Gevechten om Loker

Van bij de aanvang van de oorlog tot aan het Duitse lenteoffensief is Loker (Heuvelland) in geallieerde handen. Op 25 april 1918 slagen Duitse eenheden erin om het dorp te veroveren, maar de geallieerden vechten terug. In de week na 20 mei 1918 verjagen de Fransen de Duitsers tweemaal maar even vaak nemen de Duitsers weer bezit van het dorpje.

Vanaf 20 mei 1918 winnen de geallieerden geleidelijk terrein in Loker. De felste gevechten nemen plaats in de omgeving van het klooster. Maar het zal nog duren tot de eerste week van juli 1918 eer het helemaal – en ditmaal definitief- in geallieerde handen is.

In de kaart hieronder staat Loker (Locre in het Frans) in het okergeel aangeduid met als cijfer 27.  Dat cijfer verwijst naar 27 april 1918, dag waarop de Duitsers het dorpje in handen kregen,

Loker_1918

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://artois1418.skyrock.com/carte-de-la-bataille-de-la-Lys.html

 

Fransen houden stand in Loker

Na hun succesvolle aanval op de Kemmelberg van enkele dagen geleden wil het Duitse leger op 29 april 1918 verder oprukken om de Rodeberg en de Scherpenberg te veroveren. In eerste instantie richten ze hun aanvallen op Loker en de Klijte maar vooral de Fransen hebben hun linies versterkt en nieuwe manschappen aangevoerd.

Loker en zijn Franse verdedigers krijgen d felste Duitse aanvallen te verduren. Ten westen van het dorp weet de Franse cavalerie een Duitse doorbraak te verhinderen terwijl bij het gehucht Loker Hoekje de Franse infanteristen standhouden.

Uiteindelijk hebben de Duitsers het aan zichzelf te wijten dat ze beide heuvels niet kunnen innemen. Mochten ze doorgestoten zijn na de verovering van de Kemmelberg, dan stond de Franse verdediging er veel zwakker voor.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Loker_april1918

Duitse doorbraak op de Kemmelberg

Het Duitse leger breekt op 25 april 1918 door de geallieerde stellingen op de lijn MesenWijtschate en bereikt de voet van de Kemmelberg. De hele nacht zijn er felle gevechten : de Duitsers schieten gasgranaten af, de Fransen voeren vliegtuigbombardementen uit. Uiteindelijk bestormen alpenjagers de berg, over bommenkraters en lijken en moeten de Fransen zich terugtrekken naar de Rodeberg en de Scherpeberg.

Achteraf kunnen de Fransen en Britten zich herorganiseren en een verdere doorbraak van de Duitsers richting Ieper en Calais beletten.

Op de top van de Kemmelberg staat een 16 meter hoge gedenkzuil, in de volksmond bekend als Den Engel, die de nagedachtenis eert van de ruim vijfduizend Fransen die hier sneuvelden in het voorjaar van 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van George Edmund Butler, getiteld “Mount Kemmel”.

GeorgeEdmundButler_MountKemmel

brand in het kasteel van Elverdinge

In het kasteel van Elverdinge ontstaat op 13 januari 1918 brand wellicht door onvoorzichtigheid van Britse koks. Het kasteel is nochtans een geschikt doelwit voor vijandelijke beschietingen, want zowel Britse als Franse troepen huisvesten hier hoofdkwartieren voor verschillende eenheden. Na de oorlog wordt het kasteel heropgebouwd.

Elverdinge ligt een paar kilometer achter het front en is daarmee een geschikte locatie als draaischijf voor Britse en Franse troepen. Soldaten rusten hier, smalspoortreintjes brengen voedsel en munitie naar het front, er zijn medische posten… Diverse dorpelingen houden een winkeltje open en verkopen voedsel, drank en andere goederen aan de militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Le Chateau Anno 1914-1918 "

 

brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01

 

De Roo Balie stille getuige

De aanwezigheid van negen Britse militaire begraafplaatsen duidt er al op dat Vlamertinge niet gespaard bleef van oorlogsgeweld. Een van de deels overlevende getuigenissen is de hoeve De Roo Balie (Groenejagersstraatr 15). Op 6 januari 1918 brandt het woonhuis uit, net als de stallen voor paarden, koeien en varkens. Alleen de eest (droogvertrek), de schuur en een deel van de opkamer blijven overeind.

Na de oorlog volgt de heropbouw en wordt de opkamer in haar oorspronkelijke toestand hersteld. De hoeve gaat terug tot rond het jaar 1600 maar daar merk je vandaag niets meer van.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeRooBalie_Vlamertinge

 

slecht jaareinde voor de Maori’s

Vroeg in de ochtend van 31 december 1917 komt er een granaat terecht in het Maori Pioneer Battalion, dat geleid wordt door luitenant Joseph Paku. Zes Maori’s sterven ter plekke, op het kruispunt van de Zonnebeekseweg en de huidige Jan Ypermanstraat in Ieper. Allemaal liggen ze begraven op het Ramparts Cemetery in Ieper.

Net als ongeveer 2500 andere Maori’s dienden zij in het Nieuw-Zeelandse leger. Bij datzelfde leger horen ook mensen van de Polynesische eilanden, onder meer van de Cookeilanden Gojim Rarotonga, Tonga, Samoa…

Zonder twijfel een van de mooist gelegen begraafplaatsen in Flanders Fields is Ramparts Cemetery op de Vesten, op 50 meter van de Rijselpoort in Ieper. Daar rusten 197 militairen uit het Britse Gemenebest, onder wie dus ook de zes voormelde Maori’s.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MaoriPioneerBattalion_1917