een Duitse krijgsgevangene in Lettenburg

Dokter Lievens is op de avond van 27 mei 1917 in de medische divisiepost in Lettenburg. Daar wordt een Duitse soldaat gewond binnen gevoerd na een overval op een Duitse luisterpost.

Ik verzorg en ondervraag hem. Hij heet Friedrich Papenberg, is 42 jaar en hoort tot de 387e Landsturm. Hij was twee jaar in Charleroi, waar hij tot de lokale politie hoorde. Nog maar twee dagen geleden was hij naar ons front gestuurd, waar hij deel uitmaakte van het peloton op de stelling Kloosterhoek. Hij werd getroffen op het ogenblik dat de Belgen binnenvielen en hij weet niet wat er met zijn wachtcollega is gebeurd.

Hij is erg verzwakt door het traject doorheen de inundatie. Nochtans levert hij een zichtbare inspanning om onze vragen te beantwoorden. Rechts van hen is de sector door marinetroepen bezet en links door een Landsturmregiment net als dat van hem. De beschietingen van 24 mei op Vicogne hebben niet de gewenste resultaten opgeleverd.  Er vielen geen dodelijke slachtoffers en de schuilplaatsen werden niet volledig vernietigd. Daarentegen waren de Duitse verliezen in Diksmuide zwaar als gevolg van het gebruik van torpedoprojectielen. (…)

Het nieuws dat zijn vrouw in Hannover hem laat weten, deugt niet : ze krijgen een beetje slecht zwart brood, geen aardappelen en weinig vlees. Hij toont een postkaart waarop zijn vrouw hem gelukwenst met zijn verjaardag en dat is juist vandaag. Zij hoopt dat ze volgend jaar die dag samen kunnen vieren en dat de goede God hem mag sparen tot het einde van de oorlog.

Dan begint de gewonde man te snikken en met ogen vol angst vraag hij “Komm ich wieder gesund ?”. Hij wordt naar Sint-Jansmolen (Lampernisse) geëvacueerd. Ik blijf in Lettenburg tot de 31e mei.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DuitseSoldaatKrijgsgevangen01.jpg

 

Luchtacrobatie boven Ijzerfront

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek op 26 mei 1917.

Wacht Noord. Op 26 mei maak ik tegen de middag onder een lekker zonnetje een toch langs de kleine posten en luisterposten en neem foto’s die nog interessant beloven te zijn. In de namiddag nemen onze vliegtuigen een reeks vernietigingen van vijandelijke constructies voor hun rekening. Ze worden met ongehoorde hevigheid bestookt en wel twintigmaal heb ik de indruk dat ze worden geraakt door de ontelbare shrapnels die in hun omgeving ontploffen. Maar onze piloten raken erdoorheen met een stoutmoedigheid gekoppeld aan een wonderlijk toeval.

Na een uur schermutselingen zijn de Duitsers door hun voorraad heen en moeten ze noodgedwongen onze vermetele piloten ongestraft laag over hun linies laten vliegen. De Duitse woede uit zich dan in karabijnschoten en mitrailleurgeratel. Als toetje bezorgen onze piloten hen wat spektakel door loopings en plotse koersveranderingen uit te voeren, wat de Duitsers, als ze positief zijn, toch moeten bewonderen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Onderstaande tekening is van Romain Hugault, de piloot met de edelweiss

PilootEdelweiss20170529.jpg

in de hulppost van Lettenburg

Dokter Maurice Lievens is van wacht in de hulppost van Lettenburg en noteert het volgende in zijn dagboek.

6-3-1917 : Grote Wacht Noord, rustig en kalm. ’s Avonds ben ik van dienst in de divisiehulppost van Lettenburg. Ik verzorg één gewonde : Oswald Gruwer van het 2e Jagers te paard.

7-3-1917 : François Pauwels van Aalst, 7e linieregiment, kogel in de voorarm.

8-3-1917 : Jozef Verlinden van de Gidsen, kogel in de linkervoorarm.

9-3-1917 : Adolf De Dobbelaere van het 7e linieregiment : wonde aan de wang en de linkerschouder. F. Lievens van Olen : wonde aan het hoofd met schedelschade door een kogel. Beiden komen uit de Dodengang. Lievens sterft in mijn medische post.

10-3-1917 : Louis Lagneau van de P.P.G. (kleine loerpost). Grote Wacht Zuid : omgekomen door granaatscherf in de hartstreek. Adhémar Bocke, eerste sergeant-majoor van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst rechts. Henri Cokaïko, kapitein van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst, kogel in de onderbuik. Ernest Boelen, sergeant bij de Genie : kogel doorheen de borst, verlamming van de onderste ledematen. Ik heb hem naar het hospitaal van Cabourg gestuurd.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Lettenburg1917

 

Berging van een gesneuvelde

Dokter Lievens noteert op 3 maart 1917 het volgende in zijn dagboek.

ottodix_kadaverindeloopgravenIk ben van dienst in de hulppost Noord van de spoorlijn (DiksmuideNieuwpoort). ’s Avonds wordt dat Grote Wacht Noord tot morgenavond. Ze vragen me om in een
bootje mannen van de Genie te vergezellen. Ze willen het lijk van een Belgische soldaat bergen in de inundatie ten oosten van de school. Het is een prachtige maannacht. Onze boot glijdt snel over het rustige water en weldra zijn we ter plaatse.

Het is een luguber werkje.  Het lijkt valt uiteen en wordt met stukken en brokken in de boot gelegd. Aalmoezenier Cyrille bidt het De Profundis bij de stoffelijke resten van deze onbekende held, die vervolgens naar de spoorwegberm wordt getransporteerd.

bron : André  Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

De tekening is van Otto Dix, Duits soldaat tijdens de eerste wereldoorlog en kunstenaar

 

dokter Lievens tussen koude en geweervuur

Dokter Lievens is einde januari en begin februari 1917 bij de vooruitgeschoven posten nabij het Viconiakasteel en de kerk van Stuivekenskerke.

26-1-1917 : ’s Avonds proberen de Duitsers nog een van onze posten te veroveren. Deze poging heeft geen succes net zo net zomin als die van de vooravond. Onze schuilplaats is beklagenswaardig. Je kunt je er niet in bewegen en wij logeren daar met vijf in, opgehoopt als haringen in een ton. Het is zo koud dat al onze drank bevriest.

27-1-1917 : Het heeft een beetje gesneeuwd waardoor het van langsom gevaarlijker wordt om de passerelles te gebruiken. Je kunt elk ogenblik vallen. De volledige wacht is op post gedurende de hele nacht zonder aflossing want er klinkt ongewoon lawaai bij de vijand. De thermometer wijst -21° aan.

30-1-1917 : In de nacht van 30 op 31 januari is er grote opschudding. De Duitsers vallen de kleine posten 1,2,3 en 5 aan. Ze beginnen met een buitengewoon hevig bombardement. Na zowat een uur houdt die zondvloed van projectielen op, maar dan treden de mitrailleurs in het wit gekleed en plat op de buik schuiven ze over het ijs vooruit met behulp van twee met ijzer gepunte stokken die elke soldaat vasthoudt. In een witte vermomming zijn ze tot aan onze prikkeldraadversperring geraakt zonder dat wij ze opmerkten. Ze waren al bezig die door te knippen toen plots alarm werd geslagen.

lissac_nuit

Pierre Lissac – Nuit

Dadelijk springen onze mannen in de gevechtsloopgraaf en met geweerschoten en geratel van mitrailleurs ontvangen ze de vijand. Tegelijk spreidt onze gewaarschuwde artillerie met een hevig spervuur van alle granaatkalibers een gordijn van schroot en vuur achter hen, waardoor hun aftocht afgesneden is. Enkelen gooien handgranaten, anderen slagen erin tot bij onze loopgraven te geraken, maar ze worden onmiddellijk met de bajonet terug gedrongen. Beetje bij beetje luwen de gevechten en uiteindelijk wordt het weer stil.
Jammer genoeg verliep het gevecht ook voor ons niet zonder verliezen. Zes strijdmakkers zijn omgekomen en zestien zijn min of meer zwaargewond. De sneeuw valt al een poosje met kleine vlokjes en bedenkt die helden met een blanke sluier.

Ik blijf in de loopgraven tot 2 februari en elke nacht zijn er min of meer ernstige schermutselingen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, in de loopgraven van WO I, Lannoo

De tekening bij dit artikel is van Pierre Lissac, getiteld “Nuit”.

 

 

 

teloorgang van Nieuwpoort

Dokter Lievens gaat van Ramskapelle naar Nieuwpoort en noteert in zijn dagboek op 18 juni 1916 het volgende :

Wat een verschil met het Nieuwpoort van vorig jaar, hoewel toen de meeste huizen ook al beschadigd waren. Maar nu hinderen alle soorten van puin de doorgang van de straten niet meer, want ze worden dagelijks geruimd. De Tempelierstoren is compleet in de vernieling geschoten. Op de Markt is het spektakel betreurenswaardig. Van de Hallen blijft alleen een skelet van vier muren over. De stoere, bijna massieve kerktoren is aan het wankelen gebracht, gescheurd en verkruimeld. Het bedehuis raakt elke dag wat meer verpulverd door de inslag van zware granaten. Daarrond zijn de graven van heldhaftige Fransen blijven aangroeien. De Franse bezetters van de sector onderhouden ze met grote zorg. Hier en daar gapen gaten in de grond voor nieuwe slachtoffers en de Franse poilus die ernaast passeren, moeten zich afvragen of ze daar morgen rust en vrede zullen vinden. Want elke dag vallen er nieuwe slachtoffers.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Nieuwpoort_Station

Duitse duikers te Steenstrate

Dokter Maurice Lievens noteert in zijn dagboek voor 1 maart 1916.

We vertrekken voor de sector Noordschote – Steenstrate. Voor ons ligt het XXIIIste Duitse Reservekorps met veldartillerie en zware houwitsers. Twee Duitsers, die in onze sector gevangen genomen werden, waren helemaal gekleed in een ondoordringbare, waterbestendige uitrusting met masker, wat de totale onderdompeling toelaat. Zij waren door onze linies gestoten, maar onmiddellijk daarna aangehouden. Naar eigen zeggen was het hun bedoeling zich in een granaattrechter te verbergen achter onze linies. Daar zouden ze notities nemen over de plaats van onze mitrailleurs en onze waarnemingsposten. Daarna zouden ze dwars door de inundatie naar hun eigen posten zijn teruggekeerd. Zij bevestigden dat deze list al was geslaagd in de Britse sector.

Op wikipedia valt er in het artikel over de slag om de Ijzer nog het volgende te lezen.

Lange tijd bleef het stil aan het westfront, soldaten kropen zo diep mogelijk weg in de loopgraven. De onderwaterzetting gaf een gevoel van veiligheid, al bleek dit gevoel van veiligheid vals toen tijdens de nacht van 15 januari – 16 januari 1916 de soldaten plots oog in oog kwamen te staan met drie Duitsers. Men dacht dat het onmogelijk was zo’n grote afstand af te leggen door het ijskoude water. Met grote ontzetting ondervond men dat de soldaten uitgerust waren met speciaal ontworpen zwempakken, bestaande uit zeildoek, teer en rubber zodat ze zich gedurende lange tijd in uiterst koud water konden voortbewegen. Bovendien kwam men te weten na ondervraging dat er soldaten getraind werden om op deze manier de vijand te besluipen. Meteen werd de beveiliging van de wachtposten strenger gecontroleerd. Het bleef echter bij deze drie “zwemmers”.

Het dagboek van dokter Lievens spreekt dit artikel echter tegen. na januari 1916 waren er dus nog Duitse zwemmers die de Ijzer hebben overgestoken. In het boek van dokter Lievens uitgegeven bij Lannoo wordt er verwezen naar Vandeweyer, Onder water, oorlog in het overstroomde gebied ism Ijzerbedevaartcomité Diksmuide.

bronnen :
André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_de_IJzer

IjzerOverstroming02