Krijgsgevangenen op weg naar Duitsland

Virginie Loveling heeft het op 28 februari 1915 in haar dagboek over krijgsgevangenen.

Een brief van klachten is toegekomen bij de plaatselijke commandant over het eten van de krijgsgevangenen in Duitsland. De brief is ondertekend door vijf Gentse soldaten, behorend tot bekende families. Dat het voedsel slecht is, wordt door de Duitsers gelogenstraft.

Zevenentwintig krijgsgevangenen schreden vrijdag laatste door de stad, op weg naar Duitsland zeker. Belgen en Fransen onder begeleiding van vijf Feldgrauen (= een verwijzing naar de kleur van de Duitse uniformen). Ze zagen er bleek uit, vermoeid, erg bemodderd en verwaarloosd, met gehavende uniformen en scheefgelopen schoenen.

BelgenFRansenKrijgsgevangen

Britse hulp voor de Russen via de Dardanellen

In januari 1915 krijgen de Britten een Russisch verzoek om een geallieerde operatie tegen Turkije om de druk in de Kaukasus te verlichten. Zonder die hulp zien de Russen zich gedwongen troepen van het oostfront naar de Kaukasus te sturen. En daarmee zouden mogelijk Duitse troepen van het oostfront vrijkomen voor het westfront.

Winston Churchill als first Lord van de admiraliteit, heeft het idee opgevat om de via de Dardanellen een aanvoerroute tussen de westelijke geallieerden en Rusland veilig te stellen. Hij vraagt admiraal Sackville Carden om het plan uit te werken. Bedoeling is om met een aantal oudere schepen de Turkse forten langs deze zeestraat aan te vallen en uit te schakelen. Tevens moet er gedacht worden aan mijnen vegen, want sinds oktober 1914 is deze zeestraat door de Ottomanen verboden voor geallieerde schepen.

De campagne op de Dardanellen start dus als een louter marineoperatie. Maar in de loop van 1915 zou het uitgroeien tot veel meer en leiden tot een invasie van het Gallipoli schiereiland.

In januari en februari 1915 gebeurt het volgende :

13 januari : de Britse oorlogsraad besluit dat de Admiraliteit een marine-expeditie moet voorbereiden in februari om het schiereiland Gallipoli te bombarderen en in te nemen. Einddoel van deze expeditieis de inname van Constantinopel.

15 januari : de Franse duikboot Saphir zinkt in de Dardanellen nabij de stad Çannakale. De bemanning geraakt nog aan land maar kapitein Fournier gaat met zijn duikboot ten onder.

6 februari : Twee Britse marinebataljons worden naar de Egeïsche kust gestuurd om aan land te gaan en Turkse kanonnen te vernietigen.

16 februari : weer worden er twee marinebataljons gestuurd met als doel Turkse kanonnen op te sporen en te vernietigen.

19 februari : Britse oorlogsschepen beginnen de Turkse forten langs de Dardanellen te bombarderen. De schade blijft beperkt.

25 februari : Opnieuw Brits bombardement vanaf zee op de Turkse forten langs de zeestraat.

26 februari : de Britse schepen “Vengeance”, “Dublin” en “Basilik” bombarderen de Turkse forten aan de ingang van de Dardanellen. Franse en Britse mariniers gaan om 14u30 aan land in Kum Kale om de Turkse forten aan te vallen. Nadat ze 3 kanonnen vernietigd hebben, keren ze terug aan boord.

Gallipoli Map

bronnen

http://www.anzacsite.gov.au/5environment/timelines/100-events-gallipoli-campaign/january-february-1915.html#january-3

http://www.france-histoire-esperance.com/chroniques-des-dardanelles-1915-2015-2/

Andy Wiest, de geschiedenis van de eerste wereldoorlog, Deltas

Enver Pasja laat de Armeense soldaten ontwapenen

Enver Pasha

Enver Pasha

Enver Pasja, de opperbevelhebber van het leger van het Ottomaanse rijk, geeft op 25 februari 1915 de opdracht om de soldaten van Armeense afkomst te demobiliseren en ze onder te brengen in ongewapende werkbataljons. De officiële reden daarvoor was dat men vreesde dat de christelijke Armeniërs zouden collaboreren met Rusland, waarmee het Ottomaanse rijk in oorlog was. Eerder al, na de mislukte Kaukasusveldtocht, gaf Enver Pasja de Armeniërs de schuld van die nederlaag. Meer informatie daarover kan je lezen op deze pagina.

Een aantal historici gaan ervan uit dat deze demobilisatie een inleiding was tot de Armeense genocide. Doordat veel Armeniërs hun wapens kwijt waren, zou er tijdens de latere genocide minder weerstand zijn. Dat bleek ook zo : behalve rond de stad Van was er nauwelijks sprake van Armeense weerstand.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gaston Le Roy krijgt weldra nieuw onderkomen

Gaston Le Roy noteert op 25 februari 1915 het volgende in zijn dagboek.

Als oefening een mars van 17 km. Munéville, Quetterville… Slecht nieuws doet de ronde. Aan ons vrolijke leventje komt een eind. Binnenkort ruilen wij burger en bed voor kazerne en strozak. Prettig vooruitzicht ! Over de kazerne wordt niet veel goeds verteld en evenmin over de weinig sympathieke inwoners van Granville, waar de Belgen door de Fransen voor “tas de vermine” (= ongedierte, uitschot) worden uitgescholden.

In Bréhal is de bevolking ons heel genegen. De inwoners ondertekenen zelfs een petitie om ons hier te houden, maar ik denk dat het boter aan de galg zal zijn.

Bréhal - route de Cérence

Bréhal – route de Cérence

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

De Harpalion, inspiratie voor Willy Stöwer

In het kanaal treft de Duitse onderzeeër U-8 op 24 februari 1915 het Britse vrachtschip Western Coast met een torpedo terwijl het zowat 15 kilometer voor de kust vaart. Het cargoschip zinkt, maar alle negentien bemanningsleden overleven de aanval. Eveneens op deze dag treffen de Duitsers nog twee andere Britse vrachtschepen in het kanaal : de Harpalion en de Rio Parana. Beide zinken. Op het eerste schip vallen drie doden, alle andere bemanningsleden kunnen zich redden.

Het schilderij hieronder geeft het zinken van de Harpalion weer. De schilder is Willy Stöwer (1864-1931), de meest gekende maritieme schilder van Duitsland en de favoriet van de Duitse keizer.Hij was de zoon van een zeekapitein, geboren in Wolgast. Hij kreeg een opleiding als metaalbewerker en werkte als technisch tekenaar op scheepswerven. Al snel kreeg hij opdrachten als schilder. Daarbij werd hij opgemerkt door keizer Wilhelm II. Tussen 1905 en 1912 begeleidde hij ook de keizer op zijn reizen. Met de ondergang van het keizerrijk en de keizerlijke vloot eindigde ook zijn meest creatieve periode. Willy Stöwer viel na de oorlog terug op wat hij in zijn beginperiode deed : reclame maken voor maritieme maatschappijen.

ondergang van de Harpalion - Willy Stöwer

ondergang van de Harpalion – Willy Stöwer

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Willy_St%C3%B6wer

Edith Appleton vraagt sokken voor de Tommies

KnittingForTommyIn een brief aan haar moeder schrijft zuster Edith Appleton op 23 februari 1915 over het tekort aan sokken bij de verzorging van soldaten :

De gebreide sokken waren snel opgebruikt door de Tommies (Britse soldaten). Onze dienst is zoiets al een bodemloze put voor sokken, hemden en pyjama’s. Soms gebruiken we meer dan vijftig paar sokken in een dag.

De gewonde militairen die hier binnengebracht worden, zijn meestal doordrenkt van nvocht door hun verblijf in de loopgraven. Al hun kleding moet gewisseld worden. Zou je voor de verandering sokken zonder hiel kunnen zenden; losjes gebreid. Ze zijn zo nuttig bij bevroren voeten : we doen ze hen aan boven kussenvulling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Wie de oorspronkelijke brief wil lezen, kan daarvoor terecht op deze webpagina : http://www.edithappleton.org.uk/EarlyLetters/Letter19150223_transcript.pdf

Edith Appleton

Edith Appleton

Edith Appleton (1877, 1958) heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden. De Groote Oorlog begon voor haar toen ze op 10 oktober 1914 in Oostende aankwam. Volgens een website aan haar gewijd is de brief van 23 februari 1915 geschreven in Hazebrouck, Frans-Vlaanderen.

Voor haar moed en toewijding kreeg ze meerdere medailles waaronder de “military OBE”, het “Royal Red Cross” en ook een Belgische Koningin-Elisabeth-medaille.

meer informatie over Edit Appleton

http://anurseatthefront.org.uk/about-edie/

https://twitter.com/ediesdiaries

http://www.illustratedfirstworldwar.com/first-world-war-series-sister-edith-appleton/

de eerste zeppelin in Gontrode

Op het Duitse vliegveld van Gontrode landt op 22 februari 1915 voor het eerst een zeppelin, meer bepaald de LZ-33. Omdat zeppelins vooral ’s nachts vlogen, zagen de dorpelingen pas ’s anderendaags hun eerste luchtschip van relatief dichtbij. Minder prettige natuurlijk was het geluid van de motoren van de zeppelins, dat de nachtrust van de omwonenden danig hinderde.

Relatief kort na hun inval leggen de Duitsers diverse vliegvelden aan, onder meer in Gontrode en in het aanpalende Lemberge. In het begin van 1915 kwam er ook een apart vliegveld voor zeppelins. De voornaamste redenen om niet voor Sint-Denijs-Westrem te kiezen waren de eerder beperkte afmetingen en de herhaalde bombardementen daar.

Vlakbij, in Lemberg, werd vaak een kabelballon opgelaten, als een soort van baken voor piloten.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bunkergordel.be/14.030%20Duitse%20WO%20I%20vliegvelden%20in%20de%20omgeving%20van%20Gent.html

de verkenningsballon van Lemberge

de verkenningsballon van Lemberge