Sulzbach tussen terugtocht en vlucht

In de maandovergang van juli op augustus 1918 noteert Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, een aantal zaken in zijn dagboek die doen twijfelen : is de Duitse artillerie zich aan het terugtrekken of gaat het om soldaten op de vlucht ?

30 op 31 juli : De vijand zet het terrein voortdurend onder gas. Ik werk door zonder een pauze om onze terugtocht voor te bereiden. Ik sta er alleen voor want kapitein Knigge en Seebach zijn een aantal dagen weg op speciale missie, waarschijnlijk om onze nieuwe posities in de achterhoede te verkennen. Ik heb mijn voorbereidingen gedaan en laat ons hopen dat dit volstaat om te voorkomen dat er ook maar iets in handen van de vijand valt. Komende nacht begint onze terugtocht.

1 augustus : Voorbije nacht begonnen onze batterijen zich terug te trekken. Om 5u ’s morgens liggen we onder Frans trommelvuur, waarbij er heel wat gasgranaten zijn gebruikt. Ik zet mijn gasmasker op, maar dit gas is dagenlang actief. Het ligt op de grond, je weet niet dat het er is, je ziet het niet en je riekt het niet en ondertussen doet het zijn werk. We hebben heel wat gewonden en de arme kerels lijden aan tijdelijke blindheid en voortdurend braken.

In de nacht van 1 op 2 augustus geef ik het bevel om terug te trekken. Ons arme regiment heeft heel wat te lijden gehad. Alle kanonnen van batterij nr 1 zijn aan flarden geschoten en batterij nr 4 telt nog maar een handvol manschappen. De rest zijn gewond door het gas. Dit Franse offensief heeft ons al 19 officieren gekost. om 9u30 zijn we in onze nieuwe positie en door de gebeurtenissen van de laatste dagen voel ik me aan het einde van mijn krachten.

2 augustus : We zijn aan de Vesle gelegen. Deze rivier wordt voortaan onze eerste linie. De strategische terugtocht is een compleet succes, maar we kunnen niet ontkennen  dat dit een gevolg is van onze nederlaag. We mogen stellen dat juli 1918 voor ons een ernstige nederlaag  is.

In de avond van 2 augustus 1918 trekken vier divisies zich terug door Braisnes, het verkeer was geregeld, iedere divisie had zijn eigen weg en ze trokken zich langzaam terug als eindeloze reuzewormen. We bivakkeren in Presles.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

DuitseArtillerie_19180801

de hel van Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie met frontervaring sinds augustus 1914, maakt een helse ervaring mee op 21 juli 1918.

Ik weet niet welk woord ik moet gebruiken voor het hevige artillerievuur dat de Fransen deze morgen gebruiken als voorbereiding voor de aanval. Het woord “hel” drukt iets teder en vredevol uit in vergelijking met wat wij ervaren. Ik heb heel wat ervaring inzake trommelvuur, zowel van de vijandelijke artillerie als van onze eigen kanonniers. Het lijkt wel alsof aller artilleriebarrages die ik ooit beleefd heb vandaag in een keer op ons terecht komen. Om 6u ’s morgens ben ik op mijn observatiepost maar je kan nauwelijks iets zien omwille van de rok, je moet je voortdurend op de grond gooien om niet getroffen te worden en dan begrijp je daarna niet waarom je nog niet geraakt bent.

Ik begrijp niet hoe de Fransen hierin geslaagd zijn : eerst ons offensief van 15 juli doen stoppen, en daarna een tegenaanval lanceren op grote schaal, met zoveel soldaten en uitrusting. De Amerikanen hebben hierin een groot aandeel, vooral met hun infanterie en artillerie. Het is ook een feit dat de Fransen zowel in kracht, energie als moreel gegroeid zijn. Ze zijn taaier geworden en hebben hun uithoudingsvermogen vergroot.

Het schilderij hieronder is van George Leroux, getiteld “L’enfer” (de hel).

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

GeorgesLeroux_Lenfer

verwarring bij de Duitse artillerie

Herbert von Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, maakt het Duitse offensief van 15 juli 1918 in de eerste linies mee. Op enkele dagen tijd kantelt het voordeel van de Duitse naar de geallieerde zijde. We lezen die kanteling in het dagboek van Sulzbach.

15 juli 1918 : Om 1u10 stipt begint een vreselijk gedreun uit de lopen van duizenden en duizenden kanonnen. De offensieven sinds 21 maart 1918 zijn allen op dezelfde manier begonnen. We zijn zo zeker dat alles gaat slagen, het spervuur, de infanterieaanval en de overwinning.
Om 4u50 begint het trommelvuur, gevolgd door de infanterieaanval. Mijn batterij nummer 5 heeft jammer genoeg zware verliezen geleden. We hebben onze gasmaskers heel de tijd op omdat de Fransen een combinatie van gas en shrapnel afvuren. We krijgen geen duidelijk beeld hoe onze infanterie oprukt. En gek genoeg krijgen we zelf ook geen orders om op te rukken.
De aanval wordt gestopt even buiten Prosnes : het verzet van de vijand lijkt onbreekbaar. Hoe gaat het op onze linker- en rechterflank ? We hebben niet meer hetzelfde moreel als op 21 maart of 27 mei.

16 juli 1918 : We hebben wat kunnen slapen en de situatie is nog onveranderd. Tegen de avond komt het bevel om terug te trekken naar de achterhoede. Wat is er toch aan de hand ? Ik verlaat mijn schuilplaats om mijn marsorders te krijgen. We trekken ons terug naar kamp Torgau waar alle hutten al vol zitten, dus bivakkeren we waar er nog ruimte is. Ons moreel is bijzonder laag, we hebben geen flauw benul wat er nu is gebeurd en we vermoeden dat ons grote offensief niet goed verloopt.

17 juli 1918 : orders om terug te trekken naar Bazancourt, de meest verwarrende nacht die ik heb gekend. Als een reactie op de tropische hitte van de laatste dagen, breken er onweders los terwijl we ons terugtrekken. Om 11u ’s avonds is het zo aardedonker dat je geen hand voor je ogen ziet. We krijgen een hagelbui over ons heen die ons nat maakt tot op het bot. Geen ruiter kan de man voor hem zien en de wanorde wordt er alleen maar groter op als nog andere eenheden langs dezelfde weg terugtrekken. Bij Pont Faverger komt alles tot stilstand en we wachten drie uur en half omdat alle wegen vol zitten. We komen toe in Bazancourt druipnat nadat we tien uur onderweg waren voor slechts veertien kilometers.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Onderstaande schilderij is van Wilhelm von Schreuer, getiteld Schlacht in Flandern.

WilhelmvonSchreuer_AmKemmel_SchlachtinFlandern_1918

Herbert Sulzbach haalt herinneringen op

De marsorders brengen Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, naar een streek waar hij ook al in 1914 en 1915 is geweest. Dat brengt bij hem goede en weemoedige herinneringen terug.

Op 19 juni 1918 trekt hij naar Les Petites Armoises om zijn oude bivakplaats terug te vinden en de Fransen waar hij goed herinneringen aan heeft.

Ik vind mademoiselle Valentine terug terwijl ze de koeien melkt, net zoals drie jaar geleden. Les Petites Armoises ! Het dorp met de zachte, aangename, vredevolle omgeving – hoe vaak heb ik ernaar verlangd om hier terug te zijn. Vandaag is mijn wens uitgekomen en ik reed 80 kilometer om om dit dorp en mijn Franse vrienden terug te zien. Ik rijd in draf het dorp binnen en stop bij het huis van de familie Vesseron. Valentine en moeder Pauline komen naar buiten gelopen en roepen uit “Erbère ! Non, c’est impossible, mon Dieu, mon Dieu !”.

Ze vragen naar mijn kameraden van 3 jaar terug en ook naar Kurt en ze zijn geschokt als ik ze meld dat hij dood is. Ze leiden me door het dorp en ik kom oude kennissen tegen. Daarna maak ik een wandeling met Valentine naar de oude molen. Toen ik hier voor het eerst was, was Valentine 16 jaar oud en ik 20, Vandaag is ze nog mooier en vrolijker, met zwarte haren en grote bruine ogen, een echte dorpsschoonheid.

Daags erna verlaat hij reeds om 4 uur ’s morgens Valentine en moeder Pauline. Om 9 uur vindt hij zijn regiment terug in Mesmont. Tijdens de rustdagen van het regiment maakt hij nog een 2e uitstap naar Les Petites Armoises. Op 2 juli 1918 verlaat het regiment Mesmont en ze slaan hun kamp op in Pontfaverger. Weer een plek waar herinneringen komen bovendrijven.

Hier zit ik weer in ons district waar we reeds in 1914 waren. Ik blijf maar denken aan mijn dode kameraad Kurt. Ik zal onze eerste kerst samen aan het front nooit vergeten.
We blijven in ons kamp en maken ons klaar voor het komende offensief. We hopen dat dit ons naar de eindoverwinning zal voeren. We wachten op een aanval op Reims.

Op 7 juli 1918 ga ik naar het front met kapitein Knigge om de artillerieposities te inspecteren en de beschietingen voor te bereiden. Op onze terugweg komen we door Pontfaverger, dat ik nog ken uit het eerste oorlogsjaar. Het was toen een levendig klein dorpje. Nu blijft er alleen maar een hoop puin over. Dit dorp is even dood als mijn vriend Kurt.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

FeldgrauenInBiwak

 

 

de frontweken van Herbert Sulzbach

Uit het dagboek van Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie.

29 mei 1918 : Onze commandopost is in Montagne-Ferme, waar ik een belangrijke taak krijg. Ik moet de ganse artillerie marsbevelen geven, dus niet alleen mijn eigen bataljon, naar nieuwe posities. Reden is dat de commandant, majoor von Ohnesorge, aan het front is bij de infanterie en dus moet ik deze taak uitvoeren. Nabij Missy zijn er verkeersproblemen. Het oversteken van de Aisne is bemoeilijkt omdat de vijand de bruggen heeft opgeblazen. Maar de obstakels zijn al verwijderd en onze sappeurs hebben noodbruggen in geen tijd opgebouwd. Ik leid onze artillerie rond Soissons en rijd van Missy naar Venicel langs de Aisne : een charmante vallei. Voor ons ligt Soissons dat al in onze handen is en overal zien we sporen van een overhaaste vlucht : geweren, uniformen, munitie ligt overal bij duizenden.

31 mei 1918 : We overnachten in Noyant. Hevige tegenaanvallen door de vijand : de Fransen sturen kleine tanks in grote getale op ons af, gevolgd door infanteristen. Voor de eerste keer sinds lang is ook de vijandelijke luchtmacht zeer actief. Onze commandant von Ohnesorge geraakt gewond. Met spijt in het hart nemen we afscheid van deze stoutmoedige en briljante leider. Hij drukt ons op het hart :”We mogen niet terugtrekken en we mogen nooit onze infanterie in de steek laten, we moeten blijven vuren tot onze laatste ademtocht !”.

2 juni 1918 : Hevige aanval door onze naburige divisie. Chaudun is doorregen met verzetsnesten uitgerust met machinegeweren. De Fransen zetten de tegenaanval in. In de namiddag, na hardnekkige gevechten, kan onze infanterie Chaudun innemen.

3 juni 1918 : Missy is in onze handen. Het lijkt erop dat de aanval – of het ganse offensief – zijn doel heeft bereikt en dat we voorlopig niet verder oprukken. We marcheren terug naar Ploisy en trekken door de ruïnes van Bercy. Het ziet er afschuwelijk uit, nog het ergste op de weg naar Chaudun. Hoewel we geharde soldaten zijn, raakt het ons toch, dat zicht van die lichamen die aan stukken gereten of die overreden zijn, vriend en vijand, blank of zwart. Het is ook heel warm en de geur van deze lichamen in ontbinding is ondraaglijk.

4 juni 1918 : onze divisie kan uitrusten in de achterhoede nabij Billy.

7 juni 1918 : Einde van onze rustpauze. We trekken terug naar Ploisy en Missy.

8 juni 1918 : We betrekken een commandopost ten noorden van Chaudun. De telefoonlijnen worden weer aangelegd en onze batterijen zitten in de posities die hen zijn aangewezen. Het slagveld bekeken vanaf de top is een vreselijk zicht : uitgebrande tanks en eromheen meer lijken dan je kan tellen.

9 en 10 juni 1918 : We blijven nog in onze nieuw aangelegde loopgraven en wachten. Enkele artillerieschermutselingen over en weer. We wachten tot we weer in actie mogen komen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Duitseartillerie_juni1918

slecht nieuws voor Herbert Sulzbach

Op 18 mei 1918 is Herbert Sulzbach voor de laatste dag in Lemé, departement Aisne, Frankrijk. Hij krijgt via een soldaat die terug komt uit verlof een brief van zijn ouders.

Ik kan het nieuws niet geloven : Kurt Reinhardt is dood ! Ik heb nooit eerder in de oorlog geweend maar die dag heb ik wel geweend. Ik had nooit een betere vriend. Hij was zo’n wijze en hartelijke man, en zo vaak enthousiast. Ik heb samen met hem in 1914 de kazerne verlaten, we hebben samen onze vuurdoop doorstaan. We verstonden mekaar vanaf het eerste moment en we waren echt zielsverwanten. We deelden alles en als we van mekaar gescheiden waren, zochten we mekaar ook, in welke uithoek van het front ook ofwel aan het thuisfront als we beiden verlof haden. Hoe fier was hij in zijn laatste brief vlak na zijn luchtoverwinning, en enkele dagen later is deze trouwste vriend zelf gesneuveld. Ik denk aan zijn arme moeder die zowel haar man als haar enige zoon nu kwijt is.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Sulzbach_19180518

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917