de 133 dagen van Bela Kun

De westerse geallieerden tolereren en stimuleren soms zelfs landroof ten koste van Hongarije. Als de vredesonderhandelaren in Parijs besluiten een groot deel van Hongarije aan Roemenië te geven, en de Hongaren bevel geven al hun soldaten terug te trekken uit een gedemilitariseerde zone, neemt de Hongaarse premier Karolyi op 21 maart 1919 uit protest ontslag.

Uit angstr voor een burgeroorlog besluiten de sociaaldemocraten op dezelfde dag een coalitieregering te vormen met de communist Bela Kun en ze bevrijden hem uit de gevangenis. Op 22 maart 1919 verklaart Kun Hongarije tot een radenrepubliek. Hij begint snel zijn revolutionaire ideeën in praktijk te brengen. In de 133 dagen dat Kun aan de macht is, kondigt hij dramatische ne grotendeels onuitvoerbare hervormingen aan. Alle grote landgoederen moeten worden versnipperd en herverdeeld. Industriële ondernemingen met meer dan 25 werknemers moeten worden genationaliseerd. Kerkelijk bezit wordt geconfisqueerd. Scholen moeten meer nadruk leggen op onderwijs in de wetenschap en de principes van het socialisme. Alcoholconsumptie wordt illegaal. Titels worden afgeschaft. Voedselvoorraden op het platteland worden in beslag genomen om de honger in de hoofdstad te stillen. De politieke structuur van soldaten-, matrozen- en arbeidersraden wordt opgelegd.

bron : Robert Gerwarth, De verslagenen, Uitgeverij Balans

Bela Kun

het begin van de Egyptische revolutie

In maart 1919 start de Egyptische Revolutie, die duurt tot februari 1922. Aanleiding is de Egyptische onvrede met de Britse invloed op het bestuur van het land. Onder leiding van advocaat Saad Zaghloul eisen de Egyptenaren in november 1918 de onafhankelijkheid van Egypte. De Britten weigeren echter toe te staan dat een Egyptische delegatie naar Versailles vertrekt. Dit valt in slechte aarde, want Arabieren, Joden en Armeniërs krijgen wel het recht een delegatie te sturen. De medestanders van Zaghloul verzamelen handtekeningen via een petitie om zo het recht op een delegatie voor Egypte alsnog af te dwingen. De Britten sturen generaal Allenby naar Egypte en op 3 maart 1919 worden Zaghloul en drie medestanders verbannen naar Malta.

Door de verbanning wordt de revolutie pas echt ontketend. Rechtenstudenten gaan in staking, gevolgd door ambtenaren, rechters en advocaten. Overal in Egypte vinden massale demonstraties en stakingen plaats en breekt geweld uit ter ondersteuning van Zaghloul. Na een guerrilla-aanval op Britse troepen, waarbij zes Britse militairen worden gedood in een trein, aanvallen op telefoonlijnen en spoorlijnen, worden de Egyptenaren onderdrukt met militaire tribunalen, de staat van beleg verscherpt en wordt gedreigd met vernietiging van hele dorpen als vergelding.
Uiteindelijk weten de Britten het geweld te stoppen. Allenby zet het leger in ter versterking van de politie en roept gezaghebbende Egyptenaren op de opstandelingen te kalmeren. Het belangrijkste gebaar is echter dat Allenby op 7 april 1919 de gevangen Zaghloul en compagnons vrijlaat en toestaat naar de vredesconferentie in Parijs te reizen. In een maand van opstand zijn 1000 of 3000 Egyptenaren omgekomen, enkele tientallen Britse soldaten.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Egyptische_Revolutie_(1919)

Saad Zaghloul

schietbevel in Lichtenberg

Maart 1919 wordt beschouwd als het einde van de revolutie in Berlijn. Die revolutie is begonnen in november 1918 en dwingt de keizer tot troonsafstand. Vanuit Rusland kijken de bolsjewieken toe en hopen ze dat de Duitse revolutie de voorbode is van de wereldrevolutie, na de Russische revolutie.

In januari 1919 wordt een staking van de spartakisten met geweld neergeslagen. De leiders van de Spartakusbond, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, worden vermoord. De spartakisten zijn dan wel onthoofd maar nog niet verslagen.

Op 3 maart 1919 start een algemene staking in Berlijn, en het komt dan al tot schermutselingen met de politie. Vanaf 4 maart mengen soldaten van het regeringsleger en vrijkorpsen zich in de gevechten en wordt de sfeer grimmiger. Al gauw wordt artillerie en pantsers ingezet om de opstandelingen en de stakers te verdrijven. Er wordt gevochten ten noorden en oosten van de Alexanderplatz. De gevechten verplaatsen zich dan naar het oosten van Berlijn, naar Lichtenberg.

Gustav Noske, lid van de sociaal-democratische SPD en zetelend in de Berlijnse regering, neemt harde maatregelen om de opstand de kop in de drukken. Als het gerucht de ronde doet dat er 60 agenten zijn gedood, geeft Noske een schietbevel voor de gevechten in Lichtenberg. Op 13 maart 1919 vallen soldaten Lichtenberg binnen. Al snel moeten de spartakisten het hoofd buigen. De gevechten in en om Berlijn hebben dan 1000 doden geëisten. De Duitse revolutie is dan bedwongen.

bronnen
https://www.visitberlin.de/en/event/lichtenberg-march-1919
https://de.wikipedia.org/wiki/Berliner_Märzkämpfe

aanslag op Kurt Eisner

Nadat hij de leiding nam van de novemberrevolutie, heeft Kurt Eisner de Beierse vrijstaat uitgeroepen en is hij regeringsleider van Beieren geworden. Politiek gezien is hij socialist, maar gezien de SPD de oorlog in 1917 nog steeds steunt, is hij daarna lid van de USPD (Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands).

Aan de rechterkant wordt Eisner gehaat omdat hij in 1918 de staking in munitiefabrieken steunt. In december 1918 publiceert hij documenten om Duitslands hoofdschuld aan de oorlog te bewijzen, wat hem in nationalistische kringen nog meer onpopulair maakt. Maar ook aan de linkerzijde heeft hij vijanden. Als in januari 1919 in Beieren de Spartakusbeweging de wapens opneemt, laat Eisner kommunisten en anarchisten oppakken. 

Op 21 februari 1919 verlaat Kurt Eisner het ministerie van buitenlandse zaken om zijn ontslagbrief te gaan voorlezen in het parlement. Hij is in het gezelschap van 2 partijleden en 2 lijfwachten. Een voormalige luitenant, graaf  Anton von Arco auf Valley schiet hem 2 kogels in de rug en in het hoofd. Eisner sterft ter plaatse. Von Arco wordt neergeschoten door de lijfwachten van Eisner en geraakt zwaargewond. Hij wordt geopereerd en herstelt van de schotwonden. In eerste instantie wordt hij ter dood veroordeeld maar deze doodstraf wordt later omgezet in gevangenisstraf. In 1925 wordt graaf von Arco vrijgelaten. 

bron : https://de.wikipedia.org/wiki/Kurt_Eisner

KurtEisner_1919

Sociale onrust in Glasgow

Met het einde van de eerste Wereldoorlog worden er ook minder inspanningen gevraagd aan de industrie voor het aanmaken van wapens, munitie en dergelijke. Met de demobilisatie van de soldaten komen er zo heel wat werkkrachten vrij die niet direct een nieuwe baan krijgen. Daarom stelt een vakbond in Schotland voor om de 47-urenweek te vervangen door een 40-urenweek. De staking begint op maandag 27 januari 1919 met een Bijeenkomst van 3000 arbeiders in Glasgow. Op 30 januari 1919 sluiten zich daar 40.000 arbeiders bij aan van de Clyde Engineering and Shipbuilding Industries. De situatie wordt zo ernstig dat het oorlogskabinet in Londen erover vergadert.

Op 31 januari 1919 komen stakers samen op George Square om te wachten op het antwoord van Lord Provost of Glasgow op de petitie die de vakbonden hebben overhandigd. Om 12u20 beginnen er gevechten tussen de politie en de stakers. De gevechten gaan de rest van de dag door. De regering besluit tanks en soldaten naar Glasgow te sturen om de rust te doen weerkeren. Glasgow verandert de komende weken in een militair kamp maar de staking is daarmee over. Deze periode wordt ook wel de vergeten revolutie van Groot-Brittannië genoemd.

Bron :https://en.m.wikipedia.org/wiki/Battle_of_George_Square

moord op Liebknecht en Luxemburg

De Spartakusopstand begint op 5 januari 1919 met een futiele aanleiding : de zelfbenoemde hoofdcommisaris van Berlijn, een radicale socialist, is door de eerste minister Ebert ontslagen en de spartakisten roepen op tot een demonstratie. Karl Liebknecht, samen met Rosa Luxemburg één van de drijvende krachten achter de Spartakusbeweging, neemt het woord op de demonstratie.

Op maandag 6 januari 1919 wordt een algemene staking gehouden waaraan 200.000 arbeiders deelnemen. De Berlijners zien twee optochten door de binnenstand : een van sociaal-democratebn een andere van spartakisten. Weer staat er een menigte op de Alexanderplatz, klaar om de regeringsgebouwen te bestormen. Iedereen wacht op het begin van de grote Berlijnse revolutie. Er gebeurt niets.

Dan slaat de stemming om : de regering Ebert krijgt de steun van een aantal conservatieve legeronderdelen. In felle huis-aan-huisgevechten wordt het ene na het andere bezet gebouw heroverd. Het gebouw van Vorwärts wordt bestormd, en als de dienstdoende officier aan de Rijkskanselarij vraagt wat hij met de 300 bezetters moet doen, krijgt hij ten antwoord :”Allemaal neerschieten.”. Hij is een officier van de oude stempel en weigert. Uiteindelijk worden zeven bezetters geëxecuteerd, de anderen worden zwaar mishandeld. Diezelfde zaterdagmiddag marcheren de eerste vrijkorpsen de stad binnen, met aan het hoofd Gustav Noske. Dan begint een blinde jacht op radicalen en communisten. Van de spartakisten die verzet bieden, worden er alleen al in Berlijn twaalfhonderd doodgeschoten.

Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht worden op 15 januari 1919 opgepakt, bij het Edenhotel met geweerkolven half bewusteloos geslagen en vervolgens door het hoofd geschoten. Liebknecht wordt bij het lijkenhuis afgeleverd. Rosa Luxemburg wordt, stervend, in het Landwehrkanaal gesmeten. De soldaat die Liebknecht de hersens had ingeslagen, een zekere Runge, krijgt als enige een paar maanden cel. Luitenant Vogel, die Rosa Luxemburg heeft doodgeschoten, wordt enkel veroordeeld voor het illegaal deponeren van een lijk. Hij vlucht naar Nederland en krijgt amnestie. Kapitein Waldemar Pabst, die het bevel voerde, wordt geen haar gekrenkt en hij sterft in 1970 rustig in zijn bed.

bron : Geert Mak, In Europa, Olympus  

Revolutie van buitenaf

In 1918 heeft Rusland met het verdrag van Brest-Litovsk heel wat terrein moeten prijsgeven aan de Duitsers. Maar de kansen zijn gekeerd. Duitsland is verslagen en de Duitse legers trekken zich overal terug. Het Rode Leger heeft zich weten handhaven tegen haar Russische tegenstanders en is nu in het tegenoffensief gegaan. Ook de gebieden die vroeger onder de tsaar vielen, willen de bolsjewieken terug. Lenin lanceert het idee van de “revolutie van buitenaf“. De Baltische staten, Wit-Rusland en Polen zijn de eerste slachtoffers van dit offensief.

De Russen slaan al op 22 november 1918 toe in Estland met de inname van de stad Narva. Op kerstdag zijn er op 34 kilometer van de hoofdstad Tallinn. Ook Valga en Tartu worden door het Rode Leger ingenomen. Het Estse leger stopt het Rode offensief over het ganse front tussen 2 en 5 januari 1919. Daarna beginnen de Esten hun tegenoffensief. Op 18 januari 1919 bevrijden ze Narva.

Op 5 januari 1919 nemen de Russen Minsk in en maken een einde aan de volksrepubliek Wit-Rusland. Poolse en Wit-Russische milities nemen de wapens op om de Russen tegen te houden.
Polen en Russen vechten in de eerste week van 1919 om de stad Vilna. De Polen moet afdruipen maar ze hergroeperen hun milities. Dit lijkt nog maar het begin van een open conflict tussen beide partijen.

bron : http://enacademic.com/dic.nsf/enwiki/677301