Kasteel van Ham verwoest bij Duitse terugtocht

Na de slag aan de Somme willen de Duitsers hun frontlijn inkorten om zo minder soldaten in de frontlijn te hebben en te rekenen op reserves die ze kunnen inzetten als het nodig is. Deze terugtocht noemen ze “Unternehmen Albericht” (lees meer daarover op deze pagina).

Deze terugtocht gebeurt voorbereid. De Duitsers vernietigen wat nuttig zou kunnen zijn voor Fransen en Britten die enkel een woestenij aantreffen als ze oprukken. Onder meer het kasteel van Ham (20 km van Saint-Quentin) is het slachtoffer van de Duitse verwoesting. Tijdens de eerste oorlogsjaren lijdt het kasteel niet onder de Duitse bezetting. Maar als het bevel tot terugtrekking komt, geeft generaal von Fleck, commandant van de Duitse soldaten in Ham, het bevel om de kazerne en de magazijnen in het kasteel van Ham te doen springen. In de nacht van 18 op 19 maart 1917 gaat het kasteel de lucht in. Britten en Fransen zullen enkel een hoop stenen terugvinden.

bron : http://chateau-de-ham.e-monsite.com/pages/18-mars-1917.html

KasteelVanHam_19170319

 

 

Unternehmen Alberich

Unternehmen Alberich

De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.

Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.

Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.

Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :

Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.

Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :

Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html

alberich-gebiet_1917

Muziek als troost

harrylauder_johnlauderDe Schotse kapitein John Lauder, 25 jaar oud, sneuvelt op 28 december 1916 door het schot van een Duitse sluipschutter. Hij is een van de talloze slachtoffers van de slag aan de Somme.

Zijn vader Harry Lauder, indertijd een gevierd entertainer, is net zoals zovele andere ouders, overmand door verdriet. Na een bezoek aan het graf van zijn zoon in Orvillers schrijft hij het bekende liedje “Keep right on to the end of the road”. Het wordt een hit tijdens de tweede wereldoorlog, als onder meer Vera Lynn het op haar repertoire heeft staan. Er wordt weleens gezegd dat dit een van de liedjes is die Engeland door de oorlog hielpen.

Toeristische tip : John Lauder ligt begraven op Orvillers Militairy Cemetary, rue Saint-Vincent 2, Orvillers-la-Boisselle, samen met 3438 andere militairen uit het Britse gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

 

Louis Barthas ziet zijn eerste tank

Louis Barthas zit eind november 1916 ergens aan de frontlinies van de Somme. Daar ziet hij voor de eerste keer een Engelse tank.

Niet ver van de loopgraaf zag ik een tank die midden in een veld was vastgeraakt. Een zware granaat had zonder te ontploffen de tank doorboord. Luitenant Lorius vertelde me dat deze Britse tank had deelgenomen aan de inname van Combles. Zo’n toestel hadden we nog nooit gezien. Het kreeg na dood en verderf bij de moffen te hebben gezaaid op de terugzeg motorpech, midden tussen de vijandelijke linies. Tevergeefs probeerden de Britten hun kameraden die opgesloten waren in de tank te bevrijden. Liever dan zich over te geven en het geheim van dit toestel prijs te geven, staken ze hun benzine in brand. Je zag de vlammen en rook door de schietgaten naar buiten spuiten en tegelijkertijd rook je de stank van gegrild vlees. Toen Combles was ingenomen werden er vier verkoolde lijken uitgehaald.

Helden ? Martelaars ? Of gekken ? Misschien waren ze gewoon het slachtoffer van een ongeval, van een ontploffing van de motor bijvoorbeeld ? Als ze vrijwillige slachtoffers waren, was het wel heel naïef te denken dat hun dood de Duitsers zou beletten op hun beurt tanks te bouwen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

british-mark-iv-3

einde van de slag aan de Somme

Het pas opgerichte Britse 5e leger onder generaal sir Hubert Gough begint op 13 november 1916 de slag van de Ancre ten noordoosten van Albert. De Britse aanval, ingeleid door de vernietiging van de Duitse Hawthorn-vesting door de ontploffing van een ondergrondse mijn, richt zich op het dorp Beaumont Hamel, dat veroverd wordt. De strijd in deze sector duurt verder tot de 18e.

Op 18 november 1916 eindigt de slag van de Ancre en sluit het Britse offensief bij de Somme af. Bij de Britten zijn enorm veel slachtoffers gevallen : zo’n 420.000. De campagne heeft de Fransen 205.000 soldaten gekost en de Duitsers 500.000. Tegen het einde van hun aanvallen hebben de Britten bepaalde van hun begindoelen nog steeds niet gerealiseerd. Zo zitten ze nog steeds op 5 km van Bapaume. Hoewel ze weinig terrein gewonnen hebben, maakten de Britten veel Duitse slachtoffers. Bovendien bespoedigden ze de Duitse beslissing om zich terug te trekken tot de Hindenburglinie

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande foto is ingekleurd door Leo Courvoisier. Meer foto’s vind je op zijn FB pagina https://www.facebook.com/Greetingsfromthetrenches/?fref=ts

ancre_1916_leocourvoisier

Feste Schwaben valt in Britse handen

Na ruim twee weken vechten komt de Feste Schwaben (in het Engels the Schwaben Redoubt) op 14 oktober 1916 helemaal in Britse handen. De naam van dit bolwerk verwijst naar de plaats waar de verdedigers vandaan komen, niet naar de ligging ervan. Deze zwaar versterkte positie bevindt zich nabij het stadje Thiepval, aan het riviertje de Ancre. De sterkte van deze positie steunt op een uitgebreid netwerk van loopgraven, met daartussen diverse mitrailleursposten. Aansluitend zijn er accomodaties, allerhande, commandopost, eerste hulppost, seinpost,…

Generaal Haig, bevelhebber van de Britse troepen, beschrijft deze Britse aanval en overwinning achteraf als “een van de mooiste wapenfeiten van de oorlog”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

schwabenredoubt1916b

 

Duitse gevangenen in Dikkebus

In de voormiddag van 13 oktober 1916 trekken ruim driehonderd Duitse krijgsgevangenen door Dikkebus. Ze zien er bijna allemaal vuil, bleek en mager uit. Enkele dagen geleden zijn ze gevangen genomen aan de Somme en nu moeten ze hier de Belgische werklieden vervangen.

Hun gevangenis bevindt zich in het gehucht Ouderdom en bestaat uit lijnwaden parapluvormige tenten. Daarrond staat een dubbele afsluiting in prikkeldraad waartussen een loopbrug ligt waarop schildwachten wandelen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

duitsekrijgsgevangenen