Raoul Snoeck vertrekt op cursus

Na dertien maand uitstel wegens twee verwondingen ben ik uiteindelijk vertrokken naar Gaillon. Ik kijk er eerlijk gezegd niet naar uit om bevorderd te worden. Want als de oorlog voorbij is, blijf ik niet bij het leger aangezien me thuis een job wacht.

Mijn commandant spoort me al geruime tijd aan me voor te bereiden op het examen van officier. Om hem tevreden te stellen heb ik ingestemd ook omdat verschillende makkers reeds officier zijn. Ik heb geen behoorlijke kleren meer. Die zijn enkele dagen geleden opgebrand (lees daarover in dit artikel) . Mannen van de compagnie en vrienden staan me bij. De ene bezorgt me een broek, de andere een jas, nog een andere schoenen, kousen, een hemd, enzovoort. Dankzij die verschillende onbaatzuchtige leveranciers raak ik op een fatsoenlijke manier uitgedost om in Gaillon mijn intrede te doen.

(…)

Nauwelijks zijn we uit de trein gestapt of we raken weer vast in de klemschroeven van een strenge tucht. Korte bevelen weerklinken. We vormen rijen langs de weg tussen het station en Gaillon-stad. We blijven er meer dan een half uur staan onder een loden hemel in onze zware legerjas met volledige uitrusting. Eindelijk rukt de kolonne nieuwkomers op richting stad. Na een mars van vijfendertig minuten komen we bestoft en bezweet in de kazerne aan.

Ons nieuw verblijf is een heel groot vierkant gebouw  van binnen naakt en streng. Onze eerste indruk is niet gunstig, we betreuren bijna het front, het bohemerleven en de vrijheid van ons kantonnement te hebben verlaten.

bron ; Raoul Snoeck, in de modderbrij vn de Ijzervallei, uit het Frns vertaald door André Gysel

Gaillon_GrandeGuerre

dure frieten aan het front

Raoul Snoeck komt op 1 juni 1917  terug van oefeningen en merkt dat logement van zijn kameraden en hemzelf in brand staat.

Een triestige dag. Na de oefeningen keer ik met mijn bataljon terug naar ons logement. We merken een dikke rookwolk en snellen erheen : de hoeve waar we verblijven, brandt als een strovuur. We hollen er heen als gekken in de hoop nog iets uit de vlammen te redden, maar komen te laat. De inboedel is volledig vernietigd en we zijn alles kwijt. Ik verlies kostbare herinneringen : foto’s van thuis, onderscheidingen, een deel van mijn oorlogsverslag. Door onachtzaamheid (ik verlaat anders nooit het logement zonder mijn geld mee te nemen) heb ik mijn portefeuille in de koffer laten liggen. Ik doorwoel mijn zakken en vind een potemonnee met vijf frank vijfenveertig. En over veertien dagen moet ik naar de CISLAI vertrekken (Centre d’Instruction pour Sous-Lieutenance Auxiliaire d’Infanterie).

Verslag van het onderzoek. Terwijl we op oefening waren, golfaanvallen uitvoerden en water en bloed zweetten (het was snikheet), waren artilleriesoldaten die het lokaal met ons delen, frieten aan het bakken. Daarbij is de frietpot omgekanteld op de gloeiende kolen. Vlammen schoten omhoog tot tegen het strodak dat kurkdroog was want het heeft al in vier, vijf weken niet meer geregend. Die frieten zijn duurder dan in de Gentse Donkersteeg !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

BelgischeFrieten

 

Ontmoeting van wapenbroeders in Parijs

Raoul Snoeck is in Parijs waar hij een oude kameraad ontmoet.

17 mei 1917. Sinds twee dagen ben ik in Parijs. Vandaag heb ik Freddy Lecluse bezocht. ’s Namiddags zijn we samen naar Garche geweest. Op de heuvel vinden we een dure herberg met slechte wijn. Het weer is heerlijk. In de tuin schommelen vrouwen onvermoeibaar heen en weer. Sommigen nemen de voorzorg hun rok vast te spelden, maar dan wel boven de knieën om ons hun onberispelijk mooie benen te laten zien. Oh, die vrouwen ! We keren naar huis terug met een lege maag langs een stille welriekende lommerrijke dreef. Aan de hemel staan heel veel sterren.

20 mei 1917. Ik neem afscheid van Freddy. Met beklemd hart verlaat ik hem. Ah ! Bob de Béthune en Freddy, twee echte vrienden. Morgen lig ik opnieuw aan de ketting. Zou de trein niet kunnen ontsporen voor mij alleen ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_FreddyLecluse1917.jpg

huiselijke sfeer achter het front

Raoul Snoeck geniet van de rust achter het front en noteert op 10 mei 1917 het volgende in zijn dagboek

Nog altijd in Stavele. Ik heb het genoegen kennis te maken met de heer en mevrouw Recour, brave mensen die tijdens de oorlog vele soldaten geholpen hebben. Mevrouw heeft me welwillend ontvangen en een kamer ter beschikking gesteld. Keer ik uit de loopgraven terug, dan kan ik me daar wassen en me op mijn gemak verzorgen. Elke avond komen we bijeen : Fernand Batta, Jacques de Béthune, Binche Hoebeke, Hollemans en ik. Anderen komen ons dikwijl gezelschap houden. Die huiselijke sfeer, de gedekte tafel, een weinig comfort en vriendelijke woorden geven ons de illusie thuis te zijn. Er staat onder meer een oude piano. We zingen onder meer “sluit je lieve ogen” in twee of drie stemmen. Sommigen vallen buiten de toon maar wat voor belang heeft dat ? De uren die we in dit aangename verblijf doorbrachten, kunnen tot de zonnigste herinneringen in ons pijnlijke bestaan worden gerekend.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_Stavele_19170510.jpg

 

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg

 

einde training voor Raoul Snoeck

November en december 1916 waren trainingsmaanden voor Raoul Snoeck. Maar eindelijk komt dan het moment dat Raoul de opleiding in Frankrijk kan stoppen en terug naar België mag gaan.

24 december 1916 : We zijn nog altijd in Mailly, waar we elke dag oefeningen uitvoeren. Vandaag hebben we met de hele divisie de aanvalsgolven bestudeerd. Da verloopt als volgt : een eerste lijn soldaten rukt op naar een aangeduide stelling, een tweede neemt posities in voor de eerste en zo gaat dat maar door. Ze gelijken op de golven van de zee die uitdienen op het strand. Helaas, hoeveel soldaten zullen er niet sneuvelen voor de inname van et uiteindelijke doel !

26 december 1916 : Alle mannen verlangen naar België terug te keren, achter de Ijzer. Vandaag heeft een bataljon Franse soldaten een demonstratieaanval uitgevoerd met vlammenwerpers en granaten in aanwezigheid van het voetvolk van onze divisie en van Franse infanteristen.

31 december 1916 : De 6e divisie komt ons vervangen en we zijn allen heel blij naar België terug te mogen.

1 januari 1917 : Om zeven uur ’s morgens vertrekken we om de trein te nemen op zeven kilometer van Mailly. We stappen op om negen uur ’s avonds en reizen gedurende zesendertig uur : de enen uitgestrekt op stro in beestenwagons, de anderen als haringen in een ton in derdeklascompartimenten. Bij aankomst in Adinkerke krijgen we twee dagen rust in De Panne.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon.

Mailly_EnterrementdelaClasse.jpg

nieuwe training voor Raoul Snoeck

In november 1916 was Raoul Snoeck reeds in Frankrijk voor een opleiding (Lees hier). In de december 1916 zit hij niet meer in Criel maar in het militaire kamp van Mailly.

8 december : Om vijf uur ’s avonds verlaten we Adinkerke en komen ’s anderendaags na de middag aan in Mailly op 80 km van Verdun. Bailly is een groot kamp, uitgestrekt over een lengte van 28 tot 32 km in een vallei met dennenbossen. Er zijn hier enorm veel Russen. We moeten een maand blijven en dagelijks oefenen.

12 december : Heel ons bataljon is in Mailly, in de Champagnestreek, om de nieuwe Franse tactiek van aanvalsgolven te leren. Sinds vier dagen maken we loopgraven voor de oefeningen.

13 december : Onze compagnie krijgt negen mitrailleurs, waarvoor telkens drie man nodig zijn : een eerste om het te dragen, een tweede voor de munitie en de derde om te schieten. Gezien mijn speciale opleiding in het mitrailleren in het kamp van Criel, word ik in mijn peloton aangeduid om die ploegen te bevelen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

camp_de_mailly_1916