. Dan begint een blinde jacht op radicalen en communisten. Van de spartakisten die verzet bieden, worden er alleen al in Berlijn twaalfhonderd doodgeschoten.

Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht worden op 15 januari 1919 opgepakt, bij het Edenhotel met geweerkolven half bewusteloos geslagen en vervolgens door het hoofd geschoten. Liebknecht wordt bij het lijkenhuis afgeleverd. Rosa Luxemburg wordt, stervend, in het Landwehrkanaal gesmeten. De soldaat die Liebknecht de hersens had ingeslagen, een zekere Runge, krijgt als enige een paar maanden cel. Luitenant Vogel, die Rosa Luxemburg heeft doodgeschoten, wordt enkel veroordeeld voor het illegaal deponeren van een lijk. Hij vlucht naar Nederland en krijgt amnestie. Kapitein Waldemar Pabst, die het bevel voerde, wordt geen haar gekrenkt en hij sterft in 1970 rustig in zijn bed.

bron : Geert Mak, In Europa, Olympus  

Frans Massy terechtgesteld

FransMassy_1918

Frans Massy

In Hasselt stellen de Duitsers de 37-jarige coiffeur Frans Massy op 7 oktober 1918 terecht wegens spionage. In zijn goed aangeschreven kapsalon aan de Koningin Astridlaan kwamen ook diverse vooraanstaanden over de vloer. Behalve spion is Frans Massy ook actief in Le mot du soldat, een organisatie die brieven van soldaten aan de Ijzer naar hun familieleden brengt. Voor deze organisatie werkt ook een dienstmeid van de zusters ursulinnen die verkleed als non brieven over de Nederlandse grens smokkelt. Wellicht werd Frans Massy verklikt door een aangehouden lid van de organisatie.

Bij zijn aanhouding wordt Frans Massy niet gefouilleerd en hij kan vertrouwelijke documenten doorslikken. Volgens de Duitse versie van de feiten pleegt hij zelfmoord in de gevangenis, maar na de oorlog duiken er berichten op dat hij gewurgd zou zijn omdat hij weigerde mee te werken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Tsaar en familie vermoord

In Jekaterinaburg wordt de Russische tsarenfamilie uitgemoord.

Het aftreden van de tsaar op 15 april 1917 is het begin van het definitieve einde van de Romanov-dynastie, het einde ook van hun luxeleventje. In april 1918 brengen de bolsjewieken de tsarenfamilie over naar Tobolsk om ze uit de buurt te houden van het tsaargezinde Witte Leger. Via Moskou gaat het vervolgens naar Jekaterinaburg waar de familie vastgehouden wordt in het zogenaamde Ipatiev-huis.

In de nacht van 16 op 17 juli 1918 haalt commandant Jakov Joertovski de familie uit bed. Met een smoesje – een foto maken om te bewijzen dat jullie nog leven – brengt hij hen naar de kelder waar ze geëxecuteerd worden op bevel van de regering. Rond 2u30 in de ochtend worden de lichamen naar een verlaten mijnbouwschacht gebracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Russian_Royal_Family_1917

guillotine voor Emile Verfaille

Volgens sommige bronnen wordt de doodstraf op Emile Verfaille voltrokken op 26 maart 1918, anderen houden het op 27 maart 1918. Wat er ook van zij, dit is in ieder geval de laatste uitgevoerde doodstraf voor een “gewoon” misdrijf. Na de tweede wereldoorlog worden er nog wel mensen gefusilleerd wegens collaboratie.

De krijgsraad veroordeelde Emile Verfaille, wachtmeester-foerier in het Belgische leger, voor roofmoord (lees meer op deze pagina) . Kort nadien wordt de doodstraf uitgevoerd met een speciaal daarvoor uit Frankrijk overgebrachte guillotine. Omdat het ging om een misdaad van gemeen recht, moet Verfaille niet het voor militairen meer gebruikelijke vuurpeloton trotseren. Naar verluidt werd Veurne beschoten tijdens de voltrekking van de doodstraf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

veurne-guillotine