Brugge bevrijd !

Op 19 oktober 1918 in alle vroegte ontruimt het Duitse leger Brugge langs de Katelijnepoort. De avond voordien hebben ze zich nog geïnstalleerd met mitrailleurs aan de Consciencelaan om de stad te verdedigen.

Nauwelijks enkele uren later komen de eerste Belgische soldaten individueel de stad binnen. Ze komen hun familie bezoeken… Tegen 11 uur trekt het Belgische leger dan officieel de stad in, onder het gelui van klokken allerhande.

De Duitsers hebben hun aftocht goed voorbereid. In de voorafgaande dagen doen ze bruggen springen aan de andere kant van de stad, ze slaan machines kapot bij staalconstructiebedrijf La Brugeoise, blazen watertorens en elektrische centrale op, stichten brand, plunderen winkels… En om het helemaal mooi te maken ontbiedt de Duitse bevelhebber admiraal Ludwig von Schröder op 17 oktober de dienstdoende burgemeester om officieel afscheid te nemen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bevrijding_SteenStraat_Brugge_1918.png

Steenstraat te Brugge

Vreugde rond een piano

Dokter Lievens blijft de opmars van nabij meemaken.

15 oktober 1918 : Ditmaal heeft het vervoer van de gewonden het heel goed gedaan. Dit is onder meer te danken aan het inzetten van krijgsgevangenen en aan de goed berijdbare steenweg. De auto’s kunnen om zo te zeggen onze vooruitgang stap voor stap volgen. De Duitsers bieden hevige weerstand aan de overzijde van het kanaal van Roeselare en hun grof geschut spuwt zonder ophouden gas en schroot op onze stellingen.

16 oktober 1918 : Om 6 uur lukt het onze genietroepen twee bruggen over de Roeselaarse vaart te werpen. We trekken erover zonder problemen en komen om 8 uur in Kachtem aan, een klein dorpje, waar niet veel verwoest is. Voorbij de kerk zien we in de richting van Emelgem een vlag op een huisje wapperen en weldra herkennen we met innige ontroering de Belgische driekleur.

Bij meneer Borst aan de Vijfwegen in Emelgem moeten we koste wat het kost binnen. In het salon staat een bestoven piano. Ik spring ernaar toe en aanstonds dreunt een krachtige Brabançonne uit alle monden. De nationale zang wordt bij de buren gehoord en loopt van huis tot huis als een elektrische stroom. De geestdrift is onbeschrijfelijk. Iedereen weent van blijdschap. De soldaten omhelzen de burgers, oude vrouwtjes vallen in zwijm, kindjes huilen. Alle zangen en kreten dwarrelen dooreen. Die brave mensen, die gedurende vier lange jaren ontberingen hebben geleden, halen hun karige reserves uit hun goed verborgen hoekjes en delen ze met volle armen aan de soldaten uit.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

piano_GrooteOorlog

 

Marinekorps Flandern trekt zich terug

Op 1 oktober 1918 krijgt Kapitänleutnant Max Viebeg het bevel om Zeebrugge met zijn Uboot UB-80 te verlaten en weer richting Duitsland te varen. Een kleine week later komt hij aan in Wilhelmshaven en wordt bij de tweede U-Flottille gevoegd. De oprukkende geallieerden zorgen ervoor dat de Duitsers hun Uboothavens moeten verlaten.

In totaal bereiken negen U-boten op eigen kracht Duitsland. Een aantal overgebleven U-boten en oppervlakteschepen die niet zeewaardig zijn, worden samen met de landfaciliteiten vernietigd. In Oostende worden de meeste staketsels, aanlegsteigers, kaden en bruggen beschadigd of vernield. Het zeestation, de bijgebouwen en de kantoren worden tot ruïnes herleid. In Zeebrugge brengen de Duitsers 2 U-boten en een baggerschip tot zinken. De wrakken van de Britse aanval van 23 april 1918 liggen nog steeds bij de ingang van het kanaal. In de zeewerf in Brugge zinken de Duitsers een aantal droogdokken en ze brengen een U-boot tot ontploffen.

De foto hieronder toont een ontploffing in de Kaiserliche Werft Brugge.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

KaiserlicheWerftBrugge_191810

Duitsers verlaten Knokke

Duitse marinefusiliers beginnen op 15 oktober 1918 hun kanonnen tussen Nieuwpoort en Knokke te vernietigen. Naar schatting een paar honderd staan er. Alleen de stukken geschut die op spoorwagons staan, nemen ze mee.

Op 16 oktober 1918 voltooien ze deze taak en trekken ze zich terug, weg van de kust. De betonnen schuilplaatsen voor de geschutsbemanningen zijn leeg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Knokke_BatterijHamburg

wachten op de aanval op de Flandern Stellung

Een Belgische soldaat van de 5e linie vertelt over de minuten voor een aanval op 14 oktober 1918 op de Flandern Stellung in Moorslede.

Om 4 uur verlaten we de dekking. De nacht is schoon, ietwat kil. Het uitspansel zit vol sterren. De aanval zal onder mooi weer gebeuren. Alles is kalm. Ik bekijk de traag opdagende manschappen. Hun gelaat is vastberaden, bewegingsloos. Doch de ogen blinken. Zeker moet deze gedachte door hun geest wemelen : hoeveel van ons zullen er straks vallen ?

Plots flikkeren korte klaarten langs de vijandelijke linies. Een Duitse batterij schiet. De schoten klinken helder. De projectielen vliegen schuifelen over ons hoofd en gaan ver achter ons barsten op de weg van Moorslede naar Roeselare. Het geluid van de ontploffing wordt door de echo herhaal, verflauwt en sterft uit. De stilte bedenkt de aarde opnieuw.

De tekening hieronder is van de Franse striptekenaar Jacques Tardi.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tardi_19181014

Lannoo en het 16e linieregiment in de eerste linies

Joris Lannoo, onderluitenant bij het 16e linieregiment, is aanwezig vanaf de eerste dag van het bevrijdingsoffensief (28 september 1918). Hij rukt op met zijn compagnie door het bos van Houthulst. Hij verliest er echter zijn kameraden Paul Impe en Paul de Beir. In de late voormiddag van 29 september zijn er hevige gevechten aan de heuvelrug bij Broodseinde. Bij de herhaalde aanvallen die Joris Lannoo en zijn mannen en zijn mannen moeten uitvoeren, loopt de onderluitenant een lichte vertoning op aan zijn hoofd. Uiteindelijk slagen ze er toch in om dichter bij de bijna volledig vernielde dorpskern van Moorslede te komen. De soldaten komen uit de inundatiegebieden aan de Ijzer en zien voor het eerst weer struiken en bomen ! Kapitein Jacoby noteert waarderend dat het 16e linieregiment “de vijand aan het wankelen brengt en zoals een speer in de wonde dringt. Het dekt de opmars van onze 8e divisie naar Roeselare.”. Op 1 oktober 1918 slaagt het 16e linieerde;ent erin om verbinding te maken met het 17e linieregiment, dat op Beitem afstevent.

Tegen de middag vertraagt de gehele opmars. De weersomstandigheden worden opnieuw heel slecht en de toevoerwegen, die er verschrikkelijk bijliggen, slibben dicht in een ongeziene verkeerschaos. Het doodvermoeide 16e linieregiment is niet meer in staat om onbeschut en uitgeput stand te houden in de ondergelopen kraters. Het mag zich uit de strijd terugtrekken en kan wat op adem komen in het militaire kamp van Koksijde.

Lang duurt de rustperiode niet. De legerleiding beslist op 14 oktober 1918 een nieuw offensief in te zetten. In de eerste uren valt de Zilverberg in de handen van de Belgen, die blij zijn dat ze de enorme slijkpoelen achter zich kunnen laten. Daarna barst de strijd om Roeselare in alle hevigheid los. Op 14 oktober is Roeselare bevrijd. Het 16e linieregiment wordt ijlings vanuit Koksijde via Veurne naar Diksmuide gebracht. Op donderdag 17 oktober 1918 begint een nieuwe opmars voor Joris Lannoo. Nog diezelfde dag trekt de compagnie door Zarren. Voorbij Zarren blijkt dat de Flandern I Stellung het begeeft. Het Duitse bunkersysteem kraakt in al zijn voegen.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

Roeselare_1918

 

weerzien nabij moeder Lambik

Gaston Le Roy is einde september van de frontlinies weggehaald. (Lees meer daarover in dit artikel) . Hij herstelt in Frankrijk en keert daarna terug naar zijn kameraden.

1 oktober 1918 : Ik heb lange uren in dat hospitaalbedje gerust. Mijn lichaam herpakt zich, ik voel me genezen. Maar mijn voet blijft me eraan herinneren waarom ik hier ben.  Ze zeggen dat duizenden mannen zijn omgekomen. Hier liggen veel zwaargewonden. Toen ik mijn voet liet verzorgen en zwaargewonden uitgestrekt op de marmeren plaat onder het mes hoorde kermen, kreeg ik kippenvlees.

2 oktober 1918 : Er zijn hier zoveel gewonden, zoveel dat de dokters de handen meer dan vol hebben en meer doen dan in hun macht ligt. Zij kunnen diet niet blijven volhouden. Ik hou het niet langer uit en trek mankend naar Calais. De dokter neemt dezelfde tram en geeft mijn gezel en mij een berisping, maar verder laat hij ons begaan.

3 oktober 1918 : Een auto brengt mij en anderen naar Saint-Pierre waar we zonder bevel moeten uitslapen. We bezien elkaar en vragen ons af : wat nu ? Ik sta op een schoen en een kous. Eindelijk na lang wachten duikt iemand op en die beveelt ons de tram te nemen naar Guines. Daar staat een wagen die ons naar Campagne brengt. Naar verluidt zijn de barakken van de ruiterij maar ze doen dienst als hospitaal.

6 oktober 1918 : De herstelden of wie zich als zodanig beschouwt, want velen zijn nog niet helemaal genezen, verlaten Campagne en trekken naar Gravelines. Ik ben bij de besten en verlang mijn wapenbroeders terug te zien. Door regen en modder stappen we naar Guines waar we lang op de trein wachten die ons naar Calais moet brengen.

8 oktober 1918 : In de BRI in Bray-Dunes blijf ik nog genieten van enige rustdagen.

12 oktober 1918 : Ik heb mijn rustoord aan het koele zeestrand verlaten. Ik stap langs Moeder Lambik naar De Panne. Ik ben blij mijn wapenbroeders terug te zien, maar ook heel bedroefd als ik de namen verneem van hen die hun lijdensweg hebben beëindigd. Ik hoor veel vertellen over die bange veertien dagen terwijl ik er niet bij was. Veertien dagen in het rumoer zonder rust, dagen zonder eten of drinken, dagen en nachten in het water, dagen van vruchteloze hoop op aflossing. Velen beweren in de volgende strijd achter uit te zullen blijven. Ik mag hen niet beoordelen. Ik heb dit lijden, dat ik me goed kan voorstellen, toch niet beleefd. Wat zou ik gedaan hebben als ik bij hen was gebleven ?

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

MoederLambik