Sacco en Vanzetti ter dood veroordeeld

De affaire Sacco en Vanzetti verwijst naar een bewogen rechtszaak die als schoolvoorbeeld dient van een gerechtelijke dwaling in de Verenigde Staten. Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti zijn twee Italianen die in 1908 naar de Verenigde Staten emigreren. Ze leren mekaar kennen in 1917 tijdens een staking. Beiden worden verondersteld sympathieën te hebben voor de anarchisten en aanhangers te zijn van de Italiaanse anarchist Galleani. Die predikt een gewelddadige vorm van anarchisme en is voorstander van geweld en aanslagen om zijn politieke doelen te bereiken.

In 1920 hebben de aanhangers van Galleani al een reeks aanslagen gepleegd en staan deze anarchisten bij de FBI gekend als een gevaarlijke groepering. Op 15 april 1920 wordt een overval gepleegd op twee geldlopers, die de lonen komen brengen van de Slater-Morrill Shoe Company in Braine, Massachussets. De twee geldopers worden daarbij gedood n de autoriteiten verdenken al snel de anarchisten van Galleani. Deze overval en de overval op een andere schoenenwinkel leidt de politie naar een Italiaan die in beide winkels heeft gewerkt, Mario Buda. Via hem komen ze uit bij Sacco en Vanzetti. Buda slaagt er nog in te ontsnappen naar het Italiaanse moederland, maar Sacco en Vanzetti worden gearresteerd. Op het moment van hun arrestatie zijn beiden in het bezit van een wapen klaar voor gebruik.

Op 31 mei 1921 , meer dan een jaar na de dodelijke overval op de twee geldlopers, start het proces tegen Sacco en Vanzetti. Ze hebben jammer genoeg hun reputatie van anarchisten en aanhangers van Galleani tegen zich. Daarenboven is alles wat geassocieerd kan worden met bolsjewisme of aanverwante strekkingen zeer verdacht in de Verenigde Staten. Ondanks de niet overtuigende bewijzen worden beiden op 14 juli 1921 ter dood veroordeeld.

Daarna start een jarenlang juridisch steekspel. Even lijkt het er op dat ze de dans gaan ontspringen als een zekere Celestino Medeiros , opgepakt wegens een bankoverval, zijn betrokkenheid bij de overval en de moorden bekent en eraan toevoegt dat noch Sacco noch Vanzetti betrokken zijn. De schuldbekentenis wordt als ongeloofwaardig afgedaan en zonder gevolg geklasseerd. Voor zijn aandeel in de bankoverval met dodelijke afloop krijgt Medeiros wel de doodstraf. Maar men blijft protesteren tegen het doodvonnis van Sacco en Vanzetti op basis van een te magere bewijsvoering. Het proces wordt ook uitvoerig becommentarieerd in de media en in verscheidene steden worden protestbetogingen gehouden ten gunste van Sacco en Vanzetti. Ook paus Pius XI sluit zich aan bij de pleitbezorgers van Sacco en Vanzetti. Het is echter allemaal tevergeefs. Door een vreemde samenloop van omstandigheden wordt de executie van de drie veroordeelden, Sacco, Vanzetti en Medeiros op dezelfde dag gepland. Op 23 augustus 1927 eindigen ze alledrie op de elektrische stoel.

Het proces van Sacco en Vanzetti wordt tot vandaag beschouwd als het voorbeeld van juridische dwaling in de Verenigde Staten.

bronnen
Sacco and Vanzetti – Wikipedia

Sacco and Vanzetti, 1921 | Gilder Lehrman Institute of American History

De zaak Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti | Historiek

https://www.newbedfordguide.com/celestino-medeiros-in-the-shadow/2013/09/03

opstand van Kronstadt neergeslagen

Kronstadt is een militaire haven en een vesting, gebouwd op het eiland Kotlin, op 30 kilometer afstand van Petrograd (Sint-Petersburg). De revolutionaire geschiedenis van de matrozen van Kronstadt begint al met de Februarirevolutie van 1917. Al heel snel hebben de matrozen een autonome sovjet (raad). Als in januari 1921 het broodrantsoen met een derde verlaagd wordt, komen er in februari stakingen en protestbetogingen van arbeiders in Moskou en Petrograd. De stakers worden hardhandig aangepakt door de bolsjewistische autoriteiten. Daarop verklaren de matrozen van Kronstadt zich solidair met de arbeiders. De bemanning van het slagschip Petropavlovsk neemt een resolutie aan, waarin onder meer geëist wordt dat er een herverkiezing van de Kronstadtse sovjet plaats moest vinden omdat de zittende sovjet de wil van de arbeiders en de boeren niet meer uitvoert. De Sovjetregering besluit daarop een delegatie naar Kronstadt te sturen onder leiding van Michail Kalinin  om orde op zaken te stellen. De delegatie wordt op 1 maart 1921 voor een oldongen feit gesteld als de stemming over de resolutie van de matrozen toch wordt gestemd en goedgekeurd.

Op 2 maart 1921 beschoouwen Vladimir Lenin en Leon Trotski de opstand in Kronstadt als muiterij en beginnen maatregelen voor te bereiden. Verdachte soldaten, matrozen en familieleden van opstandelingen in Petrograd worden gearresteerd en in de hele provincie Petrograd wordt de noodtoestand uitgeroepen. In Kronstadt wordt op dezelfde dag een Voorlopig Revolutionair Comité ingesteld ter verdediging van Kronstadt, onder leiding van Petrisjenko. Die laat direct alle vestingen en garnizoenen in Kronstadt bezetten, waarmee het gewapende verzet tegen de centrale Sovjetregering een feit is.

Op 5 maart stelt Trotski een ultimatum aan de opstandelingen in Kronstadt; hij eist dat zij zich onmiddellijk aan het gezag van de Sovjetrepubliek onderwerpen. Op 7 maart wordt de aanval geopend en bestookt het Sovjetleger Kronstadt met een spervuur aan bommen en granaten. Op 8 maart bestormen infanterie-eenheden van Toechatsjevski de stad vanuit een sneeuwstorm, in witte pakken, maar de aanval wordt door de Kronstadters afgeslagen. Veel van de Rode infanteristen worden kansloos neergeschoten of vinden de dood in de gaten die de zware wapens van de opstandelingen in het ijs hadden geschoten. Generaal Toechatsjevski plaatst Tsjeka-agenten met machinegeweren achter de infanterie om soldaten die zonder bevel terugtrekken dood te schieten

Van 10 tot 15 maart wordt Kronstadt vrijwel voortdurend gebombardeerd. De bevolking van Kronstadt, dat volledig omsingeld is, wordt steeds hongeriger, maar houdt vol. Ook vrouwen en kinderen sjouwen met munitie en slepen gewonden weg uit de frontlinie. Op 15 maart wordt het hospitaal door een bombardement vernietigd.

Op 16 maart om 14 uur 20 begint de Sovjetartillerie met een onafgebroken kanonnade die de definitieve fase van de strijd inluidt. Met het vallen van de nacht nemen de Sovjettroepen hun stellingen op het ijs weer in en om 1 uur in de nacht zetten ze zich in beweging. Op hun buik op het ijs liggend schieten de Kronstadters vanachter het prikkeldraad tot hun munitie op was. De slag zal 18 uur woeden en aan 10.000 soldaten van het Rode Leger het leven kosten.

Op 17 maart bereiken de bolsjewistische troepen van Toechatsjevski de stad. Arbeiders en matrozen leveren nog verwoede straatgevechten, maar aan het eind van de ochtend hebben de bolsjewieken het Ankerplein bezet. Eenheden van de Tsjeka krijgen absolute volmacht de stad te reinigen van de ‘muiters’. De laatste matrozen blijven zich verdedigen tot enige tientallen bij elkaar worden gedreven nabij het Ankerplein en door mitrailleurvuur worden afgemaakt. In de noordpunt van de stad gaat het schieten nog even door en enkele matrozen weten in de nacht nog te ontkomen naar Finland.

In de ochtend van 18 maart is het, op een enkel schot na, stil in de straten van Kronstadt en hebben de opstandelingen zich overgegeven. De gevangen opstandelingen worden gedwongen om een strafmars door Petrograd te lopen. Later die nacht worden 500 muiters zonder enige vorm van proces doodgeschoten.

In de loop van de daarop volgende maanden worden nog eens 2000 opstandelingen geëxecuteerd, bijna allemaal zonder enige vorm van proces, terwijl tal van anderen naar Solovki werden gestuurd, het eerste concentratiekamp in Rusland.

Zo’n 8000 opstandelingen zijn erin geslaagd naar Finland te vluchten, maar daar worden ze gevangengezet en gedwongen dwangarbeid te verrichten. Velen worden later terug naar Rusland gelokt met de belofte van amnestie, waarna ze bij terugkeer worden doodgeschoten of naar een concentratiekamp gestuurd.

De opstand van Kronstadt wordt gezien als een markerend moment in de Sovjetgeschiedenis: voor het eerst keert het bewind zich tegen een proletarische opstand. De opstand brengt Lenin tot een ‘verbod van factievorming’ en is zo een belangrijke aanleiding voor de vestiging van de absolute dictatuur.

Het neerslaan van de opstand heeft een verpletterende werking op socialisten over de hele wereld. Ze zien het als een bewijs dat de bolsjewieken tirannen zijn geworden.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Opstand_van_Kronstadt

Ierse muiterij in India

Op 2 november 1920 sterft James Daly voor het executiepeloton. Daarmee komt er een einde aan de muiterij van de Ierse Connaught Rangers in Brits-Indië. Die muiterij begint einde juni 1920 in Wellington Barracks in Jalandhar (Punjab). Daar is William Daly, broer van James Daly, bij betrokken. Het nieuws van de muiterij verspreidt zich de dagen daarna bij de andere regimenten van de Connaught Rangers. Reden van de muiterij is het ongenoegen over het Britse optreden in Ierland. De muiters hijsen de Ierse driekleur boven de barakken en weigeren de bevelen van de officieren op te volgen. Ze geven hun wapens af die in het magazijn worden bijeengebracht. Maar een deel van de muiters breken op een nacht in het magazijn in om hun wapens terug te nemen. Bij die actie vallen 2 doden.

Daarmee is het geduld van de Britse militaire overheid ten einde. Loyale regimenten nemen de macht in de barakken van de muiters over. Alle muiters verschijnen voor het krijgsgerecht. 10 muiters krijgen de vrijspraak, 59 krijgen levenslang en 19 de doodstraf. Die straffen worden later nog gemilderd maar niet voor Daly. Op 2 november 1920 wordt James Daly door het vuurpeloton doodgeschoten. Daarmee is hij (tot nu toe) de laatste Britse militair die wegens muiterij wordt geëxecuteerd.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/James_Daly_(mutineer)

moord op Liebknecht en Luxemburg

De Spartakusopstand begint op 5 januari 1919 met een futiele aanleiding : de zelfbenoemde hoofdcommisaris van Berlijn, een radicale socialist, is door de eerste minister Ebert ontslagen en de spartakisten roepen op tot een demonstratie. Karl Liebknecht, samen met Rosa Luxemburg één van de drijvende krachten achter de Spartakusbeweging, neemt het woord op de demonstratie.

Op maandag 6 januari 1919 wordt een algemene staking gehouden waaraan 200.000 arbeiders deelnemen. De Berlijners zien twee optochten door de binnenstand : een van sociaal-democratebn een andere van spartakisten. Weer staat er een menigte op de Alexanderplatz, klaar om de regeringsgebouwen te bestormen. Iedereen wacht op het begin van de grote Berlijnse revolutie. Er gebeurt niets.

Dan slaat de stemming om : de regering Ebert krijgt de steun van een aantal conservatieve legeronderdelen. In felle huis-aan-huisgevechten wordt het ene na het andere bezet gebouw heroverd. Het gebouw van Vorwärts wordt bestormd, en als de dienstdoende officier aan de Rijkskanselarij vraagt wat hij met de 300 bezetters moet doen, krijgt hij ten antwoord :”Allemaal neerschieten.”. Hij is een officier van de oude stempel en weigert. Uiteindelijk worden zeven bezetters geëxecuteerd, de anderen worden zwaar mishandeld. Diezelfde zaterdagmiddag marcheren de eerste vrijkorpsen de stad binnen, met aan het hoofd Gustav Noske. Dan begint een blinde jacht op radicalen en communisten. Van de spartakisten die verzet bieden, worden er alleen al in Berlijn twaalfhonderd doodgeschoten.

Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht worden op 15 januari 1919 opgepakt, bij het Edenhotel met geweerkolven half bewusteloos geslagen en vervolgens door het hoofd geschoten. Liebknecht wordt bij het lijkenhuis afgeleverd. Rosa Luxemburg wordt, stervend, in het Landwehrkanaal gesmeten. De soldaat die Liebknecht de hersens had ingeslagen, een zekere Runge, krijgt als enige een paar maanden cel. Luitenant Vogel, die Rosa Luxemburg heeft doodgeschoten, wordt enkel veroordeeld voor het illegaal deponeren van een lijk. Hij vlucht naar Nederland en krijgt amnestie. Kapitein Waldemar Pabst, die het bevel voerde, wordt geen haar gekrenkt en hij sterft in 1970 rustig in zijn bed.

bron : Geert Mak, In Europa, Olympus  

Frans Massy terechtgesteld

FransMassy_1918

Frans Massy

In Hasselt stellen de Duitsers de 37-jarige coiffeur Frans Massy op 7 oktober 1918 terecht wegens spionage. In zijn goed aangeschreven kapsalon aan de Koningin Astridlaan kwamen ook diverse vooraanstaanden over de vloer. Behalve spion is Frans Massy ook actief in Le mot du soldat, een organisatie die brieven van soldaten aan de Ijzer naar hun familieleden brengt. Voor deze organisatie werkt ook een dienstmeid van de zusters ursulinnen die verkleed als non brieven over de Nederlandse grens smokkelt. Wellicht werd Frans Massy verklikt door een aangehouden lid van de organisatie.

Bij zijn aanhouding wordt Frans Massy niet gefouilleerd en hij kan vertrouwelijke documenten doorslikken. Volgens de Duitse versie van de feiten pleegt hij zelfmoord in de gevangenis, maar na de oorlog duiken er berichten op dat hij gewurgd zou zijn omdat hij weigerde mee te werken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Tsaar en familie vermoord

In Jekaterinaburg wordt de Russische tsarenfamilie uitgemoord.

Het aftreden van de tsaar op 15 april 1917 is het begin van het definitieve einde van de Romanov-dynastie, het einde ook van hun luxeleventje. In april 1918 brengen de bolsjewieken de tsarenfamilie over naar Tobolsk om ze uit de buurt te houden van het tsaargezinde Witte Leger. Via Moskou gaat het vervolgens naar Jekaterinaburg waar de familie vastgehouden wordt in het zogenaamde Ipatiev-huis.

In de nacht van 16 op 17 juli 1918 haalt commandant Jakov Joertovski de familie uit bed. Met een smoesje – een foto maken om te bewijzen dat jullie nog leven – brengt hij hen naar de kelder waar ze geëxecuteerd worden op bevel van de regering. Rond 2u30 in de ochtend worden de lichamen naar een verlaten mijnbouwschacht gebracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Russian_Royal_Family_1917

guillotine voor Emile Verfaille

Volgens sommige bronnen wordt de doodstraf op Emile Verfaille voltrokken op 26 maart 1918, anderen houden het op 27 maart 1918. Wat er ook van zij, dit is in ieder geval de laatste uitgevoerde doodstraf voor een “gewoon” misdrijf. Na de tweede wereldoorlog worden er nog wel mensen gefusilleerd wegens collaboratie.

De krijgsraad veroordeelde Emile Verfaille, wachtmeester-foerier in het Belgische leger, voor roofmoord (lees meer op deze pagina) . Kort nadien wordt de doodstraf uitgevoerd met een speciaal daarvoor uit Frankrijk overgebrachte guillotine. Omdat het ging om een misdaad van gemeen recht, moet Verfaille niet het voor militairen meer gebruikelijke vuurpeloton trotseren. Naar verluidt werd Veurne beschoten tijdens de voltrekking van de doodstraf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

veurne-guillotine

 

Belgisch spionagenetwerk ontmanteld

Op de Stedelijke Schietbaan in Gent executeren de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog zowat vijftig mensen, onder wie een eigen officier. Op 19 maart 1918 sterven Theo Goedhuys, Achille De Backer en Alfons Van Caeneghem voor het vuurpeloton nadat een andere Belg hen heeft verraden. Op een drietalige aanplakbrief krijgt het publiek het nieuws over hun executie te lezen, ter afschrikking. 

Theo Goedhuys en zijn makkers waren actief in een spionagenetwerk dat de Britten inlichtingen verschafte over verplaatsingen van Duitse troepen en materiaal per trein. Theo, die na zijn huwelijk van Ledeberg naar Kortijk verhuist, werkt bij de spoorwegen als hoofdtreinwachter, een functie die toegang biedt tot allerhande nuttige spoorinformatie. 

Naar Theo Goedhuys is een plein genoemd in zijn geboorteplaats Nieuwpoort alhoewel zijn ouders kort na zijn geboorte naar Ledeberg verhuisden. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

TheoGoedhuys_19180319

 

veroordeeld wegens moord

In het klooster van de Blauwe Zusters in Veurne spreekt de krijgsraad van het Belgische leger op 12 januari 1918 de doodstraf uit over de 26-jarige wachtmeester-foerier Emiel Ferfaille. Hij is schuldig aan de moord op zijn 20-jarige vriendin Rachel Ryckewaert. Omdat het niet gaat over een militair misdrijf, maar een misdrijf van gemeen recht zal de dodstraf niet uitgevoerd worden met de kogel maar dor onthoofding.

De terechtstelling gaat afhankelijk van de bron door op 26 maart of 27 maart 1918 in de gevangenis van Veurne, net terwijl de Duitsers de stad bombarderen. Omdat België niet meer over een eigen guillotine beschikt, moet er tijdelijk een ingevoerd worden uit Frankrijk.

Het is vor het laatst dat in België een doodstraf wordt uitgevoerd voor een gewoon misdrijf. Na de tweede wereldoorlog zijn er nog wel executies van oorlogsmisdadigers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EmielFerfaille_1918

Emiel Ferfaille

 

 

arrestatie van Victor Spencer

Britse soldaten houden soldaat Victor Manson Spencer (New Zealand Expeditionary Force) aan op 2 januari 1918 nadat hij in augustus 1917 al voor de tweede keer deserteerde. Ditmaal kent het krijgsgerecht geen genade : op 24 februari 1918 volgt zijn terechtstelling.

Zijn graf vind je op The Huts Cemetery in perk XV. Naast hem rust soldaat Henry Hughes, die eveneens geëxecuteerd werd om disciplinaire redenen. Hij deserteerde terwijl de over hem uitgesproken doodstraf voorlopig was opgeschort.

Victor Spencer mag dan voor desertie veroordeeld worden; hij is geen angsthaas. Hij heeft zich in 1915 als vrijwilliger aangeboden en heeft dat jaar in  Gallipoli gevochten. Daarna is hij naar het westelijk front gestuurd. In juli 1916 blijft zijn bataljon een maand in de hevigste beschietingen in de eerste linies nabij Armentières. En dat heeft zijn tol geëist. Hij verblijft een maand in het hospitaal voor wat ze dan “shell shock” noemen. Hij deserteert een eerste maal en wordt tot negen maanden dwangarbeid veroordeeld. Daarna wordt hij terug naar de vuurlinie gestuurd. Hij deserteert een tweede keer en wordt daarna opgepakt als hij schuilt bij een Franse vrouw en haar 2 kinderen. Hij zal nooit meer kunnen vluchten…

In september 2000 krijgt Victor Manson en vier andere soldaten postuum gratie als het Nieuw-Zeelandse parlement stemt voor de Pardon for Soldiers of the Great War Act.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nzhistory.govt.nz/media/video/executed-five-great-war-story

VictorMansonSpencer_1918