de Pasubio ontploft

De Pasubio is een bergtop, die deel uitmaakt van de Vicentijnse Alpen tussen Trentino-Alto Adige en Veneto. Vanaf juni 1916 tot november 1918 is deze berg het toneel van bloedige gevechten tussen het Italiaanse en Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij heeft dan ook de bijnaam “berg van de 10.000 doden”. Net zoals elders aan het westelijk front verstarren de gevechten in schermutselingen rond loopgraven en eerste linies.

In 1917 begint een nieuwe fase in de gevechten als beide kanten ondergronds gaan en zo de posities van de vijand willen ondermijnen om hen zo in de lucht te doen springen. Tussen april 1917 en maart 1918 ontploffen negen mijnen (4 Italiaanse en 5 Oostenrijkse) zonder dat er een doorbraak geforceerd kan worden.
De meest krachtige ontploffing wordt veroorzaakt door een Oostenrijkse mijn van 13 maart 1918, bereid met 50.000 kg zware explosieven. De Italianen verliezen daarbij hun voorste posities zonder dat de eerste linies elders in gevaar komen.

bronnen
https://de.wikipedia.org/wiki/Pasubio
http://www.storiaememoriadibologna.it/il-pasubio-una-montagna-in-guerra-813-evento

Pasubio_19180313

gevechten om Monte Grappa

Na de slag om Caporetto (lees hier meer daarover) is het Italiaanse leger in volle terugtocht en op zoek naar een nieuwe frontlinie waar ze zich kunnen ingraven. Een volledige leger van 350.000 Italiaanse soldaten is verloren gegaan : 50.000 zijn gesneuveld, de rest is krijgsgevangen genomen. De Italiaanse divisies die nog niet verloren zijn gegaan, vluchten in de richting van de Piave rivier. Op 15 november 1917 is een Oostenrijks-Hongaarse divisie erin geslaagd de Piave over te steken en staan ze op 25 kilometer van Venetië.

De Monte Grappa is het gedeelte van de nieuwe Italiaanse frontlijn dat zich achter de Piave bevindt. Hier willen de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen een doorbraak forceren. Een aanval op het in de rotsen uitgehouwen Italiaanse fort is absoluut onmogelijk. De beslissing zal dus op de flanken van de Monte Grappa moeten vallen. Op 16 november 1917 veroveren Oostenrijks-Hongaarse soldaten de Monte Tomacito en Monte Roncone. Ze blijven verder vechten tot ze op 20 november de Col della Beretta en Monte Fontanasecca hebben veroverd. Op 22 november valt Monte Tomba in Oostenrijks-Hongaarse handen en staan ze op 2 kilometer van de top van Monte Grappa. De gevechten zijn bijzonder hevig : op 24 uur tijd wisselen de loopgraven op Monte Pertica zeven maal van eigenaar. Uiteindelijk is het Oostenrijks-Hongaarse Kaiserliche und Königliche Armee de overwinnaar. Dan treedt een pauze op want alle partijen zijn uitgeput en willen eerst nieuwe troepen en voorraden laten aanrukken.

bronhttp://www.worldwar1.com/heritage/mtg1.htm

 

MonteGrappa_1917_02

terugkeer van de naamlozen

De Hongaarse cavalerist Pal Kelemen beschrijft op 1 november 1917 de terugkeer van een Oostenrijks-Hongaars bataljon tijdens de twaalfde slag van Isonzo (ook bekend als de slag van Caporetto).

OF de soldaten nu naar beneden lopen of stilstaat, tegengehouden door de mensen voor hen, of aan de kant van de weg gaan liggen, het is onmogelijk voor te stellen dat de staatslieden en generaals de monarchie verdedigen met hun inzet in de strijd. Het is evenmin mogelijk je voor te stellen dat deze kapotte, geteisterde groep mannen met hun ruige baarden, hun verkreukelde, natte en vieze uniformen, hun versleten schoeisel en hun uitgeputte gezichten in de regel “onze dappere infanterie” wordt genoemd.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bij deze tekst vond ik niet een passende foto. Daarom heb ik gekozen voor het schilderij “den Namenlosen” van Albin Egger-Lienz.

albin-egger-lienz-den-namenlosen

Catanzaro brigade gedecimeerd

Ik gebruik ook Google+ om mijn berichten van de blog van Martinus Evers te verspreiden. En daar kwam ik uit op een bericht dat mijn aandacht trok. De Catanzaro brigade rust uit achter de linies in Santa Maria la Longa (Udine). Als de rustperiode ten einde komt, weigert de Catanzaro brigade om terug naar de eerste linies te gaan. De gemoederen raken zodanig verhit dat het in de nacht van 15 op 16 juli 1917 tot een vuurgevecht komt met soldaten van andere regimenten. Er komt een compagnie Carabinieri aan te pas om de rebellie de kop in te drukken. Vier soldaten worden meteen opgepakt omdat ze betrapt worden met een geweer met een warme loop. De brigade wordt ook naar aloude Romeinse gewoonte gedecimeerd : de soldaten worden in rijen opgesteld, een officier begint te tellen en iedere tiende (decimus) soldaat wordt uit de rij meegenomen om gefusilleerd te worden. Naast de vier opgepakte soldaten worden er nog 12 uit de rijen genomen. De zestien soldaten worden in het bijzijn van hun kameraden geëxecuteerd en in de massagraf geworpen.

Dit verhaal doet me denken aan een scène uit een Italiaanse oorlogsfilm “Uomini contro”. Die scène staat hieronder :

bronnen
https://plus.google.com/b/101227772471143209683/+PetePanozzo/posts/9Zk3kPiz4WH
https://it.wikipedia.org/wiki/Brigata_%22Catanzaro%22

 

 

Kipling aan het Italiaanse front

De Britse ambassadeur in Italië, sir Rennell Rodd, maakt zich zorgen over het gebrek aan begrip dat er in zijn land heerst over de omvang van de Italiaanse oorlogsinspanningen. Daarom nodigt hij diverse vooraanstaande auteurs uit om een bezoek te brengen aan het Italiaanse front. Schrijver Rudyard Kipling (Jungle Book) publiceert over zijn belevenissen een aantal artikels in The Daily Telegraph.

Op 13 mei 1917 is hij aan de Passo di Falzarego, ongeveer 14 kilometer van Cortina. Kipling biedt onder meer een levendige beschrijving van de Altiplano dei Sette Communi, waar Britse troepen later datzelfde jaar aan de slag gaan.

Andere auteurs deden in 1916 al het Italiaanse front aan, onder hen onder meer Conan Doyle, H.G. Wells en Gilbert Keith Chesterton.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RudyardKipling_1917_ItalianFront.jpg

Kipling temidden van Italiaanse soldaten

het moedigste regiment van de KuK Armee

De KuK Armee staat voor Königliche und Kaiserliche Armee.We hebben het dan over het leger van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Maar het moedigste regiment is niet Oostenrijks noch Hongaars. Die eer is voorbehouden voor het Bosnisch-Herzegovinisch infanterieregiment nr 2 en is gebaseerd op de gevechten tijdens de zogenaamde Strafexpedition van Oostenrijk-Hongarije tegen Italië.

Op verschillende plaatsen langs het front wordt er in juni 1916 hevig gevochten om de bergtoppen en de posities in het rotsachtige gebergte. De Monte Meletta (of Monte Fior in het Italiaans), een stevige bergtop van 1824 meter hoogte, is de scène van bloedige gevechten. Voor bevelhebber Conrad Von Hötzendorf is de inname van deze bergtop cruciaal om door te kunnen stoten naar de vlaktes.

Op 5 juni 1916 gaan Bosnische en Oostenrijkse troepen in de aanval. Ze bestormen de bergtop maar de goed verschanste Italianen onthalen hen op geweervuur. Daarneboven worden ze per ongeluk bestookt door hun eigen artillerie.

Twee dagen duren de gevechten en pas op 7 juni 1916 komt er een doorbraak. Tegen de avond bestormt de aanvalsgroep van de 49-jarige Kroaat Oberstleutnant Stevo Dui de bergtop. Na hevige lijf-aan-lijfgevechten veroveren en behouden Dui en zijn mannen de positie ondanks de Italiaanse tegenaanvallen. Heel de nacht duurt de brutale strijd om de bergtop. Krijgsgevangenen worden er niet genomen. 208 Bosnische soldaten en 1233 Italiaanse Alpini komen om het leven. Voor de rest van de oorlog zou het bosnisch-herzegowinisches Infanterieregiment nr 2 als het moedigste worden beschouwd van het hele Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar de vele heroïsche exploten van jonge soldaten en oudere officieren ten spijt, daags na de verovering verzandt het offensief aan de rand van de Asiogovlakte.

bron : Historia 1916, Knack

bosnjaci-na-monte-meletta-1916-1918

Bosnische soldaten op de Monte Meletta

Doorbraak bij Passo Buole

Sinds 15 mei 1916 is er een Oostenrijks-Hongaars offensief gaande (onder de naam Strafexpedition) in de bergen rondom het Asiagoplateau. De successen van de vijand zijn groot geweest, in elk geval vergeleken met de vruchteloze doorbraakpogingen van het Italiaanse leger bij Isonzo. Als het de Italianen niet lukt hen te stoppen, dan bereiken ze het laagland en kunnen doorgaan tot aan de kust, tot aan Venetië. De snelheid van de opmars verrast sommige Italiaanse eenheden.

Op 23 mei 1916 is er al een bataljon Italiaanse alpenjagers achtergebleven op Cima Undici terwijl de Oostenrijks-Hongaarse soldaten al de berg achter hen, Cima Dodici, hadden ingenomen. Pas na enkel angstige uren, waarbij ze brandende dorpen doorkruisen, kunnen ze aansluiting vinden bij hun eigen troepen.

Op 30 mei 1916 neemt de Oostenrijks-Hongaarse artillerie gedurende enkele uren de Italiaanse posities op de Passo Buole onder vuur.Daarna valt de infanterie van de Kaiserliche und Königliche Armee aan. De Italianen verzetten zich hevig en de Passo Buole krijgt de naam Thermopylae van Italië (verwijzing naar de slag bij de Thermopylae tussen 300 Spartanen en een groot Perzisch leger).

Op 1 juni gaat de strijd verder op de Monte Cengio en de Monte Giove. Ook hier raken Italiaanse eenheden omsingeld. Versterkingen worden vakkundig tegengehouden door de Oostenrijks-Hongaarse artillerie.

bronnen
Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum
http://www.notiziedalfronte.it/strafexpedition-gli-austriaci-attaccano-passo-buole/
http://www.notiziedalfronte.it/strafexpedition-la-battaglia-infuria-sul-monte-cengio/

 

Italie_MeiJuni1916