elfde slag aan de Isonzo

De Italiaanse opperbevelhebber generaal Luigi Cadorna beveelt zijn troepen de elfde slag aan de Isonzo te lanceren op 18 augustus 1917. Twee Italiaanse legers zullen de aanval uitvoeren. Het 2e leger onder generaal Luigi Capello valt aan te noorden van de stad Gorizia, terwijl het 3e leger van de hertog van Aosta oprukt in het zuiden tussen Gorizia en Triëst. De Italiaanse troepen tellen 52 divisies gesteund door 5000 stuks artillerie.

Het 5e leger van generaal Svetozar Bojorevic von Bojna roept de opmars van de hertog van Aosta al gauw een halt toe maar de Italianen boeken grotere winst in het noorden. Daar verovert het Italiaanse 2e leger het Bainsizza-plateau. De Italianen lijden grote verliezen : ongeveer 166.000 soldaten worden gedood, gewond of gevangen genomen. Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde vallen 85.000 slachtoffers. De Oostenrijks-Hongaarse bevelhebbers menen echter dat hun troepen op het punt staan in te storten en vragen het Duitse opperbevel versterking te sturen om het front te stabiliseren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Isonzo_agosto1917

Karel I en de Sixtus affaire

Karl_of_AustriaKarel I van Oostenrijk, die op 21 november 1916 zijn oudoom Franz-Joseph opvolgde als hoofd van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, schrijft op 24 maart 1917 een brief aan de Franse president Raymond Poincaré met een eigen vredesvoorstel. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Ottokar von Czernin, is niet op de hoogte van de inhoud (onder meer onafhankelijkheid van Servië en België)). Een schoonbroer van Karel I, Sixtus van Bourbon-Parma, speelt voor postbode. Daarover lees je meer in dit artikel.
Wanneer deze en volgende brieven later uitlekken, krijgt de zaak de naam Sixtus-affaire. Een  kettingreactie van ontkenningen, leugens en beschuldigingen volgt.

Met zijn eenzijdig vredesvoorstel maakte Karel I later blijkbaar wel indruk in het Vaticaan. Paus Johannes Paulus II verklaart hem in 2004 heilig voor zijn rol als vredestichter. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de beschuldigingen dat hij opdracht had gegeven om gifgas te gebruiken en in 1921 twee staatsgrepen zou hebben gepleegd in Hongarije.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven

Oostenrijk-Hongarije verliest zijn keizer

Op 21 november 1916 overlijdt  Franz Joseph I, keizer van Oostenrijk-Hongarije, op 86-jarige leeftijd in het slot Schönbrunn. Hij was al op 18-jarige leeftijd aan de macht sinds 1848. Zijn huwelijk met Elisabeth van Beieren is vooral gekend door de filmreeks “Sissi”. Zijn latere leven was veel minder rooskleurig als deze films tonen. In 1889 sterft zijn oudste zoon, kroonprins Rudolf, door zelfmoord. In 1898 wordt keizerin Elisabeth vermoord door een Italiaanse anarchist. Er zijn nog andere dramatische sterfgevallen in zijn directe familie, maar de meest dramatische is wel de moord in 1914 op troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajewo. Die moord is de rechtstreekse aanleiding tot de eerste wereldoorlog.

Het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije zou zijn keizer geen 2 jaar langer overleven.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Jozef_I_van_Oostenrijk

franzjoseph_19161121

Een Russische pandoering

Op 9 juni 1916 is het Broesilov offensief al enige dagen aan de gang. Dit offensief werd nauwgezet voorbereid door generaal Alexei Broesilov (detail daarover lees je hier). De eerste stad die het Oostenrijks-Hongaarse leger moet prijsgeven, is Lutsk. de Kaiserliche-und-Königliche Armee had ook geen offensief aan het oostrfont verwacht en is volop bezig met de Strafexpedition tegen de Italianen. Het Russische offensief komt ongelegen en totaal onverwacht.

erzherzog-josef-ferdinand

Jozef Ferdinand

Het is zo onverwacht dat de Oostenrijkse stafchef, Conrad von Hötzendorf, op een verjaardagsfeestje is bij aartshertog Jozef Ferdinand in het kasteel van Teschen. Als de Russen aanvallen op 4 juni 1916, geraken die rapporten wel tot bij von Hötzendorf, maar die schat de situatie niet ernstig in en wil de aartshertog en zijn gemalin niet beledigen door het feestje voortijdig te verlaten.

Het is maar de vraag of zijn vertrek de situatie nog had kunnen redden. De Russen zijn bijzonder goed voorbereid en hebben de loopgraven van hun vijanden goed in kaart gebracht. Een bijzonder krachtig bombardement jaagt de Oostenrijks-Hongaarse soldaten in hun schuilkelders. Terwijl ze daarin blijven, nadert de Russische infanterie de loopgraven en wacht tot hun vijanden met de handen omhoog eruit komen. Vooral de etnische Slaven zien ertegen op hun Slavische broeders te bekampen voor Oostenrijk-Hongarije en geven zich graag over. Achter de eerste linies zijn er nauwelijks reserves en dus kunnen de Russen gemakkelijk oprukken. Het Oostenrijks-Hongaarse 4e leger wordt gedecimeerd waardoor het 7e leger zich ook verplicht ziet om terug te trekken. Tot slot moet ook het 1e leger zijn eerste linies verlaten onder Russische druk.

Op 6 juni 1916 hebben de Russen al een gat gemaakt van 32 kilometer in de frontlinies van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Op 8 juni schiet er van de 110.000 soldaten van het 4e leger nog maar 18.000 over. Volgens sommigen zijn 60% van de verliezen te wijten aan desertie. Over een lengte van 400 kilometer, van de Pripjat-moerassen tot aan de Karpaten, is het Oostenrijks-Hongaarse leger op de vlucht.

Conrad von Hötzendorf gaat op 8 juni 1916 naar Berlijn om Falkenhayn om hulp te vragen. Na een hevige discussie stemt Falkenhayn toe in Duitse versterkingen op voorwaarde dat de Oostenrijks-Hongaarse legers aan het oostfront onder Duits bevel komen. De Oostenrijkse stafchef heeft geen andere keuze dan te aanvaarden.

Op 9 juni 1916 is de 2e fase van het Broesilov offensief gepland. Generaal Alexei Evert moet dan zijn deel van het werk doen. Maar Evert stelt uit omdat hij nog niet klaar is. Die vertraging zal zijn effect niet missen op het Russische offensief. Niettemin wordt het Broesilov offensief beschouwd als een van de grootste overwinningen van de geallieerden en het begin van het einde van Oostenrijk-Hongarije als militaire grootmacht.

Taalkundig toemaatje : Het woord pandoering (in de betekenis van een flink pak slaag) is afgeleid van het woord pandoer, een soldaat uit bepaalde eenheden van het Oostenrijkse keizerlijke leger. Het woord is afkomstig uit het Hongaars. 

bron : Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, amber books

BroesilovOffensief_OostenrijkseKrijgsgevangenen.jpg

Oostenrijks-Hongaarse soldaten verdwijnen in Russische krijgsgevangenschap

 

het moedigste regiment van de KuK Armee

De KuK Armee staat voor Königliche und Kaiserliche Armee.We hebben het dan over het leger van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Maar het moedigste regiment is niet Oostenrijks noch Hongaars. Die eer is voorbehouden voor het Bosnisch-Herzegovinisch infanterieregiment nr 2 en is gebaseerd op de gevechten tijdens de zogenaamde Strafexpedition van Oostenrijk-Hongarije tegen Italië.

Op verschillende plaatsen langs het front wordt er in juni 1916 hevig gevochten om de bergtoppen en de posities in het rotsachtige gebergte. De Monte Meletta (of Monte Fior in het Italiaans), een stevige bergtop van 1824 meter hoogte, is de scène van bloedige gevechten. Voor bevelhebber Conrad Von Hötzendorf is de inname van deze bergtop cruciaal om door te kunnen stoten naar de vlaktes.

Op 5 juni 1916 gaan Bosnische en Oostenrijkse troepen in de aanval. Ze bestormen de bergtop maar de goed verschanste Italianen onthalen hen op geweervuur. Daarneboven worden ze per ongeluk bestookt door hun eigen artillerie.

Twee dagen duren de gevechten en pas op 7 juni 1916 komt er een doorbraak. Tegen de avond bestormt de aanvalsgroep van de 49-jarige Kroaat Oberstleutnant Stevo Dui de bergtop. Na hevige lijf-aan-lijfgevechten veroveren en behouden Dui en zijn mannen de positie ondanks de Italiaanse tegenaanvallen. Heel de nacht duurt de brutale strijd om de bergtop. Krijgsgevangenen worden er niet genomen. 208 Bosnische soldaten en 1233 Italiaanse Alpini komen om het leven. Voor de rest van de oorlog zou het bosnisch-herzegowinisches Infanterieregiment nr 2 als het moedigste worden beschouwd van het hele Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar de vele heroïsche exploten van jonge soldaten en oudere officieren ten spijt, daags na de verovering verzandt het offensief aan de rand van de Asiogovlakte.

bron : Historia 1916, Knack

bosnjaci-na-monte-meletta-1916-1918

Bosnische soldaten op de Monte Meletta

Strafexpedition

Oostenrijk-Hongarije heeft nog een rekening te vereffenen met Italië. Oorspronkelijk was Italië een bondgenoot, maar het verklaarde zich neutraal toen de oorlog uitbrak in 1914 en koos daarna de zijde van de geallieerden in 1915.In eerste instantie beperkt Oostenrijk-Hongarije zich tot defensieve acties. Maar op 15 mei 1916 lanceert het Königliche und Kaiserliche Armee (K.u.K.) voor het eerst een offensief aan het Italiaanse front, meer bepaald in de Trentinostreek. De Italianen worden verrast. De langgeplande aanval wordt geopend over een 32 kilometer lang front. Ondanks het bergachtige terrein boekt het Oostenrijks-Hongaarse leger vooruitgang, vooral dankzij hun gespecialiseerde bergtrorpen. Het Oostenrijks-Hongaarse 11e en 3e leger, onder aartshertog Eugène, doorbreken in de volgende dagen de linies van generaal Roberto Brusati’s leger. Op 20 mei 1916 beveelt de Italiaanse opperbevelhebber, generaal Luigi Cadorna, zijn mannen van het 1e leger te vechten tot de dood.

Dit offensief staat ook bekend als de Strafexpedition of als de slag bij Assiago.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Asiago

LudwigKoch_Vergeltung