einde van de Märzkämpfe

Begin april 1921 stelt de Duitse communistische partij vast dat de Märzkämpfe (maartgevechten) een mislukking zijn. Ze roept op om alle acties stop te zetten. Dat heeft voor de communistisiche partij zware gevolgen. Meer dan de helft van de 450.000 leden levert zijn lidkaart terug in. De VKPD (Vereinigte Kommunistische Partei Deutschlands) wordt daarmee politie geïsoleerd en verliest aan slagkracht.

De Märzkämpfe zijn nochtans ambitieus begonnen. In de ochtend van 13 maart 1921 ontdekken voorbijgangers een plakkaat aan de Berlijnse Zegezuil (Siegessaule) met het opschrift “Dr. Oetkers sauspoeder”. Het poeder in kwestie is echter zes kilogram dynamiet. Door een slechte ontsteker was de ontploffing niet doorgegaan. De politie volgt het spoor van de dynamiet tot in midden-Duitsland, meer bepaald Merseburg, een streek in Saksen-Anhalt met een lange traditie van klassenstrijd. Op 18 maart 1921 roept de Rote Fahne de arbeiders van Saksen op tot actie en spoort hen aan wapens op te nemen waar ze ze maar kunnen vinden. Op 21 maart 1921 wordt opgeroepen tot algemene staking. Op dezelfde dag worden een aantal personen in Berlijn gearresteerd in verband met de mislukte aanslag op de zegezuil. Binnen de linkse beweging ziet men twee strekkingen. Peter Utzelmann kiest voor de staking en de bezetting van bedrijven. Max Hölz is een communistische leider die met zijn brigade geregels gewapende acties tegen de overheid onderneemt. Daar horen bankovervallen en dynamieteren van spoorlijnen en treinen bij. Links slaagt er zo niet in om de acties gezamelijk te coördineren en men blijft in gespreide slagorde verder actie voeren.

Door die gespreide slagorde en het verdelen van de acties slagen de communisten niet in hun doel : met de revolutie de macht veroveren. De stakingen worden stopgezet en heel wat communistische militanten worden gearresteerd. Onder meer Max Hölz wordt opgepakt en veroordeeld to levenslang. Wat nog erger is : heel wat communisten sturen hun lidkaart terug. De daadkracht van de communisten is daarmee gehalveerd.

bronnen

https://www.marxist.com/the-tragedy-of-the-march-action.htm
https://www.neues-deutschland.de/artikel/1150084.maerzaktion-verdraengtes-desaster.html
https://de.wikipedia.org/wiki/M%C3%A4rzk%C3%A4mpfe_in_Mitteldeutschland

opstand van Kronstadt neergeslagen

Kronstadt is een militaire haven en een vesting, gebouwd op het eiland Kotlin, op 30 kilometer afstand van Petrograd (Sint-Petersburg). De revolutionaire geschiedenis van de matrozen van Kronstadt begint al met de Februarirevolutie van 1917. Al heel snel hebben de matrozen een autonome sovjet (raad). Als in januari 1921 het broodrantsoen met een derde verlaagd wordt, komen er in februari stakingen en protestbetogingen van arbeiders in Moskou en Petrograd. De stakers worden hardhandig aangepakt door de bolsjewistische autoriteiten. Daarop verklaren de matrozen van Kronstadt zich solidair met de arbeiders. De bemanning van het slagschip Petropavlovsk neemt een resolutie aan, waarin onder meer geëist wordt dat er een herverkiezing van de Kronstadtse sovjet plaats moest vinden omdat de zittende sovjet de wil van de arbeiders en de boeren niet meer uitvoert. De Sovjetregering besluit daarop een delegatie naar Kronstadt te sturen onder leiding van Michail Kalinin  om orde op zaken te stellen. De delegatie wordt op 1 maart 1921 voor een oldongen feit gesteld als de stemming over de resolutie van de matrozen toch wordt gestemd en goedgekeurd.

Op 2 maart 1921 beschoouwen Vladimir Lenin en Leon Trotski de opstand in Kronstadt als muiterij en beginnen maatregelen voor te bereiden. Verdachte soldaten, matrozen en familieleden van opstandelingen in Petrograd worden gearresteerd en in de hele provincie Petrograd wordt de noodtoestand uitgeroepen. In Kronstadt wordt op dezelfde dag een Voorlopig Revolutionair Comité ingesteld ter verdediging van Kronstadt, onder leiding van Petrisjenko. Die laat direct alle vestingen en garnizoenen in Kronstadt bezetten, waarmee het gewapende verzet tegen de centrale Sovjetregering een feit is.

Op 5 maart stelt Trotski een ultimatum aan de opstandelingen in Kronstadt; hij eist dat zij zich onmiddellijk aan het gezag van de Sovjetrepubliek onderwerpen. Op 7 maart wordt de aanval geopend en bestookt het Sovjetleger Kronstadt met een spervuur aan bommen en granaten. Op 8 maart bestormen infanterie-eenheden van Toechatsjevski de stad vanuit een sneeuwstorm, in witte pakken, maar de aanval wordt door de Kronstadters afgeslagen. Veel van de Rode infanteristen worden kansloos neergeschoten of vinden de dood in de gaten die de zware wapens van de opstandelingen in het ijs hadden geschoten. Generaal Toechatsjevski plaatst Tsjeka-agenten met machinegeweren achter de infanterie om soldaten die zonder bevel terugtrekken dood te schieten

Van 10 tot 15 maart wordt Kronstadt vrijwel voortdurend gebombardeerd. De bevolking van Kronstadt, dat volledig omsingeld is, wordt steeds hongeriger, maar houdt vol. Ook vrouwen en kinderen sjouwen met munitie en slepen gewonden weg uit de frontlinie. Op 15 maart wordt het hospitaal door een bombardement vernietigd.

Op 16 maart om 14 uur 20 begint de Sovjetartillerie met een onafgebroken kanonnade die de definitieve fase van de strijd inluidt. Met het vallen van de nacht nemen de Sovjettroepen hun stellingen op het ijs weer in en om 1 uur in de nacht zetten ze zich in beweging. Op hun buik op het ijs liggend schieten de Kronstadters vanachter het prikkeldraad tot hun munitie op was. De slag zal 18 uur woeden en aan 10.000 soldaten van het Rode Leger het leven kosten.

Op 17 maart bereiken de bolsjewistische troepen van Toechatsjevski de stad. Arbeiders en matrozen leveren nog verwoede straatgevechten, maar aan het eind van de ochtend hebben de bolsjewieken het Ankerplein bezet. Eenheden van de Tsjeka krijgen absolute volmacht de stad te reinigen van de ‘muiters’. De laatste matrozen blijven zich verdedigen tot enige tientallen bij elkaar worden gedreven nabij het Ankerplein en door mitrailleurvuur worden afgemaakt. In de noordpunt van de stad gaat het schieten nog even door en enkele matrozen weten in de nacht nog te ontkomen naar Finland.

In de ochtend van 18 maart is het, op een enkel schot na, stil in de straten van Kronstadt en hebben de opstandelingen zich overgegeven. De gevangen opstandelingen worden gedwongen om een strafmars door Petrograd te lopen. Later die nacht worden 500 muiters zonder enige vorm van proces doodgeschoten.

In de loop van de daarop volgende maanden worden nog eens 2000 opstandelingen geëxecuteerd, bijna allemaal zonder enige vorm van proces, terwijl tal van anderen naar Solovki werden gestuurd, het eerste concentratiekamp in Rusland.

Zo’n 8000 opstandelingen zijn erin geslaagd naar Finland te vluchten, maar daar worden ze gevangengezet en gedwongen dwangarbeid te verrichten. Velen worden later terug naar Rusland gelokt met de belofte van amnestie, waarna ze bij terugkeer worden doodgeschoten of naar een concentratiekamp gestuurd.

De opstand van Kronstadt wordt gezien als een markerend moment in de Sovjetgeschiedenis: voor het eerst keert het bewind zich tegen een proletarische opstand. De opstand brengt Lenin tot een ‘verbod van factievorming’ en is zo een belangrijke aanleiding voor de vestiging van de absolute dictatuur.

Het neerslaan van de opstand heeft een verpletterende werking op socialisten over de hele wereld. Ze zien het als een bewijs dat de bolsjewieken tirannen zijn geworden.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Opstand_van_Kronstadt

Staatsgreep in Perzië

In de nacht van 20 op 21 februari 1921 vindt er een statsgreep plaats in Perzië (het huidige Iran). De leider van de staatsgreep is Seyyed Zia al-Din Tabatabai, een Perzische politicus die zeer goede contacten met de Britten heeft opgebouwd. Hij wordt gesteund door generaal Reza Khan en zijn Perzische kozakkenbrigade (zo genoemd omdat ze tot 1917 getraind zijn door Russsische officieren). Er zijn enkele schermutselingen tussen de militairen en agenten in Teheran maarvanaf 21 februari hebben de putschisten de macht stevig in handen. Tabatabai wordt eerste minister en Reza Khan opperbevelhebber van het leger.

Bedoeling van de staatsgreep is meer stabiliteit te brengen in Perzië, dat tot dan toe pover geregeerd wordt door sjah Ahmad van de Qadjar dynastie. In één provincie is er zelfs een Perzisch Sovjetleger dat hoopt te kunnen aansluiten bij de Sovjet-Unie. De Britse steun aan de staatsgreep is niet bewezen maar meer dan waarschijnlijk. De Britten hopen zo Perzië binnen de Britse invloedsfeer te houden.

Op 22 februari 1921 is er een kabinet samengesteld. Op 26 februari wordt een verdrag afgesloten met de Sovjet-Unie. Daarmee zijn de grenzen veilig gesteld. Ook op binnenlands vlak wordt er grote kuis gehouden. Heel wat grootgrondbezitters en andere invloedrijke politiekers worden gearresteerd. Daarmee hoopt men de macht van enkelingen te breken en na het uitschakelen van deze oligarchie meer stabiliteit te brengen en de welvaart in het land beter te verdelen.

Voor eerste minister Tabatabai zal de macht niet lang blijven duren. In april 1921 heeft hij een eerste conflict met Reza Khan, snel gevolgd door een tweede. In mei 1921 krijgt Tabatabai te horen dat hij beter het land kan verlaten in ruil voor een ruime financiële tegemoetkoming. Reza Khan daarentegen kan zijn macht wel bestendigen. Hij wordt later sjah en is stichter van de Pahlavi dynastie. Die dynastie zal het macht behouden tot ayatollah Khomeini in 1979 daar een einde aan maakt.

Putschisten in Teheran. Premier Tabatabai staat in het centrum. Rezak Khan staat uiterst links.

aanslag in Boekarest

Op 8 december 1920 ontploft een bom aan de Roemeense senaat in Boekarest. Die aanslag eist het leven van de minister van justitie Dimitrie Greceanu, twee senatoren en verwondt de voorzitter van de senaat Constantin Coandă. Het brein achter de aanslag is Max Goldstein, bekend onder zijn bijnaam Coca bij Roemeense communistische groepen.

Max Goldstein is daarmee niet aan zijn proefstuk. In 1916 heeft hij zich aangesloten bij de communisten, wordt door de politie opgepakt maar ontsnapt en vlucht naar Odessa. Vanuit Rusland keert hij terug met het nodige geld en instructies. Blijkbaar heeft hij er ook een training gehad in het maken van explosieven, want hij is een hand verloren. Bij de politie staat hij snel bekend als de “man met de haak”.

Op 17 november 1920 pleegt Goldstein een aanslag op de trein van minister van binnenlandse zaken Constantin Argetuianu. Die aanslag mislukt. En na de aanslag op de Roemeense senaat is het echt tijd voor Goldstein om het land te verlaten. Hij duikt onder in Bulgarije maar wordt gearresteerd in 1921 als hij weer in Roemenië wil komen. Hij wordt tot levenslang veroordeeld en sterft in de gevangenis in 1924 na een hongerstaking van 32 dagen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Max_Goldstein

Max Goldstein

Incident in Frankfurt

Na de Kapp putsch op 13 maart 1920 (lees hier meer daarover), hebben de aanhangers van links zich verenigd en zijn op straat gekomen. Daarop beslist de Duitse Reichswehr soldaten te sturen om die linkse opstand neer te slaan. Dat gaat echter in tegen het verdrag van Versailles want nu stuurt Duitsland soldaten naar een gedemilitariseerde zone. Frankrijk stuurt troepen naar Duitsland op 6 april 1920.

Op 7 april 1920 komt het tot een incident in Frankfurt. Soldaten van het 3e Marokkaanse Tirailleurs Regiment zijn gestationeerd aan de Hauptwache in het centrum van Frankfurt. In het begin worden ze nog gade geslagen door een nieuwsgierige menigte. Maar de spanning neemt al snel toe en tot slot openen de Franse soldaten het vuur met een machinegeweer. Negen omstaanders sterven en zesentwintig worden gewond. Als de volgende dag het nieuws in de kranten verschijnt roepen de burgemeester Georg Voigt, de commissaris Ehler en de president Cossman op tot kalmte

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/French_occupation_of_Frankfurt

Evacuatie van Novorossiejsk

Novorossiejsk is een havenstad in Rusland gelegen aan de Zwarte Zee. Op 11 maart 1920 zijn de frontlinies zo’n 40 à 50 kilometer verwijderd. Het Witte Leger trekt zich na de aanhoudende nederlagen tegen het Rode Leger terug in de richting van de havenstad. Er zijn ongeveer 25.200 infanteristen en 26.700 cavaleristen in de omgeving van de stad.

De Britten melden general Anton Denikin dat ze maximaal 5.000 vluchtelingen uit de havenstad kunnen evacueren. Op 13 maart 1920 breekt de eerste paniek uit in de stad. Op 16 maart wordt de zuid-Russische regering ontbonden. Op 17 maart valt Jekaterinodar in handen van het Rode Leger. Op 22 maart 1920 nemen ze het station van Abinsk in. De enige manier om nog goederen en mensen te transporteren is via de spoorlijn, maar die wordt natuurlijk gecontroleerd door de militairen. Het doel is zoveel mogelijk soldaten uit de havenstad te evacueren naar de Krim en daar het Witte Leger te hergroeperen.

Op 25 maart 1920 zit het Rode Leger al in een voorstad van Novorossiejsk. Hierdoor wordt de spoorlijn afgesneden en het Witte Leger moet zijn gepantserde treinen achterlaten.

In de nacht van 25 op 26 maart begint het Witte leger aan de evacuatie. Ze steken opslagplaatsen in de haven en tanks met olie in brand. De Britten helpen bij de evacuatie en vanop hun schepen vuren ze naar de posities van het Rode Leger. Op 26 maart 1920 vaart het laatste schip, een Italiaanse cargo Baron Beck  de haven binnen. Paniek maakt zich meester van de wachtenden op de kade aangezien ze niet weten waar het schip gaat aanmeren. De paniek wordt nog groter als mensen elkaar verdringen om toch een plaatsje te bemachtigen.

Op 27 maart 1920 neemt het Rode leger de havenstad in. Enkele achtergebleven Witte regimenten geven zich over. In totaal kunnen 40.000 soldaten ontsnappen maar zonder paarden of zwaar materieel. Ongeveer 20.000 soldaten vallen in handen van het Rode Leger. Generaal Denikin neemt de verantwoordelijkheid van de mislukte evacuatie op zich en wordt vervangen door Pjotr Wrangel als opperbevelhebber van het Witte Leger.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Evacuation_of_Novorossiysk_(1920)

Onderstaande schilderij is van Ivan Vladimirov, getiteld “vlucht van de burgerij uit Novorossiejsk”.

einde van de grote Siberische ijsmars

In de zomer van 1919 behaalt het Rode Leger een grote overwinning op het leger van Kolchak. ZIjn soldaten graven zich in op een linie tussen de rivieren Tobol en Ishim om de Roden tegen te houden. Het Rode Leger heeft op dat moment nog een tweede dreiging, namelijk het Witte Leger onder leiding van Anton Denikin dat vanuit het zuiden Moskou nadert. In de herfst van 1919 is Denikin verslagen en kan het Rode Leger nu alle aandacht geven aan het oostfront. Midden oktober 1919 breken de Roden door de Witte linies aan de Tobol rivier. In november 1919 trekken de Witten zich wanordelijk terug tot Omsk. Op 14 november 1919 valt Omsk in de handen van het Rode Leger.

De grote terugtocht begint na de zware nederlagen van het Witte Leger in november en december 1919. De Witten trekken zich terug langs de transsiberische spoorlijn op de hielen gezeten door het Rode Leger. Dat Rode Leger neemt Tomsk in op 20 december 1919 en Krasnoyarsk op 7 januari 1920.

Op hun terugtocht krijgen de Witten te maken met aanvallen van partizanen en ongeregelde troepen. Hun moreel is laag, de aanvoerlijnen van voedsel en voorraden zijn onzeker en de discipline zakt zienderogen. Daarnaast is er nog de Siberische Winter die het hen moeilijk maakt.

Tijdens de terugtocht verliezen de Witten op 17 januari 1920 ook nog eens hun opperbevelhebber Kolchak. Lees maar daarover op deze pagina : https://martinusevers.org/2020/01/17/het-einde-van-aleksandr-koltsjak/

Generaal Kappel volgt Kolchak op maar ook hij is gehinderd door het feit dat het Tsjechoslovaakse legioen de spoorlijn in feite controleert. Hij leidt zijn leger naar het Baikalmeer nabij Irkoetsk in januari 1920. Hun einddoel ligt ergens nabij China en ze steken het Baikalmeer over bij ijzige temperaturen tot 40°C onder nul. Ongeveer dertigduizend soldaten, sommigen met hun gezin, steken het meer over naar Transbaikalia. Heel wat vluchtelingen zullen doodvriezen tijdens deze vlucht. Ook generaal Kappel lijdt onder de extreme temperaturen en hij sterft aan bevriezing en een longontsteking op 26 januari 1920.

De overlevende van de ijsmars vinden beschutting in Tsjita, de hoofdstad van de regio Transbaikal. Ze sluiten aan bij het Witte Leger van Semyonov en er is een belangrijke Japanse militaire aanwezigheid die nog dateert van de periode dat de geallieerden het Witte Leger wou steunen in hun gevechten tegen de bolsjewieken.

Het Rode Leger neemt Irkoetsk in op 8 maart 1920. Daarmee is de grote Ijsmars ten einde. Het centrale comité van de Russische Communistische partij geeft het Rode Leger bevel niet verder op te rukken dan Irkoetsk. Ze willen een militair conflict vermijden met Japan, aangezien op dat moment er al een oorlog bezig was in het westen met Polen.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Great_Siberian_Ice_March

Putschisten in Berlijn

In 1919 wordt de troepensterkte van de Reichswehr geschat op zo’n 350.000 man. Volgens de bepalingen van het Verdrag van Versailles mag het Duitse leger maar 100.000 man hebben. De geallieerde commissie in Berlijn heeft de Duitse minister van oorlog, Gustav Noske, gevraagd twee Freikorps-brigaden  te ontbinden die even buiten Berlijn zijn gestationeerd. Het zijn de marinebrigade onder kapitein Ehrhardt en de oostzee-brigade onder generaal graaf von der Goltz. In feite zijn het particuliere legers maar de geallieerden willen hun bestaan zo dicht bij de hoofdstad niet tolereren.

In maart 1920 worden er orders uitgevaardigd dat de marinebrigade Ehrhardt moet worden ontbonden. De leiders van de brigade zijn vastbesloten zich te verzetten tegen de ontbinding van hun eenheid. Zij roepen de hulp in van generaal Walther von Lüttwitz, commandant van de Reichswehr in Berlijn. Lüttwitz is de echte leider van de putsch, maar de putsch krijgt de naam van Wolfgang Kapp, een 62-jarige ambtenaar, die de kanselier zal worden als de putsch slaagt. .

Na de weigering van kanselier Ebert om de orders voor ontbinding in te trekken, geeft Lüttwitz de marinebrigade Ehrhardt het bevel op te rukken naar Berlijn. Op 13 maart 1920 bezet de brigade de hoofdstad. Op dat moment roept minister Noske de Reichswehr op om de putsch neer te slaan, maar hij krijgt te maken met een ferme afwijzing. Chef der Heeresleitung Hans von Seeckt, opperbevelhebber van het leger, antwoordt : “Reichswehr vuurt niet op Reichswehr”. De regering wordt gedwongen Berlijn te verlaten en vlucht naar Dresden. Intussen vaardigt de regering een proclamatie uit waarin het Duitse volk wordt opgeroepen te staken. De Duitsers geven massaal gehoor aan de oproep en het land wordt lamgelegd. Hierdoor zakt de staatsgreep ineen en Kapp en Lüttwitz geven de staatsgreep op 17 maart 1920 op en vluchten naar Zweden.

Opmerkelijk is het gebruik van de swastika of het hakenkruis door de putschisten. Dat is een detail dat een niet zo toevallig toeschouwer van de putsch in Berlijn niet is ontgaan. In München heeft het leger de sociaal-democratische regering vervangen en ze hebben twee afgevaardigden naar Berlijn gestuurd om de twee militaire opstanden te coördineren. Een van die afgevaardigden is Adolf Hitler die de dagen van de Putsch zijn ogen de kost geeft en leert.

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kapp-putsch
Robert Payne, Hitler – een leven voor de dood, 1990

het einde van Aleksandr Koltsjak

Aleksandr Koltsjak is een Russisch marineofficier met een indrukwekkende staat van verdiensten. Voor de oorlog is hij commandant van de Zwarte Zee-vloot. In 1916 is hij op 42-jarige leeftijd de jongste vice-admiraal. Na de februarirevolutie (1917) verlaat hij Rusland. Hij keert terug na de oktoberrevolutie en wordt leider van de Voorlopige Regering van Autonoom Siberië. Aanvankelijk boekt Koltsjak belangrijke successen en dringt hij door tot Omsk en Kazan bij de Wolga.

In april 1919 lijdt hij bij Samara een nederlaag tegen de Roden mede te wijten aan de veel te lange bevoorradingslijnen, onvoldoende gekwalificeerde officieren, moreel verval onder zijn troepen. In de zomer van 1919 stoot de Rode maarschalk Toechatsjevski door de Oeral en na het verlies van Omsk op 14 november 1919 trekken Koltsjaks troepen zich door Siberië heen terug naar het verre Oosten. Koltsjak en zijn gevolg verlaten de stad met de trein. Op 13 december komt de trein aan in Marinsk. Daar dwingt het Tsjechische Legioen en de Fransen onder leiding van generaal Maurice Janin de trein van Koltsjak op een zijspoor. Op dat tragere spoor strandt de trein van Koltsjak in de nabijheid van Irkoetsk. Einde 1919 breekt er muiterij uit onder de Russische soldaten en een deel schaart zich achter de rode vlag.

Op 5 januari 1920 doet de Franse generaal Janin Koltsjak het voorstel om ontslag te nemen in ruil voor een veilige aftoch. Op 6 januari 1920 wordt Koltsjak gedwongen ontslag te nemen als aanvoerder van de witte legers en zijn macht over te dragen aan generaal Denikin. De trein van Koltsjak sukkelt verder tot in het centrum van Irkoetsk. Daar wordt hij op 15 januari 1920 door Tsjechische soldaten op vraag van de Franse generaal Janin gearresteerd en overgedragen aan de socialistische muiters. Vanaf 21 januari tot 6 februari 1920 wordt hij ondervraagd. Dan volgt een terdoodveroordeling en tot slot de executie. Generaal Kappel wil met de soldaten die hem resten admiraal Koltsjak nog redden en rukt op richting Irkoetsk. Kappel lijdt echter aan tyfus en sterft onderweg. Zijn adjudant Wojciechowski zet de opmars verder maar komt te laat om de admiraal te redden. Dan begint de definitieve terugtocht van de witte legers gekend onder de naam “grote Siberische Ijsmars”.

De laatste foto van admiraal Koltsjak staat hieronder.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Alexandre_Koltchak
https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Koltsjak

witte terreur in Boedapest

Terwijl in het West-Europa de vrede is teruggekeerd, heerst er nog steeds oorlog in Oost-Europa. Nieuwe staten bekampen mekaar om de restanten van de oude staten in te palmen. Daarnaast is er ook een nieuwe ideologie, het bolsjewisme, dat om ruimte vecht.

In Hongarije is een communistische regering van Bela Kun omvergeworpen door het Roemeense leger dat Boedapest heeft veroverd in augustus 1919. Onder druk van de Entente, vooral dan Frankrijk, ontruimen de Roemenen na enkele maanden bezetting de Hongaarse hoofdstad. Op 16 november 1919 rijdt Miklos Horthy, voormalig admiraal uit het Oostenrijks-Hongaarse leger, gezeten op een witte schimmel, aan het hoofd van zijn volksleger triomfantelijk Boedapest binnen.

Na de parade raast een witte vloedgolf over de hoofdstad. Iedere persoon die verdacht wordt van linkse sympathieën, wordt opgepakt en in de gevangenis geworpen. Anderen worden zonder vorm van proces geëxecuteerd. Slachtoffers zijn vooral joden, linkse intellectuelen, de zogenaamde Leninjongens die onder Kun de rode terreur deden gelden, en wie verdacht wordt van collaboratie met de Roemenen. Het aantal dodelijke slachtoffers van de witte terreur wordt op vijfduizend geschat, en 75.000 mannen en vrouwen verdwijnen voor korte of langere periodes in de gevangenissen. Nog eens 100.000 mensen, vooral intellectuelen, communisten, socialisten en joden, vluchten het land uit en zoeken vooral in Wenen en Praag een nieuwe toekomst. De witte terreur maakt meer slachtoffers dan de rode, die hij moet vergelden. De communisten hadden ‘slechts’ zeshonderd doden op hun geweten.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hongaarse_Republiek_(1919-1920)
https://doorbraak.be/hongarije-of-de-totale-vernedering-1918-1921/