de laatste vlucht van de Rode Baron

Manfred von Richthofen is een cavalerieofficier als de oorlog begint. Als de oorlog in de loopgraven vastloopt, vraagt hij zijn overplaatsing aan naar de Deutsche Luftstreitkräfte. In 1915 is hij nog waarnemer-boordschutter maar na een ontmoeting met Oswald Boelcke wil hij piloot worden.  Hij neemt vlieglessen maar een grote indruk maakt hij niet. De eerste solo landing eindigt in een crash. Hij zet door en neemt supplementaire vlieglessen.

In april 1916 behaalt hij zijn eerste overwinning. Omdat het Franse toestel achter de Franse linies valt, wordt die overwinning niet erkend. In augustus 1916 neemt Boelcke von Richthofen op in zijn nieuw opgerichte Jagdstaffel 2 (kortweg Jasta 2). Op 17 september 1916 behaalt von Richthofen zijn eerste officieel erkende overwinning boven de Somme. Nog voor het einde van dat jaar behaalt von Richthofen vijftien officiële overwinningen op zijn palmares.  In januari 1917 wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Kort daarna krijgt von Richthofen het bevel over zijn eigen escadrille, de Jasta 11. Zijn persoonlijke toestel laat hij in het rood schilderen, wat hem de bijnaam “de Rode Baron” oplevert. De titel baron verwijst naar zijn adellijke titel Freiherr.

Op 21 april 1918, twee weken voor zijn 26e verjaardag en een dag na zijn tachtigste overwinning, zet von Richthofen bij de Somme de aanval in op een Brits vliegtuig bestuurd door de onervaren Canadese luitenant Wilfrid May. Terwijl von Richthofen het Britse toestel volgt, wordt hij zelf achternagezeten door de Canadese kapitein Arthur “Roy” Brown. Tijdens dit gevecht, dat zich op erg lage hoogte afspeelt, wordt von Richthofen dodelijke getroffen. Ondanks zijn verwonding weet hij zijn toestel in een Australische sector aan de grond te zetten. Wanneer soldaten komen toegesneld, vangen ze nog net von Richthofens laatste woorden op :”Kaputt…”.

Von Richthofen blijkt in de borst en het hart getroffen door een enkele 303 British-kogel – de standaard munitie in de legers van Groot-Brittannië en het Gemenebest. Waarschijnlijk is de Rode Baron vanaf de grond getroffen en niet door zijn achtervolger Roy Brown.

De Australiërs begraven von Richthofen met militaire eer op het kerkhof van het dorpje Bertangles bij Amiens. Na de oorlog begraven de Fransen hem op het Duitse militaire kerkhof van Fricourt. Nog later verhuist zijn stoffelijk overschot naar Wiesbaden.

bron : Mark de Geest, 14-18 in onder dagen, Manteau

 

noodlot treft Karel Desaever

Karel Desaever maakte meerdere gevaarlijke situaties mee tijdens de oorlog maar sneuvelt uitgerekend op zijn vrije dag op 2 april 1918.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog wordt Karel Desaever, schrijnwerker van beroep, ingedeeld bij het 7e linieregiment. Bij de gevechten van de Dijle en om het fort van Waver wordt hij geraakt door een kogel, met een eerder lichte verwonding als gevolg. Later vecht zijn regiment ook bij Mannekensvere, Lombardsijde en Sint-Joris.

Na meer dan 3,5 jaar frontdienst komt Karel Desaever in Veurne terecht bij de 1e compagnie van het spoorwegbataljon. Vandaag heeft hij een dag verlof en bezoekt zijn ouders die in dezelfde stad aan de Iepersesteenweg wonen. Plots hoort iemand het geluid van een vliegtuig en iedereen loopt naar buiten. Een Duitse bom doodt Karel. Zijn vader, die op een schuur klom om een beter zicht te hebben, raakt gewond.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GrandeGuerre_Adieu

een paasei voor Louis Barthas

Louis Barthas krijgt aan het einde van dagenlange marsen dan toch een bijzonder paasei aangeboden. 

Op een dag kregen we tijdens het rapport te horen :”Alle verloven zijn ingetrokken.”. Hoe laconiek ook gezegd, toch was dit voor iedereen een zin waarvan een dreiging uitging. Wat een ramp was het voor de soldaten die nog dezelfde dag of de dag erna met verlof zouden vertrekken. Ik ken een paar soldaten die hun familie al blij hadden gemaakt met hun komst en pas toen de oorlog voorbij was tussen vier dennenplanken thuiskwamen ! 

Op 23 en 24 maart 1918 werd Les Islettes zwaar gebombardeerd. Alle diensten in het dorp waren in allerijl verhuisd. 

In de nacht van 24 op 25 maart, gebruik makend van een heldere maan, kwamen de Gothas verschillende keren bommen werpen op de spoorweg en het station. Twee of drie bommen vielen op nog geen honderd meter van onze slaapplaats die we gelukkig hadden verlaten om de nacht in de openlucht door te brengen. Je nam liever het risico van bronchitis dan onthoofd, opengereten of vermorzeld te worden.  

Op 27 maart was er alarm. We moesten de hele dag bij onze uitrustig blijven, klaar om te vertrekken, met de geweren in de rijen gezet. Rond vijf uur ’s middags kwam het bevel dat we de volgende morgen om zes uur te voet moesten vertrekken. 

Op 28 maart 1918 trokken we om acht uur door Sainte-Menehould dat een droevige aanblik bood. Tot nu toe was de stad door een vreemde gril van de Duitsers gespaard, maar sinds zes dagen vielen de granaten in groten getale op de stad. De inwoners sloegen op de vlucht alsof er een verschrikkelijke ramp op komst was.  

Bij de uitgang van de stad stond een oud vrouwtje dat iets in haar schort droeg en naar ons toekwam. Het waren eieren die ze aan ons uitdeelde. In het voorbijgaan mocht in er een nemen. Een ei betekent weinig maar we waren allemaal ontroerd. Dit arme vrouwtje ontzegde zichzelf het noodzakelijkste om het ons te geven. De manier van geven is belangrijker dan wat je geeft. 

Bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen 

Paasei_Poilus

geen paasverlof voor Raoul Snoeck

Raoul Snoeck merkt de onrust in de eerste linies en noteert op 31 maart 1918. 

Slecht nieuws voor ons : alle verloven zijn ingetrokken en niemand weet voor hoelang, tenzij de oorlog vlug zou eindigen. Maar dat geloof ik niet, wat er ook over verteld wordt. Ik verwacht geen opheldering in de oorlogssituatie en denk dat we er nog voor lang hebben. Een vliegtuig komt bommen gooien. De paaseieren zijn jammer genoeg niet van chocolade. We volgen de vlucht van de oorlogsvogel. De projectielen gehoorzamen gelukkig aan de wet van de zwaartekracht waardoor ze gemakkelijker ontweken kunnen worden. Vijandelijke piloten bestoken ons niet alleen met bommen, al lang werpen ze over de kampen ook vlugschriften en aankondigingen uit. Ze willen ons uitnodigen tot overgave of ons mentaal klein krijgen, maar dat lukt ze niet. De moffen meten ons beslist met eigen maat. Kennen ze ons dan nog niet ?  

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon 

DuitseVliegtuigen_19180331

Luchtaanval vanuit Scheldewindeke

Vanaf het vliegveld van Scheldewindeke (Oosterzele) vertrekken op 7 maart 1918 de eerste zes Duitse vliegtuigen voor een bombardementsvlucht naar Londen. Van die zes bereiken er drie hun doel.

De zware bommenwerpers van het type Staaken IV zijn pas de dag voordien geland in Scheldewindeke. Daar moest immers eerst de duizend meter lange betonnen start- en landingsbaan aangelegd worden die nodig is voor deze vliegtuigen. Een met bommen belanden Staaken IV weegt immers tot 13 ton.

Rond deze tijd verhuizen ook de bommenwerperseskadrons die voordien hun vaste plek hadden op het vliegveld van Gontrode (Melle).

Voor wie een kijkje wil gaan nemen : het vliegveld lag langs de Lange Munte tussen wegjes met namen als Keerken en Munckbosstraat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Scheldewindeke_1918

zeppelin in Hakendover

In de nacht van 4 op 5 maart 1918 stort een zeppelin neer in de weilanden van de Kruisbeemd in Hakendover. Volgens getuigen in de krant Les Nouvelles vloog het luchtschip, komende uit de richting Brussel, reeds geruime tijd op zeer lage hoogte en veroorzaakte het motorgedruis een bevende sensatie.

De stuurloos zwevende zeppelin heeft zijn bommenlast al uitgegooid zodat die niet kan ontploffen bij het neerstorten. De bemanning bestaat uit veertig personen van wie ruim de helft de crash niet overleefd zou hebben.

Duitse wachtposten zijn snel ter plaatse om de grote menigte nieuwsgierigen op enige afstand te houden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zeppelin_191803

Venetië gebombardeerd

Oostenrijks-Hongaarse vliegtuigen bombarderen doelen in het centrum van Venetië. Veel Venetianen zoeken een toevlucht in het Lido of op Giudecca, een eiland in de lagune. De stad heeft al meerdere bombardementen doorstaan maar dit van 27 februari 1918 is toch wel bijzonder hevig.

Terreinwinst is niet meteen de bedoeling van dit bombardement. Het is eerder van strategische aard, met de bedoeling de bevolking te demoraliseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Venezia-Veduta-della-Birreria-Spiess-distrutta-26-27-febbraio-1918