gevechten in Berlijn

In Berlijn zijn er schietpartijen op 6 december 1918. Soldaten verbonden met de gematigde socialistische leider Friedrich Ebert (SPD) bezetten de redactielokalen van de krant van de links-revolutionaire Spartakus-beweging (geleid door Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht). De naam Spartakus verwijst naar het oude Rome : de arbeiders zijn nu de slaven van de kapitalisten.

Antirevolutionaire soldaten vuren op een demonstratie van de Roter Kämpferbund (Rode Soldaten Liga). Er vallen achttien doden en dertig gewonden. Soldaten die Ebert gunstig gezind zijn, trekken naar zijn kantoor en roepen hem uit tot president van Duitsland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hongaarse republiek uitgeroepen

Nadat de Hongaren de Oostenrijkse keizer aan de deur zetten op 31 oktober, roepen zij op 16 november 1918 de republiek uit. Mihaly Karolyi, sinds 25 oktober 1918 voorzitter van de revolutionaire nationale raad, wordt de eerste president van de Hongaarse republiek. Na eeuwenlange Habsburgse overheersing wordt het land onafhankelijk.

Karoly komt met een hervormingsprogramma voor de dag en als blijk van zijn goede wil verdeelt hij zijn uitgebreide landerijen onder de boeren. Toch gaan de hervormingen veel te traag, waardoor hij op 16 april 1919 afgezet wordt.

de coup van Loppem

Enkele uren na de wapenstilstand op 11 november 1918 melden er zich drie bezoekers op het kasteel van Loppem : Pedro Saura, Paul-Emile Janson en Edward Anseele. Saura is een Spaans diplomaat, Janson een liberaal en Anseele een socialistisch volksvertegenwoordiger. Ze komen koning Albert informeren over de situatie in Brussel. Daar is onder de Duitse soldaten een revolutionaire opstand uitgebroken. In het parlement heeft zich een soldatenraad geïnstalleerd. Vertegenwoordigers van die raad proberen de Brusselse arbeiders met veel gezwaai van rode vlaggen te overtuigen samen met hen een revolutie te ontketenen. Het wapenstilstandsverdrag bepaalt echter dat er 48 uren moeten verlopen tussen het vertrek van de Duitse troepen en de aankomst van de Belgische. Veel kan de koning der Belgen nu niet doen.

Janson en Anseele maken van de gelegenheid gebruik om met de koning over politiek te praten. Anseele stelt dat het algemeen enkelvoudig stemrecht meteen moet worden ingevoerd en dat een aantal wetsartikelen die vakbondsacties belemmeren, moeten verdwijnen. Hij pleit ook voor een Vlaamse universiteit in Gent met behoud van de Franstalige. Zonder te dreigen praat hij over algemene democratische hervormingen.
Janson heeft onder de bezetting een soort liberaal manifest uitgewerkt : de wederopbouw van het land mag niet aan één partij worden overgelaten. Er moet een nieuwe regering komen waarin liberalen en socialisten samen evenveel portefeuilles krijgen als de katholieken. Ook de meeste liberalen willen meteen enkelvoudig stemrecht vanaf 21 jaar, maar in geen geval voor de vrouwen. Er moeten snel verkiezingen gehouden worden op basis van de nieuwe kieswet. Daarvoor moet de grondwet geschonden worden. Dat is pijnlijk, maar het kan niet anders. 
Gerard Cooreman, de katholieke premier van de Belgische regering in ballingschap, woont het gesprek ook bij. Maar toch vindt Janson het nodig om zelf het standpunt van de katholieken toe te lichten. Die willen allemaal een regering van nationale unie, weet hij. Maar ze zijn verdeeld over het stemrecht. De conservatieven willen de leeftijdsgrens op 25 jaar. Ze zijn allemaal voor vrouwenstemrecht.

Twee dagen na het bezoek van Janson en Anseele neemt de regering ontslag. Dat komt niet onverwacht. Gerard Cooreman heeft laten weten dat hij na de oorlog niet aan het hoofd van de regering wil blijven. Maar hij wil wel waardig afscheid nemen, in Brussel in het parlement. Dat wordt hem niet gegund. De tijd dringt.

Koning Albert benoemt de Brusselse advocaat Léon Delacroix tot formateur op aangeven van Emile Francqui, directeur van de Société Générale. Delacroix is een nieuweling in de politiek. Hij zit niet eens in de Kamer. In de week na de wapenstilstand is het in Loppem een komen en gaan van politieke personaliteiten. De nieuwe regering Delacroix komt op een paar dagen tot stand en ze ziet er precies uit zoals Janson en zijn vrienden het wensen : 6 katholieken, 3 liberalen, 3 socialisten. 

Het einde van de oude katholieke hegemonie gekoppeld aan de invoering van het “ongrondwettelijk” algemeen stemrecht is voor de conservatieve katholieken een harde noot om te kraken. In hun kringen begint het idee post te vatten dat de koning een “staatsgreep” heeft gepleegd, de “coup van Loppem”. Maar tegen de coalitie van koning, socialisten, liberalen en “nieuwe” katholieken zijn ze niet bestand.

bron : Knack Historia 1918

 

van links naar rechts : Saura, Janson en Anseele te Loppem

Duitse keizer doet troonsafstand

Keizer Wilhelm II doet troonsafstand op 9 november 1918. Eerder was er al muiterij in zijn geliefde Kaiserliche Marine, tot zijn grote verbijstering overigens. In het hoofdkwartier van het Duitse leger in Spa krijgt hij te horen dat de officieren en soldaten van het landleger niet zullen vechten voor het behoud van zijn troon. Daarnaast is er ook nog de revolutie die het land in zijn ban krijgt.

Even denkt de van realiteitszin verstoken keizer dat het afstaan van de keizerskroon zal volstaan en hij koning van Pruisen kan blijven. Prins Max von Baden kondigt evenwel de volledige troonsafstand aan. Op 10 november 1918 vlucht Wilhelm Hohenzollern, zoals zijn burgernaam luidt, met de staart tussen de benen per trein naar Nederland. In het verdrag van Versailles (1919) staat later dat de voormalige keizer vervolgd moet worden, maar de Nederlandse koningin Wilhelmina weigert halsstarrig om deze oorlogsmisdadiger uit te leveren.

Op de foto hieronder staat de keizer en zijn gevolg te wachten in het station van Eijsden (Nederland). Hij is de vierde vanaf links, aangeduid door het kruisje.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WilhelmII_19181109

Revolutie in Munchen

Munchen, 8 november 1918. Op de foto van Heinrich Hoffmann zie je soldaten door de stad lopen. Niet meer in marsformaties, zoals de voorbije vier jaar, maar eerder als voetbalfans na een overwinning van hun club.

Een week eerder is alles begonnen. Op 29 oktober 1918 wil het opperbevel van de Duitse marine in Kiel en Wilhelmshaven  het bevel geven om uit te varen. Men wil een laatste gevecht aangaan met de Britten om de eer te redden. Maar de matrozen voelen daar niet veel voor, nu het einde van de oorlog zo dichtbij is. Op dat moment denkt nog niemand aan een revolutie.  Pas als de muitende matrozen gearresteerd worden, met krijgsgerecht in het vooruitzicht, radicaliseert de beweging. Duizenden matrozen demonstreren om hun kameraden vrij te krijgen. De militaire politie schiet op de demonstranten met negen doden tot gevolg. De matrozen grijpen de macht op de schepen en hijsen de rode vlag. Ze stichten de eerste soldatenraad in Duitsland en ontwapenen hun officieren. Vanuit Kiel en Wilhelmshaven breidt de revolutionaire geest zich uit over Duitsland.

Overal sluiten arbeiders zich aan bij de muitende matrozen en soldaten. Het volk wil vrede. Maar de revolutie is niet gewelddadig. men beperkt zich tot het hijsen van rode vlaggen en het afrukken van de epauletten van de officieren, symbool van hun macht. In Munchen vindt op 7 november 1918 een vredesdemonstratie plaats waarop de USPD politicus Kurt Eisner de revolutie uitroept. Heel wat soldaten sluiten zich daarbij aan. Tegen de avond trekt de menigte naar het koninklijk paleis. Koning Ludwig III van Beieren slaat op de vlucht.  Kort na middernacht roept Eisner Beieren uit als eerste Duitse republiek.

Het zal Eisner niet veel succes brengen. Bij de eerste vrije verkiezingen in januari 1919 behaalt de USPD slechts 2,5 procent. Eind februari 1919 wordt Kurt Eisner door een rechtsradikaal vermoord. Beieren zakt dan verder weg in het politieke geweld.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Munchen_19181108

Rode terreur in Rusland

Officieel gaat de Rode terreur op 5 september 1918 van start doordat de Cheka (de dienst voor staatsveiligheid van de bolsjewieken) een decreet daaromtrent uitvaardigt. Deze Rode terreur is een grootschalige actie om contrarevolutionairen uit te schakelen, in theorie iedereen die hoorde tot de leidende klasse onder het vorige bewind.

Deze grootschalige repressie betekent ook een soort van weerwraak omwille van de mislukte moordaanslag op Lenin op 30 augustus 1918. Herstellend van de aanslag geeft hij de opdracht om “in het geheim en dringend voorbereidingen te treffen voor terreur”.

De Rode terreur neemt allerlei vormen aan : executies, afschuwelijke martelingen, slachtpartijen, moorden, goelags… Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van vele tienduizenden tot een miljoen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De schilderij hieronder is van Ivan Vladimirov, getiteld “in de kelders van de Cheka”.

IvanVladimirov_InTheBasementOfTheCheka

 

Rijstrellen in Japan

In Uozo (Japan) mondt op 23 juli 1918 een aanvankelijk rustige betoging tegen de zeer hoge rijstprijzen uit in felle rellen, de “rijstrellen” (of kome sodo in het Japans). Deze rellen houden aan tot in september en veroorzaken onder meer de val van de regering van premier Terauchi Masatake. De volgende paar maanden hebben meer dan zeshonderd dergelijke rellen plaats : stakingen, brandstichtingen, aanvallen op officiële gebouwen, plundering van voorraden.

Tijdens de oorlogsjaren kent Japan een opmerkelijke economische groei, maar het profijt daarvan komt vooral terecht bij een kleine groep grootindustriëlen, die bovendien de banken controleren. De prijsstijgingen op de wereldmarkt, onder meer van rijst, zijn ook in Japan voelbaar. De prijs van de rijst stijgt tot meer dan het dubbele, onder andere omdat sommigen enorme voorraden opkopen en later weer op de markt brengen aan een flink hogere prijs.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://japandaily.jp/rice-riots-1693/

RiceRiots_KomeSodo_19180723